Der
“Der” is hier het bepaalde lidwoord bij “Kochkurs”; in “von der Köchin” staat dezelfde vorm bij “Köchin”. Het herbruikbare patroon is “der + zelfstandig naamwoord”, bijvoorbeeld om een bepaald onderwerp of persoon te noemen.
Kochkurs
“Kochkurs” betekent kookcursus of kookles en verwijst hier naar de les die de spreker heeft gevolgd. Je gebruikt het in een context waarin iemand over een kookopleiding of kookactiviteit vertelt, zoals in “Der Kochkurs war nützlicher”.
war
“War” betekent “was” en beschrijft hier hoe de kookcursus in het verleden was; het is een vorm van “sein”. Een herbruikbaar patroon is een onderwerp gevolgd door “war” en een beschrijving, zoals “Der Kochkurs war nützlicher”.
nützlicher
“Nützlicher” betekent “nuttiger” en vergelijkt de kookcursus met wat de spreker vooraf had verwacht; het is de vergelijkende vorm bij “nützlich”. Het patroon “iets war nützlicher als iets anders” gebruik je om twee verwachtingen of ervaringen te vergelijken.
als
“Als” betekent hier “dan” en leidt het tweede deel van de vergelijking in “nützlicher, als ich erwartet hatte” in. Na een vergelijkende vorm gebruik je “als” om aan te geven waarmee je vergelijkt.
ich
“Ich” betekent “ik” en is hier het onderwerp van wat de spreker verwachtte; dezelfde vorm verschijnt ook in “Ich habe auch gelernt”. Je gebruikt “ich” wanneer je over je eigen verwachting, ervaring of handeling spreekt.
erwartet
“Erwartet” betekent “verwacht” en is de vorm van “erwarten” in “ich erwartet hatte”. Samen met “hatte” beschrijft het wat de spreker al vóór de kookcursus had verwacht.
hatte
“Hatte” betekent “had” en is een vorm van “haben”; in “als ich erwartet hatte” staat het aan het einde van de bijzin. Je gebruikt dit patroon om een eerdere verwachting of handeling in een bijzin te plaatsen.
Welche
“Welche” betekent “welke” en vraagt hier om een keuze of specificatie bij “Technik”. Het herbruikbare patroon is “Welche + zelfstandig naamwoord?” wanneer je wilt weten om welke techniek, activiteit of zaak het gaat.
Technik
“Technik” betekent “techniek” en verwijst hier naar een concrete kookmethode die de spreker van de kokkin heeft geleerd. Je gebruikt het bij een aangeleerde manier om iets praktisch uit te voeren, zoals kruiden of proeven.
hast
“Hast” betekent “hebt” en is hier een vorm van “haben” in de vraag “Hast du Feedback zu deinem Gericht bekommen?”. Samen met “du” vormt het een vraag naar een ervaring of gebeurtenis.
du
“Du” betekent “je” en verwijst hier naar de persoon aan wie de vraag wordt gesteld. Het staat in “Hast du Feedback zu deinem Gericht bekommen?” en wordt gebruikt om iemand rechtstreeks informeel aan te spreken.
von
“Von” betekent hier “van” en geeft aan van wie de spreker de techniek heeft geleerd: “von der Köchin”. Je gebruikt “von” om de bron of persoon aan te geven waar iets vandaan komt of van wie je iets leert.
Köchin
“Köchin” betekent “kokkin” en verwijst hier naar de vrouw die de kookles gaf. Je gebruikt het in de bronvermelding “von der Köchin” wanneer je zegt van wie je iets hebt geleerd.
gelernt
“Gelernt” betekent “geleerd” en is de vorm van “lernen” in “hast du ... gelernt”. Het komt ook voor in “nur ein paar Dinge gelernt” en verwijst telkens naar kennis of vaardigheden die iemand heeft verworven.
Sie
“Sie” betekent hier “zij” en verwijst naar de kokkin die de deelnemers iets liet zien. In “Sie zeigte uns” staat het als onderwerp; de hoofdletter hoort hier ook bij het begin van de zin.
zeigte
“Zeigte” betekent “liet zien” of “toonde” en is een vorm van “zeigen”. In “Sie zeigte uns, wie ...” geeft het aan dat de kokkin de deelnemers een werkwijze uitlegde of demonstreerde.
uns
“Uns” betekent “ons” en verwijst naar de groep aan wie de kokkin de techniek liet zien. In “Sie zeigte uns” geeft het aan wie de uitleg of demonstratie ontving.
wie
“Wie” betekent hier “hoe” en leidt de uitleg in “wie wir nach und nach würzen und oft probieren” in. Je gebruikt “wie” na werkwoorden zoals “zeigen” om een werkwijze of manier te beschrijven.
nach und nach
“Nach und nach” betekent “geleidelijk” of “beetje bij beetje” en beschrijft hier dat je stapsgewijs kruidt. Het eerste en tweede “nach” verwijzen naar opeenvolgende kleine stappen, terwijl “und” ze met elkaar verbindt. Een herbruikbaar patroon is “iets nach und nach doen” wanneer een verandering geleidelijk verloopt.
würzen
“Würzen” betekent hier “kruiden” en verwijst naar het toevoegen van kruiden aan het gerecht. Het staat in “wie wir nach und nach würzen”; een herbruikbaar patroon is “iets würzen”, waarbij je het gerecht als object noemt.
und
“Und” betekent “en” en verbindt hier de twee kookhandelingen “würzen” en “probieren”. Je gebruikt “und” om gelijkwaardige handelingen of informatie samen te voegen.
oft
“Oft” betekent “vaak” en geeft aan dat de deelnemers regelmatig moeten proeven. Het staat vóór “probieren”; het patroon “oft + werkwoord” gebruik je om de frequentie van een handeling aan te geven.
probieren
“Probieren” betekent hier “proeven” en verwijst in deze kookcontext naar het tussendoor testen van de smaak. Het staat naast “würzen” in “würzen und oft probieren”; je kunt het gebruiken wanneer iemand eten of drinken probeert.
Das
“Das” betekent “dat” en verwijst hier naar de zojuist beschreven gewoonte van geleidelijk kruiden en vaak proeven. In “Das ist eine praktische Gewohnheit” wijst het terug naar eerdere informatie.
ist
“Ist” betekent “is” en is een vorm van “sein”; het verbindt “Das” met de beschrijving “eine praktische Gewohnheit”. Het patroon “Das ist ...” gebruik je om iets te benoemen of te beoordelen.
eine
“Eine” betekent “een” en staat vóór “praktische Gewohnheit” om één gewoonte te benoemen. Een herbruikbaar patroon is “eine + bijvoeglijk naamwoord + zelfstandig naamwoord” wanneer je één zaak beschrijft.
praktische
“Praktische” betekent “praktische” en beschrijft hier de gewoonte als bruikbaar in de praktijk; het is de vorm van “praktisch”. Het staat direct vóór “Gewohnheit” in “eine praktische Gewohnheit”.
Gewohnheit
“Gewohnheit” betekent “gewoonte” en verwijst hier naar het regelmatig kruiden en proeven tijdens het koken. De uitdrukking “eine praktische Gewohnheit” gebruik je om een herhaalde handeling als nuttige werkwijze te beschrijven.
nicht
“Nicht” betekent “niet” en maakt in “nicht nur ein Rezept” duidelijk dat de gewoonte meer inhoudt dan alleen een recept volgen. Het herbruikbare patroon “nicht nur X” gebruik je om aan te geven dat iets verder gaat dan één aspect.
nur
“Nur” betekent “alleen” of “slechts” en beperkt hier de betekenis van “ein Rezept”. Samen met “nicht” vormt het “nicht nur ein Rezept”, waarmee een beperking wordt ontkend.
ein
“Ein” betekent “een” en staat vóór “Rezept” in “nicht nur ein Rezept”. Je gebruikt het om één recept of ander niet nader bepaald zelfstandig naamwoord te noemen.
Rezept
“Rezept” betekent “recept” en verwijst hier naar een geschreven of vaste kookinstructie. De zin benadrukt dat de aangeleerde gewoonte niet alleen uit “ein Rezept” bestaat.
habe
“Habe” betekent “heb” en is een vorm van “haben” in “Ich habe auch gelernt”. Het helpt hier om de eigen leerervaring van de spreker uit te drukken.
auch
“Auch” betekent “ook” en voegt een tweede leerpunt toe aan wat de spreker al heeft verteld. In “Ich habe auch gelernt” geeft het aan dat er naast de eerder genoemde techniek nog iets is geleerd.
die
“Die” is hier het bepaalde lidwoord bij “Portionsgröße” en “Soße”; aan het begin van “Die Soße” wordt het met een hoofdletter geschreven als eerste woord van de zin. Het patroon “die + zelfstandig naamwoord” gebruik je om een specifiek gerecht of onderdeel te benoemen.
Portionsgröße
“Portionsgröße” betekent “portiegrootte” en verwijst naar de hoeveelheid eten die één portie bevat. In “die Portionsgröße besser bestimmen” gaat het om het nauwkeuriger bepalen van die hoeveelheid.
besser
“Besser” betekent “beter” en is de vergelijkende vorm bij “gut”; hier beschrijft het dat de portiegrootte op een betere manier wordt bepaald. Het herbruikbare patroon “iets besser bestimmen” past bij het verbeteren van de nauwkeurigheid van een bepaling.
bestimmen
“Bestimmen” betekent hier “bepalen” en verwijst naar het vaststellen van de juiste portiegrootte. Het staat in “die Portionsgröße besser bestimmen kann”; een herbruikbaar patroon is “iets bestimmen”, waarbij het te bepalen onderdeel wordt genoemd.
kann
“Kann” betekent “kan” en is een vorm van “können”; hier geeft het aan dat de spreker de portiegrootte beter kan bepalen. In de bijzin “wie ich ... bestimmen kann” staat het modale werkwoord aan het einde.
Feedback
“Feedback” betekent “feedback” of terugkoppeling en verwijst hier naar de beoordeling van het gerecht. Het herbruikbare patroon is “Feedback zu etwas bekommen”, zoals in “Feedback zu deinem Gericht bekommen”.
zu
“Zu” betekent hier “over” of “met betrekking tot” en verbindt “Feedback” met “deinem Gericht”. Je gebruikt het patroon “Feedback zu + onderwerp” wanneer je zegt waarover de terugkoppeling gaat.
deinem
“Deinem” betekent “jouw” en verwijst hier naar het gerecht van de aangesproken persoon; het is een vorm van “dein”. Het staat direct vóór “Gericht” in “zu deinem Gericht”.
Gericht
“Gericht” betekent hier “gerecht” in de betekenis van klaargemaakt eten. In “Feedback zu deinem Gericht” is het het gerecht waarop de feedback betrekking heeft.
bekommen
“Bekommen” betekent hier “krijgen” of “ontvangen” en verwijst naar het ontvangen van feedback. Het staat aan het einde van “Hast du Feedback zu deinem Gericht bekommen?”; een herbruikbaar patroon is “Feedback bekommen”.
Soße
“Soße” betekent “saus” en verwijst hier naar het onderdeel van het gerecht dat goed is gelukt. Je gebruikt het in een kookcontext, zoals in “Die Soße ist gelungen”.
gelungen
“Gelungen” betekent hier “gelukt” of “goed geslaagd” en is de vorm van “gelingen” in “Die Soße ist gelungen”. Het beschrijft het resultaat van de bereiding van de saus.
aber
“Aber” betekent “maar” en contrasteert de geslaagde saus met de te lang gekookte pasta. Het herbruikbare patroon “..., aber ...” verbindt twee tegengestelde beoordelingen of feiten.
Pasta
“Pasta” betekent “pasta” en verwijst hier naar het eten dat te lang is gekookt. Je gebruikt het in een kookcontext, zoals in “die Pasta zu lange gekocht”.
lange
“Lange” betekent “lang” en geeft hier de duur van het koken aan. Samen met “zu” vormt het “zu lange”, dus “te lang”; het patroon “etwas zu lange kochen” gebruik je wanneer een kookduur overschreden is.
gekocht
“Gekocht” betekent “gekookt” en is de vorm van “kochen” in “ich habe die Pasta zu lange gekocht”. Het verwijst naar de handeling die de spreker in het verleden met de pasta heeft uitgevoerd.
lässt
“Lässt” betekent in “Das lässt sich ... verbessern” dat iets zich op een bepaalde manier laat verbeteren; het is een vorm van “lassen”. De betekenis ontstaat hier samen met “sich” en “verbessern”, niet door “lässt” alleen.
sich
“Sich” hoort hier bij de constructie “Das lässt sich ... verbessern” en verwijst naar datgene wat verbeterd kan worden. Het herbruikbare patroon “etwas lässt sich + werkwoord” gebruik je om een mogelijke verandering of oplossing te beschrijven.
mit
“Mit” betekent “met” en geeft hier aan waarmee de verbetering gemakkelijker wordt bereikt: “mit besserem Timing”. Je gebruikt “mit” om een middel, hulpmiddel of omstandigheid bij een handeling te noemen.
besserem
“Besserem” betekent “beter” en beschrijft hier het gewenste timingniveau; het is een verbogen vorm van de vergelijkende vorm “besser”. In “mit besserem Timing” geeft het aan dat een betere timing het probleem kan verbeteren.
Timing
“Timing” betekent “timing” en verwijst hier naar het juiste moment of de juiste duur bij het koken. Het herbruikbare patroon “mit besserem Timing” gebruik je wanneer een beter gekozen moment of tempo een resultaat kan verbeteren.
leicht
“Leicht” betekent hier “gemakkelijk” en beschrijft hoe eenvoudig de verbetering met beter timing kan worden bereikt. Het staat vóór “verbessern” in “leicht verbessern” en geeft de manier of moeilijkheidsgraad aan.
verbessern
“Verbessern” betekent “verbeteren” en verwijst hier naar het verbeteren van het probleem met de pasta. In “Das lässt sich mit besserem Timing leicht verbessern” staat het als werkwoord aan het einde van de constructie.
Kurs
“Kurs” betekent “cursus” en verwijst hier kort naar dezelfde kookcursus als “Kochkurs”. In “Der Kurs hat mir mehr Selbstvertrauen gegeben” is de cursus de aanleiding voor de grotere zekerheid van de spreker.
hat
“Hat” betekent “heeft” en is een vorm van “haben”; in “Der Kurs hat mir mehr Selbstvertrauen gegeben” helpt het om de ervaring als afgerond feit te beschrijven. Het patroon “iets hat jemandem etwas gegeben” beschrijft wat een ervaring iemand heeft gebracht.
mir
“Mir” betekent “mij” of “aan mij” en verwijst naar de persoon die meer zelfvertrouwen heeft gekregen. In “hat mir mehr Selbstvertrauen gegeben” geeft het aan voor wie het resultaat bedoeld is.
mehr
“Mehr” betekent “meer” en geeft aan dat de spreker na de cursus een grotere hoeveelheid zelfvertrouwen heeft. Het herbruikbare patroon “mehr Selbstvertrauen haben” of “mehr Selbstvertrauen geben” past bij een toename van zekerheid.
Selbstvertrauen
“Selbstvertrauen” betekent “zelfvertrouwen” en verwijst hier naar de zekerheid om vrienden voor het avondeten uit te nodigen. In “mehr Selbstvertrauen gegeben” beschrijft het wat de cursus de spreker heeft gebracht.
gegeben
“Gegeben” betekent “gegeven” en is de vorm van “geben” in “Der Kurs hat mir mehr Selbstvertrauen gegeben”. Het beschrijft hier niet het geven van een voorwerp, maar het veroorzaken van meer zelfvertrouwen.
Freunde
“Freunde” betekent “vrienden” en is de meervoudsvorm van “Freund”; hier gaat het om de mensen die de spreker wil uitnodigen. Het staat in “Freunde zum Abendessen einzuladen” als de personen voor wie de uitnodiging bedoeld is.
zum
“Zum” betekent hier “voor het” in de vaste combinatie “zum Abendessen”. In “Freunde zum Abendessen einzuladen” geeft het aan voor welke maaltijd de vrienden worden uitgenodigd.
Abendessen
“Abendessen” betekent “avondeten” of “diner” en verwijst hier naar de maaltijd waarvoor de spreker vrienden wil uitnodigen. Het herbruikbare patroon “zum Abendessen einladen” gebruik je bij een uitnodiging voor het diner.
einzuladen
“Einzuladen” betekent “uit te nodigen” en beschrijft hier het doel van het grotere zelfvertrouwen: vrienden uitnodigen voor het diner. In “Freunde zum Abendessen einzuladen” staat de vorm met “zu” binnen het werkwoord, zoals gebruikelijk in deze infinitiefconstructie.
Dann
“Dann” betekent “dan” en leidt hier de conclusie in dat de cursus de moeite waard was. Het herbruikbare patroon “Dann hat es sich gelohnt” gebruik je als een eerdere ervaring een positief resultaat heeft gehad.
es
“Es” betekent “het” en verwijst in “Dann hat es sich gelohnt” naar de kookcursus of de hele ervaring. Het hoort bij de vaste uitdrukking “es hat sich gelohnt”.
gelohnt
“Gelohnt” betekent hier “de moeite waard geweest” en is de vorm van “lohnen” in “hat es sich gelohnt”. Samen met “sich” en “hat” vormt het de vaste uitdrukking voor een ervaring die de moeite waard was.
wenn
“Wenn” betekent hier “ook al” en leidt in “auch wenn du nur ein paar Dinge gelernt hast” een toegevende bijzin in. Het herbruikbare patroon “auch wenn ...” gebruik je wanneer je een omstandigheid noemt die de hoofdconclusie niet verandert.
paar
“Paar” betekent hier “een paar” of “enkele” en geeft een kleine hoeveelheid aan in “ein paar Dinge”. Het herbruikbare patroon “ein paar + meervoudig zelfstandig naamwoord” gebruik je om enkele zaken te noemen.
Dinge
“Dinge” betekent “dingen” en is de meervoudsvorm van “Ding”; hier verwijst het naar de beperkte hoeveelheid zaken die de aangesproken persoon heeft geleerd. Het staat in “ein paar Dinge gelernt”, een patroon voor enkele geleerde punten of vaardigheden.