Klachten over hoesten beschrijven | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At home before calling a clinic, two adults organize cough symptoms, recent changes, worries, and questions about urgent help..

NL → DE / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Klachten over hoesten beschrijven oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich muss in der Klinik anrufen, weil mein Husten nicht besser wird.

Isj moes in dea kli-niek aan-roefun, vail main hoestun nisjt bessuh virt. Ik moet de kliniek bellen, omdat mijn hoest niet beter wordt.
B

Sag ihnen, was sich verändert hat und was dir am meisten Sorgen macht.

Zaak ienun, vas zisj fer-èndert hat oent vas dier am maistun zorgun maakt. Vertel hun wat er is veranderd en waar je je het meest zorgen over maakt.
A

Es ist schlimmer geworden, und ich fühle mich fiebrig und müde.

Es ist sjlimmuh ge-vordun, oent isj fuule misj fiebrisj oent muuduh. Het is erger geworden, en ik voel me koortsig en moe.
B

Erwähne, wann es angefangen hat und ob etwas geholfen hat.

Uh-vèè-nuh, van es an-guh-fangun hat oent op etvas ge-holfun hat. Noem wanneer het begon en of iets heeft geholpen.
A

Ich muss auch wissen, was ich tun soll, wenn es heute Abend schlimmer wird.

Isj moes auch vissen, vas isj toen zol, ven es hoituh aabun sjlimmuh virt. Ik moet ook weten wat ik moet doen als het vanavond erger wordt.
B

Frag, wohin du gehen sollst, wenn du schnell Hilfe brauchst.

Fraag, vo-hin doe gee-un zolst, ven doe sjnel hilfuh brauchst. Vraag waar je naartoe moet gaan als je snel hulp nodig hebt.
A

Ich werde die wichtigsten Punkte aufschreiben, bevor ich anrufe.

Isj veerduh die vichtichstun poeng-tuh auf-sjraibun, be-foor isj an-roefuh. Ik zal de belangrijkste punten opschrijven voordat ik bel.
B

Das sollte das Gespräch für euch beide klarer machen.

Das zol-tuh das ge-sjprèèsj fuu-uh oitsj baidu klaa-uh machun. Dat zou het gesprek voor jullie allebei duidelijker moeten maken.

Uitleg van de zinnen

  1. Ich muss in der Klinik anrufen, weil mein Husten nicht besser wird.

    Ik moet de kliniek bellen, omdat mijn hoest niet beter wordt.

    Ich muss
    ik moet
    Klinik
    kliniek
    anrufen
    bellen
    weil
    omdat
    Husten
    hoest
    besser
    beter
    wird
    wordt
    Uitgebreide uitleg

    Ich muss drukt hier uit dat de spreker iets moet doen. müssen is het werkwoord in de basisvorm; muss is de tegenwoordige tijd voor ich. Met een tweede werkwoord staat dat tweede werkwoord als infinitief aan het einde van de hoofdzin: Ich muss anrufen = “Ik moet bellen”. Klinik betekent hier “kliniek”. Het is een zelfstandig naamwoord en wordt in het Duits daarom met een hoofdletter geschreven. In de volledige woordgroep in der Klinik staat het met het lidwoord der; de voorzetselgroep geeft de plaats of instelling aan waarnaar het bellen verwijst. anrufen betekent “bellen”. Dit is een scheidbaar werkwoord: in een gewone hoofdzin kan het voorvoegsel los van rufen staan, bijvoorbeeld Ich rufe die Klinik an = “Ik bel de kliniek”. Na het modale werkwoord muss blijft de infinitief echter samen: Ich muss ... anrufen. weil betekent “omdat” en leidt een bijzin met een reden in. In deze Duitse bijzin staat de vervoegde werkwoordsvorm aan het einde. Het patroon is bijvoorbeeld ..., weil es regnet = “..., omdat het regent”. Husten betekent “hoest”. Het is een zelfstandig naamwoord en krijgt daarom een hoofdletter. Met mein vormt het mein Husten = “mijn hoest”; mein stemt hier af op het grammaticale geslacht en de naamval van het zelfstandig naamwoord. besser betekent hier “beter”. Het is de vergelijkende vorm van gut: gut – besser – am besten (“goed – beter – het best”). In deze zin beschrijft besser niet rechtstreeks een vergelijking tussen twee genoemde dingen, maar een verbetering van de toestand van de hoest. wird betekent hier “wordt”. Het is de vorm van werden voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. In nicht besser wird vormt werden met besser een verandering van toestand: de hoest wordt niet beter. werden kan in andere contexten ook een toekomstige betekenis hebben, maar dat is hier niet de bedoeling. Samen vormen de delen Ich muss in der Klinik anrufen en weil mein Husten nicht besser wird de betekenis: “Ik moet de kliniek bellen, omdat mijn hoest niet beter wordt.” De hoofdzin noemt de noodzakelijke handeling; de weil-bijzin geeft de reden. In de bijzin staan wird en de ontkenning nicht samen rond besser, met wird aan het einde.

  2. Sag ihnen, was sich verändert hat und was dir am meisten Sorgen macht.

    Vertel hun wat er is veranderd en waar je je het meest zorgen over maakt.

    Sag
    zeg / vertel
    ihnen
    hun / aan hen
    was sich verändert hat
    wat er veranderd is
    dir
    jou / je
    am meisten
    het meest
    Sorgen macht
    zorgen baart
    Uitgebreide uitleg

    Sag is de gebiedende wijs van sagen voor één aangesproken persoon: du sagst → Sag! Het kan zowel ‘zeg’ als ‘vertel’ betekenen; hier leidt het de opdracht in om informatie aan anderen mee te delen. Voorbeeld: Sag die Wahrheit. — ‘Zeg de waarheid.’ ihnen is de datiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord voor ‘aan hen/hun’. De vorm is hier meervoud en verwijst volgens de vertaling naar de mensen aan wie de informatie verteld moet worden. Het is niet hetzelfde als sie in de accusatief: Ich sehe sie betekent ‘Ik zie hen’, terwijl Ich helfe ihnen betekent ‘Ik help hen.’ was sich verändert hat is een bijzin als inhoud van wat er verteld moet worden: ‘wat er veranderd is’. was betekent hier ‘wat’ en sich verändern betekent ‘veranderen’. In het perfectum bestaat de vorm uit hat plus het voltooid deelwoord verändert; omdat dit een bijzin is, staat hat aan het einde. Het wederkerende sich hoort bij verändern in deze betekenis. Voorbeeld: Ich weiß, was sich verändert hat. — ‘Ik weet wat er veranderd is.’ dir is de datiefvorm van du: ‘aan jou’ of natuurlijker ‘je’. In de vaste combinatie jemandem Sorgen machen staat de persoon die zich zorgen maakt in de datief: Das macht mir Sorgen — ‘Dat baart me zorgen.’ De vorm dir zegt dus niet wie of wat de zorgen veroorzaakt; dat wordt door de rest van de zin bepaald. am meisten is de overtreffende trap van viel: viel — ‘veel’, mehr — ‘meer’, am meisten — ‘het meest’. Hier vergelijkt de spreker zorgen binnen een geheel van mogelijke zorgen. De constructie sich am meisten Sorgen machen betekent ‘zich het meeste zorgen maken’. Sorgen macht hoort bij de uitdrukking jemandem Sorgen machen: letterlijk ‘iemand zorgen baren’, dus ‘iemand zorgen geven’. Sorgen is hier het meervoudige zelfstandig naamwoord en macht is de derde persoon enkelvoud van machen; de vorm macht past bij het onderwerp was, niet bij Sorgen. In de woordgroep was dir am meisten Sorgen macht betekent het geheel ‘waar je je het meest zorgen over maakt’. De zin bouwt twee inhoudelijke delen op na de opdracht Sag ihnen: was sich verändert hat en was dir am meisten Sorgen macht. Samen betekent de volledige uiting: ‘Vertel hun wat er is veranderd en waar je je het meest zorgen over maakt.’ De gebiedende wijs maakt dit een directe maar op zichzelf neutrale opdracht.

  3. Es ist schlimmer geworden, und ich fühle mich fiebrig und müde.

    Het is erger geworden, en ik voel me koortsig en moe.

    Es ist
    het is
    schlimmer
    erger
    geworden
    geworden
    fühle mich
    voel me
    fiebrig
    koortsig
    müde
    moe
    Uitgebreide uitleg

    Es ist introduceert de toestand waarover wordt gesproken: “het is”. Es is hier een onpersoonlijk onderwerp; de concrete referent van “het” wordt door de vaste vertaling en deze zin niet nader benoemd. schlimmer betekent hier “erger”. Het is de vergrotende trap van schlimm (“erg”): schlimm – schlimmer – am schlimmsten. De vorm schlimmer vergelijkt de huidige toestand met een eerdere toestand; hij beschrijft niet zelfstandig wie of wat erger is. Voorbeeld: Heute ist es schlimmer. — “Vandaag is het erger.” geworden is het voltooid deelwoord van werden (“worden”). In combinatie met ist vormt het het perfectum: ist ... geworden = “is ... geworden” of natuurlijker “is ... geraakt”. Bij deze betekenis gebruikt Duits sein als hulpwerkwoord, niet haben. De combinatie schlimmer geworden drukt dus een verandering naar een slechtere toestand uit. Voorbeeld: Die Lage ist besser geworden. — “De situatie is beter geworden.” fühle mich komt van sich fühlen (“zich voelen”). Bij ich is de vorm fühle; het reflexieve voornaamwoord is mich: ich fühle mich. Andere vormen zijn bijvoorbeeld du fühlst dich en er/sie fühlt sich. Het werkwoord beschrijft hier de eigen lichamelijke toestand van de spreker, niet het waarnemen van een voorwerp. Voorbeeld: Ich fühle mich besser. — “Ik voel me beter.” fiebrig is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “koortsig”. Na fühle mich staat het als predicatieve beschrijving: het zegt hoe de spreker zich voelt en krijgt daarom geen verbuiging. müde betekent “moe”. Ook dit bijvoeglijk naamwoord beschrijft predicatief de toestand van de spreker na fühle mich, en het blijft in deze positie onveranderd. Voorbeeld: Sie fühlt sich müde. — “Zij voelt zich moe.” De zin begint met de vaststelling Es ist schlimmer geworden: de toestand is veranderd en nu erger. Daarna verbindt und die vaststelling met ich fühle mich fiebrig und müde: de spreker zegt dat die zich koortsig en moe voelt. Samen betekent de volledige uiting: “Het is erger geworden, en ik voel me koortsig en moe.”

  4. Erwähne, wann es angefangen hat und ob etwas geholfen hat.

    Noem wanneer het begon en of iets heeft geholpen.

    Erwähne
    noem
    wann
    wanneer
    angefangen
    begonnen
    ob
    of
    etwas
    iets
    geholfen
    geholpen
    Uitgebreide uitleg

    Erwähne is de gebiedende wijs van erwähnen (“noemen”, “vermelden”) voor du. De vorm spreekt de aangesprokene rechtstreeks aan. Bijvoorbeeld: Erwähne den Termin. — “Noem de afspraak.” wann betekent “wanneer” en leidt hier een indirecte vraag in: de gevraagde informatie is het tijdstip waarop iets begon. Een directe vraag is bijvoorbeeld: Wann hat es angefangen? — “Wanneer is het begonnen?” In de indirecte vraag staat het vervoegde werkwoord achteraan: wann es angefangen hat. angefangen is het voltooid deelwoord van anfangen (“beginnen”). Het hoort hier bij hat in de voltooide tijd: hat angefangen — “is begonnen/heeft een aanvang genomen”. anfangen is een scheidbaar werkwoord; in de voltooide tijd staat het deelwoord als één vorm. Bijvoorbeeld: Der Kurs hat angefangen. — “De cursus is begonnen.” ob betekent “of” wanneer het om een indirecte ja-neevraag gaat. Het leidt dus geen keuze tussen twee genoemde mogelijkheden in, maar een vraag waarvan het antwoord bijvoorbeeld ja of nee kan zijn. Bijvoorbeeld: Ich weiß nicht, ob er kommt. — “Ik weet niet of hij komt.” Ook na ob staat het vervoegde werkwoord achteraan. etwas betekent “iets”: een onbepaald voornaamwoord voor een niet nader genoemde zaak of hoeveelheid. Het verwijst hier naar iets dat mogelijk geholpen heeft, zonder dat de zin zegt wat dat precies was. Bijvoorbeeld: Etwas hat geholfen. — “Iets heeft geholpen.” geholfen is het voltooid deelwoord van helfen (“helpen”). Met hat vormt het de voltooide tijd hat geholfen — “heeft geholpen”. In de vaste zin gaat het om de vraag of iets effect heeft gehad. Bijvoorbeeld: Die Behandlung hat geholfen. — “De behandeling heeft geholpen.” De zin bestaat uit een opdracht met twee gevraagde gegevens. Erwähne vraagt om informatie te vermelden. Eerst gaat het om wann es angefangen hat: wanneer het in de context bedoelde probleem of verschijnsel is begonnen. Daarna volgt ob etwas geholfen hat: of iets geholpen heeft. Samen betekent de zin: “Noem wanneer het begon en of iets heeft geholpen.”

  5. Ich muss auch wissen, was ich tun soll, wenn es heute Abend schlimmer wird.

    Ik moet ook weten wat ik moet doen als het vanavond erger wordt.

    Ich muss
    ik moet
    auch
    ook
    wissen
    weten
    was
    wat
    tun
    doen
    soll
    moet
    wenn
    als
    heute Abend
    vanavond
    schlimmer
    erger
    wird
    wordt
    Uitgebreide uitleg

    Ich muss betekent hier dat de spreker iets noodzakelijk vindt of verplicht is te doen. müssen is de infinitief; bij ich wordt dat muss. In een hoofdzin staat het vervoegde modale werkwoord op de tweede positie en komt de infinitief later: Ich muss gehen = “Ik moet gaan.” auch voegt deze noodzaak toe aan iets anders: “ook”. De precieze reikwijdte ervan is hier niet verder gespecificeerd; het markeert dat weten naast een andere genoemde of bedoelde zaak nodig is. wissen betekent “weten”, vooral: kennis hebben van een feit of van informatie. De vorm is hier de infinitief na muss. Voor een handeling van iemand kennen gebruikt het Duits vaak kennen, niet wissen: Ich weiß die Antwort = “Ik weet het antwoord”; Ich kenne ihn = “Ik ken hem.” was betekent hier “wat” en opent een indirecte vraag. Het verwijst niet zelfstandig naar een specifiek genoemd ding; de inhoud van de vraag volgt in was ich tun soll. Een directe vraag zou bijvoorbeeld zijn: Was soll ich tun? = “Wat moet ik doen?” tun betekent “doen” en staat als infinitief bij soll. Het is een algemeen werkwoord voor een handeling: Was kann ich tun? = “Wat kan ik doen?” soll is de vorm van sollen bij ich, er, sie of es in de tegenwoordige tijd; hier hoort hij bij ich. In deze indirecte vraag geeft het weer wat de spreker volgens de situatie moet doen of wat als juiste handeling geldt. Het verschil met muss is nuttig: muss in Ich muss auch wissen drukt de noodzaak van de spreker uit, terwijl tun soll de voorgeschreven of verwachte handeling binnen de vraag weergeeft. In een hoofdzin staat het modale werkwoord bijvoorbeeld in Du sollst warten = “Je moet wachten / Je hoort te wachten.” wenn introduceert een voorwaardelijke bijzin: “als” of, afhankelijk van de context, “wanneer”. In dit verband gaat het om de voorwaarde waaronder de bedoelde handeling relevant wordt. Het vervoegde werkwoord staat in zo’n Duitse bijzin aan het einde, zoals in wenn es regnet = “als het regent”. heute Abend betekent “vanavond”: heute is “vandaag” en Abend is “avond”. Samen vormt dit een tijdsbepaling voor de situatie in de bijzin. schlimmer betekent hier “erger” en is de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord schlimm (“erg”, “slecht”). De reeks is schlimm – schlimmer – am schlimmsten: “erg/slecht” – “erger” – “het ergst”. schlimmer vergelijkt hier de toestand met een eerdere of huidige toestand; het zegt niet op zichzelf wat de oorzaak van de verslechtering is. wird is de derde persoon enkelvoud van werden, met es als onderwerp. In es wird schlimmer betekent werden een verandering van toestand: “het wordt erger”. Het is hier dus niet alleen een toekomsthulpwerkwoord. Vergelijk Es ist schlimm = “Het is erg” met Es wird schlimmer = “Het wordt erger.” De hoofdzin Ich muss auch wissen betekent “Ik moet ook weten”. De indirecte vraag was ich tun soll maakt duidelijk wát de spreker moet weten: welke handeling nodig of aangewezen is. In die bijzin staat ich als onderwerp, tun als infinitief en soll als vervoegd modaal werkwoord aan het einde. Daarna geeft wenn es heute Abend schlimmer wird de voorwaarde: als de toestand vanavond erger wordt. Samen betekent de hele zin: “Ik moet ook weten wat ik moet doen als het vanavond erger wordt.”

  6. Frag, wohin du gehen sollst, wenn du schnell Hilfe brauchst.

    Vraag waar je naartoe moet gaan als je snel hulp nodig hebt.

    Frag
    vraag
    wohin
    waar naartoe
    gehen
    gaan
    sollst
    moet
    wenn
    als
    schnell
    snel
    Hilfe
    hulp
    brauchst
    nodig hebt
    Uitgebreide uitleg

    Frag is de gebiedende wijs van fragen (“vragen”) voor één aangesproken persoon. Het onderwerp du wordt in deze vorm niet uitgesproken. Bijvoorbeeld: Frag ihn. — “Vraag hem.” wohin vraagt naar een bestemming of richting: “waar naartoe”. Het verschilt van wo (“waar”, plaats) en woher (“waar vandaan”). In wohin du gehen sollst leidt het een indirecte vraag in; daarom staat het vervoegde werkwoord sollst aan het einde van die bijzin. gehen is de infinitief (“gaan”). Na het modale werkwoord sollen blijft het als infinitief staan. Bijvoorbeeld: Du sollst nach Hause gehen. — “Je moet naar huis gaan.” sollst is de tegenwoordige tijd van sollen bij du: du sollst. Hier drukt het uit dat de aangesproken persoon ergens naartoe moet gaan volgens een instructie of verwachting. De vorm hoort bij du; vergelijk ich soll en sie sollen. wenn leidt hier een voorwaardelijke bijzin in: “als”. In zo’n bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan: wenn du Hilfe brauchst. schnell betekent hier “snel” en beschrijft hoe snel of dringend hulp nodig is. Als bijwoord verandert het niet mee met du of met Hilfe. Hilfe is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent “hulp”. De combinatie Hilfe brauchen betekent “hulp nodig hebben”. Bijvoorbeeld: Wir brauchen Hilfe. — “Wij hebben hulp nodig.” brauchst is de tegenwoordige tijd van brauchen bij du: du brauchst. brauchen betekent hier “nodig hebben”; het is iets anders dan benötigen, een formelere mogelijkheid met dezelfde kernbetekenis. De zin bestaat uit de gebiedende hoofdzin Frag en de indirecte vraag wohin du gehen sollst: “Vraag waar je naartoe moet gaan.” De bijzin wenn du schnell Hilfe brauchst geeft de voorwaarde daarbij: “als je snel hulp nodig hebt”. Samen betekent de hele uiting: “Vraag waar je naartoe moet gaan als je snel hulp nodig hebt.”

  7. Ich werde die wichtigsten Punkte aufschreiben, bevor ich anrufe.

    Ik zal de belangrijkste punten opschrijven voordat ik bel.

    Ich werde
    ik zal
    wichtigsten
    belangrijkste
    Punkte
    punten
    aufschreiben
    opschrijven
    bevor
    voordat
    anrufe
    bel
    Uitgebreide uitleg

    Ich werde geeft hier een toekomstige handeling aan: “ik zal”. werde is de vorm van werden bij ich; in deze constructie staat het vervoegde werden op de tweede plaats en blijft het andere werkwoord als infinitief staan. Patroon: Ich werde + infinitief — “Ik zal …”. Voorbeeld: Ich werde morgen kommen. — “Ik zal morgen komen.” wichtigsten betekent hier “belangrijkste”. Het is de overtreffende trap van wichtig (“belangrijk”): wichtig → wichtiger (“belangrijker”) → am wichtigsten (“het belangrijkst”) of, vóór een zelfstandig naamwoord, der/die/das wichtigste met de passende verbuiging. In deze zin krijgt wichtigsten de uitgang die past bij die ... Punkte in de naamwoordgroep. De vorm beschrijft dus Punkte, niet Ich of werde. Punkte betekent “punten”. Het enkelvoud is der Punkt, het meervoud die Punkte. Het kan bijvoorbeeld om punten van een bespreking of notities gaan; hier ondersteunt de vaste vertaling de betekenis “de belangrijkste punten”. Voorbeeld: Ich notiere die Punkte. — “Ik noteer de punten.” aufschreiben betekent “opschrijven”. Dit is een scheidbaar samengesteld werkwoord: auf- + schreiben. In de infinitief blijft het als één woord geschreven. In een hoofdzin splitst het bij de vervoegde vorm: Ich schreibe die Punkte auf. — “Ik schrijf de punten op.” Na werde blijft de infinitief echter aan het einde van de werkwoordgroep: Ich werde die Punkte aufschreiben. bevor betekent “voordat” en leidt een bijzin in die aangeeft dat de handeling in die bijzin later plaatsvindt dan de handeling in de hoofdzin. In een Duitse bevor-bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Het patroon is hier: ..., bevor ich .... Voorbeeld: Ich prüfe alles, bevor ich gehe. — “Ik controleer alles voordat ik ga.” anrufe betekent hier “bel”. Het is de vorm van het scheidbare werkwoord anrufen bij ich in de tegenwoordige tijd. Omdat het in de door bevor ingeleide bijzin staat, staat de vorm aan het einde; in een zelfstandige hoofdzin splitst het werkwoord: Ich rufe an. — “Ik bel.” Samen betekent Ich werde die wichtigsten Punkte aufschreiben “Ik zal de belangrijkste punten opschrijven”. bevor ich anrufe voegt daaraan toe “voordat ik bel”. De volledige zin betekent dus: “Ik zal de belangrijkste punten opschrijven voordat ik bel.”

  8. Das sollte das Gespräch für euch beide klarer machen.

    Dat zou het gesprek voor jullie allebei duidelijker moeten maken.

    Das
    dat
    sollte
    zou moeten
    Gespräch
    gesprek
    für euch beide
    voor jullie allebei
    klarer
    duidelijker
    machen
    maken
    Uitgebreide uitleg

    Das is hier het onderwerp en betekent, in overeenstemming met de vaste vertaling, ‘dat’. Het is de vorm van het aanwijzend voornaamwoord voor een onzijdig enkelvoudig onderwerp. De precieze referent wordt in deze zin niet verder benoemd; leer vooral het patroon: Das ... = ‘Dat ...’. Als verwijzer naar een mannelijk of vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord verschijnen andere vormen, maar kies de vorm op basis van het grammaticale geslacht en getal van het bedoelde woord, niet alleen op basis van de betekenis. sollte komt van sollen. In deze zin drukt het uit dat iets verwacht of bedoeld wordt als gevolg: ‘zou moeten’. De vorm sollte kan in andere contexten ook een verleden vorm van sollen zijn; de vaste vertaling ondersteunt hier de weergegeven verwachting. Het onderwerp is enkelvoud in de derde persoon, maar sollte staat bovendien in een constructie met een infinitief: het vervoegde modale werkwoord staat vroeg in de hoofdzin en de infinitief komt aan het einde. Bijvoorbeeld: Das sollte helfen. — ‘Dat zou moeten helpen.’ das Gespräch betekent hier ‘het gesprek’. Gespräch is een onzijdig zelfstandig naamwoord; het lidwoord is daarom das. Het meervoud is Gespräche: ein Gespräch — ‘een gesprek’, zwei Gespräche — ‘twee gesprekken’. De vorm Gespräch is hier het lijdend voorwerp van machen. für euch beide betekent ‘voor jullie allebei’. für neemt in het Duits de accusatief, en euch is de accusatiefvorm van het informele meervoudige ‘jullie’. beide voegt de betekenis ‘allebei’ toe en maakt duidelijk dat het om de twee aangesproken personen samen gaat. Een vergelijkbaar patroon is für uns beide — ‘voor ons allebei’. klarer is de vergrotende trap van klar: ‘duidelijker’. De reeks is klar — ‘duidelijk’, klarer — ‘duidelijker’, am klarsten — ‘het duidelijkst’. Hier beschrijft klarer het resultaat dat het gesprek krijgt; het is niet het zelfstandig naamwoord Gespräch zelf dat van vorm verandert. Bijvoorbeeld: Die Erklärung macht den Plan klarer. — ‘De uitleg maakt het plan duidelijker.’ machen is de infinitief van het werkwoord ‘maken’. In deze zin staat het na het modale werkwoord sollte, omdat een modaal werkwoord in een Duitse hoofdzin met een tweede werkwoord doorgaans de infinitief naar het einde stuurt. In Das sollte ... klarer machen betekent machen ‘maken’ in de constructie ‘iets duidelijker maken’. Samen vormen de delen: Das is het onderwerp, sollte geeft de verwachting of bedoeling weer, das Gespräch is wat beïnvloed wordt, für euch beide geeft voor wie het effect geldt, en klarer machen beschrijft het effect. De volledige betekenis is daarom: ‘Dat zou het gesprek voor jullie allebei duidelijker moeten maken.’

Grammatica

weil + werkwoord achteraan

weil sich Sorgen verändern

vail zisj zorgun fer-èn-duhn

omdat zorgen veranderen

Na weil staat het vervoegde werkwoord achteraan; sich hoort bij het wederkerende werkwoord verändern.

sich + werkwoord

sich verändern

zisj fer-èn-duhn

veranderen

Bij een wederkerend werkwoord verwijst sich terug naar het onderwerp.

Duits woordenschat

am meisten bijwoord
am maistun het meest
anrufen werkwoord
an-roefun bellen
besser bijvoeglijk naamwoord
bessuh beter
Husten zelfstandig naamwoord
hoestun hoest
ihnen voornaamwoord
ienun hun
Klinik zelfstandig naamwoord
kli-niek kliniek
sagen werkwoord
zaagun zeggen Sag
schlimm bijvoeglijk naamwoord
sjlim erg schlimmer
sich voornaamwoord
zisj zich
Sorge zelfstandig naamwoord
zorguh zorg Sorgen
verändern werkwoord
fer-èn-duhn veranderen verändert
weil voegwoord
vail omdat

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

hoest

Antwoord tonenHusten

hun

Antwoord tonenihnen

kliniek

Antwoord tonenKlinik

veranderen

Antwoord tonenverändert