Ich
“Ich” betekent hier “ik” en is de persoon die de handeling uitvoert. Het staat als onderwerp vooraan in “Ich habe mit dem Joggen angefangen”. Nieuw voorbeeld: “Ich lerne Deutsch.”
habe
“habe” betekent hier niet zelfstandig “heb”, maar is het hulpwerkwoord in “Ich habe mit dem Joggen angefangen”. Samen met “angefangen” vormt het een voltooide handeling; gebruik dit patroon bij een afgeronde gebeurtenis: “Ich habe … gemacht.”
mit
“mit” betekent hier “met” in “mit dem Joggen”, waarmee de activiteit wordt genoemd waarmee iemand is begonnen. Na “mit” staat hier “dem”; een veelgebruikt patroon is “mit etwas anfangen”.
dem
“dem” is hier het bepaalde lidwoord in “mit dem Joggen”. Het hoort bij het als zelfstandig naamwoord gebruikte “Joggen” en staat na “mit”; gebruik dezelfde constructie in “mit dem Training anfangen” als nieuw voorbeeld.
Joggen
“Joggen” betekent hier de activiteit joggen. In “mit dem Joggen anfangen” is het werkwoord als zelfstandig naamwoord gebruikt; deze hele uitdrukking gebruik je om te zeggen waarmee je begint.
angefangen
“angefangen” betekent hier “begonnen” in “Ich habe mit dem Joggen angefangen”. Het is de voltooide vorm van “anfangen” en staat samen met “habe”; een bruikbaar patroon is “Ich habe mit … angefangen.”
aber
“aber” betekent “maar” en leidt de tegenstelling in tussen beginnen met joggen en daarna pijn krijgen. Het verbindt hier twee delen van dezelfde mededeling; gebruik het ook om een verwachting tegenover een probleem te plaatsen.
nach
“nach” betekent hier “na” in “nach jedem Lauf”. Het geeft aan dat de pijn na iedere hardloopronde optreedt; een bruikbaar patroon is “nach + gebeurtenis”, zoals “nach dem Training” als nieuw voorbeeld.
jedem
“jedem” betekent hier “elke” in “nach jedem Lauf”. Het verwijst naar iedere afzonderlijke hardloopronde en staat na “nach”; gebruik bijvoorbeeld “nach jedem Training” als nieuw voorbeeld.
Lauf
“Lauf” betekent hier een hardloopronde of loop. In “nach jedem Lauf” noemt het de activiteit waarna de knieën pijn doen; een bruikbaar patroon is “ein Lauf” voor één hardloopsessie.
tun
In “tun mir die Knie weh” draagt “tun” bij aan de uitdrukking dat de knieën pijn doen; de hele uitdrukking betekent niet simpelweg “doen”. Gebruik deze vaste combinatie om lichamelijke pijn te beschrijven, bijvoorbeeld “Die Beine tun mir weh” als nieuw voorbeeld.
mir
“mir” verwijst hier naar de persoon die de pijn ervaart in “tun mir die Knie weh”. Het geeft aan voor wie de knieën pijn doen; gebruik hetzelfde patroon met een ander lichaamsdeel als nieuw voorbeeld: “Der Rücken tut mir weh.”
die
“die” is hier het bepaalde lidwoord in “die Knie”. In deze dialoog hoort het bij de meervoudige vorm “Knie” en vormt het onderwerp van “tun mir die Knie weh”; gebruik “die” ook voor andere meervoudige lichaamsdelen.
Knie
“Knie” betekent “knie”; in “die Knie” is dezelfde woordvorm het meervoud voor de twee knieën. Het is het lichaamsdeel dat in de dialoog pijn doet; een bruikbaar patroon is “Das Knie tut weh” als nieuw voorbeeld.
weh
“weh” betekent hier “pijnlijk” of “zeer” in de vaste uitdrukking “tun mir die Knie weh”. De hele combinatie drukt lichamelijke pijn uit; gebruik bijvoorbeeld “Der Arm tut weh” als nieuw voorbeeld.
Vielleicht
“Vielleicht” betekent “misschien” en maakt de verklaring van de andere spreker voorzichtig. Het staat hier aan het begin van “Vielleicht steigerst du dein Tempo”; gebruik het om een mogelijkheid voor te stellen zonder zekerheid te claimen.
steigerst
“steigerst” betekent hier “verhoogt” of “voert op” in “steigerst du dein Tempo”. Het is de vorm die bij “du” hoort en neemt iets als object; gebruik bijvoorbeeld “Du steigerst dein Tempo” als nieuw voorbeeld.
du
“du” betekent “je” of “jij” en is hier de persoon die mogelijk tempo of afstand verhoogt. Het staat als onderwerp in “steigerst du dein Tempo”; gebruik “du” voor een informele aanspreking van één persoon.
dein
“dein” betekent “jouw” in “dein Tempo” en geeft aan dat het tempo bij de aangesproken persoon hoort. Het staat direct voor het zelfstandig naamwoord; een bruikbaar patroon is “dein + zelfstandig naamwoord”, zoals “dein Training” als nieuw voorbeeld.
Tempo
“Tempo” betekent hier de snelheid waarmee iemand loopt. In “dein Tempo steigern” is het datgene wat wordt verhoogd; gebruik dit woord bijvoorbeeld bij hardlopen, fietsen of werken.
oder
“oder” betekent “of” en verbindt hier twee mogelijke dingen: “dein Tempo oder deine Strecke”. Gebruik het om alternatieven of twee mogelijkheden naast elkaar te zetten.
deine
“deine” betekent “jouw” in “deine Strecke” en verwijst naar de afstand of route van de aangesproken persoon. Het staat voor het zelfstandig naamwoord; een bruikbaar patroon is “deine Strecke” wanneer je een looproute bespreekt.
Strecke
“Strecke” betekent hier de afgelegde afstand of route. In “deine Strecke steigern” gaat het om het uitbreiden van de loopafstand; gebruik het ook voor een bepaald traject als nieuw voorbeeld.
zu
“zu” betekent hier “te” in “zu schnell” en maakt duidelijk dat iets een ongewenst hoge snelheid heeft. De combinatie “zu + bijwoord of bijvoeglijk naamwoord” drukt een te hoge mate uit; nieuw voorbeeld: “zu schwer”.
schnell
“schnell” betekent hier “snel” in “zu schnell”. Samen met “zu” betekent het dat de verhoging van tempo of afstand te vlug gebeurt; gebruik “schnell” om snelheid of tempo te beschrijven.
wollte
“wollte” betekent hier “wilde” in “Ich wollte mich schnell verbessern” en beschrijft een bedoeling of wens in het verleden. Het is een vorm van “wollen”; gebruik het patroon “Ich wollte …” om een vroegere intentie te vertellen.
mich
“mich” verwijst hier naar dezelfde persoon als “Ich” in “Ich wollte mich schnell verbessern”. Het hoort bij de uitdrukking “sich verbessern”, waarbij de persoon zichzelf verbetert; een nieuw voorbeeld is “Ich möchte mich verbessern.”
verbessern
“verbessern” betekent hier “verbeteren” in “mich schnell verbessern”. Met “mich” gaat het om jezelf beter maken; gebruik het patroon “sich in etwas verbessern” alleen wanneer je een concreet gebied noemt.
deshalb
“deshalb” betekent “daarom” en verbindt de wens om snel beter te worden met de daaropvolgende inspanning. In “deshalb habe ich mich zu sehr angestrengt” staat het als oorzaak-gevolgverbinding; gebruik het om een gevolg in te leiden.
sehr
“sehr” betekent hier “erg” in de combinatie “zu sehr”. “Zu sehr” betekent dat iets in een te grote mate gebeurt; een bruikbaar nieuw voorbeeld is “Ich habe mich zu sehr beeilt.”
angestrengt
“angestrengt” betekent hier “ingespannen” in “mich zu sehr angestrengt”. Het is de voltooide vorm bij “sich anstrengen” en beschrijft dat iemand zich te hard heeft ingezet; gebruik het patroon “sich anstrengen” voor lichamelijke of mentale inspanning.
Das
“Das” betekent hier “dat” en verwijst naar de te zware inspanning die in de vorige zin is genoemd. In “Das kann zu einer Verletzung führen” is het onderwerp van de waarschuwing; gebruik “Das” ook om naar een eerder genoemde situatie te verwijzen.
kann
“kann” betekent hier “kan” en drukt een mogelijke consequentie uit in “Das kann zu einer Verletzung führen”. Het staat samen met de infinitief “führen”; een bruikbaar patroon is “Das kann … verursachen” als nieuw voorbeeld.
einer
“einer” is hier het onbepaalde lidwoord in “zu einer Verletzung”. Na “zu” staat deze vorm voor het vrouwelijke zelfstandig naamwoord “Verletzung”; gebruik de combinatie “zu einer Verletzung führen” als geheel voor een mogelijk gevolg.
Verletzung
“Verletzung” betekent “blessure” in “zu einer Verletzung führen”. Het noemt het mogelijke lichamelijke gevolg van te zware inspanning; gebruik het woord wanneer je over een opgelopen blessure spreekt.
führen
“führen” betekent hier “leiden tot” in de vaste combinatie “zu einer Verletzung führen”. Het beschrijft een gevolg van een oorzaak; een bruikbaar patroon is “etwas führt zu einem Problem” als nieuw voorbeeld.
wenn
“wenn” betekent hier “als” en leidt de voorwaarde in “wenn sich dein Körper noch nicht angepasst hat”. Het verbindt de mogelijke blessure met de voorwaarde dat het lichaam nog niet gewend is; in deze bijzin staat de persoonsvorm aan het einde.
sich
“sich” verwijst hier terug naar “dein Körper” in “sich … angepasst hat”. Het hoort bij het werkwoord “sich anpassen”, omdat het lichaam zichzelf aan de belasting aanpast; gebruik deze reflexieve vorm samen met “anpassen”.
Körper
“Körper” betekent “lichaam” in “dein Körper”. Het lichaam is hier degene die zich nog niet aan de belasting heeft aangepast; gebruik het woord ook bij herstel, beweging en gezondheid.
noch
“noch” betekent hier “nog” in “noch nicht angepasst”. Samen met “nicht” betekent het dat de aanpassing tot nu toe niet voltooid is; een bruikbaar patroon is “noch nicht + voltooid proces”.
nicht
“nicht” maakt “angepasst” hier negatief: het lichaam heeft zich nog niet aangepast. Het staat in “noch nicht angepasst” om het ontbreken van de aanpassing aan te geven; gebruik “nicht” om een handeling of toestand te ontkennen.
angepasst
“angepasst” betekent hier “aangepast” in “sich noch nicht angepasst hat”. Het is de voltooide vorm van “sich anpassen” en beschrijft dat het lichaam gewend is geraakt aan de belasting; gebruik het patroon “sich an etwas anpassen” als nieuw voorbeeld.
hat
“hat” is hier het hulpwerkwoord in “sich noch nicht angepasst hat”. Samen met “angepasst” vormt het de voltooide handeling binnen de bijzin; gebruik dezelfde vorm wanneer het onderwerp “er”, “sie” of “es” is.
Soll
“Soll” betekent hier “moet ik” of “zal ik” in de vraag “Soll ich mein Training weniger anstrengend machen”. De spreker vraagt om advies over wat verstandig is; gebruik “Soll ich …?” om te vragen of je iets zou moeten doen.
mein
“mein” betekent hier “mijn” in “mein Training”. Het geeft aan dat de training van de spreker is en staat voor het zelfstandig naamwoord; een bruikbaar patroon is “mein + zelfstandig naamwoord”, zoals “mein Ziel”.
Training
“Training” betekent hier de trainingsroutine van de spreker. In “mein Training weniger anstrengend machen” is het datgene waarvan de inspanning wordt aangepast; gebruik het voor geplande sportoefeningen.
weniger
“weniger” betekent hier “minder” in “weniger anstrengend”. Het verlaagt de mate van inspanning zonder te zeggen dat er helemaal geen inspanning meer is; gebruik het patroon “weniger + bijvoeglijk naamwoord”.
anstrengend
“anstrengend” betekent hier “inspannend” of “zwaar” in “mein Training weniger anstrengend machen”. Het beschrijft hoeveel moeite de training kost; gebruik het bij activiteiten, oefeningen of werk dat veel energie vraagt.
machen
“machen” betekent hier “maken” in “mein Training weniger anstrengend machen”. De spreker wil de training zo veranderen dat die minder zwaar wordt; een bruikbaar patroon is “iets + bijvoeglijk naamwoord + machen”.
und
“und” betekent “en” en verbindt hier twee voorgestelde aanpassingen: de training lichter maken en rekoefeningen toevoegen. Gebruik het om handelingen of onderdelen samen te voegen.
Dehnübungen
“Dehnübungen” betekent “rekoefeningen” en noemt oefeningen die aan de training kunnen worden toegevoegd. Het is een meervoudsvorm; gebruik het woord wanneer je over stretching als onderdeel van een training praat.
hinzufügen
“hinzufügen” betekent hier “toevoegen” in “Dehnübungen hinzufügen”. Het beschrijft dat iets extra’s aan een bestaande training wordt toegevoegd; een bruikbaar patroon is “etwas zu einem Plan hinzufügen” als nieuw voorbeeld.
Ruhetage
“Ruhetage” betekent “rustdagen” en verwijst naar dagen waarop het lichaam niet zwaar wordt belast. In de dialoog vormen ze samen met kortere runs een manier om herstel mogelijk te maken; gebruik het woord bij een trainingsschema.
kürzere
“kürzere” betekent hier “kortere” in “kürzere Läufe”. Het vergelijkt deze hardlooprondes met langere rondes; gebruik het patroon “kürzere + zelfstandig naamwoord” wanneer je een kleinere duur of afstand beschrijft.
Läufe
“Läufe” betekent hier “hardlooprondes” en is het meervoud van “Lauf”. In “kürzere Läufe” gaat het om meerdere kortere hardloopsessies; gebruik dit woord voor afzonderlijke loopmomenten.
würden
“würden” betekent hier “zouden” in “Ruhetage und kürzere Läufe würden deinem Körper Zeit geben”. Het presenteert een voorgestelde maatregel en het verwachte gevolg voorzichtig; gebruik het patroon “... würden ... geben” om een hypothetisch resultaat te beschrijven.
deinem
“deinem” betekent hier “aan je” in “deinem Körper”. Het verwijst naar het lichaam van de aangesproken persoon als ontvanger van de tijd die wordt gegeven; gebruik de combinatie “jemandem Zeit geben” als vast patroon.
Zeit
“Zeit” betekent “tijd” in “deinem Körper Zeit geben”. Het gaat om voldoende gelegenheid om te herstellen; een bruikbaar patroon is “jemandem Zeit geben, sich zu erholen”.
geben
“geben” betekent hier “geven” in “deinem Körper Zeit geben”. De constructie betekent dat je het lichaam gelegenheid biedt om te herstellen; gebruik het patroon “jemandem Zeit geben, etwas zu tun”.
erholen
“erholen” betekent hier “herstellen” in “sich zu erholen”. De hele reflexieve uitdrukking verwijst naar lichamelijk herstel na inspanning; gebruik “sich erholen” voor een persoon of lichaam dat weer op krachten komt.
sollte
“sollte” betekent hier “zou moeten” in “Vielleicht sollte mein Ziel sein”. Het drukt een voorzichtig advies of een passende doelstelling uit; gebruik “sollte” om te zeggen wat volgens jou verstandig zou zijn.
Ziel
“Ziel” betekent “doel” in “mein Ziel”. Het gaat hier om wat de spreker als belangrijkste resultaat van het joggen kiest; gebruik het patroon “ein Ziel sein” of “ein Ziel haben” als nieuw voorbeeld.
sein
“sein” betekent hier “zijn” in “mein Ziel sein”. Het is de infinitief na “sollte” en verbindt het doel met de gekozen activiteit; een bruikbaar patroon is “Das Ziel sollte sein, …”.
regelmäßig
“regelmäßig” betekent hier “regelmatig” in “regelmäßig zu laufen”. Het beschrijft dat de spreker op vaste of terugkerende momenten wil lopen, zonder snelheid als hoofddoel; gebruik het bij gewoonten en routines.
laufen
“laufen” betekent hier “lopen” of “hardlopen” in “regelmäßig zu laufen”. Het staat als infinitief met “zu” na “mein Ziel sein”; gebruik het patroon “das Ziel, regelmäßig zu laufen” voor een doel rond een looproutine.
ist
“ist” betekent “is” in “Das ist realistischer für einen Laufanfänger”. Het verbindt “Das” met de beoordeling “realistischer”; gebruik “ist” om een toestand of beoordeling in het enkelvoud uit te drukken.
realistischer
“realistischer” betekent hier “realistischer” of “meer haalbaar” in “realistischer für einen Laufanfänger”. Het vergelijkt dit doel met een minder passende, waarschijnlijk zwaardere aanpak; gebruik het patroon “realistischer für …” om geschiktheid te beoordelen.
für
“für” betekent hier “voor” in “für einen Laufanfänger”. Het geeft aan voor welke persoon iets realistischer is; gebruik het patroon “realistisch für jemanden” bij adviezen of beoordelingen.
einen
“einen” is hier het onbepaalde lidwoord in “für einen Laufanfänger”. Het staat voor het mannelijke zelfstandig naamwoord na “für”; gebruik de hele combinatie wanneer je zegt voor welke beginnende hardloper iets geschikt is.
Laufanfänger
“Laufanfänger” betekent “beginnende hardloper”. In “für einen Laufanfänger” verwijst het naar iemand die nog maar net met hardlopen begint; gebruik het woord voor een beginner in deze sport.
Ein
“Ein” betekent hier “een” in “Ein langsameres Tempo”. Het introduceert een mogelijk tempo als onderwerp van de volgende beoordeling; gebruik “ein” voor een niet nader bepaald mannelijk of onzijdig zelfstandig naamwoord.
langsameres
“langsameres” betekent hier “langzamer” of “rustiger” in “Ein langsameres Tempo”. Het vergelijkt dit tempo met het eerdere, te hoge tempo; gebruik het patroon “ein langsameres Tempo” bij advies over snelheid.
Gehpausen
“Gehpausen” betekent “wandelpauzes” en verwijst naar onderbrekingen waarin iemand wandelt in plaats van hardloopt. In “mit Gehpausen” beschrijft het een manier om de loopbelasting te verlagen; gebruik dit woord bij een afwisselend loop- en wandelschema.
wäre
“wäre” betekent hier “zou zijn” in “wäre ein besserer Plan”. Het presenteert het voorgestelde tempo voorzichtig als een betere mogelijkheid; gebruik “wäre” om een hypothetische beoordeling of suggestie te formuleren.
besserer
“besserer” betekent hier “betere” in “ein besserer Plan”. Het vergelijkt dit plan met de eerdere aanpak en beoordeelt het gunstiger; gebruik het patroon “ein besserer Plan” wanneer je een alternatief aanbeveelt.
Plan
“Plan” betekent “plan” in “ein besserer Plan”. Het verwijst naar de aangepaste manier van trainen met een rustiger tempo en wandelpauzes; gebruik het woord voor een voorgenomen aanpak.
Hobby
“Hobby” betekent “hobby” in “Ein Hobby”. Het gaat om een activiteit die iemand in de vrije tijd doet, hier joggen; gebruik het woord wanneer je een vrijetijdsactiviteit als onderwerp bespreekt.
Gesundheit
“Gesundheit” betekent “gezondheid” in “deine Gesundheit”. Het verwijst naar het lichamelijke welzijn dat door een hobby ondersteund hoort te worden; gebruik het patroon “die Gesundheit unterstützen” bij gezondheidsadvies.
unterstützen
“unterstützen” betekent hier “ondersteunen” in “deine Gesundheit unterstützen”. De hobby hoort de gezondheid te helpen in plaats van haar te belasten; gebruik het patroon “etwas unterstützt jemanden” voor iets dat iemand helpt.
schädigen
“schädigen” betekent hier “schaden” in “deine Gesundheit … schädigen”. Het staat tegenover “unterstützen” en waarschuwt dat de hobby de gezondheid niet mag beschadigen; gebruik het werkwoord met een direct object, zoals “die Gesundheit schädigen”.