De gedeelde wasruimte eerlijk gebruiken | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a shared laundry room, two adults discuss waiting for a machine, moving abandoned laundry fairly, and tracking cycle times..

NL → DE / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met De gedeelde wasruimte eerlijk gebruiken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Alle Waschmaschinen sind wieder voll.

Alle vasjmasjienuh zint vieduh fol. Alle wasmachines zijn weer vol.
B

Schau in den Zeitplan und sieh nach, wann die nächste Wäsche fertig ist.

Sjau in deen tsaitplaan oent zie naach, van die nechstuh vesje fertiesj ist. Bekijk het schema en kijk wanneer de volgende was klaar is.
A

Eine sollte bald fertig sein, aber die Person, die sie gestartet hat, ist nicht da.

Ainuh zoltuh balt fertiesj zain, aabuh die perzoon, die zie gestartut hat, ist niecht da. Eentje zou binnenkort klaar moeten zijn, maar de persoon die hem heeft aangezet is er niet.
B

Gib der Person ein paar Minuten, bevor du deren Wäsche umräumst.

Gip der perzoon ain paar minoetun, bevoor doe deerun vesje omroimst. Geef die persoon een paar minuten voordat je hun was verplaatst.
A

Wie lange sollte ich fairerweise warten, bevor ich die Wäsche umräume?

Vie languh zoltuh iesj fai-uh-rai-zuh vartun, bevoor iesj die vesje omroimuh. Hoe lang is het redelijk om te wachten voordat ik de was verplaats?
B

Eine kurze zusätzliche Wartezeit reicht, wenn andere Leute warten.

Ainuh koertsuh tsoe-zetsliesjuh vartuh-tsait raitsjt, ven anduruh loituh vartun. Een korte extra wachttijd is genoeg als andere mensen wachten.
A

Ich stelle eine Erinnerung ein, damit ich zurückkom, sobald meine Wäsche fertig ist.

Iesj sjteluh ainuh erinnoeroeng ain, damit iesj tsoeroekkomuh, zobalt maine vesje fertiesj ist. Ik stel een herinnering in, zodat ik terugkom zodra mijn was klaar is.
B

Das macht es leichter, dasselbe von allen anderen zu verlangen.

Das macht es laitsj-tuh, dasselbuh fon allun anduruh tsoe ferlangun. Daardoor is het makkelijker om hetzelfde van alle anderen te vragen.
A

Ich kann mich nicht über liegen gelassene Wäsche beschweren, wenn ich meine dort auch liegen lasse.

Iesj kan miesj niesjt uuber lieguhn gelassunuh vesje besjveerun, ven iesj maine dort auch lieguhn lassuh. Ik kan niet klagen over achtergelaten was als ik die van mij daar ook laat liggen.
B

In der gemeinsamen Waschküche läuft alles reibungsloser, wenn die Leute die Laufzeiten der Waschprogramme im Blick behalten.

In der guh-mainsaamun vasjkuusjuh loift alles raiboengsloozuh, ven die loituh die laoftsaitun der vasjprogrammuh im blik be haltun. In de gedeelde wasruimte verloopt alles soepeler als mensen de tijden van de wasprogramma's in de gaten houden.

Uitleg van de zinnen

  1. Alle Waschmaschinen sind wieder voll.

    Alle wasmachines zijn weer vol.

    Alle
    alle
    Waschmaschinen
    wasmachines
    sind
    zijn
    wieder
    weer
    voll
    vol
    Uitgebreide uitleg

    Alle betekent hier “allemaal” en staat bij een meervoudige groep. Het verwijst dus naar de volledige groep wasmachines, niet naar één exemplaar. Een bruikbaar patroon is alle + meervoudig zelfstandig naamwoord: Alle Fenster sind offen. — “Alle ramen staan open.” Waschmaschinen betekent “wasmachines”. Dit is het meervoud van Waschmaschine; het enkelvoud is dus eine Waschmaschine. Het meervoud voegt een -n toe: Waschmaschine → Waschmaschinen, waardoor de vorm op -en eindigt. Het woord is een samengesteld zelfstandig naamwoord: Waschmaschine. sind is de vorm van sein (“zijn”) voor de derde persoon meervoud in de tegenwoordige tijd: sie sind — “zij zijn”. In deze zin hoort sind bij Alle Waschmaschinen, dat grammaticaal meervoud is. Voor één onderwerp is de vorm anders: Die Waschmaschine ist voll. — “De wasmachine is vol.” wieder betekent “weer” of “opnieuw”. Hier geeft het aan dat de toestand van vol zijn opnieuw geldt. Het verandert niet mee met het onderwerp of met de tijd. voll betekent “vol”. Het staat na sein als een beschrijving van de toestand van het onderwerp. In deze positie krijgt het geen uitgang: Die Maschinen sind voll. — “De machines zijn vol.” Dat verschilt van een vorm vóór een zelfstandig naamwoord, waar Duitse bijvoeglijke naamwoorden vaak wel een uitgang krijgen, bijvoorbeeld volle Maschinen — “volle machines”. Samen is Alle Waschmaschinen sind wieder voll.: “Alle wasmachines zijn weer vol.” De structuur is alle + meervoudig onderwerp + sein-vorm + wieder + toestand: de volledige groep wasmachines bevindt zich opnieuw in de toestand “vol”.

  2. Schau in den Zeitplan und sieh nach, wann die nächste Wäsche fertig ist.

    Bekijk het schema en kijk wanneer de volgende was klaar is.

    Schau
    kijk
    Zeitplan
    schema
    sieh nach
    kijk na; controleer
    wann
    wanneer
    nächste
    volgende
    Wäsche
    was
    fertig
    klaar
    Uitgebreide uitleg

    Schau is hier de gebiedende wijs van schauen (‘kijken’), gericht aan één persoon. De vorm voor meerdere personen of een beleefde aanspreking kan anders zijn; leer daarom de vorm samen met de aangesproken persoon. Voorbeeld: Schau dort! — ‘Kijk daar!’ Zeitplan betekent hier ‘schema’ of ‘planning’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Zeitplan. In in den Zeitplan staat het met den, omdat in hier een richting naar of gerichtheid op het schema uitdrukt; bij een vaste plaats kan bijvoorbeeld im Zeitplan (‘in het schema’) staan. sieh ... nach hoort bij het scheidbare werkwoord nachsehen: iets controleren of nagaan. In deze zin staat de gebiedende wijs als sieh nach; het voorvoegsel nach staat dus achteraan in dit werkwoordelijke deel. Voorbeeld: Sieh im Kalender nach. — ‘Kijk het in de kalender na.’ Dit is een andere constructie dan alleen sehen (‘zien/kijken’): Sieh das Bild an gebruikt bijvoorbeeld het scheidbare werkwoord ansehen (‘bekijken’). wann introduceert een indirecte vraag naar een tijdstip: ‘wanneer’. In de bijzin wann die nächste Wäsche fertig ist staat het vervoegde werkwoord ist aan het einde, zoals typisch is voor een Duitse bijzin. Voorbeeld: Ich weiß nicht, wann er kommt. — ‘Ik weet niet wanneer hij komt.’ nächste is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord nächst (‘volgend’), hier in de betekenis ‘de eerstvolgende’. In die nächste Wäsche krijgt nächste een uitgang die past bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Wäsche, het bepaalde lidwoord die en de nominatief: die nächste Wäsche is het onderwerp van ist. Vergelijk: der nächste Zug — ‘de eerstvolgende trein’ en die nächsten Züge — ‘de eerstvolgende treinen’. De uitgang hoort bij nächste, niet bij Wäsche. Wäsche betekent hier ‘was’: kleding of ander textiel dat gewassen wordt of gewassen is. Het is vrouwelijk: die Wäsche; in deze betekenis wordt het meestal als een niet-telbaar zelfstandig naamwoord gebruikt. Het woord kan in andere contexten ook verwijzen naar het geheel van wasgoed, maar de vertaling maakt hier de betekenis ‘was’ duidelijk. fertig betekent ‘klaar’ of ‘af’. In fertig sein beschrijft het een toestand: iets is klaar. Voorbeeld: Das Essen ist fertig. — ‘Het eten is klaar.’ Het bijvoeglijk naamwoord fertig verandert hier niet door het vrouwelijke woord Wäsche, omdat het na sein als naamwoordelijk deel staat. De zin begint met twee opdrachten: Schau in den Zeitplan (‘Bekijk het schema’) en sieh nach (‘kijk het na’). Daarna specificeert de indirecte vraag wann ... ist wat gecontroleerd moet worden: die nächste Wäsche (‘de eerstvolgende was’) moet fertig (‘klaar’) zijn. Samen betekent de hele uiting: ‘Bekijk het schema en kijk wanneer de volgende was klaar is.’

  3. Eine sollte bald fertig sein, aber die Person, die sie gestartet hat, ist nicht da.

    Eentje zou binnenkort klaar moeten zijn, maar de persoon die hem heeft aangezet is er niet.

    Eine sollte
    eentje zou moeten
    bald
    binnenkort
    fertig sein
    klaar zijn
    Person
    persoon
    sie
    haar/hem, hier: de was
    gestartet hat
    heeft aangezet
    ist nicht da
    is er niet
    Uitgebreide uitleg

    Eine sollte: eine staat hier zelfstandig en betekent “eentje” of “één ervan”. In de gegeven context verwijst het naar die Wäsche uit de vorige zin; Wäsche is vrouwelijk, daarom staat hier de vrouwelijke vorm eine. Sollte is hier de Konjunktiv-II-vorm van sollen en geeft weer dat iets volgens de verwachting zou moeten gebeuren of gelden. Dezelfde vorm kan in een andere context ook de verleden tijd van sollen zijn. bald betekent “binnenkort” of “spoedig” en geeft geen exact tijdstip aan. fertig sein: fertig betekent hier “klaar” en sein is de infinitief van “zijn”. Na een modaal werkwoord blijft het andere werkwoord in het Duits als infinitief staan. Voorbeeld: Die Wäsche soll bald fertig sein. — “De was hoort binnenkort klaar te zijn.” Person betekent “persoon”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Person. Hier is het de kern van de woordgroep die met de betrekkelijke bijzin die sie gestartet hat nader wordt beschreven. die sie gestartet hat: die is hier het betrekkelijke voornaamwoord en is het onderwerp van de bijzin; het verwijst naar Person. sie is daar het lijdend voorwerp van gestartet hat en verwijst, volgens de context en de vaste vertaling, naar die Wäsche: de was die de persoon heeft aangezet. Omdat Wäsche vrouwelijk enkelvoud is, heeft het voornaamwoord hier de vorm sie. Het Nederlandse hem in de vertaling hoeft niet dezelfde grammaticale vorm of hetzelfde grammaticale geslacht te hebben als het Duitse sie. gestartet hat: gestartet is het voltooid deelwoord van starten, en hat is een vorm van haben. Samen vormen ze hier het perfectum, met de bedoelde betekenis “heeft aangezet”. In een Duitse bijzin staat het vervoegde hulpwerkwoord aan het einde: die sie gestartet hat. ist nicht da: ist is een vorm van sein, nicht ontkent en da betekent hier “aanwezig” of “er”. Samen zegt dit dat de persoon niet aanwezig is. Da kan in andere zinnen ook een plaats aanduiden, maar dat is hier niet de bedoelde betekenis. De eerste hoofdzin combineert Eine sollte met bald fertig sein: de was zou volgens de verwachting binnenkort klaar moeten zijn. Aber verbindt dit met de tegenstellende mededeling dat de persoon die de was heeft aangezet niet aanwezig is. In die sie gestartet hat is die het onderwerp en sie het object. De volledige vaste betekenis is: “Eentje zou binnenkort klaar moeten zijn, maar de persoon die hem heeft aangezet is er niet.”

  4. Gib der Person ein paar Minuten, bevor du deren Wäsche umräumst.

    Geef die persoon een paar minuten voordat je hun was verplaatst.

    Gib
    geef
    Person
    persoon
    ein paar
    een paar
    Minuten
    minuten
    deren
    van die persoon; hun
    Wäsche
    was
    umräumst
    verplaatst
    Uitgebreide uitleg

    Gib is de gebiedende wijs van geben voor du: geben → du gibst → Gib!. De klinkerwisseling in de tegenwoordige tijd verschijnt ook in deze korte imperatief. Voorbeeld: Gib mir eine Minute. = Geef me een minuut. Person betekent hier een persoon of iemand. Het staat na der: der Person is de datiefvorm van het vrouwelijke zelfstandig naamwoord die Person. De constructie jemandem etwas geben betekent dat je iets aan iemand geeft; hier is der Person dus degene die de tijd krijgt. Voorbeeld: Ich gebe der Person den Schlüssel. = Ik geef de persoon de sleutel. ein paar betekent hier een klein, niet precies vastgesteld aantal. In ein paar Minuten wordt dat aantal aan de genoemde minuten gekoppeld; het is niet hetzelfde als alleen een onbepaald lidwoord bij één zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Warte ein paar Minuten. = Wacht een paar minuten. Minuten is het meervoud van Minute. Na ein paar staat het zelfstandig naamwoord in het meervoud: eine Minute → ein paar Minuten. deren verwijst in deze zin naar de genoemde persoon en drukt bezit uit: deren Wäsche = de was van die persoon, hun was. Het is een bezittelijk gebruik van de genitiefvorm van het betrekkelijk voornaamwoord; deren zelf verandert hier niet mee met het zelfstandig naamwoord Wäsche. Het kan in andere zinnen ook naar een vrouwelijke enkelvoudige of meervoudige antecedent verwijzen, maar de vaste vertaling maakt hier de persoon de bedoelde bezitter. Voorbeeld: Die Frau sucht deren Schlüssel. = De vrouw zoekt hun sleutel. Wäsche betekent hier wasgoed of de was als verzameling kleding en textiel. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Wäsche; deze vorm is doorgaans een verzamelnaam en wordt in deze betekenis niet als gewoon meervoud gebruikt. Voorbeeld: Die Wäsche ist trocken. = De was is droog. umräumst komt van het scheidbare werkwoord umräumen, hier in de tegenwoordige tijd voor du: du räumst ... um. Het betekent hier iets verplaatsen of anders neerzetten. In de bijzin staat het werkwoord aan het einde, waardoor het zichtbare deel um aan het eind van de bijzin staat: bevor du deren Wäsche umräumst. Voorbeeld: Du räumst die Kisten um. = Je verplaatst de kisten. Samen vormt Gib der Person ein paar Minuten een bevel om die persoon enige tijd te geven. bevor leidt daarna een bijzin in: bevor du deren Wäsche umräumst = voordat je hun was verplaatst. De volledige betekenis is daarom: Geef die persoon een paar minuten voordat je hun was verplaatst.

  5. Wie lange sollte ich fairerweise warten, bevor ich die Wäsche umräume?

    Hoe lang is het redelijk om te wachten voordat ik de was verplaats?

    Wie lange
    hoe lang
    sollte ich
    zou ik moeten
    fairerweise
    redelijkerwijs
    warten
    wachten
    Wäsche
    was
    umräume
    verplaats
    Uitgebreide uitleg

    Wie lange vraagt naar een tijdsduur: “hoe lang”. Het is een vaste vraagcombinatie; bijvoorbeeld: Wie lange bleibst du? = “Hoe lang blijf je?” Sollte ich bevat sollte, de vorm van sollen die hier “zou moeten” of “hoor ik te” uitdrukt. ich is het onderwerp. In deze vraag gaat het niet om een vast bevel, maar om wat redelijk of gepast zou zijn. Bijvoorbeeld: Sollte ich jetzt gehen? = “Zou ik nu moeten gaan?” fairerweise betekent hier “redelijkerwijs” of “eerlijkheidshalve”. Het is een bijwoord: het beschrijft dat de wachttijd vanuit billijkheid wordt beoordeeld. Het is geen deel van het werkwoord warten. warten betekent “wachten”. Na een vorm van een modaal werkwoord, zoals sollte, blijft het tweede werkwoord in de infinitief: Ich sollte warten = “Ik zou moeten wachten.” Met een voorzetsel gebruik je bijvoorbeeld auf: Ich warte auf den Bus = “Ik wacht op de bus.” die Wäsche betekent hier “de was”. Wäsche is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en wordt vaak als een verzamel- of massabegrip gebruikt; het verwijst dus niet automatisch naar één kledingstuk. Een nuttig contrast is das Kleidungsstück = “het kledingstuk”, voor één afzonderlijk stuk. umräume is de ik-vorm in de tegenwoordige tijd van het scheidbare werkwoord umräumen: iets verplaatsen of opnieuw rangschikken. In de hoofdzin staat de voorvoegselvorm samen: Ich räume die Wäsche um = “Ik verplaats de was.” In de bijzin met bevor staat het werkwoord aan het einde en blijft het samengevoegd: bevor ich die Wäsche umräume. In het geheel vraagt de spreker: Wie lange sollte ich fairerweise warten, bevor ich die Wäsche umräume? De hoofdzin vraagt welke wachttijd redelijk is; bevor leidt daarna de grenssituatie in: pas vóór het moment waarop de spreker de was verplaatst. De vertaling is dus: “Hoe lang is het redelijk om te wachten voordat ik de was verplaats?”

  6. Eine kurze zusätzliche Wartezeit reicht, wenn andere Leute warten.

    Een korte extra wachttijd is genoeg als andere mensen wachten.

    kurze
    korte
    zusätzliche
    extra
    Wartezeit
    wachttijd
    reicht
    is genoeg; volstaat
    wenn
    als; wanneer
    andere
    andere
    Leute
    mensen
    warten
    wachten
    Uitgebreide uitleg

    kurze verwijst hier naar een korte duur. Het is de verbogen vorm van kurz bij Wartezeit: kurz = kort, kürzer = korter, am kürzesten = het kortst. In het Duits krijgt het bijvoeglijk naamwoord hier de uitgang -e, omdat het vóór het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Wartezeit staat met het lidwoord eine. zusätzliche betekent dat de wachttijd boven op een al bedoelde of bestaande wachttijd komt. De basisvorm is zusätzlich; ook hier krijgt het bijvoeglijk naamwoord vóór Wartezeit de uitgang -e. Wartezeit is een vrouwelijk samengesteld zelfstandig naamwoord: warten + Zeit, letterlijk een tijd waarin men wacht. Het betekent wachttijd. Het meervoud is Wartezeiten. Voorbeeld: Die Wartezeit ist lang. — De wachttijd is lang. reicht komt van reichen en is de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. In deze zin betekent het dat iets voldoende is: Eine Stunde reicht. — Eén uur is genoeg. Andere vormen zijn bijvoorbeeld ich reiche en sie reichen. Het onderwerp van reicht is hier de volledige woordgroep Eine kurze zusätzliche Wartezeit. wenn leidt hier een voorwaardelijke bijzin in met de betekenis als of wanneer. In een Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan. Het patroon is: wenn + onderwerp + overige informatie + werkwoord. andere betekent andere in de meervoudige woordgroep andere Leute. De basisvorm is ander; vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord krijgt het hier de uitgang -e. Voorbeeld: Andere Kinder warten. — Andere kinderen wachten. Leute betekent mensen. Dit woord wordt in het hedendaagse Duits gewoonlijk als meervoud gebruikt; voor één persoon gebruikt men bijvoorbeeld eine Person of ein Mensch. Voorbeeld: Viele Leute warten. — Veel mensen wachten. warten betekent wachten. Hier is het de derde persoon meervoud in de tegenwoordige tijd bij andere Leute; die vorm is gelijk aan de basisvorm: warten. Vergelijk: ich warte — ik wacht, sie warten — zij wachten. Samen betekent Eine kurze zusätzliche Wartezeit reicht dat een korte extra periode van wachten voldoende is. wenn andere Leute warten voegt de voorwaarde toe: dat geldt wanneer andere mensen wachten. De volledige betekenis is daarom: Een korte extra wachttijd is genoeg als andere mensen wachten.

  7. Ich stelle eine Erinnerung ein, damit ich zurückkom, sobald meine Wäsche fertig ist.

    Ik stel een herinnering in, zodat ik terugkom zodra mijn was klaar is.

    stelle … ein
    instellen
    Erinnerung
    herinnering
    damit
    zodat
    zurückkom
    terugkom
    sobald
    zodra
    Wäsche
    wasgoed, was
    fertig
    klaar
    ist
    is
    Uitgebreide uitleg

    stelle ... ein hoort bij het scheidbare werkwoord einstellen. Hier betekent het een herinnering instellen of plannen. stelle is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud; in een hoofdzin staat ein los. De infinitief is einstellen. Voorbeeld: Ich stelle den Wecker ein. — Ik stel de wekker in. Erinnerung betekent hier “herinnering” in de zin van een herinnering of melding die je instelt. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Erinnerung; het meervoud is die Erinnerungen. Het grammaticale geslacht zegt niets over lichamelijke eigenschappen van de herinnering. damit leidt een bijzin van doel in: “zodat” of “opdat”. In zo’n Duitse bijzin staat de persoonsvorm normaal achteraan. Het onderwerp ich wordt opnieuw genoemd, omdat de persoon die het doel uitvoert hier expliciet wordt uitgedrukt. De tekst bevat de vorm zurückkom. De standaardvorm in deze damit-bijzin is zurückkomme, maar de vaste doeltekst wordt hier niet stilzwijgend gewijzigd. Volgens de vaste vertaling is de bedoelde betekenis “ik kom terug”. Het werkwoord is zurückkommen en is scheidbaar: in een hoofdzin krijg je bijvoorbeeld Ich komme zurück. In de bijzin blijft de vervoegde vorm bij elkaar aan het einde: damit ich zurückkomme. sobald betekent “zodra” en leidt een tijdsbepalende bijzin in. Ook hier staat de persoonsvorm normaal achteraan. Wäsche betekent hier “was” of “wasgoed”. Het zelfstandig naamwoord is die Wäsche. Het wordt vaak als een massa- of verzamelbegrip gebruikt; deze vorm zegt op zichzelf dus niet hoeveel kledingstukken er zijn. Voorbeeld: Meine Wäsche ist trocken. — Mijn was is droog. fertig betekent hier “klaar” of “af”. Met sein vormt het de uitdrukking fertig sein: iets is klaar. Voorbeeld: Die Arbeit ist fertig. — Het werk is klaar. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”). Het onderwerp is meine Wäsche, dat grammaticaal enkelvoud is. Daarom staat hier ist, niet de vorm voor ich, namelijk bin. Samen zegt Ich stelle eine Erinnerung ein dat de spreker een herinnering instelt. damit ich zurückkom drukt het doel uit: de spreker zal terugkomen. sobald meine Wäsche fertig ist geeft het tijdstip aan: zodra de was klaar is. De volledige bedoelde betekenis is: “Ik stel een herinnering in, zodat ik terugkom zodra mijn was klaar is.”

  8. Das macht es leichter, dasselbe von allen anderen zu verlangen.

    Daardoor is het makkelijker om hetzelfde van alle anderen te vragen.

    Das
    dat
    macht
    maakt
    leichter
    makkelijker
    dasselbe
    hetzelfde
    von allen anderen
    van alle anderen
    zu verlangen
    te vragen
    Uitgebreide uitleg

    Das verwijst hier naar iets dat uit de context bekend is en staat als onderwerp vooraan. In deze zin wordt het in het Nederlands natuurlijk weergegeven als “daardoor” of “dat”; de precieze verwijzing wordt door de vaste vertaling niet verder benoemd. macht is de vorm van machen voor de derde persoon enkelvoud: machen → macht. In Das macht ... betekent het werkwoord hier “ervoor zorgen dat iets een bepaald effect heeft” of eenvoudig “maken”. es is hier een grammaticaal vooruitwijzend element. De inhoud die gemakkelijker wordt gemaakt, volgt als de zu-infinitief dasselbe von allen anderen zu verlangen. Vergelijk: Das macht es einfacher, den Weg zu finden. — “Dat maakt het gemakkelijker om de weg te vinden.” leichter is de vergrotende trap van leicht: leicht → leichter → am leichtesten. Het beschrijft hier dat iets minder moeite kost; leichter vergelijkt de handeling met een andere of eerdere situatie. Het zelfstandig naamwoord Leichtigkeit is niet de basisvorm van dit bijvoeglijk naamwoord. dasselbe betekent “hetzelfde” en verwijst naar dezelfde zaak, handeling of inhoud als eerder bedoeld. Het is hier zelfstandig gebruikt, dus er staat geen zelfstandig naamwoord direct achter. das gleiche kan in veel situaties ook “hetzelfde” betekenen, maar dasselbe legt sterker de nadruk op exact dezelfde zaak of inhoud. von allen anderen betekent “van alle anderen”. allen is de verbogen vorm van alle na von, dat hier de persoon of groep aangeeft van wie men iets verlangt. anderen betekent “anderen” en staat hier zelfstandig; het verwijst naar de overige personen, zonder dat hun precieze identiteit in deze zin afzonderlijk wordt genoemd. zu verlangen is de zu-infinitief van verlangen: verlangen → zu verlangen. In deze zin betekent het “vragen” of “verlangen”, namelijk hetzelfde van alle anderen vragen. Het werkwoord kan in andere contexten ook “verlangen naar” betekenen, maar die betekenis past hier niet. Samen vormt Das macht es leichter, dasselbe von allen anderen zu verlangen de structuur iets maakt het gemakkelijker om ... te doen. De betekenis is: “Daardoor is het makkelijker om hetzelfde van alle anderen te vragen.”

  9. Ich kann mich nicht über liegen gelassene Wäsche beschweren, wenn ich meine dort auch liegen lasse.

    Ik kan niet klagen over achtergelaten was als ik die van mij daar ook laat liggen.

    Ich kann
    ik kan
    mich … beschweren
    klagen
    liegen gelassene
    achtergelaten
    Wäsche
    was
    wenn
    als
    meine
    die van mij
    dort
    daar
    auch
    ook
    liegen lasse
    laat liggen
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann: können betekent hier dat de spreker iets kan of daartoe in staat is. kann is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud bij ich; het eigenlijke werkwoord staat bij een modaal werkwoord in de infinitief aan het einde van de hoofdzin. Voorbeeld: Ich kann warten. — “Ik kan wachten.” mich beschweren: sich über etwas beschweren betekent “over iets klagen”. mich is hier de wederkerende accusatiefvorm bij ich; de infinitief is beschweren. De vaste combinatie gebruikt über voor datgene waarover men klaagt. In deze zin maakt nicht de hele mogelijkheid om te klagen negatief: de spreker kan niet klagen over de was. liegen gelassene: dit is het participium in een bijvoeglijke functie van de combinatie liegen lassen: iets ergens laten liggen. In deze vorm betekent het “achtergelaten” of “blijven liggen”. De uitgang -e hoort bij het bijvoeglijk gebruikte woord in liegen gelassene Wäsche; hij wordt niet door Wäsche gedragen. Voorbeeld: liegen gelassene Bücher — “achtergelaten boeken”. Wäsche: dit zelfstandig naamwoord betekent “was”, dus kleding of ander textiel dat gewassen moet worden of is gewassen. In über liegen gelassene Wäsche is het de zaak waarover geklaagd zou kunnen worden. Voorbeeld: Die Wäsche ist trocken. — “De was is droog.” wenn: wenn leidt hier een voorwaardelijke bijzin in: “als”. Het maakt de voorwaarde expliciet waaronder de uitspraak geldt. In zo’n bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans aan het einde. Voorbeeld: Ich helfe, wenn ich Zeit habe. — “Ik help als ik tijd heb.” meine: dit is hier een zelfstandig gebruikte bezittelijke vorm met de betekenis “die van mij”. Ze verwijst in deze zin naar de was van de spreker; het weggelaten zelfstandig naamwoord is dus Wäsche. De vorm past bij het vrouwelijke enkelvoudige antecedent in de accusatieve rol, maar meine kan in andere contexten ook andere grammaticale vormen hebben. Voorbeeld: Ich nehme meine. — “Ik neem die van mij.” dort: betekent “daar” en geeft de plaats aan waar de was blijft liggen. Het is een bijwoord en verandert niet mee met een zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Die Tasche liegt dort. — “De tas ligt daar.” auch: betekent “ook” en voegt de handeling van de spreker toe aan iets dat al als vergelijkingspunt aanwezig is. Het woord zelf draagt hier geen tijd- of persoonsinflectie. liegen lasse: dit is de combinatie liegen lassen in de eerste persoon enkelvoud: “laten liggen”. lasse is de vervoegde vorm van lassen bij ich, terwijl liegen als infinitief erbij staat. Omdat deze combinatie in een wenn-bijzin staat, komt het vervoegde werkwoord aan het einde. Voorbeeld: Ich lasse das Buch dort liegen. — “Ik laat het boek daar liggen.” Samen betekent de hoofdzin Ich kann mich nicht über liegen gelassene Wäsche beschweren: de spreker kan niet klagen over was die is achtergelaten. De voorwaardelijke bijzin wenn ich meine dort auch liegen lasse voegt de redengevende voorwaarde toe: de spreker laat de eigen was daar eveneens liggen. Het geheel is dus: “Ik kan niet klagen over achtergelaten was als ik die van mij daar ook laat liggen.”

  10. In der gemeinsamen Waschküche läuft alles reibungsloser, wenn die Leute die Laufzeiten der Waschprogramme im Blick behalten.

    In de gedeelde wasruimte verloopt alles soepeler als mensen de tijden van de wasprogramma's in de gaten houden.

    gemeinsamen
    gedeelde
    Waschküche
    wasruimte
    läuft
    verloopt
    alles
    alles
    reibungsloser
    soepeler
    wenn
    als; wanneer
    Leute
    mensen
    Laufzeiten
    looptijden
    Waschprogramme
    wasprogramma’s
    im Blick behalten
    in de gaten houden
    Uitgebreide uitleg

    gemeinsamen betekent hier “gedeeld”. Het basiswoord is gemeinsam. De uitgang -en komt doordat het bijvoeglijk naamwoord bij Waschküche staat in een bepaalde datiefconstructie: in der geeft hier een plaats aan, en Waschküche is vrouwelijk. Het is dus niet alleen de enkelvoudigheid die deze vorm bepaalt. Waschküche is een vrouwelijk samengesteld zelfstandig naamwoord: Wasch verwijst naar wassen en Küche naar keuken. Hier betekent het een ruimte waar was wordt gedaan. Na in der staat het in de datief, omdat het om een plaats gaat. läuft is de derde persoon enkelvoud van laufen, met als basisvorm laufen. In deze zin betekent het niet letterlijk “loopt”, maar “verloopt”: alles is het onderwerp en läuft is daarmee enkelvoud. Belangrijke vormen zijn laufen – läuft – lief – ist gelaufen. alles is een onbepaald voornaamwoord met de brede betekenis “alles”. Het verwijst hier naar de gang van zaken in de genoemde wasruimte, zonder afzonderlijke dingen te benoemen. Het krijgt in deze zin een enkelvoudige werkwoordsvorm: alles läuft. reibungsloser is de vergrotende trap van reibungslos en betekent hier “soepeler”. Het beschrijft hoe läuft verloopt; als predicatief of bijwoordelijk gebruikt bijvoeglijk naamwoord krijgt het hier geen naamvalsuitgang. Een bruikbare reeks is reibungslos – reibungsloser – am reibungslosesten. wenn leidt hier de voorwaardelijke bijzin in: de soepelere gang van zaken geldt wanneer mensen de genoemde tijden goed in het oog houden. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Het is hier dus niet nodig om een specifiek tijdstip aan te nemen. Leute is een meervoudig zelfstandig naamwoord voor “mensen”. In de bijzin is het de handelende groep bij behalten; daarom staat het vóór het lijdend voorwerp die Laufzeiten. Het is een gebruikelijk meervoudswoord, niet een vorm die je eenvoudig door een enkelvoudige uitgang terugkrijgt. Laufzeiten is het meervoud van Laufzeit: de duur of geplande looptijd van een werking. Het is hier het lijdend voorwerp van behalten, in de woordgroep die Laufzeiten der Waschprogramme. der Waschprogramme specificeert waarvan die looptijden zijn: de looptijden van de wasprogramma’s. Waschprogramme is het meervoud van het onzijdige samengestelde zelfstandig naamwoord Waschprogramm. De meervoudsvorm eindigt op -e. In der Waschprogramme staat het in een genitief-meervoudige bepaling na Laufzeiten; de vorm van het zelfstandig naamwoord blijft daar Waschprogramme. im Blick behalten is een vaste, herbruikbare constructie met de betekenis “in de gaten houden” of “in het oog houden”. im is de verkorte vorm van in dem; behalten betekent in de basis “houden” of “behouden”. Het patroon is etwas im Blick behalten: het ding dat men in het oog houdt kan tussen het onderwerp en de constructie staan. In deze zin zijn dat die Laufzeiten der Waschprogramme. Samen vormt In der gemeinsamen Waschküche de plaatsbepaling. Alles läuft reibungsloser zegt dat de gang van zaken daar soepeler verloopt. De bijzin met wenn geeft de voorwaarde: dat gebeurt wanneer mensen de looptijden van de wasprogramma’s in de gaten houden. De volledige bedoeling is dus dat de gedeelde wasruimte dan soepeler functioneert.

Grammatica

Trennbare Verben: stelle ... ein

stelle ... ein

sjteluh ... ain

instellen

Bij scheidbare werkwoorden staat het voorvoegsel in een hoofdzin aan het einde.

zu + Infinitiv: zu verlangen

zu verlangen

tsoe ferlangun

te verlangen

Na bepaalde werkwoorden of uitdrukkingen gebruik je zu vóór het hele werkwoord.

Duits woordenschat

bald bijwoord
balt binnenkort
fairerweise bijwoord
fai-uh-rai-zuh redelijkerwijs
fertig bijvoeglijk naamwoord
fertiesj klaar
nachsehen werkwoord
naach-zeen nakijken sieh nach
Person zelfstandig naamwoord
perzoon persoon
starten werkwoord
sjtartun starten gestartet
umräumen werkwoord
omroimun verplaatsen umräumst
voll bijvoeglijk naamwoord
fol vol
Wäsche zelfstandig naamwoord
vesje was
Waschmaschine zelfstandig naamwoord
vasjmasjienuh wasmachine Waschmaschinen
wieder bijwoord
vieduh weer
Zeitplan zelfstandig naamwoord
tsaitplaan schema

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Alle wasmachines zijn weer vol.

Antwoord tonenAlle Waschmaschinen sind wieder voll.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

binnenkort

Antwoord tonenbald

schema

Antwoord tonenZeitplan

weer

Antwoord tonenwieder

vol

Antwoord tonenvoll