De beste studieplek kiezen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: While planning study time, two adults compare a cafe, a library, and home for different learning tasks..

NL → DE / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met De beste studieplek kiezen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich muss den besten Ort zum Lernen auswählen.

Isj moes deen besten ort tsoem lernən aus-veelen. Ik moet de beste plek om te studeren kiezen.
B

Denk an Lärm, Licht, Komfort und Ablenkungen.

Denk an lerm, lisjt, komfort oent aaf-lenkoengən. Denk aan lawaai, licht, comfort en afleiding.
A

Das Café ist hell, aber die Leute laufen ständig an meinem Tisch vorbei.

Das kafee ist hel, aa-buh die loitu laufən sjtendisj an mainəm tisj fohr-bai. Het café is licht, maar mensen blijven langs mijn tafel lopen.
B

Diese Bewegung könnte es mir schwer machen, mich zu konzentrieren.

Dieze bə-vee-goeng keuntə es mier sjveer maakən, misj tsoe kontsen-treeren. Door die beweging kan het moeilijk zijn om me te concentreren.
A

Die Bibliothek ist ruhiger, aber ich kann dort nicht sprechen üben.

Die biblioteek ist roe-ie-guh, aa-buh isj kan dort nisjt sjpresjən uubən. De bibliotheek is rustiger, maar ik kan daar niet oefenen met spreken.
B

Nutze die Bibliothek zum Lesen und übe danach zu Hause das Sprechen.

Noetse die biblioteek tsoem leezen oent uubə daarnaach tsoe hauzə das sjpresjən. Gebruik de bibliotheek om te lezen en oefen daarna thuis met spreken.
A

So kann ich für jede Aufgabe einen geeigneten Ort auswählen.

Zoo kan isj fuur ie-də aufgaabə ainən bə-aignən ort aus-veelen. Zo kan ik voor elke taak een geschikte plek kiezen.
B

Eine klare Entscheidung sollte das Lernen weniger stressig machen.

Ainə klaare entsjaidoeng zoltə das lernən veenigu sjtresisj maakən. Een duidelijke keuze zou het studeren minder stressvol moeten maken.

Uitleg van de zinnen

  1. Ich muss den besten Ort zum Lernen auswählen.

    Ik moet de beste plek om te studeren kiezen.

    Ich muss
    ik moet
    besten
    beste
    Ort
    plek
    zum Lernen
    om te studeren
    auswählen
    kiezen
    Uitgebreide uitleg

    Ich muss betekent hier: ik moet. muss is de vorm van het modale werkwoord müssen bij ich; het drukt verplichting of noodzakelijkheid uit. Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde: Ich muss arbeiten. = Ik moet werken. besten betekent hier: beste. Het hoort bij Ort, niet bij een zelfstandig naamwoord als eigen basisvorm. De vergelijking is gut → besser → am besten; vóór een zelfstandig naamwoord verschijnt de verbogen vorm beste, hier besten. den laat samen met de vorm zien dat Ort mannelijk en hier lijdend voorwerp is: den besten Ort. Ort betekent: plek of plaats. Het basiswoord heeft het grammaticale geslacht mannelijk: der Ort; in deze zin staat de accusatiefvorm den Ort. Een bruikbaar voorbeeld is Dieser Ort ist ruhig. = Deze plek is rustig. zum Lernen betekent: om te studeren. zum is de samentrekking van zu dem. Lernen is hier een zelfstandig gebruikt infinitief en wordt daarom met een hoofdletter geschreven. De constructie zum + zelfstandig gebruikt infinitief kan een doel aangeven, vergelijkbaar met “om te ...”: Ich gehe in die Bibliothek zum Lesen. = Ik ga naar de bibliotheek om te lezen. auswählen betekent: kiezen, selecteren. Dit is een scheidbaar werkwoord: in een vervoegde hoofdzin worden de delen gescheiden, bijvoorbeeld Ich wähle einen Ort aus. = Ik kies een plek. Na muss blijft de infinitief auswählen echter als één woord aan het einde staan. Samen vormen de delen: Ich muss + den besten Ort + zum Lernen + auswählen: Ik moet de beste plek om te studeren kiezen. De modale vorm muss staat vroeg in de hoofdzin, terwijl de infinitief auswählen aan het slot staat.

  2. Denk an Lärm, Licht, Komfort und Ablenkungen.

    Denk aan lawaai, licht, comfort en afleiding.

    Denk an
    denk aan
    Lärm
    lawaai
    Licht
    licht
    Komfort
    comfort
    Ablenkungen
    afleidingen
    Uitgebreide uitleg

    Denk an is hier een aansporing aan één persoon die je informeel aanspreekt. Het komt van denken en is de gebiedende wijs: denken → Denk!. In de vaste combinatie an etwas denken staat an met de accusatief: Denk an den Termin. = “Denk aan de afspraak.” Tegen één persoon in een formele situatie zeg je Denken Sie an ...; tegen meerdere personen Denkt an .... Lärm betekent hier “lawaai”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Lärm, zonder meervoud in deze opsomming. Een bruikbaar contrast is Lärm tegenover Ruhe (“rust”): Der Lärm stört mich. = “Het lawaai stoort me.” Licht betekent hier “licht”, als omstandigheid van de plek. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Licht. In een andere context kan licht als bijvoeglijk naamwoord “helder” of “licht van kleur” betekenen, maar hier is het een zelfstandig naamwoord naast de andere zaken waarmee je rekening moet houden. Das Licht ist hell. = “Het licht is helder.” Komfort betekent “comfort” en is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Komfort. Het benoemt gemak of aangenaamheid als factor. Der Komfort ist wichtig. = “Het comfort is belangrijk.” Ablenkungen betekent “afleidingen”. De enkelvoudsvorm is die Ablenkung; Ablenkungen is het meervoud. Het woord verwijst hier naar zaken die de concentratie kunnen verstoren. Viele Ablenkungen erschweren das Lernen. = “Veel afleidingen maken het leren moeilijker.” De zelfstandige naamwoorden staan in een opsomming: Lärm, Licht, Komfort und Ablenkungen. Samen met Denk an ontstaat de herbruikbare structuur Denk an A, B, C und D: “Denk aan A, B, C en D.” De volledige zin is dus een informele aansporing om bij het kiezen van een plek onder meer lawaai, licht, comfort en afleidingen mee te nemen.

  3. Das Café ist hell, aber die Leute laufen ständig an meinem Tisch vorbei.

    Het café is licht, maar mensen blijven langs mijn tafel lopen.

    Das Café
    het café
    hell
    licht
    die Leute
    de mensen
    laufen
    lopen
    ständig
    voortdurend
    Tisch
    tafel
    an meinem Tisch vorbei
    langs mijn tafel voorbij
    Uitgebreide uitleg

    Das Café betekent hier “het café” en is het onderwerp van de zin. Café is een onzijdig zelfstandig naamwoord: in het enkelvoud staat in de nominatief das Café; het meervoud is die Cafés. Het lidwoord geeft bepaaldheid aan, geen hoeveelheid. hell beschrijft het café als licht of helder. Na ist staat het als naamwoordelijk deel van het gezegde en krijgt het hier geen uitgang: Das Café ist hell. Voorbeeld: Das Café ist dunkel — “Het café is donker.” die Leute betekent “de mensen” en is meervoud. Leute is de gebruikelijke meervoudsvorm voor mensen; voor één persoon kun je bijvoorbeeld eine Person zeggen. die markeert hier het meervoud in de nominatief, omdat deze groep het onderwerp van laufen is. laufen is hier de tegenwoordige tijd bij die Leute: derde persoon meervoud, “lopen”. De vorm kan afhankelijk van de context ook “rennen” betekenen. De vormen zijn bijvoorbeeld ich laufe, du läufst, sie laufen. In deze zin staat het gescheiden werkwoord vorbeilaufen als laufen ... vorbei. ständig is een onveranderlijk bijwoord met de betekenis “voortdurend” of “steeds”. Het zegt dat het langslopen herhaaldelijk of zonder onderbreking gebeurt; het verandert niet mee met onderwerp of tijd. Tisch betekent “tafel” en is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Tisch. In an meinem Tisch staat het in de datief. meinem is de datiefvorm van het bezittelijk woord mein bij een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Vergelijk mein Tisch (nominatief) met an meinem Tisch (datief). Meinem is dus niet een samenvoeging van dem; het is de passende vorm van het bezittelijk woord mein. an meinem Tisch vorbei geeft de route langs de tafel aan. De constructie an etwas vorbeilaufen gebruikt hier an met de datief: Sie läuft an dem Haus vorbei — “Zij loopt langs het huis.” Vorbei hoort inhoudelijk bij vorbeilaufen, maar staat in deze hoofdzin aan het einde, terwijl laufen op de werkwoordsplaats staat. Samen verbinden de delen met aber twee mededelingen: het café is licht, maar mensen lopen voortdurend langs mijn tafel. Die Leute is het onderwerp van laufen, en an meinem Tisch vorbei geeft aan waarlangs zij lopen. De volledige betekenis is: “Het café is licht, maar mensen blijven langs mijn tafel lopen.”

  4. Diese Bewegung könnte es mir schwer machen, mich zu konzentrieren.

    Door die beweging kan het moeilijk zijn om me te concentreren.

    Diese
    deze
    Bewegung
    beweging
    könnte
    zou kunnen
    es mir schwer machen
    het mij moeilijk maken
    mich zu konzentrieren
    me concentreren
    Uitgebreide uitleg

    Diese verwijst hier naar een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud: Bewegung. De vorm staat in de nominatief, omdat deze woordgroep het onderwerp is. Vergelijk als voorbeeld: dieser Tisch (deze tafel, mannelijk) en dieses Café (dit café, onzijdig). Welke vorm je kiest, hangt dus af van het grammaticale geslacht en de naamval van het zelfstandig naamwoord. Bewegung betekent hier ‘beweging’. Het woord is vrouwelijk: die Bewegung. Het meervoud is Bewegungen. Voorbeeld: Die Bewegung ist langsam. — ‘De beweging is langzaam.’ könnte is de vorm van können voor de Konjunktiv II. Hier drukt die vorm een mogelijke uitwerking uit: ‘zou kunnen’. können betekent in andere contexten ook ‘kunnen’ in de zin van bekwaamheid of mogelijkheid, maar könnte maakt deze uitspraak voorwaardelijker of minder stellig. Voorbeeld: Das könnte helfen. — ‘Dat zou kunnen helpen.’ es mir schwer machen is een vaste, herbruikbare constructie: iets maakt het iemand moeilijk. mir is de datiefvorm van ich en betekent hier ‘voor mij’ of ‘mij’. Het patroon is etwas macht es jemandem schwer, bijvoorbeeld: Der Lärm macht es mir schwer zu lesen. — ‘Het lawaai maakt het mij moeilijk om te lezen.’ Het es hoort bij deze constructie; het is niet het Nederlandse onderwerp ‘het’ met een afzonderlijke concrete zaak als betekenis. mich zu konzentrieren betekent ‘me te concentreren’. mich is de accusatiefvorm van ich, omdat de persoon die zich concentreert ook het onderwerp van de infinitief is. konzentrieren is het werkwoord; met zu vormt het hier een infinitiefgroep: zu konzentrieren. Voorbeeld: Ich versuche, mich zu konzentrieren. — ‘Ik probeer me te concentreren.’ Samen betekent Diese Bewegung könnte es mir schwer machen, mich zu konzentrieren: ‘Door deze beweging zou het voor mij moeilijk kunnen zijn om me te concentreren.’ De onderwerpwoordgroep is Diese Bewegung; könnte maakt het gevolg mogelijk in plaats van zeker, en es mir schwer machen, mich zu konzentrieren beschrijft welk gevolg die beweging kan hebben.

  5. Die Bibliothek ist ruhiger, aber ich kann dort nicht sprechen üben.

    De bibliotheek is rustiger, maar ik kan daar niet oefenen met spreken.

    Bibliothek
    bibliotheek
    ist
    is
    ruhiger
    rustiger
    aber
    maar
    ich kann
    ik kan
    dort
    daar
    nicht
    niet
    sprechen
    spreken
    üben
    oefenen
    Uitgebreide uitleg

    Bibliothek betekent hier “bibliotheek”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; de waargenomen vorm is enkelvoud. Het Duits schrijft zelfstandige naamwoorden met een hoofdletter. De vorm verandert niet door de naamval in dit enkelvoud, maar het meervoud is Bibliotheken. Voorbeeld: Die Bibliothek ist groß. — “De bibliotheek is groot.” ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”): sein – ist. Hier verbindt het Die Bibliothek met de eigenschap ruhiger. Voorbeeld: Der Raum ist leer. — “De ruimte is leeg.” ruhiger is de vergrotende trap van ruhig (“rustig”): ruhig – ruhiger – am ruhigsten (“rustig – rustiger – het rustigst”). Hier staat het na ist als naamwoordelijk deel; daarom krijgt het geen adjectiefuitgang. De vergelijking heeft een niet-uitgesproken vergelijkingspunt: de bibliotheek is rustiger dan een andere, uit de context begrepen situatie. aber betekent “maar” en verbindt twee zinsdelen met een tegenstelling. Voorbeeld: Ich möchte kommen, aber ich bin müde. — “Ik wil komen, maar ik ben moe.” ich kann combineert ich met kann, de eerste persoon enkelvoud van het modale werkwoord können (“kunnen”): ich kann, du kannst, er kann. Een modaal werkwoord wordt hier gevolgd door een infinitief. Voorbeeld: Ich kann schwimmen. — “Ik kan zwemmen.” dort betekent “daar” en duidt op een plaats. De vorm zelf specificeert niet welke plaats bedoeld wordt; in deze uiting sluit de plaats aan bij de genoemde bibliotheek, terwijl de vaste vertaling alleen “daar” zegt. Voorbeeld: Dort kann ich lesen. — “Daar kan ik lezen.” nicht betekent “niet”. In combinatie met de werkwoordgroep ontkent het hier dat de spreker daar kan oefenen met spreken; het maakt de eerste mededeling over de rustigere bibliotheek niet onwaar. sprechen is de infinitief van het werkwoord sprechen (“spreken”). In sprechen üben benoemt het de activiteit die geoefend wordt. Voorbeeld: Wir lernen sprechen. — “Wij leren spreken.” üben betekent “oefenen” en staat hier als infinitief. Het volgt uiteindelijk op het modale werkwoord kann; sprechen geeft aan wat er geoefend wordt. In een Duitse hoofdzin staan de infinitieven bij zo’n modale werkwoord aan het einde: Ich kann dort nicht sprechen üben. — “Ik kan daar niet oefenen met spreken.” De eerste hoofdzin Die Bibliothek ist ruhiger zegt dat de bibliotheek rustiger is dan een begrepen vergelijkingspunt. aber leidt de tegenstelling in. In ich kann dort nicht sprechen üben geven ich de spreker, kann de mogelijkheid, dort de plaats, nicht de ontkenning en sprechen üben de activiteit aan. Samen betekent de volledige uiting: “De bibliotheek is rustiger, maar ik kan daar niet oefenen met spreken.”

  6. Nutze die Bibliothek zum Lesen und übe danach zu Hause das Sprechen.

    Gebruik de bibliotheek om te lezen en oefen daarna thuis met spreken.

    Nutze
    gebruik
    die Bibliothek
    de bibliotheek
    zum Lesen
    om te lezen
    übe
    oefen
    danach
    daarna
    zu Hause
    thuis
    das Sprechen
    het spreken
    Uitgebreide uitleg

    Nutze is de gebiedende wijs van nutzen voor één aangesproken persoon: “gebruik”. De stam is nutz-; in deze vorm verschijnt de uitgang -e. Vergelijk: Du nutzt die Bibliothek. = “Je gebruikt de bibliotheek.” De vorm Nutze is hier een directe instructie, niet een beschrijving van wat de spreker zelf doet. die Bibliothek betekent hier “de bibliotheek”. Bibliothek is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; het lidwoord die blijft in de accusatief hetzelfde als in de nominatief. Het zelfstandig naamwoord staat hier als lijdend voorwerp bij nutzen. Voorbeeld: Ich nutze die Bibliothek. = “Ik gebruik de bibliotheek.” zum Lesen bestaat uit zu dem Lesen. Lesen is een als zelfstandig naamwoord gebruikt infinitief en wordt daarom met een hoofdletter geschreven. zu + zo’n vorm drukt hier het doel uit: “om te lezen”. Het infinitief als zelfstandig naamwoord heeft het onzijdige lidwoord das, dat in deze vaste combinatie na zu samengetrokken wordt tot zum. Voorbeeld: Sie geht zum Lernen in ein ruhiges Zimmer. = “Ze gaat om te leren naar een rustige kamer.” übe is opnieuw een gebiedende wijs voor één aangesproken persoon, nu van üben (“oefenen”). De basisvorm is üben, en du übst is de tegenwoordige tijd: de stamklinker verandert daar naar ü. Voorbeeld: Übe jeden Tag. = “Oefen elke dag.” In de vaste zin krijgt übe verderop das Sprechen als datgene wat geoefend moet worden. danach is een bijwoord met de betekenis “daarna” of “na die voorafgaande handeling”. Het verwijst hier naar de handeling die in het eerste deel wordt genoemd; de zin geeft dus een volgorde: eerst de bibliotheek gebruiken om te lezen, daarna oefenen. Voorbeeld: Wir essen und gehen danach nach Hause. = “We eten en gaan daarna naar huis.” zu Hause is een vaste bijwoordelijke uitdrukking voor “thuis”. Hause is hier de vorm die in deze uitdrukking gebruikt wordt; vertaal het geheel, niet zu afzonderlijk als “naar”. Het geeft de plaats van het oefenen aan. Voorbeeld: Ich arbeite zu Hause. = “Ik werk thuis.” das Sprechen is het onzijdige zelfstandig gebruikte infinitief van sprechen: “het spreken”. Het staat als lijdend voorwerp bij üben, dus das Sprechen is datgene wat geoefend wordt. Het is niet hetzelfde als een persoonsvorm: Ich spreche betekent “ik spreek”, terwijl das Sprechen naar de activiteit verwijst. Voorbeeld: Das Sprechen ist heute leichter. = “Het spreken is vandaag gemakkelijker.” Samen vormen Nutze die Bibliothek zum Lesen en übe danach zu Hause das Sprechen een instructie met twee opeenvolgende handelingen. De eerste is: gebruik de bibliotheek om te lezen. Danach markeert de tweede stap: oefen vervolgens thuis het spreken. De volledige betekenis is daarom: “Gebruik de bibliotheek om te lezen en oefen daarna thuis met spreken.”

  7. So kann ich für jede Aufgabe einen geeigneten Ort auswählen.

    Zo kan ik voor elke taak een geschikte plek kiezen.

    So
    zo; op deze manier
    kann ich
    kan ik
    für
    voor
    jede
    elke
    Aufgabe
    taak
    geeigneten
    geschikte
    Ort
    plek
    auswählen
    kiezen
    Uitgebreide uitleg

    So betekent hier “op deze manier” en verwijst naar een manier die uit de situatie blijkt. Het kan ook in andere contexten “dus” betekenen, maar dat is hier niet de bedoelde lezing. kann ich vormt met auswählen een veelgebruikt patroon: ich kann ... auswählen = “ik kan ... kiezen”. kann is de vorm van het modale werkwoord können bij ich; het drukt hier mogelijkheid of vermogen uit. Na een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief, hier auswählen, aan het einde van de hoofdzin. Voorbeeld: Ich kann heute lernen. — “Ik kan vandaag leren.” für betekent “voor” en krijgt in deze betekenis een naamwoordgroep in de accusatief. Het is dus für jede Aufgabe; bij een mannelijk zelfstandig naamwoord zou je bijvoorbeeld für einen Ort zeggen. jede hoort bij het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord Aufgabe en betekent “elke”. In deze naamwoordgroep is de vorm van jede toevallig hetzelfde in nominatief en accusatief. De vorm verandert wel volgens geslacht, getal en naamval: jeder Ort (“elke plek”, nominatief) maar für jeden Ort (“voor elke plek”, accusatief). Aufgabe is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Aufgabe, meervoud die Aufgaben. Hier betekent het “taak”. Voorbeeld: Jede Aufgabe braucht Zeit. — “Elke taak heeft tijd nodig.” geeigneten komt van het bijvoeglijk naamwoord geeignet en betekent hier “geschikt”. Het beschrijft Ort, niet Aufgabe. In einen geeigneten Ort krijgt het bijvoeglijk naamwoord de uitgang -en: het gaat om een mannelijk zelfstandig naamwoord in de accusatief na het onbepaalde lidwoord einen. Voorbeeld: Wir suchen einen geeigneten Raum. — “We zoeken een geschikte ruimte.” Ort is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Ort, meervoud die Orte. Hier betekent het “plek” of “plaats”. In de volledige naamwoordgroep staat het als einen geeigneten Ort, omdat auswählen een gekozen object rechtstreeks kan nemen. Voorbeeld: Dieser Ort ist ruhig. — “Deze plek is rustig.” auswählen betekent “kiezen” of “selecteren”. Het is een scheidbaar werkwoord met de infinitief auswählen; in een gewone tegenwoordige hoofdzin wordt het bijvoorbeeld Ich wähle einen Ort aus. — “Ik kies een plek.” Na kann blijft de infinitief auswählen bij elkaar en staat die aan het einde. Samen betekent So kann ich für jede Aufgabe einen geeigneten Ort auswählen: “Zo kan ik voor elke taak een geschikte plek kiezen.” So geeft de manier aan, kann ich drukt de mogelijkheid van de spreker uit, für jede Aufgabe bepaalt waarvoor de keuze geldt, en einen geeigneten Ort is wat gekozen wordt.

  8. Eine klare Entscheidung sollte das Lernen weniger stressig machen.

    Een duidelijke keuze zou het studeren minder stressvol moeten maken.

    klare
    duidelijke
    Entscheidung
    keuze; beslissing
    sollte
    zou moeten
    Lernen
    studeren; leren
    weniger
    minder
    stressig
    stressvol
    machen
    maken
    Uitgebreide uitleg

    klare betekent hier “duidelijke” en hoort bij Entscheidung. Het bijvoeglijk naamwoord heeft de basisvorm klar; in deze combinatie krijgt het de uitgang -e, omdat het vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord staat na het onbepaalde lidwoord eine. Vergelijk: eine klare Entscheidung — “een duidelijke beslissing”. Entscheidung betekent hier “keuze” of “beslissing”. De basisvorm is het zelfstandig naamwoord Entscheidung; het meervoud is Entscheidungen. Het woord verwijst hier naar een beslissing die het leren gemakkelijker moet maken, niet naar het kiezen van een plaats uit de vorige zin. sollte drukt hier uit dat iets volgens de bedoeling of verwachting zo zou moeten zijn: “zou moeten”. De vorm hoort bij het werkwoord sollen. In deze zin staat sollte bij het onderwerp Eine klare Entscheidung; het daaropvolgende hoofdwerkwoord blijft in de infinitief staan. Een vergelijkbaar patroon is Das sollte helfen — “Dat zou moeten helpen.” Lernen is hier de nominaliseerde infinitief van lernen, “leren”. Als zelfstandig gebruikt woord wordt het met een hoofdletter geschreven. das Lernen betekent “het leren” of, in deze vertaling, “het studeren”; het is het lijdend voorwerp van machen. Nominalisaties met das werken op dezelfde manier in bijvoorbeeld Das Lesen ist wichtig — “Lezen is belangrijk.” weniger betekent hier “minder”. Het geeft aan dat de beschreven eigenschap in geringere mate aanwezig is. In weniger stressig versterkt of vermindert het dus niet het leren zelf, maar de mate waarin het stressig is. De basisvorm is wenig; weniger is de vergelijkende vorm. stressig betekent hier “stressvol” of “veel stress veroorzakend”. Het is een bijvoeglijk naamwoord bij de toestand die door machen wordt veroorzaakt. In deze positie krijgt het geen zichtbare uitgang, omdat het na machen als predicatieve eigenschap staat: etwas stressig machen — “iets stressvol maken”. machen betekent hier “maken”. Na het modale werkwoord sollte staat het als infinitief aan het einde van de zin. Het patroon etwas ... machen kan een verandering of veroorzaakt resultaat uitdrukken: Die Musik macht den Weg kürzer — “De muziek maakt de weg korter.” Samen vormt Eine klare Entscheidung het onderwerp: “een duidelijke beslissing”. sollte ... machen geeft de verwachting of bedoeling weer: “zou ... moeten maken”. das Lernen is datgene wat door de beslissing wordt beïnvloed, en weniger stressig beschrijft het resultaat. De volledige betekenis is daarom: “Een duidelijke keuze zou het studeren minder stressvol moeten maken.”

Grammatica

zu + Infinitiv bei reflexiven Verben

mich zu konzentrieren

misj tsoe kontsen-treeren

om me te concentreren

Na „zu“ staat het werkwoord in de infinitief; het reflexieve voornaamwoord blijft bij de persoon: „mich“.

Komparativ mit -er

ruhiger

roe-ie-guh

rustiger

De vergrotende trap van „ruhig“ wordt gevormd met de uitgang „-er“.

Duits woordenschat

Ablenkung zelfstandig naamwoord
aaf-lenkoeng afleiding Ablenkungen
auswählen werkwoord
aus-veelen kiezen, selecteren
Bewegung zelfstandig naamwoord
bə-vee-goeng beweging
hell bijvoeglijk naamwoord
hel licht, helder
Komfort zelfstandig naamwoord
komfort comfort
Lärm zelfstandig naamwoord
lerm lawaai
lernen werkwoord
lernən leren, studeren
Licht zelfstandig naamwoord
lisjt licht
Ort zelfstandig naamwoord
ort plek
ständig bijwoord
sjtendisj voortdurend, steeds
Tisch zelfstandig naamwoord
tisj tafel
vorbeilaufen werkwoord
foor-bai-laufən voorbijlopen laufen ... vorbei

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

leren, studeren

Antwoord tonenlernen

afleiding

Antwoord tonenAblenkungen

licht

Antwoord tonenLicht

voortdurend, steeds

Antwoord tonenständig