Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Voedsel in de gedeelde koelkast beheren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Im gemeinsamen Kühlschrank liegen wieder abgelaufene Lebensmittel.
im gəmainzamen kuul-sjrangk liegən vi:der apgəlaufənə leefənsmittel Er ligt weer eten over de houdbaarheidsdatum in de gedeelde koelkast.Das könnte zu einem Hygieneproblem werden, wenn es dort noch viel länger steht.
das kuntə tsoe ainem huu-gie-ee-nə-probleem werdən, wenn es dort nog veel lengər sjteet Het kan een hygiëneprobleem worden als het daar nog veel langer blijft staan.Auf einigen Behältern steht kein Name, deshalb weiß niemand, wem sie gehören.
auf ainigən bəheltern sjteet kain naamə, deshalp vais niemand, veem zie gəheuren Op sommige bakjes staat geen naam, dus niemand weet van wie ze zijn.Wir sollten einen Hinweis aufhängen und die Leute bitten, ihre Namen und das Datum daraufzuschreiben.
vier zolltən ainen hinvais aufhengen oent die loitə bitən, iərə naamən oent das daatoem darauf-tsu-sjraibən We zouden een briefje moeten ophangen en mensen moeten vragen hun namen en datums erop te zetten.Sollen wir alles wegwerfen, was älter als eine Woche ist?
zollən vier alles wek-vverfən, vas elter als aine vochə ist Zullen we alles weggooien dat ouder is dan een week?Erst nachdem wir allen eine klare Frist gegeben haben.
eerst naag-deem vier allən aine klaarə frist gəgeebən haabən Pas nadat we iedereen een duidelijke deadline hebben gegeven.Vielleicht können wir im Gruppenchat eine wöchentliche Aufräumaktion vorschlagen.
fie-laaigt keunən vier im groepən-tsjet aine veukentlieghə auf-roim-aksie-on foor-sjlaagn Misschien kunnen we in de groepschat een wekelijkse opruimactie voorstellen.Dadurch wäre die wöchentliche Aufräumaktion planbar statt plötzlich.
daadoerch veerə die veukentlieghə auf-roim-aksie-on plaanbaar sjtat pleutslich Daardoor zou de wekelijkse opruimactie voorspelbaar zijn in plaats van plotseling.Die Leute können ihre Fächer vor dem Putztag leeren.
die loitə keunən iərə feghər foor deem poets-taag leeren Mensen kunnen hun schappen leegmaken voordat het schoonmaakdag is.Das sollte die Nutzung des Kühlschranks für alle fair und sicher machen.
das zolltə die noetsoeng des kuulsjranks fuur allə feer oent ziechər magən Dat zou het gebruik van de koelkast voor iedereen eerlijk en veilig moeten maken.Uitleg van de zinnen
Im gemeinsamen Kühlschrank liegen wieder abgelaufene Lebensmittel.
Er ligt weer eten over de houdbaarheidsdatum in de gedeelde koelkast.
- Im
- in de
- gemeinsamen
- gedeelde
- Kühlschrank
- koelkast
- liegen
- liggen
- wieder
- weer
- abgelaufene
- verlopen
- Lebensmittel
- levensmiddelen
Uitgebreide uitleg
Im is de samengevoegde vorm van in dem: in geeft hier de plaats aan en dem is de bepaalde datiefvorm bij een mannelijk of onzijdig zelfstandig naamwoord. In im Kühlschrank betekent het geheel dus “in de koelkast”. De datief wordt hier gebruikt omdat het om een vaste plaats gaat, niet om een beweging naar die plaats. gemeinsamen betekent hier “gedeeld” of “gemeenschappelijk”. Het hoort bij Kühlschrank en staat in de datief enkelvoud, mannelijk: der gemeinsame Kühlschrank wordt na in dem im gemeinsamen Kühlschrank. De uitgang -en op het bijvoeglijk naamwoord wordt dus veroorzaakt door de combinatie van naamval, getal, geslacht en het voorafgaande bepaalde lidwoord; enkelvoud alleen bepaalt de uitgang niet. Kühlschrank is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Kühlschrank, meervoud die Kühlschränke. Het is samengesteld uit Kühl- en Schrank, maar als geheel betekent het “koelkast”. Voorbeeld: Der Kühlschrank ist leer. — “De koelkast is leeg.” liegen betekent hier dat iets zich liggend of ergens aanwezig bevindt. Het is de vorm van liegen bij een meervoudig onderwerp; de infinitief en de vorm bij sie als meervoud zijn beide liegen, terwijl het enkelvoud bijvoorbeeld liegt heeft: Das Buch liegt auf dem Tisch. — “Het boek ligt op de tafel.” In deze zin staat liegen vóór het onderwerp omdat de plaatsbepaling vooraan staat; de persoonsvorm blijft op de tweede zinsplaats. wieder betekent hier “weer” of “opnieuw”: de situatie doet zich opnieuw voor. Het verandert niet mee met persoon, getal of naamval. Voorbeeld: Sie kommt wieder. — “Ze komt weer.” abgelaufene betekent hier “over de houdbaarheidsdatum” of “verlopen”. Het is het voltooid deelwoord abgelaufen van ablaufen, hier gebruikt als bijvoeglijk naamwoord. In abgelaufene Lebensmittel krijgt het de uitgang -e, omdat het bij het meervoudige zelfstandig naamwoord Lebensmittel staat zonder voorafgaand lidwoord. abgelaufenes Lebensmittel zou bijvoorbeeld naar één onzijdig levensmiddel verwijzen; dat is een andere vorm. Lebensmittel betekent “levensmiddelen” of “voedselproducten”. De vorm is hier meervoud; het woord heeft in het enkelvoud dezelfde zichtbare vorm, maar het bijvoeglijk naamwoord maakt het meervoud in deze woordgroep herkenbaar: abgelaufene Lebensmittel. Voorbeeld: Die Lebensmittel liegen in der Küche. — “De levensmiddelen liggen in de keuken.” Samen is de structuur: Im gemeinsamen Kühlschrank geeft de plaats, liegen zegt dat iets daar ligt, wieder markeert dat dit opnieuw zo is, en abgelaufene Lebensmittel benoemt wat daar ligt. De volledige betekenis is: “Er ligt weer eten over de houdbaarheidsdatum in de gedeelde koelkast.”
Das könnte zu einem Hygieneproblem werden, wenn es dort noch viel länger steht.
Het kan een hygiëneprobleem worden als het daar nog veel langer blijft staan.
- Das könnte
- dat zou kunnen
- werden
- worden
- Hygieneproblem
- hygiëneprobleem
- wenn
- als
- es
- het
- dort
- daar
- länger
- langer
- steht
- blijft staan
Uitgebreide uitleg
Das könnte: das is hier een aanwijzend/neutraal voornaamwoord dat als onderwerp fungeert; de vaste vertaling geeft daarvoor het. Het concrete antecedent wordt in de aangeleverde zin niet nader benoemd. Könnte is de vorm van können voor de voorwaardelijke of voorzichtige mogelijkheid: “zou kunnen”. Het drukt hier een mogelijke ontwikkeling uit, niet een vaststaand resultaat. Een bruikbaar patroon is Das könnte ... werden — “Dat zou ... kunnen worden”. werden: het werkwoord werden betekent hier “worden”, dus een verandering in toestand. In de constructie zu + datief + werden wordt aangegeven waartoe iets zich ontwikkelt: zu einem Problem werden betekent “een probleem worden”. Het is hier geen hulpwerkwoord voor een toekomstige tijd; samen met könnte vormt het de mogelijke ontwikkeling. Hygieneproblem: dit zelfstandig naamwoord betekent “hygiëneprobleem”. Het is een samenstelling van Hygiene en Problem; in het Duits krijgen zelfstandige naamwoorden een hoofdletter. Na zu staat hier einem, de datiefvorm van het onbepaalde lidwoord bij het onzijdige Problem: zu einem Hygieneproblem. wenn: wenn leidt hier een voorwaardelijke bijzin in: “als”. In zo’n bijzin staat het vervoegde werkwoord in het Duits doorgaans achteraan. Het patroon wenn ... kan dus een voorwaarde voor de hoofdzin inleiden. es: es is een onzijdig persoonlijk voornaamwoord en is hier het onderwerp van steht. De vertaling ondersteunt de betekenis “het”, maar identificeert niet zelfstandig welk concreet voorwerp ermee wordt bedoeld. De vorm es past bij een onzijdig referent; het voornaamwoord zelf draagt hier niet de betekenis “daar”. dort: dit bijwoord betekent “daar” en geeft de plaats aan waar iets zich bevindt. Het staat in de voorwaardelijke bijzin samen met steht: es dort steht betekent in deze context dat het daar staat of blijft staan. länger: dit is de vergrotende trap van lang: lang — länger — am längsten. Hier betekent noch viel länger “nog veel langer”; noch en viel versterken samen de vergelijking. Länger beschrijft dus een langere duur van het blijven staan, niet de grootte van het voorwerp. steht: dit is de derde persoon enkelvoud van stehen in de tegenwoordige tijd: stehen → steht. Naast de letterlijke betekenis “staan” kan stehen bij een voorwerp betekenen dat het zich ergens bevindt en daar blijft staan. In deze zin wordt die betekenis door de vertaling weergegeven als “blijft staan”. In een bijzin met wenn staat deze vervoegde vorm aan het einde: wenn es dort noch viel länger steht. Samen vormen de delen: Das könnte zu einem Hygieneproblem werden = “Dat zou een hygiëneprobleem kunnen worden”. De voorwaarde is wenn es dort noch viel länger steht = “als het daar nog veel langer blijft staan”. De volledige betekenis is dus: “Het kan een hygiëneprobleem worden als het daar nog veel langer blijft staan.”
Auf einigen Behältern steht kein Name, deshalb weiß niemand, wem sie gehören.
Op sommige bakjes staat geen naam, dus niemand weet van wie ze zijn.
- einigen
- sommige
- Behältern
- bakjes; houders
- steht
- staat
- Name
- naam
- deshalb
- daarom
- weiß
- weet
- niemand
- niemand
- wem
- van wie
- sie
- ze
- gehören
- toebehoren; van iemand zijn
Uitgebreide uitleg
einigen betekent hier “sommige” en staat in de datief meervoud. De basisvorm is einige; na auf krijgt de meervoudsvorm hier de datiefuitgang: auf einigen .... Vergelijk bijvoorbeeld: mit einigen Freunden — “met enkele vrienden”. Behältern is het meervoud van Behälter, “bakje” of “houder”. In auf einigen Behältern staat het in de datief meervoud; die vorm krijgt hier de uitgang -n. Het voorzetsel auf kan een plaats aangeven met datief wanneer het om een bestaande locatie gaat, niet om een beweging ernaartoe. steht is de tegenwoordige tijd van stehen, “staan”. De vorm is derde persoon enkelvoud, omdat het onderwerp kein Name is: één naam. In deze context betekent stehen dat er tekst op een oppervlak vermeld staat. Bijvoorbeeld: Auf dem Schild steht ein Name. — “Op het bord staat een naam.” Name betekent “naam”. Het woord staat hier in het enkelvoud; kein Name betekent “geen naam”. kein ontkent hier het zelfstandige naamwoord en zegt niet dat er een bepaald aantal namen is. deshalb betekent “daarom” en verbindt de eerste mededeling met het gevolg. Het kan een hoofdzin inleiden; het vervoegde werkwoord staat dan nog steeds op de tweede zinsplaats: Deshalb weiß niemand ... — “Daarom weet niemand ...”. weiß is de derde persoon enkelvoud van wissen, “weten”. De vorm voor ich is weiß in ich weiß, terwijl het onderwerp hier niemand is; ook dat woord is grammaticaal enkelvoud. wissen gaat over kennis van een feit of informatie. Bijvoorbeeld: Niemand weiß die Antwort. — “Niemand weet het antwoord.” niemand betekent “niemand” en gedraagt zich grammaticaal als enkelvoud. Daarom staat het werkwoord in niemand weiß in de enkelvoudsvorm. Het is de ontkennende tegenhanger van jemand (“iemand”): Jemand weiß es — “Iemand weet het”; Niemand weiß es — “Niemand weet het”. wem is de datiefvorm van het vragende voornaamwoord wer (“wie”). In wem sie gehören vraagt het naar de persoon aan wie iets toebehoort: “van wie ze zijn”. De datief is hier nodig bij gehören, niet omdat wem zelf een plaats of tijd aanduidt. Vergelijk Wer ist das? — “Wie is dat?” met Wem gehört das? — “Van wie is dat?” sie betekent hier “ze” en verwijst naar de genoemde bakjes of houders. Deze vorm is meervoud; hij past bij het meervoudige onderwerp van gehören. De vorm sie kan in andere zinnen ook een andere grammaticale rol hebben, maar hier functioneert hij als het onderwerp van de bijzin. gehören betekent “toebehoren” of, natuurlijker in deze vertaling, “van iemand zijn”. Het is de infinitiefvorm en ook de tegenwoordige tijd bij een meervoudig onderwerp: sie gehören. De persoon aan wie iets toebehoort staat met gehören in de datief: Das gehört mir — “Dat is van mij”; Wem gehört das? — “Van wie is dat?” Samen vormt Auf einigen Behältern steht kein Name de mededeling dat er op sommige bakjes geen naam vermeld staat. Deshalb weiß niemand geeft het gevolg: niemand weet het. In de bijzin wem sie gehören is wem de persoon aan wie de bakjes toebehoren, terwijl sie de bakjes aanduidt. De volledige zin betekent dus: “Op sommige bakjes staat geen naam, dus niemand weet van wie ze zijn.”
Wir sollten einen Hinweis aufhängen und die Leute bitten, ihre Namen und das Datum daraufzuschreiben.
We zouden een briefje moeten ophangen en mensen moeten vragen hun namen en datums erop te zetten.
- Wir sollten
- we zouden moeten
- Hinweis
- briefje
- aufhängen
- ophangen
- Leute
- mensen
- bitten
- vragen
- Namen
- namen
- Datum
- datum
- daraufzuschreiben
- erop te schrijven
Uitgebreide uitleg
Wir sollten drukt hier een gezamenlijke aanbeveling uit: “we zouden moeten”. sollten is de vorm van sollen voor wir in deze gebruikelijke aanbevelings- of adviesbetekenis. Het werkwoord sollen staat bij een modaal werkwoord met een infinitief aan het einde: Wir sollten ... aufhängen = “We zouden ... moeten ophangen”. Hinweis betekent hier een kort briefje of een mededeling. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Hinweis, in de accusatief na einen: einen Hinweis. Het meervoud is Hinweise. Een bruikbaar voorbeeld is: Der Hinweis hängt an der Tür. — “Het briefje hangt aan de deur.” aufhängen betekent “ophangen”. Dit is een scheidbaar werkwoord: in een hoofdzin kan het voorvoegsel loskomen, bijvoorbeeld Wir hängen den Hinweis auf. Na sollten blijft de infinitief als geheel staan: Wir sollten den Hinweis aufhängen. Leute betekent “mensen” en is een meervoudsvorm. In die Leute staat het bepaald lidwoord bij die meervoudige groep; die Leute is hier het object van bitten. bitten betekent “vragen” in de betekenis iemand verzoeken iets te doen. Een veelgebruikt patroon is jemanden bitten, etwas zu tun: Ich bitte ihn, zu warten. — “Ik vraag hem om te wachten.” In de zin wordt die Leute gevraagd om de daaropvolgende handeling uit te voeren. Namen betekent “namen”. Het enkelvoud is der Name, het meervoud die Namen; ook in de accusatief meervoud blijft de vorm Namen: ihre Namen. ihre past hier bij het meervoudige bezittelijke verband en betekent “hun”; het verwijst naar de namen van de mensen die gevraagd worden. Datum betekent hier “datum”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Datum; in het enkelvoud zijn nominatief en accusatief beide das Datum. De vorm Datum in de vaste zin is dus enkelvoud. Het gebruikelijke meervoud is Daten, maar dat is niet de vorm die hier staat. daraufzuschreiben betekent “erop te schrijven”. Het bestaat uit darauf (“daarop”) en de zu-infinitief van schreiben (“schrijven”): daraufzuschreiben. darauf verwijst hier naar het eerder genoemde briefje. Het patroon jemanden bitten, etwas daraufzuschreiben betekent dat men iemand vraagt iets op dat oppervlak of document te schrijven. Samen vormt de zin: Wir sollten (“we zouden moeten”) + einen Hinweis aufhängen (“een briefje ophangen”) en die Leute bitten (“de mensen vragen”) + ihre Namen und das Datum daraufzuschreiben (“hun namen en de datum erop te schrijven”). De hele betekenis is: “We zouden een briefje moeten ophangen en mensen moeten vragen hun namen en de datum erop te zetten.”
Sollen wir alles wegwerfen, was älter als eine Woche ist?
Zullen we alles weggooien dat ouder is dan een week?
- Sollen wir
- zullen we
- alles
- alles
- wegwerfen
- weggooien
- was
- dat/wat
- älter
- ouder
- als
- dan
- eine Woche
- een week
- ist
- is
Uitgebreide uitleg
Sollen wir vormt hier een vraag met het modale werkwoord sollen en wir: de spreker vraagt of de groep iets moet doen. Het is geen vast besluit, maar een voorstel ter bespreking. In een hoofdzin staat het vervoegde modale werkwoord op de tweede plaats en het andere werkwoord aan het einde: Sollen wir gehen? = “Zullen we gaan?” alles betekent hier “alles” als zelfstandig gebruikt onbepaald voornaamwoord. Het verwijst naar de volledige verzameling dingen die door de bijzin wordt beperkt. Een vergelijkbaar patroon is alles, was ich brauche = “alles wat ik nodig heb”. wegwerfen is het werkwoord “weggooien”. De vorm in de zin is de infinitief; na sollen blijft die infinitief aan het einde van de hoofdzin staan. Het is een scheidbaar werkwoord: in een gewone hoofdzin zonder modaal werkwoord kan het bijvoorbeeld Wir werfen die alten Sachen weg zijn = “We gooien de oude spullen weg.” was leidt de bijzin in en betekent hier “dat/wat”. Na alles verwijst het naar wat onder alles valt. Het is hier dus geen vraagwoord, maar een betrekkelijk voornaamwoord in de constructie alles, was .... älter is de vergrotende trap van alt (“oud”): alt – älter – am ältesten. In deze zin krijgt het een vergelijking met als: iets is älter als ..., “ouder dan ...”. Het bijvoeglijk naamwoord beschrijft hier de leeftijd van de bedoelde dingen. als betekent in deze vergelijkingsconstructie “dan”. Het hoort bij de vergrotende trap älter: älter als eine Woche = “ouder dan een week”. Dit is een ander gebruik dan bijvoorbeeld als in een tijdsbepaling, zoals als ich ankam = “toen ik aankwam”. eine Woche betekent “een week”. Woche is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. In deze woordgroep staat het in het enkelvoud en is het de nominatieve maatstaf na als; daarom krijgt het onbepaalde lidwoord de vorm eine. De woordgroep geeft de referentie voor de leeftijdsgrens; ze stelt hier niet op zichzelf een geteld aantal voor. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”). Het onderwerp ervan is in deze bijzin het voorafgaande was, niet eine Woche; daarom staat het in de enkelvoudsvorm. In een Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde: ..., was älter als eine Woche ist. Samen betekent alles wegwerfen, was älter als eine Woche ist: “alles weggooien dat ouder is dan een week”. De bijzin bepaalt welke dingen met alles bedoeld worden. De volledige vraag vraagt vervolgens of de groep die geselecteerde dingen moet weggooien: “Zullen we alles weggooien dat ouder is dan een week?”
Erst nachdem wir allen eine klare Frist gegeben haben.
Pas nadat we iedereen een duidelijke deadline hebben gegeven.
- Erst nachdem
- pas nadat
- allen
- iedereen
- klare
- duidelijke
- Frist
- deadline
- gegeben
- gegeven
Uitgebreide uitleg
Erst nachdem betekent hier “pas nadat”. Samen maakt dit een voorwaardelijke tijdsaanduiding: iets anders gebeurt pas na de gebeurtenis in de nachdem-bijzin. nachdem leidt een bijzin in; in het Duits staat het vervoegde werkwoord daarin achteraan. Voorbeeld: Erst nachdem sie angekommen ist, beginnen wir. — “Pas nadat zij is aangekomen, beginnen we.” allen betekent hier “iedereen” en is de datief meervoudsvorm van alle. Het geeft aan aan wie iets wordt gegeven. Het is dus niet de vorm voor een enkelvoudige persoon; vergelijk allem voor een onzijdig enkelvoudig datief en aller voor een vrouwelijk enkelvoudig datief. klare betekent hier “duidelijke”. De basisvorm is klar; klare is de verbogen vorm bij Frist. In eine klare Frist staat het bijvoeglijk naamwoord bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in de accusatief enkelvoud. Voorbeeld: Wir setzen eine klare Regel. — “We stellen een duidelijke regel vast.” Frist betekent “deadline” of “termijn”: een vastgestelde tijd waarbinnen iets moet gebeuren. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Frist, eine Frist. Het woord kan dus zowel de uiterste datum als de afgesproken periode tot die datum aanduiden, afhankelijk van de context. gegeben betekent hier “gegeven”. Het is het voltooid deelwoord van geben (“geven”). In de combinatie gegeben haben vormt het met haben het perfectum: wir haben ... gegeben = “we hebben ... gegeven”. Omdat dit in een nachdem-bijzin staat, verschijnt haben achteraan: nachdem wir ... gegeben haben. De volledige bijzin is nachdem wir allen eine klare Frist gegeben haben: “nadat we iedereen een duidelijke deadline hebben gegeven”. wir is het onderwerp van gegeben; allen is de ontvanger en eine klare Frist is wat gegeven wordt. Erst maakt de volgorde beperkter: de niet-uitgesproken of nog te vervolgen hoofdzin geldt pas vanaf dat moment. De vaste uiting als geheel betekent daarom: “Pas nadat we iedereen een duidelijke deadline hebben gegeven.” Ze is vormelijk een vooropgeplaatste bijzin en laat in deze vaste tekst de hoofdzin onuitgesproken.
Vielleicht können wir im Gruppenchat eine wöchentliche Aufräumaktion vorschlagen.
Misschien kunnen we in de groepschat een wekelijkse opruimactie voorstellen.
- Vielleicht
- misschien
- können wir
- kunnen we
- Gruppenchat
- groepschat
- wöchentliche
- wekelijkse
- Aufräumaktion
- opruimactie
- vorschlagen
- voorstellen
Uitgebreide uitleg
Vielleicht staat hier aan het begin en maakt de uitspraak voorzichtig: “misschien”. Het woord verandert niet mee met persoon of getal. Voorbeeld: Vielleicht kommt er morgen. — “Misschien komt hij morgen.” können wir bestaat uit de vorm können van können (“kunnen”) en het onderwerp wir (“we”). können is hier een modaal werkwoord: het drukt mogelijkheid of haalbaarheid uit, niet een feitelijke toezegging. In een hoofdzin staat het vervoegde modale werkwoord op de tweede zinsplaats; het andere werkwoord gaat als infinitief naar het einde. Voorbeeld: Wir können heute starten. — “We kunnen vandaag beginnen.” Gruppenchat is een mannelijk samengesteld zelfstandig naamwoord: die Gruppe + der Chat, met de betekenis “groepschat”. In im Gruppenchat is im de samentrekking van in dem. Hier geeft de woordgroep de plaats of het kanaal aan waar men iets kan voorstellen. Het zelfstandig naamwoord wordt met een hoofdletter geschreven, zoals Duitse zelfstandige naamwoorden. wöchentliche is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord wöchentlich (“wekelijks”). Het beschrijft Aufräumaktion, dat vrouwelijk is. In eine wöchentliche Aufräumaktion staat de naamwoordgroep in de accusatief als lijdend voorwerp; na het onbepaalde lidwoord krijgt het bijvoeglijk naamwoord hier de uitgang -e. Vergelijk: eine wöchentliche Sitzung — “een wekelijkse vergadering”. Aufräumaktion betekent “opruimactie”: een geplande actie om op te ruimen. Het is een vrouwelijk samengesteld zelfstandig naamwoord, opgebouwd uit aufräumen (“opruimen”) en Aktion (“actie”). Het meervoud is Aufräumaktionen. De vorm eine ... Aufräumaktion stelt geen specifiek aantal als lespunt vast; het is hier een enkelvoudige naamwoordgroep. vorschlagen betekent “voorstellen”. Het is een scheidbaar werkwoord: vor + schlagen. Als infinitief blijft het hier aan het einde staan omdat können het modale werkwoord is. Zonder modaal werkwoord splitst het werkwoord in een hoofdzin: Wir schlagen eine Aufräumaktion vor. — “We stellen een opruimactie voor.” De betekenis van vorschlagen is hier een idee ter overweging geven, niet iemand formeel benoemen of aanwijzen. Samen vormt Vielleicht können wir ... vorschlagen een voorzichtige mogelijkheid: “Misschien kunnen we ... voorstellen.” im Gruppenchat noemt het kanaal, en eine wöchentliche Aufräumaktion is wat men wil voorstellen. De volledige betekenis is daarom: “Misschien kunnen we in de groepschat een wekelijkse opruimactie voorstellen.”
Dadurch wäre die wöchentliche Aufräumaktion planbar statt plötzlich.
Daardoor zou de wekelijkse opruimactie voorspelbaar zijn in plaats van plotseling.
- Dadurch
- daardoor
- wäre
- zou zijn
- wöchentliche
- wekelijks
- Aufräumaktion
- opruimactie
- planbar
- planbaar; vooraf te plannen
- statt
- in plaats van
- plötzlich
- plotseling
Uitgebreide uitleg
Dadurch betekent hier “daardoor” en verbindt de genoemde aanpak met het gevolg. In de voorafgaande context gaat het om het voorstellen van een wekelijkse opruimactie. Voorbeeld: Dadurch sparen wir Zeit. = “Daardoor besparen we tijd.” wäre is hier de derde persoon enkelvoud van sein in de Konjunktiv II: ist = “is”, war = “was”, wäre = “zou zijn”. De vorm drukt in deze zin een hypothetisch gevolg uit. Voorbeeld: Das wäre praktisch. = “Dat zou praktisch zijn.” wöchentliche is de verbogen vorm van wöchentlich (“wekelijks”). In die wöchentliche Aufräumaktion krijgt het bijvoeglijk naamwoord de uitgang -e na het bepaalde lidwoord die, bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in de onderwerpsfunctie. Het beschrijft hoe vaak de actie plaatsvindt. Aufräumaktion is een vrouwelijk samengesteld zelfstandig naamwoord: die Aufräumaktion, meervoud Aufräumaktionen. Het betekent een georganiseerde opruimactie; Aufräum- hangt samen met aufräumen (“opruimen”). Voorbeeld: Die Aufräumaktion beginnt am Montag. = “De opruimactie begint maandag.” planbar betekent hier “vooraf te plannen” of “planbaar”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na wäre als naamwoordelijk deel van het gezegde staat. Het achtervoegsel -bar drukt vaak uit dat iets mogelijk is: planbar = “te plannen”. Voorbeeld: Der Termin ist planbar. = “De afspraak kan worden gepland.” De vaste vertaling geeft dit in deze context natuurlijk weer als “voorspelbaar”. statt introduceert een alternatief: “in plaats van”. Hier contrasteert het planbar met plötzlich. Een herbruikbaar patroon is A statt B: Wir treffen uns am Freitag statt am Donnerstag. = “We spreken vrijdag af in plaats van donderdag.” plötzlich betekent “plotseling” of “onverwacht”. Het woord kan als bijvoeglijk naamwoord of als bijwoord worden gebruikt. In deze zin staat het na statt in een verkorte tegenstelling: de actie zou planbaar zijn in plaats van plotseling te gebeuren. Plötzlich betekent niet specifiek “snel”; het benadrukt dat iets onverwacht of abrupt gebeurt. Samen betekent Dadurch wäre die wöchentliche Aufräumaktion planbar statt plötzlich: “Daardoor zou de wekelijkse opruimactie planbaar zijn in plaats van plotseling.” Dadurch geeft het gevolg aan, wäre maakt dat gevolg hypothetisch, en planbar statt plötzlich stelt vooraf kunnen plannen tegenover een plotseling verloop.
Die Leute können ihre Fächer vor dem Putztag leeren.
Mensen kunnen hun schappen leegmaken voordat het schoonmaakdag is.
- Leute
- mensen
- können
- kunnen
- ihre
- hun
- Fächer
- vakken; schappen
- vor dem
- voor de
- Putztag
- schoonmaakdag
- leeren
- leegmaken
Uitgebreide uitleg
Leute betekent hier “mensen”. Het is een zelfstandig naamwoord dat in het gewone hedendaagse gebruik alleen als meervoud voorkomt; het hoort bij het lidwoord die, niet bij der. Een bruikbaar voorbeeld is: Viele Leute warten. — “Veel mensen wachten.” können is de vorm van können voor sie in het meervoud en betekent hier dat iets mogelijk is. Bij een modaal werkwoord staat de andere werkwoordsvorm vaak als infinitief aan het einde: Die Leute können warten. — “De mensen kunnen wachten.” Het onderwerp bepaalt de vorm: ich kann, maar sie können. ihre betekent hier “hun” en verwijst naar iets dat bij de genoemde mensen hoort. De vorm staat vóór het meervoudige zelfstandige naamwoord Fächer. Vergelijk: ihre Tasche — “hun tas” en ihre Taschen — “hun tassen”. Fächer betekent hier “schappen” of “vakken/compartimenten”. Het is het meervoud van das Fach; de umlaut en de uitgang maken het meervoud zichtbaar. Een voorbeeld met dezelfde betekenis is: Die Fächer sind leer. — “De schappen zijn leeg.” vor dem geeft hier een tijdsrelatie aan: “voor de” schoonmaakdag. vor krijgt in deze tijdsbetekenis de datief, en dem is de datiefvorm van het lidwoord bij het mannelijke der Putztag. Bij een andere tijdsaanduiding zie je bijvoorbeeld vor dem Essen — “voor het eten”. Putztag betekent “schoonmaakdag”. Het is een samenstelling van putzen (“schoonmaken”) en Tag (“dag”); het hoofd van de samenstelling is Tag, daarom is het woord mannelijk: der Putztag. Het meervoud is Putztage. leeren betekent hier “leegmaken” en staat als infinitief na können. Het onderwerp van leeren blijft dezelfde groep als bij können: de mensen maken de schappen zelf leeg. Vergelijk: Sie leeren die Fächer. — “Ze maken de schappen leeg.” Dit is niet hetzelfde als leer sein (“leeg zijn”), dat een toestand beschrijft in plaats van een handeling. Samen vormen de delen: Die Leute = “de mensen”, können ... leeren = “kunnen ... leegmaken”, ihre Fächer = “hun schappen” en vor dem Putztag = “voor de schoonmaakdag”. De volledige betekenis is: “Mensen kunnen hun schappen leegmaken voordat het schoonmaakdag is.” De infinitief leeren staat aan het einde omdat hij hoort bij het modale werkwoord können.
Das sollte die Nutzung des Kühlschranks für alle fair und sicher machen.
Dat zou het gebruik van de koelkast voor iedereen eerlijk en veilig moeten maken.
- Das
- dat
- sollte
- zou moeten
- Nutzung
- gebruik
- Kühlschranks
- koelkast
- alle
- iedereen
- fair
- eerlijk
- sicher
- veilig
- machen
- maken
Uitgebreide uitleg
Das staat hier als onderwerp en betekent “dat”. De vorm is een aanwijzend voornaamwoord in de onzijdige enkelvoudsvorm; de zin en vertaling leggen niet vast waarnaar het precies verwijst. Het is dus beter om geen specifiek zelfstandig naamwoord als referent aan te wijzen. Bij sollte staat de betekenis hier dicht bij “zou moeten”. De vorm hoort bij sollen en valt formeel samen met de verleden-tijdsvorm én met de Konjunktiv-II-vorm. In deze zin geeft de vaste vertaling de voorwaardelijke of niet-stellige modaliteit “zou moeten” aan, niet noodzakelijk een gebeurtenis in het verleden. Met een modaal werkwoord staat het andere werkwoord aan het einde: Das sollte ... machen — “Dat zou ... moeten maken”. Nutzung betekent hier “gebruik”. Het zelfstandige naamwoord is vrouwelijk: die Nutzung. Een bruikbaar basispaar is nutzen — “gebruiken” — en die Nutzung — “het gebruik”. In deze zin is Nutzung het kernwoord van de naamwoordgroep die Nutzung des Kühlschranks. Kühlschranks betekent hier “koelkast”. De basisvorm is der Kühlschrank; de vorm des Kühlschranks is de genitief enkelvoud en geeft de relatie “van de koelkast” aan. Het zichtbare -s hoort dus bij de verbogen vorm van Kühlschrank, niet bij Nutzung. alle betekent in für alle “iedereen” of letterlijk “alle mensen”. Für regeert hier de accusatief; bij het meervoud heeft alle in deze vorm dezelfde zichtbare vorm als in de nominatief. für alle betekent als geheel “voor iedereen”. fair betekent hier “eerlijk”. Het staat na machen als beschrijving van het object die Nutzung; als predicatief bijvoeglijk naamwoord krijgt het in deze positie geen naamvalsuitgang. Een eenvoudig voorbeeld is Das ist fair. — “Dat is eerlijk.” sicher betekent hier “veilig”. Ook dit is een predicatieve beschrijving na machen en krijgt daarom hier geen uitgang. sicher kan in andere contexten ook “zeker” betekenen, maar in deze zin ondersteunen fair en de vertaling duidelijk de betekenis “veilig”. machen betekent “maken”. Het is de infinitief van machen en staat door sollte aan het einde van de hoofdzin. De constructie etwas fair und sicher machen betekent “iets eerlijk en veilig maken”; fair und sicher beschrijft dus het resultaat dat door machen wordt bereikt. Samen vormt Das sollte die Nutzung des Kühlschranks für alle fair und sicher machen de structuur “Dat zou het gebruik van de koelkast voor iedereen eerlijk en veilig moeten maken.” Das is het onderwerp, sollte ... machen geeft de modaliteit en de beoogde uitwerking, die Nutzung des Kühlschranks is wat die uitwerking ondergaat, en für alle geeft aan voor wie die uitwerking geldt.
Grammatica
zu + scheidbaar werkwoord
daraufzuschreiben
darauf-tsu-sjraibənerop te schrijven
Bij een scheidbaar werkwoord komt zu tussen het voorvoegsel en de stam: daraufzuschreiben.
Bijvoeglijk naamwoord vóór een zelfstandig naamwoord
abgelaufene Lebensmittel
apgəlaufənə leefənsmittelverlopen voedingsmiddelen
Het bijvoeglijk naamwoord krijgt in het Duits een uitgang vóór het zelfstandig naamwoord: abgelaufen wordt abgelaufene.
Duits woordenschat
Quiz
Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
toebehoren, van iemand zijn
Antwoord tonen
gehörenbakje, houder
Antwoord tonen
Behälternover de datum, verlopen
Antwoord tonen
abgelaufenekoelkast