Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een plan maken na buitensluiting oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Ich bin ausgesperrt und mein Ersatzschlüssel liegt in der Wohnung.
ich bin aus-ge-sjpert oent main er-zats-sjlussel liekt in dea voon-oeng. Ik ben buitengesloten en mijn reservesleutel ligt in het appartement.Versuch es zuerst beim Vermieter.
fer-zoe-ch es tsoe-eerst baim fer-mie-ter. Probeer het eerst bij de verhuurder.Ruf dann einen Schlüsseldienst an, wenn du nicht bald Hilfe bekommst.
roef dan ainen sjlussel-dienst an, ven doe nich(t) balt hil-fe be-komst. Bel daarna een slotenmaker als je niet snel hulp kunt krijgen.Ich habe eine Nachricht hinterlassen, aber der Vermieter hat noch nicht geantwortet.
ich haa-be ai-ne naa-chricht hin-ter-la-sen, aa-ber dea fer-mie-ter hat noch nich(t) ge-ant-vor-tet. Ik heb een bericht achtergelaten, maar de verhuurder heeft nog niet gereageerd.Warte noch ein bisschen, es sei denn, du musst sofort hinein.
var-te noch ain bis-chen, es zai den, doe moes(t) zo-fort hi-naain. Wacht nog een beetje, tenzij je meteen naar binnen moet.Vielleicht muss ich beweisen, dass ich hier wohne, wenn jemand kommt, um zu helfen.
fè-laitcht moes ich be-vai-sen, das ich hiea voo-ne, ven jee-mant komt, oem tsoe hel-fen. Misschien moet ik bewijzen dat ik hier woon als er iemand komt helpen.Halte deinen Ausweis bereit und warte an einem warmen Ort.
hal-te doi-nen aus-vais be-rait oent var-te an ai-nem var-men ort. Houd je identiteitsbewijs bij de hand en wacht op een warme plek.Ich möchte keinen Schlüsseldienst anrufen, außer wenn es nötig ist.
ich meuch-te kai-nen sjlussel-dienst an-roefen, aus-er ven es neut-ich ist. Ik wil geen slotenmaker bellen, tenzij het nodig is.Wenn der Vermieter immer noch nicht antwortet, ruf einen Schlüsseldienst an und erkläre die Situation.
ven dea fer-mie-ter im-mer noch nich(t) ant-vor-tet, roef ainen sjlussel-dienst an oent er-klèè-re die zie-toe-atsie-oon. Als de verhuurder nog steeds niet reageert, bel dan een slotenmaker en leg de situatie uit.Ich kann in der Eingangshalle sitzen und mein Handy eingeschaltet lassen.
ich kan in dea ain-gangs-halle zit-sen oent main hen-di ain-ge-sjal-tet la-sen. Ik kan in de hal zitten en mijn telefoon aan laten staan.Du kannst dort im Warmen bleiben, während du dem Vermieter noch etwas mehr Zeit gibst.
doe kanst dort im var-men blaib-en, vèè-rent doe deem fer-mie-ter noch et-vas meer tsait giept. Je kunt daar warm blijven terwijl je de verhuurder nog wat meer tijd geeft.Uitleg van de zinnen
Ich bin ausgesperrt und mein Ersatzschlüssel liegt in der Wohnung.
Ik ben buitengesloten en mijn reservesleutel ligt in het appartement.
- Ich bin
- ik ben
- ausgesperrt
- buitengesloten
- mein
- mijn
- Ersatzschlüssel
- reservesleutel
- liegt
- ligt
- in
- in
- Wohnung
- appartement
Uitgebreide uitleg
Ich bin vormt hier de eerste persoon enkelvoud van sein: “ik ben”. Het is een bruikbaar patroon om een toestand te beschrijven, bijvoorbeeld: Ich bin müde. — “Ik ben moe.” bin is de vorm van sein bij ich; andere personen hebben andere vormen, zoals du bist en er ist. ausgesperrt betekent hier dat de spreker niet naar binnen kan omdat hij of zij buitengesloten is. Het hangt samen met aussperren — “buitensluiten” — en staat na sein als een voltooid deelwoord dat een toestand beschrijft. Het zegt hier niet dat de spreker iemand anders buitensluit. mein betekent “mijn”. Het is een bezittelijk woord en verwijst hier naar wat bij de spreker hoort. De vorm staat vóór Ersatzschlüssel; bij een mannelijk zelfstandig naamwoord in deze onderwerpvorm verschijnt hier mein, zonder extra uitgang. Vergelijk in een andere context: meine Wohnung — “mijn appartement”; de vorm kan dus veranderen volgens het zelfstandig naamwoord en de grammaticale rol. Ersatzschlüssel betekent “reservesleutel”. Het is een samenstelling van Ersatz — “reserve” — en Schlüssel — “sleutel”. Het hele woord is hier het onderwerp van het tweede deel van de zin. Een vergelijkbaar voorbeeld is Ersatzbrille — “reservebril”; dat is een nieuw voorbeeld, niet informatie uit de bronzin. liegt betekent hier “ligt” en komt van liegen. Het is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud: der Schlüssel liegt. liegen beschrijft een vaste ligging of locatie; het gaat hier dus om de plaats van de sleutel, niet om een beweging naar die plaats. Voor een meervoudig onderwerp is de vorm liegen, bijvoorbeeld: Die Schlüssel liegen hier. — “De sleutels liggen hier.” in geeft hier de plaats aan: “in”. Bij een plaats zonder beweging staat in in het Duits met de datief. Daarom staat in de volledige woordgroep in der Wohnung het lidwoord der in de datief; Wohnung zelf betekent “appartement” of “woning”. Bij beweging naar binnen kan in daarentegen met de accusatief staan, bijvoorbeeld: Ich gehe in die Wohnung. — “Ik ga het appartement in.” Wohnung is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Wohnung. In de vaste zin staat het na in der, dus als plaats waar de sleutel ligt. Het meervoud is Wohnungen — “appartementen/woningen”. Samen betekent Ich bin ausgesperrt “Ik ben buitengesloten”. Daarna geeft und de tweede mededeling: mein Ersatzschlüssel liegt in der Wohnung — “mijn reservesleutel ligt in het appartement”. De hele uiting is dus: “Ik ben buitengesloten en mijn reservesleutel ligt in het appartement.”
Versuch es zuerst beim Vermieter.
Probeer het eerst bij de verhuurder.
- Versuch
- probeer!
- zuerst
- eerst
- beim
- bij de/het
- Vermieter
- verhuurder
Uitgebreide uitleg
Versuch is de gebiedende wijs voor du van versuchen (proberen): du versuchst → Versuch!. Het is dus een aansporing aan één persoon. Het daaropvolgende es is het lijdend voorwerp, hier bedoeld als “het” uit de vertaling; samen betekent Versuch es “probeer het”. zuerst is een bijwoord met de betekenis “eerst” of “als eerste”. Het bepaalt de volgorde: deze stap komt vóór een volgende stap. Voorbeeld: Ruf zuerst an. — “Bel eerst.” beim is een samentrekking van bei dem. bei neemt hier de datief; dem is de datiefvorm van het bepaald lidwoord bij een mannelijk of onzijdig zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. bei kan in deze context “bij” of “in contact met” betekenen. Vermieter betekent “verhuurder”. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Vermieter; na bei staat het in de datief: bei dem Vermieter, verkort beim Vermieter. Het bijbehorende woord voor “huurder” is Mieter, dus Vermieter en Mieter zijn geen twee vormen van hetzelfde woord. De delen worden zo gecombineerd: Versuch es = “probeer het”, zuerst = “eerst”, en beim Vermieter = “bij de verhuurder”. De volledige zin is daarom: “Probeer het eerst bij de verhuurder.” De gebiedende wijs richt zich tot één persoon en geeft deze stap als eerste advies.
Ruf dann einen Schlüsseldienst an, wenn du nicht bald Hilfe bekommst.
Bel daarna een slotenmaker als je niet snel hulp kunt krijgen.
- Ruf … an
- bel ... op
- dann
- daarna
- Schlüsseldienst
- slotenmaker
- wenn
- als
- nicht
- niet
- bald
- snel
- Hilfe
- hulp
- bekommst
- krijgt
Uitgebreide uitleg
Ruf ... an is the informal singular imperative of anrufen (“opbellen”). This is a separable verb: in the infinitive the parts stay together (anrufen), but in this imperative Ruf comes first and an moves to the end. Example: Ruf mich morgen an. — “Bel me morgen op.” dann places this action after an earlier action or condition in the sequence: “dan/daarna”. Example: Warte kurz, dann ruf an. — “Wacht even, bel dan op.” Schlüsseldienst is a compound noun for a service or person who helps open locks; here it is the party being called. German compounds are written as one word. Example: Der Schlüsseldienst kommt bald. — “De slotenmaker komt snel.” wenn introduces the condition under which the instruction applies: “als” or “wanneer”. In this sentence it begins the subordinate clause, which comes after the main instruction. Example: Ruf mich an, wenn du Zeit hast. — “Bel me als je tijd hebt.” nicht expresses negation. Here it negates the prospect of receiving help soon, so the condition is “als je niet snel hulp krijgt”, not simply a separate “niet” attached to the instruction. bald means “binnen korte tijd” or “snel” in the sense of “soon”. It concerns when the help is obtained, not how the obtaining is performed. Example: Ich komme bald. — “Ik kom snel.” Hilfe means “hulp”. It is a feminine noun (die Hilfe), but in this sentence it appears without an article because it is used as an uncountable/general notion. Example: Wir brauchen Hilfe. — “We hebben hulp nodig.” bekommst is the second-person singular present form of bekommen, “krijgen”. The subject is du: du bekommst; other forms include ich bekomme and sie bekommen. In Hilfe bekommen, the combination means “hulp krijgen”. Example: Du bekommst morgen eine Antwort. — “Je krijgt morgen een antwoord.” Together, Ruf dann einen Schlüsseldienst an gives the instruction “bel daarna een slotenmaker op”. The following wenn-clause states the condition: wenn du nicht bald Hilfe bekommst, “als je niet snel hulp kunt krijgen”. The whole utterance therefore means: “Bel daarna een slotenmaker als je niet snel hulp kunt krijgen.”
Ich habe eine Nachricht hinterlassen, aber der Vermieter hat noch nicht geantwortet.
Ik heb een bericht achtergelaten, maar de verhuurder heeft nog niet gereageerd.
- Ich
- ik
- habe
- heb
- Nachricht
- bericht
- hinterlassen
- achtergelaten
- aber
- maar
- Vermieter
- verhuurder
- hat
- heeft
- noch nicht
- nog niet
- geantwortet
- gereageerd
Uitgebreide uitleg
Ich habe: Ich is het persoonlijk voornaamwoord van de eerste persoon enkelvoud: “ik”. habe is de tegenwoordige tijd van haben (“hebben”) bij ich. Hier is het een hulpwerkwoord: samen met het voltooid deelwoord vormt het het perfectum, en drukt het niet bezit uit. eine Nachricht: Nachricht betekent hier “bericht”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. eine staat hier bij het lijdend voorwerp in de accusatief; bij een vrouwelijk woord ziet de vorm er in de nominatief en accusatief hetzelfde uit. Het meervoud is Nachrichten. Voorbeeld: Ich lese eine Nachricht. — “Ik lees een bericht.” hinterlassen: Dit werkwoord betekent “achterlaten”. De infinitief en het voltooid deelwoord hebben hier dezelfde vorm: hinterlassen. Het patroon ich habe ... hinterlassen betekent “ik heb ... achtergelaten”. Voorbeeld: Sie hat eine Notiz hinterlassen. — “Zij heeft een briefje achtergelaten.” aber: aber betekent “maar” en verbindt twee contrasterende delen. Het woord geeft zelf geen tijd of voltooiing aan. der Vermieter: Vermieter betekent “verhuurder”: iemand die woonruimte verhuurt. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord. In deze zin is der de vorm van het bepaald lidwoord bij het onderwerp in de nominatief; de verhuurder is degene die niet heeft geantwoord. De vrouwelijke vorm is Vermieterin; het meervoud is Vermieter. hat: Dit is de tegenwoordige tijd van haben bij de derde persoon enkelvoud. In der Vermieter hat ... geantwortet is het een hulpwerkwoord voor het perfectum. Vergelijk ich habe met er/sie hat: het hulpwerkwoord verandert volgens het onderwerp. noch nicht: Samen betekenen deze woorden “nog niet”: tot het relevante moment heeft iets niet plaatsgevonden, terwijl het later alsnog kan gebeuren. Voorbeeld: Sie ist noch nicht angekommen. — “Zij is nog niet aangekomen.” geantwortet: Dit is het voltooid deelwoord van antworten (“antwoorden”): antworten – hat geantwortet. antworten kan zonder genoemd antwoord worden gebruikt; hier wordt alleen gezegd dat de verhuurder niet heeft gereageerd. Voorbeeld: Er hat schnell geantwortet. — “Hij heeft snel geantwoord.” De zin wordt opgebouwd als Ich habe eine Nachricht hinterlassen: “Ik heb een bericht achtergelaten.” Daarna leidt aber het contrast in. der Vermieter hat noch nicht geantwortet betekent “maar de verhuurder heeft nog niet gereageerd”. De volledige betekenis is dus: “Ik heb een bericht achtergelaten, maar de verhuurder heeft nog niet gereageerd.” In beide zinsdelen wordt haben met een voltooid deelwoord gebruikt om een handeling of gebeurtenis als voltooid vanuit het heden te beschrijven.
Warte noch ein bisschen, es sei denn, du musst sofort hinein.
Wacht nog een beetje, tenzij je meteen naar binnen moet.
- Warte
- wacht
- noch
- nog
- ein bisschen
- een beetje
- es sei denn
- tenzij
- du musst
- je moet
- sofort
- meteen
- hinein
- naar binnen
Uitgebreide uitleg
Warte is de gebiedende wijs van warten (“wachten”), voor één aangesproken persoon. De vorm zegt hier dat die persoon moet wachten. Voorbeeld: Warte hier! — “Wacht hier!” noch betekent hier “nog” en geeft aan dat de handeling of toestand voortduurt. Het staat vóór ein bisschen, waardoor de gevraagde wachttijd als nog een kleine hoeveelheid tijd wordt opgevat. ein bisschen betekent “een beetje”. Bisschen is een onzijdig zelfstandig naamwoord; daarom staat hier het onzijdige onbepaalde lidwoord ein. De uitdrukking kan ook bij niet-telbare hoeveelheden worden gebruikt, bijvoorbeeld: ein bisschen Wasser — “een beetje water”. Het lidwoord op zichzelf stelt hier geen exact aantal vast. es sei denn is een vaste voegwoordelijke constructie met de betekenis “tenzij”. Ze introduceert de voorwaarde die een eerdere instructie begrenst: wachten geldt niet als de daaropvolgende voorwaarde waar is. du musst bevat musst, de vervoegde vorm van het modale werkwoord müssen in de tweede persoon enkelvoud. Müssen drukt hier noodzaak uit; het zelfstandige werkwoord staat bij een modaal werkwoord doorgaans als infinitief aan het einde van de bijzin. Voorbeeld: Du musst gehen. — “Je moet gaan.” sofort betekent “meteen” of “onmiddellijk” en versterkt de tijdsdruk van wat er moet gebeuren. Het beschrijft hier niet het wachten, maar de vereiste onmiddellijkheid van het naar binnen gaan. hinein betekent “naar binnen” en geeft een beweging een ruimte in aan. Het is een richtingswoord, niet alleen een aanduiding van locatie. Voorbeeld: Komm hinein! — “Kom naar binnen!” Samen vormt Warte noch ein bisschen de instructie om nog korte tijd te wachten. Es sei denn opent daarna een uitzondering: du musst sofort hinein betekent dat de aangesprokene onmiddellijk naar binnen moet gaan. De volledige uiting betekent dus: “Wacht nog een beetje, tenzij je meteen naar binnen moet.”
Vielleicht muss ich beweisen, dass ich hier wohne, wenn jemand kommt, um zu helfen.
Misschien moet ik bewijzen dat ik hier woon als er iemand komt helpen.
- Vielleicht
- misschien
- muss ich
- moet ik
- beweisen
- bewijzen
- dass
- dat
- ich
- ik
- hier
- hier
- wohne
- woon
- wenn
- als
- jemand
- iemand
- kommt
- komt
- um zu helfen
- om te helpen
Uitgebreide uitleg
Vielleicht betekent hier “misschien” en drukt onzekerheid uit. Het staat vooraan en maakt de hele mededeling voorzichtig: de spreker zegt niet dat dit zeker gebeurt. muss ich bestaat uit muss, de vorm van het modale werkwoord müssen voor de eerste persoon enkelvoud, plus het onderwerp ich. Müssen drukt hier noodzaak uit. In een hoofdzin staat het vervoegde modale werkwoord op de tweede positie; het andere werkwoord komt als infinitief aan het einde van die hoofdzin. Voorbeeld: Ich muss warten. — “Ik moet wachten.” beweisen is de infinitief van beweisen: aantonen of bewijzen. Na muss blijft het werkwoord in de infinitief staan. Het zegt hier wat de spreker mogelijk moet doen, zonder dat de zin beweert dat het al gebeurd is. dass leidt de inhoud aan van wat bewezen moet worden: “dat”. In een Duitse dass-bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan. Het patroon is bijvoorbeeld Ich weiß, dass sie hier wohnt. — “Ik weet dat ze hier woont.” ich is het persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud: “ik”. Hier is het de handelende persoon bij zowel muss als wohne. hier is een plaatsbijwoord en betekent “hier”, dus op de plaats die in de situatie als nabij of relevant geldt. Het verandert niet mee met de persoon of met een zelfstandig naamwoord. wohne is de vorm van wohnen voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ich wohne. In deze bijzin betekent het “ik woon”. Voorbeeld: Ich wohne in Berlin. — “Ik woon in Berlijn.” wenn leidt hier het deel in met de voorwaarde of het moment “wanneer/als”. In combinatie met jemand kommt maakt het de komst de omstandigheid waaronder de mogelijke noodzaak geldt. Het vervoegde werkwoord van zo’n bijzin staat achteraan: wenn jemand kommt. jemand is een onbepaald voornaamwoord met de betekenis “iemand”. Het identificeert geen specifieke persoon. Het gedraagt zich hier als een enkelvoudig onderwerp; daarom staat het werkwoord in kommt in de derde persoon enkelvoud. kommt is de vorm van kommen voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: jemand kommt — “iemand komt”. De vorm zegt hier dat die persoon naar de relevante plaats komt. Voorbeeld: Wenn er kommt, warten wir. — “Als hij komt, wachten we.” um zu helfen is een doelconstructie: um ... zu betekent “om te ...”, en helfen is de infinitief van “helpen”. De constructie maakt duidelijk met welk doel iemand komt: die persoon komt om te helpen. Voorbeeld: Sie kommt, um zu helfen. — “Zij komt om te helpen.” Samen betekent Vielleicht muss ich beweisen, dass ich hier wohne, wenn jemand kommt, um zu helfen.: “Misschien moet ik bewijzen dat ik hier woon als er iemand komt helpen.” Vielleicht maakt de hele uitspraak onzeker; muss ich beweisen geeft de mogelijke noodzaak aan; dass ich hier wohne noemt wat bewezen moet worden; en wenn jemand kommt, um zu helfen geeft de omstandigheid en het doel van die komst.
Halte deinen Ausweis bereit und warte an einem warmen Ort.
Houd je identiteitsbewijs bij de hand en wacht op een warme plek.
- Halte
- houd
- Ausweis
- identiteitsbewijs
- bereit
- klaar
- warte
- wacht
- warmen
- warme
- Ort
- plek
Uitgebreide uitleg
Halte komt hier van halten en is de gebiedende wijs voor du: “houd”. In deze zin betekent het samen met bereit dat je iets bij de hand houdt. Voor meerdere vertrouwde personen is de vorm Haltet ...; voor beleefdheid is het Halten Sie .... Ausweis betekent hier “identiteitsbewijs”. Het is een zelfstandig naamwoord: der Ausweis. In deinen Ausweis staat het in de accusatief, omdat het het voorwerp is van halte. deinen laat zien dat het om een mannelijk zelfstandig naamwoord in de accusatief gaat; het betekent hier “je/jouw”, niet noodzakelijk een bepaald aantal. bereit is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “klaar” of “bij de hand”. De combinatie etwas bereit halten is een bruikbaar patroon: iets klaar of beschikbaar houden zodat het meteen gebruikt of getoond kan worden. Voorbeeld: Halte dein Telefon bereit. — “Houd je telefoon bij de hand.” warte komt van warten en is opnieuw een gebiedende wijs voor du: “wacht”. Het werkwoord warten gebruikt vaak auf wanneer je zegt waarop je wacht, bijvoorbeeld Ich warte auf den Bus. — “Ik wacht op de bus.” Hier staat niet waarop gewacht wordt; de zin geeft alleen de plaats aan. warmen is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord warm (“warm”). Het staat vóór Ort in de woordgroep einem warmen Ort. Omdat an hier een vaste plaats aanduidt, staat die woordgroep in de datief. Ort is mannelijk (der Ort), en daarom krijgt warm in deze datiefgroep de uitgang -en: einem warmen Ort. De basisvorm is warm; wärmer en am wärmsten zijn de vergelijkingsvormen. Ort betekent “plaats” of “plek” en is mannelijk: der Ort. In an einem warmen Ort betekent het een plek waar iemand zich bevindt of wacht. an met datief drukt hier locatie uit; bij beweging naar een plaats kan an de accusatief nemen. De eerste opdracht bestaat uit Halte deinen Ausweis bereit: houd je identiteitsbewijs bij de hand. Daarna volgt und warte an einem warmen Ort: wacht op een warme plek. Samen is de volledige betekenis: “Houd je identiteitsbewijs bij de hand en wacht op een warme plek.”
Ich möchte keinen Schlüsseldienst anrufen, außer wenn es nötig ist.
Ik wil geen slotenmaker bellen, tenzij het nodig is.
- Ich möchte
- ik wil graag
- Schlüsseldienst
- slotenmaker
- anrufen
- bellen
- außer wenn
- tenzij
- nötig
- nodig
Uitgebreide uitleg
Ich möchte drukt hier een beleefde of voorzichtige wens uit: “ik wil graag”. möchte is de vorm die in deze constructie bij mögen hoort; het werkwoord dat de gewenste handeling benoemt staat als infinitief aan het einde van de woordgroep. Vergelijk: Ich möchte warten. — “Ik wil graag wachten.” Dit is geen bevel. Schlüsseldienst is een zelfstandig naamwoord voor een slotenmaker of slotenmakersdienst. Het is een samenstelling van Schlüssel (“sleutel”) en Dienst (“dienst”), maar als geheel benoemt het de dienstverlener. In deze zin staat het na keinen: keinen Schlüsseldienst betekent “geen slotenmaker”. keinen markeert hier de ontkenning van een mannelijk zelfstandig naamwoord in de accusatief. anrufen betekent “bellen”. Het is een scheidbaar werkwoord: de basisvorm is anrufen, met het voorvoegsel an-. Na möchte blijft het als infinitief bijeen: Ich möchte ... anrufen. In een gewone hoofdzin kan het voorvoegsel worden gescheiden: Ich rufe den Schlüsseldienst an. — “Ik bel de slotenmaker.” außer wenn leidt een voorwaarde in en betekent hier “tenzij” of “behalve als”. Het volgende deel is een bijzin; daarom staat het vervoegde werkwoord ist achteraan: außer wenn ... nötig ist. Het patroon is herbruikbaar: Ich gehe nicht, außer wenn es nötig ist. — “Ik ga niet, tenzij het nodig is.” nötig betekent “nodig” of “noodzakelijk”. Hier is het een predicatief bijvoeglijk naamwoord na ist, dus het krijgt geen uitgang: es ist nötig. es is in deze bijzin het grammaticale onderwerp; de zin specificeert niet zelfstandig welk concreet ding met “het” wordt bedoeld. Vergelijk: Das ist nötig. — “Dat is nodig.” Samen betekent Ich möchte keinen Schlüsseldienst anrufen, außer wenn es nötig ist.: “Ik wil geen slotenmaker bellen, tenzij het nodig is.” Ich möchte geeft de wens aan, keinen Schlüsseldienst anrufen benoemt de ontkende handeling, en außer wenn es nötig ist voegt de uitzondering toe. De hoofdzin gebruikt de infinitief anrufen na möchte; in de voorwaardelijke bijzin staat ist aan het einde.
Wenn der Vermieter immer noch nicht antwortet, ruf einen Schlüsseldienst an und erkläre die Situation.
Als de verhuurder nog steeds niet reageert, bel dan een slotenmaker en leg de situatie uit.
- der Vermieter
- de verhuurder
- immer noch nicht
- nog steeds niet
- antwortet
- antwoordt / reageert
- ruf … an
- bel ... op
- Schlüsseldienst
- slotenmaker
- erkläre
- leg uit
- Situation
- situatie
Uitgebreide uitleg
der Vermieter betekent hier “de verhuurder”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; het lidwoord der hoort bij de vorm in de nominatief, omdat deze persoon in de bijzin de handelende persoon is. De genitiefvorm is bijvoorbeeld des Vermieters (“van de verhuurder”). immer noch nicht combineert “nog steeds” met “niet”: de reactie blijft uit op het bedoelde moment. immer noch betekent op zichzelf “nog steeds”; nicht maakt de relevante handeling of toestand negatief. antwortet is de tegenwoordige tijd van antworten (“antwoorden/reageren”), hier de derde persoon enkelvoud bij der Vermieter: der Vermieter antwortet. Vergelijk voor een andere persoon: ich antworte (“ik antwoord”) en sie antworten (“zij antwoorden”). ruf en an horen bij het scheidbare werkwoord anrufen (“opbellen”). ruf ... an is hier de gebiedende wijs voor du; het voorvoegsel an staat daarom aan het einde van de werkwoordgroep. Het object staat ertussen: Ruf den Arzt an. — “Bel de arts op.” In de zin staat het object als einen Schlüsseldienst. Schlüsseldienst is een zelfstandig naamwoord voor een slotenmakersdienst of slotenmaker die bij een afgesloten deur kan helpen. Het is een samenstelling van Schlüssel (“sleutel”) en Dienst (“dienst”), maar het geheel functioneert als één zelfstandig naamwoord. In einen Schlüsseldienst staat het mannelijke woord in de accusatief na anrufen; einen markeert die naamval, niet op zichzelf een vast aantal. erkläre komt van erklären (“uitleggen”) en is hier eveneens een gebiedende wijs voor du: “leg uit”. Het werkwoord is niet-scheidbaar: in Erkläre die Situation. blijft het als één vorm bij elkaar. Een bruikbaar contrast is Ich erkläre das Problem. — “Ik leg het probleem uit.” Situation betekent “situatie”. Het vrouwelijke zelfstandig naamwoord staat in die Situation als lijdend voorwerp van erkläre; die is hier dus de accusatiefvorm van het bepaalde lidwoord voor een vrouwelijk enkelvoud, die dezelfde vorm heeft als de nominatief. De hele zin heeft de voorwaardelijke opbouw Wenn ... , ...: Wenn der Vermieter immer noch nicht antwortet betekent “Als de verhuurder nog steeds niet reageert”. Daarna volgen twee opdrachten met dezelfde aangesproken persoon: ruf einen Schlüsseldienst an — “bel een slotenmaker op” — en erkläre die Situation — “leg de situatie uit”. Samen: “Als de verhuurder nog steeds niet reageert, bel dan een slotenmaker en leg de situatie uit.”
Ich kann in der Eingangshalle sitzen und mein Handy eingeschaltet lassen.
Ik kan in de hal zitten en mijn telefoon aan laten staan.
- Ich kann
- ik kan
- Eingangshalle
- hal
- sitzen
- zitten
- Handy
- mobiele telefoon
- eingeschaltet
- aan, ingeschakeld
- lassen
- laten
Uitgebreide uitleg
Ich kann drukt hier uit dat de spreker iets kan of de mogelijkheid heeft om het te doen. kann is de vorm van können bij ich; bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief. Voorbeeld: Ich kann heute kommen. — Ik kan vandaag komen. Eingangshalle betekent hier een hal bij een ingang. Het is een vrouwelijk samengesteld zelfstandig naamwoord: die Eingangshalle. In in der Eingangshalle staat der omdat in hier een vaste plaats aanduidt en dus de datief gebruikt; in die Eingangshalle zou daarentegen een beweging naar binnen uitdrukken. sitzen betekent zitten. Het is de infinitief die na kann hoort. Het onderwerp blijft ich, ook al staat sitzen zelf aan het einde van het eerste deel. Voorbeeld: Wir sitzen im Zug. — Wij zitten in de trein. Handy is het Duitse alledaagse woord voor mobiele telefoon. Het zelfstandig naamwoord is onzijdig: das Handy. In mein Handy verwijst mein naar dat onzijdige zelfstandig naamwoord; de vorm mein valt daar in de accusatief samen met de nominatief. eingeschaltet betekent hier dat het apparaat aan staat. Het is de vorm van einschalten die de toestand na het aanzetten beschrijft; het is dus niet hetzelfde als de handeling einschalten zelf. Voorbeeld: Der Fernseher ist eingeschaltet. — De televisie staat aan. lassen betekent hier laten en vormt samen met eingeschaltet de constructie etwas eingeschaltet lassen: iets aan laten staan. Na kann staat ook lassen in de infinitief. In deze zin coördineert und twee handelingen van dezelfde spreker: in der Eingangshalle sitzen en mein Handy eingeschaltet lassen. Samen betekent de uiting: Ich kann in der Eingangshalle sitzen und mein Handy eingeschaltet lassen. — Ik kan in de hal zitten en mijn telefoon aan laten staan. De plaatsbepaling hoort bij sitzen, terwijl mein Handy het voorwerp is dat aan blijft staan; kann geeft aan dat beide handelingen binnen de mogelijkheid van de spreker vallen.
Du kannst dort im Warmen bleiben, während du dem Vermieter noch etwas mehr Zeit gibst.
Je kunt daar warm blijven terwijl je de verhuurder nog wat meer tijd geeft.
- Du kannst
- je kunt
- dort
- daar
- im Warmen
- in de warmte
- bleiben
- blijven
- während
- terwijl
- Vermieter
- verhuurder
- noch
- nog
- etwas
- wat
- mehr
- meer
- Zeit
- tijd
- gibst
- geeft
Uitgebreide uitleg
Du kannst: kannst is the second-person singular present form of the modal verb können (“kunnen”). With an infinitive, it expresses that the person addressed is able or permitted to do something: Du kannst warten. — “Je kunt wachten.” The infinitive comes later in the clause: kannst ... bleiben. dort: This location adverb means “daar”. It points to a place established by the situation, without naming that place itself. im Warmen: im is the contraction of in dem. Warmen is the substantivized adjective warm, capitalized here and used after in dem; the phrase refers to a warm place or being in the warmth. Compare im Kalten — “in de kou”. bleiben: The base form is bleiben, “blijven”. With können, it remains an infinitive, while kannst carries the person and tense: Du kannst hier bleiben. — “Je kunt hier blijven.” während: This introduces a subordinate clause meaning “terwijl”. In a German subordinate clause introduced by während, the finite verb normally comes at the end: während du wartest — “terwijl je wacht”. Vermieter: This noun means “verhuurder”, a person who rents out a dwelling or other property. In this sentence it is the recipient of what is given, shown by dem Vermieter: jemandem Zeit geben means “iemand tijd geven”. The noun itself is masculine; its plural is Vermieter as well. noch: Here noch adds the meaning “nog”: the person gives the landlord additional time. Its meaning is different from the “still” sense that can describe a continuing state, depending on context. etwas: Here it means “wat” or “een beetje” and makes the amount less specific: etwas Zeit — “wat tijd”. It does not by itself state an exact quantity. mehr: mehr is the comparative form associated with viel (“veel”) and means “meer”. In etwas mehr Zeit, it means an amount of time greater than a previously relevant amount: Ich brauche mehr Zeit. — “Ik heb meer tijd nodig.” Zeit: This feminine noun means “tijd”. In the construction jemandem Zeit geben, Zeit is the thing being given, while the person receiving it is marked separately: Sie gibt ihm Zeit. — “Zij geeft hem tijd.” gibst: The base form is geben (“geven”). gibst is its present-tense second-person singular form, used with du; it is an irregular vowel-changing form: du gibst, but ich gebe. Because the clause begins with während, this finite verb stands at the end: während du dem Vermieter Zeit gibst. Together, Du kannst dort im Warmen bleiben means that the addressed person can remain there in a warm place. während du dem Vermieter noch etwas mehr Zeit gibst adds the simultaneous action: while that person gives the landlord some additional time. The complete utterance therefore means: “Je kunt daar warm blijven terwijl je de verhuurder nog wat meer tijd geeft.”
Grammatica
anrufen: Ruf ... an
Ruf den Vermieter sofort an.
roef deen fer-mie-ter zo-fort an.Bel de verhuurder meteen.
anrufen is een scheidbaar werkwoord: in de hoofdzin staat an op het einde.
während + werkwoord achteraan
Während ich die Situation erkläre, bin ich bereit.
vèè-rent ich die zie-toe-atsie-oon er-klèè-re, bin ich be-rait.Terwijl ik de situatie uitleg, ben ik klaar.
Na während staat het vervoegde werkwoord achteraan in de bijzin: erkläre.
Duits woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Probeer het eerst bij de verhuurder.
Antwoord tonen
Versuch es zuerst beim Vermieter.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
snel; binnenkort
Antwoord tonen
baldkrijgen
Antwoord tonen
bekommstbuitengesloten
Antwoord tonen
ausgesperrtproberen