Een conflict over een dubbel geboekte vergaderruimte | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a shared office, two adults plan how to resolve a double-booked meeting room with a brief use request and a fair compromise..

NL → DE / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een conflict over een dubbel geboekte vergaderruimte oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Der Besprechungsraum ist im gemeinsamen Bürokalender doppelt gebucht.

Dea besjpreekhoengs-raum ist im gəmajnzaamen buuroo-kalenda doppəlt geboecht. De vergaderruimte staat dubbel geboekt in de gedeelde kantooragenda.
B

Wer braucht den Raum dringender?

Vea braaucht deen raum dringənta? Wie heeft de ruimte dringender nodig?
A

Ich habe einen privaten Anruf mit einem Kunden.

Iech haabe ajnən prievaaten anroef mit ajnəm koendən. Ik heb een privégesprek met een klant.
A

Aber jemand anderes hat den Raum gebucht, um allein zu arbeiten.

Aaba jeemand andəres hat deen raum geboecht, oem alajn tsoe arbajten. Maar iemand anders heeft de ruimte geboekt om alleen te werken.
B

Dann frag, ob du den Raum kurz benutzen darfst.

Dann fraak, op doe deen raum koerts bənoetsən darfst. Vraag dan of je de ruimte even mag gebruiken.
A

Ich möchte nicht so klingen, als wäre meine Aufgabe wichtiger.

Iech meurhtə niecht zoo klingən, als veere maajnə aufgaabə wichtiga. Ik wil niet klinken alsof mijn taak belangrijker is.
B

Biete einen Kompromiss an, zum Beispiel den Raum für den Anruf zu nutzen und direkt danach zu gehen.

Biite ajnən kompromis an, tsoem bajsjpiil deen raum fuur deen anroef tsoe noetsən oent direkt darnaach tsoe ge-en. Bied een compromis aan, bijvoorbeeld door de ruimte voor het gesprek te gebruiken en meteen daarna weg te gaan.
A

Das fühlt sich fair an. Ich kann der Person auch helfen, einen anderen Arbeitsplatz zu finden.

Das fuult zich feer an. Iech kan dea persona auch helfen, ajnən andəren arbajtsplats tsoe findən. Dat voelt eerlijk. Ik kan die persoon ook helpen een andere werkplek te vinden.
B

Damit zeigst du, dass du auch die Buchung der anderen Person respektierst.

Damit tsaikst doe, das doe auch die boechoeng dea andəren persona respektiirst. Daarmee laat je zien dat je de reservering van die andere persoon ook respecteert.
A

Ich kann der Person jetzt eine Nachricht schreiben und die Situation erklären.

Iech kan dea persona jetst ajnə naachricht sjraibən oent die zietoea-tsioon eakleeren. Ik kan die persoon nu een bericht sturen en de situatie uitleggen.
B

Halte die Nachricht kurz und schlag diesen Kompromiss vor.

Haltə die naachricht koerts oent sjlaag diizən kompromis foa. Houd het bericht kort en stel dat compromis voor.

Uitleg van de zinnen

  1. Der Besprechungsraum ist im gemeinsamen Bürokalender doppelt gebucht.

    De vergaderruimte staat dubbel geboekt in de gedeelde kantooragenda.

    Besprechungsraum
    vergaderruimte
    gemeinsamen
    gedeelde
    Bürokalender
    kantooragenda
    doppelt
    dubbel
    gebucht
    geboekt
    Uitgebreide uitleg

    Besprechungsraum betekent hier vergaderruimte. Het is een samengesteld zelfstandig naamwoord: Besprechung + Raum. Het hoofdwoord is Raum, dus het woord is mannelijk: der Besprechungsraum. Voorbeeld: Der Besprechungsraum ist frei. — De vergaderruimte is vrij. gemeinsamen betekent hier gedeelde of gemeenschappelijke. De basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord is gemeinsam. In im gemeinsamen Bürokalender staat het bijvoeglijk naamwoord bij Bürokalender in de datief enkelvoud; im is de verkorte vorm van in dem, en de uitgang is daarom -en. Voorbeeld: Wir arbeiten im gemeinsamen Büro. — We werken in het gedeelde kantoor. Bürokalender betekent kantooragenda. Ook dit is een samenstelling van Büro + Kalender; het hoofdwoord Kalender bepaalt het geslacht, dus der Bürokalender. In de zin staat het na im in de datief: im Bürokalender. Voorbeeld: Der Termin steht im Bürokalender. — De afspraak staat in de kantooragenda. doppelt betekent hier dubbel: dezelfde ruimte is voor twee boekingen gebruikt. Het is verwant aan doppelt in de betekenis ‘twee keer’, maar in deze combinatie beschrijft het de dubbele boeking, niet een afzonderlijke handeling. Voorbeeld: Der Termin ist doppelt eingetragen. — De afspraak staat er dubbel in. gebucht betekent hier geboekt. Het is het voltooid deelwoord van buchen (‘boeken’). In ist ... gebucht vormt het samen met ist een toestand: iets staat geboekt. Met doppelt krijg je de vaste, goed herbruikbare combinatie doppelt gebucht — dubbel geboekt. Voorbeeld: Das Hotelzimmer ist schon gebucht. — De hotelkamer is al geboekt. De hele zin bouwt op als Der Besprechungsraum + ist + im gemeinsamen Bürokalender + doppelt gebucht: de vergaderruimte is in de gedeelde kantooragenda dubbel geboekt. ist ... gebucht beschrijft de geregistreerde toestand, terwijl im gemeinsamen Bürokalender aangeeft waar die boeking zichtbaar is.

  2. Wer braucht den Raum dringender?

    Wie heeft de ruimte dringender nodig?

    Wer
    wie
    braucht
    heeft nodig
    Raum
    ruimte
    dringender
    dringender
    Uitgebreide uitleg

    Wer betekent hier “wie” en vraagt naar de persoon die als handelende partij wordt gezocht. Het is een vraagwoord voor personen. Vergelijk wer met was: wer vraagt naar een persoon, was naar een zaak of informatie. braucht is de vorm van brauchen in de tegenwoordige tijd. In deze vraag staat het bij wer, en daarom staat het werkwoord in de derde persoon enkelvoud: wer braucht. brauchen krijgt hier een lijdend voorwerp in de accusatief; dat zie je aan het omringende den in den Raum. Voorbeeld: Wer braucht den Schlüssel? — “Wie heeft de sleutel nodig?” Raum betekent hier “ruimte” of, door de context, de bedoelde vergaderruimte. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Raum. Na brauchen staat het als lijdend voorwerp in de accusatief, dus den Raum; de vorm van het zelfstandig naamwoord zelf blijft Raum. Voorbeeld: Wir brauchen einen größeren Raum. — “We hebben een grotere ruimte nodig.” dringender is de vergrotende vorm van dringend en betekent hier “dringender” of “meer dringend”. Het beschrijft hoe dringend iemand de ruimte nodig heeft en maakt een vergelijking tussen mogelijke behoeften. De keten is dringend — dringender — am dringendsten. Voorbeeld: Sie braucht die Hilfe dringender. — “Zij heeft de hulp dringender nodig.” Samen vormen de woorden de vraag Wer braucht den Raum dringender?: “Wie heeft de ruimte dringender nodig?” Wer vraagt naar de persoon, braucht den Raum geeft aan dat die persoon de ruimte nodig heeft, en dringender vergelijkt de mate van urgentie van die behoefte.

  3. Ich habe einen privaten Anruf mit einem Kunden.

    Ik heb een privégesprek met een klant.

    habe
    heb
    privaten
    privé
    Anruf
    telefoongesprek
    Kunden
    klant
    Uitgebreide uitleg

    habe is de eerste persoon enkelvoud van haben in de tegenwoordige tijd: ich habe = “ik heb”. De vorm hoort bij het onderwerp ich; bij andere personen verandert het werkwoord, bijvoorbeeld du hast en er/sie hat. Voorbeeld: Ich habe Zeit. — “Ik heb tijd.” privaten betekent hier “privé” en beschrijft Anruf. De basisvorm is privat; de uitgang -en staat hier omdat het bijvoeglijk naamwoord na het onbepaalde lidwoord einen bij een mannelijk zelfstandig naamwoord in de accusatief staat. Vergelijk: ein privater Anruf — “een privételefoongesprek” (onderwerp), maar Ich habe einen privaten Anruf — “Ik heb een privételefoongesprek” (lijdend voorwerp). Anruf is een telefoongesprek of telefoontje; het woord wordt gevormd met anrufen (“opbellen”), maar Anruf is hier het zelfstandig naamwoord. Het meervoud is Anrufe. Voorbeeld: Ich bekomme einen Anruf. — “Ik krijg een telefoontje.” Kunden betekent hier “klant”. De basisvorm is Kunde. In mit einem Kunden staat het woord in de datief enkelvoud na het voorzetsel mit; mannelijke zelfstandige naamwoorden van dit type krijgen daar vaak de uitgang -n of -en. Vergelijk: ein Kunde — “een klant” als onderwerp, maar mit einem Kunden — “met een klant”. Samen vormen de delen: Ich habe (“ik heb”) + einen privaten Anruf (“een privételefoongesprek”) + mit einem Kunden (“met een klant”). De hele zin betekent dus: “Ik heb een privégesprek met een klant.” De combinatie mit + datief is een bruikbaar patroon voor “met iemand/iets”.

  4. Aber jemand anderes hat den Raum gebucht, um allein zu arbeiten.

    Maar iemand anders heeft de ruimte geboekt om alleen te werken.

    Aber
    maar
    jemand anderes
    iemand anders
    Raum
    ruimte
    gebucht
    geboekt
    allein
    alleen
    arbeiten
    werken
    Uitgebreide uitleg

    Aber betekent hier “maar” en zet deze mededeling tegenover wat eerder is gezegd. Het is een voegwoord; het verandert niet de woordvolgorde van de hoofdzin. Voorbeeld: Ich komme, aber ich bleibe nicht lange. — “Ik kom, maar ik blijf niet lang.” jemand anderes betekent “iemand anders”. jemand is een onbepaald voornaamwoord voor een persoon. anderes specificeert dat het om een andere persoon gaat; in deze combinatie staat het als bijvoeglijk gebruikt, zelfstandig gemaakte vorm. De vorm anderes is hier niet de vorm van het zelfstandig naamwoord Raum, maar hoort bij jemand. Voorbeeld: Jemand anderes macht das. — “Iemand anders doet dat.” Raum betekent hier “ruimte” of “kamer”. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Raum. In den Raum staat het in de accusatief, omdat het de ruimte is die geboekt wordt. De bepaalde vorm verandert dus van der naar den; het zelfstandig naamwoord zelf blijft Raum. Voorbeeld: Ich betrete den Raum. — “Ik ga de ruimte binnen.” gebucht is het voltooid deelwoord van buchen (“boeken”). In de vaste zin vormt het samen met hat de voltooide tijd: hat ... gebucht — “heeft geboekt”. Het deelwoord blijft in deze constructie gebucht; het vervoegde werkwoord hat draagt de persoon en tijd. Voorbeeld: Sie hat ein Hotel gebucht. — “Zij heeft een hotel geboekt.” allein betekent hier “alleen”, in de betekenis dat de persoon zelfstandig werkt en niet samen met anderen. Het is een bijwoord en verandert daarom niet mee met de persoon of het zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Er arbeitet allein. — “Hij werkt alleen.” arbeiten betekent “werken”. Dit is de infinitief. Na um ... zu staat de infinitief aan het einde: um allein zu arbeiten betekent “om alleen te werken” en geeft het doel van het boeken aan. Het onderwerp van deze infinitief is hier dezelfde persoon als de persoon die volgens de zin de ruimte heeft geboekt; dat volgt uit de constructie, niet uit een aparte herhaling van het onderwerp. Voorbeeld: Ich gehe ins Büro, um zu arbeiten. — “Ik ga naar kantoor om te werken.” Samen bestaat de zin uit Aber (“maar”), daarna de handelende persoon jemand anderes, de voltooide handeling hat den Raum gebucht, en het doel um allein zu arbeiten. De volledige betekenis is: “Maar iemand anders heeft de ruimte geboekt om alleen te werken.”

  5. Dann frag, ob du den Raum kurz benutzen darfst.

    Vraag dan of je de ruimte even mag gebruiken.

    Dann
    dan
    frag
    vraag
    ob
    of (in een indirecte ja-neevraag)
    du
    je/jij
    Raum
    ruimte
    kurz
    even; kort
    benutzen
    gebruiken
    darfst
    mag
    Uitgebreide uitleg

    Dann betekent hier “dan” en verwijst naar de volgende stap in de situatie. Het kan ook naar een later moment verwijzen; hier gaat het om de volgorde van handelen. frag is de gebiedende wijs van fragen voor één persoon die met du wordt aangesproken. De stamklinker verandert hier niet: du fragst, maar als bevel frag. Voorbeeld: Frag ihn! — “Vraag het hem!” ob leidt een indirecte ja-neevraag in. Het betekent hier “of”, niet een keuze tussen twee genoemde opties. In zo’n bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan: ob du ... darfst. du is de informele tweede-persoonsvorm voor één aangesproken persoon. Het is het onderwerp van zowel frag als darfst: de aangesprokene moet vragen en krijgt in de bedoelde vraag toestemming om de ruimte te gebruiken. den Raum betekent “de ruimte”. Raum is een mannelijk zelfstandig naamwoord; na benutzen staat het lijdend voorwerp, daarom verschijnt het lidwoord als den in plaats van der. Voorbeeld: Ich betrete den Raum. — “Ik ga de ruimte binnen.” kurz betekent hier “even”, dus voor een korte tijd, en niet noodzakelijk letterlijk “kort” als afmeting. Het staat bij het gebruik van de ruimte: den Raum kurz benutzen = “de ruimte even gebruiken”. benutzen betekent “gebruiken”. Het is hier de infinitief en staat na darfst; bij een modaal werkwoord blijft de andere werkwoordsvorm in de infinitief: Du darfst den Raum benutzen. — “Je mag de ruimte gebruiken.” darfst is de vorm van dürfen bij du: du darfst. dürfen drukt toestemming uit, dus niet alleen mogelijkheid. In de bijzin staat deze vervoegde vorm achteraan: ob du den Raum kurz benutzen darfst. Samen vormt Dann frag een aansporing: “Vraag dan”. Daarna volgt de indirecte vraag ob du den Raum kurz benutzen darfst: of je de ruimte even mag gebruiken. De volledige zin betekent daarom: “Vraag dan of je de ruimte even mag gebruiken.”

  6. Ich möchte nicht so klingen, als wäre meine Aufgabe wichtiger.

    Ik wil niet klinken alsof mijn taak belangrijker is.

    Ich möchte
    ik wil
    nicht so klingen
    niet zo klinken
    als wäre
    alsof ... is
    Aufgabe
    taak
    wichtiger
    belangrijker
    Uitgebreide uitleg

    Ich möchte: möchte is the first-person singular form used to express a wish or intention politely; its base form is mögen. With an infinitive, the pattern is Ich möchte + infinitief: Ich möchte gehen. — Ik wil gaan. The infinitive klingen comes at the end of the main clause here. In this sentence, möchte does not mean that the speaker likes something; it expresses “would like to”. nicht so klingen: klingen means “klinken” or “overkomen”. so klingen means “zo klinken”, and nicht negates that manner: the speaker does not want to come across in that way. The reusable pattern is nicht so klingen, als ... — niet zo klinken alsof ... . Example: Das soll nicht so klingen, als ob ich mich beschwere. — Dat moet niet klinken alsof ik klaag. als wäre: This introduces a comparison about how something might come across: als wäre ... means “alsof ... is”. wäre is the first- and third-person singular Konjunktiv II of sein, whose base form is sein. German uses this form here for a hypothetical or interpreted situation, not for a confirmed fact. A related pattern is als ob ... wäre: Es klingt, als ob er müde wäre. — Het klinkt alsof hij moe is. meine Aufgabe: Aufgabe is a feminine noun meaning “taak” in this context. meine is the possessive determiner agreeing with this singular feminine noun in the nominative: meine Aufgabe. The form Aufgabe can also mean “opdracht” in another context; here the fixed translation supports “taak”. Example: Meine Aufgabe ist klar. — Mijn taak is duidelijk. wichtiger: wichtiger is the comparative of the adjective wichtig (“belangrijk”): wichtig → wichtiger → am wichtigsten. It says that the task is presented as more important than a comparison point, although that comparison point is not stated in this sentence. The comparative ending belongs to wichtig, not to the noun Aufgabe. Example: Diese Frage ist wichtiger. — Deze vraag is belangrijker. Together, Ich möchte nicht so klingen means “Ik wil niet zo klinken”. The following als wäre clause describes the impression the speaker wants to avoid: meine Aufgabe wichtiger presents the speaker’s task as more important. Thus the complete utterance means: “Ik wil niet klinken alsof mijn taak belangrijker is.”

  7. Biete einen Kompromiss an, zum Beispiel den Raum für den Anruf zu nutzen und direkt danach zu gehen.

    Bied een compromis aan, bijvoorbeeld door de ruimte voor het gesprek te gebruiken en meteen daarna weg te gaan.

    Biete … an
    bied aan
    Kompromiss
    compromis
    zum Beispiel
    bijvoorbeeld
    Raum
    ruimte of kamer
    Anruf
    telefoontje of oproep
    nutzen
    gebruiken
    direkt danach
    meteen daarna
    gehen
    gaan
    Uitgebreide uitleg

    Biete … an is de gebiedende wijs van het scheidbare werkwoord anbieten voor één aangesproken persoon. In deze zin staat Biete vooraan en an aan het einde van de werkwoordgroep. De betekenis hier is: een voorstel doen. Voorbeeld: Biete eine Lösung an. — Bied een oplossing aan. Kompromiss betekent hier een compromis. Het meervoud is Kompromisse. zum Beispiel betekent bijvoorbeeld en introduceert hier een concrete invulling van het compromis. Voorbeeld: Wir können zum Beispiel morgen kommen. — We kunnen bijvoorbeeld morgen komen. Raum betekent hier een ruimte of kamer. Het meervoud is Räume. In den Raum staat het zelfstandig naamwoord in de accusatief, omdat het de ruimte is die gebruikt wordt. Anruf betekent hier een telefoontje of telefonische oproep. Het meervoud is Anrufe. In für den Anruf geeft für aan waarvoor de ruimte bedoeld is: voor die oproep. nutzen betekent gebruiken. In zu nutzen staat het als infinitief met zu. De woordgroep den Raum für den Anruf zu nutzen betekent dus de ruimte voor het telefoontje gebruiken. Voorbeeld: Ich nutze den Tisch. — Ik gebruik de tafel. direkt danach betekent meteen daarna. Danach verwijst naar een eerder genoemde handeling; direkt benadrukt dat er weinig tijd tussen de handelingen zit. Voorbeeld: Wir essen und gehen direkt danach. — We eten en gaan meteen daarna weg. gehen betekent gaan. Hier staat het in de infinitief met zu: zu gehen. In combinatie met weg ontstaat weggehen, weggaan; in de vaste zin staat weg niet afzonderlijk, maar de Nederlandse vertaling maakt het vertrek wel expliciet. De woordgroep den Raum für den Anruf zu nutzen und direkt danach zu gehen noemt twee voorgestelde handelingen: de ruimte voor het telefoontje gebruiken en meteen daarna vertrekken. Er staat hier geen um; zu nutzen en zu gehen zijn samen verbonden infinitieven die uitleggen waaruit het voorbeeld van het compromis bestaat. Samen betekent de zin: Biete einen Kompromiss an — bied een compromis aan; zum Beispiel — bijvoorbeeld; den Raum für den Anruf zu nutzen — de ruimte voor het telefoontje gebruiken; en direkt danach zu gehen — meteen daarna weggaan. De volledige betekenis is: Bied een compromis aan, bijvoorbeeld door de ruimte voor het gesprek te gebruiken en meteen daarna weg te gaan.

  8. Das fühlt sich fair an. Ich kann der Person auch helfen, einen anderen Arbeitsplatz zu finden.

    Dat voelt eerlijk. Ik kan die persoon ook helpen een andere werkplek te vinden.

    fühlt … sich … an
    voelt aan
    fair
    eerlijk
    Ich kann
    ik kan
    Person
    persoon
    helfen
    helpen
    anderen
    andere
    Arbeitsplatz
    werkplek
    finden
    vinden
    Uitgebreide uitleg

    fühlt sich ... an is de wederkerende, scheidbare combinatie sich anfühlen: iets wordt als een bepaalde kwaliteit ervaren. In de hoofdzin staat het deel an aan het einde: Das fühlt sich gut an. = Dat voelt goed aan. Het werkwoord is hier vervoegd in de derde persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd; fühlen is de basisvorm. sich hoort bij dit gebruik en verwijst hier niet naar een afzonderlijk genoemde persoon. fair betekent hier dat iets eerlijk of redelijk aanvoelt. Het is een onveranderlijk bijvoeglijk naamwoord in deze positie: Das fühlt sich fair an. = Dat voelt eerlijk aan. Voor een andere beoordeling kun je bijvoorbeeld zeggen: Das fühlt sich unfair an. = Dat voelt oneerlijk aan. Ich kann combineert het onderwerp ich met de eerste persoon enkelvoud van het modale werkwoord können. können betekent ‘kunnen’ en kann betekent hier dat de spreker in staat of bereid is iets te doen. Na een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief, meestal zonder zu: Ich kann helfen. = Ik kan helpen. De vorm kann hoort bij ich; bij sie is het bijvoorbeeld sie kann. Person is een zelfstandig naamwoord voor een persoon. In de zin staat het binnen der Person: dat is de datief enkelvoud van het vrouwelijke woord die Person, omdat die persoon de ontvanger van de hulp is. Het zelfstandig naamwoord zelf verandert niet in deze vorm; het lidwoord draagt hier de datiefmarkering. Ich helfe der Person. = Ik help de persoon. helfen betekent ‘helpen’. Dit werkwoord neemt voor de geholpen persoon de datief: jemandem helfen, dus der Person helfen. Het kan ook gevolgd worden door een doelhandeling met zu plus infinitief: Ich helfe ihr, einen Platz zu finden. = Ik help haar een plaats te vinden. In het vaste voorbeeld wordt helfen door kann als infinitief gebruikt. anderen betekent hier ‘andere’ en staat vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord in de accusatief enkelvoud: einen anderen Arbeitsplatz. De basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord is ander; de uitgang -en past hier bij de combinatie met einen en de accusatief. Vergelijk: ein anderer Arbeitsplatz = een andere werkplek als onderwerp, maar einen anderen Arbeitsplatz = een andere werkplek als lijdend voorwerp. Arbeitsplatz betekent ‘werkplek’ of ‘arbeidsplaats’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Arbeitsplatz; in einen anderen Arbeitsplatz staat het in de accusatief enkelvoud, omdat het de plaats is die men wil vinden. Het meervoud is Arbeitsplätze: Sie suchen Arbeitsplätze. = Zij zoeken werkplekken. finden betekent ‘vinden’. Dit is hier de infinitief na zu: zu finden. Samen met einen anderen Arbeitsplatz vormt het de handeling waarvan de persoon hulp krijgt: een andere werkplek vinden. Het is niet hetzelfde als suchen (‘zoeken’): finden beschrijft het vinden van de werkplek, terwijl suchen het zoeken ernaar beschrijft. De delen worden als volgt verbonden: Das fühlt sich fair an beoordeelt iets als eerlijk aanvoelend. Daarna zegt Ich kann der Person auch helfen dat de spreker die persoon bovendien kan helpen. einen anderen Arbeitsplatz zu finden specificeert waarmee die hulp verband houdt. auch betekent ‘ook’ en verbindt deze hulp met wat eerder als mogelijke oplossing is genoemd. Het geheel betekent daarom: ‘Dat voelt eerlijk aan. Ik kan die persoon ook helpen een andere werkplek te vinden.’

  9. Damit zeigst du, dass du auch die Buchung der anderen Person respektierst.

    Daarmee laat je zien dat je de reservering van die andere persoon ook respecteert.

    Damit
    daarmee
    zeigst du
    laat je zien
    dass
    dat
    auch
    ook
    Buchung
    reservering
    anderen
    andere
    Person
    persoon
    respektierst
    respecteert
    Uitgebreide uitleg

    Damit betekent hier “daarmee” en verwijst naar een middel of handeling die al in de situatie aanwezig is. Het is hier geen voegwoord met de betekenis “zodat”. Voorbeeld: Damit öffnest du die Tür. — “Daarmee open je de deur.” zeigst du komt van zeigen (“tonen, laten zien”). zeigst is de tegenwoordige tijd voor du; du is het onderwerp. De combinatie du zeigst betekent letterlijk “jij toont”, maar wordt vaak natuurlijk vertaald als “je laat zien”. Voorbeeld: Du zeigst Verständnis. — “Je toont begrip.” dass leidt een bijzin in. In een Duitse dass-bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans aan het einde. Het patroon is hier: zeigen, dass ... — “laten zien dat ...”. Het tweede du is opnieuw het onderwerp van de bijzin. Het verwijst in deze zin naar dezelfde aangesprokene als het eerste du. In de bijzin staat respektierst aan het einde, zoals de woordvolgorde van de dass-bijzin vereist. auch betekent hier “ook”. Het hoort inhoudelijk bij het respecteren van de boeking: naast iets anders wordt ook deze boeking gerespecteerd. Voorbeeld: Sie besucht auch den Kurs. — “Zij bezoekt ook de cursus.” Buchung is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent hier “boeking” of “reservering”. Het meervoud is Buchungen. Het lidwoord in de vaste zin is die, omdat die Buchung het lijdend voorwerp van respektierst is. Voorbeeld: Die Buchung ist bestätigt. — “De reservering is bevestigd.” anderen komt van het bijvoeglijk naamwoord ander (“anders, ander”). In der anderen Person staat het in een verbogen vorm. De hele groep is hier genitief: der anderen Person betekent “van de andere persoon”. anderen krijgt die uitgang door de combinatie van zijn positie in de naamwoordgroep en het vrouwelijke enkelvoudige genitief; het is niet de vorm van het zelfstandig naamwoord Person. Person betekent “persoon”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Person. In deze zin staat het in de genitiefgroep der anderen Person, die aangeeft van wie de boeking is. Voorbeeld: Das ist die Tasche der Person. — “Dat is de tas van de persoon.” respektierst komt van respektieren (“respecteren”). Dit is de vorm voor du in de tegenwoordige tijd; het onderwerp du bepaalt de uitgang, niet Buchung. Voorbeeld: Du respektierst meine Entscheidung. — “Je respecteert mijn beslissing.” Samen is de structuur: Damit zeigst du, dass ... — “Daarmee laat je zien dat ...”. De dass-bijzin vult aan wát je daarmee laat zien: du ... die Buchung der anderen Person respektierst — “je de reservering van de andere persoon respecteert”. De volledige betekenis is: “Daarmee laat je zien dat je de reservering van die andere persoon ook respecteert.”

  10. Ich kann der Person jetzt eine Nachricht schreiben und die Situation erklären.

    Ik kan die persoon nu een bericht sturen en de situatie uitleggen.

    Ich kann
    ik kan
    Person
    persoon
    jetzt
    nu
    Nachricht
    bericht
    schreiben
    schrijven
    Situation
    situatie
    erklären
    uitleggen
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann betekent hier dat de spreker iets kan doen. kann is de vorm van können bij ich. In een Duitse hoofdzin staat het vervoegde werkwoord op de tweede zinsplaats; de infinitieven komen bij een modaal werkwoord achteraan in hun deel van de zin. Herbruikbaar patroon: Ich kann + ... + infinitief. Voorbeeld: Ich kann heute kommen. — Ik kan vandaag komen. Person betekent hier ‘persoon’. In der Person staat het woord in de datief, omdat deze persoon de ontvanger is van de boodschap: aan die persoon. Het lidwoord verandert daarbij van die Person naar der Person; het zelfstandig naamwoord zelf blijft Person. Voorbeeld: Ich helfe der Person. — Ik help de persoon. jetzt betekent ‘nu’ en plaatst de handeling in het huidige moment. Het is een bijwoord en verandert niet van vorm. Voorbeeld: Ich kann jetzt anfangen. — Ik kan nu beginnen. Nachricht betekent ‘bericht’. In eine Nachricht is het bericht het lijdend voorwerp van schreiben; daarom staat de woordgroep in de accusatief. Bij het vrouwelijke enkelvoud ziet eine er in de nominatief en accusatief hetzelfde uit. Het onbepaalde lidwoord drukt hier niet zelfstandig een aantal uit, maar markeert een niet nader bepaald bericht. Voorbeeld: Ich lese eine Nachricht. — Ik lees een bericht. schreiben betekent hier ‘schrijven’. Na kann blijft het de infinitief. In de vaste vertaling wordt dit in deze context weergegeven als een bericht sturen, maar de Duitse vorm zelf is schreiben, niet een aparte vorm van senden. schreiben staat aan het einde van het eerste deel vóór und. Voorbeeld: Ich kann einen Brief schreiben. — Ik kan een brief schrijven. Situation betekent ‘situatie’. In die Situation is het een bepaald lijdend voorwerp: de situatie is als herkenbaar voorgesteld. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk; daarom blijft het lidwoord in de accusatief enkelvoud die. Voorbeeld: Wir besprechen die Situation. — We bespreken de situatie. erklären betekent ‘uitleggen’. Ook dit is een infinitief onder de modaliteit van kann; het staat aan het einde van het tweede deel en daarmee aan het einde van de hele zin. Voorbeeld: Sie kann das Problem erklären. — Zij kan het probleem uitleggen. De zin verbindt dus twee handelingen met één kann: Ich kann ... schreiben und ... erklären. De spreker kan nu aan de persoon een bericht schrijven, in de vaste vertaling: een bericht sturen, en de situatie uitleggen. der Person benoemt de ontvanger, eine Nachricht het bericht en die Situation wat wordt uitgelegd.

  11. Halte die Nachricht kurz und schlag diesen Kompromiss vor.

    Houd het bericht kort en stel dat compromis voor.

    Halte
    houd
    Nachricht
    bericht
    kurz
    kort
    schlag … vor
    stel voor
    diesen
    dat
    Kompromiss
    compromis
    Uitgebreide uitleg

    Halte is de gebiedende wijs van halten voor du. In deze constructie betekent halten samen met een voorwerp en een bijvoeglijk naamwoord: iets in een bepaalde toestand houden. Halte die Nachricht kurz betekent dus dat het bericht kort moet blijven. Voorbeeld: Halte die Tür offen. — Houd de deur open. Nachricht betekent hier ‘bericht’. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Nachricht; in het meervoud is het die Nachrichten. Omdat het bericht het lijdend voorwerp is, staat het hier in de accusatief; bij dit vrouwelijke woord ziet het lidwoord er in deze vorm nog steeds uit als die. kurz betekent hier ‘kort’. Het beschrijft de toestand waarin de Nachricht moet blijven. Het is hier geen verbogen vorm: na halten staat het als een predicatieve beschrijving. De vergelijkingsvormen zijn kurz, kürzer, am kürzesten — kort, korter, het kortst. schlag ... vor komt van het scheidbare werkwoord vorschlagen, ‘voorstellen’. schlag is de gebiedende wijs voor du; het prefix vor staat in deze hoofdzin aan het einde. Het voorwerp staat tussen beide delen: Schlag diesen Kompromiss vor. Voorbeeld: Schlag eine Lösung vor. — Stel een oplossing voor. diesen is de mannelijke accusatiefvorm van het aanwijzende woord in de reeks dieser (mannelijk nominatief), diese (onder andere vrouwelijk nominatief en meervoud), dieses (onzijdig) en diesen (mannelijk accusatief). Hier bepaalt het samen met Kompromiss welk voorstel bedoeld wordt; de vorm diesen wordt gekozen omdat Kompromiss mannelijk is en het lijdend voorwerp van vorschlagen vormt. Kompromiss betekent ‘compromis’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Kompromiss; het meervoud is die Kompromisse. In diesen Kompromiss staat het in de accusatief als datgene wat voorgesteld moet worden. Samen geeft Halte die Nachricht kurz de opdracht om het bericht kort te houden. Daarna geeft schlag diesen Kompromiss vor de opdracht om dit compromis voor te stellen. De volledige betekenis is: ‘Houd het bericht kort en stel dat compromis voor.’

Grammatica

vorschlagen → Schlag ... vor

Schlag einen Kompromiss vor.

Sjlaag ajnən kompromis foa.

Stel een compromis voor.

Bij een scheidbaar werkwoord staat het voorvoegsel in de hoofdzin achteraan: Schlag ... vor.

zu + Infinitiv

Es ist fair, direkt danach zu gehen.

Es ist feer, direkt darnaach tsoe ge-en.

Het is eerlijk om direct daarna te gaan.

Na een constructie zoals „Es ist fair“ staat het tweede werkwoord als zu + infinitief.

Duits woordenschat

allein bijwoord
alajn alleen
Anruf zelfstandig naamwoord
anroef telefoontje
Besprechungsraum zelfstandig naamwoord
besjpreekhoengsraum vergaderruimte
brauchen werkwoord
braauchen nodig hebben braucht
buchen werkwoord
boechen boeken gebucht
Bürokalender zelfstandig naamwoord
buuroo-kalenda kantooragenda
doppelt gebucht uitdrukking
doppəlt geboecht dubbel geboekt
dringend bijwoord
dringənt dringend dringender
fragen werkwoord
fraagen vragen frag
jemand voornaamwoord
jeemand iemand
Kunde zelfstandig naamwoord
koendə klant Kunden
privat bijvoeglijk naamwoord
prievaat privé privaten

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wie heeft de ruimte dringender nodig?

Antwoord tonenWer braucht den Raum dringender?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

boeken

Antwoord tonengebucht

dringend

Antwoord tonendringender

telefoontje

Antwoord tonenAnruf

nodig hebben

Antwoord tonenbraucht