Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Joggen aanpassen bij pijn oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Ich habe mit dem Joggen angefangen, aber nach jedem Lauf tun mir die Knie weh.
i-ch haa-buh mit deem dzjoggen an-geh-fang-en, aa-buh naach yee-dem laauf toen mier dee knie vee. Ik ben begonnen met joggen, maar na elke keer hardlopen doen mijn knieën pijn.Vielleicht steigerst du dein Tempo oder deine Strecke zu schnell.
fie-laicht sjtaigerst doe dain tempo oo-duh daine sjtrek-uh tsoe sjnel. Misschien verhoog je je tempo of afstand te snel.Ich wollte mich schnell verbessern, deshalb habe ich mich zu sehr angestrengt.
i-ch vol-tuh mi-ch sjnel fer-bes-ern, dess-halp haa-buh i-ch mi-ch tsoe zeer an-geh-sjtrengt. Ik wilde snel vooruitgaan, dus heb ik mezelf te veel ingespannen.Das kann zu einer Verletzung führen, wenn sich dein Körper noch nicht angepasst hat.
das kan tsoe ain-uh fer-lets-oeng fue-ren, ven zi-ch dain keur-per noch ni-cht an-geh-past hat. Dat kan tot een blessure leiden als je lichaam zich nog niet heeft aangepast.Soll ich mein Training weniger anstrengend machen und Dehnübungen hinzufügen?
zol i-ch main tree-ning vee-ni-ger an-sjtreng-ent maaken oent deen-uu-boeng-en hin-tsoe-fuu-gen? Moet ik mijn training minder zwaar maken en rekoefeningen toevoegen?Ruhetage und kürzere Läufe würden deinem Körper Zeit geben, sich zu erholen.
roe-uh-taa-guh oent kuur-tsuh-reh loif-uh vuer-den dain-em keur-per tsait gee-ben, zi-ch tsoe er-hoo-len. Rustdagen en kortere runs zouden je lichaam tijd geven om te herstellen.Vielleicht sollte mein Ziel sein, regelmäßig zu laufen und nicht schnell zu laufen.
fie-laicht zol-tuh main tsiel zain, ree-gel-mee-zich tsoe laauf-en oent ni-cht sjnel tsoe laauf-en. Misschien moet mijn doel zijn om regelmatig te lopen, niet om snel te lopen.Das ist realistischer für einen Laufanfänger.
das ist ree-ah-lis-ti-sjuh fuer ain-en laauf-an-feng-uh. Dat is realistischer voor een beginnende hardloper.Ein langsameres Tempo mit Gehpausen wäre ein besserer Plan.
ain lang-zaa-mer-es tempo mit gee-pau-zen vee-reh ain bes-uh-rer plaan. Een rustiger tempo met wandelpauzes zou een beter plan zijn.Ein Hobby sollte deine Gesundheit unterstützen und nicht schädigen.
ain hobby zol-tuh daine guh-zoent-hait oent-er-sjuts-en oent ni-cht sjee-di-gen. Een hobby moet je gezondheid ondersteunen en niet schaden.Uitleg van de zinnen
Ich habe mit dem Joggen angefangen, aber nach jedem Lauf tun mir die Knie weh.
Ik ben begonnen met joggen, maar na elke keer hardlopen doen mijn knieën pijn.
- Ich habe
- ik heb
- mit dem Joggen
- met joggen
- angefangen
- begonnen
- nach jedem Lauf
- na elke hardloopbeurt
- die Knie
- de knieën
- tun … mir … weh
- doen pijn
Uitgebreide uitleg
Ich habe vormt hier samen met angefangen de Duitse voltooide tijd (Perfekt): haben staat in de hoofdzin op de tweede plaats en is vervoegd bij ich; het voltooid deelwoord staat achteraan. Ich habe ... angefangen betekent “ik ben met ... begonnen”. mit dem Joggen: na mit staat de datief. Joggen is hier een als zelfstandig naam gebruikte activiteit: das Joggen, dus in de datief dem Joggen. Dit levert het bruikbare patroon mit dem + activiteit anfangen: “met ... beginnen”. angefangen is het voltooid deelwoord van anfangen (“beginnen”): anfangen – fing an – hat angefangen. Anfangen is scheidbaar in de tegenwoordige tijd: Ich fange mit dem Joggen an — “Ik begin met joggen.” In het Perfekt staat het deelwoord als één woord: angefangen. nach jedem Lauf: nach krijgt hier de datief en betekent “na”. Lauf is mannelijk: der Lauf; daarom wordt jeder in de datief enkelvoud jedem: nach jedem Lauf betekent “na elke hardloopbeurt” of “na elke keer hardlopen”. Jeder drukt hier uit dat dit na iedere keer in de reeks gebeurt. die Knie: das Knie is enkelvoud en die Knie is meervoud. Het zelfstandig naamwoord heeft hier in het meervoud dezelfde zichtbare vorm Knie; die kan op zichzelf ook een vrouwelijk enkelvoud aanduiden. In deze zin bevestigt de meervoudige werkwoordsvorm tun dat die Knie het meervoudige onderwerp zijn. tun ... mir ... weh: wehtun is een scheidbaar werkwoord voor lichamelijke pijn. In deze hoofdzin staat het vervoegde deel tun op zijn plaats in de zin en staat weh aan het einde. Tun is hier meervoud omdat het onderwerp die Knie meervoud is. Mir is de datiefvorm van ich en geeft aan wie de pijn ervaart. Vergelijk: Mein Knie tut mir weh — “Mijn knie doet pijn”; Meine Knie tun mir weh — “Mijn knieën doen pijn.” Geheel samengevoegd: Ich habe mit dem Joggen angefangen betekent “Ik ben begonnen met joggen”. Aber (“maar”) verbindt dat met nach jedem Lauf tun mir die Knie weh: “na elke keer hardlopen doen mijn knieën pijn”. De volledige zin zegt dus dat de spreker met joggen is begonnen en dat de knieën na iedere hardloopbeurt pijn doen.
Vielleicht steigerst du dein Tempo oder deine Strecke zu schnell.
Misschien verhoog je je tempo of afstand te snel.
- Vielleicht
- misschien
- steigerst
- verhoogt / voert op
- Tempo
- tempo
- Strecke
- afstand
- zu schnell
- te snel
Uitgebreide uitleg
Vielleicht drukt onzekerheid uit: “misschien”. Het staat hier vooraan en maakt de bewering voorzichtig, zonder de mogelijkheid uit te sluiten. Een herbruikbaar voorbeeld is: Vielleicht regnet es morgen. — “Misschien regent het morgen.” steigerst komt van steigern en betekent hier “verhogen” of “opvoeren”. De vorm is de tegenwoordige tijd bij du: du steigerst. In deze zin betekent de combinatie met du dus “je verhoogt”. Het werkwoord beschrijft een verhoging van een niveau, tempo of hoeveelheid; het is hier niet hetzelfde als steigen (“stijgen”), waarbij iets zelf stijgt. Voorbeeld: Du steigerst dein Training langsam. — “Je voert je training langzaam op.” Tempo betekent hier het tempo of de snelheid van het hardlopen. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Tempo. In deze zin staat het als lijdend voorwerp bij steigerst; daarom luidt het bezittelijk woord dein: dein Tempo. Voorbeeld: Mein Tempo ist heute niedriger. — “Mijn tempo is vandaag lager.” Strecke betekent hier de afgelegde afstand of het parcours. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Strecke. Ook dit is een lijdend voorwerp bij steigerst; na oder wordt het als tweede mogelijkheid toegevoegd. Daarom staat het bezittelijk woord hier als deine: deine Strecke. dein en deine zijn vormen van hetzelfde bezittelijke woord; de vorm hangt hier samen met het grammaticale geslacht en de naamval van het zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Ich laufe eine längere Strecke. — “Ik loop een langere afstand.” zu schnell betekent hier “te snel”. schnell beschrijft de snelheid waarmee de verhoging gebeurt, dus de combinatie werkt bijwoordelijk bij steigerst; zu geeft aan dat de snelheid boven een passend niveau ligt. Dit is iets anders dan alleen schnell (“snel”). Voorbeeld: Du läufst zu schnell. — “Je loopt te snel.” Samen vormt Vielleicht steigerst du dein Tempo oder deine Strecke zu schnell de betekenis: “Misschien verhoog je je tempo of je afstand te snel.” Vielleicht maakt dit een mogelijkheid; du is degene die verhoogt; dein Tempo en deine Strecke zijn de twee alternatieven na oder; en zu schnell zegt dat de verhoging te snel gebeurt. De vorm steigerst du is de gewone werkwoordsvorm bij du in een hoofdzin met het werkwoord op de tweede plaats.
Ich wollte mich schnell verbessern, deshalb habe ich mich zu sehr angestrengt.
Ik wilde snel vooruitgaan, dus heb ik mezelf te veel ingespannen.
- Ich
- ik
- wollte
- wilde
- mich
- mezelf
- schnell
- snel
- verbessern
- verbeteren; vooruitgaan
- deshalb
- daarom
- habe ich
- heb ik
- zu sehr
- te veel; overdreven veel
- angestrengt
- ingespannen
Uitgebreide uitleg
Ich betekent hier “ik” en is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud als onderwerp. Bijvoorbeeld: Ich lerne. = “Ik leer.” wollte is de verleden tijd (Präteritum) van wollen: wollen – wollte. Hier drukt het uit wat de spreker wilde of van plan was: “wilde”. Na wollte staat het andere werkwoord verbessern als infinitief aan het einde van de woordgroep. mich is de reflexieve vorm bij ich en verwijst hier naar dezelfde persoon als Ich. Het is de accusatiefvorm: ich als onderwerp, mich als reflexief object. Het patroon sich verbessern betekent “zich verbeteren”; bij andere personen verandert de reflexieve vorm, bijvoorbeeld du verbesserst dich = “jij verbetert je”. schnell betekent hier “snel” en bepaalt hoe de verbetering bedoeld was te verlopen. Het staat hier bij het werkwoord en heeft daarom geen naamvals- of geslachtsuitgang. Bijvoorbeeld: Sie lernt schnell. = “Zij leert snel.” verbessern is de infinitief “verbeteren”. In sich verbessern gaat het om zelf vooruitgaan of beter worden; het betekent hier niet dat iemand anders iets verbetert. Na wollte blijft het als infinitief staan. Ich wollte mich schnell verbessern betekent dus “Ik wilde snel vooruitgaan”. deshalb betekent “daarom” en verbindt de voorafgaande bedoeling met het gevolg. Als deshalb vooraan staat, volgt in deze hoofdzin de vervoegde werkwoordsvorm direct daarna: Deshalb habe ich .... habe ich bestaat uit de vervoegde vorm habe van haben en het onderwerp ich. Samen begint dit hier de voltooide tijd (Perfekt); het voltooid deelwoord angestrengt staat later in de zin. In deze hoofdzin staat habe op de tweede positie. zu sehr betekent hier “te veel” of “overmatig”. zu geeft aan dat de mate een ongewenste grens overschrijdt; dat is sterker en anders dan alleen sehr (“heel/erg”). Bijvoorbeeld: Das ist zu schwer. = “Dat is te zwaar.” angestrengt is het voltooid deelwoord van sich anstrengen, “zich inspannen”. Het hoort bij die reflexieve werkwoordconstructie, niet bij verbessern. In de Perfekt-vorm staan de delen uit elkaar: Ich habe mich angestrengt. = “Ik heb me ingespannen.” Bij ich is de reflexieve vorm mich; angestrengt markeert hier de voltooide handeling. De eerste helft, Ich wollte mich schnell verbessern, geeft de bedoeling: de spreker wilde snel vooruitgaan. deshalb verbindt die bedoeling met het gevolg. In habe ich mich zu sehr angestrengt zegt de spreker dat de inspanning een ongewenst hoge mate bereikte. Samen betekent de zin: “Ik wilde snel vooruitgaan, dus heb ik mezelf te veel ingespannen.”
Das kann zu einer Verletzung führen, wenn sich dein Körper noch nicht angepasst hat.
Dat kan tot een blessure leiden als je lichaam zich nog niet heeft aangepast.
- Das
- dat
- kann
- kan
- zu … führen
- tot ... leiden
- einer … Verletzung
- een blessure
- wenn
- als
- dein
- je
- Körper
- lichaam
- noch nicht
- nog niet
- sich … angepasst hat
- zich heeft aangepast
Uitgebreide uitleg
Das is hier een aanwijzend voornaamwoord: “dat”. In deze context verwijst het naar de eerder genoemde situatie of handeling, niet naar een afzonderlijk genoemd persoon. Als onderwerp staat het vooraan in de hoofdzin. kann is de vorm van können bij er/sie/es en das. Het is een modaal werkwoord en betekent hier “kan” in de zin van mogelijkheid. In een hoofdzin staat het vervoegde modale werkwoord op de tweede positie; het andere werkwoord staat aan het einde van de werkwoordgroep. zu ... führen betekent “tot ... leiden”. Dit is een vaste bruikbare combinatie: zu + datief + führen. Voorbeeld: Das kann zu Problemen führen. — “Dat kan tot problemen leiden.” Het infinitief führen is hier niet hetzelfde als “iemand begeleiden”; met zu betekent de combinatie een gevolg veroorzaken. einer Verletzung betekent “een blessure”. Verletzung is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; het onbepaalde lidwoord heeft hier de datiefvorm einer, omdat zu in deze betekenis de datief vraagt. Het lidwoord drukt hier geen specifiek aantal uit; het introduceert een niet nader bepaalde blessure. wenn leidt een voorwaardelijke bijzin in en betekent hier “als”. In zo’n bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan. Het patroon wenn ..., ... kan een voorwaarde geven: Wenn es regnet, bleibe ich zu Hause. — “Als het regent, blijf ik thuis.” dein betekent “je/jouw” en hoort bij Körper. De vorm is hier afgestemd op een mannelijk zelfstandig naamwoord in de nominatief; Körper is het onderwerp van de bijzin. Het bezittelijk woord verwijst naar de persoon die in de context wordt aangesproken. Körper betekent “lichaam”. Het meervoud is Körper, dus enkelvoud en meervoud hebben hier dezelfde vorm; het lidwoord of de context maakt het verschil zichtbaar. In deze zin is het enkelvoudige lichaam van de aangesproken persoon het onderwerp. noch nicht betekent samen “nog niet”. noch alleen betekent vaak “nog”, terwijl nicht ontkent; samen geven ze aan dat iets tot nu toe niet is gebeurd, maar mogelijk later wel gebeurt. Voorbeeld: Ich bin noch nicht bereit. — “Ik ben nog niet klaar.” sich angepasst hat komt van sich anpassen, “zich aanpassen”. angepasst is het voltooid deelwoord van anpassen, en hat is de vorm van haben bij er/sie/es; samen vormen ze het perfectum: “heeft zich aangepast”. Het reflexieve sich hoort bij dit werkwoord en verwijst hier, volgens de vertaling, naar dein Körper. In de bijzin staan het deelwoord en het vervoegde hulpwerkwoord achteraan: wenn sich dein Körper noch nicht angepasst hat. De hoofdzin combineert Das kann met zu einer Verletzung führen: “Dat kan tot een blessure leiden.” De voorwaardelijke bijzin voegt de voorwaarde toe: wenn sich dein Körper noch nicht angepasst hat, “als je lichaam zich nog niet heeft aangepast”. Samen betekent de hele uiting: “Dat kan tot een blessure leiden als je lichaam zich nog niet heeft aangepast.”
Soll ich mein Training weniger anstrengend machen und Dehnübungen hinzufügen?
Moet ik mijn training minder zwaar maken en rekoefeningen toevoegen?
- Soll ich
- zal ik …?
- Training
- training
- weniger anstrengend
- minder zwaar
- machen
- maken
- Dehnübungen
- rekoefeningen
- hinzufügen
- toevoegen
Uitgebreide uitleg
Soll ich is een veelgebruikte Duitse vraagvorm met sollen in de tegenwoordige tijd: de eerste persoon enkelvoud is soll. Hier vraagt de spreker om advies: “zal ik …?” Het is niet de Konjunktiv II. Na deze modale vorm staat het andere werkwoord aan het einde in de infinitief. Voorbeeld: Soll ich heute pausieren? — “Zal ik vandaag rusten?” Training betekent hier training of trainingssessie. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Training. Omdat het na mein het lijdend voorwerp van machen is, staat het in de vierde naamval; bij een onzijdig woord ziet mein er daar hetzelfde uit: mein Training. Voorbeeld: Mein Training beginnt früh. — “Mijn training begint vroeg.” weniger anstrengend betekent “minder inspannend” of “minder zwaar”. anstrengend is een bijvoeglijk naamwoord; weniger geeft een lagere mate aan. Het bijvoeglijk naamwoord beschrijft hier Training, niet Dehnübungen. Voorbeeld: Diese Übung ist weniger anstrengend. — “Deze oefening is minder inspannend.” machen betekent “maken” en staat hier in de constructie etwas weniger anstrengend machen: iets minder inspannend maken. Na Soll ich blijft machen als infinitief staan. mein Training is het lijdend voorwerp, en weniger anstrengend beschrijft het resultaat dat de spreker eraan wil geven. Dehnübungen betekent “rekoefeningen”. Dit is het meervoud van die Dehnübung; in deze zin is het de tweede aanvulling bij hinzufügen en staat het in de vierde naamval. Bij dit meervoud is de vorm daar hetzelfde als in de eerste naamval. Voorbeeld: Ich mache Dehnübungen. — “Ik doe rekoefeningen.” hinzufügen betekent “toevoegen”. Het is een scheidbaar werkwoord: in een gewone hoofdzin verschijnt het bijvoorbeeld als fügt ... hinzu, maar na Soll ich blijft de infinitief hinzufügen aaneen. Voorbeeld: Ich füge eine Übung hinzu. — “Ik voeg een oefening toe.” De twee handelingen zijn met und verbonden: de spreker vraagt of die zijn of haar training minder inspannend moet maken en er rekoefeningen aan moet toevoegen. Samen betekent de hele vraag: “Moet ik mijn training minder zwaar maken en rekoefeningen toevoegen?”
Ruhetage und kürzere Läufe würden deinem Körper Zeit geben, sich zu erholen.
Rustdagen en kortere runs zouden je lichaam tijd geven om te herstellen.
- Ruhetage
- rustdagen
- kürzere
- kortere
- Läufe
- runs
- würden
- zouden
- deinem Körper
- je lichaam
- Zeit
- tijd
- geben
- geven
- sich zu erholen
- om te herstellen
Uitgebreide uitleg
Ruhetage betekent hier dagen waarop je rust neemt. Het is het meervoud van Ruhetag; Ruhe is rust en Tag is dag. Het woord is een samengesteld zelfstandig naamwoord, zoals in het voorbeeld Ein Ruhetag hilft. — “Een rustdag helpt.” kürzere beschrijft Läufe als korter dan een relevante vergelijking of dan wat eerder gebruikelijk was. De basisvorm is kurz; de vergrotende trap is kürzer, en in kürzere Läufe krijgt die vorm de uitgang -e omdat het bij het meervoudige zelfstandig naamwoord Läufe staat zonder lidwoord. Läufe is het meervoud van Lauf, hier in de betekenis van hardloopsessies of runs. Bijvoorbeeld: Kurze Läufe sind angenehm. — “Korte runs zijn aangenaam.” würden is de derde persoon meervoud van werden in de Konjunktiv II-vorm. Samen met het daaropvolgende hele werkwoord geben vormt het een voorwaardelijke of voorzichtige mogelijkheid: “zouden geven”. Het meervoud past bij het samengestelde onderwerp Ruhetage und kürzere Läufe. Vergelijk: Ruhetage würden helfen. — “Rustdagen zouden helpen.” deinem Körper is de ontvanger van wat gegeven wordt: “je lichaam”. Körper is een mannelijk zelfstandig naamwoord; na geben staat deze ontvanger in de datief, daarom wordt het bezittelijke woord dein hier deinem. De vorm Körper zelf verandert in deze combinatie niet. Het bezittelijke woord verwijst hier volgens de vertaling naar de aangesprokene. Zeit is de zaak die gegeven wordt: “tijd”. In de vaste uitdrukking jemandem Zeit geben staat de ontvanger in de datief en Zeit als gegeven zaak in de accusatief. Zeit kan in deze context zonder lidwoord staan: Ich gebe dir Zeit. — “Ik geef je tijd.” geben is de infinitief “geven”. Na würden blijft het hoofdwerkwoord als infinitief aan het einde van de werkwoordgroep staan: würden ... geben. Het patroon jemandem Zeit geben, ... betekent dat iemand of iets een ontvanger de gelegenheid geeft om iets te doen. sich zu erholen betekent “om te herstellen”. erholen is de basisvorm; zu erholen is de met zu gevormde infinitief. sich is het reflexieve element: het herstellen wordt voorgesteld als iets dat het betrokken lichaam zelf ondergaat. In deinem Körper Zeit geben, sich zu erholen is de bedoelde lezing dus dat je lichaam tijd krijgt om te herstellen. Een vergelijkbaar voorbeeld is Sie braucht Zeit, sich zu erholen. — “Zij heeft tijd nodig om te herstellen.” Samen vormen Ruhetage und kürzere Läufe het meervoudige onderwerp. würden ... geben maakt daarvan een mogelijke of voorwaardelijke bewering. Het patroon A würde(n) B Zeit geben, sich zu erholen betekent dat A B tijd zou geven om te herstellen. De volledige zin betekent daarom: “Rustdagen en kortere runs zouden je lichaam tijd geven om te herstellen.”
Vielleicht sollte mein Ziel sein, regelmäßig zu laufen und nicht schnell zu laufen.
Misschien moet mijn doel zijn om regelmatig te lopen, niet om snel te lopen.
- Vielleicht
- misschien
- sollte
- zou moeten
- Ziel
- doel
- sein
- zijn
- regelmäßig
- regelmatig
- zu laufen
- lopen
- nicht
- niet
- schnell
- snel
Uitgebreide uitleg
Vielleicht maakt de uitspraak voorzichtig: het betekent hier “misschien” en drukt onzekerheid uit, niet een bevestiging. Voorbeeld: Vielleicht kommt er morgen. = “Misschien komt hij morgen.” sollte is de vorm van sollen bij het enkelvoudige onderwerp mein Ziel. In deze zin geeft sollen een voorgestelde of passende bedoeling weer: het doel zou iets moeten zijn. sollte kan formeel ook de verleden tijd van sollen zijn, maar hier past de aanbevelende betekenis “zou moeten” bij de context. Voorbeeld: Das sollte funktionieren. = “Dat zou moeten werken.” Ziel betekent hier “doel”: datgene wat iemand wil bereiken. Het zelfstandig naamwoord is onzijdig; dat zie je onder andere aan mein in mein Ziel. Voorbeeld: Mein Ziel ist Ruhe. = “Mijn doel is rust.” sein is de infinitief van sein (“zijn”). Na het modale werkwoord sollte staat deze infinitief aan het einde van de eerste inhoudelijke constructie: mein Ziel sollte sein .... De structuur is bruikbaar als Mein Ziel sollte sein, ... zu ... = “Mijn doel zou moeten zijn om ...”. regelmäßig beschrijft hoe vaak of volgens welk vast patroon iets gebeurt: “regelmatig”. Het is een bijwoord en verandert hier niet mee met Ziel of met de persoon. Voorbeeld: Sie trainiert regelmäßig. = “Zij traint regelmatig.” zu laufen bestaat uit zu plus de infinitief laufen, hier met de betekenis “lopen” of “hardlopen”. De context van een beginnende hardloper ondersteunt hier de loopactiviteit, maar laufen kan in andere contexten ook algemener “lopen” betekenen. Voorbeeld: Ich versuche, regelmäßig zu laufen. = “Ik probeer regelmatig te hardlopen.” nicht ontkent in deze zin het daaropvolgende doel schnell zu laufen: niet snel lopen. Het ontkent dus niet regelmäßig; de zin stelt regelmatig lopen tegenover snel lopen. Voorbeeld: Ich möchte nicht schnell laufen. = “Ik wil niet snel lopen.” schnell betekent hier “snel” en beschrijft de manier waarop het lopen gebeurt. Het is de basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord/bijwoord; een relevante vergelijking is schneller = “sneller”. Voorbeeld: Er läuft schneller. = “Hij loopt sneller.” Samen vormt mein Ziel sein, regelmäßig zu laufen und nicht schnell zu laufen een infinitiefconstructie die uitlegt wat het doel inhoudt: regelmatig lopen en niet snel lopen. Met Vielleicht sollte ervoor wordt de volledige betekenis: “Misschien zou mijn doel moeten zijn om regelmatig te lopen, niet om snel te lopen.”
Das ist realistischer für einen Laufanfänger.
Dat is realistischer voor een beginnende hardloper.
- Das ist
- Dat is
- realistischer
- realistischer
- für
- voor
- Laufanfänger
- beginnende hardloper
Uitgebreide uitleg
Das ist betekent hier “dat is”. Das is de enkelvoudige, onzijdige vorm van het aanwijzende voornaamwoord en drukt hier “dat” uit; de zin specificeert niet zelfstandig waarnaar das verwijst. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”). Een bruikbaar patroon is Das ist + beschrijving: Das ist ein guter Plan. — “Dat is een goed plan.” realistischer betekent hier “realistischer”. Het is de vergrotende trap van realistisch: realistisch → realistischer → am realistischsten (“realistisch” → “realistischer” → “het meest realistisch”). Omdat het bijvoeglijk naamwoord na ist als gezegde staat, krijgt het hier geen uitgang voor naamval, geslacht of getal. Voor een directe vergelijking kan Duits als gebruiken: Dieser Plan ist realistischer als der andere. — “Dit plan is realistischer dan het andere.” für betekent “voor”. Na für staat in het Duits de accusatief. In deze zin leidt het voorzetsel de persoon in voor wie de beoordeling geldt in. Laufanfänger betekent hier “beginnende hardloper”. Het is een samengesteld zelfstandig naamwoord: Lauf verwijst hier naar hardlopen en Anfänger naar iemand die ergens mee begint. Het mannelijke enkelvoud heeft het lidwoord der: der Laufanfänger; na für verschijnt einen Laufanfänger, omdat het mannelijke accusatief enkelvoud het lidwoord einen gebruikt. Het vrouwelijke woord is Laufanfängerin; het meervoud van Laufanfänger is eveneens Laufanfänger. Samen vormen de delen Das ist realistischer (“Dat is realistischer”) en für einen Laufanfänger (“voor een beginnende hardloper”). De volledige zin betekent daarom: “Dat is realistischer voor een beginnende hardloper.”
Ein langsameres Tempo mit Gehpausen wäre ein besserer Plan.
Een rustiger tempo met wandelpauzes zou een beter plan zijn.
- langsameres
- rustiger
- Tempo
- tempo
- Gehpausen
- wandelpauzes
- wäre
- zou zijn
- besserer
- beter
- Plan
- plan
Uitgebreide uitleg
langsameres betekent hier dat het tempo minder snel is. Het is de vergrotende trap van langsam: langsam – langsamer – am langsamsten. De uitgang -es hoort bij het bijvoeglijk naamwoord dat bij het onzijdige zelfstandig naamwoord Tempo staat na ein: ein langsameres Tempo. Voorbeeld: Wir wählen ein langsameres Tempo. — We kiezen een rustiger tempo. Tempo betekent hier snelheid of tempo van een activiteit. Het is een onzijdig leenwoord: das Tempo; daarom staat het in deze woordgroep als Tempo, na ein langsameres. Voorbeeld: Das Tempo ist angenehm. — Het tempo is aangenaam. Gehpausen zijn pauzes waarin men loopt of wandelend herstelt; in deze zin gaat het om wandelpauzes tijdens de activiteit. Het is een meervoudig samengesteld zelfstandig naamwoord: die Gehpausen, enkelvoud die Gehpause. Na mit staat het meervoud in de datief: mit Gehpausen; bij dit meervoud is de vorm niet zichtbaar anders dan in de nominatief. Voorbeeld: Wir machen kurze Gehpausen. — We nemen korte wandelpauzes. wäre is de vorm van sein voor de conjunctief II bij ich, er, sie en es. Hier drukt die vorm een voorgestelde of hypothetische beoordeling uit: het plan zou een beter plan zijn. Een gewone tegenwoordige vorm is ist; de verleden tijd is war. Voorbeeld: Das wäre eine gute Lösung. — Dat zou een goede oplossing zijn. besserer betekent hier “beter” in vergelijking met een andere mogelijke keuze. Het is de vergrotende trap van gut: gut – besser – am besten. De uitgang -er staat bij het mannelijke zelfstandig naamwoord Plan na ein: ein besserer Plan. Voorbeeld: Das ist ein besserer Weg. — Dat is een betere manier. Plan betekent een voorgenomen aanpak of handelwijze. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Plan; daarom staat het hier na ein besserer in de nominatief als naamwoordelijk deel bij wäre. Voorbeeld: Der Plan ist einfach. — Het plan is eenvoudig. Samen vormt Ein langsameres Tempo mit Gehpausen het voorgestelde plan: een rustiger tempo, aangevuld met wandelpauzes. wäre koppelt dit onderwerp aan de beoordeling ein besserer Plan: het zou een beter plan zijn. De volledige zin betekent dus: “Een rustiger tempo met wandelpauzes zou een beter plan zijn.”
Ein Hobby sollte deine Gesundheit unterstützen und nicht schädigen.
Een hobby moet je gezondheid ondersteunen en niet schaden.
- Hobby
- hobby
- sollte
- zou moeten
- deine
- jouw
- Gesundheit
- gezondheid
- unterstützen
- ondersteunen
- und nicht
- en niet
- schädigen
- schaden
Uitgebreide uitleg
Hobby betekent hier een vrijetijdsbesteding of activiteit die iemand voor plezier doet. Het meervoud is Hobbys (ook Hobbies komt voor). In Ein Hobby staat het onzijdige zelfstandig naamwoord na het onbepaalde lidwoord ein. Ein Hobby is het onderwerp van de zin. Ein is hier geen expliciete teluitdrukking, maar een onbepaald lidwoord: het gaat om een hobby zonder die nader te identificeren. sollte is de vorm van sollen bij een onderwerp in de derde persoon enkelvoud. De vorm is zowel de verleden tijd in de aantonende wijs als de Konjunktiv-II-vorm; de vorm alleen bewijst dus niet welke van die twee bedoeld is. In deze zin geeft de context, samen met de Nederlandse vertaling, een aanbeveling of gewenste norm aan: een hobby hoort de gezondheid te ondersteunen. Sollen kan in andere contexten ook een plicht of een doorgegeven bewering uitdrukken. deine betekent hier “jouw” en hoort bij Gesundheit. Het is de bezittelijke bepaler van de tweede persoon enkelvoud. De vorm wordt gekozen door de eigenschappen van het zelfstandig naamwoord en door de naamval van de woordgroep; deine is hier vrouwelijk enkelvoud in de accusatief, maar deze vorm ziet er bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord hetzelfde uit als in de nominatief. Het bezittelijke woord verwijst dus niet zelfstandig naar een bepaalde persoon buiten de aangesprokene. Gesundheit betekent “gezondheid”. Het basiswoord is die Gesundheit, een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. In deine Gesundheit is het de directe aanvulling bij beide werkwoorden: wat men moet ondersteunen en niet schaden. unterstützen betekent “ondersteunen” of “bevorderen”. Dit is de infinitief. Na het modale werkwoord sollte blijft het hoofdwerkwoord in de infinitief en staat het aan het einde van de hoofdzin. Voorbeeld: Bewegung kann die Gesundheit unterstützen. — “Beweging kan de gezondheid ondersteunen.” und nicht verbindt de twee werkwoordelijke delen en ontkent het tweede deel. Het betekent hier “en niet”; nicht ontkent dus niet unterstützen, maar het daarop volgende idee schädigen. schädigen betekent “schaden” of “beschadigen”. Het is een infinitief, net als unterstützen, en deelt met dat werkwoord hetzelfde onderwerp, namelijk Ein Hobby, en dezelfde directe aanvulling, deine Gesundheit. Voorbeeld: Rauchen kann die Gesundheit schädigen. — “Roken kan de gezondheid schaden.” De structuur is: Ein Hobby sollte [deine Gesundheit unterstützen] und nicht [schädigen]. Het onderwerp is een onbepaalde hobby; sollte geeft de aanbeveling aan. De hobby hoort de gezondheid te ondersteunen en hoort haar niet te schaden. Samen betekent de volledige zin: “Een hobby moet je gezondheid ondersteunen en niet schaden.”
Grammatica
sich + Verb bei reflexiven Verben
sich verbessern
zi-ch fer-bes-ernzich verbeteren
Bij reflexieve werkwoorden hoort een wederkerend voornaamwoord, zoals sich in sich verbessern.
Komparativ + Substantiv: langsameres Tempo
langsameres Tempo
lang-zaa-mer-es tem-porustiger tempo
Het bijvoeglijk naamwoord krijgt een uitgang: langsameres past zich aan Tempo aan.
Duits woordenschat
Ich habe mit dem Joggen angefangen.
Das kann zu einer Verletzung führen.
tun mir die Knie weh
nach jedem Lauf
wenn sich dein Körper noch nicht angepasst hat
habe ich mich zu sehr angestrengt
Ich wollte mich schnell verbessern.
Vielleicht steigerst du dein Tempo.
oder deine Strecke
dein Tempo
zu einer Verletzung führen
tun mir die Knie weh
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Dat is realistischer voor een beginnende hardloper.
Antwoord tonen
Das ist realistischer für einen Laufanfänger.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
tempo
Antwoord tonen
Tempoverhogen
Antwoord tonen
steigerstafstand
Antwoord tonen
Streckeknie