Ontspannen verdergaan met een hobby | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At home, two adults discuss whether a painting class has become too much pressure and consider pausing or practicing casually..

NL → DE / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Ontspannen verdergaan met een hobby oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich bin mir nicht sicher, ob ich mit dem Malkurs weitermachen möchte.

Isj bin mier nisjt zie-sjer, op isj mit deem maal-koers vaai-tuh-maakhən meusj-tuh. Ik weet niet zeker of ik met de schildercursus door wil gaan.
B

Verlierst du das Interesse, oder ist die feste Verpflichtung zu viel für dich?

Fer-lierst doe das in-tuh-res-suh, oo-der ist die fes-tuh fer-plisj-toeng tsoe fiel fuur disj? Verlies je je interesse, of wordt de vaste verplichting je te veel?
A

Ein bisschen von beidem. Ich male gern, aber der Kurs fühlt sich stressig an.

Ajn bis-sjen fon bai-dem. Isj maa-luh gern, aa-ber de-er koers fuult ziesj sjtres-sisj an. Een beetje van beide. Ik schilder graag, maar de cursus voelt stressvol.
B

Vielleicht ist das Hobby von etwas Entspannendem zu einer weiteren Verpflichtung geworden.

Fiel-laaisjt ist das hob-bie fon et-vas ent-sjpan-nen-dem tsoe aj-ner vaai-tuh-ren fer-plisj-toeng ge-vor-den. Misschien is de hobby van iets ontspannends veranderd in een nieuwe verplichting.
A

Ja, es fühlt sich weniger nach Spaß und mehr nach einer weiteren Aufgabe an.

Jaa, es fuult ziesj vee-ni-ger naakh sjpaas oent meer naakh aj-ner vaai-tuh-ren aauf-gaa-buh an. Ja, het voelt minder als plezier en meer als een andere taak.
B

Du könntest stattdessen zu Hause einfach üben.

Doe keun-test sjtat-des-sen tsoe hau-zuh ajn-fakh uu-ben. Je zou in plaats daarvan thuis gewoon kunnen oefenen.
A

Dann kann ich den Vorteil behalten, ohne den festen Zeitplan zu haben.

Dan kan isj deen for-taail be-haltən, oo-nuh deen fes-tuh tsait-plaan tsoe haa-ben. Dan kan ik het voordeel behouden zonder het vaste schema.
B

Hobbys sollten zu deinem Leben passen und nicht nur zu deinem Idealbild von dir selbst.

Hob-bies zol-ten tsoe dai-nəm lee-ben pas-sen oent nisjt noer tsoe dai-nəm i-dee-aal-bilt fon dier zel-pst. Hobby's moeten in je leven passen, niet alleen bij het beeld dat je van jezelf hebt.
A

Vielleicht würde eine Pause vom Kurs zeigen, ob er mir fehlt.

Fiel-laaisjt vuur-duh aj-nuh pau-zuh fom koers tsai-gen, op eer mier voelt. Misschien laat een pauze in de cursus zien of ik hem mis.
B

Das ist besser, als plötzlich aufzuhören oder dich zu zwingen.

Das ist bes-ser, als pleuts-lisj aauf-tsoe-heu-ren oo-der disj tsoe tsving-en. Dat is beter dan plotseling stoppen of jezelf dwingen.

Uitleg van de zinnen

  1. Ich bin mir nicht sicher, ob ich mit dem Malkurs weitermachen möchte.

    Ik weet niet zeker of ik met de schildercursus door wil gaan.

    Ich bin mir nicht sicher
    Ik weet het niet zeker
    Malkurs
    schildercursus
    weitermachen
    doorgaan
    möchte
    wil graag
    Uitgebreide uitleg

    Ich bin mir nicht sicher betekent hier dat de spreker onzeker is. De vaste uitdrukking is sich sicher sein; bij ich staat het wederkerende voornaamwoord als mir. Vergelijk: Ich bin mir sicher. — “Ik weet het zeker.” De ontkenning nicht maakt daar “niet zeker” van. ob leidt de ingebedde ja-neevraag in en betekent hier “of”. In zo’n bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan. Het patroon is: Ich bin mir nicht sicher, ob ... + een volledige bijzin. Malkurs betekent “schildercursus”. Het eerste deel verwijst hier naar schilderen; het geheel is een samenstelling met Kurs. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Malkurs. Na mit staat hier de datief: mit dem Malkurs. weitermachen is een scheidbaar werkwoord met de betekenis “doorgaan”. In een hoofdzin wordt het bijvoorbeeld gescheiden: Ich mache weiter. — “Ik ga door.” Na möchte blijft het als infinitief bij elkaar: möchte weitermachen. möchte is de vorm die hier bij ich hoort van möchten; dezelfde vorm wordt ook bij er, sie en es gebruikt. Hij drukt hier een wens of voornemen uit: “wil” of “zou graag willen”. Het is niet simpelweg de gewone tegenwoordige tijd van mögen; mögen betekent bijvoorbeeld “leuk vinden” of “mogen”, terwijl möchte hier een gewenste handeling introduceert. Voorbeelden: Ich möchte lernen. — “Ik wil leren.” Möchtest du weitermachen? — “Wil je doorgaan?” In de bijzin staat möchte aan het einde: ob ich mit dem Malkurs weitermachen möchte. Samen betekent de zin: “Ik weet niet zeker of ik met de schildercursus door wil gaan.” De spreker zegt dat hij of zij onzeker is over het voortzetten van de cursus.

  2. Verlierst du das Interesse, oder ist die feste Verpflichtung zu viel für dich?

    Verlies je je interesse, of wordt de vaste verplichting je te veel?

    Verlierst
    verliest
    Interesse
    interesse
    feste
    vaste
    Verpflichtung
    verplichting
    zu viel
    te veel
    für dich
    voor jou
    Uitgebreide uitleg

    Verlierst komt van verlieren en betekent hier “verliest”. De vorm is tegenwoordige tijd, tweede persoon enkelvoud: du verlierst. In een Duitse ja/nee-vraag staat de persoonsvorm voor het onderwerp: Verlierst du …? Het vaste patroon das Interesse verlieren betekent “interesse verliezen”. Voorbeeld: Ich verliere das Interesse. — “Ik verlies mijn interesse.” Interesse is hier het onzijdige zelfstandig naamwoord in das Interesse. Het kan in dit patroon zonder extra voorzetsel na verlieren staan: Interesse an etwas verlieren betekent “interesse in iets verliezen”, terwijl das Interesse verlieren algemener is. feste betekent hier “vaste”. Het bijvoeglijk naamwoord heeft als basisvorm fest; feste is de verbogen vorm bij die Verpflichtung in deze naamwoordgroep. De vorm wordt dus door de grammaticale combinatie met het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord bepaald, niet doordat feste zelf een zelfstandig naamwoord is. Verpflichtung betekent “verplichting”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Verpflichtung. In deze zin wordt die verplichting als iets vaststaands of bindends beschreven. Voorbeeld: Eine Verpflichtung kann stressig sein. — “Een verplichting kan stressvol zijn.” zu viel betekent “te veel”. Het geeft aan dat iets de draaglijke of passende grens overschrijdt; het beweert niet op zichzelf een exact aantal. In zu viel für dich gaat het om wat voor jou te veel is. Voorbeeld: Das ist zu viel für mich. — “Dat is te veel voor mij.” für dich betekent “voor jou”. für wordt hier gevolgd door dich, de accusatiefvorm van het persoonlijk voornaamwoord voor één aangesproken persoon. dich is niet hetzelfde als het onderwerpvormpje du: Du bist müde betekent “Jij bent moe”, maar Das ist zu viel für dich betekent “Dat is te veel voor jou.” De eerste vraaghelft Verlierst du das Interesse vraagt of de aangesproken persoon zijn of haar interesse verliest. oder verbindt dit met een alternatief: ist die feste Verpflichtung zu viel für dich? Daar is die feste Verpflichtung het enkelvoudige onderwerp; daarom staat ist in de derde persoon enkelvoud. Samen betekent de volledige vraag: “Verlies je je interesse, of wordt de vaste verplichting je te veel?”

  3. Ein bisschen von beidem. Ich male gern, aber der Kurs fühlt sich stressig an.

    Een beetje van beide. Ik schilder graag, maar de cursus voelt stressvol.

    Ein bisschen
    een beetje
    von beidem
    van beide
    male
    schilder
    gern
    graag
    aber
    maar
    der Kurs
    de cursus
    fühlt sich … an
    voelt aan
    stressig
    stressvol
    Uitgebreide uitleg

    Ein bisschen betekent hier “een beetje”. Het is een vaste hoeveelheidsexpressie; ein drukt op zichzelf niet noodzakelijk een telbaar aantal uit. Voorbeeld: Ich bin ein bisschen müde. = “Ik ben een beetje moe.” von beidem betekent “van beide”. von krijgt hier een datiefgroep; het voornaamwoord beides heeft in de datief de vorm beidem. In deze context verwijst het naar de twee eerder genoemde mogelijkheden: interesse verliezen en de vaste verplichting te veel vinden. Vergelijk von beiden: dat is de datief meervoud van beide, bijvoorbeeld wanneer naar twee personen of twee meervoudig aangeduide zaken wordt verwezen. Beidem is hier de onzijdige vorm van het voornaamwoord beides. male is de ik-vorm in de tegenwoordige tijd van malen: “ik schilder”. De stam is mal-; de uitgang -e markeert hier de eerste persoon enkelvoud. Voorbeeld: Ich male heute. = “Ik schilder vandaag.” Malen kan ook “tekenen” betekenen; hier is “schilderen” de passende betekenis volgens de vertaling. gern betekent “graag” en staat vaak bij een werkwoord om uit te drukken dat iemand iets met plezier doet. Ich lese gern. = “Ik lees graag.” Het is geen vervoegde vorm en verandert hier niet mee met de persoon. aber verbindt twee delen met een tegenstelling: “maar”. Het eerste deel noemt een positieve voorkeur, terwijl het volgende deel een belastende ervaring met de cursus toevoegt. Voorbeeld: Ich komme gern, aber ich habe wenig Zeit. = “Ik kom graag, maar ik heb weinig tijd.” der Kurs betekent “de cursus”. Kurs is een mannelijk zelfstandig naamwoord; als onderwerp staat het hier in de nominatief met het bepaalde lidwoord der. De vorm van het lidwoord hangt niet alleen van enkelvoud af, maar ook van naamval en grammaticaal geslacht. Voorbeeld: Der Kurs beginnt morgen. = “De cursus begint morgen.” fühlt sich en an horen samen bij het scheidbare werkwoord sich anfühlen, “aanvoelen”. In deze zin staat de vervoegde vorm fühlt op de tweede zinsplaats en staat het partikel an aan het einde: Der Kurs fühlt sich ... an. Fühlt is hier de derde persoon enkelvoud van sich anfühlen; sich is het wederkerende voornaamwoord dat bij dit werkwoord hoort. Voorbeeld: Der Stoff fühlt sich weich an. = “De stof voelt zacht aan.” stressig betekent “stressvol” of “belastend”. Het is hier een bijvoeglijk naamwoord na sich anfühlen, dus het beschrijft hoe de cursus wordt ervaren en krijgt geen verbuigingsuitgang: Der Kurs fühlt sich stressig an. Vergelijk ein stressiger Kurs, waarin het bijvoeglijk naamwoord vóór het zelfstandig naamwoord wel een uitgang krijgt. Samen vormt Ein bisschen von beidem een kort antwoord: de spreker ervaart een beetje van beide eerder besproken mogelijkheden. Ich male gern zegt dat de spreker graag schildert. aber der Kurs fühlt sich stressig an voegt daar de tegenstelling aan toe dat de cursus voor de spreker stressvol aanvoelt. De volledige betekenis is dus: “Een beetje van beide. Ik schilder graag, maar de cursus voelt stressvol aan.”

  4. Vielleicht ist das Hobby von etwas Entspannendem zu einer weiteren Verpflichtung geworden.

    Misschien is de hobby van iets ontspannends veranderd in een nieuwe verplichting.

    Vielleicht
    misschien
    Hobby
    hobby
    von … zu
    van ... naar ...
    Entspannendem
    ontspannends
    weiteren
    verdere / extra
    Verpflichtung
    verplichting
    geworden
    geworden
    Uitgebreide uitleg

    Vielleicht betekent hier “misschien” en maakt de uitspraak voorzichtig: de spreker presenteert dit als een mogelijkheid, niet als een zekerheid. Voorbeeld: Vielleicht regnet es morgen. — “Misschien regent het morgen.” Hobby is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Hobby. In deze zin is het het onderwerp van ist ... geworden; het gaat dus om de hobby als geheel. Het meervoud is die Hobbys. von ... zu ... vormt hier het patroon “van ... naar ...” en beschrijft een verandering van de ene toestand naar de andere. Zowel von als zu leidt hier een datiefgroep in. Voorbeeld: Der Spaziergang wurde von einer Pause zu einer Gewohnheit. — “De wandeling veranderde van een pauze in een gewoonte.” Entspannendem is een zelfstandig gebruikt bijvoeglijk naamwoord en betekent hier “iets ontspannends”. Het is de verbogen vorm van entspannend. Omdat het na von in de datief staat en verwijst naar iets onzijdigs en onbepaalds, krijgt het de uitgang -em: von etwas Entspannendem. Voorbeeld: Ich brauche etwas Entspannendes. — “Ik heb iets ontspannends nodig.” weiteren betekent hier “verdere”, “extra” of “nog een”. Het hoort bij Verpflichtung. In zu einer weiteren Verpflichtung staat het bijvoeglijk naamwoord in de datief vrouwelijk na het onbepaalde lidwoord einer; daarom heeft het de uitgang -en. Het basiswoord is weiter. Verpflichtung is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Verpflichtung; het betekent “verplichting”. Het meervoud is die Verpflichtungen. In zu einer weiteren Verpflichtung benoemt het de toestand waarin de hobby volgens de zin is veranderd. geworden is het voltooid deelwoord van werden (“worden”). Samen met ist vormt het ist geworden: “is geworden” of, in deze context, “is veranderd”. Hier drukt werden een verandering van toestand uit. Voorbeeld: Die Aufgabe ist schwieriger geworden. — “De taak is moeilijker geworden.” De volledige structuur is Vielleicht ist das Hobby von etwas Entspannendem zu einer weiteren Verpflichtung geworden. Vielleicht maakt de uitspraak onzeker; das Hobby is het onderwerp; von etwas Entspannendem zu einer weiteren Verpflichtung beschrijft de overgang; en ist geworden geeft aan dat die verandering heeft plaatsgevonden. De hele zin betekent: “Misschien is de hobby van iets ontspannends veranderd in een nieuwe verplichting.”

  5. Ja, es fühlt sich weniger nach Spaß und mehr nach einer weiteren Aufgabe an.

    Ja, het voelt minder als plezier en meer als een andere taak.

    Ja
    ja
    fühlt sich
    voelt aan
    weniger
    minder
    Spaß
    plezier
    mehr
    meer
    weiteren
    andere, extra
    Aufgabe
    taak
    Uitgebreide uitleg

    Ja bevestigt wat eraan voorafgaat: “ja”. Het is een zelfstandig bevestigingswoord en verandert niet naar persoon of getal. fühlt sich hoort bij het werkwoord sich anfühlen: iets voelt op een bepaalde manier aan. In de hoofdzin staat het vervoegde deel fühlt op de tweede positie; het scheidbare deel an staat aan het einde: Es fühlt sich gut an. — “Het voelt goed aan.” sich is hier een wederkerend voornaamwoord dat bij dit werkwoord hoort; het betekent niet dat een afzonderlijk genoemde persoon iets voelt. weniger betekent “minder” en vormt hier samen met mehr een vergelijking tussen twee indrukken. Het patroon is sich weniger nach X und mehr nach Y anfühlen: “minder als X en meer als Y aanvoelen”. weniger is de vergelijkende vorm bij wenig; de overtreffende vorm is am wenigsten. Spaß is een zelfstandig naamwoord voor plezier of vermaak. In nach Spaß staat het zonder lidwoord, omdat het hier om plezier als algemene ervaring gaat. Een bruikbaar voorbeeld is: Das macht Spaß. — “Dat is leuk.” mehr betekent “meer” en contrasteert hier met weniger. De vorm komt ook voor in mehr Zeit (“meer tijd”) en heeft in deze zin geen zelfstandig genoemd onderwerp nodig. weiteren is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord weiter; hier betekent het “nog een” of “extra”. Het is niet hetzelfde als het bijwoord weiter in de betekenis “verder”, zoals in Geh weiter! — “Loop verder!” In einer weiteren Aufgabe staat weiteren bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Aufgabe. nach verlangt hier de datief, en na einer krijgt het bijvoeglijk naamwoord de uitgang -en. Aufgabe betekent “taak” of “opdracht”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Aufgabe, in de datief na nach einer Aufgabe. In deze zin wordt de hobby dus voorgesteld als iets dat als een extra taak aanvoelt. Samen vormt es fühlt sich weniger nach Spaß und mehr nach einer weiteren Aufgabe an de parallelle vergelijking “het voelt minder als plezier en meer als een andere taak aan”. Es is hier het grammaticale onderwerp van fühlt sich ... an; de zin zegt dat de ervaring van de hobby zo wordt ervaren, zonder een extra persoon als ervaarder te benoemen. De volledige uiting betekent: “Ja, het voelt minder als plezier en meer als een andere taak.”

  6. Du könntest stattdessen zu Hause einfach üben.

    Je zou in plaats daarvan thuis gewoon kunnen oefenen.

    Du könntest
    je zou kunnen
    stattdessen
    in plaats daarvan
    zu Hause
    thuis
    einfach
    gewoon
    üben
    oefenen
    Uitgebreide uitleg

    Du könntest betekent hier dat je iets zou kunnen doen: het drukt een mogelijke suggestie uit, niet een vaststaand feit. könntest is de vorm van können voor du in de Konjunktiv II. Vergelijk: Du kannst üben = je kunt oefenen; Du könntest üben = je zou kunnen oefenen. Het onderwerp Du staat in deze vorm expliciet bij het werkwoord. stattdessen betekent ‘in plaats daarvan’ en verwijst naar een alternatief voor wat eerder ter sprake was. Het is een bijwoord en verandert niet van vorm. Voorbeeld: Wir fahren nicht mit dem Bus, sondern gehen stattdessen zu Fuß. — We gaan niet met de bus, maar lopen in plaats daarvan. zu Hause betekent ‘thuis’. Deze vaste combinatie gebruikt zu met Hause; de spelling met hoofdletter in Hause hoort bij de vaste uitdrukking. Voorbeeld: Ich lerne zu Hause. — Ik leer thuis. Dit zegt alleen waar de handeling plaatsvindt, niet wie er nog meer thuis is. einfach betekent hier ‘gewoon’, als een manier om het voorgestelde alternatief eenvoudig of ongecompliceerd te presenteren. In andere contexten kan einfach ook ‘eenvoudig’ betekenen, maar hier past de betekenis ‘gewoon’ bij de Nederlandse vertaling. Voorbeeld: Mach es einfach morgen. — Doe het gewoon morgen. üben betekent ‘oefenen’. Dit is de infinitief, omdat hij samen met het modale werkwoord könntest aan het einde van de hoofdzin staat. Na een vervoegd modaal werkwoord blijft het andere werkwoord doorgaans in de infinitief: Du könntest Deutsch üben. — Je zou Duits kunnen oefenen. üben is iets anders dan lernen: oefenen benadrukt herhaling om een vaardigheid beter te beheersen, terwijl leren algemener is. Samen vormt Du könntest ... üben het patroon ‘Je zou ... kunnen oefenen’. stattdessen geeft aan dat dit een alternatief is, zu Hause noemt de plaats en einfach presenteert de handeling als een eenvoudige optie. De volledige zin betekent dus: ‘Je zou in plaats daarvan thuis gewoon kunnen oefenen.’

  7. Dann kann ich den Vorteil behalten, ohne den festen Zeitplan zu haben.

    Dan kan ik het voordeel behouden zonder het vaste schema.

    Dann
    dan
    kann ich
    kan ik
    Vorteil
    voordeel
    behalten
    behouden
    ohne … zu haben
    zonder ... te hebben
    festen
    vaste
    Zeitplan
    schema
    Uitgebreide uitleg

    Dann betekent hier ‘dan’ of ‘in dat geval’. Het kan een gevolg of volgende stap inleiden. Voorbeeld: Dann gehe ich nach Hause. = Dan ga ik naar huis. kann ich bestaat uit kann, de vorm van können voor de eerste persoon enkelvoud, en ich (‘ik’). Können drukt hier mogelijkheid of vermogen uit. Omdat Dann vooraan staat, staat het vervoegde werkwoord vóór het onderwerp: Dann kann ich .... Vergelijk: Ich kann ..., maar Dann kann ich .... In den Vorteil betekent Vorteil ‘voordeel’. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Vorteil. Hier staat het als lijdend voorwerp na behalten, dus in de accusatief: der Vorteil wordt den Vorteil. behalten is het infinitief van ‘behouden’ of ‘houden’. Na kann blijft het hoofdwerkwoord in de infinitief en staat het achteraan in deze hoofdzin. Voorbeeld: Ich kann den Platz behalten. = Ik kan de plaats behouden. ohne ... zu haben is een constructie met de betekenis ‘zonder ... te hebben’. ohne leidt hier een infinitiefgroep in; haben is de infinitief van ‘hebben’ en krijgt in deze constructie zu: zu haben. De twee delen horen bij elkaar, ook al staat den festen Zeitplan ertussen. Voorbeeld: Sie ging, ohne sich zu verabschieden. = Ze ging weg zonder afscheid te nemen. festen betekent hier ‘vaste’. Het bijvoeglijk naamwoord is fest; de uitgang in den festen Zeitplan komt doordat het bijvoeglijk naamwoord bij het mannelijke zelfstandig naamwoord Zeitplan staat in de accusatief na den. In een andere vorm zie je bijvoorbeeld ein fester Zeitplan (‘een vast schema’). Zeitplan betekent ‘schema’ of ‘tijdschema’. Het is een samenstelling van Zeit (‘tijd’) en Plan (‘plan’), maar als geheel is het één zelfstandig naamwoord: der Zeitplan; het meervoud is die Zeitpläne. De zin wordt dus opgebouwd als: Dann (‘dan’) + kann ich (‘kan ik’) + den Vorteil behalten (‘het voordeel behouden’) + ohne den festen Zeitplan zu haben (‘zonder het vaste schema te hebben’). Als geheel betekent hij: ‘Dan kan ik het voordeel behouden zonder het vaste schema te hebben.’

  8. Hobbys sollten zu deinem Leben passen und nicht nur zu deinem Idealbild von dir selbst.

    Hobby's moeten in je leven passen, niet alleen bij het beeld dat je van jezelf hebt.

    Hobbys
    hobby’s
    sollten
    zouden moeten
    Leben
    leven
    passen
    passen
    nicht nur
    niet alleen
    Idealbild
    ideaalbeeld
    von dir selbst
    van jezelf
    Uitgebreide uitleg

    Hobbys betekent hier hobby’s. Het is een meervoudsvorm; het enkelvoud is Hobby, en het meervoud wordt Hobbys gevormd. Omdat dit het onderwerp is, staat het werkwoord later in het meervoud. sollten is hier de vorm van sollen bij een meervoudig onderwerp. In deze zin drukt het uit wat passend of wenselijk is: hobby’s zouden bij je leven moeten passen. Het is dus niet de verleden tijd van een gewone mededeling; de vorm geeft hier een aanbeveling of norm weer. Vergelijk: Du solltest schlafen. — Je zou moeten slapen. Leben betekent leven. In zu deinem Leben staat het na zu; deze voorzetselgroep krijgt in het Duits de datief. Leben is onzijdig, daarom wordt dein hier deinem: dein Leben maar zu deinem Leben. passen betekent passen of aansluiten bij. De gebruikelijke structuur is zu + datief passen: Das passt zu mir. — Dat past bij mij. In de vaste zin gaat het om de vraag of de hobby’s aansluiten bij het leven van de aangesprokene. nicht nur betekent niet alleen en beperkt hier het eerste mogelijke criterium. De zin zegt dat hobby’s wel bij het leven mogen passen, maar niet uitsluitend bij het ideale zelfbeeld. Samen met und vormt het de tegenstelling zu deinem Leben passen und nicht nur zu ... passen; het tweede passen is begrijpelijk weggelaten omdat het al eerder staat. Idealbild is een samengesteld zelfstandig naamwoord: Ideal + Bild, letterlijk een ideaalbeeld. Het verwijst hier naar het beeld dat iemand van zichzelf als ideaal heeft, niet naar een concreet fysiek beeld. Het zelfstandig naamwoord is onzijdig: das Idealbild; daarom staat na zu de vorm deinem Idealbild. von dir selbst maakt duidelijk wiens ideaalbeeld bedoeld is: van jezelf. dir is de datiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord voor de tweede persoon enkelvoud; selbst benadrukt de persoon in die uitdrukking. Dit is niet hetzelfde als du, dat de vorm voor het onderwerp is. Voorbeeld: Du kennst dich selbst. — Jij kent jezelf. Geheel opgebouwd: het onderwerp Hobbys wordt verbonden met de aanbeveling sollten ... passen. De eerste zu-groep noemt het echte levensverband: zu deinem Leben. Daarna beperkt nicht nur die aanbeveling: het gaat niet alleen om zu deinem Idealbild von dir selbst. De volledige betekenis is daarom: hobby’s zouden in je leven moeten passen, niet alleen bij het beeld dat je van jezelf hebt.

  9. Vielleicht würde eine Pause vom Kurs zeigen, ob er mir fehlt.

    Misschien laat een pauze in de cursus zien of ik hem mis.

    Vielleicht
    misschien
    würde
    zou
    eine Pause
    een pauze
    Kurs
    cursus
    zeigen
    laten zien
    ob
    of
    er
    hij; hier het gemiste
    mir fehlt
    ontbreekt mij
    Uitgebreide uitleg

    Vielleicht betekent hier “misschien” en drukt onzekerheid uit. Het maakt van de uitspraak een mogelijkheid, geen vaststelling. würde is de vorm van werden die hier met zeigen een voorwaardelijke of voorzichtige formulering vormt: würde ... zeigen = “zou ... laten zien”. Voorbeeld: Das würde helfen. = “Dat zou helpen.” eine Pause betekent “een pauze”. eine is het onbepaalde lidwoord bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Pause; het drukt op zichzelf geen aantal uit. Kurs betekent “cursus”. In vom Kurs is vom de samentrekking van von dem; Kurs staat daar dus in de datiefvorm na von. De combinatie betekent hier “van de cursus”. zeigen betekent “laten zien” of “aantonen”. Het is het infinitief dat bij würde hoort. Voorbeeld: Das wird den Unterschied zeigen. = “Dat zal het verschil laten zien.” ob leidt een indirecte ja-neevraag in en betekent hier “of”. In de bijzin staat het werkwoord achteraan: ob er mir fehlt. er is een persoonlijk voornaamwoord in de derde persoon enkelvoud met de mannelijke vorm. Het is grammaticaal het onderwerp van fehlt; volgens de vaste vertaling verwijst het hier naar der Kurs. In de Nederlandse vertaling wordt dit door de constructie iemand missen weergegeven als “hem”. mir fehlt bevat fehlt, de derde persoon enkelvoud van fehlen, en mir, de datiefvorm van ich (“ik/mij”). In de constructie jemandem fehlt etwas is iets voor iemand afwezig. Samen met er betekent er mir fehlt dus “ik hem mis”: er is wat gemist wordt en mir is degene die het gemis ervaart. Voorbeeld: Du fehlst mir. = “Ik mis je.” Samen betekenen eine Pause vom Kurs en würde ... zeigen “een pauze van de cursus zou ... laten zien”. De bijzin ob er mir fehlt vult aan wat die pauze zou kunnen laten zien: “of ik hem mis”. De volledige betekenis is: “Misschien zou een pauze van de cursus laten zien of ik hem mis.”

  10. Das ist besser, als plötzlich aufzuhören oder dich zu zwingen.

    Dat is beter dan plotseling stoppen of jezelf dwingen.

    Das ist
    dat is
    besser
    beter
    plötzlich
    plotseling
    aufzuhören
    te stoppen
    dich zu zwingen
    jezelf dwingen
    Uitgebreide uitleg

    Das ist betekent hier “dat is”. das verwijst in de context naar de besproken mogelijkheid van een pauze van de cursus, of preciezer naar die situatie als geheel. Het is dus niet nodig om het als verwijzing naar een van de daaropvolgende alternatieven te begrijpen. Das ist ... is een bruikbaar patroon om iets te beoordelen: Das ist gut. = “Dat is goed.” besser betekent hier “beter” en is de vergrotende trap van gut: gut – besser – am besten (“goed” – “beter” – “het best”). Hier wordt de besproken mogelijkheid vergeleken met de twee handelingen die daarna worden genoemd. plötzlich betekent “plotseling” of “opeens”. Het is een bijwoord en beschrijft hier hoe het stoppen zou gebeuren. Voorbeeld: Er ging plötzlich. = “Hij ging plotseling.” aufzuhören betekent hier “te stoppen”. Het komt van aufhören (“stoppen, ophouden”). Dit is een zu-infinitief van een scheidbaar werkwoord: zu staat tussen auf- en de rest van het werkwoord. Voorbeeld: Es ist schwer, aufzuhören. = “Het is moeilijk om te stoppen.” dich zu zwingen betekent “jezelf te dwingen”. zwingen is het werkwoord “dwingen”; dich is de accusatiefvorm van du en verwijst hier naar de aangesprokene. Samen geeft de groep aan dat die persoon zichzelf zou dwingen, zonder dat in deze zin wordt gespecificeerd waartoe. zu zwingen is een zu-infinitief. Voorbeeld: Du versuchst, dich zu beruhigen. = “Je probeert jezelf te kalmeren.” Het Duitse vergelijkingspatroon is besser als ...; in de vertaling komt dat overeen met “beter dan ...”. Na als volgen hier twee met oder verbonden infinitiefgroepen: plötzlich aufzuhören (“plotseling te stoppen”) en dich zu zwingen (“jezelf te dwingen”). Samen betekent de zin: “Dat is beter dan plotseling stoppen of jezelf dwingen.”

Grammatica

aufzuhören

Dich zu zwingen, aufzuhören, ist stressig.

Disj tsoe tsving-en, aauf-tsoe-heu-ren, ist sjtres-sisj.

Jezelf dwingen om te stoppen is stressvol.

Bij scheidbare werkwoorden komt zu tussen het voorvoegsel en de stam: auf|zu|hören.

etwas Entspannendem

Ich möchte mit etwas Entspannendem weitermachen.

Isj meusj-tuh mit et-vas ent-sjpan-nen-dem vaai-tuh-maakhən.

Ik wil doorgaan met iets ontspannends.

Een bijvoeglijk naamwoord kan zelfstandig worden gebruikt; de uitgang past zich aan de grammaticale vorm aan.

Duits woordenschat

beide voornaamwoord
bai-duh beide beidem

Ein bisschen von beidem.

Hobby zelfstandig naamwoord
hob-bie hobby

das Hobby

Interesse zelfstandig naamwoord
in-tuh-res-suh interesse

das Interesse verlieren

malen werkwoord
maa-luh schilderen male

Ich male gern.

Malkurs zelfstandig naamwoord
maal-koers schildercursus

mit dem Malkurs weitermachen

möchten werkwoord
meusj-ten willen möchte

ich ... weitermachen möchte

sich anfühlen werkwoord
ziesj an-fuu-len aanvoelen fühlt sich ... an

Der Kurs fühlt sich stressig an.

sich sicher sein uitdrukking
ziesj zie-sjer zain zeker zijn

Ich bin mir nicht sicher.

stressig bijvoeglijk naamwoord
sj tres-sisj stressvol

Der Kurs fühlt sich stressig an.

verlieren werkwoord
fer-lie-ren verliezen Verlierst

Verlierst du das Interesse?

Verpflichtung zelfstandig naamwoord
fer-plisj-toeng verplichting

die feste Verpflichtung

weitermachen werkwoord
vaai-tuh-maakhən doorgaan

mit dem Malkurs weitermachen

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

doorgaan

Antwoord tonenweitermachen

interesse

Antwoord tonenInteresse

verliezen

Antwoord tonenVerlierst

beide

Antwoord tonenbeidem