Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Wachten in de rij en op tijd blijven oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Ich bin wohl noch lange nicht an der Reihe.
ich bin vool nog lange niet an deer raai-je. Ik ben waarschijnlijk nog lang niet aan de beurt.Ich muss bald woanders sein.
ich moes balt voonders zain. Ik moet binnenkort ergens anders zijn.Lass mich dir erklären, wie die Schlange vorankommt, bevor du entscheidest, ob du bleibst.
las mich dier erklèren, vie die sjlange foorankomt, befoor doe entsjaidest, op doe blaibst. Laat me uitleggen hoe de rij vordert voordat je beslist of je blijft.Geht die Schlange gleichmäßig voran?
geet die sjlange glaichmeessich fooran? Gaat de rij in een gelijkmatig tempo vooruit?Das Tempo ist heute ungleichmäßig. Einige Anfragen dauern länger als erwartet.
das tempo ist hoite onglaichmeessich. Aainige anfraagen dauwen leng-er als ervartet. Het tempo is vandaag wisselend. Sommige aanvragen duren langer dan verwacht.Wenn ich kurz weggehe, kann ich dann an denselben Platz zurückkommen?
ven ich koerts veggee, kan ich dan an deenzelben plats tseroekkommen? Als ik even wegga, kan ik dan op dezelfde plek terugkomen?Du kannst deinen Platz nur behalten, wenn du in der Nähe der Schlange bleibst.
doe kanst dain-en plats noer behalten, ven doe in deer neeje der sjlange blaibst. Je kunt je plek alleen behouden als je dicht bij de rij blijft.Dann muss ich entscheiden, ob das warten kann.
dan moes ich entsjaiden, op das wachten kan. Dan moet ik beslissen of dit kan wachten.Wenn diese Dienstleistung heute wichtig ist, ist es die sicherere Wahl, in der Nähe der Schlange zu bleiben.
ven dieze dienstlaistung hoite vichtig ist, ist es die zicherere vaal, in deer neeje der sjlange toe blaiben. Als deze dienst vandaag belangrijk is, is dicht bij de rij blijven de veiligere keuze.Ich kann der anderen Person eine Nachricht schreiben und die Verspätung erklären.
ich kan deer anderen persoon aine naachricht sjraiben oent die fersjpeetoeng erkleren. Ik kan de andere persoon een bericht sturen en de vertraging uitleggen.Das sollte ihnen helfen zu verstehen, warum du zu spät kommst.
das zollte ienen helpen toe fersjteen, waarom doe toe sjpeet komt. Dat zou hen moeten helpen begrijpen waarom je te laat bent.Uitleg van de zinnen
Ich bin wohl noch lange nicht an der Reihe.
Ik ben waarschijnlijk nog lang niet aan de beurt.
- Ich bin
- ik ben
- wohl
- waarschijnlijk
- noch lange nicht
- nog lang niet
- an der Reihe
- aan de beurt
Uitgebreide uitleg
Ich bin betekent hier “ik ben”. bin is de vorm van sein voor ich in de tegenwoordige tijd: ich bin, du bist, er/sie/es ist. Voorbeeld: Ich bin müde. — “Ik ben moe.” wohl betekent hier “waarschijnlijk”. Het geeft aan dat de spreker iets als waarschijnlijk inschat, zonder het als zekere informatie te presenteren. Voorbeeld: Er kommt wohl später. — “Hij komt waarschijnlijk later.” noch lange nicht betekent samen “nog lang niet”. noch geeft aan dat een toestand tot nu toe niet veranderd is; lange benadrukt dat het verwachte moment nog ver weg is; nicht maakt de uitdrukking negatief. Voorbeeld: Wir sind noch lange nicht fertig. — “We zijn nog lang niet klaar.” an der Reihe is een vaste uitdrukking voor “aan de beurt”. In deze uitdrukking staat Reihe met het vrouwelijke lidwoord der na an; de hele uitdrukking beschrijft wie of wat aan de beurt is. Voorbeeld: Jetzt bist du an der Reihe. — “Nu ben jij aan de beurt.” Samen ontstaat de betekenis: Ich bin wohl = “ik ben waarschijnlijk”, noch lange nicht = “nog lang niet”, en an der Reihe = “aan de beurt”. De volledige zin betekent daarom: “Ik ben waarschijnlijk nog lang niet aan de beurt.”
Ich muss bald woanders sein.
Ik moet binnenkort ergens anders zijn.
- Ich muss
- ik moet
- bald
- binnenkort
- woanders
- ergens anders
- sein
- zijn
Uitgebreide uitleg
Ich muss: Dit is de combinatie van het onderwerp ich (“ik”) met de vorm muss van het werkwoord müssen (“moeten”). muss is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud; bij een ander onderwerp verandert de vorm, bijvoorbeeld du musst (“jij moet”). Als müssen een ander werkwoord begeleidt, staat dat werkwoord meestal als infinitief achteraan: Ich muss gehen. = “Ik moet gaan.” bald: Hier betekent dit “binnenkort”, dus op een nabije tijd zonder een precieze termijn te noemen. Het is een bijwoord en verandert daarom niet mee met een zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Wir sehen uns bald. = “We zien elkaar binnenkort.” woanders: Dit betekent “ergens anders” en verwijst naar een andere plaats dan de relevante huidige of eerder bedoelde plaats. Het is een bijwoord; gebruik het dus niet alsof het een zelfstandig naamwoord met een lidwoord is. Voorbeeld: Sie arbeitet woanders. = “Zij werkt ergens anders.” sein: Dit is de infinitief van sein (“zijn”). Na het modale werkwoord muss blijft deze vorm onvervoegd en staat hij achteraan. De vervoegde vorm hoort bij het onderwerp: ich bin = “ik ben”, maar ich muss sein = “ik moet zijn”. Samen vormt Ich muss bald woanders sein. de structuur onderwerp + müssen + tijdsbepaling + plaatsbepaling + infinitief: “Ik moet binnenkort ergens anders zijn.” De zin zegt dat de spreker op een nabije, niet nader bepaalde tijd op een andere plaats moet zijn.
Lass mich dir erklären, wie die Schlange vorankommt, bevor du entscheidest, ob du bleibst.
Laat me uitleggen hoe de rij vordert voordat je beslist of je blijft.
- Lass mich
- laat me
- dir
- aan jou
- erklären
- uitleggen
- wie
- hoe
- die Schlange
- de rij
- vorankommt
- vordert
- bevor
- voordat
- du
- je
- entscheidest
- beslist
- ob
- of
- du bleibst
- je blijft
Uitgebreide uitleg
Lass mich is hier een verzoek in de gebiedende wijs: “laat mij …”. lassen heeft in deze vorm geen zichtbaar onderwerp; de aangesproken persoon is het niet-uitgedrukte du. mich is de accusatiefvorm van ich en is degene die iets zal doen. Een bruikbaar patroon is Lass mich + infinitief: Lass mich helfen. — “Laat me helpen.” dir is de datiefvorm van du, hier “aan jou”. Het geeft de persoon aan voor wie de uitleg bedoeld is. Vergelijk de vormen: du als onderwerp, dir als datief en dich als accusatief. In Lass mich dir erklären voert mich de handeling uit en is dir de ontvanger. erklären betekent “uitleggen” en staat na Lass mich in de infinitief. Het werkwoord krijgt in deze zin dus niet de vorm van de aangesproken persoon. Voorbeeld: Ich erkläre dir den Weg. — “Ik leg je de weg uit.” wie leidt hier een indirecte vraag in met de betekenis “hoe”. In zo’n bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan: wie die Schlange vorankommt. die Schlange betekent hier, volgens de vaste vertaling, “de rij”. Het vrouwelijke lidwoord die hoort bij het zelfstandig naamwoord Schlange; in andere contexten kan hetzelfde Duitse woord ook “slang” betekenen, maar dat is niet de bedoelde betekenis in deze zin. Voorbeeld: Die Schlange ist lang. — “De rij is lang.” vorankommt komt van vorankommen, “vooruitgaan” of “vorderen”. Het is de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: die Schlange kommt voran. Omdat vorankommen een scheidbaar werkwoord is, staat voran in een gewone hoofdzin los van kommt; in deze bijzin blijft de vorm als vorankommt bijeen. Voorbeeld: Der Zug kommt gut voran. — “De trein vordert goed.” bevor betekent “voordat” en leidt een bijzin in. Het gebeuren in die bijzin wordt als voorafgaand aan het andere gebeuren voorgesteld. Ook hier staat het vervoegde werkwoord aan het einde: bevor du entscheidest. du is de informele tweede persoon enkelvoud als onderwerp: “je”. Het is hier het onderwerp van entscheidest en later opnieuw van bleibst; het verwijst grammaticaal naar dezelfde aangesproken persoon in deze zin. entscheidest komt van entscheiden, “beslissen”. Dit is de tweede persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: du entscheidest. De stam krijgt hier de uitgang -st, met de stamklinker van entscheiden in deze vorm. Voorbeeld: Du entscheidest morgen. — “Je beslist morgen.” ob betekent “of” wanneer het een indirecte ja-neevraag inleidt. De bijzin ob du bleibst geeft dus aan waarover de beslissing gaat; het betekent niet het alternatief “ofwel … ofwel …” van een gewone keuzeconstructie. du bleibst betekent “je blijft”. bleibst komt van bleiben en is de tweede persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. De vorm bleibst hoort bij onderwerp du; bij ich is de vorm bleibe. Voorbeeld: Bleibst du heute? — “Blijf je vandaag?” De delen bouwen de zin als volgt op: Lass mich dir erklären vraagt de aangesproken persoon om de spreker iets uit te laten leggen. wie die Schlange vorankommt is de inhoud van die uitleg: hoe de rij vordert. bevor du entscheidest plaatst die uitleg vóór de beslissing, en ob du bleibst benoemt de inhoud van die beslissing. Als geheel betekent de uiting daarom: “Laat me uitleggen hoe de rij vordert voordat je beslist of je blijft.”
Geht die Schlange gleichmäßig voran?
Gaat de rij in een gelijkmatig tempo vooruit?
- Geht … voran
- vooruitgaan
- Schlange
- rij
- gleichmäßig
- gelijkmatig
Uitgebreide uitleg
Geht ... voran komt van het werkwoord vorangehen en betekent hier dat iets vooruitgaat of vordert. In de tegenwoordige tijd is geht de vorm voor de derde persoon enkelvoud; voran staat als los deel aan het einde. Bij een ja-neevraag staat de persoonsvorm vooraan: Geht die Schlange voran? — “Gaat de rij vooruit?” Schlange betekent hier “rij”, niet het dier “slang”. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Schlange. De context en de vaste vertaling maken duidelijk dat het om een rij gaat. gleichmäßig beschrijft hier de manier waarop de rij vooruitgaat: in een gelijkmatig tempo, zonder wisselingen. Het woord heeft in deze functie geen aparte adverbiale uitgang. Het tegenovergestelde is ungleichmäßig. Voorbeeld: Das Tempo ist gleichmäßig. — “Het tempo is gelijkmatig.” Samen vormt Geht die Schlange gleichmäßig voran? de vraag of de rij gelijkmatig vooruitgaat. De vraagvorm ontstaat door geht vooraan te plaatsen; die Schlange is datgene waarover gevraagd wordt en gleichmäßig beschrijft de manier van vorderen.
Das Tempo ist heute ungleichmäßig. Einige Anfragen dauern länger als erwartet.
Het tempo is vandaag wisselend. Sommige aanvragen duren langer dan verwacht.
- Tempo
- tempo
- heute
- vandaag
- ungleichmäßig
- ongelijkmatig; wisselend
- Einige
- sommige
- Anfragen
- aanvragen
- dauern
- duren
- länger
- langer
- als erwartet
- dan verwacht
Uitgebreide uitleg
Tempo betekent hier het tempo of de snelheid waarmee iets verloopt. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Tempo; in het meervoud is het die Tempi (ook Tempos komt voor). In Das Tempo ist ... is das Tempo het onderwerp en ist de vorm van sein voor de derde persoon enkelvoud. heute betekent vandaag en plaatst de beschreven toestand in de huidige dag. Bijvoorbeeld: Heute dauert die Fahrt länger. — Vandaag duurt de rit langer. ungleichmäßig beschrijft iets dat niet gelijkmatig of niet constant verloopt. In deze zin staat het als naamwoordelijk deel na ist, dus zonder adjectiefuitgang: Das Tempo ist ungleichmäßig. Het bruikbare contrast is gleichmäßig — gelijkmatig; dat woord stond ook in de eerdere vraag over de rij. Ungleichmäßig zegt hier dat het tempo wisselt, niet dat het noodzakelijk voortdurend traag is. Einige betekent sommige of enkele. Het verwijst hier naar meer dan één maar niet naar een nader bepaald aantal. De vorm staat bij een meervoudig zelfstandig naamwoord; einige Anfragen betekent dus sommige aanvragen. Anfragen is het meervoud van die Anfrage, een aanvraag of verzoek. Het woord kan afhankelijk van de context ook een vraag of informatieverzoek aanduiden; in de vaste vertaling is de bedoelde betekenis aanvragen. Bijvoorbeeld: Wir bearbeiten einige Anfragen. — We behandelen enkele aanvragen. dauern is de tegenwoordige-meervoudsvorm van dauern, duren. Het onderwerp is hier Einige Anfragen, daarom staat het werkwoord in de derde persoon meervoud: Einige Anfragen dauern .... Vergelijk: Die Anfrage dauert lange. — De aanvraag duurt lang. länger is de vergrotende trap van lang: lang — länger — am längsten. Bij dauern gaat het om een langere tijdsduur. Länger als ... vergelijkt die duur met een referentiepunt; het betekent niet op zichzelf het langst. als erwartet betekent dan verwacht. Erwartet is hier het voltooid deelwoord van erwarten (verwachten) in een verkorte vergelijking: letterlijk wordt de verwachte duur als maatstaf gebruikt. Na een vergrotende trap gebruikt het Duits als: Die Antwort kommt später als erwartet. — Het antwoord komt later dan verwacht. Samen betekent Das Tempo ist heute ungleichmäßig: het tempo wisselt vandaag. Daarna specificeert Einige Anfragen dauern länger als erwartet dat sommige aanvragen meer tijd in beslag nemen dan men verwachtte. De twee zinnen vormen samen de vaste betekenis: het verloop is vandaag niet constant en een deel van de aanvragen duurt langer dan verwacht.
Wenn ich kurz weggehe, kann ich dann an denselben Platz zurückkommen?
Als ik even wegga, kan ik dan op dezelfde plek terugkomen?
- Wenn ich
- als ik
- kurz
- even; kort
- weggehe
- wegga
- kann ich
- kan ik
- dann
- dan
- denselben
- dezelfde
- Platz
- plek
- zurückkommen
- terugkomen
Uitgebreide uitleg
Wenn ich leidt een voorwaardelijke bijzin in: “als ik …”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Vergelijk: Wenn du kommst, ... = “Als je komt, ...”. Wenn kan ook “wanneer” betekenen; hier gaat het om een voorwaarde. kurz betekent hier “even” en geeft aan dat het weggaan kort duurt. Als bijwoord verandert het niet van vorm. Kurz warten betekent bijvoorbeeld “even wachten”. weggehe is de vorm van weggehen bij ich: ich gehe weg = “ik ga weg”. Weggehen is een scheidbaar werkwoord. In de hoofdzin staan gehe en weg uit elkaar, maar in deze bijzin verschijnt het vervoegde werkwoord als één vorm aan het einde: ich weggehe. kann ich gebruikt het modale werkwoord können met ich: ich kann = “ik kan”. Het drukt hier de mogelijkheid uit om terug te komen. In een hoofdvraag staat het vervoegde werkwoord voor het onderwerp: Kann ich ...? Het daaropvolgende werkwoord blijft dan als infinitief staan. dann betekent hier “dan” in de betekenis “in dat geval” of “daarna”. Het verbindt de voorwaarde met de vraag naar wat vervolgens mogelijk is. denselben betekent “dezelfde” en hoort bij Platz. De vorm is hier mannelijk, enkelvoud en accusatief: derselbe → denselben. De accusatief wordt hier gebruikt omdat an bij een beweging naar een plaats een accusatiefgroep inleidt: an denselben Platz zurückkommen. De vorm dieselben hoort bijvoorbeeld bij een meervoudig zelfstandig naamwoord, niet bij het enkelvoudige Platz. Platz betekent hier “plek” of “plaats”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Platz. In deze context gaat het om dezelfde plek als eerder, zonder dat de zin specificeert welke concrete plek dat is. Een ander gebruik is bijvoorbeeld ein Sitzplatz voor “een zitplaats”. zurückkommen betekent “terugkomen”. Het is een infinitief van het scheidbare werkwoord zurückkommen; zurück geeft de terugkeer aan. Met kann staat de infinitief aan het einde: Ich kann morgen zurückkommen. = “Ik kan morgen terugkomen.” De delen bouwen de zin zo op: Wenn ich kurz weggehe = “Als ik even wegga”; kann ich dann = “kan ik dan”; en an denselben Platz zurückkommen = “naar dezelfde plek terugkomen”. Samen betekent de vraag: “Als ik even wegga, kan ik dan op dezelfde plek terugkomen?”
Du kannst deinen Platz nur behalten, wenn du in der Nähe der Schlange bleibst.
Je kunt je plek alleen behouden als je dicht bij de rij blijft.
- Du kannst
- je kunt
- Platz
- plek
- behalten
- behouden
- nur … wenn
- alleen als
- Nähe
- buurt; nabijheid
- Schlange
- rij
- bleibst
- blijft
Uitgebreide uitleg
Du kannst betekent hier “je kunt” en vormt met behalten een constructie met het modale werkwoord können. können drukt mogelijkheid of haalbaarheid uit; bij du is de tegenwoordige vorm kannst. Het hoofdwerkwoord blijft als infinitief staan: Du kannst bleiben = “Je kunt blijven”. Platz betekent hier “plek” of “plaats”. Het is een zelfstandig naamwoord: der Platz; in deinen Platz staat het in de accusatief, omdat het de plaats is die behouden wordt. deinen markeert hier de bezittelijke relatie met “je”. behalten betekent “behouden” of “houden”. Het is een infinitief met als basisvorm behalten; na kannst staat het aan het einde van de hoofdzin. Bijvoorbeeld: Du kannst deinen Platz behalten. = “Je kunt je plek behouden.” nur ... wenn is een voorwaardelijk patroon met de betekenis “alleen als ...”. nur beperkt de mogelijkheid, terwijl wenn de voorwaarde inleidt. In een bijzin met wenn staat het vervoegde werkwoord in het Duits doorgaans achteraan. Nähe betekent “nabijheid” of “buurt”. In in der Nähe betekent het “in de buurt van”. Nähe is vrouwelijk (die Nähe); na in in deze vaste plaatsaanduiding staat der Nähe in de datief. Het daaropvolgende der Schlange geeft aan waarvan de nabijheid wordt bedoeld. Schlange betekent hier, volgens de vaste vertaling, “rij”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Schlange; in der Schlange staat het in de genitief na Nähe en betekent het “van de rij”. Dezelfde vorm kan in andere contexten ook “slang” betekenen, maar hier is “rij” de bedoelde betekenis. bleibst betekent “blijft”. De basisvorm is bleiben (“blijven”); du bleibst is de tegenwoordige tijd voor de tweede persoon enkelvoud. In de wenn-bijzin staat deze vorm aan het einde: wenn du ... bleibst = “als je ... blijft”. Samen vormen in der Nähe der Schlange bleibst en wenn de voorwaarde “als je dicht bij de rij blijft”. De hoofdzin Du kannst deinen Platz nur behalten zegt wat alleen onder die voorwaarde mogelijk is. De volledige betekenis is daarom: “Je kunt je plek alleen behouden als je dicht bij de rij blijft.”
Dann muss ich entscheiden, ob das warten kann.
Dan moet ik beslissen of dit kan wachten.
- Dann
- dan
- muss ich
- moet ik
- entscheiden
- beslissen
- ob
- of
- das
- dit
- warten
- wachten
- kann
- kan
Uitgebreide uitleg
Dann betekent hier “dan”. Het kan ook een tijdsbetekenis hebben, zoals in Dann komme ich morgen — “Dan kom ik morgen”. muss ich bestaat uit de vorm muss van müssen en het onderwerp ich. Müssen drukt noodzaak uit: “moeten”. In een gewone hoofdzin staat de persoonsvorm op de tweede zinsplaats; na Dann komt daarom eerst muss en daarna ich: Dann muss ich .... Voorbeeld: Heute muss ich arbeiten — “Vandaag moet ik werken.” entscheiden is het werkwoord “beslissen”. Het is hier de infinitief die na het modale werkwoord muss komt. Een nuttige vormreeks is entscheiden — ich entscheide: “beslissen” — “ik beslis”. Voorbeeld: Ich muss heute entscheiden — “Ik moet vandaag beslissen.” ob leidt een indirecte ja/nee-vraag aan: “of”. In zo’n bijzin staat de persoonsvorm doorgaans achteraan. Vergelijk Ich weiß, ob er kommt — “Ik weet of hij komt.” Dit is niet hetzelfde als het voorwaardelijke wenn (“als/wanneer”): ob introduceert hier de inhoud van wat beslist moet worden, niet een voorwaarde. das betekent hier “dit” en is een aanwijzend voornaamwoord. De vorm is onzijdig enkelvoud; de zin identificeert niet zelfstandig welk concreet ding das aanduidt. De Nederlandse vertaling bevestigt wel de betekenis “dit”, zonder het referent verder te benoemen. Als das vóór een zelfstandig naamwoord als bepaler staat, kan het ook “dit/dat” betekenen, bijvoorbeeld das Problem — “dit/dat probleem”; in deze zin staat het zelfstandig als voornaamwoord. warten betekent hier “wachten”. Het is de infinitief na kann. In andere contexten kan warten ook met auf worden gebruikt voor “op iemand of iets wachten”, bijvoorbeeld Ich warte auf den Bus — “Ik wacht op de bus.” kann is een vorm van können: ich kann, du kannst, er/sie/es kann. Hier staat kann achteraan omdat het in de ob-bijzin de persoonsvorm is. Samen met warten vormt het warten kann: “kan wachten”. Voorbeeld: Das kann warten — “Dat kan wachten.” De structuur is Dann muss ich entscheiden, ob das warten kann: Dann betekent “dan”, muss ich entscheiden zegt dat de spreker moet beslissen, en de ob-bijzin geeft aan waarover die beslissing gaat. das is daarbij “dit”, en warten kann zegt dat dit kan wachten. De volledige betekenis is: “Dan moet ik beslissen of dit kan wachten.”
Wenn diese Dienstleistung heute wichtig ist, ist es die sicherere Wahl, in der Nähe der Schlange zu bleiben.
Als deze dienst vandaag belangrijk is, is dicht bij de rij blijven de veiligere keuze.
- Wenn
- als / wanneer
- diese
- deze
- Dienstleistung
- dienstverlening
- heute
- vandaag
- wichtig
- belangrijk
- ist
- is
- es
- het
- die
- de
- sicherere
- veiligere
- Wahl
- keuze
- in der Nähe
- in de buurt
- der Schlange
- van de rij
- zu bleiben
- te blijven
Uitgebreide uitleg
Wenn leidt een voorwaardelijke bijzin in: “als/wanneer”. In zo’n Duitse bijzin staat de persoonsvorm vaak aan het einde. Daarom staat ist hier na wichtig: Wenn diese Dienstleistung heute wichtig ist. diese betekent hier “deze” en hoort bij Dienstleistung. Het is de vrouwelijke vorm in het enkelvoud van het aanwijzende woord: dieser (mannelijk), diese (vrouwelijk of meervoud), dieses (onzijdig). De concrete dienst wordt door de vertaling als “deze dienst” aangewezen. Dienstleistung is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Dienstleistung. Het betekent een dienst of dienstverlening. Het meervoud is Dienstleistungen. In deze zin is het enkelvoudige onderwerp van de bijzin. heute betekent “vandaag” en bepaalt wanneer de dienst belangrijk is. Het verandert niet naar geslacht of getal. wichtig betekent “belangrijk”. Hier staat het na ist als gezegde bij het onderwerp; in die positie krijgt het geen uitgang: Die Dienstleistung ist wichtig. = “De dienst is belangrijk.” ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”). De nuttige reeks is sein – ist – sind: Die Wahl ist sicher. = “De keuze is veilig.”, Die Wahlen sind sicher. = “De verkiezingen zijn veilig.” es is hier een onzijdig persoonlijk voornaamwoord in een constructie waarbij de inhoud van het onderwerp later volgt. De infinitiefgroep in der Nähe der Schlange zu bleiben wordt als keuze benoemd: Es ist eine gute Idee, zu warten. = “Het is een goed idee om te wachten.” In deze zin verwijst es dus niet naar een specifiek genoemd zelfstandig naamwoord. die is hier het bepaald lidwoord bij Wahl, een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. Het wijst op de keuze die in deze situatie wordt beoordeeld: die Wahl. sicherere betekent hier “veiligere”. Het bijvoeglijk naamwoord is sicher; de vergrotende trap is sicherer, en de overtreffende trap is am sichersten of der/die/das sicherste. In die sicherere Wahl krijgt de vergrotende vorm de uitgang -e, omdat hij na het bepaalde lidwoord die voor een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord staat. Die sicherere Wahl = “de veiligere keuze”. Wahl betekent “keuze”. Het is vrouwelijk: die Wahl; het meervoud is die Wahlen. Het woord kan ook een verkiezing betekenen, maar in deze zin gaat het volgens de vaste vertaling om een keuze tussen handelwijzen. in der Nähe is een vaste ruimtelijke uitdrukking voor “in de buurt” of “dichtbij”. Nähe is vrouwelijk (die Nähe), en bij een plaats zonder beweging staat na in de datief: in der Nähe. Voorbeeld: Das Café ist in der Nähe. = “Het café is dichtbij.” der Schlange betekent in de woordgroep in der Nähe der Schlange “van de rij”. Schlange is vrouwelijk (die Schlange) en staat hier in de genitief: die Schlange wordt der Schlange. De vaste vertaling maakt duidelijk dat Schlange hier een wachtrij betekent, niet een dier. De genitief drukt hier uit waarvan iets in de buurt is: in der Nähe der Schlange = “in de buurt van de rij”. zu bleiben betekent “te blijven”. Het werkwoord is bleiben (“blijven”); zu markeert hier de infinitief. De groep in der Nähe der Schlange zu bleiben betekent dat men in de buurt van de rij blijft. Voorbeeld: Es ist besser, hier zu bleiben. = “Het is beter om hier te blijven.” De bijzin Wenn diese Dienstleistung heute wichtig ist stelt de voorwaarde: als deze dienst vandaag belangrijk is. De hoofdzin ist es die sicherere Wahl beoordeelt vervolgens de later genoemde handeling als de veiligere keuze. Die handeling is in der Nähe der Schlange zu bleiben, dus in de buurt van de rij blijven. Samen betekent de volledige zin: “Als deze dienst vandaag belangrijk is, is dicht bij de rij blijven de veiligere keuze.”
Ich kann der anderen Person eine Nachricht schreiben und die Verspätung erklären.
Ik kan de andere persoon een bericht sturen en de vertraging uitleggen.
- Ich kann
- ik kan
- anderen
- andere
- Person
- persoon
- Nachricht
- bericht
- schreiben
- schrijven
- Verspätung
- vertraging
- erklären
- uitleggen
Uitgebreide uitleg
Ich kann geeft hier aan dat de spreker iets kan of in staat is te doen. kann is de vorm van können voor ich; vergelijk: ich kann, du kannst, wir können. Na een modaal werkwoord zoals können staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde van de zin: Ich kann helfen = “Ik kan helpen”. anderen betekent hier “andere” en beschrijft Person. Het is de verbogen vorm van ander; de uitgang -en komt hier door de naamval en het lidwoord der, niet doordat het woord zelf een meervoudsvorm is. In een andere omgeving zie je bijvoorbeeld eine andere Person (“een andere persoon”). Person betekent “persoon”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Person. In der anderen Person staat het in de datief, omdat de persoon de ontvanger is van het schrijven. Het vaste patroon is bijvoorbeeld jemandem eine Nachricht schreiben = “iemand een bericht schrijven”. Nachricht betekent “bericht”. Het is vrouwelijk: die Nachricht; in eine Nachricht staat het als lijdend voorwerp in de accusatief. Een bruikbaar voorbeeld is Ich schreibe eine Nachricht = “Ik schrijf een bericht.” schreiben betekent “schrijven”. Dit is hier de infinitief na kann. Zonder modaal werkwoord krijgt het werkwoord bij ich de persoonsvorm schreibe, bijvoorbeeld: Ich schreibe eine Nachricht = “Ik schrijf een bericht.” De infinitief schreiben en de persoonsvorm schreibe horen dus bij hetzelfde werkwoord, maar zijn niet dezelfde vorm. Verspätung betekent “vertraging”. Het is vrouwelijk: die Verspätung. In die Verspätung erklären is het een accusatief lijdend voorwerp. Een voorbeeld is Sie erklärt die Verspätung = “Zij legt de vertraging uit.” erklären betekent “uitleggen”. Ook dit is een infinitief na kann, en het deelt dezelfde modaliteitsconstructie met schreiben: Ich kann ... schreiben und ... erklären. Het werkwoord krijgt hier geen extra uitgang, omdat kann de persoonsmarkering draagt. Samen betekent Ich kann der anderen Person eine Nachricht schreiben und die Verspätung erklären: “Ik kan de andere persoon een bericht sturen en de vertraging uitleggen.” De datiefgroep der anderen Person duidt de ontvanger van het bericht aan. eine Nachricht is wat er geschreven wordt, en die Verspätung is wat in het tweede deel wordt uitgelegd. Het onderwerp Ich geldt voor beide infinitieven; kann maakt beide handelingen mogelijk.
Das sollte ihnen helfen zu verstehen, warum du zu spät kommst.
Dat zou hen moeten helpen begrijpen waarom je te laat bent.
- Das
- dat
- sollte
- zou moeten
- ihnen
- hen
- helfen
- helpen
- zu verstehen
- te begrijpen
- warum
- waarom
- du
- je
- zu spät
- te laat
- kommst
- komt
Uitgebreide uitleg
Das betekent hier “dat” en staat als onderwerp voor iets dat als geheel bekend is. Het is een onzijdige enkelvoudige vorm van het aanwijzende voornaamwoord; uit dit woord alleen volgt niet precies welk onderdeel bedoeld wordt. sollte is hier de Konjunktiv-II-vorm van sollen. Die vorm ziet er hetzelfde uit als de Präteritum-vorm, maar geeft in deze zin de betekenis “zou moeten” weer. Samen met helfen drukt hij uit dat de hulp als verwacht of wenselijk wordt voorgesteld. Voorbeeld: Du sollst warten. — “Je moet wachten.” ihnen is een persoonlijk voornaamwoord in de datief, derde persoon meervoud: “hen”. Het werkwoord helfen neemt in het Duits een datiefpersoon: jemandem helfen — “iemand helpen”. Hier zijn ihnen dus degene(n) die hulp krijgen; de vaste vertaling bevestigt de meervoudige lezing “hen”. helfen is de infinitief van helfen; vergelijk ich helfe, du hilfst, sie helfen. Na sollte staat het als infinitief. Daarna volgt de verdere infinitiefgroep zu verstehen. Voorbeeld: Das soll ihnen helfen. — “Dat moet hen helpen.” zu verstehen is verstehen met zu: “te begrijpen”. Na helfen kan een zu-infinitief aangeven wat de hulp mogelijk maakt: jemandem helfen, etwas zu verstehen — “iemand helpen iets te begrijpen”. verstehen is een onscheidbaar werkwoord met het voorvoegsel ver-; in deze infinitief blijft het één woord. warum is het vraagwoord “waarom”. Het leidt hier geen zelfstandige vraag in, maar een ingebedde waarom-bijzin die uitlegt wat begrepen moet worden. In zo’n bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan: warum du zu spät kommst. du is het informele persoonlijk voornaamwoord voor de tweede persoon enkelvoud: “je/jij”. Het bepaalt de persoon van kommst. Voor meervoud of formele aanspreking gebruikt het Duits andere vormen, bijvoorbeeld ihr kommt of Sie kommen. zu spät betekent “te laat”. Hier beschrijft het dat het aankomen later gebeurt dan passend of verwacht is. zu betekent in deze vaste combinatie “te”, niet het infinitiefpartikel uit zu verstehen. Voorbeeld: Ich bin zu spät. — “Ik ben te laat.” kommst is de vorm van kommen voor du in de tegenwoordige tijd: du kommst — “je komt”. Binnen de bijzin staat du vóór zu spät en staat kommst als vervoegd werkwoord aan het einde. Voorbeeld: Warum kommst du spät? — “Waarom kom je laat?” Samen betekent Das sollte ihnen helfen zu verstehen, warum du zu spät kommst.: “Dat zou hen moeten helpen begrijpen waarom je te laat bent.” De hoofdzin bestaat uit Das sollte ihnen helfen; ihnen is de ontvanger van de hulp en zu verstehen benoemt wat begrepen moet worden. warum du zu spät kommst specificeert vervolgens wat zij moeten begrijpen. De Duitse bijzin eindigt met kommst; de Nederlandse vertaling gebruikt hier natuurlijk “bent” in “te laat bent”.
Grammatica
bevor + bijzin: het werkwoord staat achteraan
Bevor du entscheidest, bleibst du in der Nähe.
Befoor doe entsjaidest, blaibst doe in deer neeje.Voordat je beslist, blijf je in de buurt.
Na „bevor” staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin.
helfen + zu + infinitief
Es hilft, die Nachricht zu verstehen.
Es hilft, die naachricht tsoe fersjteen.Het helpt om het bericht te begrijpen.
Na „helfen” kan een handeling worden uitgedrukt met „zu” + infinitief.
Duits woordenschat
Ich bin wohl noch lange nicht an der Reihe.
Ich muss bald woanders sein.
bevor du entscheidest
ob du bleibst
bevor du entscheidest, ob du bleibst
Lass mich dir erklären, wie die Schlange vorankommt.
Geht die Schlange gleichmäßig voran?
Ich bin wohl noch lange nicht an der Reihe.
wie die Schlange vorankommt
wie die Schlange vorankommt
Ich muss bald woanders sein.
Ich bin wohl noch lange nicht an der Reihe.
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Ik moet binnenkort ergens anders zijn.
Antwoord tonen
Ich muss bald woanders sein.Gaat de rij in een gelijkmatig tempo vooruit?
Antwoord tonen
Geht die Schlange gleichmäßig voran?Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
rij
Antwoord tonen
Schlangelang
Antwoord tonen
langeuitleggen
Antwoord tonen
erklärenbinnenkort