Een realistische gezonde routine opbouwen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At home, two adults choose one realistic health habit by starting with short walks before adding meals and earlier sleep..

NL → DE / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een realistische gezonde routine opbouwen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich möchte eine gesündere Routine, aber ich höre immer nach einer Woche auf.

iech meur-teh ai-nuh ge-zuun-duh-ruh roe-tie-nuh, aa-ber iech heur-uh ie-mer naagh ai-nuh voch-uh auf. Ik wil een gezondere routine, maar ik stop altijd na een week.
B

Vielleicht versuchst du, zu viel auf einmal zu ändern.

fie-lai-cht fer-zoe-khst doe, tsoe fiel auf ain-maal tsoe en-duhn. Misschien probeer je te veel tegelijk te veranderen.
A

Normalerweise plane ich Sport, Kochen und früheres Schlafengehen gleichzeitig.

nor-maa-ler-vai-zuh plaa-nuh iech sjport, koo-chen oent koo-ken oent fruu-uh-rus shlaa-fung-geen glaich-tsai-tich. Ik plan meestal om te sporten, te koken en eerder te gaan slapen, allemaal tegelijk.
B

Such dir zuerst eine Gewohnheit aus und schau, was dir im Weg steht.

zoek dier tsoe-eerst ai-nuh guh-vohn-hait aus oent sjau, vas dier im veeg sjteet. Kies eerst één gewoonte en kijk wat je in de weg zit.
A

Das Hauptproblem ist, dass ich nach der Arbeit wenig Energie habe.

das haupt-pro-bleem is(t), das iech naagh der ar-bait vee-nig en-er-gie haa-buh. Het grootste probleem is dat ik na mijn werk weinig energie heb.
B

Dann fang vor dem Abendessen mit einem kurzen Spaziergang an.

dan fang fohr dehm aa-bent-es-sen mit ai-nem koer-tsen shpaa-tsier-gang an. Begin dan met een korte wandeling voor het avondeten.
A

Das fühlt sich realistisch und nicht zu anstrengend an.

das fuult zich ray-a-lis-tisj oent niecht tsoe an-shtreng-ent an. Dat voelt haalbaar en niet te zwaar.
B

Du kannst später ausgewogene Mahlzeiten hinzufügen, sobald sich das Spazierengehen natürlich anfühlt.

doe kanst shpee-ter aus-guh-voh-guh-nuh maal-tsai-ten hin-tsoe-fuu-gen, zo-balt zich das shpaa-tsier-en-geen na-tuu-er-liech an-fuult. Je kunt later evenwichtige maaltijden toevoegen, zodra wandelen natuurlijk voelt.
A

Es klingt besser, das dreimal pro Woche zu verfolgen, als es jeden Tag zu versuchen.

es klinkt bes-er, das dree-maal proh voch-uh tsoe fer-fol-gen, als es yay-den taak tsoe fer-zoe-khen. Het drie keer per week bijhouden klinkt beter dan het elke dag te proberen.
B

Flexible Ziele kann man mit der Zeit leichter einhalten.

flex-ie-bleh tsie-leh kan man mit der tsait laich-ter ain-hal-ten. Flexibele doelen zijn makkelijker om na verloop van tijd vol te houden.

Uitleg van de zinnen

  1. Ich möchte eine gesündere Routine, aber ich höre immer nach einer Woche auf.

    Ik wil een gezondere routine, maar ik stop altijd na een week.

    Ich möchte
    ik wil
    gesündere
    gezondere
    Routine
    routine
    aber
    maar
    höre … auf
    stoppen
    immer
    altijd
    nach einer Woche
    na een week
    Uitgebreide uitleg

    Ich möchte: möchte is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud van möchten en drukt hier een wens uit: “ik wil”. Het is grammaticaal de Konjunktiv-II-vorm van mögen, maar in dit gebruik functioneert het als een beleefde of voorzichtige manier om een wens uit te drukken. Bruikbaar patroon: Ich möchte + zelfstandig naamwoord/werkwoord. Voorbeeld: Ich möchte Tee. = “Ik wil thee.” gesündere: dit is de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord gesund (“gezond”): gesund → gesünder → am gesündesten. In deze zin staat gesündere vóór het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Routine en krijgt het de uitgang -e in eine gesündere Routine. De vorm betekent hier “gezondere”: een routine die gezonder is dan een andere of dan de huidige routine. Routine: die Routine is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en staat hier in het enkelvoud. In eine gesündere Routine is het de zaak die de spreker wil. Voorbeeld: Meine Routine ist einfach. = “Mijn routine is eenvoudig.” aber: dit voegwoord betekent “maar” en verbindt hier twee delen met een tegenstelling: een wens enerzijds en een terugkerend probleem anderzijds. höre ... auf: dit is het scheidbare werkwoord aufhören (“ophouden”, “stoppen”). höre is de vorm voor ich; in een hoofdzin staat het losse deel auf aan het einde: Ich höre auf. = “Ik stop.” In deze zin staat geen expliciet object bij het werkwoord; de zin zegt dus dat de spreker stopt, zonder het gestopte object afzonderlijk te noemen. immer: dit bijwoord betekent hier “altijd” en geeft aan dat het stoppen telkens volgens het beschreven patroon gebeurt. Het hoort bij höre ... auf; nach einer Woche specificeert wanneer dat gebeurt. nach einer Woche: nach betekent hier “na” en wordt bij een tijdsaanduiding met de datief gebruikt. Woche is vrouwelijk: die Woche. Daarom staat het onbepaalde lidwoord hier als einer: nach einer Woche = “na een week”. Voorbeeld: Nach einer Woche beginne ich wieder. = “Na een week begin ik opnieuw.” Samen vormt Ich möchte eine gesündere Routine de betekenis “Ik wil een gezondere routine”, en aber ich höre immer nach einer Woche auf de betekenis “maar ik stop altijd na een week”. Het volledige patroon is een wens, gevolgd door aber en een terugkerend resultaat: “Ik wil een gezondere routine, maar ik stop altijd na een week.”

  2. Vielleicht versuchst du, zu viel auf einmal zu ändern.

    Misschien probeer je te veel tegelijk te veranderen.

    Vielleicht
    misschien
    versuchst du
    probeer je
    zu viel
    te veel
    auf einmal
    tegelijk
    zu ändern
    te veranderen
    Uitgebreide uitleg

    Vielleicht betekent hier “misschien” en maakt de uitspraak voorzichtig: het wordt als bijwoord gebruikt en verandert niet mee met een persoon of getal. Voorbeeld: Vielleicht regnet es morgen. — Misschien regent het morgen. versuchst du komt van versuchen (“proberen”). versuchst is de vorm voor du in de tegenwoordige tijd: ich versuche, du versuchst, er/sie/es versucht. In deze hoofdzin staat het vervoegde werkwoord op de tweede plaats: Vielleicht is het eerste zinsdeel en versuchst volgt daarna. Dit is geen directe vraag; de formulering brengt voorzichtig naar voren dat de aangesprokene iets probeert. Voorbeeld: Du versuchst, früher aufzustehen. — Je probeert eerder op te staan. zu viel betekent hier “te veel”: een hoeveelheid overschrijdt een geschikte of bedoelde grens. viel is het onbepaalde hoeveelheidswoord voor een niet-telbare hoeveelheid; zu betekent hier “te”, niet het infinitiefpartikel. Vergelijk viel (“veel”) met zu viel (“te veel”). Voorbeeld: Ich arbeite zu viel. — Ik werk te veel. auf einmal betekent “tegelijk” of “in één keer”: meerdere dingen worden binnen dezelfde poging of periode samengenomen. Het is een vaste bijwoordelijke uitdrukking; het betekent hier niet simpelweg dat iets op een bepaald moment gebeurt. Voorbeeld: Sie trägt nicht alles auf einmal. — Zij draagt niet alles tegelijk. zu ändern komt van ändern (“veranderen”). Het infinitief met zu volgt hier op versuchen: versuchen, etwas zu ändern betekent “proberen iets te veranderen”. ändern kan een object krijgen, maar in deze zin wordt het object niet afzonderlijk genoemd; zu viel geeft aan dat de hoeveelheid van wat men probeert te veranderen te groot is. Voorbeeld: Ich versuche, meine Gewohnheiten zu ändern. — Ik probeer mijn gewoonten te veranderen. Samen betekent Vielleicht + versuchst du dat iemand voorzichtig de mogelijkheid naar voren brengt dat de aangesprokene iets probeert. zu viel bepaalt de hoeveelheid, auf einmal bepaalt dat die hoeveelheid tegelijk wordt aangepakt, en zu ändern benoemt de handeling. De volledige betekenis is daarom: “Misschien probeer je te veel tegelijk te veranderen.”

  3. Normalerweise plane ich Sport, Kochen und früheres Schlafengehen gleichzeitig.

    Ik plan meestal om te sporten, te koken en eerder te gaan slapen, allemaal tegelijk.

    Normalerweise
    meestal
    plane
    plan
    Sport
    sport
    Kochen
    koken
    früheres
    eerder
    Schlafengehen
    gaan slapen
    gleichzeitig
    tegelijk
    Uitgebreide uitleg

    Normalerweise betekent hier “meestal” en staat vooraan als bijwoord: het beschrijft wat doorgaans geldt, niet noodzakelijk elke afzonderlijke keer. Een bruikbaar patroon is Normalerweise + werkwoord .... plane is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud van planen in de tegenwoordige tijd: ich plane = “ik plan”. Het werkwoord kan zowel een concrete planning als een voornemen uitdrukken. Voorbeeld: Ich plane eine Reise. — “Ik plan een reis.” Sport is hier een zelfstandig naamwoord voor sporten als activiteit en is het eerste element dat door plane wordt gepland. In een opsomming kunnen zulke activiteiten rechtstreeks na planen staan. Kochen is het tot zelfstandig naamwoord gemaakte infinitief van kochen (“koken”). Daarom krijgt het in het Duits een hoofdletter. Vergelijk: Ich koche. — “Ik kook.” tegenover Kochen macht Spaß. — “Koken is leuk.” früheres betekent hier “eerder” en beschrijft Schlafengehen: het naar bed gaan vindt op een vroeger tijdstip plaats. Het is de vergrotende trap van früh: früh — “vroeg”, früher — “vroeger/eerder”. Omdat het vóór het zelfstandig gebruikte Schlafengehen staat, krijgt het de vorm früheres; die uitgang hoort bij früh, niet bij Schlafengehen. Schlafengehen is het tot zelfstandig naamwoord gemaakte infinitief van schlafen gehen, letterlijk “gaan slapen” of “naar bed gaan”. De vaste schrijfwijze als zelfstandig naamwoord heeft een hoofdletter. Het deel früheres Schlafengehen vormt samen “eerder naar bed gaan”; früheres is dus geen zelfstandig plan naast Schlafengehen. gleichzeitig betekent “tegelijkertijd” en geeft aan dat de genoemde plannen als gelijktijdig worden voorgesteld. Het is een bijwoord en verandert hier niet mee met een zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Die beiden Termine sind gleichzeitig. — “De twee afspraken zijn tegelijkertijd.” Samen is de structuur: Normalerweise + plane + een opsomming van drie activiteiten — Sport, Kochen en früheres Schlafengehen — + gleichzeitig. De zin betekent: “Ik plan meestal om te sporten, te koken en eerder te gaan slapen, allemaal tegelijk.” De nominale vormen maken van de activiteiten geplande zaken; de zin zegt daarmee wat de spreker gewoonlijk van plan is, niet dat de uitvoering al heeft plaatsgevonden.

  4. Such dir zuerst eine Gewohnheit aus und schau, was dir im Weg steht.

    Kies eerst één gewoonte en kijk wat je in de weg zit.

    Such … aus
    kies uit
    zuerst
    eerst
    Gewohnheit
    gewoonte
    schau
    kijk
    im Weg steht
    in de weg staat
    Uitgebreide uitleg

    Such ... aus is de gebiedende wijs van aussuchen voor één aangesproken persoon: du suchst aus → Such ... aus! Het werkwoord is scheidbaar; such staat vooraan en aus aan het einde van dit werkwoordelijke deel. dir is hier de datiefvorm van du en geeft aan voor wie de keuze wordt gemaakt: ongeveer “kies voor jezelf”. Voorbeeld: Such dir ein Buch aus. — “Kies een boek uit.” zuerst betekent “eerst” en geeft de volgorde aan. In deze zin komt de keuze vóór de volgende handeling. Voorbeeld: Lies zuerst die Anleitung. — “Lees eerst de handleiding.” Gewohnheit betekent hier “gewoonte”. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Gewohnheit; na eine staat het in deze zin in de accusatief, omdat het het gekozen object is: eine Gewohnheit. eine is hier een onbepaald lidwoord; de concrete betekenis “één gewoonte” volgt uit de vaste vertaling en de keuzehandeling, niet uit een algemene telbetekenis van elk onbepaald lidwoord. Het meervoud is Gewohnheiten. Voorbeeld: Eine Gewohnheit kann sich langsam ändern. — “Een gewoonte kan langzaam veranderen.” schau is de gebiedende wijs van schauen voor één persoon (du schaust → Schau!). Hier betekent het “kijk” en vormt het na und de tweede opdracht. Voorbeeld: Schau genau hin. — “Kijk goed.” im Weg steht bevat de vaste uitdrukking jemandem im Weg stehen: iemand hinderen of iets moeilijker maken. im is de samensmelting van in dem; Weg is mannelijk (der Weg). dir is opnieuw datief en betekent hier “jou”, als degene die wordt gehinderd. In was dir im Weg steht is was het onderwerp van steht; daarom staat het werkwoord in de derde persoon enkelvoud. steht is de vorm van stehen bij er/sie/es en niet een vorm van stellen. In de bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan, zoals in was dir im Weg steht. Voorbeeld: Was steht dir im Weg? — “Wat staat je in de weg?” Samen betekent de zin: “Kies eerst één gewoonte uit en kijk wat je in de weg zit.” Eerst geeft de spreker één persoon de opdracht om een gewoonte te kiezen; daarna moet die persoon onderzoeken welke factor die gewoonte belemmert. und verbindt de twee gebiedende wijs-vormen Such ... aus en schau.

  5. Das Hauptproblem ist, dass ich nach der Arbeit wenig Energie habe.

    Het grootste probleem is dat ik na mijn werk weinig energie heb.

    Das
    het
    Hauptproblem
    belangrijkste probleem
    ist
    is
    dass ich
    dat ik
    nach der Arbeit
    na het werk
    wenig
    weinig
    Energie
    energie
    habe
    heb
    Uitgebreide uitleg

    Das is hier het bepaalde lidwoord bij Hauptproblem. Het staat in de nominatief en heeft de onzijdige vorm, omdat Problem in het Duits onzijdig is: das Problem. Het lidwoord drukt op zichzelf geen aantal uit. Hauptproblem betekent hier ‘belangrijkste probleem’. Het is een samenstelling van Haupt- (‘hoofd-, belangrijkste’) en Problem. Het zelfstandig naamwoord Problem heeft als meervoud Probleme. Een bruikbaar contrast is ein Problem tegenover das Problem: het eerste introduceert een niet nader bepaald probleem, het tweede verwijst naar een bepaald probleem. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (‘zijn’). De vorm past bij Das Hauptproblem: Das Problem ist .... In een andere tijd verandert het werkwoord, bijvoorbeeld Das Problem war ... (‘Het probleem was ...’). dass ich leidt een bijzin in met de betekenis ‘dat ik’. dass maakt van de volgende inhoud een ondergeschikte bijzin; ich is de eerste persoon enkelvoud (‘ik’). Na dass staat het vervoegde werkwoord in deze Duitse bijzin achteraan. De combinatie wordt dus verder aangevuld als dass ich ... habe, niet met de gewone hoofdzinvolgorde. nach der Arbeit betekent hier ‘na het werk’. nach wordt gebruikt voor een tijd die later komt en vraagt in deze betekenis de datief. der is hier de datiefvorm van het vrouwelijke lidwoord bij Arbeit; Arbeit is vrouwelijk: die Arbeit. Duits drukt in deze woordgroep niet uit van wie het werk is. De vaste vertaling geeft in deze zin wel de bedoeling ‘na mijn werk’ weer. Bijvoorbeeld: Nach der Schule gehe ich nach Hause. — ‘Na school ga ik naar huis.’ wenig betekent hier ‘weinig’ en geeft een kleine hoeveelheid aan. Het beschrijft Energie, niet het werkwoord habe. Bij een meervoudig telbaar zelfstandig naamwoord zie je vaak wenige, bijvoorbeeld wenige Minuten (‘weinig minuten’); bij de hier niet-telbaar opgevatte hoeveelheid Energie staat wenig zonder die uitgang. Energie is het zelfstandig naamwoord voor ‘energie’. Het is vrouwelijk: die Energie. Het enkelvoud is Energie; het meervoud is Energien. Hier gaat het om weinig energie als hoeveelheid. habe is de eerste persoon enkelvoud van haben (‘hebben’). Het onderwerp is ich, en in deze dass-bijzin staat de vervoegde werkwoordsvorm aan het einde: dass ich ... habe. Vergelijk: Ich habe wenig Energie. — ‘Ik heb weinig energie.’ Samen vormt Das Hauptproblem ist de hoofdzin ‘Het belangrijkste probleem is’. Daarna specificeert dass ich nach der Arbeit wenig Energie habe wat dat probleem inhoudt: ‘dat ik na mijn werk weinig energie heb’. De volledige uiting betekent dus: ‘Het grootste probleem is dat ik na mijn werk weinig energie heb.’

  6. Dann fang vor dem Abendessen mit einem kurzen Spaziergang an.

    Begin dan met een korte wandeling voor het avondeten.

    Dann
    dan
    fang … an
    begin
    vor dem
    voor het
    kurzen
    korte
    Spaziergang
    wandeling
    Abendessen
    avondeten
    Uitgebreide uitleg

    Dann betekent hier “dan” of “vervolgens”: het verwijst naar de volgende stap in een plan. Voorbeeld: Dann gehen wir nach Hause. — “Dan gaan we naar huis.” fang ... an is de gescheiden vorm van het werkwoord anfangen (“beginnen”). fang is hier de gebiedende wijs voor du; in een hoofdzin staat het voorvoegsel an aan het einde. Het patroon is dus: Fang mit X an. — “Begin met X.” Voorbeeld: Fang mit der ersten Aufgabe an. — “Begin met de eerste opdracht.” vor dem betekent hier “voor het”, in de tijdsbetekenis: vóór een bepaalde gebeurtenis. vor krijgt in deze tijdsconstructie de datief, vandaar dem bij het onzijdige zelfstandig naamwoord Abendessen. Dit is iets anders dan vor voor een plaats, waar de betekenis “voor/ervóór” ruimtelijk kan zijn. kurzen is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord kurz (“kort”). Het beschrijft Spaziergang. Na het lidwoord dem krijgt het bijvoeglijk naamwoord hier de uitgang -en: dem kurzen Spaziergang. De basisvorm is kurz; de vergelijkende vorm is kürzer (“korter”). Spaziergang betekent “wandeling”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Spaziergang. In de woordgroep staat het in de datief enkelvoud na mit, hoewel mit niet in de geselecteerde aparte quote staat: mit einem kurzen Spaziergang — “met een korte wandeling”. Voorbeeld: Wir machen einen Spaziergang. — “We maken een wandeling.” Abendessen betekent “avondeten”. Het is onzijdig: das Abendessen; na vor in deze tijdsbetekenis verschijnt de datiefvorm dem Abendessen. Samen betekent Dann fang ... an “Begin dan ...”, mit einem kurzen Spaziergang “met een korte wandeling” en vor dem Abendessen “voor het avondeten”. De volledige zin is daarom: “Begin dan met een korte wandeling voor het avondeten.”

  7. Das fühlt sich realistisch und nicht zu anstrengend an.

    Dat voelt haalbaar en niet te zwaar.

    Das
    dat
    fühlt … sich … an
    voelt aan
    realistisch
    realistisch
    nicht zu anstrengend
    niet te zwaar
    Uitgebreide uitleg

    Das is hier een aanwijzend voornaamwoord: het verwijst naar de situatie of activiteit waarover al wordt gesproken. In deze zin wordt het als onderwerp gebruikt en krijgt het in het Nederlands de betekenis dat; de precieze referent wordt niet verder benoemd. fühlt sich ... an komt van het scheidbare werkwoord sich anfühlen — letterlijk ongeveer “aanvoelen”, hier “voelen”. De vorm fühlt is de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. Bij een onderwerp als das staat het vervoegde deel vooraan in de hoofdzin en komt het losse deel an aan het einde. sich hoort bij dit wederkerende werkwoord. Voorbeeld: Der Plan fühlt sich gut an. — “Het plan voelt goed aan.” realistisch betekent hier dat iets haalbaar of geloofwaardig lijkt in het licht van de situatie. Het is een bijvoeglijk naamwoord; na fühlt sich ... an staat het predicatief en krijgt het geen uitgang. Voorbeeld: Das Ziel ist realistisch. — “Het doel is realistisch.” nicht zu anstrengend betekent “niet te zwaar/inspannend”. anstrengend beschrijft iets dat veel inspanning vraagt. zu maakt hier de grensbetekenis “te” en nicht zu ontkent dat iets die grens overschrijdt. Voorbeeld: Die Übung ist nicht zu anstrengend. — “De oefening is niet te zwaar.” Samen vormt Das fühlt sich realistisch und nicht zu anstrengend an de structuur Das fühlt sich [bijvoeglijk naamwoord] und [niet te + bijvoeglijk naamwoord] an: de besproken situatie voelt realistisch en niet te zwaar aan. De vaste Nederlandse vertaling geeft dit weer als: “Dat voelt haalbaar en niet te zwaar.”

  8. Du kannst später ausgewogene Mahlzeiten hinzufügen, sobald sich das Spazierengehen natürlich anfühlt.

    Je kunt later evenwichtige maaltijden toevoegen, zodra wandelen natuurlijk voelt.

    Du kannst
    je kunt
    später
    later
    ausgewogene
    evenwichtige
    Mahlzeiten
    maaltijden
    hinzufügen
    toevoegen
    sobald
    zodra
    das Spazierengehen
    het wandelen
    natürlich
    natuurlijk
    sich … anfühlt
    aanvoelen
    Uitgebreide uitleg

    Du kannst drukt hier uit dat de aangesprokene iets kan doen: “je kunt”. Het basiswerkwoord is können; in de tegenwoordige tijd wordt dat bij du kannst. Na een modaal werkwoord blijft het andere werkwoord als infinitief staan: Du kannst ... hinzufügen. Voorbeeld: Du kannst morgen kommen. — “Je kunt morgen komen.” später betekent “later” en plaatst de handeling op een later moment. Het is een bijwoord en verandert niet van vorm. Voorbeeld: Wir sprechen später. — “We praten later.” ausgewogene betekent hier “evenwichtige”. Het basiswoord is het bijvoeglijk naamwoord ausgewogen. De uitgang -e hoort bij dit bijvoeglijk naamwoord: Mahlzeiten is hier een meervoudig accusatief lijdend voorwerp zonder lidwoord, en in die combinatie krijgt het adjectief de vorm ausgewogene. Voorbeeld: ausgewogene Ernährung — “evenwichtige voeding”. Mahlzeiten betekent “maaltijden”. Het is het meervoud van die Mahlzeit (“de maaltijd”): die Mahlzeit → die Mahlzeiten. In deze zin is het het lijdend voorwerp van hinzufügen; het meervoud betekent dat er meerdere maaltijden worden toegevoegd, zonder op zichzelf te bepalen of ze specifiek of algemeen zijn. Voorbeeld: regelmäßige Mahlzeiten — “regelmatige maaltijden”. hinzufügen betekent “toevoegen”. Het basiswerkwoord is hinzufügen, een scheidbaar samengesteld werkwoord. In een hoofdzin kan het voorvoegsel los staan: Du fügst etwas hinzu. — “Je voegt iets toe.” Na kannst blijft de infinitief als één woord staan: kannst ... hinzufügen. sobald betekent “zodra” en leidt een bijzin in die het moment aangeeft waarop iets gebeurt. In deze Duitse bijzin staat de vervoegde vorm anfühlt aan het einde. das Spazierengehen betekent “het wandelen”. Spazierengehen is een als zelfstandig naamwoord gebruikt infinitief en krijgt daarom het onzijdige lidwoord das; de hoofdletter markeert het zelfstandig naamwoord. Het verwijst hier naar de activiteit wandelen. Voorbeeld: Das Spazierengehen tut gut. — “Wandelen doet goed.” natürlich betekent hier “natuurlijk”, in de zin van gemakkelijk of vanzelfsprekend aanvoelend. Het is hier een predicatief bijvoeglijk naamwoord en krijgt daarom geen uitgang. Voorbeeld: Die Bewegung fühlt sich natürlich an. — “De beweging voelt natuurlijk aan.” sich en anfühlt horen samen met het onderwerp bij de constructie sich anfühlen, “aanvoelen”. Het basiswerkwoord is anfühlen, een scheidbaar werkwoord. In de derde persoon enkelvoud is de vorm in een hoofdzin fühlt ... an; in deze bijzin verschijnt de vervoegde vorm als één woord: anfühlt. Het onderwerp is das Spazierengehen, daarom staat de persoonsvorm in het enkelvoud. sich is hier geen verwijzing naar een afzonderlijk genoemde persoon, maar het wederkerende element dat bij sich anfühlen hoort. Voorbeeld: Der Plan fühlt sich gut an. — “Het plan voelt goed aan.” Samen vormt Du kannst später ausgewogene Mahlzeiten hinzufügen de hoofdzin “Je kunt later evenwichtige maaltijden toevoegen”. De bijzin sobald sich das Spazierengehen natürlich anfühlt geeft aan wanneer dat kan: “zodra wandelen natuurlijk aanvoelt”. De volledige vaste uiting betekent dus: “Je kunt later evenwichtige maaltijden toevoegen, zodra wandelen natuurlijk voelt.”

  9. Es klingt besser, das dreimal pro Woche zu verfolgen, als es jeden Tag zu versuchen.

    Het drie keer per week bijhouden klinkt beter dan het elke dag te proberen.

    klingt
    klinkt
    besser
    beter
    dreimal
    drie keer
    Woche
    week
    verfolgen
    bijhouden
    Tag
    dag
    versuchen
    proberen
    Uitgebreide uitleg

    klingt is de derde persoon enkelvoud van klingen (‘klinken’). Hier beschrijft het de indruk of beoordeling van de voorgestelde aanpak: die klinkt op een bepaalde manier. Voorbeeld: Das klingt gut. — “Dat klinkt goed.” besser is de vergrotende trap van gut: gut → besser → am besten. Hier vergelijkt het de aanpak vóór als met de aanpak die daarna wordt genoemd. Es klingt besser betekent “Het klinkt beter”; dat beweert niet dat het resultaat al bewezen beter is. dreimal betekent “drie keer”. Vergelijk einmal (“één keer”) en zweimal (“twee keer”). In dreimal pro Woche geeft het samen met pro Woche een frequentie aan. Woche is het zelfstandig naamwoord “week”. pro Woche betekent “per week”; samen betekent dreimal pro Woche dus “drie keer per week”. verfolgen betekent hier “bijhouden” of “volgen”. In de volledige vorm zu verfolgen staat het als infinitief na zu. In deze context gaat het om iets regelmatig blijven volgen of bijhouden; de andere betekenis “achtervolgen” past hier niet. Voorbeeld: Sie verfolgt ihren Fortschritt. — “Zij houdt haar vooruitgang bij.” Tag betekent “dag”. In jeden Tag vormt het een tijdsbepaling met de betekenis “elke dag”. jeden heeft hier de vorm van de accusatief enkelvoud van het mannelijke zelfstandig naamwoord Tag; zowel het geslacht als de accusatieve naamval zijn relevant. Vergelijk jede Woche, waarin Woche vrouwelijk is en in deze tijdsbepaling de accusatief enkelvoud dezelfde vorm heeft als de nominatief. Voorbeeld: Er liest jeden Tag. — “Hij leest elke dag.” versuchen betekent “proberen”. In de volledige groep zu versuchen staat het als infinitief na zu; es zu versuchen betekent “het proberen”. Voorbeeld: Ich versuche, früher aufzustehen. — “Ik probeer eerder op te staan.” De groep das dreimal pro Woche zu verfolgen noemt de eerste van de twee vergeleken handelwijzen. dreimal pro Woche geeft aan hoe vaak die handelwijze wordt uitgevoerd. Na als volgt de tweede handelwijze: es jeden Tag zu versuchen, “het elke dag proberen”. De voornaamwoorden das en es benoemen de bedoelde activiteit niet opnieuw; de vaste vertaling ondersteunt hier de lezing “het”. Als geheel betekent de zin: “Het drie keer per week bijhouden klinkt beter dan het elke dag te proberen.” De twee infinitiefgroepen met zu maken de vergeleken handelwijzen compact.

  10. Flexible Ziele kann man mit der Zeit leichter einhalten.

    Flexibele doelen zijn makkelijker om na verloop van tijd vol te houden.

    Flexible
    flexibele
    Ziele
    doelen
    kann man
    men kan
    mit der Zeit
    na verloop van tijd
    leichter
    makkelijker
    einhalten
    volhouden; naleven
    Uitgebreide uitleg

    Flexible beschrijft hier Ziele: de doelen zijn niet star, maar kunnen bijvoorbeeld aangepast worden. Het is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord flexibel; vóór een zelfstandig naamwoord krijgt het een uitgang die onder meer afhangt van naamval, getal en lidwoord. Vergelijk: ein flexibles Ziel — “een flexibel doel” en flexible Ziele — “flexibele doelen”. Ziele betekent hier “doelen”. Het is het meervoud van das Ziel; het enkelvoud heeft dus een andere vorm dan het meervoud. Voorbeeld: Das Ziel ist klar. — “Het doel is duidelijk.” kann man vormt samen de basis van een onpersoonlijke mogelijkheid: “men kan” of natuurlijker “je kunt”. kann is de vorm van können voor er, sie, es en ook voor man. man is een onbepaald voornaamwoord voor mensen in het algemeen; het verwijst hier niet naar een specifiek genoemde persoon. Met een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde: Man kann Ziele einhalten. — “Je kunt doelen volhouden.” mit der Zeit betekent “na verloop van tijd” of “gaandeweg”. Het is een vaste tijdsbepaling; mit staat hier met der, de vorm van het vrouwelijke zelfstandig naamwoord die Zeit in de datief. Voorbeeld: Mit der Zeit wird es leichter. — “Na verloop van tijd wordt het makkelijker.” leichter betekent hier “makkelijker”. Dit is de vergrotende trap van leicht: leicht — “makkelijk”, leichter — “makkelijker”, am leichtesten — “het makkelijkst”. De vergelijking betreft de handeling van de doelen volhouden, niet het zelfstandig naamwoord Ziele zelf. Voorbeeld: Das wird leichter. — “Dat wordt makkelijker.” einhalten betekent hier “volhouden” of “naleven”: zich aan een doel, afspraak, regel of termijn houden. Het is een scheidbaar werkwoord: in een hoofdzin kan het voorvoegsel los komen, bijvoorbeeld Man hält das Ziel ein. — “Men houdt zich aan het doel.” In deze zin staat het na kann als volledige infinitief einhalten, daarom blijft het bijeen aan het einde. Samen betekent de zin: “Flexibele doelen zijn makkelijker om na verloop van tijd vol te houden.” De woordvolgorde is: eerst het onderwerp Flexible Ziele, daarna kann man voor de mogelijkheid, vervolgens mit der Zeit voor het tijdsverloop, leichter voor de vergelijking en ten slotte einhalten als infinitief die bij kann hoort. In natuurlijk Nederlands kun je de structuur ook weergeven als: “Je kunt flexibele doelen na verloop van tijd makkelijker volhouden.”

Grammatica

aufhören / anfangen: scheidbare werkwoorden

Ich höre mit der Zeit auf.

iech heur-uh mit der tsait auf.

Na verloop van tijd stop ik.

Bij scheidbare werkwoorden staat het voorvoegsel in een gewone hoofdzin achteraan: höre ... auf.

Duits woordenschat

anfangen werkwoord
an-fang-en beginnen fang ... an
auf einmal uitdrukking
auf ain-maal tegelijk
aufhören werkwoord
auf-heur-en stoppen höre ... auf
Energie zelfstandig naamwoord
en-er-gie energie
gesund bijvoeglijk naamwoord
guh-zoent gezond gesündere
Gewohnheit zelfstandig naamwoord
guh-vohn-hait gewoonte
gleichzeitig bijwoord
glaich-tsai-tich tegelijkertijd
Hauptproblem zelfstandig naamwoord
haupt-pro-bleem hoofdprobleem
im Weg stehen uitdrukking
im veeg shteet in de weg staan im Weg steht
Routine zelfstandig naamwoord
roe-tie-nuh routine
Spaziergang zelfstandig naamwoord
shpaa-tsier-gang wandeling
versuchen werkwoord
fer-zoe-khen proberen versuchst

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

hoofdprobleem

Antwoord tonenHauptproblem

proberen

Antwoord tonenversuchst

gewoonte

Antwoord tonenGewohnheit

gezond

Antwoord tonengesündere