Even je plek in de rij laten vasthouden | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: While waiting in line, one person asks another to hold their place briefly while staying nearby and visible..

NL → DE / Niveau: B1

Over deze les

Met Even je plek in de rij laten vasthouden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Darf ich dich um einen kleinen Gefallen bitten, während wir in der Schlange stehen?

Darf ich dich um aj-nen klaj-nen ge-fa-len bit-ten, vee-rent vier in deer sjlang-uh sjtee-en? Mag ik je om een kleine gunst vragen terwijl we in de rij staan?
B

Sag mir, was du brauchst, dann kann ich dir vielleicht helfen.

Zaak mier, vas doe brau-chst, dan kan ich dier fie-lajcht hel-fen. Vertel me wat je nodig hebt, dan kan ik misschien helpen.
A

Könntest du meinen Platz in der Schlange freihalten, während ich etwas Wasser hole?

Keun-test doe maj-nen plats in deer sjlang-uh fraj-hal-ten, vee-rent ich et-vas vas-uh hoo-luh? Zou je mijn plek in de rij kunnen vasthouden terwijl ik wat water haal?
B

Das kann ich machen, wenn du in der Nähe der Schlange bleibst.

Das kan ich ma-chen, ven doe in deer nee-uh der sjlang-uh blajpst. Dat kan ik doen als je dicht bij de rij blijft.
A

Ich kann dort bleiben, wo du mich sehen kannst, und die Schlange im Auge behalten.

Ich kan dort blaj-ben, voo doe mich zeen kanst, oent die sjlang-uh im au-guh be-hal-ten. Ik kan op een plek blijven waar je me kunt zien en de rij in de gaten houden.
B

Das hilft, weil sich die Leute Sorgen machen könnten, wenn jemand verschwindet.

Das hilft, vajl zich die loi-tuh zor-gen ma-chen keun-ten, ven jee-mant fer-sjvin-det. Dat helpt, want mensen kunnen zich zorgen maken als iemand verdwijnt.
A

Ich möchte nicht, dass jemand denkt, ich drängle mich vor.

Ich meuch-tuh nicht, das jee-mant denkt, ich dreng-luh mich foor. Ik wil niet dat iemand denkt dat ik voordring.
B

Wenn jemand fragt, kann ich erklären, dass du in der Nähe geblieben bist.

Ven jee-mant fraakt, kan ich er-klee-ren, das doe in deer nee-uh ge-blee-ben bist. Als iemand het vraagt, kan ik uitleggen dat je in de buurt bent gebleven.
A

Ich bin schnell zurück. Danke für deine Hilfe.

Ich bin sjnel tsu-ruk. Dan-kuh vuur daj-nuh hil-fuh. Ik ben snel terug. Bedankt voor je hulp.
B

Komm einfach zurück, bevor die Schlange stark vorrückt.

Kom ajn-fach tsu-ruk, be-foor deer sjlang-uh sjtark foor-rukt. Kom gewoon terug voordat de rij veel opschuift.

Woord voor woord

Darf Darf betekent hier ‘mag’ en opent een beleefd verzoek in Darf ich dich um einen kleinen Gefallen bitten? Het is de vorm van dürfen bij ich. Een vergelijkbaar nieuw voorbeeld is: Darf ich kurz etwas vragen?
ich ich betekent ‘ik’ en verwijst naar de persoon die spreekt. In Ich bin schnell zurück staat dezelfde vorm met een hoofdletter aan het begin van de zin; als onderwerp staat ich vóór het werkwoord.
dich dich betekent ‘jou’ en verwijst naar de persoon aan wie het verzoek wordt gericht. In dich um einen kleinen Gefallen bitten hoort dich bij de persoon die om iets wordt gevraagd; een bruikbaar nieuw patroon is jemanden um etwas bitten.
um um betekent hier ‘om’ en maakt deel uit van um einen kleinen Gefallen bitten. De combinatie geeft aan wat iemand aan een ander vraagt; een nieuw voorbeeld is jemanden um Rat bitten.
einen einen betekent hier ‘een’ in einen kleinen Gefallen. Deze vorm staat vóór het mannelijke zelfstandige naamwoord Gefallen; hetzelfde patroon zie je in een nieuw voorbeeld zoals einen Kaffee bestellen.
kleinen kleinen betekent ‘kleine’ en beschrijft Gefallen in einen kleinen Gefallen. De uitgang hoort bij de vorm die vóór het zelfstandig naamwoord staat; een nieuw voorbeeld is einen kleinen Fehler machen.
Gefallen Gefallen betekent hier ‘gunst’ of een kleine behulpzame dienst. In um einen kleinen Gefallen bitten gaat het om een verzoek aan iemand; een nieuw voorbeeld is jemandem einen Gefallen tun.
bitten bitten betekent ‘vragen’ of ‘verzoeken’ in um einen kleinen Gefallen bitten. De infinitief staat na Darf ich en krijgt hier de structuur iemand om iets vragen; een nieuw voorbeeld is jemanden um Hilfe bitten.
während während betekent ‘terwijl’ en verbindt de hoofdzin met de gelijktijdige situatie während wir in der Schlange stehen. In deze bijzin staat het werkwoord aan het einde; een nieuw patroon is während ich arbeite.
wir wir betekent ‘wij’ of ‘we’ en verwijst naar de spreker en de aangesprokene samen. In während wir in der Schlange stehen is wir het onderwerp van de bijzin; het staat vóór de rest van de zin.
in in betekent hier ‘in’ en geeft de plaats aan in in der Schlange stehen. De vaste uitdrukking beschrijft dat iemand in een rij staat; een nieuw voorbeeld is in der Küche sein.
der der is hier het lidwoord bij Schlange in in der Schlange stehen. Het hoort bij de vaste plaatsaanduiding in der Schlange; het lidwoord staat vóór het zelfstandig naamwoord.
Schlange Schlange betekent hier ‘rij’, niet een dier. In in der Schlange stehen verwijst het naar de rij waarin mensen wachten; een nieuw voorbeeld is am Ende der Schlange stehen.
stehen stehen betekent ‘staan’ en vormt samen met in der Schlange de uitdrukking ‘in de rij staan’. De infinitief staat aan het einde van während wir in der Schlange stehen; een nieuw voorbeeld is vor dem Eingang stehen.
Sag Sag betekent ‘zeg’ of ‘vertel’ en is een directe uitnodiging om informatie te geven in Sag mir, was du brauchst. Het is de gebiedende vorm van sagen; een nieuw voorbeeld is Sag mir die Wahrheit.
mir mir betekent ‘aan mij’ of ‘mij’ en verwijst naar de persoon die de informatie moet ontvangen in Sag mir, was du brauchst. Het staat hier bij sagen als ontvanger; een nieuw patroon is jemandem etwas sagen.
was was betekent ‘wat’ en introduceert de informatie waarnaar gevraagd wordt in was du brauchst. Het verwijst hier naar wat de ander nodig heeft; een nieuw voorbeeld is Ich weiß, was du meinst.
du du betekent ‘jij’ of ‘je’ en verwijst naar de aangesprokene. In was du brauchst is du het onderwerp; deze informele aanspreekvorm staat ook in wenn du in der Nähe der Schlange bleibst.
brauchst brauchst betekent ‘nodig hebt’ in was du brauchst. Het is de vorm van brauchen die bij du hoort; een bruikbaar nieuw patroon is du brauchst etwas.
dann dann betekent ‘dan’ en geeft hier het gevolg van de voorafgaande informatie aan: dan kan de spreker misschien helpen. In dann kann ich dir vielleicht helfen staat dann vooraan in het tweede deel; een nieuw voorbeeld is Dann gehen wir los.
kann kann betekent ‘kan’ en drukt in dann kann ich dir vielleicht helfen de mogelijkheid of bereidheid om te helpen uit. Het is de vorm van können bij ich; na kann staat de infinitief helfen.
dir dir betekent ‘aan jou’ of ‘jou’ en verwijst naar degene die hulp kan krijgen in dir helfen. Het is de ontvanger bij helfen; een nieuw patroon is jemandem helfen.
vielleicht vielleicht betekent ‘misschien’ en maakt de aangeboden hulp voorzichtig of niet volledig zeker in dann kann ich dir vielleicht helfen. Het staat vóór helfen en verzacht de uitspraak; een nieuw voorbeeld is Vielleicht komme ich später.
helfen helfen betekent ‘helpen’ en staat als infinitief na kann in dann kann ich dir vielleicht helfen. Het beschrijft de aangeboden hulp aan dir; een nieuw voorbeeld is jemandem bei der Arbeit helfen.
Könntest Könntest betekent hier ‘zou je kunnen’ en opent een beleefd verzoek in Könntest du meinen Platz in der Schlange freihalten? Het is een vorm van können voor een voorzichtige vraag; een nieuw voorbeeld is Könntest du mir kurz helfen?
meinen meinen betekent hier ‘mijn’ in meinen Platz. Deze vorm staat vóór Platz en verwijst naar de plek van de spreker; een nieuw patroon is meinen Schlüssel suchen.
Platz Platz betekent hier ‘plek’, namelijk de plek van de spreker in de rij. In meinen Platz in der Schlange freihalten gaat het om een plaats die iemand tijdelijk vrijhoudt; een nieuw voorbeeld is einen Platz reservieren.
freihalten freihalten betekent hier ‘vrijhouden’ in meinen Platz in der Schlange freihalten. Het beschrijft dat de plek beschikbaar blijft terwijl de spreker water haalt; een nieuw voorbeeld is einen Sitzplatz freihalten.
etwas etwas betekent hier ‘iets’ of ‘wat’ in etwas Wasser. Het geeft een niet nader bepaalde hoeveelheid aan; een nieuw patroon is etwas essen.
Wasser Wasser betekent ‘water’ en is wat de spreker gaat halen in etwas Wasser hole. Het staat hier zonder apart lidwoord na etwas; een nieuw voorbeeld is Wasser trinken.
hole hole betekent ‘haal’ in etwas Wasser hole. Het is de vorm van holen bij ich in de bijzin; een bruikbaar patroon uit deze zin is etwas holen.
Das Das betekent ‘dat’ en verwijst in Das kann ich machen naar het voorgestelde vrijhouden van de plek. Het staat als verwijzend onderwerp vóór kann; een nieuw voorbeeld is Das verstehe ich.
machen machen betekent hier ‘doen’ in Das kann ich machen. De infinitief staat na kann en verwijst naar de eerder genoemde hulp; een nieuw patroon is Das kann ich machen.
wenn wenn betekent hier ‘als’ en introduceert een voorwaarde in wenn du in der Nähe der Schlange bleibst. In de bron leidt wenn ook Wenn jemand fragt een voorwaardelijke situatie in; een nieuw voorbeeld is Wenn du Zeit hast, komm vorbei.
Nähe Nähe betekent ‘buurt’ of ‘nabijheid’ in in der Nähe der Schlange. De vaste combinatie geeft aan dat iemand niet ver van de rij blijft; een nieuw voorbeeld is in der Nähe des Bahnhofs.
bleibst bleibst betekent ‘blijft’ in wenn du in der Nähe der Schlange bleibst. Het is de vorm van bleiben bij du; de plaatsbepaling in der Nähe der Schlange geeft aan waar iemand blijft.
dort dort betekent ‘daar’ en verwijst naar de plek waar de spreker zichtbaar kan blijven in Ich kann dort bleiben. Het staat bij bleiben als aanduiding van de plaats; een nieuw voorbeeld is Dort ist ein freier Platz.
bleiben bleiben betekent ‘blijven’ in Ich kann dort bleiben. De infinitief staat na kann en beschrijft dat de spreker op die plek blijft; een nieuw voorbeeld is bitte hier bleiben.
wo wo betekent ‘waar’ en introduceert de plaatsbepaling wo du mich sehen kannst. Het verbindt de plek dort met de informatie over waar de spreker zichtbaar is; een nieuw voorbeeld is Ich weiß, wo du wohnst.
mich mich betekent ‘mij’ of ‘me’ en verwijst naar de spreker in wo du mich sehen kannst. Het is degene die zichtbaar is voor du; een nieuw patroon is jemanden sehen.
sehen sehen betekent ‘zien’ en staat als infinitief bij kannst in wo du mich sehen kannst. Het beschrijft dat de ander de spreker kan waarnemen; een nieuw voorbeeld is einen Freund sehen.
kannst kannst betekent ‘kunt’ of ‘kan’ in wo du mich sehen kannst. Het is de vorm van können bij du en drukt daar de mogelijkheid om de spreker te zien uit; na kannst staat sehen.
und und betekent ‘en’ en verbindt twee handelingen van de spreker: zichtbaar blijven en de rij in de gaten houden. In de bron verbindt und de delen dort bleiben en die Schlange im Auge behalten.
die die is hier het lidwoord bij Schlange in die Schlange im Auge behalten. Het markeert de rij als datgene waarop de aandacht gericht blijft; het staat vóór Schlange.
im Auge behalten im Auge behalten betekent als geheel ‘in de gaten houden’ of ‘blijven opletten’. Im is de verkorte vorm van in dem, Auge betekent ‘oog’ en behalten betekent ‘houden’; samen vormt die combinatie de uitdrukking in die Schlange im Auge behalten. Een nieuw patroon is etwas im Auge behalten.
hilft hilft betekent ‘helpt’ in Das hilft. Het is de vorm van helfen bij Das en verwijst naar het geruststellende gedrag van de spreker; een nieuw voorbeeld is Das hilft mir sehr.
weil weil betekent ‘omdat’ of ‘want’ en geeft de reden voor Das hilft. In weil sich die Leute Sorgen machen könnten staat de reden in een bijzin; een nieuw voorbeeld is Ich bleibe hier, weil ich warte.
sich sich hoort hier bij de uitdrukking sich Sorgen machen en verwijst naar de mensen die zich zorgen maken. De betekenis ontstaat uit de hele combinatie, niet uit sich alleen; een nieuw patroon is sich Sorgen machen.
Leute Leute betekent ‘mensen’ in die Leute. Het verwijst naar andere wachtenden die kunnen reageren als iemand verdwijnt; een nieuw voorbeeld is Viele Leute warten hier.
Sorgen Sorgen betekent hier ‘zorgen’ in sich Sorgen machen. Samen met sich machen beschrijft het bezorgd zijn wanneer iemand verdwijnt; een nieuw voorbeeld is sich wegen etwas Sorgen machen.
könnten könnten betekent ‘zouden kunnen’ en maakt de mogelijkheid van bezorgdheid voorzichtig in sich Sorgen machen könnten. Het is een vorm van können en staat vóór de infinitief maken; een nieuw patroon is Sie könnten später kommen.
jemand jemand betekent ‘iemand’ of, in de voorwaarde, ‘iemand als die persoon’. In wenn jemand verschwindet is jemand het onderwerp van verschwindet; een nieuw voorbeeld is Jemand wartet draußen.
verschwindet verschwindet betekent ‘verdwijnt’ in wenn jemand verschwindet. Het beschrijft dat iemand uit het zicht of uit de rij weggaat; een nieuw voorbeeld is Der Bus verschwindet um die Ecke.
möchte möchte betekent hier ‘wil’ of ‘zou willen’ en drukt een beleefde persoonlijke wens uit in Ich möchte nicht, dass jemand denkt. Het staat vóór de bijzin met dass; een nieuw voorbeeld is Ich möchte einen Kaffee.
nicht nicht betekent ‘niet’ en ontkent in Ich möchte nicht, dass jemand denkt dat de spreker dit wil. Het staat direct na möchte en bepaalt de strekking van de zin; een nieuw voorbeeld is Ich komme nicht heute.
dass dass betekent ‘dat’ en introduceert de inhoud van wat iemand mogelijk denkt in dass jemand denkt, ich drängle mich vor. In deze bijzin staat het werkwoord denkt vóór de verdere inhoud; een nieuw voorbeeld is Ich weiß, dass du hier bist.
denkt denkt betekent ‘denkt’ in dass jemand denkt, ich drängle mich vor. Het is de vorm van denken bij jemand en beschrijft de gedachte die de spreker wil vermijden; een nieuw voorbeeld is Niemand denkt daran.
drängle drängle betekent hier ‘dring voor’ en staat in de uitdrukking ich drängle mich vor. De betekenis ‘voordringen’ ontstaat uit de combinatie met mich vor; drängle alleen beschrijft het naar voren duwen of dringen. Een nieuw voorbeeld is Ich drängle mich nicht vor.
vor vor betekent hier ‘naar voren’ en maakt deel uit van ich drängle mich vor. Samen met mich drängle geeft het aan dat iemand zich vóór anderen in de rij plaatst; de hele combinatie moet daarom behouden blijven.
fragt fragt betekent ‘vraagt’ in Wenn jemand fragt. Het is de vorm van fragen bij jemand en laat een mogelijke vraag van een andere wachtende inleiden; een nieuw voorbeeld is Wenn jemand fragt, erkläre ich es.
erklären erklären betekent ‘uitleggen’ in kann ich erklären, dass du in der Nähe geblieben bist. De infinitief staat na kann en krijgt als inhoud de dass-zin; een nieuw voorbeeld is etwas einfach erklären.
geblieben geblieben betekent ‘gebleven’ in du in der Nähe geblieben bist. Het is de vorm van bleiben die samen met bist beschrijft dat iemand in de buurt is gebleven; een nieuw patroon is lange geblieben sein.
bist bist betekent hier ‘bent’ en vormt samen met geblieben de uitdrukking du in der Nähe geblieben bist. Het is de vorm van sein bij du en werkt hier samen met geblieben om het blijven uit te drukken.
bin bin betekent ‘ben’ in Ich bin schnell zurück. In combinatie met zurück geeft het aan dat de spreker snel weer terug zal zijn; bin is de vorm van sein bij ich.
schnell schnell betekent hier ‘snel’ in Ich bin schnell zurück en beschrijft dat de terugkeer weinig tijd zal kosten. Het staat bij terug zijn; een nieuw voorbeeld is Ich komme schnell zurück.
zurück zurück betekent ‘terug’ en geeft in Ich bin schnell zurück aan dat de spreker weer op de eerdere plek zal zijn. Het komt ook voor in Komm einfach zurück, waar het de richting van komen verduidelijkt.
Danke Danke betekent ‘dank’ of ‘bedankt’ en opent het bedankje Danke für deine Hilfe. Het is een vaste manier om waardering uit te spreken; een nieuw voorbeeld is Danke für deine Zeit.
deine deine betekent ‘jouw’ of ‘je’ in deine Hilfe. Het verwijst naar de hulp van de aangesprokene en staat vóór Hilfe; een nieuw patroon is deine Frage beantworten.
Hilfe Hilfe betekent ‘hulp’ in Danke für deine Hilfe. Het verwijst naar het vrijhouden van de plek en de uitleg aan anderen; een nieuw voorbeeld is Ich brauche deine Hilfe.
Komm Komm betekent ‘kom’ en is een directe aansporing in Komm einfach zurück. Het is de gebiedende vorm van kommen; een nieuw voorbeeld is Komm bitte herein.
einfach einfach betekent hier ‘gewoon’ en verzacht of vereenvoudigt de instructie Komm einfach zurück. Het geeft aan dat de aangesprokene alleen moet terugkomen; een nieuw voorbeeld is Frag einfach nach.
bevor bevor betekent ‘voordat’ en geeft de tijdsgrens aan in bevor die Schlange stark vorrückt. De bijzin beschrijft wat eerst niet te veel mag gebeuren; een nieuw voorbeeld is Ruf mich an, bevor du gehst.
stark stark betekent hier ‘flink’ of ‘aanzienlijk’ in stark vorrückt. Het geeft aan dat de rij niet veel vooruit mag gaan voordat de spreker terugkomt; een nieuw patroon is sich stark verändern.
vorrückt vorrückt betekent ‘vooruitgaat’ of ‘opschuift’ in bevor die Schlange stark vorrückt. Het beschrijft de beweging van de rij naar voren; een nieuw voorbeeld is Die Schlange rückt langsam vor.

Grammatica

Trennbare Verben: vorrücken → rückt ... vor

Die Schlange rückt vor.

Die sjlang-uh rukt foor.

De rij schuift op.

Bij een scheidbaar werkwoord staat het voorvoegsel in een hoofdzin achteraan.

Duits woordenschat

bitten werkwoord
bit-ten vragen

um einen kleinen Gefallen bitten

bleiben werkwoord
blaj-ben blijven bleibst

wenn du ... bleibst

brauchen werkwoord
brau-chen nodig hebben brauchst

was du brauchst

freihalten werkwoord
fraj-hal-ten vrijhouden

meinen Platz ... freihalten

Gefallen zelfstandig naamwoord
ge-fa-len gunst

einen kleinen Gefallen

helfen werkwoord
hel-fen helpen
holen werkwoord
hoo-luh halen

Wasser holen

im Auge behalten uitdrukking
im au-guh be-hal-ten in de gaten houden

die Schlange im Auge behalten

Nähe zelfstandig naamwoord
nee-uh buurt

in der Nähe

Platz zelfstandig naamwoord
plats plek

meinen Platz

Schlange zelfstandig naamwoord
sjlang-uh rij

in der Schlange

Wasser zelfstandig naamwoord
vas-uh water

etwas Wasser

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

nodig hebben

Antwoord tonenbrauchst

plek

Antwoord tonenPlatz

halen

Antwoord tonenholen

helpen

Antwoord tonenhelfen