Een plan maken na buitensluiting | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In daily life, two adults make a plan after someone is locked out and decide when to contact the landlord or a locksmith..

NL → DE / Niveau: B1

Over deze les

Met Een plan maken na buitensluiting oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich bin ausgesperrt und mein Ersatzschlüssel liegt in der Wohnung.

ich bin aus-ge-sjpert oent main er-zats-sjlussel liekt in dea voon-oeng. Ik ben buitengesloten en mijn reservesleutel ligt in het appartement.
B

Versuch es zuerst beim Vermieter.

fer-zoe-ch es tsoe-eerst baim fer-mie-ter. Probeer het eerst bij de verhuurder.
B

Ruf dann einen Schlüsseldienst an, wenn du nicht bald Hilfe bekommst.

roef dan ainen sjlussel-dienst an, ven doe nich(t) balt hil-fe be-komst. Bel daarna een slotenmaker als je niet snel hulp kunt krijgen.
A

Ich habe eine Nachricht hinterlassen, aber der Vermieter hat noch nicht geantwortet.

ich haa-be ai-ne naa-chricht hin-ter-la-sen, aa-ber dea fer-mie-ter hat noch nich(t) ge-ant-vor-tet. Ik heb een bericht achtergelaten, maar de verhuurder heeft nog niet gereageerd.
B

Warte noch ein bisschen, es sei denn, du musst sofort hinein.

var-te noch ain bis-chen, es zai den, doe moes(t) zo-fort hi-naain. Wacht nog een beetje, tenzij je meteen naar binnen moet.
A

Vielleicht muss ich beweisen, dass ich hier wohne, wenn jemand kommt, um zu helfen.

fè-laitcht moes ich be-vai-sen, das ich hiea voo-ne, ven jee-mant komt, oem tsoe hel-fen. Misschien moet ik bewijzen dat ik hier woon als er iemand komt helpen.
B

Halte deinen Ausweis bereit und warte an einem warmen Ort.

hal-te doi-nen aus-vais be-rait oent var-te an ai-nem var-men ort. Houd je identiteitsbewijs bij de hand en wacht op een warme plek.
A

Ich möchte keinen Schlüsseldienst anrufen, außer wenn es nötig ist.

ich meuch-te kai-nen sjlussel-dienst an-roefen, aus-er ven es neut-ich ist. Ik wil geen slotenmaker bellen, tenzij het nodig is.
B

Wenn der Vermieter immer noch nicht antwortet, ruf einen Schlüsseldienst an und erkläre die Situation.

ven dea fer-mie-ter im-mer noch nich(t) ant-vor-tet, roef ainen sjlussel-dienst an oent er-klèè-re die zie-toe-atsie-oon. Als de verhuurder nog steeds niet reageert, bel dan een slotenmaker en leg de situatie uit.
A

Ich kann in der Eingangshalle sitzen und mein Handy eingeschaltet lassen.

ich kan in dea ain-gangs-halle zit-sen oent main hen-di ain-ge-sjal-tet la-sen. Ik kan in de hal zitten en mijn telefoon aan laten staan.
B

Du kannst dort im Warmen bleiben, während du dem Vermieter noch etwas mehr Zeit gibst.

doe kanst dort im var-men blaib-en, vèè-rent doe deem fer-mie-ter noch et-vas meer tsait giept. Je kunt daar warm blijven terwijl je de verhuurder nog wat meer tijd geeft.

Woord voor woord

Ich Ich betekent hier ‘ik’ en is het onderwerp van de zin. Het staat vooraan om aan te geven wie buitengesloten is of een handeling uitvoert. Je gebruikt deze vorm wanneer je over jezelf spreekt.
bin Bin betekent hier ‘ben’ en beschrijft samen met ausgesperrt de toestand van de spreker. Het is de vorm van sein die bij ich hoort. Je gebruikt het bijvoorbeeld om je huidige toestand of situatie te beschrijven.
ausgesperrt Ausgesperrt betekent hier ‘buitengesloten’ en beschrijft dat de spreker niet naar binnen kan. Na bin geeft het een toestand aan, niet een afzonderlijke handeling. Je gebruikt het wanneer iemand buiten een gebouw of woning staat zonder binnen te kunnen.
und Und betekent hier ‘en’ en verbindt twee mededelingen: de spreker is buitengesloten en de reservesleutel ligt binnen. Het verbindt vaak twee gelijkwaardige woorden, woordgroepen of zinnen. Je gebruikt het om informatie eenvoudig aan elkaar te koppelen.
mein Mein betekent hier ‘mijn’ en geeft aan dat de sleutel van de spreker is. Het staat direct vóór Ersatzschlüssel. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om bezit of verbondenheid aan te geven.
Ersatzschlüssel Ersatzschlüssel betekent hier ‘reservesleutel’. Het woord benoemt de sleutel die als vervanging bedoeld is en in de woning ligt. Je gebruikt het in gesprekken over toegang tot een woning, auto of andere afgesloten ruimte.
liegt Liegt betekent hier ‘ligt’ of ‘bevindt zich’ en geeft aan waar de reservesleutel is. Het is de vorm van liegen die bij het onderwerp Ersatzschlüssel hoort. Je gebruikt het om de plaats van een voorwerp te beschrijven.
in In geeft hier aan dat iets zich binnen een ruimte bevindt, namelijk in der Wohnung. Het staat vóór de woordgroep die de plaats noemt. Je gebruikt het voor locaties binnen gebouwen, ruimtes of andere begrensde plaatsen.
der Der betekent hier ‘de’ en hoort bij Wohnung in der Wohnung. Het vormt samen met in en Wohnung de plaatsaanduiding voor de woning. Je gebruikt het hier om naar een bepaalde, bekende woning te verwijzen.
Wohnung Wohnung betekent hier ‘woning’ of ‘appartement’. In der Wohnung geeft aan dat de reservesleutel zich daarbinnen bevindt. Je gebruikt het wanneer je over een woonruimte of appartement praat.
Versuch Versuch betekent hier ‘probeer’ en is een aansporing aan één persoon om eerst contact op te nemen met de verhuurder. In Versuch es verwijst es naar de voorgestelde poging of handeling. Je gebruikt deze vorm om iemand direct praktisch advies te geven.
es Es betekent hier ‘het’ en verwijst in Versuch es naar de handeling die de ander moet proberen. Het verwijst dus niet naar een concreet voorwerp. Je gebruikt deze combinatie wanneer de handeling al uit de context duidelijk is.
zuerst Zuerst betekent hier ‘eerst’ en bepaalt de volgorde van het plan: de verhuurder moet vóór de slotenmaker worden geprobeerd. Het staat bij de handeling die als eerste moet gebeuren. Je gebruikt het om de eerste stap in een reeks aan te geven.
beim Beim betekent hier ‘bij de’ of ‘met de’ verhuurder en is de vaste samentrekking van bei dem. In beim Vermieter noemt het de persoon bij wie de spreker eerst hulp zoekt. Je gebruikt deze vorm vaak bij contact met een persoon of instantie.
Vermieter Vermieter betekent hier ‘verhuurder’. In beim Vermieter is hij de eerste persoon bij wie hulp wordt gezocht. Je gebruikt het woord voor de persoon die een woning verhuurt.
Ruf Ruf betekent hier ‘bel’ en is een directe aansporing aan één persoon. Het hoort bij het werkwoord anrufen; in deze zin staat de bijbehorende woordcomponent an aan het einde. Je gebruikt het om iemand te zeggen dat die telefonisch contact moet opnemen.
dann Dann betekent hier ‘dan’ en geeft de volgende stap in het plan aan nadat eerst de verhuurder is geprobeerd. Het verbindt de volgorde van twee acties. Je gebruikt het om te zeggen wat daarna moet gebeuren.
einen Einen betekent hier ‘een’ en staat vóór Schlüsseldienst, de dienst die gebeld moet worden. Het maakt duidelijk dat niet een specifieke eerder genoemde slotenmaker wordt bedoeld, maar een mogelijke dienst. Je gebruikt deze vorm vóór een genoemd mannelijk object in een dergelijke handelingszin.
Schlüsseldienst Schlüsseldienst betekent hier ‘slotenmaker’ of ‘slotenmakersdienst’. Het is de hulpdienst die gebeld wordt wanneer de verhuurder niet snel helpt. Je gebruikt het woord in situaties waarin iemand hulp nodig heeft om een slot te openen.
an An heeft hier geen zelfstandige betekenis als ‘aan’, maar is het scheidbare onderdeel van anrufen, ‘telefonisch bellen’. In de gebiedende zin staat dit onderdeel aan het einde van de zin. Je gebruikt het dus als onderdeel van een telefoongesprek over iemand bellen.
wenn Wenn betekent hier ‘als’ en leidt een voorwaarde in: de slotenmaker wordt gebeld als er niet snel hulp komt. In de bijzin staat het werkwoord aan het einde, zoals in wenn du nicht bald Hilfe bekommst. Je gebruikt wenn om een voorwaarde of een tijdsmoment aan te geven.
du Du betekent hier ‘jij’ en verwijst naar één informele gesprekspartner. Het is het onderwerp van de bijzin over het krijgen van hulp. Je gebruikt du wanneer je iemand rechtstreeks en informeel aanspreekt.
nicht Nicht betekent hier ‘niet’ en ontkent dat de aangesprokene snel hulp krijgt. Het staat in de voorwaardelijke bijzin bij de handeling krijgen. Je gebruikt het om een handeling, toestand of verwachting te ontkennen.
bald Bald betekent hier ‘binnenkort’ of ‘snel genoeg’. Het geeft aan dat hulp binnen korte tijd beschikbaar zou moeten komen. Je gebruikt het om een nabije toekomstige tijd aan te duiden.
Hilfe Hilfe betekent hier ‘hulp’ en is wat de spreker nodig heeft om weer naar binnen te kunnen. In Hilfe bekommen gaat het om hulp ontvangen. Je gebruikt het woord in praktische situaties waarin iemand ondersteuning nodig heeft.
bekommst Bekommst betekent hier ‘krijgt’ of ‘ontvangt’ en is de vorm van bekommen die bij du hoort. In Hilfe bekommen vormt het samen met Hilfe de betekenis ‘hulp krijgen’. Je gebruikt deze vorm wanneer je tegen één persoon zegt of vraagt wat die ontvangt.
habe Habe betekent hier ‘heb’ en helpt samen met hinterlassen om te zeggen dat de spreker een bericht heeft achtergelaten. Het is de vorm van haben die bij ich hoort. Je gebruikt het in de constructie Ich habe eine Nachricht hinterlassen om een afgeronde handeling te melden.
eine Eine betekent hier ‘een’ en staat vóór Nachricht. Het introduceert één bericht zonder het als al eerder genoemd te specificeren. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je één niet nader bepaald exemplaar bedoelt.
Nachricht Nachricht betekent hier ‘bericht’ en verwijst naar de boodschap die aan de verhuurder is achtergelaten. In combinatie met hinterlassen gaat het om een bericht dat iemand kan teruglezen of beantwoorden. Je gebruikt het voor een gesproken, geschreven of digitale boodschap.
hinterlassen Hinterlassen betekent hier ‘achterlaten’ en beschrijft dat de spreker een bericht heeft laten staan voor de verhuurder. Het staat samen met habe in de mededeling over de al uitgevoerde actie. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je een bericht, notitie of boodschap voor iemand achterlaat.
aber Aber betekent hier ‘maar’ en zet het achtergelaten bericht tegenover het uitblijven van een antwoord. Het verbindt twee mededelingen met een tegenstelling. Je gebruikt het wanneer de tweede informatie niet overeenkomt met wat de eerste mededeling zou kunnen doen verwachten.
hat Hat betekent hier ‘heeft’ en hoort bij der Vermieter. Samen met geantwortet meldt het dat de verhuurder nog geen antwoord heeft gegeven. Het is de vorm van haben die bij een enkelvoudig onderwerp zoals der Vermieter hoort.
noch Noch betekent hier ‘nog’ en geeft aan dat het antwoord tot nu toe uitblijft. In hat noch nicht geantwortet benadrukt het dat de verwachte handeling nog niet heeft plaatsgevonden. Je gebruikt het om een situatie aan te duiden die tot een bepaald moment voortduurt.
geantwortet Geantwortet betekent hier ‘geantwoord’ en verwijst naar het antwoord dat de verhuurder nog niet heeft gegeven. Het staat samen met hat in de mededeling over een uitblijvende reactie. Je gebruikt het wanneer iemand reageert op een bericht, vraag of verzoek.
Warte Warte betekent hier ‘wacht’ en is een directe aansporing aan één persoon om nog niet meteen verder te handelen. Het hoort bij warten en wordt hier gecombineerd met een korte extra wachttijd. Je gebruikt het om iemand te vragen voorlopig op dezelfde plaats of in dezelfde situatie te blijven.
ein Ein maakt in ein bisschen de kleine hoeveelheid uitdrukking. Het hoort bij bisschen en vormt samen de betekenis ‘een beetje’. Je gebruikt deze combinatie om een kleine hoeveelheid of korte duur aan te geven.
bisschen Bisschen betekent hier ‘beetje’ en verwijst naar een korte extra wachttijd. In ein bisschen vormt het een vaste uitdrukking voor een kleine hoeveelheid. Je gebruikt het wanneer je om een kleine hoeveelheid of een korte tijd vraagt.
sei Sei is hier een werkwoordsvorm binnen de vaste uitdrukking es sei denn. De volledige uitdrukking betekent ‘tenzij’; die betekenis komt niet alleen van sei. Je gebruikt es sei denn om een uitzondering op de voorafgaande instructie in te leiden.
denn Denn is hier onderdeel van de vaste uitdrukking es sei denn, die ‘tenzij’ betekent. Denn heeft in deze combinatie geen zelfstandige betekenis die los van de volledige uitdrukking moet worden vertaald. Je gebruikt de uitdrukking om een voorwaarde te noemen die een eerdere raad beperkt.
musst Musst betekent hier ‘moet’ of ‘nodig heeft te’ en is de vorm van müssen die bij du hoort. In du musst sofort hinein gaat het om de noodzaak om meteen naar binnen te gaan. Je gebruikt het om een verplichting of dringende noodzaak bij één persoon uit te drukken.
sofort Sofort betekent hier ‘meteen’ of ‘onmiddellijk’ en versterkt de dringendheid van naar binnen moeten gaan. Het staat bij de handeling hinein moeten. Je gebruikt het wanneer iets zonder uitstel moet gebeuren.
hinein Hinein betekent hier ‘naar binnen’ en geeft de richting aan van het gebouw of de woning in. Het hoort bij de situatie waarin de spreker toegang moet krijgen. Je gebruikt het om beweging naar de binnenkant van een plaats aan te duiden.
Vielleicht Vielleicht betekent hier ‘misschien’ en maakt de uitspraak over het moeten bewijzen minder stellig. Het staat aan het begin van de zin en geeft onzekerheid over wat later nodig zal zijn. Je gebruikt het wanneer je een mogelijkheid noemt zonder zekerheid te beweren.
muss Muss betekent hier ‘moet’ of ‘nodig heeft te’ en is de vorm van müssen die bij ich hoort. In Vielleicht muss ich beweisen gaat het om een mogelijke noodzaak voor de spreker zelf. Je gebruikt het om een verplichting of noodzakelijke handeling bij jezelf uit te drukken.
beweisen Beweisen betekent hier ‘bewijzen’ en verwijst naar het aantonen dat de spreker in de woning woont. Het staat na muss als de handeling die mogelijk nodig is. Je gebruikt het wanneer je met informatie of een document iets moet aantonen.
dass Dass betekent hier ‘dat’ en leidt de inhoud in van wat de spreker moet bewijzen. In de bijzin staat het werkwoord aan het einde, zoals in dass ich hier wohne. Je gebruikt dass om een mededeling als onderdeel van een andere zin te verbinden.
hier Hier betekent hier ‘hier’ en verwijst naar de woning of plaats waar de spreker zich bevindt of woont. Het staat bij wohne en maakt de woonplaats concreet. Je gebruikt het om naar de huidige of aangewezen plaats te verwijzen.
wohne Wohne betekent hier ‘woon’ en is de vorm van wohnen die bij ich hoort. In dass ich hier wohne beschrijft het de woonplaats die de spreker moet aantonen. Je gebruikt het om te zeggen waar je woont of verblijft.
jemand Jemand betekent hier ‘iemand’ en verwijst naar een nog onbekende persoon die kan komen helpen. Het is het onderwerp van de bijzin over komen. Je gebruikt het wanneer de identiteit van de persoon niet bekend of niet belangrijk is.
kommt Kommt betekent hier ‘komt’ en is de vorm van kommen die bij jemand hoort. Het beschrijft dat een hulpverlener naar de plaats van de spreker komt. Je gebruikt het om aankomst of beweging naar een bepaalde plaats te beschrijven.
um Um maakt hier samen met zu helfen de doelconstructie um zu helfen, ‘om te helpen’. Het geeft aan met welk doel iemand komt; die doelbetekenis hoort bij de hele constructie. Je gebruikt um ... zu om het doel van een handeling uit te drukken.
zu Zu is hier de infinitiefmarkeerder in um zu helfen. Samen met um en helfen vormt het de doeluitdrukking voor het komen. Je gebruikt zu in deze constructie vóór de infinitief die het doel beschrijft.
helfen Helfen betekent hier ‘helpen’ en benoemt het doel waarvoor iemand komt. Het staat na zu in um zu helfen. Je gebruikt het wanneer iemand ondersteuning biedt bij een probleem of taak.
Halte Halte betekent hier ‘houd’ en is een directe aansporing aan één persoon om de Ausweis beschikbaar te houden. In Halte deinen Ausweis bereit vormt het samen met bereit de instructie om iets klaar te houden. Je gebruikt het om iemand te vragen een voorwerp bij de hand te houden.
deinen Deinen betekent hier ‘jouw’ en geeft aan dat de Ausweis van de aangesprokene is. De vorm deinen is de vorm van dein die hier vóór Ausweis staat. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je één persoon informeel op diens bezit aanspreekt.
Ausweis Ausweis betekent hier ‘identiteitsbewijs’ of ‘ID-kaart’. Het is het document dat de spreker klaar moet houden om te kunnen aantonen dat hij daar woont. Je gebruikt het in situaties waarin iemands identiteit of recht op toegang moet worden gecontroleerd.
bereit Bereit betekent hier ‘klaar’ of ‘gereed’. In Halte deinen Ausweis bereit beschrijft het de toestand waarin het identiteitsbewijs beschikbaar is voor gebruik. Je gebruikt het om aan te geven dat iets voorbereid en direct beschikbaar is.
einem Einem betekent hier ‘een’ en staat in an einem warmen Ort vóór de beschrijving van de plaats. Het introduceert een niet nader bepaalde warme plek waar de spreker kan wachten. Je gebruikt deze vorm in een plaatsaanduiding vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord zoals Ort.
warmen Warmen betekent hier ‘warme’ en beschrijft Ort. In an einem warmen Ort gaat het om een plek waar de spreker niet in de kou hoeft te wachten. Je gebruikt deze vorm vóór het zelfstandig naamwoord in deze plaatsaanduiding.
Ort Ort betekent hier ‘plek’ of ‘plaats’. In an einem warmen Ort benoemt het de plaats waar de spreker moet wachten. Je gebruikt het voor een concrete of aangewezen locatie.
möchte Möchte betekent hier ‘zou willen’ of ‘wil liever niet’ en drukt de wens van de spreker uit om geen slotenmaker te bellen. De vorm hangt samen met mögen en wordt hier vóór anrufen gebruikt. Je gebruikt het om een wens of voorkeur beleefd uit te drukken.
keinen Keinen betekent hier ‘geen’ en ontkent dat de spreker een Schlüsseldienst wil bellen. Het staat vóór Schlüsseldienst en maakt duidelijk dat deze optie liever wordt vermeden. Je gebruikt het om een genoemd zelfstandig naamwoord volledig uit te sluiten.
anrufen Anrufen betekent hier ‘telefonisch bellen’. In möchte ... anrufen is het de handeling die de spreker niet wil uitvoeren; in de dialoog wordt dezelfde handeling ook als opdracht gebruikt. Je gebruikt het wanneer je telefonisch contact met een persoon of dienst wilt opnemen.
außer Außer betekent hier ‘tenzij’ of ‘behalve als’ en leidt de uitzondering in op de wens om niet te bellen. In außer wenn es nötig ist krijgt die uitzondering vorm door de volledige combinatie met wenn. Je gebruikt het om een voorwaarde te noemen waaronder een eerdere uitspraak niet geldt.
nötig Nötig betekent hier ‘nodig’ of ‘noodzakelijk’ en beschrijft de voorwaarde waaronder de slotenmaker toch gebeld wordt. Het staat samen met ist in es nötig ist. Je gebruikt het om aan te geven dat iets vereist is om een probleem op te lossen.
ist Ist betekent hier ‘is’ en vormt samen met nötig de mededeling dat iets noodzakelijk is. Het is de vorm van sein die bij es hoort. Je gebruikt het om een toestand, beoordeling of noodzaak uit te drukken.
immer Immer draagt hier samen met noch de betekenis ‘nog steeds’ in immer noch. Het benadrukt dat het uitblijven van een antwoord voortduurt. Je gebruikt immer noch wanneer een situatie ondanks verstreken tijd nog niet veranderd is.
antwortet Antwortet betekent hier ‘antwoordt’ of ‘reageert’ en is de vorm van antworten die bij der Vermieter hoort. In Wenn der Vermieter immer noch nicht antwortet is het de voorwaarde voor de volgende stap. Je gebruikt het wanneer iemand op een bericht, vraag of verzoek reageert.
erkläre Erkläre betekent hier ‘leg uit’ en is een directe aansporing aan één persoon om de situatie toe te lichten. Het staat vóór die Situation, die het onderwerp van de uitleg is. Je gebruikt het wanneer iemand duidelijke informatie over een probleem moet geven.
die Die betekent hier ‘de’ en staat vóór Situation. Het verwijst naar de specifieke situatie rond de buitensluiting. Je gebruikt het om naar iets bepaalds of al uit de context bekends te verwijzen.
Situation Situation betekent hier ‘situatie’ en verwijst naar het probleem waarin de spreker zich bevindt. In erkläre die Situation is het datgene wat aan de slotenmaker moet worden uitgelegd. Je gebruikt het woord om de omstandigheden van een probleem of gebeurtenis samen te vatten.
kann Kann betekent hier ‘kan’ en is de vorm van können die bij ich hoort. In Ich kann in der Eingangshalle sitzen geeft het een beschikbare mogelijkheid aan. Je gebruikt het om te zeggen wat je kunt of als praktische optie kunt doen.
Eingangshalle Eingangshalle betekent hier ‘hal’ of ‘entreehal’ en is de plaats waar de spreker kan wachten. In der Eingangshalle zitten betekent dat de spreker in de gemeenschappelijke ingang blijft. Je gebruikt het voor de hal bij de ingang van een gebouw.
sitzen Sitzen betekent hier ‘zitten’ en beschrijft wat de spreker in de ingangshal kan doen. Het staat na kann als de mogelijke handeling. Je gebruikt het om een zittende positie of het verblijven op een stoel aan te geven.
Handy Handy betekent hier ‘mobiele telefoon’ of ‘mobieltje’. Het is het apparaat dat de spreker ingeschakeld wil houden om bereikbaar te blijven. Je gebruikt het in alledaagse gesprekken over een mobiele telefoon.
eingeschaltet Eingeschaltet betekent hier ‘ingeschakeld’ of ‘aan’ en beschrijft de gewenste toestand van het Handy. Het hoort bij einschalten en staat hier samen met lassen in de betekenis dat de telefoon aan blijft. Je gebruikt het om te zeggen dat een apparaat actief en niet uitgeschakeld is.
lassen Lassen betekent hier ‘laten’ en geeft samen met eingeschaltet aan dat de spreker de telefoon aan laat staan. Het staat na kann als de handeling die mogelijk is. Je gebruikt het met een voorwerp en een toestand wanneer iets in die toestand moet blijven.
kannst Kannst betekent hier ‘kunt’ en is de vorm van können die bij du hoort. In Du kannst dort im Warmen bleiben geeft het een mogelijkheid voor de aangesprokene aan. Je gebruikt het om tegen één persoon te zeggen wat die kan doen.
dort Dort betekent hier ‘daar’ en verwijst naar de ingangshal, de plaats die eerder genoemd is. Het voorkomt dat die locatie opnieuw volledig moet worden genoemd. Je gebruikt het om naar een plaats op enige afstand of naar een eerder genoemde plaats te verwijzen.
im Im betekent hier ‘in het’ en is de samentrekking van in dem. In im Warmen verwijst het naar een warme omgeving of warme plaats. Je gebruikt deze vorm wanneer in vóór dem staat.
bleiben Bleiben betekent hier ‘blijven’ en beschrijft dat de aangesprokene op de warme plaats kan wachten. Het staat na kannst als de mogelijke handeling. Je gebruikt het wanneer iemand niet weggaat en op dezelfde plaats of in dezelfde toestand blijft.
während Während betekent hier ‘terwijl’ en verbindt het blijven op een warme plaats met het geven van extra tijd aan de verhuurder. Het leidt een bijzin in waarin het werkwoord aan het einde staat, zoals in während du ... gibst. Je gebruikt het om twee gelijktijdige handelingen of situaties te verbinden.
dem Dem betekent hier ‘de’ en staat vóór Vermieter in de woordgroep voor degene die extra tijd krijgt. Het markeert de verhuurder als ontvanger van die tijd. Je gebruikt het hier in de combinatie met geben om aan te geven aan wie iets wordt gegeven.
etwas Etwas betekent hier ‘wat’ of ‘een beetje’ en geeft aan dat de verhuurder een kleine hoeveelheid extra tijd krijgt. In noch etwas mehr Zeit versterkt het de betekenis van een beperkte extra hoeveelheid. Je gebruikt het vóór een hoeveelheid of zelfstandig naamwoord wanneer je geen exact aantal noemt.
mehr Mehr betekent hier ‘meer’ en geeft aan dat de verhuurder extra tijd krijgt bovenop de tijd die al verstreken is. In etwas mehr Zeit bepaalt het de hoeveelheid Zeit. Je gebruikt het om een grotere hoeveelheid dan eerder genoemd of verwacht aan te duiden.
Zeit Zeit betekent hier ‘tijd’ en is wat de spreker de verhuurder nog wil geven voordat er een slotenmaker wordt gebeld. In noch etwas mehr Zeit gaat het om een beperkte extra wachttijd. Je gebruikt het om duur of beschikbare tijd te bespreken.
gibst Gibst betekent hier ‘geeft’ en is de vorm van geben die bij du hoort. In dem Vermieter noch etwas mehr Zeit geben betekent het dat je iemand extra tijd toestaat voordat je verdergaat. Je gebruikt deze vorm wanneer je tegen één persoon praat over iets dat die aan iemand anders geeft.

Grammatica

anrufen: Ruf ... an

Ruf den Vermieter sofort an.

roef deen fer-mie-ter zo-fort an.

Bel de verhuurder meteen.

anrufen is een scheidbaar werkwoord: in de hoofdzin staat an op het einde.

während + werkwoord achteraan

Während ich die Situation erkläre, bin ich bereit.

vèè-rent ich die zie-toe-atsie-oon er-klèè-re, bin ich be-rait.

Terwijl ik de situatie uitleg, ben ik klaar.

Na während staat het vervoegde werkwoord achteraan in de bijzin: erkläre.

Duits woordenschat

anrufen werkwoord
an-roefen bellen Ruf ... an
antworten werkwoord
ant-vor-ten antwoorden; reageren geantwortet
ausgesperrt bijvoeglijk naamwoord
aus-ge-sjpert buitengesloten
bald bijwoord
balt snel; binnenkort
bekommen werkwoord
be-kom-men krijgen bekommst
Ersatzschlüssel zelfstandig naamwoord
er-zats-sjlussel reservesleutel
hinterlassen werkwoord
hin-ter-la-sen achterlaten
Nachricht zelfstandig naamwoord
naa-chricht bericht
Schlüsseldienst zelfstandig naamwoord
sjlussel-dienst slotenmaker
Vermieter zelfstandig naamwoord
fer-mie-ter verhuurder
versuchen werkwoord
fer-zoe-chen proberen Versuch
Wohnung zelfstandig naamwoord
voon-oeng appartement

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Probeer het eerst bij de verhuurder.

Antwoord tonenVersuch es zuerst beim Vermieter.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

snel; binnenkort

Antwoord tonenbald

krijgen

Antwoord tonenbekommst

buitengesloten

Antwoord tonenausgesperrt

proberen

Antwoord tonenVersuch