Ich
“Ich” verwijst naar de spreker en betekent hier “ik”. Het staat als onderwerp bij “möchte”; je gebruikt het wanneer je over je eigen wens of situatie spreekt.
möchte
“möchte” drukt hier een wens uit: de spreker wil een gezondere routine. Het staat voor de gewenste zaak “eine gesündere Routine”; je gebruikt het om beleefd of voorzichtig een wens te formuleren.
eine
“eine” introduceert hier één niet nader bepaalde routine in “eine gesündere Routine”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord; hetzelfde patroon gebruik je bij een andere enkele zaak.
gesündere
“gesündere” betekent hier “gezonder” en beschrijft de gewenste routine. Het staat vóór “Routine” en past zich aan dat zelfstandig naamwoord aan; je gebruikt zulke vormen om een gewenste verbetering te beschrijven.
Routine
“Routine” betekent hier een vaste dagelijkse manier van leven. In “eine gesündere Routine” gaat het om regelmatige gezonde gewoonten; je gebruikt het bijvoorbeeld bij dagelijkse activiteiten.
aber
“aber” betekent hier “maar” en verbindt een wens met een probleem: de spreker wil iets, maar stopt steeds. Je gebruikt het om twee tegengestelde of onverwachte delen van een zin te verbinden.
höre
“höre” krijgt hier samen met de werkwoordcomponent “auf” de betekenis “stop” of “geef op”. De vorm hoort bij de spreker “Ich”; je gebruikt deze uitdrukking wanneer iemand met een activiteit ophoudt.
immer
“immer” betekent hier “altijd” en geeft aan dat het stoppen telkens gebeurt. Het staat bij de werkwoordelijke uitdrukking voor stoppen; je gebruikt het om een terugkerend patroon te beschrijven.
nach
“nach” betekent hier “na” en plaatst het stoppen in de tijd: “nach einer Woche”. Je gebruikt het ook in de dialoog in “nach der Arbeit” voor iets dat na het werk gebeurt.
einer
“einer” hoort hier bij “Woche” in de tijdsaanduiding “nach einer Woche”. De vorm staat na “nach” en vóór het zelfstandig naamwoord; je gebruikt dit patroon om een periode aan te geven waarna iets gebeurt.
Woche
“Woche” betekent hier “week” en geeft de duur tot het stoppen aan. In “nach einer Woche” beschrijft het een tijdsperiode; je gebruikt het bij afspraken of terugkerende planning.
auf
“auf” is hier de scheidbare werkwoordcomponent die bij “höre” hoort en samen stoppen uitdrukt. In een hoofdzin staat deze component achteraan; je gebruikt zulke werkwoordcomponenten volgens hetzelfde gesplitste patroon.
Vielleicht
“Vielleicht” betekent hier “misschien” en maakt de suggestie voorzichtig. Het staat aan het begin van de zin; je gebruikt het wanneer je een mogelijkheid of advies niet als zekerheid wilt presenteren.
versuchst
“versuchst” betekent hier “probeert” en beschrijft wat “du” mogelijk te veel probeert te veranderen. Het staat in “versuchst du” en wordt gevolgd door een infinitiefconstructie; je gebruikt het om een poging te beschrijven.
du
“du” verwijst hier naar de persoon met wie de spreker praat en betekent “jij”. Het is het onderwerp bij “versuchst”; je gebruikt het in een directe, informele aanspreking van één persoon.
zu
“zu” markeert hier in “zu ändern” de infinitief die volgt op “versuchst”. Dezelfde vorm staat ook in “zu viel”, waar hij de hoeveelheid versterkt; je gebruikt de infinitiefconstructie om te zeggen wat iemand probeert te doen.
viel
“viel” betekent hier “veel”, en in “zu viel” gaat het om een te grote hoeveelheid veranderingen. Het staat vóór “auf einmal”; je gebruikt het om een hoeveelheid aan te geven die boven een passende grens ligt.
auf einmal
“auf einmal” betekent hier “alles tegelijk” of “in één keer”. De componenten “auf” en “einmal” vormen samen deze uitdrukking voor gelijktijdigheid; je gebruikt haar wanneer meerdere dingen zonder spreiding gebeuren.
ändern
“ändern” betekent hier “veranderen” en is de handeling die de persoon probeert uit te voeren. Het staat in “zu ändern”; je gebruikt het bij plannen, gewoonten of andere zaken die anders moeten worden.
Normalerweise
“Normalerweise” betekent hier “gewoonlijk” of “normaal gesproken” en beschrijft wat de spreker doorgaans plant. Het staat aan het begin als tijds- of frequentieaanduiding; je gebruikt het om een gewoon patroon te schetsen.
plane
“plane” betekent hier “plan” en beschrijft wat de spreker gewoonlijk doet. De vorm hoort bij “ich” en krijgt daarna de opgesomde activiteiten; je gebruikt haar om toekomstige of voorgenomen activiteiten te ordenen.
Sport
“Sport” betekent hier “sport” of “beweging” als geplande activiteit. Het staat naast “Kochen” en “früheres Schlafengehen” in een opsomming; je gebruikt het om lichamelijke activiteit algemeen te benoemen.
Kochen
“Kochen” betekent hier “koken” als activiteit. Het is als zelfstandig naamwoord geschreven en staat in dezelfde opsomming als “Sport”; je gebruikt zulke vormen om activiteiten als onderdelen van een plan te noemen.
und
“und” betekent hier “en” en verbindt de activiteiten in de opsomming. Je gebruikt het om gelijkwaardige woorden of woordgroepen zonder tegenstelling met elkaar te verbinden.
früheres
“früheres” betekent hier “eerder” en beschrijft het gewenste tijdstip van “Schlafengehen”. Het staat vóór dit zelfstandig naamwoord in “früheres Schlafengehen”; je gebruikt het om een eerdere timing van een activiteit aan te geven.
Schlafengehen
“Schlafengehen” betekent hier “naar bed gaan” of “gaan slapen” als activiteit. Het is als zelfstandig naamwoord geschreven in “früheres Schlafengehen”; je gebruikt het wanneer naar bed gaan als onderdeel van een plan wordt genoemd.
gleichzeitig
“gleichzeitig” betekent hier “tegelijkertijd” en zegt dat de geplande activiteiten op hetzelfde moment of binnen hetzelfde plan worden aangepakt. Het verduidelijkt de opsomming; je gebruikt het om gelijktijdigheid aan te geven.
Such
“Such” is hier een directe opdracht om een gewoonte te kiezen. Het hoort samen met “dir” en “aus” bij de keuze-uitdrukking; je gebruikt deze vorm wanneer je iemand informeel een concrete keuze laat maken.
dir
“dir” betekent hier “voor jezelf” of “voor jou” binnen de keuze-uitdrukking. Het verwijst naar de aangesproken persoon voor wie de gewoonte wordt gekozen; je gebruikt het wanneer iemand iets voor zichzelf uitkiest.
zuerst
“zuerst” betekent hier “eerst” en geeft de volgorde van het advies aan. Het staat vóór de keuze van één gewoonte; je gebruikt het om de eerste stap in een reeks aan te geven.
Gewohnheit
“Gewohnheit” betekent hier “gewoonte” en verwijst naar één concreet gedrag binnen de gezonde routine. Het is het object van de keuze; je gebruikt het voor een gedrag dat regelmatig wordt herhaald.
aus
“aus” is hier de scheidbare werkwoordcomponent die samen met “Such” de betekenis “uitkiezen” vormt. De component staat in deze opdracht achteraan; je gebruikt haar in dezelfde werkwoordelijke keuzeconstructie.
schau
“schau” betekent hier “kijk” en is een directe opdracht om iets te onderzoeken. In “schau, was” leidt het een vraag naar een belemmering in; je gebruikt het om iemand aan te moedigen ergens aandachtig naar te kijken.
was
“was” betekent hier “wat” en introduceert de zaak die onderzocht moet worden. In “was dir im Weg steht” vormt het het begin van een ingebedde vraag; je gebruikt het om naar een onbekende zaak of oorzaak te vragen.
im
“im” betekent hier “in het” en staat in de vaste uitdrukking “im Weg”. Het is de samengevoegde vorm van “in dem”; je gebruikt deze uitdrukking om aan te geven dat iets een belemmering vormt.
Weg
“Weg” betekent letterlijk “weg”, maar in “im Weg” gaat het om iets dat een doel belemmert. Samen met “steht” beschrijft het wat een gewoonte moeilijk maakt; je gebruikt deze uitdrukking voor een obstakel.
steht
“steht” betekent hier letterlijk “staat” en krijgt in “im Weg stehen” de betekenis dat iets in de weg zit. Het beschrijft de positie van de belemmering; je gebruikt de uitdrukking om een oorzaak van moeilijkheden te benoemen.
Das
“Das” betekent hier “het” en staat als bepaald lidwoord vóór “Hauptproblem”. Het verwijst hier niet zelfstandig naar “dat”, maar introduceert het genoemde hoofdprobleem; je gebruikt het vóór een onzijdig zelfstandig naamwoord.
Hauptproblem
“Hauptproblem” betekent hier “hoofdprobleem” en benoemt de belangrijkste moeilijkheid. Het is een samenstelling van hoofd- en probleem; je gebruikt het om één centrale oorzaak of hindernis aan te wijzen.
ist
“ist” betekent hier “is” en verbindt “Das Hauptproblem” met de daaropvolgende uitleg. Het geeft aan wat het probleem inhoudt; je gebruikt het om een onderwerp met een beschrijving of verklaring te verbinden.
dass
“dass” betekent hier “dat” en leidt de inhoud van de uitleg in: de spreker heeft weinig energie. In de bijzin staat het werkwoord “habe” aan het einde; je gebruikt “dass” om een mededeling als onderdeel van een andere zin te formuleren.
der
“der” is hier het lidwoord vóór “Arbeit” in de tijdsaanduiding “nach der Arbeit”. Het staat na “nach” en maakt duidelijk waarnaar de tijd wordt verwezen; je gebruikt dit patroon voor activiteiten die na het werk plaatsvinden.
Arbeit
“Arbeit” betekent hier “werk” en vormt samen met “nach der” de tijdsaanduiding “na het werk”. Je gebruikt het om het werk als tijdsreferentie voor een volgende activiteit te noemen.
wenig
“wenig” betekent hier “weinig” en beschrijft de kleine hoeveelheid “Energie”. Het staat vóór “Energie” in “wenig Energie”; je gebruikt het om een beperkte hoeveelheid van iets niet-telbaars aan te geven.
Energie
“Energie” betekent hier “energie” en verwijst naar de kracht die de spreker na het werk over heeft. Het staat in “wenig Energie haben”; je gebruikt het om iemands beschikbare kracht of fut te beschrijven.
habe
“habe” betekent hier “heb” en zegt dat de spreker weinig energie bezit of over heeft. Het staat aan het einde van de bijzin na “dass”; je gebruikt deze vorm bij “ich” om een toestand of bezit te beschrijven.
Dann
“Dann” betekent hier “dan” en leidt het gevolg of advies na het genoemde probleem in. Het staat aan het begin van de zin; je gebruikt het om een volgende stap of conclusie te introduceren.
fang
“fang” betekent hier “begin” en is een informele opdracht aan één persoon. Het hoort samen met “an” bij de werkwoordelijke uitdrukking voor beginnen; je gebruikt het om iemand aan te sporen een activiteit te starten.
vor
“vor” betekent hier “voor” en plaatst de wandeling vóór het avondeten. Het staat in “vor dem Abendessen”; je gebruikt het om de volgorde van twee gebeurtenissen in de tijd aan te geven.
dem
“dem” is hier het bepaald lidwoord in “vor dem Abendessen”. Het staat na “vor” en vóór het zelfstandig naamwoord; je gebruikt deze vorm in deze voorzetselconstructie voor een concreet tijdspunt.
Abendessen
“Abendessen” betekent hier “avondeten” of “diner”. In “vor dem Abendessen” is het het tijdspunt vóór de wandeling; je gebruikt het om de avondmaaltijd te benoemen.
mit
“mit” betekent hier “met” en introduceert de wandeling waarmee iemand begint. In “mit einem kurzen Spaziergang” geeft het aan waarmee de activiteit wordt gestart; je gebruikt het om een middel, activiteit of begeleidend element te noemen.
einem
“einem” introduceert hier één wandeling in “mit einem kurzen Spaziergang”. Het staat na “mit” en vóór de beschrijving “kurzen”; je gebruikt dit patroon bij een niet nader bepaalde concrete activiteit na dit voorzetsel.
kurzen
“kurzen” betekent hier “korte” en beschrijft de wandeling. Het staat vóór “Spaziergang” in “einem kurzen Spaziergang”; je gebruikt het om de beperkte duur of omvang van een activiteit aan te geven.
Spaziergang
“Spaziergang” betekent hier “wandeling” en is de haalbare eerste gezondheidsactiviteit. Het staat in “mit einem kurzen Spaziergang”; je gebruikt het om een wandeling als concrete activiteit te benoemen.
an
“an” is hier de scheidbare werkwoordcomponent die bij “fang” hoort en samen “beginnen” uitdrukt. In deze hoofdzin staat de component achteraan; je gebruikt haar volgens hetzelfde patroon bij deze beginuitdrukking.
fühlt
“fühlt” betekent hier “voelt” in “fühlt sich”. Het beschrijft hoe de voorgestelde gewoonte subjectief wordt ervaren; je gebruikt deze vorm om een gevoel of indruk te beschrijven.
sich
“sich” verwijst hier terug naar het onderwerp “Das” in “fühlt sich”. Samen met “fühlt” beschrijft het hoe iets aanvoelt; je gebruikt dit wederkerende patroon bij een persoonlijke indruk of ervaring.
realistisch
“realistisch” betekent hier “realistisch” en beoordeelt de voorgestelde wandeling als haalbaar binnen de situatie. Het staat na “fühlt sich”; je gebruikt het om een plan of verwachting als uitvoerbaar te beschrijven.
nicht
“nicht” ontkent hier dat de wandeling te inspannend is. Het staat in “nicht zu anstrengend” vóór de ontkende beschrijving; je gebruikt het om een eigenschap of beoordeling te ontkennen.
anstrengend
“anstrengend” betekent hier “inspannend” of “zwaar”. In “nicht zu anstrengend” zegt het dat de wandeling geen te grote inspanning vraagt; je gebruikt het om de belasting van een activiteit te beschrijven.
anfühlt
“anfühlt” betekent hier “aanvoelt” in de bijzin over wandelen. De vorm staat aan het einde na “sobald”; samen met “sich” beschrijft zij hoe de activiteit wordt ervaren; je gebruikt dit patroon om een ervaring of indruk te formuleren.
kannst
“kannst” betekent hier “kunt” en geeft de mogelijkheid aan om later maaltijden toe te voegen. Het staat bij “du” en wordt gevolgd door de infinitief “hinzufügen”; je gebruikt het om te zeggen wat iemand kan doen.
später
“später” betekent hier “later” en plaatst het toevoegen van maaltijden na de eerste wandelgewoonte. Het is een tijdsaanduiding; je gebruikt het om een handeling naar een later moment te verschuiven.
ausgewogene
“ausgewogene” betekent hier “evenwichtige” en beschrijft de maaltijden. Het staat vóór “Mahlzeiten”; je gebruikt het om een maaltijdplan als gebalanceerd te karakteriseren.
Mahlzeiten
“Mahlzeiten” betekent hier “maaltijden” en is datgene wat later aan de routine kan worden toegevoegd. Het staat als meervoudig object bij “hinzufügen”; je gebruikt het voor afzonderlijke eetmomenten.
hinzufügen
“hinzufügen” betekent hier “toevoegen” en beschrijft de extra stap na het wandelen. Het staat als infinitief na “kannst”; je gebruikt het met iets dat aan een bestaand plan of geheel wordt toegevoegd, zoals “Mahlzeiten hinzufügen”.
sobald
“sobald” betekent hier “zodra” en koppelt het toevoegen aan het moment waarop wandelen natuurlijk aanvoelt. Het leidt een bijzin in waarin “anfühlt” aan het einde staat; je gebruikt het om een voorwaarde in de tijd aan te geven.
Spazierengehen
“Spazierengehen” betekent hier “wandelen” als activiteit. Het is als zelfstandig naamwoord geschreven in “das Spazierengehen”; je gebruikt het wanneer wandelen als gewoonte of activiteit wordt besproken.
natürlich
“natürlich” betekent hier “natuurlijk” en beschrijft hoe het wandelen na verloop van tijd aanvoelt. Het staat vóór “anfühlt” in de bijzin; je gebruikt het om aan te geven dat iets vanzelfsprekend of vertrouwd aanvoelt.
Es
“Es” betekent hier “het” en is het formele onderwerp van “Es klingt besser”. Het verwijst naar de daaropvolgende beoordeling van het bijhouden; je gebruikt het om een algemene indruk of beoordeling in te leiden.
klingt
“klingt” betekent hier “klinkt” en geeft een beoordeling of indruk weer. In “Es klingt besser” beoordeelt de spreker een plan; je gebruikt het om te zeggen hoe een voorstel of idee overkomt.
besser
“besser” betekent hier “beter” en vergelijkt het drie keer per week bijhouden met het dagelijks proberen. Het staat in “klingt besser”; je gebruikt het om een voorkeur of gunstiger beoordeling uit te drukken.
pro
“pro” betekent hier “per” en geeft de frequentie “pro Woche” aan. Je gebruikt het om een aantal gebeurtenissen binnen een tijdseenheid te beschrijven.
verfolgen
“verfolgen” betekent hier “bijhouden” of “volgen” van een gewoonte. Het staat in “das dreimal pro Woche zu verfolgen”; je gebruikt het wanneer je de voortgang of regelmaat van iets systematisch volgt.
als
“als” betekent hier “dan” en verbindt de twee opties in de vergelijking “besser als”. Je gebruikt het na een vergelijkende vorm om de tweede optie van de vergelijking in te leiden.
jeden
“jeden” betekent hier “elke” en bepaalt “Tag” in de frequentie “jeden Tag”. Het maakt van iedere afzonderlijke dag een moment van de poging; je gebruikt het om dagelijkse herhaling aan te geven.
Tag
“Tag” betekent hier “dag” in de tijdsaanduiding “jeden Tag”. Samen geeft die uitdrukking aan dat iets dagelijks gebeurt; je gebruikt het om een frequentie per dag te benoemen.
versuchen
“versuchen” betekent hier “proberen” en staat in de infinitiefconstructie “zu versuchen”. Het beschrijft de poging om het elke dag te doen; je gebruikt het bij een handeling die iemand probeert uit te voeren.
Flexible
“Flexible” betekent hier “flexibele” en beschrijft de doelen als aanpasbaar. Het staat vóór het meervoud “Ziele”; je gebruikt het om doelen te beschrijven die niet star zijn vastgelegd.
Ziele
“Ziele” betekent hier “doelen” en verwijst naar de gewenste resultaten van de routine. Het is het onderwerp van de zin en wordt gekoppeld aan “einhalten”; je gebruikt het voor concrete voornemens of resultaten waarnaar iemand toewerkt.
kann
“kann” betekent hier “kan” of “men kan” en geeft een algemene mogelijkheid aan. Het staat samen met “man” en krijgt de infinitief “einhalten” aan het einde; je gebruikt het om te zeggen wat in het algemeen mogelijk is.
man
“man” betekent hier “men” of “je in het algemeen” en verwijst niet naar één specifieke persoon. Het maakt de uitspraak over flexibele doelen algemeen; je gebruikt het voor algemene raad of observaties.
Zeit
“Zeit” betekent hier “tijd” in “mit der Zeit”, dus “na verloop van tijd”. De uitdrukking beschrijft een ontwikkeling die geleidelijk plaatsvindt; je gebruikt haar wanneer een verandering niet onmiddellijk gebeurt.
leichter
“leichter” betekent hier “makkelijker” of “gemakkelijker” en beschrijft hoe men doelen kan naleven. Het staat vóór “einhalten” als vergelijkende beoordeling; je gebruikt het om aan te geven dat iets minder moeite kost dan een andere optie.
einhalten
“einhalten” betekent hier “zich aan iets houden” of “volhouden” en verwijst naar het naleven van de doelen. Het staat als infinitief na “kann man”; je gebruikt het bijvoorbeeld met doelen, afspraken of regels die je consequent naleeft.