Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een gemeenschappelijke ruimte opruimen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Der Gemeinschaftsraum sieht nach der Veranstaltung unordentlich aus.
Dea guh-MAIN-sjaf(t)s-rauwm ziet naach dea fea-AN-sjtal-toeng oen-OR-dən-tli-sj aous. De gemeenschappelijke ruimte ziet er na het evenement rommelig uit.Wir müssen ihn sauber machen, weil wir ihn reserviert haben.
Vie-a MUUS-ən ien ZAUW-buh MAA-chən, vaail vie-a ien ree-zer-VIE-aht HAA-bən. We moeten hem schoonmaken omdat we hem hebben gereserveerd.Lass uns eine Checkliste benutzen, damit wir nichts übersehen.
Las oens AAI-nuh TSJEK-lis-tuh bə-NOETS-ən, da-MIT vie-a nisjts UU-buh-ZEE-ən. Laten we een checklist gebruiken, zodat we niets missen.Ich kann den Müll einsammeln, und du kannst die Stühle zurückstellen.
Isj kan deen MUUL AAIN-zaa-məln, oent doe kanst die SJTUU-luh tsoe-RUK-sjtel-ən. Ik kan het afval verzamelen en jij kunt de stoelen terugzetten.Sollen die Tische wieder so stehen, wie sie standen?
ZOL-ən die TISJ-uh VIE-dah zoo SJTEE-ən, vie zie SJTAHN-dən? Moeten de tafels teruggezet worden zoals ze stonden?Die nächste Gruppe wird die übliche Anordnung erwarten.
Die NE-SJSTUH GROEP-uh virt die UU-bli-sjuh an-OR-dnoeng ea-VAR-tən. De volgende groep zal de gebruikelijke opstelling verwachten.Ich werde auch prüfen, ob jemand persönliche Sachen liegen gelassen hat.
Isj VEE-də aauch PRUU-fən, op JEE-mant per-ZEUUN-li-sjuh ZAA-chən LIE-gən guh-LAS-sən hat. Ik zal ook controleren of iemand persoonlijke spullen heeft laten liggen.Ladegeräte und Notizbücher vergisst man leicht.
LAA-də-guh-REE-tuh oent no-TIETS-buu-sjuh fea-GIST man laai-sjt. Opladers en notitieboeken vergeet je gemakkelijk.Der Raum ist jetzt bereit.
Dea rauwm ist jetst bə-RAAIT. De ruimte lijkt nu klaar.Wenn wir ihn sauber hinterlassen, sollte es leichter sein, ihn wieder zu reservieren.
Ven vie-a ien ZAUW-buh HIN-tuh-LAS-sən, ZOL-tuh es laai-sj-tuh zain, ien VIE-dah tsoe ree-zer-VIE-rən. Als we hem schoon achterlaten, wordt het makkelijker om hem opnieuw te reserveren.Uitleg van de zinnen
Der Gemeinschaftsraum sieht nach der Veranstaltung unordentlich aus.
De gemeenschappelijke ruimte ziet er na het evenement rommelig uit.
- Gemeinschaftsraum
- gemeenschappelijke ruimte
- sieht … aus
- ziet eruit
- Veranstaltung
- evenement
- unordentlich
- rommelig
Uitgebreide uitleg
Gemeinschaftsraum betekent hier “gemeenschappelijke ruimte”. Het is een samengesteld Duits zelfstandig naamwoord: Gemeinschaft + Raum. Het is mannelijk, daarom staat er in de zin Der Gemeinschaftsraum; in het meervoud is dat die Gemeinschaftsräume. sieht ... aus hoort bij het werkwoord aussehen (“eruitzien”). In de hoofdzin wordt het gesplitst: sieht staat op de werkwoordsplaats en aus aan het einde. sieht is de derde persoon enkelvoud van sehen binnen dit werkwoord: er sieht ... aus = “hij/het ziet er ... uit”. Een voorbeeld: Das Zimmer sieht hell aus. = “De kamer ziet er licht uit.” nach der Veranstaltung betekent “na het evenement”. nach voor tijd betekent “na” en krijgt hier de datief; bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord die Veranstaltung wordt dat der Veranstaltung. Het basiswoord is Veranstaltung, met het meervoud Veranstaltungen. Bijvoorbeeld: Nach der Veranstaltung fahren wir nach Hause. = “Na het evenement gaan we naar huis.” unordentlich betekent hier “rommelig”. Het is een beschrijvend bijvoeglijk naamwoord dat na aussehen zonder uitgang staat: sieht unordentlich aus. De vorm verandert hier dus niet om bij Gemeinschaftsraum aan te sluiten, omdat hij predicatief wordt gebruikt. Het tegenovergestelde is ordentlich (“netjes”): Der Raum sieht ordentlich aus. = “De ruimte ziet er netjes uit.” Samen betekent Der Gemeinschaftsraum sieht nach der Veranstaltung unordentlich aus.: “De gemeenschappelijke ruimte ziet er na het evenement rommelig uit.” De zin beschrijft dus het uiterlijk of de toestand van de ruimte na het evenement; aussehen omsluit de beschrijving unordentlich.
Wir müssen ihn sauber machen, weil wir ihn reserviert haben.
We moeten hem schoonmaken omdat we hem hebben gereserveerd.
- Wir müssen
- we moeten
- ihn
- hem
- sauber machen
- schoonmaken
- weil
- omdat
- reserviert haben
- hebben gereserveerd
Uitgebreide uitleg
Wir müssen betekent hier dat de spreker samen met anderen iets moet doen. wir is de eerste persoon meervoud: “wij”. müssen is de vorm bij wir van müssen (“moeten”). Na een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief: Wir müssen ... machen. ihn betekent “hem” en is hier een persoonlijk voornaamwoord in de accusatief, mannelijk enkelvoud. De vorm is het directe object van de handeling; de vaste vertaling ondersteunt de lezing “hem”, zonder het antecedent zelf nader te benoemen. sauber machen betekent “schoonmaken”. Dit is een combinatie van het bijvoeglijk naamwoord sauber (“schoon”) en het werkwoord machen (“maken/doen”): letterlijk wordt iets schoon gemaakt. Het werkwoord machen staat hier in de infinitief. Een bruikbaar patroon is etwas sauber machen — “iets schoonmaken”. Voorbeeld: Wir machen den Tisch sauber. — “Wij maken de tafel schoon.” weil leidt de reden bij de hoofdzin in en betekent “omdat”. In een Duitse bijzin met weil staat het vervoegde werkwoord achteraan; in de voltooide tijd staat het hulpwerkwoord daarom aan het einde. reserviert haben betekent hier “hebben gereserveerd”. reserviert is het voltooid deelwoord van reservieren, “reserveren”; haben is de vorm bij wir van het hulpwerkwoord haben. In de weil-bijzin verschijnt de volgorde ... reserviert haben, terwijl een hoofdzin bijvoorbeeld Wir haben ... reserviert heeft. Samen vormen de delen: Wir müssen ihn sauber machen — “Wij moeten hem schoonmaken” — en weil wir ihn reserviert haben — “omdat wij hem hebben gereserveerd”. De volledige vaste betekenis is dus: “We moeten hem schoonmaken omdat we hem hebben gereserveerd.”
Lass uns eine Checkliste benutzen, damit wir nichts übersehen.
Laten we een checklist gebruiken, zodat we niets missen.
- Lass uns
- laten we
- Checkliste
- checklist
- benutzen
- gebruiken
- damit
- zodat
- nichts
- niets
- übersehen
- missen; over het hoofd zien
Uitgebreide uitleg
Lass uns is een vaste manier om in het Duits een voorstel aan meerdere mensen te doen: “laten we …”. Lass is de gebiedende wijs van lassen bij du; uns verwijst naar de groep waarvan de spreker deel uitmaakt. Na deze constructie volgt doorgaans een infinitief: Lass uns anfangen = “Laten we beginnen.” Het is hier dus een voorstel, geen bevel aan één andere persoon. Checkliste betekent hier een lijst waarmee je punten kunt controleren. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Checkliste; het meervoud is die Checklisten. Het lidwoord en de vorm van het zelfstandig naamwoord hangen samen met getal en naamval, bijvoorbeeld eine Checkliste in deze zin en mit einer Checkliste na mit. benutzen is de infinitief “gebruiken”. In Lass uns eine Checkliste benutzen staat die infinitief na Lass uns; het voorstel is dus om de checklist te gebruiken. Een bruikbaar voorbeeld is Wir benutzen eine Karte. — “We gebruiken een kaart.” damit leidt hier een bijzin van doel in: “zodat” of “opdat”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan. Patroon: ..., damit wir ... übersehen. De bijzin geeft het doel van het gebruik van de checklist aan. nichts is een onbepaald voornaamwoord met de betekenis “niets”. Het drukt geen specifiek aantal uit; het verwijst naar geen enkel ding of punt. In wir nichts übersehen is nichts hetgene dat niet over het hoofd wordt gezien. übersehen is de infinitief van het werkwoord “over het hoofd zien” of “missen” in deze context. Het is hier niet hetzelfde als bewust iets negeren: de zin gaat over het voorkomen dat een punt onopgemerkt blijft. In de tegenwoordige tijd is bijvoorbeeld ich übersehe = “ik zie over het hoofd” en wir übersehen = “wij zien over het hoofd”. Samen betekent Lass uns eine Checkliste benutzen “Laten we een checklist gebruiken”. damit wir nichts übersehen legt het doel uit: “zodat we niets over het hoofd zien”. De volledige uitspraak is daarom: “Laten we een checklist gebruiken, zodat we niets missen.”
Ich kann den Müll einsammeln, und du kannst die Stühle zurückstellen.
Ik kan het afval verzamelen en jij kunt de stoelen terugzetten.
- Ich kann
- ik kan
- Müll
- afval
- einsammeln
- verzamelen
- du kannst
- jij kunt
- Stühle
- stoelen
- zurückstellen
- terugzetten
Uitgebreide uitleg
Ich kann betekent hier dat de spreker iets kan doen. können is de basisvorm; kann is de tegenwoordige tijd bij ich. Bij du wordt dat kannst, zoals later in de zin. Na een modaal werkwoord staat het andere werkwoord als infinitief aan het einde van de betreffende woordgroep: Ich kann ... einsammeln. den Müll betekent hier het afval. Müll is een mannelijk zelfstandig naamwoord; in deze zin staat het als lijdend voorwerp in de accusatief, met het bepaalde lidwoord den. Vergelijk nominatief der Müll met accusatief den Müll; Müll zelf verandert niet. einsammeln betekent verzamelen of bijeenbrengen. De basisvorm is einsammeln; het is een scheidbaar werkwoord, maar na kann blijft de infinitief als één vorm bij elkaar. In een hoofdzin zonder modaal werkwoord kan het eerste deel loskomen: Ich sammle den Müll ein. — Ik verzamel het afval. du kannst betekent dat de aangesprokene iets kan doen. kannst is de vorm van können bij du; vergelijk ich kann met du kannst. Ook hier volgt een infinitief: du kannst ... zurückstellen. die Stühle betekent de stoelen. Stühle is het meervoud van der Stuhl; de umlaut en de uitgang horen bij deze meervoudsvorm. Bij het bepaalde lidwoord is die zowel nominatief als accusatief meervoud, zodat de vorm van het lidwoord hier alleen het naamvalverschil niet laat zien. zurückstellen betekent terugzetten. De basisvorm is zurückstellen, eveneens een scheidbaar werkwoord. Na kannst staat het als infinitief bij elkaar; zonder modaal werkwoord kan het bijvoorbeeld worden gescheiden: Du stellst die Stühle zurück. — Jij zet de stoelen terug. Samen heeft de zin de structuur Ich kann [object] [infinitief], und du kannst [object] [infinitief]. und verbindt de twee delen. Het eerste deel zegt dat de spreker het afval kan verzamelen; het tweede zegt dat de aangesprokene de stoelen kan terugzetten. De volledige betekenis is: Ik kan het afval verzamelen en jij kunt de stoelen terugzetten.
Sollen die Tische wieder so stehen, wie sie standen?
Moeten de tafels teruggezet worden zoals ze stonden?
- Sollen
- moeten
- die Tische
- de tafels
- wieder
- weer; terug
- so
- zo
- stehen
- staan
- wie
- zoals
- sie
- ze
- standen
- stonden
Uitgebreide uitleg
Sollen is de vorm van sollen voor de derde persoon meervoud in de tegenwoordige tijd. In deze vraag drukt het uit dat iets volgens de bedoeling of afspraak moet gebeuren. Het staat vooraan omdat het een ja-neevraag inleidt; het onderwerp volgt daarna. Vergelijk: Die Tische sollen hier stehen. — “De tafels moeten hier staan.” die Tische betekent hier “de tafels”. Tische is het meervoud van Tisch (“tafel”); die is hier het meervoudige bepaalde lidwoord in de onderwerpfunctie. Het onderwerp is dus meervoud, wat ook de vorm sollen en later sie ... standen verklaart. wieder betekent hier “weer” of “opnieuw”. Het geeft aan dat de tafels opnieuw in een bepaalde stand of opstelling moeten zijn. Voorbeeld: Wir treffen uns wieder morgen. — “We spreken morgen weer af.” so betekent “zo” en verwijst hier naar een bepaalde manier of opstelling. In combinatie met wie vormt het patroon so ... wie ...: “zo ... als/zoals ...”. stehen betekent “staan”. Dit is de infinitief van stehen. Na een modaal werkwoord zoals sollen staat het hoofdwerkwoord in het Duits doorgaans in de infinitief: Die Tische sollen stehen — “De tafels moeten staan.” stehen beschrijft hier de toestand of positie; de Nederlandse vertaling maakt daaruit in deze context “teruggezet worden”, namelijk opnieuw in de eerdere opstelling komen. wie betekent hier “zoals” en leidt de vergelijking met de eerdere toestand in. Het is hier dus niet het vraagwoord “hoe”. In so, wie ... vergelijkt het de manier waarop iets is met een andere manier of toestand. sie is een persoonlijk voornaamwoord van de derde persoon meervoud en betekent hier “ze”. In deze zin verwijst het, volgens de vaste vertaling en de grammaticale samenhang, naar die Tische; het staat als onderwerp van standen. standen is de verleden tijd van stehen, voor de derde persoon meervoud: sie standen — “ze stonden”. De tegenwoordige vorm is sie stehen; de verleden tijd heeft hier de stam stand-. De bijzin wie sie standen verwijst zo naar hoe de tafels eerder stonden. Samen heeft de vraag de structuur Sollen + onderwerp + wieder + zo staan + zoals ...?: “Moeten de tafels weer zo staan als ze stonden?” In de gegeven vertaling wordt dezelfde bedoelde herstelling van de opstelling uitgedrukt als “Moeten de tafels teruggezet worden zoals ze stonden?”
Die nächste Gruppe wird die übliche Anordnung erwarten.
De volgende groep zal de gebruikelijke opstelling verwachten.
- nächste
- volgende
- Gruppe
- groep
- wird
- zal
- übliche
- gebruikelijke
- Anordnung
- opstelling
- erwarten
- verwachten
Uitgebreide uitleg
nächste betekent hier “volgende” en hoort bij Gruppe. Het is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord nah in de vaste vergelijking nächst-. In die nächste Gruppe is het een vrouwelijke enkelvoudsvorm in de nominatief, omdat de woordgroep het onderwerp is. De uitgang hangt samen met geslacht, getal, naamval en het voorafgaande lidwoord. Vergelijk bijvoorbeeld der nächste Termin en das nächste Treffen. Gruppe is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Gruppe, meervoud die Gruppen. Het betekent hier “groep”; de zin specificeert niet wie die groep precies vormt. wird is de vorm van werden voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: er/sie/es wird. Samen met het infinitief erwarten vormt het hier de toekomst: wird ... erwarten = “zal ... verwachten”. Werden kan ook als zelfstandig werkwoord worden gebruikt (“worden”), maar dat is hier niet de betekenis. übliche is de verbogen vorm van üblich, “gebruikelijk” of “gangbaar”. In die übliche Anordnung staat het bijvoeglijk naamwoord bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. Deze woordgroep is het lijdend voorwerp van erwarten, dus staat zij in de accusatief; samen met het bepaalde lidwoord krijgt het bijvoeglijk naamwoord hier de uitgang -e. De onverbogen vorm is üblich, bijvoorbeeld in Das ist üblich (“Dat is gebruikelijk”). Anordnung is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Anordnung, meervoud die Anordnungen. In deze zin betekent het “opstelling” of “ordening”: de manier waarop iets is geplaatst. In een andere context kan het ook “bevel” of “instructie” betekenen, maar de vaste vertaling ondersteunt hier “opstelling”. erwarten is het infinitief en betekent “verwachten”. Het is een niet-scheidbaar werkwoord; bij wird blijft het als geheel aan het einde staan: wird ... erwarten. Een bruikbaar patroon is jemanden/etwas erwarten — “iemand/iets verwachten”. Samen vormen die nächste Gruppe en die übliche Anordnung het onderwerp en het voorwerp van de verwachting. wird ... erwarten plaatst die verwachting in de toekomst. De volledige betekenis is dus: “De volgende groep zal de gebruikelijke opstelling verwachten.”
Ich werde auch prüfen, ob jemand persönliche Sachen liegen gelassen hat.
Ik zal ook controleren of iemand persoonlijke spullen heeft laten liggen.
- Ich werde
- ik zal
- auch
- ook
- prüfen
- controleren; nagaan
- ob
- of
- jemand
- iemand
- persönliche
- persoonlijke
- Sachen
- spullen; dingen
- liegen gelassen hat
- heeft laten liggen
Uitgebreide uitleg
Ich werde betekent hier “ik zal”. werden is in deze constructie het hulpwerkwoord voor de toekomst: ich werde prüfen = “ik zal controleren”. Het inhoudelijke werkwoord staat als infinitief achteraan in de hoofdzin. Voorbeeld: Ich werde morgen kommen. — “Ik zal morgen komen.” auch betekent “ook” en voegt deze handeling toe aan iets anders dat eveneens geldt. Het verandert niet de betekenis van prüfen zelf. prüfen betekent hier “controleren” of “nagaan”. De basisvorm is prüfen; bijvoorbeeld ich prüfe = “ik controleer” en hat geprüft = “heeft gecontroleerd”. In deze zin blijft het werkwoord de infinitief omdat het na werde staat. ob leidt een bijzin in die een indirecte ja-neevraag uitdrukt: “of”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Vergelijk: Ich weiß, ob er kommt. — “Ik weet of hij komt.” jemand betekent “iemand”. Het is een onbepaald voornaamwoord voor een niet nader genoemde persoon en is hier het onderwerp van liegen gelassen hat. De vorm kan volgens de naamval veranderen, bijvoorbeeld jemand als onderwerp en jemandem in de datief. persönliche betekent hier “persoonlijke”. De basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord is persönlich. De uitgang -e verschijnt hier vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord Sachen zonder voorafgaand lidwoord: persönliche Sachen. Sachen betekent hier “spullen” of “dingen”. Het is het meervoud van Sache (“ding”); het meervoud heeft dus de vorm Sachen. In deze zin is Sachen het meervoudige lijdend voorwerp van liegen lassen: het gaat om persoonlijke spullen die zijn blijven liggen. liegen gelassen hat betekent hier “heeft laten liggen”. De constructie liegen lassen betekent dat je iets ergens laat liggen. In deze voltooide vorm staat liegen als infinitief, gelassen als vorm van lassen en hat als vervoegd hulpwerkwoord. Omdat dit in de ob-bijzin staat, staat hat aan het einde. De delen worden zo samengevoegd: Ich werde auch prüfen = “ik zal ook controleren”; ob jemand persönliche Sachen liegen gelassen hat = “of iemand persoonlijke spullen heeft laten liggen”. De volledige betekenis is: “Ik zal ook controleren of iemand persoonlijke spullen heeft laten liggen.”
Ladegeräte und Notizbücher vergisst man leicht.
Opladers en notitieboeken vergeet je gemakkelijk.
- Ladegeräte
- opladers
- und
- en
- Notizbücher
- notitieboeken
- vergisst
- vergeet
- man
- je; men
- leicht
- gemakkelijk
Uitgebreide uitleg
Ladegeräte betekent hier “opladers”. Het is het meervoud van Ladegerät; het enkelvoud heeft het meervoud op -e: das Ladegerät → die Ladegeräte. Voorbeeld: Die Ladegeräte liegen hier. = “De opladers liggen hier.” und verbindt twee gelijkwaardige delen: Ladegeräte und Notizbücher. Het tweede genoemde zelfstandig naamwoord krijgt dus dezelfde rol in de zin. Notizbücher betekent “notitieboeken”. Het is het meervoud van das Notizbuch: das Notizbuch → die Notizbücher. De umlaut in Bücher hoort bij deze meervoudsvorm. Voorbeeld: Ich kaufe Notizbücher. = “Ik koop notitieboeken.” vergisst betekent hier “vergeet”. De vorm hoort bij het werkwoord vergessen en is de tegenwoordige tijd van de derde persoon enkelvoud: er/sie/es vergisst. Het werkwoord verandert daarbij ook van klinker: ich vergesse, maar du vergisst en er vergisst. Voorbeeld: Er vergisst den Termin. = “Hij vergeet de afspraak.” man is een onbepaald persoonlijk voornaamwoord voor een algemene persoon of mensen in het algemeen. In deze vertaling wordt dat natuurlijk weergegeven met “je”; het verwijst niet naar een specifiek geïdentificeerd persoon. man is grammaticaal enkelvoud, daarom staat hier vergisst en niet een meervoudsvorm. Vergelijk: Man lernt jeden Tag. = “Je leert elke dag.” leicht betekent hier “gemakkelijk”. Het beschrijft hoe het vergeten gebeurt en functioneert dus als bijwoord, hoewel de vorm gelijk is aan het bijvoeglijk naamwoord. De vergelijking is leicht → leichter → am leichtesten: “gemakkelijk” → “gemakkelijker” → “het gemakkelijkst”. Voorbeeld: Das kann man leicht verstehen. = “Dat kun je gemakkelijk begrijpen.” Samen vormen de delen: Ladegeräte und Notizbücher is wat men gemakkelijk vergeet; man geeft een algemene persoon aan, en vergisst ... leicht zegt dat het vergeten gemakkelijk gebeurt. De volledige betekenis is daarom: “Opladers en notitieboeken vergeet je gemakkelijk.”
Der Raum ist jetzt bereit.
De ruimte lijkt nu klaar.
- Raum
- ruimte
- ist
- is
- jetzt
- nu
- bereit
- klaar
Uitgebreide uitleg
Raum betekent hier “ruimte” en is een zelfstandig naamwoord. De vorm heeft het grammaticale geslacht mannelijk: der Raum. Het meervoud is die Räume; let op de umlaut in het meervoud. Voor een kamer of andere afgebakende ruimte kun je bijvoorbeeld zeggen: Der Raum ist groß. — “De ruimte is groot.” ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd. De basisreeks is: ich bin, du bist, er/sie/es ist. In deze zin koppelt ist het onderwerp aan de toestand bereit; het betekent dus “is”, niet op zichzelf “lijkt”. jetzt betekent “nu” en plaatst de toestand in het huidige moment. Het kan ook vóór het werkwoord staan: Jetzt ist der Raum bereit. — “Nu is de ruimte klaar.” De plaats verandert de kernbetekenis, maar kan de nadruk op het tijdstip leggen. bereit is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “klaar” of “gereed”. Na sein staat het hier als naamwoordelijk deel van het gezegde en krijgt het geen uitgang: Der Raum ist bereit. Dat verschilt van attributief gebruik, bijvoorbeeld ein bereiter Raum in een context waar die vorm grammaticaal vereist is; de vormgeving hangt daar af van de naamwoordgroep, niet van Raum als basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord. Samen vormen de delen Der Raum ist jetzt bereit.: het onderwerp is “de ruimte”, ist geeft de toestand aan, jetzt bepaalt het tijdstip en bereit noemt die toestand. De vaste Nederlandse vertaling geeft deze bedoeling weer als “De ruimte lijkt nu klaar”; in het Duits staat hier letterlijk de constructie “De ruimte is nu klaar”. De zin is een eenvoudige mededeling over de huidige gereedheid van de ruimte.
Wenn wir ihn sauber hinterlassen, sollte es leichter sein, ihn wieder zu reservieren.
Als we hem schoon achterlaten, wordt het makkelijker om hem opnieuw te reserveren.
- Wenn
- als
- wir
- wij
- ihn
- hem
- sauber
- schoon
- hinterlassen
- achterlaten
- sollte es
- zou het moeten
- leichter
- makkelijker
- sein
- zijn
- wieder
- opnieuw
- zu reservieren
- te reserveren
Uitgebreide uitleg
Wenn opent een voorwaardelijke bijzin: “als/wanneer”. In deze Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan. Het patroon Wenn + bijzin, ... is herbruikbaar. wir is de vorm voor “wij” als onderwerp. Daarbij staat hinterlassen; bij wir is de tegenwoordige vorm gelijk aan de infinitief. hinterlassen betekent hier “achterlaten”. Voorbeeld: Wir hinterlassen den Raum sauber. = “Wij laten de ruimte schoon achter.” ihn is een persoonlijk voornaamwoord in de vierde naamval (accusatief), mannelijk enkelvoud. Hier betekent het volgens de vaste vertaling “hem”. De gegeven informatie benoemt geen specifieke referent met een zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Ich sehe ihn. = “Ik zie hem.” sauber betekent hier “schoon” en beschrijft de toestand waarin iets wordt achtergelaten. Omdat het predicatief bij hinterlassen staat, krijgt het hier geen adjectiefuitgang; dat komt door deze functie, niet alleen door zijn positie. Voorbeeld: Bitte hinterlasse den Tisch sauber. = “Laat de tafel alsjeblieft schoon achter.” hinterlassen is hier de infinitiefvorm die ook bij wir als tegenwoordige persoonsvorm verschijnt. De combinatie etwas sauber hinterlassen betekent “iets schoon achterlaten”. sollte is hier de vorm van sollen die een verwachte of veronderstelde consequentie uitdrukt: “zou ... moeten”. Dezelfde vorm kan in een andere context ook de verleden tijd van sollen zijn; hier past de gevolg- of verwachtinglezing bij de vaste vertaling. Samen met es ontstaat sollte es ... sein`, “zou het ... moeten zijn”. es is hier een grammaticaal, formeel onderwerp in de constructie sollte es leichter sein; het hoeft niet naar een afzonderlijk benoemd voorwerp te verwijzen. leichter is de vergrotende trap van leicht: leicht = “makkelijk”, leichter = “makkelijker”, am leichtesten = “het makkelijkst”. Hier vergelijkt het de moeilijkheid van het opnieuw reserveren met een niet nader genoemde eerdere of andere situatie. sein is de infinitief van “zijn”. Na de vorm sollte staat het andere werkwoord in de infinitief: sollte ... sein = “zou ... moeten zijn”. wieder betekent hier “opnieuw” en geeft aan dat het reserveren nogmaals wordt bedoeld. Voorbeeld: Wir treffen uns wieder. = “We ontmoeten elkaar weer.” zu reservieren is zu plus de infinitief van reservieren, “reserveren”. Een herbruikbaar patroon is Es ist leichter, etwas zu tun = “Het is makkelijker om iets te doen.” Het tweede ihn in de volledige zin is daarbij het lijdend voorwerp van zu reservieren. De volledige opbouw is Wenn wir ihn sauber hinterlassen (“Als we hem schoon achterlaten”) + sollte es leichter sein (“zou het makkelijker moeten zijn”) + ihn wieder zu reservieren (“om hem opnieuw te reserveren”). Samen geeft de zin de betekenis van de vaste vertaling: “Als we hem schoon achterlaten, wordt het makkelijker om hem opnieuw te reserveren.”
Grammatica
zu + Infinitiv
wieder zu reservieren
VIE-dah tsoe ree-zer-VIE-rənopnieuw te reserveren
Na bepaalde uitdrukkingen staat in het Duits zu vóór het hele infinitief: zu reservieren.
Bijvoeglijk naamwoord vóór het zelfstandig naamwoord
übliche Anordnung
UU-bli-sjuh an-OR-dnoenggebruikelijke opstelling
Een bijvoeglijk naamwoord vóór een zelfstandig naamwoord krijgt in het Duits een uitgang, zoals -e in übliche.
Duits woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Opladers en notitieboeken vergeet je gemakkelijk.
Antwoord tonen
Ladegeräte und Notizbücher vergisst man leicht.De ruimte lijkt nu klaar.
Antwoord tonen
Der Raum ist jetzt bereit.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
over het hoofd zien
Antwoord tonen
übersehengebruiken
Antwoord tonen
benutzengereserveerd
Antwoord tonen
reserviertafval