Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een kliniekbezoek voorbereiden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Ich habe einen Termin in der Klinik.
iech haa-buh ai-nun ter-mien in deer kli-niek. Ik heb een afspraak bij de kliniek.Aber ich bin mir nicht sicher, was ich zuerst tun soll.
aa-ber iech bin mier niecht zie-chur, vas iech tsoe-erst toen zol. Maar ik weet niet zeker wat ik eerst moet doen.Fang an der Rezeption an und zeig ihnen deine Versicherungskarte.
fang an deer retsep-tsie-oon an oent tsaik ie-nun dai-nuh fer-zie-che-roengs-kaar-tuh. Begin bij de receptie en laat hen je verzekeringskaart zien.Muss ich ein Formular ausfüllen, bevor ich die Pflegekraft sehe?
moes iech ain for-moe-laar oos-fuu-lun, buh-foor iech die flee-guh-kraft zee-uh? Moet ik een formulier invullen voordat ik de verpleegkundige zie?Wahrscheinlich schon, besonders wenn das dein erster Besuch ist.
vaa-sjain-liech sjohn, buh-zon-ders ven das dain eer-ster buh-zoek ist. Waarschijnlijk wel, vooral als dit je eerste bezoek is.Soll ich danach im zentralen Wartebereich warten?
zol iech daa-naach im tsen-traa-lun var-tuh-buh-raich var-tun? Moet ik daarna in de centrale wachtruimte wachten?Bleib dort, es sei denn, die Rezeption schickt dich woanders hin.
blaip dort, es zai den, die retsep-tsie-oon sjikt diech vo-an-ders hin. Blijf daar, tenzij de receptie je ergens anders naartoe stuurt.Ich werde nervös, wenn ich nicht weiß, wie der Ablauf ist.
iech vair-duh ner-veus, ven iech niecht vais, vie deer aaf-laoef ist. Ik word nerveus als ik niet weet hoe de procedure verloopt.Das ist normal. Du kannst das Personal bitten, dir jeden Schritt zu erklären.
das ist nor-maal. doe kanst das per-so-naal bit-tun, dier jee-dun sjrit tsoe er-klee-run. Dat is normaal. Je kunt het personeel vragen om je elke stap uit te leggen.Ich komme früh, damit ich genug Zeit für den Papierkram habe.
iech kom-uh fruu, daa-mit iech guh-noek tsait fuur den paa-pier-kraam haa-buh. Ik kom vroeg aan, zodat ik genoeg tijd heb voor het papierwerk.Mit zusätzlicher Zeit sollte sich der Termin weniger gehetzt anfühlen.
mit tsoe-zets-lie-chur tsait zol-tuh ziech deer ter-mien vee-nie-ger guh-hets(t) an-fuu-lun. Extra tijd zou ervoor moeten zorgen dat de afspraak minder gehaast aanvoelt.Uitleg van de zinnen
Ich habe einen Termin in der Klinik.
Ik heb een afspraak bij de kliniek.
- Ich
- ik
- habe
- heb
- Termin
- afspraak
- in
- bij/in
- Klinik
- kliniek
Uitgebreide uitleg
Ich is de persoonlijke vorm voor de eerste persoon enkelvoud: “ik”. Als onderwerp staat deze vorm in de nominatief. Vergelijk in een andere rol mich (“mij”) en mir (“aan mij”/“voor mij”); die vormen zijn niet uitwisselbaar. habe is de tegenwoordige tijd van haben bij ich: ich habe. Hier betekent het dat de spreker een afspraak heeft. Duits gebruikt haben in deze vaste betekenis ook wanneer het Nederlands natuurlijk “een afspraak hebben” zegt; bin is hier niet de juiste vorm. Voorbeeld: Ich habe Zeit. — “Ik heb tijd.” Termin betekent hier “afspraak”, vooral een afgesproken moment of afspraak in een agenda. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Termin; het meervoud is die Termine. In de volledige woordgroep staat het onbepaalde lidwoord als einen, omdat Termin het lijdend voorwerp van habe is: einen Termin. in geeft hier de plaats aan: “in” of, volgens de vaste Nederlandse vertaling, “bij”. Bij een locatie zonder beweging gebruikt Duits na in de datief. Daarom staat het volgende vrouwelijke zelfstandig naamwoord met der: in der Klinik. Bij beweging naar binnen kan dezelfde voorzetselgroep de accusatief krijgen, bijvoorbeeld Ich gehe in die Klinik. — “Ik ga naar de kliniek.” Klinik betekent “kliniek”. Het woord is vrouwelijk: die Klinik; na het datieve in wordt dat der Klinik. Het naamwoord zelf verandert hier niet van vorm; de grammaticale informatie wordt vooral zichtbaar in het lidwoord. Samen vormen de delen Ich habe einen Termin en in der Klinik de zin Ich habe einen Termin in der Klinik. De spreker zegt dat hij of zij een afspraak heeft die met de kliniek verbonden is, hier weergegeven als “Ik heb een afspraak bij de kliniek.”
Aber ich bin mir nicht sicher, was ich zuerst tun soll.
Maar ik weet niet zeker wat ik eerst moet doen.
- Aber
- maar
- bin mir nicht sicher
- niet zeker zijn
- was
- wat
- zuerst
- eerst
- tun
- doen
- soll
- moet
Uitgebreide uitleg
Aber betekent hier “maar” en verbindt deze zin met iets dat eraan voorafgaat. Het markeert een tegenstelling of beperking. Voorbeeld: Ich komme, aber ich bleibe nicht lange. — Ik kom, maar ik blijf niet lang. bin mir nicht sicher is een vaste manier om onzekerheid uit te drukken: letterlijk staat er een vorm van sein (“zijn”) met sicher (“zeker”) en het persoonlijke voornaamwoord mir (“mij” in de datief). bin is de tegenwoordige tijd van sein bij ich; andere vormen zijn bijvoorbeeld du bist en er ist. De ontkenning nicht maakt van zeker zijn: niet zeker zijn. Voorbeeld: Ich bin mir nicht sicher. — Ik weet het niet zeker. was betekent hier “wat” en leidt de inhoud in van waarover de spreker onzeker is. In deze bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde: was ich ... soll. Was verwijst hier naar de handeling of keuze die nog bepaald moet worden, zonder dat de zin die handeling als een zelfstandig naamwoord benoemt. zuerst betekent “eerst” of “als eerste”. Het bepaalt de volgorde van een handeling. Voorbeeld: Was soll ich zuerst machen? — Wat moet ik eerst doen? tun betekent “doen”. Het is de infinitief; de tegenwoordige vormen zijn onder andere ich tue en du tust. In deze zin staat tun aan het einde van de bijzin, omdat het wordt gecombineerd met het modale werkwoord soll. soll is de vorm van het modale werkwoord sollen bij ich in de tegenwoordige tijd. In deze context drukt soll uit wat de spreker volgens de situatie moet doen of geacht wordt te doen. Het onderwerp ich staat eerder in de bijzin: was ich ... soll. Bij een modaal werkwoord blijft het andere werkwoord als infinitief staan: Ich soll warten. — Ik moet wachten. Samen vormen was ich zuerst tun soll en bin mir nicht sicher de betekenis “ik weet niet zeker wat ik eerst moet doen”. De volledige zin betekent: “Maar ik weet niet zeker wat ik eerst moet doen.” De volgorde was ... soll is een bijzinvolgorde: het vraagwoord opent de bijzin en soll staat als vervoegd werkwoord aan het einde.
Fang an der Rezeption an und zeig ihnen deine Versicherungskarte.
Begin bij de receptie en laat hen je verzekeringskaart zien.
- Fang … an
- beginnen (gebiedende wijs)
- an der Rezeption
- bij de receptie
- zeig
- laat zien
- ihnen
- hen
- deine
- je/jouw
- Versicherungskarte
- verzekeringskaart
Uitgebreide uitleg
Fang samen met het laatste an is de gebiedende wijs van het scheidbare werkwoord anfangen voor één aangesproken persoon (du): Fang ... an! = “Begin!”. Het eerste an in de zin hoort daar niet bij; dat is de voorzetselvorm in an der Rezeption. In een gewone hoofdzin staat de werkwoordspartikel achteraan: Du fängst an. = “Je begint.” an der Rezeption betekent hier “bij de receptie”. Rezeption is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Rezeption; na an staat hier de datief, omdat het om een plaats gaat, niet om een beweging naar die plaats. Vergelijk: Ich gehe an die Rezeption. = “Ik ga naar de receptie.” Daar staat de accusatief omdat er beweging naar een doel is. zeig is de gebiedende wijs van zeigen voor één persoon: Zeig ...! = “Laat ... zien!”. Het werkwoord zeigen gebruikt vaak deze structuur: iemand iets laten zien. Voorbeeld: Zeig mir den Weg. = “Laat mij de weg zien.” ihnen is hier de datief meervoud van sie en betekent “hun/hen” als ontvangers van wat wordt getoond. De vorm is klein geschreven en verwijst volgens de vertaling naar meerdere personen; de concrete personen worden niet nader geïdentificeerd. In de structuur jemandem etwas zeigen staat de ontvanger in de datief: ihnen. deine is een bezittelijk woord bij de aangesprokene (du): “jouw/je”. Het hoort bij Versicherungskarte, een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. In deze zin staat het woord in de accusatief, maar bij dit vrouwelijke woord ziet de vorm er hetzelfde uit als in de nominatief: deine Versicherungskarte. Versicherungskarte betekent “verzekeringskaart”. Het is een samengesteld zelfstandig naamwoord: Versicherung + Karte; het grammaticale geslacht en de vorm worden bepaald door het laatste deel, Karte: die Versicherungskarte. In etwas zeigen is deze kaart het getoonde voorwerp en staat ze daarom in de accusatief. Samen bestaat de zin uit twee gebiedende opdrachten: Fang an der Rezeption an = “Begin bij de receptie” en zeig ihnen deine Versicherungskarte = “laat hun je verzekeringskaart zien”. De eerste opdracht gebruikt het scheidbare werkwoord anfangen; de tweede gebruikt de datief voor de ontvangers (ihnen) en de accusatief voor het getoonde voorwerp (deine Versicherungskarte).
Muss ich ein Formular ausfüllen, bevor ich die Pflegekraft sehe?
Moet ik een formulier invullen voordat ik de verpleegkundige zie?
- Muss ich
- moet ik
- Formular
- formulier
- ausfüllen
- invullen
- bevor
- voordat
- Pflegekraft
- verpleegkundige
- sehe
- zie
Uitgebreide uitleg
Muss ich staat aan het begin van een ja-neevraag. muss is de vorm van müssen bij ich in de tegenwoordige tijd; het drukt hier verplichting uit. In een gewone hoofdzin staat het onderwerp vóór de persoonsvorm: Ich muss ...; in deze vraag wisselen beide posities: Muss ich ...?. Formular betekent hier een formulier: een document met velden die je invult. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Formular, meervoud die Formulare. ein markeert hier een niet nader bepaald formulier; het stelt op zichzelf geen aantal vast. ausfüllen is het scheidbare werkwoord ‘invullen’. De basisvorm is ausfüllen; in een hoofdzin kan het voorvoegsel loskomen: Ich fülle ein Formular aus. Na het modale werkwoord müssen blijft het werkwoord als infinitief bijeen: Ich muss ein Formular ausfüllen. bevor leidt een bijzin in met de betekenis ‘voordat’. In zo’n Duitse bijzin staat de persoonsvorm achteraan. Het patroon is bijvoorbeeld bevor ich ... sehe = ‘voordat ik ... zie’. Dit is iets anders dan nachdem (‘nadat’), dat een gebeurtenis erna inleidt. Pflegekraft is een zelfstandig naamwoord voor een verpleegkundige of zorgverlener. In deze zin verwijst die Pflegekraft volgens de vaste vertaling naar de verpleegkundige die de spreker ziet. Het woord is grammaticaal vrouwelijk: die Pflegekraft; het meervoud is die Pflegekräfte. De grammaticale vorm zegt niet op zichzelf wie die persoon precies is buiten deze context. sehe is de vorm van sehen (‘zien’) bij ich in de tegenwoordige tijd: ich sehe. In deze zin staat die vorm achteraan omdat de bijzin met bevor begint. Vergelijk: Ich sehe die Pflegekraft. → ‘Ik zie de verpleegkundige.’ Samen bestaat de vraag uit de hoofdzin Muss ich ein Formular ausfüllen? en de bijzin bevor ich die Pflegekraft sehe. De spreker vraagt dus of het invullen van een formulier verplicht is vóór het moment waarop de spreker de verpleegkundige ziet: ‘Moet ik een formulier invullen voordat ik de verpleegkundige zie?’
Wahrscheinlich schon, besonders wenn das dein erster Besuch ist.
Waarschijnlijk wel, vooral als dit je eerste bezoek is.
- Wahrscheinlich
- waarschijnlijk
- schon
- wel / al
- besonders
- vooral
- wenn
- als
- das
- dit
- dein
- je / jouw
- erster
- eerste
- Besuch
- bezoek
- ist
- is
Uitgebreide uitleg
Wahrscheinlich is built from wahrscheinlich and means “waarschijnlijk”. It is an adverb here: it qualifies the whole answer rather than a noun. A reusable example is: Wahrscheinlich kommt sie morgen. — “Waarschijnlijk komt ze morgen.” schon has the short affirmative sense “wel” in this utterance. Together, Wahrscheinlich schon means “waarschijnlijk wel”; schon does not mean “al” here. The exact sense is determined by the affirmative reply. besonders means “vooral” and highlights the condition that follows. It can also occur before another element being emphasized, for example: Das ist besonders wichtig. — “Dat is vooral belangrijk.” wenn introduces a condition and corresponds here to “als”. The clause after it gives the circumstance under which the preceding statement is especially likely. In this subordinate clause, the finite verb appears at the end: wenn ... ist. das means “dit” here and is the neuter demonstrative pronoun functioning as the subject of its clause. Its grammatical form does not by itself identify a specific noun referent; the fixed translation supports the intended reading “dit”. Do not confuse this form with the neuter definite article before a noun, as in das Formular (“het formulier”). dein is the possessive form meaning “je/jouw”. It modifies Besuch; because Besuch is masculine singular and is the nominative subject complement, the possessive appears as bare dein here. Possessive forms change with the noun’s grammatical case, gender, and number: compare masculine nominative dein Besuch with feminine nominative deine Frage (“jouw vraag”). erster means “eerste”. It is the inflected form of erst and describes Besuch. The ending -er marks the masculine singular nominative form after dein: dein erster Besuch. The base form erst can also appear in forms such as das erste Formular (“het eerste formulier”), where the adjective ending changes with the noun phrase. Besuch is the noun “bezoek”. Its base form is Besuch; the plural is Besuche. In dein erster Besuch, it is masculine singular and refers to the visit as an event, not to the person visiting. ist is the third-person singular present form of sein (“zijn”). The form agrees with the singular subject das: das ... ist. The same verb has forms such as ich bin (“ik ben”) and du bist (“jij bent”); ist is not the base form. Together, besonders wenn das dein erster Besuch ist means “vooral als dit je eerste bezoek is”. The conditional clause uses wenn, places ist at its end, and identifies the condition: this is the listener’s first visit. The complete utterance therefore means: “Waarschijnlijk wel, vooral als dit je eerste bezoek is.”
Soll ich danach im zentralen Wartebereich warten?
Moet ik daarna in de centrale wachtruimte wachten?
- Soll ich
- zal ik
- danach
- daarna
- im
- in de
- zentralen
- centrale
- Wartebereich
- wachtruimte
- warten
- wachten
Uitgebreide uitleg
Soll ich betekent hier “zal ik...?” en vormt een vraag waarin de spreker vraagt of hij of zij iets moet doen. sollen is de basisvorm; in de tegenwoordige tijd wordt dat bij ich soll: ich soll, du sollst, er/sie soll. In een vraag staat het vervoegde werkwoord vooraan: Soll ich warten? = “Zal ik wachten?” danach betekent “daarna” en verwijst naar een moment dat eerder uit de context is vastgesteld. Het is een bijwoord en verandert niet van vorm. Voor “daarvoor” gebruik je davor. im is de samengevoegde vorm van in dem. Hier geeft im de plaats aan waar de handeling plaatsvindt: “in de”. Bij een beweging naar binnen kan in met een andere naamvalsconstructie worden gebruikt; hier gaat het niet om naar binnen gaan, maar om zich op een plaats bevinden. zentralen betekent hier “centrale”. Het bijvoeglijk naamwoord is zentral; de uitgang -en komt hier door de combinatie van in dem met het mannelijke zelfstandig naamwoord Wartebereich in de datief: in dem zentralen Wartebereich. De vorm zentralen is dus een verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord, niet van het zelfstandig naamwoord. Wartebereich betekent “wachtruimte” of “wachtzone”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Wartebereich. Het meervoud is die Wartebereiche. Het eerste deel verwijst naar wachten en Bereich betekent “gebied”, maar in deze samenstelling leer je het geheel als de gebruikelijke benaming voor de ruimte waar men wacht. warten betekent “wachten”. Dit is de infinitief. Na het vervoegde modale werkwoord soll staat de infinitief aan het einde: Soll ich danach ... warten? Het werkwoord krijgt bij ich in de tegenwoordige tijd de vorm ich warte, maar na soll blijft het warten. Samen vormt de zin: Soll ich + danach + im zentralen Wartebereich + warten? = “Moet ik daarna in de centrale wachtruimte wachten?” De vraag gaat dus over de voorgestelde handeling van de spreker, het moment daarna en de plaats waar die handeling zou plaatsvinden.
Bleib dort, es sei denn, die Rezeption schickt dich woanders hin.
Blijf daar, tenzij de receptie je ergens anders naartoe stuurt.
- Bleib
- blijf
- dort
- daar
- es sei denn
- tenzij
- Rezeption
- receptie
- schickt
- stuurt
- dich
- je
- woanders hin
- ergens anders naartoe
Uitgebreide uitleg
Bleib is de gebiedende wijs van bleiben (“blijven”) voor één aangesproken persoon. Het betekent hier: blijf op je plaats. De gewone tegenwoordige tijd is bijvoorbeeld du bleibst (“jij blijft”). dort betekent “daar” en verwijst hier naar een eerder bepaalde plaats. Het is een plaatsbijwoord; het verandert niet mee met persoon of getal. Voor een plaats dichter bij de spreker gebruikt het Duits vaak hier (“hier”). es sei denn is een vaste voegwoordelijke constructie met de betekenis “tenzij”. Ze introduceert een voorwaarde die de voorafgaande instructie begrenst. In het Duits staat in de daaropvolgende bijzin het vervoegde werkwoord achteraan: ..., es sei denn, .... Rezeption is het zelfstandig naamwoord voor “receptie” of “balie/receptie”. Het is vrouwelijk: die Rezeption; het meervoud is die Rezeptionen. In deze zin is die Rezeption het onderwerp van de bijzin, dus de receptie voert de handeling uit. schickt komt van schicken (“sturen”) en is de tegenwoordige tijd voor de derde persoon enkelvoud: die Rezeption schickt. Andere nuttige vormen zijn ich schicke en du schickst. In de combinatie hinschicken wordt iemand naar een andere plaats sturen; in een vervoegde zin staat het richtingsdeel achteraan: Sie schickt ihn hin. dich is de accusatiefvorm van het informele enkelvoudige du (“jij/je”). De vorm du is het onderwerp, maar na het werkwoord bij een handeling als “sturen” staat de aangesproken persoon als lijdend voorwerp: Sie schickt dich (“Zij stuurt je”). woanders hin betekent “ergens anders naartoe”. woanders betekent “ergens anders”, en hin voegt de richting naar die plaats toe. Samen maken ze duidelijk dat de persoon naar een andere plek wordt gestuurd. Voorbeeld: Geh woanders hin. — “Ga ergens anders naartoe.” De delen worden samen: Bleib dort betekent “Blijf daar”. es sei denn maakt daarna een uitzondering. In die Rezeption schickt dich woanders hin is die Rezeption de uitvoerder, dich de persoon die wordt gestuurd en woanders hin de bestemming. De volledige betekenis is daarom: “Blijf daar, tenzij de receptie je ergens anders naartoe stuurt.”
Ich werde nervös, wenn ich nicht weiß, wie der Ablauf ist.
Ik word nerveus als ik niet weet hoe de procedure verloopt.
- Ich werde
- ik word
- nervös
- nerveus
- wenn
- als
- nicht
- niet
- weiß
- weet
- wie
- hoe
- der Ablauf
- de procedure / het verloop
- ist
- is
Uitgebreide uitleg
Ich werde is hier de eerste persoon enkelvoud van werden: “ik word”. Met een bijvoeglijk naamwoord zoals nervös drukt werden een verandering uit: iemand raakt in een toestand. Het betekent hier dus niet “ik zal”. Voorbeeld: Ich werde müde. — “Ik word moe.” nervös betekent hier “nerveus”. Het is een bijvoeglijk naamwoord; de vorm verandert in deze positie niet omdat het na werden als toestandsbeschrijving staat. Voorbeeld: Sie wird nervös. — “Zij wordt nerveus.” wenn leidt de voorwaardelijke of tijdsbepalende bijzin in: “als” of “wanneer”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan. Voorbeeld: Ich rufe an, wenn ich Zeit habe. — “Ik bel als ik tijd heb.” nicht maakt het daaropvolgende weten negatief: “niet”. De combinatie nicht wissen betekent “niet weten”. De ontkenning hoort hier bij weiß, niet bij wie der Ablauf ist als een afzonderlijke betekenis. weiß is de vorm van wissen voor ich en er/sie/es in de tegenwoordige tijd. De stam verandert daarbij: wissen → ich weiß, du weißt, wir wissen. Voorbeeld: Ich weiß die Antwort nicht. — “Ik weet het antwoord niet.” wie betekent hier “hoe” en leidt een indirecte vraag in. Het vraagt naar de manier waarop iets verloopt; het is dus niet hetzelfde als een vraag naar een persoon, waarvoor Duits wer gebruikt. Voorbeeld: Ich weiß nicht, wie das funktioniert. — “Ik weet niet hoe dat werkt.” der Ablauf betekent hier “de procedure” of “het verloop”. Ablauf is een mannelijk zelfstandig naamwoord, daarom staat het bepaald lidwoord hier als der; het lidwoord drukt niet op zichzelf een getal uit. Het meervoud is die Abläufe. Voorbeeld: Der Ablauf ist einfach. — “De procedure is eenvoudig.” ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”), hier passend bij der Ablauf. In wie der Ablauf ist staat ist aan het einde omdat dit een indirecte vraagzin is. Vergelijk de directe vraag Wie ist der Ablauf? — “Hoe verloopt de procedure?” met de ingebedde vorm Ich weiß, wie der Ablauf ist. — “Ik weet hoe de procedure verloopt.” De hoofdzin Ich werde nervös geeft de reactie “ik word nerveus”. De bijzin begint met wenn en bevat de ontkenning nicht weiß: “als ik niet weet”. Binnen het object van weiß vraagt wie der Ablauf ist hoe de procedure verloopt. Samen betekent de zin: “Ik word nerveus als ik niet weet hoe de procedure verloopt.”
Das ist normal. Du kannst das Personal bitten, dir jeden Schritt zu erklären.
Dat is normaal. Je kunt het personeel vragen om je elke stap uit te leggen.
- Das ist
- dat is
- normal
- normaal
- Du kannst
- je kunt
- das Personal
- het personeel
- bitten
- vragen
- dir
- jou
- Schritt
- stap
- zu erklären
- uit te leggen
Uitgebreide uitleg
Das ist bestaat uit das en de derde persoon enkelvoud van sein, ist. Hier betekent het geheel “dat is/het is”. Das verwijst naar een situatie of zaak die in de vaste zin niet nader wordt benoemd; de vorm is onzijdig enkelvoud, maar de concrete referent hoeft niet uit deze zin afleidbaar te zijn. normal betekent hier “normaal”. Als predicatief bij ist krijgt het in het Duits geen uitgang: Das ist normal. Vergelijk als voorbeeld: Der Ablauf ist normal. — “Het verloop is normaal.” Du kannst combineert het persoonlijk voornaamwoord voor één aangesproken persoon met können. kannst is de vorm van können voor du; de infinitief is können. In deze zin drukt het uit dat je de handeling kunt uitvoeren of die mogelijkheid hebt. Met een andere persoon verandert de vorm, bijvoorbeeld Sie können fragen — “U/zij kunnen vragen.” das Personal betekent “het personeel”. Personal is een onzijdig zelfstandig naamwoord en staat hier in het enkelvoud; das is daarbij het bepaalde lidwoord. Het woord verwijst naar het personeel als groep, niet naar een afzonderlijk personeelslid. Het lidwoord markeert hier bepaaldheid, niet een numerieke hoeveelheid. bitten is de infinitief “vragen/verzoeken”. In das Personal bitten staat de gevraagde partij in de accusatief: das Personal heeft hier dezelfde zichtbare vorm als in de nominatief, maar zijn functie is die van object van bitten. Een bruikbaar patroon is jemanden bitten, etwas zu tun — “iemand vragen om iets te doen”. Voorbeeld: Ich bitte den Arzt, langsam zu sprechen. — “Ik vraag de arts om langzaam te spreken.” dir is de datiefvorm van du en betekent hier “aan jou/voor jou”. Het duidt de ontvanger van de uitleg aan. Het is dus niet de vorm die de gevraagde partij aanduidt; die staat in das Personal. Vergelijk Ich erkläre dir den Plan. — “Ik leg jou het plan uit.” Schritt betekent “stap”. In de volledige woordgroep jeden Schritt staat dit zelfstandig naamwoord in het enkelvoud; jeden maakt de accusatief zichtbaar van het mannelijke der Schritt. De vorm Schritt zelf verandert hier niet. Voorbeeld: Er erklärt jeden Schritt. — “Hij legt elke stap uit.” zu erklären is de infinitief “uit te leggen”, van het werkwoord erklären. Na bitten geeft de constructie ..., dir jeden Schritt zu erklären aan wat het personeel gevraagd wordt te doen. erklären is geen scheidbaar werkwoord, dus de infinitief met zu blijft zu erklären. Samen betekent Du kannst das Personal bitten “Je kunt het personeel vragen”. De infinitiefgroep dir jeden Schritt zu erklären vult aan wat je kunt vragen: dat het personeel elke stap aan jou uitlegt. De hele uiting betekent daarom: “Dat is normaal. Je kunt het personeel vragen om je elke stap uit te leggen.”
Ich komme früh, damit ich genug Zeit für den Papierkram habe.
Ik kom vroeg aan, zodat ik genoeg tijd heb voor het papierwerk.
- komme
- kom
- früh
- vroeg
- damit
- zodat
- genug
- genoeg
- Zeit
- tijd
- Papierkram
- papierwerk
- habe
- heb
Uitgebreide uitleg
komme is de vorm van kommen bij ich in de tegenwoordige tijd: ich komme. Hier betekent het dat de spreker komt of aankomt. Voorbeeld: Ich komme morgen. — “Ik kom morgen.” In de hoofdzin staat de vervoegde werkwoordsvorm op de tweede zinsplaats: Ich komme früh. früh betekent hier “vroeg”, dus op een vroeg tijdstip. Het is hier een bijwoord en verandert daarom niet van vorm. Een bruikbaar contrast is früh tegenover spät: Ich komme früh, nicht spät. — “Ik kom vroeg, niet laat.” damit leidt een bijzin van doel aan: “zodat” of “opdat”. Het doel wordt hier door hetzelfde onderwerp uitgevoerd: de spreker komt vroeg met het doel zelf genoeg tijd te hebben. In een damit-bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. genug betekent “genoeg” en blijft in deze betekenis onveranderd. Het kan vóór een zelfstandig naamwoord staan, zoals in genug Zeit, of bij een bijvoeglijk naamwoord of bijwoord staan: früh genug — “vroeg genoeg”. Zeit is het zelfstandig naamwoord voor “tijd”; de basisvorm is die Zeit. In genug Zeit gaat het om voldoende beschikbare tijd, niet om een expliciet genoemd aantal. Zeit is hier het lijdend voorwerp bij haben. Papierkram betekent informeel “papierwerk” of “administratieve rompslomp”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Papierkram. Na für staat hier de accusatief: für den Papierkram. Het lidwoord den markeert de accusatiefvorm van het mannelijke lidwoord; Papierkram zelf verandert niet. habe is de vorm van haben bij ich in de tegenwoordige tijd: ich habe. Hier betekent het dat de spreker voldoende tijd tot zijn of haar beschikking heeft. Voorbeelden: Ich habe Zeit. — “Ik heb tijd.” en Ich habe keine Zeit. — “Ik heb geen tijd.” In de bijzin staat habe achteraan. Samen vormen Ich komme früh en damit ich genug Zeit für den Papierkram habe één hoofdzin met een doelbijzin. damit maakt het doel duidelijk en de woordvolgorde van de bijzin plaatst habe aan het einde. De volledige betekenis is: “Ik kom vroeg aan, zodat ik genoeg tijd heb voor het papierwerk.”
Mit zusätzlicher Zeit sollte sich der Termin weniger gehetzt anfühlen.
Extra tijd zou ervoor moeten zorgen dat de afspraak minder gehaast aanvoelt.
- zusätzlicher
- extra
- Zeit
- tijd
- sollte
- zou moeten
- sich … anfühlen
- aanvoelen
- Termin
- afspraak
- weniger
- minder
- gehetzt
- gehaast
Uitgebreide uitleg
zusätzlicher hoort bij Zeit en staat na mit, dat de datief vereist. Omdat Zeit vrouwelijk is en hier zonder lidwoord staat, krijgt het bijvoeglijk naamwoord de sterke datiefuitgang -er: zusätzliche Zeit (zonder voorzetsel), maar mit zusätzlicher Zeit. De vorm betekent hier dat de tijd extra is; hij drukt op zichzelf geen bepaald aantal uit. Zeit betekent tijd. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Zeit, meervoud die Zeiten. Een bruikbaar voorbeeld is: Ich habe genug Zeit. — Ik heb genoeg tijd. sollte is de derde persoon enkelvoud van sollen in de Konjunktiv II-vorm. Hier drukt die vorm een voorzichtige verwachting uit: de afspraak zou minder gehaast aanvoelen. Het onderwerp der Termin is enkelvoud; bij een meervoudig onderwerp staat sollten. In deze hoofdzin staat het vervoegde werkwoord op de tweede positie, terwijl anfühlen aan het einde staat. sich ... anfühlen vormt het wederkerende werkwoord sich anfühlen: aanvoelen. sich verwijst grammaticaal terug naar het onderwerp der Termin. Het beschrijft hier een indruk of ervaring, niet letterlijk aanraken. Bijvoorbeeld: Der Raum fühlt sich ruhig an. — De ruimte voelt rustig aan. Termin betekent afspraak, hier een gepland moment of een geplande afspraak. Het is mannelijk: der Termin; het meervoud is die Termine. In deze zin is der Termin het onderwerp van sollte ... anfühlen. weniger betekent minder en geeft een lagere mate aan. Het is de vergelijkende vorm van wenig: wenig — weinig, weniger — minder, am wenigsten — het minst. Hier bepaalt het de mate van gehetzt, niet de hoeveelheid afspraken. Bijvoorbeeld: Heute ist der Tag weniger stressig. — Vandaag is de dag minder stressvol. gehetzt betekent hier gehaast of opgejaagd. Het is het voltooid deelwoord van hetzen, maar wordt hier als bijvoeglijk naamwoord gebruikt. Samen met weniger betekent weniger gehetzt: minder gehaast. Bijvoorbeeld: Der Morgen wirkt gehetzt. — De ochtend komt gehaast over. Samen geven Mit zusätzlicher Zeit de omstandigheid aan. Der Termin is het onderwerp, sollte drukt de verwachting uit, en sich weniger gehetzt anfühlen beschrijft de verwachte indruk. De volledige betekenis is: “Met extra tijd zou de afspraak minder gehaast aanvoelen.”
Grammatica
anfangen → Fang ... an
Fang zuerst an.
fang tsoe-erst an.Begin eerst.
Bij het scheidbare werkwoord anfangen staat an achteraan in de zin.
es sei denn + bijzin
Warte im Wartebereich, es sei denn, du wartest woanders.
var-tuh im var-tuh-buh-raich, es zai den, doe var-test vo-an-ders.Wacht in de wachtruimte, tenzij je ergens anders wacht.
es sei denn betekent tenzij en beperkt de eerdere uitspraak met een voorwaarde.
Duits woordenschat
Quiz
Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
laten zien
Antwoord tonen
zeigzeker
Antwoord tonen
sichereerst
Antwoord tonen
zuerstinvullen