Het appartement controleren voor een lange reis | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: Before leaving for a long trip, two adults check an apartment's appliances, locks, thermostat, and package arrangements..

NL → DE / Niveau: B1

Over deze les

Met Het appartement controleren voor een lange reis oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Wir sind mehrere Tage weg, also lass uns die Wohnung noch einmal gründlich überprüfen.

Vie zint mee-rer-uh taa-guh weeg, alzo las oens dee voon-oeng noch ain-maal gruun-tliech uu-ber-prüü-fen. We zijn meerdere dagen weg, dus laten we het appartement nog eens goed nalopen.
B

Ich habe die kleinen Geräte ausgesteckt und den Herd ausgeschaltet.

Ich haa-buh dee klain-en guh-ree-tuh aus-guh-sjtekt oent deen heert aus-guh-sjal-tet. Ik heb de kleine apparaten uit het stopcontact gehaald en het fornuis uitgezet.
A

Sind die Balkontür und die Schlafzimmerfenster sicher verschlossen?

Zint dee balkon-tuur oent dee sjlaaf-tsimm-er-fenst-er zicher fer-sjlosn? Zijn de balkondeur en de slaapkamerramen goed afgesloten?
B

Die Balkontür ist abgeschlossen, und ich werde jetzt die Schlafzimmerfenster überprüfen.

Dee balkon-tuur ist ap-guh-sjlosn, oent ich veer-du jetsst dee sjlaaf-tsimm-er-fenst-er uu-ber-prüü-fen. De balkondeur is op slot en ik ga nu de slaapkamerramen controleren.
A

Sollen wir den Thermostat niedriger stellen, solange wir weg sind?

Zollen vie deen ter-mo-staat nee-drie-ger sjtellen, zo-lang-uh vie weeg zint? Zullen we de thermostaat lager zetten terwijl we weg zijn?
B

Stell ihn niedriger, aber nicht so niedrig, dass die Wohnung zu kalt wird.

Sjtel ien nee-drie-ger, aa-ber niecht zoo nee-driech, das dee voon-oeng tsuu kalt virt. Zet hem lager, maar niet zo laag dat het appartement te koud wordt.
A

Ich habe unseren Nachbarn auch gebeten, Pakete für uns anzunehmen.

Ich haa-buh oen-zuh-ren naach-baarn au-ch guh-bee-tn, pa-kee-tuh fuur oens an-tsuu-nee-men. Ik heb onze buurman ook gevraagd om pakketten voor ons aan te nemen.
B

Dadurch wirkt die Wohnung bewohnt, während wir weg sind.

Daa-doerch virkt dee voon-oeng buh-voont, veer-uhnt vie weeg zint. Daardoor lijkt het appartement bewoond terwijl we weg zijn.
A

Jetzt fühle ich mich wohler bei dem Gedanken an unsere Abreise.

Jetsst fuu-luh ich miech voo-lər bai deəm guh-dang-ən an oen-zuh-ruh ap-rai-zuh. Nu voel ik me geruster over ons vertrek.
B

Diese Checkliste hat etwas Zeit gekost, aber es hat sich gelohnt.

Dee tsjek-lis-tuh hat et-vas tsait guh-kos-tet, aa-ber es hat zich guh-loont. Deze checklist kostte wat tijd, maar het was de moeite waard.

Woord voor woord

Wir „Wir“ betekent hier ‘wij’ en verwijst naar de twee personen die samen weg zullen zijn. Het staat als onderwerp in „Wir sind mehrere Tage weg“. Je gebruikt „Wir“ wanneer je jezelf en minstens één andere persoon samen bedoelt.
sind „sind“ betekent hier ‘zijn’ in „Wir sind mehrere Tage weg“ en „Sind die Balkontür ... sicher verschlossen?“. Het is de vorm van „sein“ die hier bij „wir“ en bij meervoudige onderwerpen hoort. Een bruikbaar patroon is „Wir sind ...“ voor een toestand of situatie.
mehrere „mehrere“ betekent hier ‘meerdere’ en geeft aan dat het om meer dan één dag gaat. Het staat voor het meervoudige „Tage“ in „mehrere Tage“. Je gebruikt het voor een niet nader genoemd aantal van meer dan één.
Tage „Tage“ betekent hier ‘dagen’ en geeft de duur van de afwezigheid aan in „mehrere Tage“. Het is de meervoudsvorm die na „mehrere“ staat. Je kunt deze combinatie gebruiken om een periode uit te drukken.
weg „weg“ betekent hier ‘afwezig’ of ‘niet thuis’ in „Wir sind mehrere Tage weg“. Samen met „sein“ beschrijft het dat de personen ergens anders zullen zijn. Je gebruikt „weg“ bijvoorbeeld wanneer iemand tijdelijk niet op de gebruikelijke plaats is.
also „also“ betekent hier ‘dus’ en leidt de conclusie in dat ze het appartement opnieuw gaan controleren. Het verbindt de reden „Wir sind mehrere Tage weg“ met het voorstel „lass uns ...“. Je gebruikt „also“ om vanuit een voorafgaande situatie naar een gevolg of besluit te gaan.
lass „lass“ is hier een informele aansporing in „lass uns die Wohnung noch einmal gründlich überprüfen“: ‘laten we ...’. Het is de gebiedende vorm van „lassen“ bij een voorstel aan één persoon. Je gebruikt „lass uns ...“ om samen een handeling voor te stellen.
uns „uns“ betekent hier ‘ons’ en verwijst naar de groep waarvan de spreker deel uitmaakt in „lass uns ...“. Het geeft aan dat de voorgestelde handeling door de spreker en de aangesprokene wordt uitgevoerd. Een bruikbaar patroon is „lass uns“ gevolgd door een werkwoord.
die „die“ is hier het bepaalde lidwoord bij bekende zaken zoals „die Wohnung“ en „die Balkontür“, en ook bij het meervoud „die Schlafzimmerfenster“. De vorm maakt duidelijk dat de genoemde woning, deur of ramen specifiek bedoeld zijn. Je gebruikt „die“ voor zulke bepaalde vrouwelijke enkelvoudige of meervoudige zelfstandige naamwoorden.
Wohnung „Wohnung“ betekent hier ‘appartement’ of ‘woning’ en verwijst naar de plaats die gecontroleerd wordt. In „die Wohnung“ staat het woord met een bepaald lidwoord. Je gebruikt „Wohnung“ voor een zelfstandige woonruimte.
noch „noch“ draagt hier samen met „einmal“ de betekenis ‘nog een keer’ of ‘opnieuw’ in „noch einmal“. Het geeft aan dat de controle opnieuw wordt uitgevoerd. Je kunt „noch einmal“ gebruiken wanneer je iets opnieuw wilt doen of laten gebeuren.
einmal „einmal“ betekent hier niet alleen ‘één keer’, maar draagt in „noch einmal“ de betekenis ‘opnieuw’ of ‘nog een keer’. Samen met „noch“ maakt het duidelijk dat de woning opnieuw wordt gecontroleerd. Een bruikbaar patroon is „noch einmal“ vóór of bij een herhaalde handeling.
gründlich „gründlich“ betekent hier ‘grondig’ en beschrijft hoe de woning gecontroleerd moet worden in „gründlich überprüfen“. Het benadrukt dat de controle zorgvuldig en volledig gebeurt. Je gebruikt „gründlich“ bijvoorbeeld bij een controle, voorbereiding of schoonmaak.
überprüfen „überprüfen“ betekent hier ‘controleren’ of ‘nakijken’ in „die Wohnung noch einmal gründlich überprüfen“. Het is de infinitief na „lass uns“. Je gebruikt „überprüfen“ voor een systematische controle van bijvoorbeeld een woning, apparaat of informatie.
Ich „Ich“ betekent hier ‘ik’ en is het onderwerp van de handelingen van spreker B. Het staat aan het begin van „Ich habe die kleinen Geräte ausgesteckt ...“. Je gebruikt „Ich“ wanneer je over jezelf spreekt.
habe „habe“ betekent hier ‘heb’ en helpt in „Ich habe die kleinen Geräte ausgesteckt“ om een voltooide handeling uit te drukken. Het is de vorm van „haben“ die bij „ich“ hoort. Een bruikbaar patroon is „Ich habe“ gevolgd door een beschrijving van wat je hebt gedaan.
kleinen „kleinen“ betekent hier ‘kleine’ en beschrijft de apparaten in „die kleinen Geräte“. De vorm staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord en na het bepaalde lidwoord „die“. Je kunt „die kleinen“ gebruiken vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord wanneer je kleine exemplaren bedoelt.
Geräte „Geräte“ betekent hier ‘apparaten’ en verwijst naar de kleine elektrische apparaten die uit het stopcontact zijn gehaald. Het woord staat in „die kleinen Geräte“. Je gebruikt „Geräte“ voor technische of elektrische hulpmiddelen.
ausgesteckt „ausgesteckt“ betekent hier ‘uit het stopcontact gehaald’ in „Ich habe die kleinen Geräte ausgesteckt“. Het beschrijft een voltooide handeling met de apparaten. Je gebruikt deze vorm wanneer een apparaat niet langer op het elektriciteitsnet is aangesloten.
und „und“ betekent ‘en’ en verbindt hier twee uitgevoerde handelingen: „die kleinen Geräte ausgesteckt“ en „den Herd ausgeschaltet“. Het voegt informatie van hetzelfde type toe. Je gebruikt „und“ om woorden, zinsdelen of zinnen met elkaar te verbinden.
den „den“ is hier het bepaalde lidwoord in „den Herd“ en verwijst naar het specifieke fornuis dat is uitgezet. Deze vorm staat bij het mannelijke object van de handeling. Je gebruikt „den“ bijvoorbeeld vóór een specifiek mannelijk zelfstandig naamwoord in deze positie.
Herd „Herd“ betekent hier ‘fornuis’ en verwijst naar het kooktoestel dat is uitgeschakeld. In „den Herd ausgeschaltet“ is het het apparaat waarop de handeling gericht is. Je gebruikt „Herd“ wanneer je over een fornuis spreekt.
ausgeschaltet „ausgeschaltet“ betekent hier ‘uitgeschakeld’ in „den Herd ausgeschaltet“. Het beschrijft dat het fornuis niet meer aanstaat. Je gebruikt deze vorm voor een apparaat of toestel dat je hebt uitgezet.
Balkontür „Balkontür“ betekent ‘balkondeur’ en verwijst naar de deur naar het balkon. Het is een samenstelling van woorden voor balkon en deur. Je gebruikt „Balkontür“ wanneer je specifiek de deur naar een balkon bedoelt.
Schlafzimmerfenster „Schlafzimmerfenster“ betekent hier ‘slaapkamerramen’ en verwijst naar de ramen van de slaapkamer. In „die Schlafzimmerfenster“ gaat het om meerdere ramen. Je gebruikt deze samenstelling voor ramen die bij een slaapkamer horen.
sicher „sicher“ betekent hier ‘veilig’ of ‘goed’ in „sicher verschlossen“: de ramen en deur moeten stevig afgesloten zijn. Het beschrijft de zekerheid van de afgesloten toestand. Je gebruikt „sicher“ hier om aan te geven dat iets betrouwbaar gesloten of beveiligd is.
verschlossen „verschlossen“ betekent hier ‘gesloten’ of ‘afgesloten’ in „sicher verschlossen“. Het beschrijft de toestand van de balkondeur en slaapkamerramen. Je gebruikt deze vorm wanneer iets dicht en niet toegankelijk is.
ist „ist“ betekent hier ‘is’ in „Die Balkontür ist abgeschlossen“. Het beschrijft de huidige toestand van de balkondeur. Je gebruikt „ist“ met een enkelvoudig onderwerp om een toestand of eigenschap te beschrijven.
abgeschlossen „abgeschlossen“ betekent hier ‘op slot’ of ‘afgesloten’ in „Die Balkontür ist abgeschlossen“. Het geeft aan dat de balkondeur vergrendeld is. Je gebruikt deze vorm wanneer een deur of ander toegangspunt op slot is.
werde „werde“ betekent hier ‘zal’ in „ich werde jetzt die Schlafzimmerfenster überprüfen“. Het geeft aan dat de spreker van plan is de ramen nu te controleren. Een bruikbaar patroon is „Ich werde“ gevolgd door een infinitief voor een toekomstige handeling.
jetzt „jetzt“ betekent ‘nu’ en geeft aan dat de controle van de slaapkamerramen meteen zal gebeuren. Het staat in „ich werde jetzt die Schlafzimmerfenster überprüfen“. Je gebruikt „jetzt“ om het huidige moment of een onmiddellijke handeling aan te duiden.
Sollen „Sollen“ betekent hier ‘zullen we’ of ‘zouden we’ in de vraag „Sollen wir den Thermostat niedriger stellen?“. Het maakt van de zin een voorstel om iets samen te doen. Je gebruikt „Sollen wir ...?“ om naar een gezamenlijke actie te vragen.
Thermostat „Thermostat“ betekent ‘thermostaat’ en verwijst naar het apparaat waarmee de temperatuur wordt ingesteld. In „den Thermostat niedriger stellen“ is het het apparaat waarvan de instelling wordt aangepast. Je gebruikt „Thermostat“ wanneer je over de temperatuurregeling spreekt.
niedriger „niedriger“ betekent hier ‘lager’ en verwijst naar een lagere instelling van de thermostaat. Het staat in „den Thermostat niedriger stellen“. Je gebruikt „niedriger“ wanneer je een instelling of waarde naar beneden wilt aanpassen.
stellen „stellen“ betekent hier ‘instellen’ in „den Thermostat niedriger stellen“. Het beschrijft dat de stand van de thermostaat wordt aangepast. Je gebruikt „stellen“ in deze betekenis met een instelling of apparaat waarvan je de stand verandert.
solange „solange“ betekent hier ‘zolang’ of ‘terwijl’ en leidt de periode in waarin de bewoners weg zijn: „solange wir weg sind“. Het verbindt de gewenste thermostaatinstelling met die tijdsperiode. Je gebruikt „solange“ om aan te geven hoelang een toestand of handeling geldt.
Stell „Stell“ is hier een informele opdracht in „Stell ihn niedriger“: ‘zet hem lager’ of ‘stel hem lager in’. Het is de gebiedende vorm van „stellen“ tegen één persoon. Je gebruikt „Stell ...“ voor een directe instructie over het aanpassen van iets.
ihn „ihn“ betekent hier ‘hem’ en verwijst naar de mannelijke „Thermostat“ in „Stell ihn niedriger“. Het vervangt het zelfstandig naamwoord zodat het niet opnieuw hoeft te worden herhaald. Je gebruikt „ihn“ voor een mannelijk object van de handeling.
aber „aber“ betekent ‘maar’ en beperkt hier de opdracht om de thermostaat lager te zetten: „aber nicht so niedrig“. Het introduceert een belangrijke grens of tegenwerping. Je gebruikt „aber“ om een tegenstelling of beperking toe te voegen.
nicht „nicht“ betekent ‘niet’ en ontkent hier dat de thermostaat té laag moet worden ingesteld. In „aber nicht so niedrig“ begrenst het de voorafgaande opdracht. Je gebruikt „nicht“ om een handeling, toestand of eigenschap te ontkennen.
so „so“ geeft hier de graad aan in „nicht so niedrig, dass die Wohnung zu kalt wird“: niet in die mate laag. Het verbindt de graad van „niedrig“ met het gevolg dat daarna wordt genoemd. Een bruikbaar patroon is „so“ plus een eigenschap, gevolgd door „dass“ voor een gevolg.
niedrig „niedrig“ betekent hier ‘laag’ en beschrijft de gewenste stand van de thermostaat. In „nicht so niedrig“ wordt gewaarschuwd tegen een te lage instelling. Je gebruikt „niedrig“ voor een lage waarde, stand of positie.
dass „dass“ betekent hier ‘dat’ en leidt het gevolg in van een te lage thermostaatstand: „dass die Wohnung zu kalt wird“. Het maakt van dit deel een bijzin met het gevolg van de voorafgaande graad. Je gebruikt „dass“ om een inhoud of gevolg aan een andere zin te koppelen.
zu „zu“ betekent hier ‘te’ in „zu kalt“ en geeft aan dat de temperatuur een ongewenst lage grens overschrijdt. Het hoort samen met het bijvoeglijk naamwoord „kalt“. Je gebruikt „zu“ vóór een eigenschap wanneer iets meer of minder is dan wenselijk.
kalt „kalt“ betekent hier ‘koud’ en beschrijft de toestand waarin de woning niet mag komen. In „zu kalt“ betekent het dat de woning té koud wordt. Je gebruikt „kalt“ om een lage temperatuur of koude toestand te beschrijven.
wird „wird“ betekent hier ‘wordt’ in „die Wohnung zu kalt wird“. Het beschrijft de verandering waarbij de woning koud wordt. Je gebruikt deze vorm van „werden“ met een enkelvoudig onderwerp voor een veranderende toestand.
unseren „unseren“ betekent hier ‘onze’ in „unseren Nachbarn“. Het geeft aan dat de buurman bij de twee sprekers hoort als hun buurman. Je gebruikt „unseren“ vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord in deze vorm.
Nachbarn „Nachbarn“ betekent hier ‘buurman’ en verwijst naar de persoon die de pakketten voor hen zal aannemen. Het staat in „unseren Nachbarn“ als de persoon aan wie het verzoek is gericht. Je gebruikt „Nachbarn“ voor iemand die in de buurt woont.
auch „auch“ betekent ‘ook’ en voegt het verzoek aan de buurman toe als extra voorbereidende maatregel. Het staat in „auch gebeten“. Je gebruikt „auch“ om aan te geven dat iets naast andere informatie of handelingen geldt.
gebeten „gebeten“ betekent hier ‘gevraagd’ in „Ich habe unseren Nachbarn auch gebeten, Pakete für uns anzunehmen“. Het beschrijft een verzoek dat de spreker al aan de buurman heeft gedaan. Je gebruikt deze vorm wanneer je vertelt dat je iemand hebt gevraagd iets te doen.
Pakete „Pakete“ betekent ‘pakketten’ en verwijst naar zendingen die tijdens hun afwezigheid kunnen worden bezorgd. In „Pakete für uns anzunehmen“ zijn het de dingen die de buurman in ontvangst moet nemen. Je gebruikt „Pakete“ voor pakketbezorgingen.
für „für“ betekent hier ‘voor’ en geeft aan voor wie de pakketten worden aangenomen: „für uns“. Het markeert de begunstigden van de handeling. Je gebruikt „für“ met een persoon of groep voor wie iets bedoeld of gedaan wordt.
anzunehmen „anzunehmen“ betekent hier ‘aan te nemen’ of ‘in ontvangst te nemen’ in „Pakete für uns anzunehmen“. Het beschrijft de handeling die de buurman volgens het verzoek moet uitvoeren. Je gebruikt deze vorm bij het aannemen van bijvoorbeeld pakketten voor iemand anders.
Dadurch „Dadurch“ betekent ‘daardoor’ en verwijst naar het aannemen van pakketten als oorzaak van het effect op de woning. In „Dadurch wirkt die Wohnung bewohnt“ leidt het een gevolg in. Je gebruikt „Dadurch“ om een vooraf genoemde maatregel met het resultaat ervan te verbinden.
wirkt „wirkt“ betekent hier ‘lijkt’ of ‘komt over als’ in „Die Wohnung wirkt bewohnt“. Het beschrijft hoe de woning op anderen overkomt, niet dat er werkelijk iemand aanwezig is. Je gebruikt „wirkt“ met een eigenschap of toestand om een indruk te beschrijven.
bewohnt „bewohnt“ betekent hier ‘bewoond’ en beschrijft de indruk die de woning maakt terwijl de bewoners weg zijn. In „wirkt die Wohnung bewohnt“ gaat het om de schijn van aanwezigheid. Je gebruikt „bewohnt“ voor een woning of plaats waar mensen wonen of lijken te wonen.
während „während“ betekent ‘terwijl’ en leidt de gelijktijdige periode in „während wir weg sind“. Het verbindt de indruk van de woning met de tijd waarin de bewoners afwezig zijn. Je gebruikt „während“ om twee gelijktijdige situaties met elkaar te verbinden.
fühle „fühle“ betekent hier ‘voel’ in „Jetzt fühle ich mich wohler“. Samen met „mich“ beschrijft het de innerlijke toestand van de spreker. Je gebruikt „fühle“ wanneer je je eigen gevoel of toestand beschrijft.
mich „mich“ verwijst hier terug naar „ich“ in „Ich fühle mich wohler“ en betekent ‘me’. Het hoort bij de manier waarop de spreker zijn eigen gevoel beschrijft. Een bruikbaar patroon is „Ich fühle mich“ gevolgd door een toestand of eigenschap.
wohler „wohler“ betekent hier ‘geruster’ of ‘meer ontspannen’ in „Ich fühle mich wohler“. Het geeft aan dat de spreker zich na de controle beter voelt dan daarvoor. Je gebruikt „sich wohler fühlen“ om een verbeterd gevoel van comfort of geruststelling te beschrijven.
bei „bei“ betekent hier ‘bij’ in „bei dem Gedanken an unsere Abreise“ en geeft de aanleiding of context van het gevoel aan. Het hoort bij de gedachte aan het vertrek. Je gebruikt „bei dem Gedanken an ...“ wanneer een gedachte aan iets een bepaald gevoel oproept.
dem „dem“ is hier het bepaalde lidwoord in „bei dem Gedanken an unsere Abreise“. Het staat na het voorzetsel „bei“ en verwijst naar de specifieke gedachte. Je gebruikt „bei dem“ vóór een bepaald zelfstandig naamwoord in deze constructie.
Gedanken „Gedanken“ betekent hier ‘gedachte’ in „dem Gedanken an unsere Abreise“. Het verwijst naar het idee van hun komende vertrek. Je gebruikt deze vorm in de uitdrukking „bei dem Gedanken an ...“ om een gevoel bij een bepaalde gedachte te beschrijven.
an „an“ betekent hier ‘aan’ in „Gedanken an unsere Abreise“ en koppelt de gedachte aan het vertrek. Het geeft aan waar de gedachte over gaat. Je gebruikt „Gedanken an“ gevolgd door datgene waaraan iemand denkt.
unsere „unsere“ betekent hier ‘onze’ in „unsere Abreise“. Het verwijst naar het vertrek van de twee sprekers samen. Je gebruikt „unsere“ vóór een zelfstandig naamwoord dat bij ‘wij’ hoort.
Abreise „Abreise“ betekent hier ‘vertrek’ en verwijst naar het moment waarop de twee personen op reis gaan. In „unsere Abreise“ is het de gedachte die het gevoel van de spreker beïnvloedt. Je gebruikt „Abreise“ voor het vertrek van een persoon of groep.
Diese „Diese“ betekent ‘deze’ en verwijst naar de checklist die zojuist is gebruikt. In „Diese Checkliste“ staat het vóór het zelfstandig naamwoord om het specifieke voorwerp aan te wijzen. Je gebruikt „Diese“ om iets concreets als ‘deze’ aan te duiden.
Checkliste „Checkliste“ betekent ‘checklist’ en verwijst naar de lijst met controlepunten voor de woning. In „Diese Checkliste hat etwas Zeit gekost“ wordt gezegd dat het uitvoeren van de lijst tijd vroeg. Je gebruikt „Checkliste“ voor een lijst waarmee je punten systematisch controleert.
hat „hat“ betekent hier ‘heeft’ en vormt samen met „gekostet“ de voltooide beschrijving van de tijd die de checklist vroeg. Het onderwerp is „Diese Checkliste“. Een bruikbaar patroon is „Etwas hat Zeit gekost“ wanneer een activiteit tijd heeft gevraagd.
etwas „etwas“ betekent hier ‘wat’ of ‘een beetje’ in „etwas Zeit“. Het geeft een kleine, niet precies bepaalde hoeveelheid tijd aan. Je gebruikt „etwas“ vóór een zelfstandig naamwoord voor een onbepaalde hoeveelheid.
Zeit „Zeit“ betekent ‘tijd’ en verwijst hier naar de tijd die nodig was om de checklist uit te voeren. In „etwas Zeit gekostet“ is het datgene waarvan de hoeveelheid wordt beschreven. Je gebruikt „Zeit kosten“ om te zeggen dat een activiteit tijd vraagt.
gekostet „gekostet“ betekent hier ‘gekost’ in „Diese Checkliste hat etwas Zeit gekostet“. In deze context gaat het niet om geld, maar om de tijd die de taak vroeg. Je gebruikt deze vorm met „Zeit“ wanneer je beschrijft hoeveel tijd iets heeft gevraagd.
es „es“ verwijst hier niet naar een afzonderlijk voorwerp, maar is het onderwerp in „es hat sich gelohnt“. Samen met de rest van de uitdrukking zegt het dat de checklist de moeite waard was. Je gebruikt „es hat sich gelohnt“ om een geslaagde of nuttige inspanning te beoordelen.
sich „sich“ hoort hier bij de vaste uitdrukking „es hat sich gelohnt“. Het maakt deel uit van de vorm waarmee je zegt dat iets de moeite waard is geweest. Je gebruikt de volledige uitdrukking om een eerdere handeling of inspanning positief te beoordelen.
gelohnt „gelohnt“ betekent hier ‘de moeite waard geweest’ in „es hat sich gelohnt“. De vorm beoordeelt de checklist achteraf als nuttig ondanks de tijd die hij kostte. Je gebruikt „es hat sich gelohnt“ wanneer een inspanning of activiteit uiteindelijk de moeite waard was.

Grammatica

während/solange + Nebensatz (Verb am Ende)

Während ich die Checkliste überprüfe, fühle ich mich wohl.

Veer-uhnt ich dee tsjek-lis-tuh uu-ber-prüü-fuh, fuu-luh ich miech vool.

Terwijl ik de checklist controleer, voel ik me op mijn gemak.

Na während of solange staat het vervoegde werkwoord in de bijzin achteraan.

sich lohnen + zu-Infinitiv

Es hat sich gelohnt, mehrere Geräte gründlich zu überprüfen.

Es hat zich guh-loont, mee-rer-uh guh-ree-tuh gruun-tliech tsuu uu-ber-prüü-fen.

Het was de moeite waard om meerdere apparaten grondig te controleren.

sich lohnen betekent dat iets de moeite waard is; daarna kan een zu-infinitief volgen.

Duits woordenschat

abschließen werkwoord
ap-sjlie-sen op slot doen; afsluiten abgeschlossen
ausschalten werkwoord
aus-sjal-ten uitzetten ausgeschaltet
ausstecken werkwoord
aus-sjte-ken uit het stopcontact halen ausgesteckt
Balkontür zelfstandig naamwoord
balkon-tuur balkondeur
Gerät zelfstandig naamwoord
guh-reet apparaat Geräte
gründlich bijwoord
gruun-tliech grondig
Herd zelfstandig naamwoord
heert fornuis
Schlafzimmerfenster zelfstandig naamwoord
sjlaaf-tsimm-er-fenst-er slaapkamerraam
sicher bijvoeglijk naamwoord
zicher veilig; goed afgesloten
überprüfen werkwoord
uu-ber-prüü-fen controleren; nakijken
verschließen werkwoord
fer-sjlie-sen afsluiten verschlossen
Wohnung zelfstandig naamwoord
voon-oeng appartement

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

fornuis

Antwoord tonenHerd

controleren; nakijken

Antwoord tonenüberprüfen

grondig

Antwoord tonengründlich

uit het stopcontact halen

Antwoord tonenausgesteckt