Presentatieapparatuur controleren | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: Before clients arrive for a meeting, two coworkers test the projector, microphone, slides, and backup drive..

NL → DE / Niveau: B1

Over deze les

Met Presentatieapparatuur controleren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Wir sollten die Präsentationstechnik überprüfen, bevor die Kunden eintreffen.

wier zolten die prezentaatsie-tech-niek ooberpruufen, befoor die koenden ain-trefen. We moeten de presentatieapparatuur controleren voordat de klanten komen.
B

Ich kann zuerst den Laptop an den Projektor anschließen.

ich kan tsoe-eerst deen laptop an deen projektor an-sjlie-sen. Ik kan de laptop eerst op de projector aansluiten.
A

Das Bild wird angezeigt, aber es wirkt etwas gestreckt.

das bilt virt an-ge-taikt, aa-ber es virkt et-vas ge-sjtrekt. Het beeld wordt weergegeven, maar het ziet er een beetje uitgerekt uit.
B

Ich kann die Anzeigeeinstellungen anpassen und die Folien noch einmal testen.

ich kan die ant-saige-ain-sjtel-loengen anpassen oent die foolien nog een-maal testen. Ik kan de beeldscherminstellingen aanpassen en de dia's opnieuw testen.
A

Kannst du auch die Lautstärke des Mikrofons überprüfen?

kanst doe ook die laout-sjtèr-ke des miekrofoons ooberpruufen? Kun je ook het volume van de microfoon controleren?
B

Der Ton klingt klar, aber die hintere Reihe braucht vielleicht mehr Lautstärke.

deer toon klinkt klaar, aa-ber die hin-te-re raaie braaucht fie-lajt meer laout-sjtèr-ke. Het geluid klinkt duidelijk, maar de achterste rij heeft misschien meer volume nodig.
A

Ich habe die Folien auf einem Backup-Laufwerk mitgebracht.

ich haa-be die foolien aauf ainem backup-lauf-vèrk mit-ge-bracht. Ik heb de dia's op een back-upschijf meegenomen.
B

Lass uns mit der Eröffnungsfolie kurz proben.

las oens mit deer er-eufnoengs-foolee koerts proo-ben. Laten we een korte repetitie met de openingsdia doen.
A

Die Eröffnungsfolie hat funktioniert, also scheint jetzt alles bereit zu sein.

die er-eufnoengs-foolee hat foeng-tsjo-nieert, al-zoo sjijnt jetst alles be-raait te zain. De openingsdia werkte, dus nu lijkt alles klaar.
B

Dadurch haben wir eine Sache weniger, um die wir uns Sorgen machen müssen.

daadoerch haa-ben wier aine zaache vee-niger, oem die wier oens zoorgen maaken moeten. Daardoor hebben we één ding minder om ons zorgen over te maken.

Woord voor woord

Wir „Wir” betekent hier „wij”: de spreker neemt zichzelf en minstens één andere persoon mee. In „Wir sollten ...” staat het als onderwerp van een gezamenlijk voorstel, bijvoorbeeld wanneer collega’s samen iets vóór een vergadering regelen.
sollten „sollten” drukt hier een aanbeveling uit: de apparatuur controleren is verstandig. Het is de vorm van sollen bij „wir” in „Wir sollten die Präsentationstechnik überprüfen”. Gebruik „Wir sollten ...” om samen een plan of advies voor te stellen.
die „die” verwijst in „die Präsentationstechnik” naar specifieke presentatieapparatuur en in „die Kunden” naar specifieke klanten. Het is hier het bepaalde lidwoord bij een zelfstandig naamwoord. Let op de volledige woordgroep, omdat de vorm afhankelijk is van het woord dat erop volgt.
Präsentationstechnik „Präsentationstechnik” betekent hier de apparatuur en techniek voor de presentatie. Het is een samengesteld zelfstandig naamwoord in „die Präsentationstechnik überprüfen”. Gebruik het wanneer je in een professionele context naar presentatieapparatuur als geheel verwijst.
überprüfen „überprüfen” betekent hier controleren of de presentatieapparatuur goed werkt. Het staat als infinitief na „sollten” in „Wir sollten die Präsentationstechnik überprüfen”. Een bruikbaar patroon is „etwas überprüfen” wanneer je iets systematisch nakijkt.
bevor „bevor” betekent hier „voordat” en introduceert de gebeurtenis die eerst nog moet plaatsvinden. In „bevor die Kunden eintreffen” staat het werkwoord aan het einde van de bijzin. Gebruik het om een controle of handeling vóór een ander moment te plaatsen.
Kunden „Kunden” betekent hier klanten en verwijst naar de mensen die voor de vergadering komen. Het is de meervoudsvorm van „Kunde” in „die Kunden eintreffen”. Gebruik deze vorm wanneer je over meerdere klanten spreekt.
eintreffen „eintreffen” betekent hier aankomen, namelijk het moment waarop de klanten arriveren. Het staat als infinitief in „die Kunden eintreffen” na „bevor”. Gebruik het in een tijdsaanduiding voor het aankomen van personen.
Ich „Ich” betekent hier „ik” en verwijst naar de collega die een taak op zich neemt. In „Ich kann ...” staat het als onderwerp. Gebruik dit begin om je eigen mogelijkheid of aanbod in een werksituatie uit te drukken.
kann „kann” drukt hier uit dat de spreker in staat is iets te doen of het kan uitvoeren. Het is de vorm van können bij „ich” in „Ich kann zuerst den Laptop ... anschließen”. „Ich kann ...” is een bruikbaar patroon om hulp of een taak aan te bieden.
zuerst „zuerst” betekent hier „eerst” en geeft aan dat het aansluiten van de laptop de eerste stap is. Het staat in „Ich kann zuerst den Laptop ... anschließen”. Gebruik het om de volgorde van meerdere handelingen aan te geven.
den „den” is hier het bepaalde lidwoord bij „Laptop” in „den Laptop an den Projektor anschließen”. Het markeert het concrete apparaat dat wordt aangesloten. Let op de volledige combinatie „den Laptop”, omdat het lidwoord bij de vorm van de woordgroep hoort.
Laptop „Laptop” betekent hier de laptop die met de projector wordt verbonden. Het staat in „den Laptop an den Projektor anschließen”. Gebruik het voor het draagbare computerapparaat dat je bijvoorbeeld voor een presentatie gebruikt.
an „an” geeft hier de aansluiting op of verbinding met een apparaat aan in „an den Projektor anschließen”. De prepositie hoort bij de volledige verbinding tussen de laptop en de projector. Gebruik „etwas an ein Gerät anschließen” wanneer je een apparaat op een ander apparaat aansluit.
Projektor „Projektor” betekent hier de projector waarop de laptop wordt aangesloten. Het staat in „an den Projektor anschließen”. Gebruik het in een context waarin beeld van een computer op een scherm of oppervlak wordt weergegeven.
anschließen „anschließen” betekent hier aansluiten, dus een verbinding tussen de laptop en de projector maken. Het is de infinitief in „den Laptop an den Projektor anschließen”. Een bruikbaar patroon is „etwas an ein Gerät anschließen”.
Das „Das” betekent hier „het” en vormt samen met „Bild” het onderwerp „Das Bild”. Het verwijst naar het beeld dat door de projector wordt weergegeven. Gebruik „Das ...” om een concreet ding in de situatie als onderwerp te introduceren.
Bild „Bild” betekent hier het geprojecteerde beeld. In „Das Bild wird angezeigt” is het datgene wat zichtbaar wordt op het scherm. Gebruik het bijvoorbeeld om de kwaliteit of weergave van een presentatiebeeld te bespreken.
wird „wird” helpt hier samen met „angezeigt” om uit te drukken dat het beeld wordt weergegeven: „Das Bild wird angezeigt”. Het is de vorm van werden die bij „Das Bild” hoort. Gebruik deze combinatie wanneer de aandacht ligt op wat met het beeld gebeurt.
angezeigt „angezeigt” betekent hier weergegeven op het scherm. Samen met „wird” vormt het „Das Bild wird angezeigt”, waarbij het beeld zelf centraal staat. Gebruik het bij een scherm, presentatie of ander beeld dat zichtbaar wordt gemaakt.
aber „aber” betekent hier „maar” en verbindt twee vaststellingen met elkaar: het beeld wordt weergegeven, maar het ziet er niet helemaal goed uit. In „..., aber es wirkt etwas gestreckt” leidt het een beperking of tegenstelling in de beoordeling in. Gebruik het om na een positieve observatie een probleem toe te voegen.
es „es” verwijst hier naar het beeld en staat als onderwerp in „es wirkt etwas gestreckt”. Het voorkomt dat „Das Bild” opnieuw wordt herhaald. Gebruik het om naar een eerder genoemd onzijdig ding of naar de indruk ervan te verwijzen.
wirkt „wirkt” betekent hier „lijkt” of „komt over als”: het beeld komt uitgerekt over. Het is de vorm van wirken bij „es” in „es wirkt etwas gestreckt”. Gebruik „etwas wirkt ...” om een indruk of waargenomen eigenschap te beschrijven.
etwas „etwas” verzacht hier de beoordeling en betekent „een beetje” in „etwas gestreckt”. Het geeft aan dat het beeld slechts in beperkte mate uitgerekt lijkt. Gebruik „etwas” vóór een beschrijving wanneer je een kleine mate wilt aangeven.
gestreckt „gestreckt” beschrijft hier het beeld als uitgerekt, dus met een onnatuurlijke verhouding. In „es wirkt etwas gestreckt” geeft het aan hoe het beeld eruitziet, niet welke handeling iemand uitvoert. Gebruik het om de vorm of verhouding van een weergegeven beeld te beoordelen.
Anzeigeeinstellungen „Anzeigeeinstellungen” betekent hier de instellingen van het beeldscherm of de weergave. In „die Anzeigeeinstellungen anpassen” zijn dit de instellingen die de collega wil wijzigen om het beeld te verbeteren. Gebruik het in een technische context wanneer je schermweergave afstelt.
anpassen „anpassen” betekent hier aanpassen of bijstellen, namelijk de weergave-instellingen wijzigen. Het staat als infinitief in „die Anzeigeeinstellungen anpassen”. Een bruikbaar patroon is „etwas anpassen” wanneer je instellingen of een oplossing aan een situatie afstemt.
und „und” betekent hier „en” en verbindt twee handelingen: de instellingen aanpassen en de dia’s opnieuw testen. In „anpassen und die Folien ... testen” hoort het bij beide werkwoorden. Gebruik het om opeenvolgende of samenhangende taken te verbinden.
Folien „Folien” betekent hier dia’s van de presentatie. In „die Folien noch einmal testen” gaat het om meerdere dia’s die opnieuw worden gecontroleerd. Het is het meervoud van „Folie”; gebruik het voor de afzonderlijke presentatiepagina’s.
noch „noch” draagt hier samen met „einmal” de betekenis „opnieuw” in „noch einmal testen”. Het geeft aan dat de test nog een keer wordt uitgevoerd. Gebruik de vaste combinatie „noch einmal” wanneer je een handeling wilt laten herhalen.
einmal „einmal” betekent hier letterlijk „een keer”, maar vormt samen met „noch” de uitdrukking „noch einmal” voor „opnieuw”. De combinatie staat vóór „testen” en geeft een herhaalde controle aan. Gebruik „noch einmal” wanneer iets opnieuw moet gebeuren.
testen „testen” betekent hier controleren door de dia’s opnieuw te laten zien of uit te proberen. Het staat in „die Folien noch einmal testen”. Gebruik het patroon „etwas testen” voor apparatuur, instellingen of materiaal dat je op werking controleert.
Kannst „Kannst” drukt hier een verzoek uit naar de andere persoon: is die in staat om iets te controleren? Het is de vorm van können bij „du” in „Kannst du auch ... überprüfen?”. Gebruik deze vraag in een informele werksituatie om iemand beleefd om een extra taak te vragen.
du „du” betekent hier „jij” en verwijst naar de aangesproken collega. Het staat als onderwerp in „Kannst du auch ... überprüfen?”. Gebruik het voor een directe, informele vraag aan één persoon.
auch „auch” betekent hier „ook” en voegt de controle van het microfoonvolume toe aan de al genoemde technische controles. In „Kannst du auch ... überprüfen?” maakt het duidelijk dat dit een extra verzoek is. Gebruik het om een aanvullende handeling of eigenschap toe te voegen.
Lautstärke „Lautstärke” betekent hier de geluidssterkte of het volume van de microfoon. In „die Lautstärke des Mikrofons überprüfen” gaat het om de instelling of het niveau van het geluid. Gebruik het bij het afstellen van geluid in een presentatie, gesprek of opname.
des „des” geeft hier de relatie „van de” aan in „die Lautstärke des Mikrofons”. Het verbindt het volume met het apparaat waarvan het volume wordt bedoeld. Gebruik „die ... des ...” om een eigenschap of onderdeel aan een zelfstandig naamwoord te koppelen.
Mikrofons „Mikrofons” betekent hier „van de microfoon” en specificeert wiens volume wordt gecontroleerd. Het is de vorm van „Mikrofon” in „die Lautstärke des Mikrofons”. Gebruik deze vorm na „des” wanneer je naar het volume of een ander aspect van de microfoon verwijst.
Der „Der” betekent hier „de” en vormt samen met „Ton” het onderwerp „Der Ton”. Het verwijst naar het geluid dat uit de installatie komt. Gebruik „Der ...” om een concreet mannelijk zelfstandig naamwoord als onderwerp te introduceren.
Ton „Ton” betekent hier het geluid van de microfoon of installatie. In „Der Ton klingt klar” wordt de kwaliteit van dat geluid beoordeeld. Gebruik het bij geluid dat uit een microfoon, luidspreker of andere audio-installatie komt.
klingt „klingt” betekent hier „klinkt” en beschrijft hoe het geluid wordt ervaren. Het is de vorm van klingen bij „Der Ton” in „Der Ton klingt klar”. Gebruik „etwas klingt ...” om de hoorbare kwaliteit van iets te beschrijven.
klar „klar” betekent hier duidelijk en zonder hoorbare vervorming: „Der Ton klingt klar”. Het beschrijft de kwaliteit van het geluid. Gebruik het bij het beoordelen van verstaanbaarheid of geluidskwaliteit.
hintere „hintere” betekent hier achterste en specificeert welke rij wordt bedoeld. In „die hintere Reihe” verwijst het naar de rij achterin de ruimte. Gebruik het vóór een zelfstandig naamwoord om de positie aan de achterkant aan te geven.
Reihe „Reihe” betekent hier rij, namelijk de rij stoelen achterin de vergaderruimte. In „die hintere Reihe” wordt aangegeven voor welke mensen het geluid mogelijk harder moet. Gebruik het in situaties met stoelen, mensen of objecten die achter elkaar staan.
braucht „braucht” betekent hier „heeft nodig”: de achterste rij heeft mogelijk meer geluidssterkte nodig. Het is de vorm van brauchen bij „die hintere Reihe” in „die hintere Reihe braucht vielleicht mehr Lautstärke”. Gebruik „etwas braucht ...” om aan te geven wat iemand of iets nodig heeft.
vielleicht „vielleicht” betekent hier „misschien” en maakt de inschatting voorzichtig. In „braucht vielleicht mehr Lautstärke” zegt de spreker niet zeker dat het volume verhoogd moet worden. Gebruik het wanneer je een mogelijkheid of voorzichtige aanbeveling uitspreekt.
mehr „mehr” betekent hier „meer” en geeft aan dat een grotere hoeveelheid geluidssterkte gewenst kan zijn. In „mehr Lautstärke” staat het vóór het zelfstandig naamwoord dat wordt verhoogd. Gebruik het om een grotere hoeveelheid of intensiteit te vragen.
habe „habe” is hier het hulpwerkwoord in „Ich habe die Folien ... mitgebracht” en betekent „heb”. Het is de vorm van haben bij „ich” en helpt een afgeronde handeling uit te drukken. Gebruik „Ich habe ... mitgebracht” om te zeggen dat je iets hebt meegebracht.
auf „auf” betekent hier „op” en geeft aan waar de dia’s zijn opgeslagen of meegenomen: „auf einem Backup-Laufwerk”. Het beschrijft hier een plaats of medium, niet een beweging naar een oppervlak. Gebruik het met een opslagmedium wanneer je zegt waar een bestand staat.
einem „einem” betekent hier „een” in de woordgroep „auf einem Backup-Laufwerk”. Het verwijst naar één niet nader bepaald back-uplaufwerk na „auf”. Gebruik „auf einem ...” om de plaats of het medium van iets aan te geven.
Backup-Laufwerk „Backup-Laufwerk” betekent hier een opslagmedium met een reservekopie van de dia’s. In „auf einem Backup-Laufwerk” geeft het aan waar de reserveversie is meegenomen. Gebruik het in een werksituatie wanneer je een extra opslagmedium voor bestanden bespreekt.
mitgebracht „mitgebracht” betekent hier meegebracht naar de vergadering. Samen met „habe” vormt het „Ich habe die Folien auf einem Backup-Laufwerk mitgebracht”, waarin de spreker zegt dat hij de dia’s bij zich heeft gebracht. Gebruik „etwas mitbringen” wanneer je iets naar een afspraak of locatie meeneemt.
Lass „Lass” betekent hier niet simpelweg „laat”, maar maakt samen met „uns” de uitnodiging „Lass uns ...”: „laten we ...”. In „Lass uns mit der Eröffnungsfolie kurz proben” stelt de spreker een gezamenlijke activiteit voor. Gebruik dit in een informele situatie om samen iets te doen voor te stellen.
uns „uns” betekent hier „ons” en verwijst naar de spreker en de aangesproken collega samen. In „Lass uns ...” maakt het deel uit van de uitnodiging om iets gezamenlijk te doen. Gebruik deze combinatie wanneer je een voorstel met „laten we” formuleert.
mit „mit” betekent hier „met” en geeft aan waarmee de korte repetitie wordt gedaan: „mit der Eröffnungsfolie”. Het introduceert dus het gebruikte onderdeel van de presentatie. Gebruik „mit ... proben” wanneer je met een bepaald onderdeel oefent.
Eröffnungsfolie „Eröffnungsfolie” betekent hier de openingsdia van de presentatie. In „mit der Eröffnungsfolie kurz proben” is dit de dia waarmee de collega’s de presentatie kort oefenen. Gebruik het in een presentatiecontext voor de eerste dia.
kurz „kurz” betekent hier „kort” of „even” en beperkt de duur van de repetitie. In „kurz proben” geeft het aan dat er slechts een korte oefening plaatsvindt. Gebruik het om een handeling als kort of niet uitgebreid te omschrijven.
proben „proben” betekent hier repeteren of oefenen voor de presentatie. Het staat in „mit der Eröffnungsfolie kurz proben”. Gebruik het wanneer je een optreden, presentatie of ander gepland onderdeel vooraf oefent.
hat „hat” is hier het hulpwerkwoord in „Die Eröffnungsfolie hat funktioniert” en betekent „heeft”. Het is de vorm van haben bij „die Eröffnungsfolie” en vormt samen met „funktioniert” de mededeling dat de test geslaagd is. Gebruik deze combinatie om te zeggen dat iets naar behoren heeft gewerkt.
funktioniert „funktioniert” betekent hier gewerkt of gefunctioneerd: de openingsdia werd goed weergegeven. Samen met „hat” vormt het „Die Eröffnungsfolie hat funktioniert”. Gebruik „etwas funktioniert” om te melden dat een apparaat, onderdeel of procedure werkt zoals bedoeld.
also „also” betekent hier „dus” en verbindt het geslaagde resultaat met de conclusie dat alles klaar lijkt. In „also scheint jetzt alles bereit zu sein” leidt het de gevolgtrekking in. Gebruik het om vanuit een eerdere observatie een conclusie te trekken.
scheint „scheint” betekent hier „lijkt” en geeft aan dat de spreker op basis van de controles een inschatting maakt. Het is de vorm van scheinen bij „alles” in „alles ... scheint ... bereit zu sein”. Gebruik „etwas scheint ... zu sein” voor een voorzichtige conclusie.
jetzt „jetzt” betekent hier „nu” en verwijst naar het moment na de uitgevoerde controles. In „scheint jetzt alles bereit zu sein” markeert het de huidige situatie. Gebruik het om een toestand op dit moment aan te geven.
alles „alles” betekent hier „alles” en omvat alle gecontroleerde onderdelen van de presentatie. In „alles bereit zu sein” verwijst het naar de totale technische voorbereiding. Gebruik het om naar een volledige verzameling of situatie als geheel te verwijzen.
bereit „bereit” betekent hier klaar voor gebruik of klaar voor de vergadering. In „alles bereit zu sein” beschrijft het de toestand van alle presentatieapparatuur en materialen. Gebruik „bereit sein” wanneer iemand of iets klaar is voor een volgende activiteit.
zu „zu” markeert hier samen met „sein” de infinitief in „bereit zu sein”. Het verbindt de beoordeling „scheint ... bereit” met de handeling of toestand „zijn”. Gebruik „zu” in een infinitiefconstructie na werkwoorden zoals „scheinen”.
sein „sein” betekent hier „zijn” en maakt samen met „bereit” de toestand „klaar zijn”: „bereit zu sein”. Het staat als infinitief na „zu”. Gebruik „bereit sein” om aan te geven dat iets of iemand gereed is.
Dadurch „Dadurch” betekent hier „daardoor” en verwijst naar de voorafgaande technische controle als oorzaak van het volgende resultaat. In „Dadurch haben wir ...” leidt het de conclusie voor de collega’s in. Gebruik het om een gevolg aan een eerder genoemde handeling of gebeurtenis te koppelen.
haben „haben” betekent hier „hebben” in de constructie „haben wir eine Sache weniger”. Het geeft aan dat de collega’s dankzij de controle één zorgpunt minder hebben. Gebruik „haben wir ...” om een gevolg of verandering in de gezamenlijke situatie te beschrijven.
eine „eine” betekent hier „een” en hoort bij „Sache” in „eine Sache weniger”. Het introduceert één concrete zaak of zorgpunt. Gebruik „eine Sache” wanneer je naar één afzonderlijk punt verwijst.
Sache „Sache” betekent hier „ding” of „zaak” en verwijst naar één punt waarover de collega’s zich zorgen zouden kunnen maken. In „eine Sache weniger” gaat het om één zorgpunt minder. Gebruik het voor een concreet onderwerp, probleem of aandachtspunt.
weniger „weniger” betekent hier „minder” en vergelijkt de situatie vóór en na de technische controle. In „eine Sache weniger” hebben de collega’s één zorgpunt minder dan daarvoor. Gebruik het om een afname in aantal of hoeveelheid aan te geven.
um „um” hoort hier bij de uitdrukking „sich Sorgen machen um” en verbindt „eine Sache” met datgene waarover de zorgen gaan. In „eine Sache weniger, um die wir uns Sorgen machen müssen” gaat het dus om één zaak minder waarover zorgen nodig zijn. Gebruik de volledige constructie „sich Sorgen machen um etwas” voor zorgen over iets.
Sorgen „Sorgen” betekent hier zorgen of bezorgdheid. In „sich Sorgen machen” vormt het samen met „machen” de uitdrukking „zich zorgen maken”, en „um die Sache” geeft aan waarover de zorgen gaan. Gebruik deze uitdrukking wanneer je bezorgdheid over een probleem of situatie beschrijft.
machen „machen” betekent hier niet letterlijk „maken”, maar maakt samen met „Sorgen” de uitdrukking „sich Sorgen machen”: zich zorgen maken. In „um die wir uns Sorgen machen müssen” beschrijft de volledige constructie waarover de collega’s bezorgd zouden kunnen zijn. Gebruik „sich Sorgen machen um etwas” als herbruikbaar patroon.
müssen „müssen” drukt hier noodzakelijkheid uit binnen „um die wir uns Sorgen machen müssen”: het is niet meer nodig om je over die zaak zorgen te maken. Het staat als infinitief na de relatieve bijzinconstructie. Gebruik „müssen” wanneer een handeling noodzakelijk is of als noodzakelijk wordt voorgesteld.

Grammatica

etwas an|schließen

Ich schließe den Projektor an.

ich sjlie-se deen projektor an.

Ik sluit de projector aan.

Het scheidbare werkwoord anschließen splitst in een hoofdzin: an staat achteraan.

der Kunde → den Kunden

Ich überprüfe den Kunden zuerst.

ich ooberpruufe deen koenden tsoe-eerst.

Ik controleer de klant eerst.

Mannelijke zelfstandige naamwoorden op -e krijgen buiten de nominatief vaak -n: der Kunde, den Kunden.

Duits woordenschat

angezeigt werkwoord
an-ge-taikt weergegeven
anschließen werkwoord
an-sjlie-sen aansluiten
Anzeigeeinstellungen zelfstandig naamwoord
ant-saige-ain-sjtel-loengen beeldscherminstellingen
Bild zelfstandig naamwoord
bilt beeld
eintreffen werkwoord
ain-trefen arriveren
gestreckt bijvoeglijk naamwoord
ge-sjtrekt uitgerekt
Kunde zelfstandig naamwoord
koen-de klant Kunden
Laptop zelfstandig naamwoord
laptop laptop
Präsentationstechnik zelfstandig naamwoord
prezentaatsie-tech-niek presentatietechniek
Projektor zelfstandig naamwoord
projektor projector
überprüfen werkwoord
ooberpruufen controleren
zuerst bijwoord
tsoe-eerst eerst

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

aansluiten

Antwoord tonenanschließen

laptop

Antwoord tonenLaptop

klant

Antwoord tonenKunden

projector

Antwoord tonenProjektor