Meine
Meine betekent hier dat de slaapkwaliteit van de spreker is: „Meine Schlafqualität“. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en kan opnieuw worden gebruikt om bezit aan te geven, bijvoorbeeld in „meine Routine“.
Schlafqualität
Schlafqualität betekent hier slaapkwaliteit, dus hoe goed iemand slaapt. Het is een samenstelling van Schlaf en Qualität; zulke samenstellingen kunnen een specifiek aspect van een onderwerp benoemen.
ist
Ist verbindt „Meine Schlafqualität“ met de beschrijving „schlecht“ en betekent hier is. Het is de vorm die bij het enkelvoudige onderwerp in „Meine Schlafqualität ist schlecht“ hoort.
schlecht
Schlecht beschrijft de slaapkwaliteit als slecht of onvoldoende: „Schlafqualität ist schlecht“. Het staat na ist en kan op dezelfde manier een toestand of beoordeling beschrijven.
auch
Auch versterkt hier samen met wenn de betekenis van zelfs als of ook wanneer: „auch wenn ich früh ins Bett gehe“. De combinatie „auch wenn“ wordt gebruikt om een omstandigheid te noemen die het hoofdresultaat niet verandert.
wenn
Wenn leidt in „auch wenn ich früh ins Bett gehe“ een voorwaarde of omstandigheid in, hier: als de spreker vroeg naar bed gaat. In zo’n bijzin staat het werkwoord gehe aan het einde.
ich
Ich verwijst hier naar de spreker en betekent ik. In „ich früh ins Bett gehe“ is het de persoon die de handeling uitvoert; dezelfde vorm wordt gebruikt om over jezelf te spreken.
früh
Früh geeft aan dat iets op een vroeg tijdstip gebeurt: „früh ins Bett gehen“. Het kan vóór een tijdsaanduiding of bij een handeling staan om het tijdstip te beschrijven.
ins
Ins geeft in „ins Bett“ een beweging naar bed aan en is de samengevoegde vorm van in das. De vaste combinatie „ins Bett gehen“ betekent naar bed gaan.
Bett
Bett betekent bed in „ins Bett gehen“. Het wordt hier gebruikt als bestemming na ins; de combinatie is een natuurlijke manier om naar bed gaan uit te drukken.
gehe
Gehe betekent hier ga en beschrijft dat de spreker naar bed gaat: „ich früh ins Bett gehe“. Dit is de vorm bij ich van gehen; in de wenn-bijzin staat hij aan het einde.
Wie
Wie vraagt hier niet alleen naar de manier, maar naar het karakter of de vorm van iets: „Wie sieht deine Abendroutine aus?“ De volledige vraag wordt gebruikt om te vragen hoe iemands routine eruitziet.
sieht
Sieht draagt hier samen met aus de betekenis ziet eruit in „Wie sieht deine Abendroutine aus?“. Het is de vorm die bij de enkelvoudige Abendroutine hoort; het voorvoegsel aus staat aan het einde.
deine
Deine betekent jouw en verwijst hier naar de persoon die wordt aangesproken: „deine Abendroutine“. Het staat vóór een zelfstandig naamwoord om aan te geven dat iets bij jou hoort.
Abendroutine
Abendroutine betekent avondroutine, de gewoonten of handelingen in de avond. Het woord benoemt hier het onderwerp waarover de vraag „Wie sieht deine Abendroutine aus?“ gaat.
aus
Aus vormt samen met sieht de uitdrukking „Wie sieht deine Abendroutine aus?“, die vraagt hoe iets eruitziet of in elkaar zit. Bij deze scheidbare werkwoordsvorm staat aus aan het einde van de hoofdzin.
trinke
Trinke betekent hier drink en beschrijft wat de spreker doet: „Ich trinke nach dem Abendessen Kaffee“. Dit is de vorm bij ich van trinken en kan vóór het gedronken object staan.
nach
Nach geeft hier een tijdstip na een gebeurtenis aan: „nach dem Abendessen“ betekent na het avondeten. De prepositie wordt gebruikt om aan te geven wanneer iets daarna gebeurt.
dem
Dem hoort hier bij „nach dem Abendessen“ en verwijst naar het avondeten als tijdspunt na nach. Het is de vorm van het bepaalde lidwoord die in deze combinatie wordt gebruikt.
Abendessen
Abendessen betekent avondeten of diner. In „nach dem Abendessen“ benoemt het de maaltijd waarna de spreker koffie drinkt.
Kaffee
Kaffee betekent koffie en is hier wat de spreker na het avondeten drinkt. Het kan na drinken staan om de drank te noemen.
und
Und verbindt hier twee handelingen van dezelfde spreker: „Ich trinke ... Kaffee und schaue ...“. Het wordt gebruikt om gelijkwaardige informatie of acties aan elkaar te koppelen.
schaue
Schaue betekent hier kijk of controleer en staat in „schaue im Bett auf mein Handy“. Het is de vorm bij ich van schauen; met auf mein Handy geeft het aan waarnaar de spreker kijkt.
im
Im geeft in „im Bett“ de plaats aan waar de handeling gebeurt en is de samengevoegde vorm van in dem. De combinatie kan een activiteit situeren terwijl iemand in bed is.
auf
Auf hoort hier bij het kijken naar een scherm: „auf mein Handy schauen“. Het geeft het doel van de blik aan en komt in deze gebruikswijze vóór het object.
mein
Mein betekent mijn en bepaalt hier bij wie de telefoon hoort: „mein Handy“. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en kan worden gebruikt om naar iets van de spreker te verwijzen.
Handy
Handy betekent mobiele telefoon. In „auf mein Handy schauen“ is het het apparaat waar de spreker in bed op kijkt.
Sowohl
Sowohl introduceert hier het eerste van twee gezamenlijk genoemde elementen in „Sowohl Koffein als auch Bildschirmzeit“. De vaste combinatie „sowohl ... als auch“ betekent zowel ... als ook en verbindt twee gelijkwaardige zaken.
Koffein
Koffein betekent cafeïne. In „Sowohl Koffein als auch Bildschirmzeit“ is het een van de twee factoren die het tot rust komen moeilijker kunnen maken.
als
Als hoort hier bij zowel ... als ook in „Sowohl Koffein als auch Bildschirmzeit“. In deze combinatie betekent het als en verbindt het het tweede element met het eerste.
Bildschirmzeit
Bildschirmzeit betekent schermtijd, dus tijd die iemand naar een scherm kijkt. Het wordt hier naast Koffein genoemd als mogelijke invloed op het tot rust komen.
können
Können betekent hier kunnen en geeft aan dat Koffein en Bildschirmzeit mogelijk een effect hebben: „können es schwerer machen“. Na können staat het werkwoord machen in de infinitief.
es
Es hoort hier bij de constructie „es schwerer machen, zur Ruhe zu kommen“ en verwijst naar het moeilijker maken van het tot rust komen. Het is dus onderdeel van de vaste zinsbouw, niet zelfstandig de oorzaak van het effect.
schwerer
Schwerer betekent hier moeilijker en beschrijft een verhoogde moeilijkheidsgraad: „es schwerer machen“. Het staat vóór machen om het effect op het tot rust komen te beschrijven.
machen
Machen betekent hier maken in „es schwerer machen, zur Ruhe zu kommen“: iets maakt het moeilijker om tot rust te komen. Het staat als infinitief na können.
zur
Zur hoort bij de uitdrukking „zur Ruhe kommen“ en is de samengevoegde vorm van zu der. De volledige uitdrukking betekent tot rust komen.
Ruhe
Ruhe betekent hier rust of kalmte in „zur Ruhe kommen“. Het benoemt de toestand waarin iemand na inspanning of activiteit weer rustig wordt.
zu
Zu is in „zu kommen“ het teken van de infinitief en hoort bij de uitdrukking „zur Ruhe kommen“. Samen beschrijft die uitdrukking het bereiken van een rustige toestand.
kommen
Kommen betekent hier komen in „zur Ruhe kommen“, dus in een toestand van rust raken. Het staat na zu als infinitief.
kann
Kann betekent hier kan en drukt uit dat de spreker niet in staat is alles tegelijk te veranderen: „Ich kann nicht alles auf einmal ändern“. Na kann staat ändern als infinitief.
nicht
Nicht ontkent hier de mogelijkheid „kann ... ändern“ en maakt daarvan „kann nicht ... ändern“. Het staat vóór het deel van de zin dat wordt ontkend.
alles
Alles betekent alles en verwijst hier naar alle gewoonten of veranderingen tegelijk: „nicht alles auf einmal ändern“. Het kan als zelfstandig woord naar een volledige hoeveelheid of verzameling verwijzen.
einmal
Einmal betekent hier niet één keer, maar maakt in „auf einmal“ de betekenis tegelijk of in één keer. De volledige uitdrukking wordt gebruikt wanneer meerdere veranderingen gelijktijdig zouden gebeuren.
ändern
Ändern betekent veranderen en is hier de handeling die de spreker niet allemaal tegelijk kan uitvoeren: „alles auf einmal ändern“. Het staat als infinitief na kann.
Beginne
Beginne betekent begin en is hier een directe aansporing aan de aangesproken persoon: „Beginne mit einer realistischen Veränderung“. Deze vorm wordt gebruikt om iemand te adviseren of opdracht te geven te starten.
mit
Mit geeft hier aan waarmee iemand moet beginnen: „mit einer realistischen Veränderung“. Het kan na beginnen worden gebruikt om het eerste onderdeel van een handeling te noemen.
einer
Einer betekent hier een of één in „mit einer realistischen Veränderung“. Samen met mit leidt het één concrete verandering in waarmee de persoon kan starten.
realistischen
Realistischen beschrijft de verandering als realistisch en haalbaar: „einer realistischen Veränderung“. De vorm staat vóór het zelfstandig naamwoord en past zich aan deze woordgroep aan.
Veränderung
Veränderung betekent verandering. In „mit einer realistischen Veränderung“ gaat het om één haalbare aanpassing van de avondgewoonten.
zum
Zum hoort bij de vaste uitdrukking „zum Beispiel“ en is de samengevoegde vorm van zu dem. „Zum Beispiel“ wordt gebruikt om een concreet voorbeeld van een voorstel te geven.
Beispiel
Beispiel betekent voorbeeld in „zum Beispiel“. De uitdrukking wordt hier gebruikt om het voorgestelde overslaan van koffie als concrete verandering te introduceren.
damit
Damit verwijst hier naar de manier waarop de voorgestelde verandering wordt uitgevoerd: „zum Beispiel damit, nach dem Abendessen keinen Kaffee zu trinken“. Het verbindt het voorbeeld met de daaropvolgende handeling.
keinen
Keinen betekent hier geen in „keinen Kaffee zu trinken“ en ontkent dat er koffie wordt gedronken. Het staat vóór Kaffee om aan te geven dat er helemaal geen koffie wordt genomen.
trinken
Trinken betekent drinken in „keinen Kaffee zu trinken“. Het staat als infinitief met zu en benoemt de handeling die na het avondeten wordt overgeslagen.
Dann
Dann betekent dan en geeft hier het gevolg of de volgende stap aan: „Dann kann ich ... ersetzen“. Het wordt gebruikt om een handeling te verbinden met wat eerder is voorgesteld.
die
Die betekent in „die Zeit“ de, maar in „die du beibehalten kannst“ is het een betrekkelijk voornaamwoord dat naar Routine verwijst. De betekenis hangt hier dus af van de woordgroep waarin die staat.
Zeit
Zeit betekent tijd. In „die Zeit am Handy“ gaat het om de tijd die de spreker op de telefoon doorbrengt, en die tijd kan door een andere activiteit worden vervangen.
am
Am betekent hier aan of op de telefoon in „die Zeit am Handy“ en is de samengevoegde vorm van an dem. De woordgroep beschrijft tijd die iemand met het mobiele apparaat doorbrengt.
vor
Vor geeft hier aan dat het lezen plaatsvindt vóór een bepaald moment: „vor dem Schlafengehen“. Het wordt gebruikt om de volgorde van twee gebeurtenissen aan te geven.
Schlafengehen
Schlafengehen betekent hier naar bed gaan of bedtijd in „vor dem Schlafengehen“. Het benoemt het moment waarvoor de spreker de telefoontijd door lezen wil vervangen.
durch
Durch geeft in „die Zeit am Handy vor dem Schlafengehen durch Lesen ersetzen“ aan waarmee iets wordt vervangen. De gebruikelijke structuur is iets door iets anders vervangen.
Lesen
Lesen betekent hier lezen als activiteit: „durch Lesen“. Het is als zelfstandig naamwoord gebruikt en noemt de nieuwe activiteit die de telefoontijd vervangt.
ersetzen
Ersetzen betekent vervangen. In „die Zeit am Handy ... durch Lesen ersetzen“ vervangt lezen de tijd op de telefoon; na kann staat ersetzen als infinitief.
Eine
Eine betekent een in „Eine Routine“ en „als eine perfekte Routine“. Aan het begin van de zin wordt het met een hoofdletter geschreven; na als staat dezelfde vorm met een kleine letter.
Routine
Routine betekent routine of vast patroon. Hier gaat het om een slaaproutine die iemand daadwerkelijk kan volhouden, niet om een ideaal dat moeilijk uitvoerbaar is.
du
Du verwijst naar de persoon die wordt aangesproken en betekent jij. In „die du beibehalten kannst“ is du degene die de routine kan volhouden.
beibehalten
Beibehalten betekent hier behouden of volhouden: „eine Routine ... beibehalten“. Het staat als infinitief na kannst en wordt gebruikt voor iets dat iemand blijft doen.
kannst
Kannst betekent hier kunt en drukt uit dat de aangesproken persoon de routine kan volhouden: „du beibehalten kannst“. Het is de vorm bij du van können.
wichtiger
Wichtiger betekent belangrijker en vergelijkt een vol te houden routine met een perfecte routine: „wichtiger als“. De vorm wordt gebruikt om een prioriteit of voorkeur in een vergelijking uit te drukken.
perfekte
Perfekte beschrijft de routine als perfect in „eine perfekte Routine“. Het staat vóór Routine en geeft de eigenschap aan waarmee de tweede routine in de vergelijking wordt gekarakteriseerd.
das
Das verwijst in „Ich kann das ... ausprobieren“ naar de eerder voorgestelde verandering en betekent dat. In „Das gibt deinem Körper ...“ verwijst de hoofdlettervorm naar de zojuist genoemde aanpak als geheel.
kurze
Kurze beschrijft de duur in „eine kurze Zeit lang“ als niet lang. Het staat vóór Zeit en maakt duidelijk dat de test slechts beperkte tijd duurt.
lang
Lang geeft in „eine kurze Zeit lang“ de duur aan: gedurende een korte tijd. De combinatie kan achter een tijdsduur staan om aan te geven hoe lang iets gebeurt.
ausprobieren
Ausprobieren betekent uitproberen of testen. In „Ich kann das eine kurze Zeit lang ausprobieren“ gaat het om een nieuwe gewoonte tijdelijk testen voordat de uitkomst wordt beoordeeld.
bevor
Bevor betekent voordat en leidt de handeling in die eerder moet plaatsvinden dan het beoordelen: „bevor ich das Ergebnis beurteile“. In de bijzin staat het werkwoord beurteile aan het einde.
Ergebnis
Ergebnis betekent resultaat of uitkomst. In „das Ergebnis beurteile“ is het datgene waarvan de spreker later wil beoordelen of de verandering heeft gewerkt.
beurteile
Beurteile betekent hier beoordeel en verwijst naar het evalueren van de uitkomst: „ich das Ergebnis beurteile“. Het is de vorm bij ich van beurteilen en staat aan het einde van de bevor-bijzin.
gibt
Gibt betekent hier geeft in „Das gibt deinem Körper genug Zeit“. De constructie wordt gebruikt om aan te geven dat iets iemand of iets een bepaalde hoeveelheid tijd geeft.
deinem
Deinem betekent jouw en verwijst hier naar het lichaam van de aangesproken persoon: „deinem Körper“. In deze woordgroep staat het vóór het zelfstandig naamwoord dat de ontvanger van de tijd noemt.
Körper
Körper betekent lichaam. In „Das gibt deinem Körper genug Zeit“ is het het lichaam dat voldoende tijd krijgt om zich aan te passen.
genug
Genug betekent genoeg en geeft aan dat de hoeveelheid tijd voldoende is: „genug Zeit“. Het staat vóór Zeit om een toereikende hoeveelheid te beschrijven.
sich
Sich verwijst hier terug naar het lichaam in „sich anzupassen“ en maakt duidelijk dat het lichaam zich aanpast. Het hoort bij het wederkerige gebruik van aanpassen.
anzupassen
Anzupassen betekent zich aan te passen in „sich anzupassen“. Het beschrijft dat het lichaam aan de nieuwe routine went; de vorm staat als zu-infinitief na genug Zeit.