Ervaring met een kookles | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: After a cooking class, two adults discuss useful techniques, feedback on a dish, and growing confidence to host dinner..

NL → DE / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Ervaring met een kookles oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Der Kochkurs war nützlicher, als ich erwartet hatte.

Deer kog-koers vaar nuts-lie-ga, als ig er-vaar-tet hatte. De kookles was nuttiger dan ik had verwacht.
B

Welche Technik hast du von der Köchin gelernt?

Vel-guh teg-niek hast doe fon deer keu-gin ge-lernt? Welke techniek heb je van de chef geleerd?
A

Sie zeigte uns, wie wir nach und nach würzen und oft probieren.

Zie tsai-g-tuh oens, vie vier naag oent naag vur-tsen oent oft pro-bie-ren. Ze liet ons zien hoe we beetje bij beetje kruiden en vaak proeven.
B

Das ist eine praktische Gewohnheit, nicht nur ein Rezept.

Das ist ai-nuh prak-ti-sjuh guh-voon-hait, nigt noer ain re-tsept. Dat is een praktische gewoonte, niet alleen een recept.
A

Ich habe auch gelernt, wie ich die Portionsgröße besser bestimmen kann.

Ig haa-buh oug ge-lernt, vie ig die por-tsie-ons-greu-zuh bes-sa be-sjtim-men kan. Ik heb ook geleerd hoe ik de portiegrootte beter kan bepalen.
B

Hast du Feedback zu deinem Gericht bekommen?

Hast doe fiet-bek tsoe dai-num guh-rigt be-kom-men? Heb je feedback op je gerecht gekregen?
A

Die Soße ist gelungen, aber ich habe die Pasta zu lange gekocht.

Die zoo-zuh ist guh-loeng-uh, aa-buh ig haa-buh die pasta tsoe lang-uh kogt. De saus lukte, maar ik heb de pasta te lang gekookt.
B

Das lässt sich mit besserem Timing leicht verbessern.

Das lest zigh mit bes-sa-rum tai-ming laigt fer-bes-sa-ren. Dat is met een betere timing gemakkelijk te verbeteren.
A

Der Kurs hat mir mehr Selbstvertrauen gegeben, Freunde zum Abendessen einzuladen.

Deer koers hat mier meer zelbst-fer-trou-un guh-geeven, froin-duh tsoem aa-ben-es-sen ain-tsoe-laa-den. De les gaf me meer vertrouwen om vrienden voor het diner uit te nodigen.
B

Dann hat es sich gelohnt, auch wenn du nur ein paar Dinge gelernt hast.

Dan hat es zigh guh-loont, oug ven doe noer ain paar ding-uh ge-lernt hast. Dan was het de moeite waard, ook al heb je maar een paar dingen geleerd.

Uitleg van de zinnen

  1. Der Kochkurs war nützlicher, als ich erwartet hatte.

    De kookles was nuttiger dan ik had verwacht.

    Kochkurs
    kookcursus
    war
    was
    nützlicher
    nuttiger
    als ich erwartet hatte
    dan ik had verwacht
    Uitgebreide uitleg

    Kochkurs betekent hier een kookcursus of kookles. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Kochkurs, meervoud die Kochkurse. Het is een samenstelling met Koch- en Kurs; het laatste deel bepaalt het grammaticale geslacht. Voorbeeld: Der Kochkurs beginnt morgen. — De kookcursus begint morgen. war is de verleden tijd (Präteritum) van sein in de derde persoon enkelvoud. De vorm hoort hier bij Der Kochkurs: Der Kochkurs war ... — De kookcursus was ... In de tegenwoordige tijd staat daar ist: Der Kochkurs ist nützlich. — De kookcursus is nuttig. nützlicher is de vergrotende trap van nützlich en betekent hier “nuttiger”. De vormreeks is nützlich — nützlicher — am nützlichsten (nuttig — nuttiger — het nuttigst). Na als wordt de vergelijking aangevuld: Dieser Kurs ist nützlicher als der andere. — Deze cursus is nuttiger dan de andere. Het bijvoeglijk naamwoord vergelijkt dus de kookcursus met wat de spreker eerder had verwacht. als ich erwartet hatte vormt de tweede helft van de vergelijking: “dan ik had verwacht”. als leidt hier de vergelijkingszin in; het is niet het voorwaardelijke “als”. erwartet hatte is de voltooid verleden tijd (Plusquamperfekt) van erwarten: hatte + het voltooid deelwoord erwartet. Die tijd maakt duidelijk dat het verwachten vóór het beschreven verleden lag. Voorbeeld: Der Film war besser, als ich erwartet hatte. — De film was beter dan ik had verwacht. Samen betekent Der Kochkurs war nützlicher, als ich erwartet hatte.: “De kookles was nuttiger dan ik had verwacht.” De structuur is X war + vergrotende trap + als + persoon had verwacht: eerst wordt X beoordeeld, daarna wordt die beoordeling vergeleken met de eerdere verwachting.

  2. Welche Technik hast du von der Köchin gelernt?

    Welke techniek heb je van de chef geleerd?

    Welche
    welke
    Technik
    techniek
    hast du
    heb je
    Köchin
    chef-kokkin
    gelernt
    geleerd
    Uitgebreide uitleg

    Welche betekent hier “welke” en staat bij Technik. Het woord past zich aan het zelfstandig naamwoord aan: Technik is vrouwelijk (die Technik). In deze vraag is Technik het lijdend voorwerp van gelernt; bij een vrouwelijk enkelvoud ziet welche er in de accusatief hetzelfde uit als in de nominatief. Vergelijk: Welche Technik funktioniert? = “Welke techniek werkt?” en Welche Technik hast du gelernt? = “Welke techniek heb je geleerd?” Technik is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Technik, meervoud die Techniken. Het verwijst hier naar een techniek of werkwijze, niet naar een persoon. Een bruikbaar patroon is eine Technik lernen = “een techniek leren”. hast du bestaat uit de tegenwoordige vorm hast van haben voor du en het onderwerpelijke voornaamwoord du. In een Duitse vraag staat de persoonsvorm vóór het onderwerp: Hast du ...? In deze zin vormt hast samen met gelernt de voltooide tijd. haben krijgt daar de persoonsvorm, terwijl het voltooid deelwoord naar het einde gaat. Köchin betekent hier “kokkin” of “vrouwelijke chef”. Het is de vrouwelijke vorm van Koch; het meervoud is Köchinnen. In von der Köchin staat Köchin na von in de datief: die Köchin wordt der Köchin. von geeft hier de persoon aan van wie de techniek is geleerd. gelernt is het voltooid deelwoord van lernen (“leren”). De vorm lernen – lernte – hat gelernt laat de infinitief, verleden tijd en voltooide tijd zien. Een voorbeeld: Ich habe die Technik gelernt. = “Ik heb de techniek geleerd.” Samen betekent Welche Technik “Welke techniek”, hast du ... gelernt “heb je ... geleerd” en von der Köchin “van de kokkin”. De volledige vraag is dus: “Welke techniek heb je van de chef geleerd?”

  3. Sie zeigte uns, wie wir nach und nach würzen und oft probieren.

    Ze liet ons zien hoe we beetje bij beetje kruiden en vaak proeven.

    Sie
    zij
    zeigte
    liet zien
    uns
    ons
    wie wir
    hoe we
    nach und nach
    beetje bij beetje
    würzen
    kruiden
    oft
    vaak
    probieren
    proeven
    Uitgebreide uitleg

    Sie betekent hier, volgens de vaste vertaling, zij: de vrouwelijke derde persoon enkelvoud. De vorm is met een hoofdletter geschreven omdat zij aan het begin van de zin staat; in een andere context kan Sie ook een formele aanspreekvorm zijn, maar dat is hier niet de bedoelde lezing. zeigte is de verleden tijd van zeigen — zeigen – zeigte – hat gezeigt. Het betekent hier dat zij iets liet zien of uitlegde door het voor te doen. Voorbeeld: Er zeigte mir den Weg. — Hij wees me de weg. uns is de datiefvorm van wir in het meervoud: wir = wij, uns = ons. Hier zijn de betrokken personen degenen aan wie zij iets liet zien. Vergelijk: Sie zeigt uns etwas. — Zij laat ons iets zien. wie wir leidt een bijzin in met de betekenis hoe wij. wie vraagt hier niet naar een manier als los vraagwoord, maar introduceert de inhoud van wat zij liet zien. In deze bijzin staat wir als onderwerp: wij zijn degenen die de handelingen uitvoeren. nach und nach is een vaste uitdrukking voor een geleidelijke opeenvolging: beetje bij beetje, niet alles tegelijk. Voorbeeld: Nach und nach wird es leichter. — Beetje bij beetje wordt het gemakkelijker. würzen is het infinitief van würzen en betekent eten kruiden of op smaak brengen. De vorm verandert hier niet door wir; in een hoofdzin zou je bijvoorbeeld zeggen: Wir würzen die Suppe. — Wij kruiden de soep. Het woord heeft een umlaut: würzen, niet een veronderstelde vorm zonder umlaut. oft is een bijwoord van frequentie en betekent vaak. Het zegt dat iets regelmatig gebeurt, zonder een precies aantal te geven. Voorbeeld: Wir probieren oft. — Wij proeven vaak. probieren is het infinitief van probieren: proeven of uitproberen. In deze zin past door de vaste vertaling de betekenis proeven, in de context van eten. Het is een regelmatig werkwoord; de vorm bij wir in een hoofdzin is ook probieren: Wir probieren die Suppe. — Wij proeven de soep. Samen vormt Sie zeigte uns de hoofdzin: zij liet het ons zien. Daarna geeft wie wir ... würzen und oft probieren aan wát zij liet zien: hoe wij geleidelijk kruiden en vaak proeven. De twee infinitieven würzen en probieren zijn met und verbonden en hebben hetzelfde onderwerp wir. De volledige betekenis is dus: Ze liet ons zien hoe we beetje bij beetje kruiden en vaak proeven.

  4. Das ist eine praktische Gewohnheit, nicht nur ein Rezept.

    Dat is een praktische gewoonte, niet alleen een recept.

    Das ist
    Dat is
    praktische
    praktisch
    Gewohnheit
    gewoonte
    nicht nur
    niet alleen
    Rezept
    recept
    Uitgebreide uitleg

    Das ist betekent hier: “Dat is”. das is een aanwijzend voornaamwoord dat in deze zin als onderwerp fungeert; ist is de vorm van sein in de derde persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd. Het patroon Das ist + zelfstandig naamwoord is direct herbruikbaar: Das ist ein Beispiel. — “Dat is een voorbeeld.” praktische beschrijft Gewohnheit: het gaat hier om een gewoonte die praktisch of nuttig is. Het bijvoeglijk naamwoord heeft de basisvorm praktisch; de uitgang -e past hier bij het lidwoord eine en het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Gewohnheit in deze naamval. Bijvoorbeeld: eine praktische Lösung — “een praktische oplossing”. Gewohnheit betekent “gewoonte”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Gewohnheit, met meervoud die Gewohnheiten. De woordgroep eine praktische Gewohnheit betekent dus “een praktische gewoonte”. nicht nur betekent “niet alleen”. Deze constructie maakt duidelijk dat de daaropvolgende omschrijving niet de volledige karakterisering is. Ze wordt vaak aangevuld met sondern auch (“maar ook”): Das ist nicht nur nützlich, sondern auch einfach. — “Dat is niet alleen nuttig, maar ook eenvoudig.” In de vaste zin staat alleen het eerste deel; de zin beweert daardoor wel dat het niet uitsluitend een recept is, zonder een tweede eigenschap te noemen. Rezept betekent hier “recept”, in de betekenis van instructies voor het bereiden van eten. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Rezept, meervoud die Rezepte. Na ein staat hier de vorm ein Rezept: Das ist ein Rezept. — “Dat is een recept.” Samen vormen de delen: Das ist + eine praktische Gewohnheit + nicht nur + ein Rezept. De volledige betekenis is: “Dat is een praktische gewoonte, niet alleen een recept.” De komma scheidt de hoofdmededeling van de toevoeging die het beperkte label “alleen een recept” afwijst.

  5. Ich habe auch gelernt, wie ich die Portionsgröße besser bestimmen kann.

    Ik heb ook geleerd hoe ik de portiegrootte beter kan bepalen.

    Ich habe
    ik heb
    auch
    ook
    gelernt
    geleerd
    wie ich
    hoe ik
    Portionsgröße
    portiegrootte
    besser
    beter
    bestimmen
    bepalen
    kann
    kan
    Uitgebreide uitleg

    Ich habe vormt hier samen met gelernt het Duitse Perfekt, de voltooide tijd. habe is de vervoegde vorm van haben bij ich; haben is de basisvorm. Het onderwerp is ich, en het voltooid deelwoord staat aan het einde van de hoofdzin. Voorbeeld: Ich habe gekocht. — “Ik heb gekookt.” auch betekent hier “ook” en voegt deze ervaring toe aan iets dat al in de context genoemd is. Het verandert de tijd of de handeling niet. gelernt is het voltooid deelwoord van lernen (“leren”). In deze hoofdzin staat het hulpwerkwoord habe op de tweede positie en staat gelernt aan het einde. Voorbeeld: Ich habe viel gelernt. — “Ik heb veel geleerd.” wie ich leidt een indirecte vraag in: “hoe ik”. ich is daarin het onderwerp. Deze bijzin vraagt hier naar de manier waarop iets kan worden gedaan, niet naar een persoon of een ding. In een Duitse bijzin staat de vervoegde vorm doorgaans achteraan. Portionsgröße is een samengesteld zelfstandig naamwoord met Portion, een verbindings-s en Größe: “de grootte van een portie”, dus “portiegrootte”. Het woord is vrouwelijk: die Portionsgröße. Het lidwoord die hoort bij het grammaticale geslacht van dit zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Die Portionsgröße ist klein. — “De portiegrootte is klein.” besser is de vergrotende trap van gut (“goed”): gut → besser → am besten. Hier gaat besser over de manier van bepalen en betekent het “beter”, dus vergeleken met een andere relevante manier of standaard. Het beschrijft niet het zelfstandig naamwoord Portionsgröße. bestimmen betekent hier “bepalen” of “vaststellen”. Het is een infinitief. Na een modaal werkwoord blijft het als infinitief staan, terwijl het modale werkwoord wordt vervoegd. Voorbeeld: Ich kann die Menge bestimmen. — “Ik kan de hoeveelheid bepalen.” kann is de vorm van können bij ich en drukt hier mogelijkheid of bekwaamheid uit: “kan”. Het infinitief bestimmen hoort erbij. In deze Duitse bijzin staat bestimmen vóór kann, zodat de vervoegde vorm aan het einde staat. Het patroon is: wie ich ... bestimmen kann — “hoe ik ... kan bepalen”. Samen betekent Ich habe auch gelernt, wie ich die Portionsgröße besser bestimmen kann.: “Ik heb ook geleerd hoe ik de portiegrootte beter kan bepalen.” De hoofdzin zegt wat de spreker heeft geleerd; de daaropvolgende wie-bijzin benoemt de aangeleerde manier. auch betekent “ook”, besser kwalificeert het bepalen, en kann drukt de mogelijkheid of bekwaamheid van de spreker uit.

  6. Hast du Feedback zu deinem Gericht bekommen?

    Heb je feedback op je gerecht gekregen?

    Hast du
    heb je
    Feedback
    feedback
    Gericht
    gerecht
    bekommen
    gekregen
    Uitgebreide uitleg

    Hast du is een vaste, herbruikbare vraagopening voor een ja-neevraag. hast is de tegenwoordige tijd van haben bij du; doordat het werkwoord vooraan staat, herken je hier een vraag: Hast du ...? = “Heb je ...?” In een mededelende zin staat dezelfde combinatie als Du hast .... Feedback is hier een zelfstandig naamwoord voor een reactie of beoordeling. Het Duitse leenwoord is onzijdig: das Feedback; het verandert in deze zin niet van vorm. Voorbeeld: Ich bekomme Feedback. — “Ik krijg feedback.” Gericht betekent hier “gerecht”, dus een bereide maaltijd of schotel. Het kan in andere contexten ook “rechtbank” of “gerechtelijke instantie” betekenen, maar de vaste vertaling en de kookcontext ondersteunen hier de betekenis “gerecht”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Gericht. In zu deinem Gericht staat het in de datief na zu: deinem stemt daarmee overeen. De combinatie Feedback zu ... betekent “feedback over/op ...”. bekommen is de basisvorm van het werkwoord “krijgen” of “ontvangen”. In deze zin is het ook de voltooid deelwoordvorm: bij haben vormt het de voltooide tijd: du hast ... bekommen = “je hebt ... gekregen”. Het werkwoord staat in deze vraag aan het einde van de verbale combinatie. Voorbeeld: Sie hat eine Antwort bekommen. — “Zij heeft een antwoord gekregen.” De delen bouwen samen de vraag Hast du Feedback zu deinem Gericht bekommen? op: Hast du markeert de vraag, Feedback zu deinem Gericht benoemt waarover de reactie gaat, en bekommen drukt uit dat de feedback ontvangen is. De volledige betekenis is: “Heb je feedback op je gerecht gekregen?”

  7. Die Soße ist gelungen, aber ich habe die Pasta zu lange gekocht.

    De saus lukte, maar ik heb de pasta te lang gekookt.

    Soße
    saus
    ist gelungen
    is gelukt
    aber
    maar
    ich habe
    ik heb
    Pasta
    pasta
    zu lange
    te lang
    gekocht
    gekookt
    Uitgebreide uitleg

    Soße betekent hier saus. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Soße; het meervoud is die Soßen. Een bruikbaar voorbeeld is: Die Soße ist scharf. — “De saus is pittig.” ist gelungen drukt hier uit dat iets goed is gelukt of goed is uitgevallen. gelungen hoort bij het werkwoord gelingen; in deze constructie staat het met sein: etwas ist gelungen. Dit is geen passief van “iets maken”, maar beschrijft het resultaat. Voorbeeld: Der Kuchen ist gelungen. — “De taart is goed gelukt.” aber verbindt twee mededelingen met een tegenstelling: “maar”. Na aber blijft de gewone woordvolgorde van de hoofdzin mogelijk. Hier volgt dus ich habe ... gekocht. ich habe bestaat uit het persoonlijk voornaamwoord ich (“ik”) en de eerste persoon enkelvoud van haben (“hebben”). In deze zin is habe een hulpwerkwoord voor het perfectum; het betekent hier niet zelfstandig “bezitten”. Het patroon is ich habe + voltooid deelwoord, bijvoorbeeld: Ich habe gegessen. — “Ik heb gegeten.” Pasta is het zelfstandig naamwoord voor pasta. In het Duits wordt het doorgaans als vrouwelijk gebruikt: die Pasta. Voorbeeld: Die Pasta ist fertig. — “De pasta is klaar.” zu lange betekent “te lang”. lange is hier een bijwoord dat de duur aangeeft; zu maakt daar een overdreven of onvoldoende passende duur van: de handeling duurde langer dan wenselijk. Het basiswoord is lang; een vergelijking is länger — “langer”. Voorbeeld: Ich habe zu lange gewartet. — “Ik heb te lang gewacht.” gekocht is het voltooid deelwoord van kochen (“koken”). Samen met habe vormt het het perfectum: ich habe gekocht — “ik heb gekookt”. Het deelwoord zelf verandert hier niet mee met de persoon; de persoon staat in het hulpwerkwoord habe. Voorbeeld: Sie hat die Suppe gekocht. — “Zij heeft de soep gekookt.” Samen betekent Die Soße ist gelungen, aber ich habe die Pasta zu lange gekocht.: “De saus is goed gelukt, maar ik heb de pasta te lang gekookt.” De eerste hoofdzin beoordeelt het resultaat van de saus. aber zet daar de tweede hoofdzin tegenover; daarin geeft habe ... gekocht een afgeronde handeling in het verleden aan, met zu lange als beoordeling van de kookduur.

  8. Das lässt sich mit besserem Timing leicht verbessern.

    Dat is met een betere timing gemakkelijk te verbeteren.

    Das
    dat
    lässt sich
    kan ... worden
    besserem
    beter
    Timing
    timing
    leicht
    gemakkelijk
    verbessern
    verbeteren
    Uitgebreide uitleg

    Das betekent hier dat en is een aanwijzend voornaamwoord. De vorm is onzijdig enkelvoud in de nominatief; uit de vaste vertaling blijkt de bedoelde verwijzing, maar niet dat er een specifiek zelfstandig naamwoord wordt genoemd. Een vergelijkbare keuze is dieses voor dit/deze in een andere context. lässt sich hoort bij een belangrijke Duitse mogelijkheidconstructie: sich lassen + infinitief betekent vaak dat iets gedaan kan worden. In deze zin krijgt Das lässt sich verbessern dus de betekenis Dat kan verbeterd worden. lässt is de derde persoon enkelvoud van lassen; in deze zin staat niet de infinitief lassen, maar de vervoegde vorm lässt, terwijl verbessern de infinitief is die aan het einde staat. Voorbeeld: Der Fehler lässt sich vermeiden. — De fout kan worden vermeden. besserem is de vergrotende trap van gut: gut – besser – am besten. Het woord besserem beschrijft hier Timing en staat na mit, dus in de datief. Omdat er geen lidwoord vóór Timing staat en Timing onzijdig enkelvoud is, krijgt het bijvoeglijk naamwoord hier de uitgang -em: mit besserem Timing. Na het onzijdige onbepaalde lidwoord ein verschijnt de vorm besseres, bijvoorbeeld in ein besseres Timing — een betere timing. Timing is een zelfstandig naamwoord en wordt in het Duits met een hoofdletter geschreven. Hier gaat het om het kiezen of verbeteren van het juiste moment. Als leenwoord kan het in vergelijkbare combinaties voorkomen, bijvoorbeeld gutes Timing — een goede timing. leicht betekent hier gemakkelijk en werkt als bijwoord: het beschrijft hoe de verbetering kan worden uitgevoerd. Als bijvoeglijk naamwoord kan dezelfde vorm vóór een zelfstandig naamwoord staan, bijvoorbeeld eine leichte Übung — een gemakkelijke oefening; als bijwoord blijft leicht onveranderd. verbessern is de infinitief verbeteren. Het is een regelmatig werkwoord: verbessern – verbesserte – hat verbessert. In deze zin noemt het de handeling die mogelijk is; het zegt niet wie die handeling uitvoert. Voorbeeld: Wir verbessern den Plan. — Wij verbeteren het plan. Samen vormen de delen Das lässt sich mit besserem Timing leicht verbessern. De constructie Das lässt sich ... verbessern geeft de mogelijkheid weer om dat te verbeteren; mit besserem Timing noemt het middel of de omstandigheid die daarbij helpt, en leicht zegt dat dit gemakkelijk kan gebeuren. De volledige betekenis is daarom: Dat is met een betere timing gemakkelijk te verbeteren.

  9. Der Kurs hat mir mehr Selbstvertrauen gegeben, Freunde zum Abendessen einzuladen.

    De les gaf me meer vertrouwen om vrienden voor het diner uit te nodigen.

    Kurs
    cursus, les
    hat
    heeft
    mir
    mij
    mehr
    meer
    Selbstvertrauen
    zelfvertrouwen
    gegeben
    gegeven
    Freunde
    vrienden
    zum
    voor het
    Abendessen
    avondeten, diner
    einzuladen
    uit te nodigen
    Uitgebreide uitleg

    Kurs betekent hier “cursus” of “les”. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Kurs in het enkelvoud, die Kurse in het meervoud. Voorbeeld: Der Kurs beginnt morgen. — “De cursus begint morgen.” hat is de vorm van haben voor de derde persoon enkelvoud. Hier is het een hulpwerkwoord in de voltooide tijd: hat ... gegeben betekent “heeft ... gegeven”. Het onderwerp is der Kurs, dus enkelvoud. mir is de datiefvorm van het persoonlijk voornaamwoord ich: ich → mir. Het duidt hier de persoon aan die iets ontvangt of ervaart: “mij”. De reeks jemandem etwas geben betekent “iemand iets geven”; jemandem staat daarbij in de datief. mehr betekent “meer”. Het vergelijkt een grotere hoeveelheid of mate met een eerdere of verwachte hoeveelheid. Voorbeeld: Ich brauche mehr Zeit. — “Ik heb meer tijd nodig.” Selbstvertrauen betekent “zelfvertrouwen”. Het Duitse woord is een samenstelling van selbst en Vertrauen, maar als geheel is het een zelfstandig naamwoord: das Selbstvertrauen. In deze zin is het datgene wat de cursus heeft gegeven. mehr Selbstvertrauen betekent “meer zelfvertrouwen”. gegeben is het voltooid deelwoord van geben (“geven”). De belangrijke vormen zijn geben — gab — hat gegeben. In deze zin staat het samen met hat in de voltooide tijd. Het patroon jemandem etwas geben is opnieuw bruikbaar: Sie hat mir einen Tipp gegeben. — “Ze heeft me een tip gegeven.” Freunde betekent “vrienden”. Het is het meervoud van der Freund (“vriend”); bij vrouwelijke personen kan ook die Freundin / Freundinnen worden gebruikt. Hier is Freunde het lijdend voorwerp van einzuladen: de vrienden zijn degenen die uitgenodigd worden. Het meervoud heeft in deze vorm dezelfde spelling als de nominatief; de zinsfunctie wordt hier vooral door de woordvolgorde en de constructie duidelijk. zum is de samentrekking van zu dem. In jemanden zum Abendessen einladen hoort het bij de gebruikelijke combinatie “iemand voor het avondeten uitnodigen”. zu plus datief kan onder meer een gelegenheid of bestemming aangeven; dem is hier de datiefvorm van het onzijdige das. Abendessen betekent “avondeten” of “diner”. Het is onzijdig: das Abendessen. In zum Abendessen staat het als zu dem Abendessen; het lidwoord laat de datief zien. Voorbeeld: Wir essen zusammen zu Abend. — “We eten 's avonds samen.” einzuladen is de infinitief met zu van het scheidbare werkwoord einladen (“uitnodigen”). Bij een scheidbaar werkwoord komt zu in deze vorm tussen het voorvoegsel en de werkwoordstam: einladen → einzuladen. In deze zin betekent Freunde zum Abendessen einzuladen: “vrienden voor het avondeten uit te nodigen”. Samen vormen hat mir mehr Selbstvertrauen gegeben en Freunde zum Abendessen einzuladen de betekenis: de cursus heeft mij meer zelfvertrouwen gegeven om vrienden voor het avondeten uit te nodigen. Het patroon is etwas hat jemandem mehr ... gegeben, etwas zu tun: iets heeft iemand meer ... gegeven om iets te doen. De komma markeert hier de infinitiefgroep Freunde zum Abendessen einzuladen, die aangeeft waarvoor het zelfvertrouwen nuttig was.

  10. Dann hat es sich gelohnt, auch wenn du nur ein paar Dinge gelernt hast.

    Dan was het de moeite waard, ook al heb je maar een paar dingen geleerd.

    hat es sich gelohnt
    het was de moeite waard
    auch wenn
    ook al
    du
    jij
    nur
    maar
    ein paar
    een paar
    Dinge
    dingen
    gelernt
    geleerd
    Uitgebreide uitleg

    hat es sich gelohnt komt van sich lohnen: iets de moeite waard zijn. De vorm hat ... gelohnt is het perfekt met haben; sich hoort bij het wederkerige werkwoord. In deze zin verwijst es niet naar een specifiek genoemd zelfstandig naamwoord, maar vormt het de constructie voor de bedoelde situatie. Herbruikbaar patroon: Es hat sich gelohnt, ... — Het was de moeite waard om ... Voorbeeld: Es hat sich gelohnt, früh aufzustehen. — Het was de moeite waard om vroeg op te staan. auch wenn leidt een toegevende bijzin in: ook al of zelfs als. In zo’n Duitse bijzin staat de vervoegde werkwoordsvorm achteraan. Hier staat daarom hast aan het einde van de bijzin als onderdeel van hast gelernt. du is de persoonlijke vorm voor de tweede persoon enkelvoud: jij. Het is hier het onderwerp van de bijzin. De bijbehorende werkwoordsvorm is hast: du hast. nur beperkt wat volgt: slechts of maar. Hier beperkt het de hoeveelheid ein paar Dinge; het betekent dus dat het om een klein aantal dingen gaat. ein paar is een kwantiteitsaanduiding voor een klein, niet nader bepaald aantal. Het staat hier bij het meervoud Dinge. Het beweert niet noodzakelijk een exact aantal. Voorbeeld: Ich habe ein paar Fragen. — Ik heb een paar vragen. Dinge is het meervoud van das Ding, een algemeen woord voor dingen of zaken. In deze zin gaat het om de dingen of onderwerpen die de aangesprokene heeft geleerd. Het meervoud herken je hier aan de vorm Dinge; het lidwoord en de vorm kunnen in andere naamvallen veranderen. gelernt is het voltooid deelwoord van lernen — leren. Samen met hast vormt het het perfekt: du hast gelernt — jij hebt geleerd. Het voltooid deelwoord blijft hier gelernt; de persoonsinformatie staat in hast. Voorbeeld: Du hast viel gelernt. — Jij hebt veel geleerd. In de volledige zin geeft Dann eerst de gevolgtrekking aan: dan. hat es sich gelohnt zegt dat de inspanning of activiteit de moeite waard was. De bijzin auch wenn du nur ein paar Dinge gelernt hast voegt een beperking toe: ook als jij maar een paar dingen hebt geleerd. Samen betekent de zin: Dan was het de moeite waard, ook al heb je maar een paar dingen geleerd.

Grammatica

nützlicher als + Vergleich

Der Kochkurs ist nützlicher als das Rezept.

Deer kog-koers ist nuts-lie-ga als das re-tsept.

De kookcursus is nuttiger dan het recept.

Bij de vergrotende trap krijgt het bijvoeglijk naamwoord -er: nützlich → nützlicher.

auch wenn + bijzin met werkwoord achteraan

Auch wenn die Soße nicht gelingt, lohnt sich der Kochkurs.

Oug ven die zoo-zuh nigt guh-lingt, loont zigh deer kog-koers.

Ook al lukt de saus niet, de kookcursus is de moeite waard.

Na auch wenn staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin: auch wenn ... gelingt.

Duits woordenschat

erwarten werkwoord
er-vaar-ten verwachten erwartet

Der Kochkurs war nützlicher, als ich erwartet hatte.

Gewohnheit zelfstandig naamwoord
guh-voon-hait gewoonte

Das ist eine praktische Gewohnheit, nicht nur ein Rezept.

Köchin zelfstandig naamwoord
keu-gin kokkin

Welche Technik hast du von der Köchin gelernt?

Kochkurs zelfstandig naamwoord
kog-koers kookcursus

Der Kochkurs war nützlicher, als ich erwartet hatte.

lernen werkwoord
ler-nen leren gelernt

Welche Technik hast du von der Köchin gelernt?

nach und nach uitdrukking
naag oent naag beetje bij beetje

Sie zeigte uns, wie wir nach und nach würzen und oft probieren.

nützlich bijvoeglijk naamwoord
nuts-lig nuttig nützlicher

Der Kochkurs war nützlicher, als ich erwartet hatte.

praktisch bijvoeglijk naamwoord
prak-tisj praktisch praktische

Das ist eine praktische Gewohnheit, nicht nur ein Rezept.

probieren werkwoord
pro-bie-ren proeven

Sie zeigte uns, wie wir nach und nach würzen und oft probieren.

Technik zelfstandig naamwoord
teg-niek techniek

Welche Technik hast du von der Köchin gelernt?

würzen werkwoord
vur-tsen kruiden

Sie zeigte uns, wie wir nach und nach würzen und oft probieren.

zeigen werkwoord
tsai-gen laten zien zeigte

Sie zeigte uns, wie wir nach und nach würzen und oft probieren.

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

techniek

Antwoord tonenTechnik

leren

Antwoord tonengelernt

verwachten

Antwoord tonenerwartet

kokkin

Antwoord tonenKöchin