Darf
Darf betekent hier ‘mag’ en opent een beleefd verzoek in Darf ich dich um einen kleinen Gefallen bitten? Het is de vorm van dürfen bij ich. Een vergelijkbaar nieuw voorbeeld is: Darf ich kurz etwas vragen?
ich
ich betekent ‘ik’ en verwijst naar de persoon die spreekt. In Ich bin schnell zurück staat dezelfde vorm met een hoofdletter aan het begin van de zin; als onderwerp staat ich vóór het werkwoord.
dich
dich betekent ‘jou’ en verwijst naar de persoon aan wie het verzoek wordt gericht. In dich um einen kleinen Gefallen bitten hoort dich bij de persoon die om iets wordt gevraagd; een bruikbaar nieuw patroon is jemanden um etwas bitten.
um
um betekent hier ‘om’ en maakt deel uit van um einen kleinen Gefallen bitten. De combinatie geeft aan wat iemand aan een ander vraagt; een nieuw voorbeeld is jemanden um Rat bitten.
einen
einen betekent hier ‘een’ in einen kleinen Gefallen. Deze vorm staat vóór het mannelijke zelfstandige naamwoord Gefallen; hetzelfde patroon zie je in een nieuw voorbeeld zoals einen Kaffee bestellen.
kleinen
kleinen betekent ‘kleine’ en beschrijft Gefallen in einen kleinen Gefallen. De uitgang hoort bij de vorm die vóór het zelfstandig naamwoord staat; een nieuw voorbeeld is einen kleinen Fehler machen.
Gefallen
Gefallen betekent hier ‘gunst’ of een kleine behulpzame dienst. In um einen kleinen Gefallen bitten gaat het om een verzoek aan iemand; een nieuw voorbeeld is jemandem einen Gefallen tun.
bitten
bitten betekent ‘vragen’ of ‘verzoeken’ in um einen kleinen Gefallen bitten. De infinitief staat na Darf ich en krijgt hier de structuur iemand om iets vragen; een nieuw voorbeeld is jemanden um Hilfe bitten.
während
während betekent ‘terwijl’ en verbindt de hoofdzin met de gelijktijdige situatie während wir in der Schlange stehen. In deze bijzin staat het werkwoord aan het einde; een nieuw patroon is während ich arbeite.
wir
wir betekent ‘wij’ of ‘we’ en verwijst naar de spreker en de aangesprokene samen. In während wir in der Schlange stehen is wir het onderwerp van de bijzin; het staat vóór de rest van de zin.
in
in betekent hier ‘in’ en geeft de plaats aan in in der Schlange stehen. De vaste uitdrukking beschrijft dat iemand in een rij staat; een nieuw voorbeeld is in der Küche sein.
der
der is hier het lidwoord bij Schlange in in der Schlange stehen. Het hoort bij de vaste plaatsaanduiding in der Schlange; het lidwoord staat vóór het zelfstandig naamwoord.
Schlange
Schlange betekent hier ‘rij’, niet een dier. In in der Schlange stehen verwijst het naar de rij waarin mensen wachten; een nieuw voorbeeld is am Ende der Schlange stehen.
stehen
stehen betekent ‘staan’ en vormt samen met in der Schlange de uitdrukking ‘in de rij staan’. De infinitief staat aan het einde van während wir in der Schlange stehen; een nieuw voorbeeld is vor dem Eingang stehen.
Sag
Sag betekent ‘zeg’ of ‘vertel’ en is een directe uitnodiging om informatie te geven in Sag mir, was du brauchst. Het is de gebiedende vorm van sagen; een nieuw voorbeeld is Sag mir die Wahrheit.
mir
mir betekent ‘aan mij’ of ‘mij’ en verwijst naar de persoon die de informatie moet ontvangen in Sag mir, was du brauchst. Het staat hier bij sagen als ontvanger; een nieuw patroon is jemandem etwas sagen.
was
was betekent ‘wat’ en introduceert de informatie waarnaar gevraagd wordt in was du brauchst. Het verwijst hier naar wat de ander nodig heeft; een nieuw voorbeeld is Ich weiß, was du meinst.
du
du betekent ‘jij’ of ‘je’ en verwijst naar de aangesprokene. In was du brauchst is du het onderwerp; deze informele aanspreekvorm staat ook in wenn du in der Nähe der Schlange bleibst.
brauchst
brauchst betekent ‘nodig hebt’ in was du brauchst. Het is de vorm van brauchen die bij du hoort; een bruikbaar nieuw patroon is du brauchst etwas.
dann
dann betekent ‘dan’ en geeft hier het gevolg van de voorafgaande informatie aan: dan kan de spreker misschien helpen. In dann kann ich dir vielleicht helfen staat dann vooraan in het tweede deel; een nieuw voorbeeld is Dann gehen wir los.
kann
kann betekent ‘kan’ en drukt in dann kann ich dir vielleicht helfen de mogelijkheid of bereidheid om te helpen uit. Het is de vorm van können bij ich; na kann staat de infinitief helfen.
dir
dir betekent ‘aan jou’ of ‘jou’ en verwijst naar degene die hulp kan krijgen in dir helfen. Het is de ontvanger bij helfen; een nieuw patroon is jemandem helfen.
vielleicht
vielleicht betekent ‘misschien’ en maakt de aangeboden hulp voorzichtig of niet volledig zeker in dann kann ich dir vielleicht helfen. Het staat vóór helfen en verzacht de uitspraak; een nieuw voorbeeld is Vielleicht komme ich später.
helfen
helfen betekent ‘helpen’ en staat als infinitief na kann in dann kann ich dir vielleicht helfen. Het beschrijft de aangeboden hulp aan dir; een nieuw voorbeeld is jemandem bei der Arbeit helfen.
Könntest
Könntest betekent hier ‘zou je kunnen’ en opent een beleefd verzoek in Könntest du meinen Platz in der Schlange freihalten? Het is een vorm van können voor een voorzichtige vraag; een nieuw voorbeeld is Könntest du mir kurz helfen?
meinen
meinen betekent hier ‘mijn’ in meinen Platz. Deze vorm staat vóór Platz en verwijst naar de plek van de spreker; een nieuw patroon is meinen Schlüssel suchen.
Platz
Platz betekent hier ‘plek’, namelijk de plek van de spreker in de rij. In meinen Platz in der Schlange freihalten gaat het om een plaats die iemand tijdelijk vrijhoudt; een nieuw voorbeeld is einen Platz reservieren.
freihalten
freihalten betekent hier ‘vrijhouden’ in meinen Platz in der Schlange freihalten. Het beschrijft dat de plek beschikbaar blijft terwijl de spreker water haalt; een nieuw voorbeeld is einen Sitzplatz freihalten.
etwas
etwas betekent hier ‘iets’ of ‘wat’ in etwas Wasser. Het geeft een niet nader bepaalde hoeveelheid aan; een nieuw patroon is etwas essen.
Wasser
Wasser betekent ‘water’ en is wat de spreker gaat halen in etwas Wasser hole. Het staat hier zonder apart lidwoord na etwas; een nieuw voorbeeld is Wasser trinken.
hole
hole betekent ‘haal’ in etwas Wasser hole. Het is de vorm van holen bij ich in de bijzin; een bruikbaar patroon uit deze zin is etwas holen.
Das
Das betekent ‘dat’ en verwijst in Das kann ich machen naar het voorgestelde vrijhouden van de plek. Het staat als verwijzend onderwerp vóór kann; een nieuw voorbeeld is Das verstehe ich.
machen
machen betekent hier ‘doen’ in Das kann ich machen. De infinitief staat na kann en verwijst naar de eerder genoemde hulp; een nieuw patroon is Das kann ich machen.
wenn
wenn betekent hier ‘als’ en introduceert een voorwaarde in wenn du in der Nähe der Schlange bleibst. In de bron leidt wenn ook Wenn jemand fragt een voorwaardelijke situatie in; een nieuw voorbeeld is Wenn du Zeit hast, komm vorbei.
Nähe
Nähe betekent ‘buurt’ of ‘nabijheid’ in in der Nähe der Schlange. De vaste combinatie geeft aan dat iemand niet ver van de rij blijft; een nieuw voorbeeld is in der Nähe des Bahnhofs.
bleibst
bleibst betekent ‘blijft’ in wenn du in der Nähe der Schlange bleibst. Het is de vorm van bleiben bij du; de plaatsbepaling in der Nähe der Schlange geeft aan waar iemand blijft.
dort
dort betekent ‘daar’ en verwijst naar de plek waar de spreker zichtbaar kan blijven in Ich kann dort bleiben. Het staat bij bleiben als aanduiding van de plaats; een nieuw voorbeeld is Dort ist ein freier Platz.
bleiben
bleiben betekent ‘blijven’ in Ich kann dort bleiben. De infinitief staat na kann en beschrijft dat de spreker op die plek blijft; een nieuw voorbeeld is bitte hier bleiben.
wo
wo betekent ‘waar’ en introduceert de plaatsbepaling wo du mich sehen kannst. Het verbindt de plek dort met de informatie over waar de spreker zichtbaar is; een nieuw voorbeeld is Ich weiß, wo du wohnst.
mich
mich betekent ‘mij’ of ‘me’ en verwijst naar de spreker in wo du mich sehen kannst. Het is degene die zichtbaar is voor du; een nieuw patroon is jemanden sehen.
sehen
sehen betekent ‘zien’ en staat als infinitief bij kannst in wo du mich sehen kannst. Het beschrijft dat de ander de spreker kan waarnemen; een nieuw voorbeeld is einen Freund sehen.
kannst
kannst betekent ‘kunt’ of ‘kan’ in wo du mich sehen kannst. Het is de vorm van können bij du en drukt daar de mogelijkheid om de spreker te zien uit; na kannst staat sehen.
und
und betekent ‘en’ en verbindt twee handelingen van de spreker: zichtbaar blijven en de rij in de gaten houden. In de bron verbindt und de delen dort bleiben en die Schlange im Auge behalten.
die
die is hier het lidwoord bij Schlange in die Schlange im Auge behalten. Het markeert de rij als datgene waarop de aandacht gericht blijft; het staat vóór Schlange.
im Auge behalten
im Auge behalten betekent als geheel ‘in de gaten houden’ of ‘blijven opletten’. Im is de verkorte vorm van in dem, Auge betekent ‘oog’ en behalten betekent ‘houden’; samen vormt die combinatie de uitdrukking in die Schlange im Auge behalten. Een nieuw patroon is etwas im Auge behalten.
hilft
hilft betekent ‘helpt’ in Das hilft. Het is de vorm van helfen bij Das en verwijst naar het geruststellende gedrag van de spreker; een nieuw voorbeeld is Das hilft mir sehr.
weil
weil betekent ‘omdat’ of ‘want’ en geeft de reden voor Das hilft. In weil sich die Leute Sorgen machen könnten staat de reden in een bijzin; een nieuw voorbeeld is Ich bleibe hier, weil ich warte.
sich
sich hoort hier bij de uitdrukking sich Sorgen machen en verwijst naar de mensen die zich zorgen maken. De betekenis ontstaat uit de hele combinatie, niet uit sich alleen; een nieuw patroon is sich Sorgen machen.
Leute
Leute betekent ‘mensen’ in die Leute. Het verwijst naar andere wachtenden die kunnen reageren als iemand verdwijnt; een nieuw voorbeeld is Viele Leute warten hier.
Sorgen
Sorgen betekent hier ‘zorgen’ in sich Sorgen machen. Samen met sich machen beschrijft het bezorgd zijn wanneer iemand verdwijnt; een nieuw voorbeeld is sich wegen etwas Sorgen machen.
könnten
könnten betekent ‘zouden kunnen’ en maakt de mogelijkheid van bezorgdheid voorzichtig in sich Sorgen machen könnten. Het is een vorm van können en staat vóór de infinitief maken; een nieuw patroon is Sie könnten später kommen.
jemand
jemand betekent ‘iemand’ of, in de voorwaarde, ‘iemand als die persoon’. In wenn jemand verschwindet is jemand het onderwerp van verschwindet; een nieuw voorbeeld is Jemand wartet draußen.
verschwindet
verschwindet betekent ‘verdwijnt’ in wenn jemand verschwindet. Het beschrijft dat iemand uit het zicht of uit de rij weggaat; een nieuw voorbeeld is Der Bus verschwindet um die Ecke.
möchte
möchte betekent hier ‘wil’ of ‘zou willen’ en drukt een beleefde persoonlijke wens uit in Ich möchte nicht, dass jemand denkt. Het staat vóór de bijzin met dass; een nieuw voorbeeld is Ich möchte einen Kaffee.
nicht
nicht betekent ‘niet’ en ontkent in Ich möchte nicht, dass jemand denkt dat de spreker dit wil. Het staat direct na möchte en bepaalt de strekking van de zin; een nieuw voorbeeld is Ich komme nicht heute.
dass
dass betekent ‘dat’ en introduceert de inhoud van wat iemand mogelijk denkt in dass jemand denkt, ich drängle mich vor. In deze bijzin staat het werkwoord denkt vóór de verdere inhoud; een nieuw voorbeeld is Ich weiß, dass du hier bist.
denkt
denkt betekent ‘denkt’ in dass jemand denkt, ich drängle mich vor. Het is de vorm van denken bij jemand en beschrijft de gedachte die de spreker wil vermijden; een nieuw voorbeeld is Niemand denkt daran.
drängle
drängle betekent hier ‘dring voor’ en staat in de uitdrukking ich drängle mich vor. De betekenis ‘voordringen’ ontstaat uit de combinatie met mich vor; drängle alleen beschrijft het naar voren duwen of dringen. Een nieuw voorbeeld is Ich drängle mich nicht vor.
vor
vor betekent hier ‘naar voren’ en maakt deel uit van ich drängle mich vor. Samen met mich drängle geeft het aan dat iemand zich vóór anderen in de rij plaatst; de hele combinatie moet daarom behouden blijven.
fragt
fragt betekent ‘vraagt’ in Wenn jemand fragt. Het is de vorm van fragen bij jemand en laat een mogelijke vraag van een andere wachtende inleiden; een nieuw voorbeeld is Wenn jemand fragt, erkläre ich es.
erklären
erklären betekent ‘uitleggen’ in kann ich erklären, dass du in der Nähe geblieben bist. De infinitief staat na kann en krijgt als inhoud de dass-zin; een nieuw voorbeeld is etwas einfach erklären.
geblieben
geblieben betekent ‘gebleven’ in du in der Nähe geblieben bist. Het is de vorm van bleiben die samen met bist beschrijft dat iemand in de buurt is gebleven; een nieuw patroon is lange geblieben sein.
bist
bist betekent hier ‘bent’ en vormt samen met geblieben de uitdrukking du in der Nähe geblieben bist. Het is de vorm van sein bij du en werkt hier samen met geblieben om het blijven uit te drukken.
bin
bin betekent ‘ben’ in Ich bin schnell zurück. In combinatie met zurück geeft het aan dat de spreker snel weer terug zal zijn; bin is de vorm van sein bij ich.
schnell
schnell betekent hier ‘snel’ in Ich bin schnell zurück en beschrijft dat de terugkeer weinig tijd zal kosten. Het staat bij terug zijn; een nieuw voorbeeld is Ich komme schnell zurück.
zurück
zurück betekent ‘terug’ en geeft in Ich bin schnell zurück aan dat de spreker weer op de eerdere plek zal zijn. Het komt ook voor in Komm einfach zurück, waar het de richting van komen verduidelijkt.
Danke
Danke betekent ‘dank’ of ‘bedankt’ en opent het bedankje Danke für deine Hilfe. Het is een vaste manier om waardering uit te spreken; een nieuw voorbeeld is Danke für deine Zeit.
deine
deine betekent ‘jouw’ of ‘je’ in deine Hilfe. Het verwijst naar de hulp van de aangesprokene en staat vóór Hilfe; een nieuw patroon is deine Frage beantworten.
Hilfe
Hilfe betekent ‘hulp’ in Danke für deine Hilfe. Het verwijst naar het vrijhouden van de plek en de uitleg aan anderen; een nieuw voorbeeld is Ich brauche deine Hilfe.
Komm
Komm betekent ‘kom’ en is een directe aansporing in Komm einfach zurück. Het is de gebiedende vorm van kommen; een nieuw voorbeeld is Komm bitte herein.
einfach
einfach betekent hier ‘gewoon’ en verzacht of vereenvoudigt de instructie Komm einfach zurück. Het geeft aan dat de aangesprokene alleen moet terugkomen; een nieuw voorbeeld is Frag einfach nach.
bevor
bevor betekent ‘voordat’ en geeft de tijdsgrens aan in bevor die Schlange stark vorrückt. De bijzin beschrijft wat eerst niet te veel mag gebeuren; een nieuw voorbeeld is Ruf mich an, bevor du gehst.
stark
stark betekent hier ‘flink’ of ‘aanzienlijk’ in stark vorrückt. Het geeft aan dat de rij niet veel vooruit mag gaan voordat de spreker terugkomt; een nieuw patroon is sich stark verändern.
vorrückt
vorrückt betekent ‘vooruitgaat’ of ‘opschuift’ in bevor die Schlange stark vorrückt. Het beschrijft de beweging van de rij naar voren; een nieuw voorbeeld is Die Schlange rückt langsam vor.