Medicijninstructies veilig verduidelijken | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At home, two adults prepare questions for a pharmacist about a medicine label, food cautions, side effects, and warning signs..

NL → DE / Niveau: B1

Over deze les

Met Medicijninstructies veilig verduidelijken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich bin mir nicht sicher, ob ich dieses Medikamentenetikett verstehe.

Iç bin mier niçt zieça, op iç diezes Medikamenten-etiket fersjtee-uh. Ik weet niet zeker of ik dit medicijnetiket begrijp.
B

Ruf den Apotheker an, bevor du die nächste Dosis einnimmst.

Roef deen Apoteeka an, bevoo-a doe die neçste Doozies ain-nimst. Bel de apotheker voordat je de volgende dosis inneemt.
A

Ich möchte auch fragen, ob ich bestimmte Lebensmittel vermeiden sollte.

Iç meuçte aoch fraagen, op iç buh-sjtimte leebensmitel fer-maiden zolte. Ik wil ook vragen of ik bepaalde voedingsmiddelen moet vermijden.
B

Das sollte man überprüfen, besonders wenn auf dem Etikett etwas über Mahlzeiten steht.

Das zolte man uu-ba-pruu-fen, be-zonders ven ao-f deem etiket etvas uu-ba maal-tsaiten sjteet. Dat is het controleren waard, vooral als het etiket maaltijden vermeldt.
A

Ich hatte nach der Einnahme leichte Kopfschmerzen.

Iç hatte naach dea ain-naame laiçte kopf-sjmertsən. Ik kreeg lichte hoofdpijn nadat ik het had ingenomen.
A

Dann sollte ich das ansprechen.

Dan zolte iç das an-sjpreçen. Dus ik moet dat ter sprake brengen.
B

Frag, ob das eine Nebenwirkung sein könnte und auf welche Warnzeichen du achten solltest.

Fraag, op das aine neeben-virkoeng zain keunte oent ao-f velçe varn-tsaiçen doe achten zoltest. Vraag of het een bijwerking kan zijn en op welke waarschuwingssignalen je moet letten.
A

Es fühlt sich riskant an, zu raten, besonders bei Medikamenten.

Es voelt ziç riskant an, tsoe raaten, be-zonders bai Medikamenten. Het voelt riskant om te gokken, vooral met medicijnen.
B

Eine Fachkraft kann die Risiken klarer erklären.

Aine Fachkraft kan die Risiken klaara erklee-ren. Een professional kan de risico's duidelijker uitleggen.
A

Ich kann die Fragen aufschreiben, bevor ich anrufe.

Iç kan die Fraagen ao-fsjraiben, bevoo-a iç an-roefe. Ik kan de vragen opschrijven voordat ik bel.
B

Das sollte es leichter machen, dem Gespräch zu folgen.

Das zolte es laiçta maachen, deem gesjprèèç tsoe volgen. Dat zou het telefoongesprek makkelijker te volgen moeten maken.

Woord voor woord

Ich ‘Ich’ betekent ‘ik’ en is hier het onderwerp van de zin. Het staat bijvoorbeeld in de vaste beginstructuur ‘Ich bin mir nicht sicher’.
bin ‘bin’ betekent hier ‘ben’ en is de vorm van ‘sein’ die bij ‘Ich’ hoort. Samen met ‘Ich’ beschrijft het een huidige toestand: ‘Ich bin mir nicht sicher’.
mir ‘mir’ verwijst naar de persoon wiens zekerheid wordt bedoeld in ‘Ich bin mir nicht sicher’. De vaste uitdrukking ‘sich sicher sein’ betekent zeker zijn van iets; hier maakt ‘mir’ duidelijk dat het om de spreker gaat.
nicht ‘nicht’ ontkent hier ‘sicher’, waardoor ‘Ich bin mir nicht sicher’ betekent dat de spreker niet zeker is. Het staat direct bij het woord of de uitdrukking die wordt ontkend.
sicher ‘sicher’ betekent hier ‘zeker’ in de uitdrukking ‘Ich bin mir nicht sicher’. Deze uitdrukking gebruik je om aan te geven dat je iets niet met zekerheid weet.
ob ‘ob’ betekent ‘of’ in een indirecte vraag, zoals ‘ob ich dieses Medikamentenetikett verstehe’. Na ‘ob’ volgt een bijzin waarin het werkwoord achteraan staat.
dieses ‘dieses’ betekent ‘dit’ en wijst hier naar het specifieke ‘Medikamentenetikett’. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en vormt daarmee één woordgroep.
Medikamentenetikett ‘Medikamentenetikett’ betekent ‘medicijnetiket’, dus het etiket met informatie over het medicijn. Het is een samenstelling van ‘Medikamenten’ en ‘Etikett’.
verstehe ‘verstehe’ betekent hier ‘begrijp’ en is de vorm van ‘verstehen’ bij ‘ich’. In ‘ob ich dieses Medikamentenetikett verstehe’ staat het werkwoord aan het einde van de bijzin.
Ruf ‘Ruf’ is een informele opdracht aan één persoon en betekent ‘bel’. Het is de gebiedende vorm in ‘Ruf den Apotheker an’; het bijbehorende hele werkwoord is ‘anrufen’.
den ‘den’ is hier het bepaald lidwoord vóór ‘Apotheker’. Het hoort bij de woordgroep ‘den Apotheker’ in de opdracht ‘Ruf den Apotheker an’.
Apotheker ‘Apotheker’ betekent ‘apotheker’, de professional die je over het medicijn kunt bellen. In ‘Ruf den Apotheker an’ is dit de persoon die gebeld moet worden.
an ‘an’ is hier het afgescheiden voorvoegsel van ‘anrufen’, dat ‘opbellen’ betekent. In de opdracht staat het aan het einde: ‘Ruf den Apotheker an’.
bevor ‘bevor’ betekent ‘voordat’ en geeft aan dat eerst de apotheker gebeld moet worden. Het leidt de bijzin ‘bevor du die nächste Dosis einnimmst’ in, met het werkwoord aan het einde.
du ‘du’ betekent ‘jij’ en is hier het onderwerp van de bijzin na ‘bevor’. Het verwijst naar de persoon die de volgende dosis zou innemen.
die ‘die’ is hier het bepaald lidwoord vóór ‘nächste Dosis’. Het maakt samen met ‘nächste Dosis’ duidelijk over welke dosis het gaat.
nächste ‘nächste’ betekent ‘volgende’ en beschrijft ‘Dosis’. De woordgroep ‘die nächste Dosis’ verwijst naar de eerstvolgende dosis.
Dosis ‘Dosis’ betekent ‘dosis’, de hoeveelheid medicijn die op één moment wordt ingenomen. In ‘die nächste Dosis einnimmst’ gaat het om de eerstvolgende inname.
einnimmst ‘einnimmst’ betekent hier ‘inneemt’ en is de vorm van ‘einnehmen’ bij ‘du’. Het werkwoord staat aan het einde van de bijzin ‘bevor du die nächste Dosis einnimmst’.
möchte ‘möchte’ drukt hier een wens uit en betekent ‘wil’ of ‘zou graag willen’. In ‘Ich möchte auch fragen’ volgt daarna het werkwoord ‘fragen’ als handeling die de spreker wil uitvoeren.
auch ‘auch’ betekent ‘ook’ en voegt deze vraag toe aan wat al besproken is. Het staat in ‘Ich möchte auch fragen’ vóór het werkwoord dat de gewenste handeling benoemt.
fragen ‘fragen’ betekent ‘vragen’ en staat hier na ‘möchte’. De herbruikbare structuur ‘Ich möchte ... fragen, ob ...’ leidt een vraag om informatie in.
bestimmte ‘bestimmte’ betekent ‘bepaalde’ of ‘specifieke’ en beschrijft hier ‘Lebensmittel’. Het beperkt de vraag tot bepaalde voedingsmiddelen, niet tot voedsel in het algemeen.
Lebensmittel ‘Lebensmittel’ betekent ‘voedingsmiddelen’ of ‘levensmiddelen’. In ‘bestimmte Lebensmittel vermeiden’ gaat het om voedsel dat mogelijk vermeden moet worden.
vermeiden ‘vermeiden’ betekent ‘vermijden’ en staat hier als infinitief in ‘ob ich bestimmte Lebensmittel vermeiden sollte’. Het benoemt de handeling die volgens de spreker mogelijk nodig is.
sollte ‘sollte’ betekent hier ‘zou moeten’ en drukt uit wat volgens de spreker verstandig of aanbevolen kan zijn. In de indirecte vraag staat het achteraan: ‘ob ich bestimmte Lebensmittel vermeiden sollte’.
Das ‘Das’ betekent hier ‘dat’ en verwijst naar het controleren van de informatie over het medicijn. In ‘Das sollte man überprüfen’ vormt het de algemene aanbeveling om dat te controleren.
man ‘man’ betekent hier ‘men’ of algemeen ‘je’ en verwijst niet naar één specifieke persoon. Het maakt van ‘Das sollte man überprüfen’ een algemene aanbeveling.
überprüfen ‘überprüfen’ betekent ‘controleren’ of ‘verifiëren’. Het staat na ‘sollte’ in ‘Das sollte man überprüfen’ en benoemt wat gecontroleerd moet worden.
besonders ‘besonders’ betekent ‘vooral’ en legt extra nadruk op de situatie die daarna volgt. Hier wordt het belangrijker gevonden om dit te controleren wanneer het etiket maaltijden vermeldt.
wenn ‘wenn’ betekent hier ‘als’ en leidt de voorwaarde ‘wenn auf dem Etikett etwas über Mahlzeiten steht’ in. In deze bijzin staat het werkwoord ‘steht’ aan het einde.
auf ‘auf’ betekent hier ‘op’ in de woordgroep ‘auf dem Etikett’. Het geeft de plaats aan waar de informatie over maaltijden vermeld staat.
dem ‘dem’ is hier het bepaald lidwoord in ‘auf dem Etikett’. Samen met ‘auf’ en ‘Etikett’ vormt het de plaatsaanduiding voor waar de informatie staat.
Etikett ‘Etikett’ betekent ‘etiket’. In ‘auf dem Etikett’ gaat het specifiek om de tekst of informatie die op het medicijnetiket staat.
etwas ‘etwas’ betekent ‘iets’ en verwijst hier naar onbepaalde informatie over maaltijden. De structuur ‘etwas über Mahlzeiten’ gebruik je voor iets dat over een onderwerp vermeld staat.
über ‘über’ betekent hier ‘over’ en verbindt ‘etwas’ met het onderwerp ‘Mahlzeiten’. ‘Etwas über Mahlzeiten’ betekent dus ‘iets over maaltijden’.
Mahlzeiten ‘Mahlzeiten’ betekent ‘maaltijden’. In ‘etwas über Mahlzeiten’ is het het onderwerp waarover het etiket informatie kan vermelden.
steht ‘steht’ betekent hier niet letterlijk alleen ‘staat’, maar ‘vermeld staat’ of ‘geschreven staat’. In ‘auf dem Etikett etwas über Mahlzeiten steht’ gaat het om informatie die op het etiket te vinden is.
hatte ‘hatte’ betekent ‘had’ en beschrijft hier een eerder ervaren klacht: ‘Ich hatte ... Kopfschmerzen’. Het is de verleden vorm van ‘haben’ bij ‘ich’.
nach ‘nach’ betekent ‘na’ en plaatst de hoofdpijn na de inname van het medicijn. De uitdrukking ‘nach der Einnahme’ geeft aan wanneer de klacht optrad.
der ‘der’ is hier het bepaald lidwoord in de woordgroep ‘nach der Einnahme’. Samen met ‘nach’ geeft het aan dat de inname al had plaatsgevonden.
Einnahme ‘Einnahme’ betekent ‘inname’ en verwijst hier naar het innemen van het medicijn. De woordgroep ‘nach der Einnahme’ betekent ‘na de inname’.
leichte ‘leichte’ betekent hier ‘lichte’ of ‘milde’ en beschrijft de ernst van de hoofdpijn. Het staat direct vóór ‘Kopfschmerzen’ in ‘leichte Kopfschmerzen’.
Kopfschmerzen ‘Kopfschmerzen’ betekent ‘hoofdpijn’. In ‘Ich hatte nach der Einnahme leichte Kopfschmerzen’ benoemt het de klacht die na de inname ontstond.
Dann ‘Dann’ betekent hier ‘dan’ en trekt een conclusie uit de eerder genoemde hoofdpijn. ‘Dann sollte ich das ansprechen’ betekent dat de spreker dit onderwerp vervolgens moet noemen.
ansprechen ‘ansprechen’ betekent hier ‘ter sprake brengen’ of ‘aankaarten’. In ‘Dann sollte ich das ansprechen’ gaat het om het noemen van de hoofdpijn bij de apotheker.
Frag ‘Frag’ is een informele opdracht aan één persoon en betekent ‘vraag’. Het is de gebiedende vorm van ‘fragen’ in ‘Frag, ob das eine Nebenwirkung sein könnte’.
eine ‘eine’ is hier het onbepaald lidwoord vóór ‘Nebenwirkung’. De woordgroep ‘eine Nebenwirkung’ benoemt één mogelijke bijwerking zonder die al als zeker vast te stellen.
Nebenwirkung ‘Nebenwirkung’ betekent ‘bijwerking’. In ‘ob das eine Nebenwirkung sein könnte’ wordt gevraagd of de hoofdpijn door het medicijn veroorzaakt kan zijn.
sein ‘sein’ betekent ‘zijn’ en staat hier als infinitief na ‘könnte’. De combinatie ‘eine Nebenwirkung sein’ betekent ‘een bijwerking zijn’.
könnte ‘könnte’ drukt hier een mogelijkheid uit en betekent ‘zou kunnen’. In ‘das eine Nebenwirkung sein könnte’ blijft open of de klacht werkelijk een bijwerking is.
und ‘und’ betekent ‘en’ en verbindt twee vragen in dezelfde opdracht. Na de vraag over een bijwerking volgt de vraag naar de waarschuwingssignalen.
welche ‘welche’ betekent ‘welke’ en vraagt om een keuze of specificatie binnen ‘welche Warnzeichen’. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord waarover meer informatie wordt gevraagd.
Warnzeichen ‘Warnzeichen’ betekent ‘waarschuwingssignalen’. In ‘auf welche Warnzeichen du achten solltest’ gaat het om signalen waarop je bij het gebruik van het medicijn moet letten.
achten ‘achten’ betekent hier ‘letten’ in de vaste verbinding ‘auf etwas achten’. In ‘auf welche Warnzeichen du achten solltest’ betekent dit letten op bepaalde signalen.
solltest ‘solltest’ betekent hier ‘zou moeten’ en geeft advies aan de persoon die met ‘du’ wordt aangesproken. In ‘du ... achten solltest’ staat het aan het einde van de bijzin.
Es ‘Es’ betekent hier ‘het’ en is het onderwerp van ‘Es fühlt sich riskant an’. De zin beschrijft hoe gokken over medicijnen wordt ervaren.
fühlt ‘fühlt’ betekent hier ‘voelt’ en hoort bij het onderwerp ‘Es’. Samen met ‘sich’ en het afgescheiden ‘an’ vormt het ‘sich anfühlen’, voelen of aanvoelen.
sich ‘sich’ is hier het wederkerende element van ‘sich anfühlen’ in ‘Es fühlt sich riskant an’. De volledige uitdrukking beschrijft hoe iets voor iemand of in het algemeen aanvoelt.
riskant ‘riskant’ betekent ‘riskant’ en beschrijft hier hoe gokken over medicijnen aanvoelt. In ‘Es fühlt sich riskant an’ wordt dus een risico-inschatting uitgedrukt.
zu ‘zu’ is hier het infinitiefpartikel vóór ‘raten’. De groep ‘zu raten’ betekent ‘te raden’ en staat na de beschrijving ‘Es fühlt sich riskant an’.
raten ‘raten’ betekent hier ‘raden’ of ‘gokken’, dus zonder betrouwbare informatie een antwoord proberen te bepalen. In ‘zu raten’ wordt deze handeling als riskant beschreven.
bei ‘bei’ betekent hier ‘bij’ of ‘in het geval van’ en geeft de context aan: ‘bei Medikamenten’. Het maakt duidelijk dat voorzichtigheid vooral bij medicijnen nodig is.
Medikamenten ‘Medikamenten’ betekent ‘medicijnen’. In ‘besonders bei Medikamenten’ benoemt het de context waarin gokken extra riskant wordt gevonden.
Fachkraft ‘Fachkraft’ betekent hier ‘deskundige’ of ‘professional’. In ‘Eine Fachkraft kann die Risiken klarer erklären’ verwijst het naar iemand met de relevante vakkennis.
kann ‘kann’ betekent ‘kan’ en drukt hier de mogelijkheid of bekwaamheid van de professional uit. Het staat vóór de infinitieven ‘erklären’ en de bijbehorende woordgroep.
Risiken ‘Risiken’ betekent ‘risico’s’. In ‘die Risiken klarer erklären’ gaat het om de mogelijke gevaren die met het medicijn samenhangen.
klarer ‘klarer’ betekent ‘duidelijker’ en vergelijkt de uitleg van de professional met minder duidelijke uitleg of onzeker giswerk. Het hoort bij ‘erklären’ in ‘die Risiken klarer erklären’.
erklären ‘erklären’ betekent ‘uitleggen’. In ‘Eine Fachkraft kann die Risiken klarer erklären’ benoemt het de handeling waarmee de professional de risico’s begrijpelijk maakt.
aufschreiben ‘aufschreiben’ betekent ‘opschrijven’ en staat als infinitief na ‘kann’. De structuur ‘Ich kann die Fragen aufschreiben’ beschrijft het schriftelijk vastleggen van vragen vóór het bellen.
anrufe ‘anrufe’ betekent hier ‘bel’ of ‘opbel’ en is de vorm van ‘anrufen’ bij ‘ich’. In de bijzin ‘bevor ich anrufe’ staat het werkwoord aan het einde.
leichter ‘leichter’ betekent hier ‘makkelijker’ en beschrijft het gevolg van de voorbereide vragen. In ‘es leichter machen, dem Gespräch zu folgen’ wordt het volgen van het gesprek eenvoudiger gemaakt.
machen ‘machen’ betekent hier ‘maken’ in de constructie ‘es leichter machen, dem Gespräch zu folgen’. De constructie geeft aan dat iets een handeling gemakkelijker maakt.
Gespräch ‘Gespräch’ betekent ‘gesprek’. In ‘dem Gespräch zu folgen’ gaat het om het telefoongesprek begrijpen en kunnen blijven volgen.
folgen ‘folgen’ betekent hier ‘volgen’ in de betekenis van een gesprek kunnen blijven begrijpen. De structuur ‘dem Gespräch zu folgen’ gebruikt ‘zu’ vóór het infinitief en noemt het gesprek met ‘dem Gespräch’.

Grammatica

anrufen: Ruf ... an

Ruf den Apotheker an.

Roef deen Apoteeka an.

Bel de apotheker.

Bij een scheidbaar werkwoord staat het voorvoegsel aan het einde van de hoofdzin.

leichte + meervoudig zelfstandig naamwoord

leichte Mahlzeiten

laiçte maaltsaiten

lichte maaltijden

Voor een meervoudig zelfstandig naamwoord krijgt het bijvoeglijk naamwoord vaak de uitgang -e.

Duits woordenschat

anrufen werkwoord
an-roefen bellen Ruf ... an
Apotheker zelfstandig naamwoord
apoteeka apotheker
Dosis zelfstandig naamwoord
doozies dosis
einnehmen werkwoord
ain-neemen innemen einnimmst
Etikett zelfstandig naamwoord
etiket etiket
fragen werkwoord
fraagen vragen
Lebensmittel zelfstandig naamwoord
leebensmitel voedingsmiddel
Mahlzeit zelfstandig naamwoord
maal-tsait maaltijd Mahlzeiten
Medikamentenetikett zelfstandig naamwoord
medikamenten-etiket medicijnetiket
überprüfen werkwoord
uu-ba-pruu-fen controleren
vermeiden werkwoord
fer-maiden vermijden
verstehen werkwoord
fersjtee-en begrijpen verstehe

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Dus ik moet dat ter sprake brengen.

Antwoord tonenDann sollte ich das ansprechen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

vragen

Antwoord tonenfragen

vermijden

Antwoord tonenvermeiden

innemen

Antwoord toneneinnimmst

voedingsmiddel

Antwoord tonenLebensmittel