Der
In „Der Gemeinschaftsraum“ betekent „Der“ het bepaalde lidwoord „de“. De vorm staat hier voor het mannelijke woord „Gemeinschaftsraum“ en komt ook voor in „Der Raum“.
Gemeinschaftsraum
„Gemeinschaftsraum“ betekent hier „gemeenschappelijke ruimte“, de ruimte die na het evenement moet worden opgeruimd. Het woord is opgebouwd rond „Raum“ voor een ruimte die door een groep wordt gedeeld. Je kunt het gebruiken voor een ruimte die door meerdere mensen of groepen wordt gebruikt.
sieht
In „sieht ... unordentlich aus“ betekent „sieht“ dat iets er op een bepaalde manier uitziet. De vorm hoort bij „aussehen“; „sieht“ staat in de zin samen met het losse „aus“. Je gebruikt de combinatie om het uiterlijk of de indruk van iets te beschrijven.
nach
In „nach der Veranstaltung“ betekent „nach“ „na“, dus na afloop van het evenement. Het staat hier vóór een tijdsaanduiding met „der Veranstaltung“. Je gebruikt „nach“ bijvoorbeeld om aan te geven wat later komt.
Veranstaltung
„Veranstaltung“ betekent hier „evenement“, de bijeenkomst waarna de ruimte rommelig is. De vorm staat in „nach der Veranstaltung“. Je kunt het gebruiken voor een georganiseerde bijeenkomst of activiteit.
unordentlich
„Unordentlich“ beschrijft in „unordentlich aus“ dat de ruimte rommelig of niet opgeruimd lijkt. Het woord geeft hier de toestand of indruk van de ruimte aan. Je kunt het gebruiken om een kamer, tafel of andere plek als rommelig te beschrijven.
aus
In „sieht ... unordentlich aus“ is „aus“ het losse deel van „aussehen“ en maakt het de betekenis „eruitzien“ compleet. Het staat aan het einde van de hoofdzin, terwijl „sieht“ eerder staat. Deze scheiding is kenmerkend voor de combinatie „sieht ... aus“.
Wir
„Wir“ betekent „wij“ en verwijst in „Wir müssen ihn sauber machen“ naar de mensen die samen moeten schoonmaken. Het is het onderwerp van de zin. Je gebruikt „wir“ wanneer de spreker zichzelf en minstens één andere persoon bedoelt.
müssen
„Müssen“ betekent hier „moeten“ of „nodig hebben om“, omdat de ruimte moet worden schoongemaakt. Het staat vóór de infinitief „sauber machen“. Je gebruikt de vorm in „Wir müssen ...“ om een noodzakelijke handeling aan te geven.
ihn
In „Wir müssen ihn sauber machen“ verwijst „ihn“ naar de gemeenschappelijke ruimte en betekent het „hem“ of, in het Nederlands, „de ruimte“. Het is het voorwerp van „sauber machen“. Je gebruikt deze vorm wanneer je naar een mannelijk zelfstandig naamwoord verwijst dat de handeling ondergaat.
sauber
In „ihn sauber machen“ betekent „sauber“ „schoon“. Samen met „machen“ beschrijft het de handeling waarbij de ruimte schoon wordt gemaakt. Je kunt „sauber“ gebruiken om een gewenste toestand van een plek of voorwerp aan te geven.
machen
In „sauber machen“ draagt „machen“ de handeling „maken“ of „doen“ bij; de volledige combinatie betekent „schoonmaken“. Na „müssen“ staat „machen“ als infinitief. Je kunt het patroon „etwas sauber machen“ gebruiken voor iets dat je schoonmaakt.
weil
„Weil“ betekent „omdat“ en introduceert in „weil wir ihn reserviert haben“ de reden voor het schoonmaken. In deze bijzin staat de vervoegde vorm „haben“ aan het einde. Je gebruikt „weil“ om een reden of verklaring toe te voegen.
reserviert
In „ihn reserviert haben“ betekent „reserviert“ „gereserveerd“. Het is de voltooide vorm van „reservieren“ en vormt samen met „haben“ de mededeling dat de reservering al is gedaan. Je gebruikt deze vorm om een reeds uitgevoerde reservering te beschrijven.
haben
In „weil wir ihn reserviert haben“ betekent „haben“ „hebben“ en helpt het om de afgeronde handeling „reserviert“ uit te drukken. Omdat het in een „weil“-bijzin staat, komt het aan het einde. De combinatie „etwas reserviert haben“ verwijst naar iets dat al gereserveerd is.
Lass
In „Lass uns eine Checkliste benutzen“ betekent „Lass“ niet simpelweg „laat“, maar vormt het met „uns“ een voorstel: „laten we“. Het is de gebiedende vorm van „lassen“. Je gebruikt „Lass uns ...“ om samen een handeling voor te stellen.
uns
In „Lass uns eine Checkliste benutzen“ betekent „uns“ „ons“ en verwijst het naar de spreker en de aangesprokene samen. Het hoort bij het voorstel „Lass uns ...“. Je gebruikt deze vorm in een patroon waarin je iemand uitnodigt om iets samen te doen.
eine
„Eine“ betekent hier „een“ in „eine Checkliste“. Het introduceert één niet eerder bepaalde checklist. Je gebruikt de vorm vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je naar een niet-specifiek exemplaar verwijst.
Checkliste
„Checkliste“ betekent „checklist“, een lijst waarmee je controleert of alle opruimtaken zijn uitgevoerd. In „eine Checkliste benutzen“ is het de lijst die wordt gebruikt. Je kunt het woord gebruiken voor een praktische lijst met controlepunten.
benutzen
In „eine Checkliste benutzen“ betekent „benutzen“ „gebruiken“. Het is de infinitief na „Lass uns“ en krijgt als voorwerp „eine Checkliste“. Je kunt het patroon „etwas benutzen“ gebruiken wanneer je een hulpmiddel of voorwerp inzet.
damit
„Damit“ betekent „zodat“ en geeft in „damit wir nichts übersehen“ het doel van de checklist aan. Het leidt een bijzin in waarin „übersehen“ aan het einde staat. Je gebruikt „damit“ om een bedoeld resultaat of doel uit te drukken.
nichts
„Nichts“ betekent „niets“ in „nichts übersehen“. Het geeft aan dat er geen enkel relevant punt of voorwerp mag worden gemist. Je gebruikt „nichts“ voor de ontkenning van alle dingen binnen zo’n handeling.
übersehen
In „nichts übersehen“ betekent „übersehen“ „over het hoofd zien“ of „missen“. Het staat als infinitief aan het einde van de „damit“-bijzin en heeft „nichts“ als voorwerp. Je kunt het patroon „etwas übersehen“ gebruiken wanneer je iets bij een controle niet opmerkt.
Ich
„Ich“ betekent „ik“ en is in „Ich kann den Müll einsammeln“ het onderwerp van de mededeling. De spreker neemt de taak om het afval te verzamelen op zich. Je gebruikt „ich“ wanneer je naar jezelf verwijst.
kann
In „Ich kann den Müll einsammeln“ betekent „kann“ „kan“ en drukt het uit dat de spreker deze taak op zich kan nemen. Het staat vóór de infinitief „einsammeln“. Je gebruikt „Ich kann ...“ om een mogelijkheid, vaardigheid of aanbod aan te geven.
den
In „den Müll“ is „den“ het bepaalde lidwoord „de“. Het staat vóór „Müll“, het concrete voorwerp dat wordt verzameld. Je gebruikt deze vorm in deze combinatie om naar het bedoelde afval te verwijzen.
Müll
„Müll“ betekent „afval“ of „vuilnis“, dat in „den Müll einsammeln“ wordt verzameld. Het verwijst hier naar het afval dat na het evenement is achtergebleven. Je kunt het gebruiken voor afval dat moet worden weggegooid of opgeruimd.
einsammeln
In „den Müll einsammeln“ betekent „einsammeln“ „verzamelen“ of „bij elkaar verzamelen“. Het staat als infinitief na „kann“ en krijgt „den Müll“ als voorwerp. Je kunt het patroon „etwas einsammeln“ gebruiken voor afval of andere verspreide dingen.
und
„Und“ betekent „en“ en verbindt in „Ich kann den Müll einsammeln, und du kannst die Stühle zurückstellen“ twee taken. Het voegt de taak van de aangesprokene aan die van de spreker toe. Je gebruikt „und“ om gelijkwaardige informatie of handelingen te verbinden.
du
„Du“ betekent „jij“ en is in „du kannst die Stühle zurückstellen“ het onderwerp. Het verwijst naar de persoon tegen wie de spreker praat. Je gebruikt „du“ voor één direct aangesproken persoon.
kannst
In „du kannst die Stühle zurückstellen“ betekent „kannst“ „kunt“ of „kan“, en het geeft de aangesprokene een mogelijke taak. De vorm hoort bij „du“ en staat vóór de infinitief „zurückstellen“. Je gebruikt „du kannst ...“ voor een mogelijkheid of aanbod aan één persoon.
die
„Die“ is in „die Stühle“ en „Die nächste Gruppe“ het bepaalde lidwoord „de“. Het verwijst in beide gevallen naar iets dat in deze situatie als bepaald wordt voorgesteld: de stoelen en de volgende groep. De vorm staat vóór het bijbehorende zelfstandig naamwoord.
Stühle
„Stühle“ betekent „stoelen“ en is in „die Stühle zurückstellen“ het meervoudige voorwerp van de opruimtaak. De stoelen moeten terug op hun plaats worden gezet. Je kunt het woord gebruiken voor stoelen in een ruimte of opstelling.
zurückstellen
In „die Stühle zurückstellen“ betekent „zurückstellen“ „terugzetten“ of „opnieuw op hun plaats zetten“. Het staat als infinitief na „kannst“. Je gebruikt het patroon „etwas zurückstellen“ wanneer je een voorwerp naar zijn eerdere of afgesproken plaats brengt.
Sollen
In „Sollen die Tische wieder so stehen?“ vraagt „Sollen“ of de tafels op die manier moeten staan of teruggezet moeten worden. Het maakt van de zin een vraag over de gewenste of verwachte opstelling. Je gebruikt „Sollen ...?“ om naar de juiste of afgesproken handeling te vragen.
Tische
„Tische“ betekent „tafels“ en is in „die Tische wieder so stehen“ het onderwerp van de vraag. De vraag gaat over hun positie in de ruimte. Je kunt het woord gebruiken voor tafels die samen een opstelling vormen.
wieder
In „wieder so stehen“ betekent „wieder“ hier „weer“ of „terug“, namelijk terug in de eerdere opstelling. Het verwijst naar een toestand die opnieuw moet worden bereikt. Je gebruikt „wieder“ voor herhaling of terugkeer naar een eerdere toestand.
so
„So“ betekent in „wieder so stehen, wie sie standen“ „zo“ of „op die manier“. Het verwijst naar de manier waarop de tafels eerder stonden. De combinatie met „wie“ maakt de bedoelde vergelijking met de eerdere toestand duidelijk.
stehen
In „die Tische wieder so stehen“ betekent „stehen“ dat de tafels op een bepaalde manier geplaatst zijn. Het staat als infinitief na „Sollen“. Je kunt „stehen“ gebruiken om de positie of opstelling van voorwerpen te beschrijven.
wie
In „wie sie standen“ betekent „wie“ „zoals“ of „op de manier waarop“. Het verbindt de gewenste positie van de tafels met hun vroegere positie. Je gebruikt „wie“ hier om een manier of vergelijking aan te geven.
sie
In „wie sie standen“ betekent „sie“ „ze“ of „zij“ en verwijst het naar „die Tische“. Het is het onderwerp van de bijzin over de eerdere positie. Je gebruikt deze vorm om naar meerdere eerder genoemde zaken te verwijzen.
standen
„Standen“ betekent in „wie sie standen“ „stonden“ of „geplaatst waren“. De vorm beschrijft de eerdere positie van de tafels. Je gebruikt deze vorm wanneer je naar een vroegere toestand of opstelling verwijst.
nächste
In „Die nächste Gruppe“ betekent „nächste“ „volgende“. Het geeft aan dat deze groep na de huidige gebruikers komt. Je kunt het gebruiken vóór een zelfstandig naamwoord om de eerstvolgende persoon, groep of gebeurtenis aan te duiden.
Gruppe
„Gruppe“ betekent „groep“, hier de mensen die de ruimte als volgende zullen gebruiken. Het woord staat in „Die nächste Gruppe“. Je kunt het gebruiken voor meerdere mensen die als een eenheid worden beschouwd.
wird
In „wird die übliche Anordnung erwarten“ helpt „wird“ om uit te drukken wat de volgende groep zal verwachten. Het staat samen met de infinitief „erwarten“. Je gebruikt dit patroon om naar een verwachte toekomstige handeling of verwachting te verwijzen.
übliche
„Übliche“ betekent in „die übliche Anordnung“ „gebruikelijke“ of „vaste“. Het beschrijft de opstelling die normaal voor de volgende groep wordt verwacht. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord voor iets dat volgens de gewoonte of afspraak geldt.
Anordnung
„Anordnung“ betekent hier „opstelling“ of „indeling“, dus de manier waarop de tafels en stoelen geplaatst zijn. In „die übliche Anordnung“ gaat het om de normale inrichting van de ruimte. Je kunt het woord gebruiken voor een afgesproken of georganiseerde plaatsing van dingen.
erwarten
In „die übliche Anordnung erwarten“ betekent „erwarten“ „verwachten“. Het is de infinitief na „wird“ en krijgt „die übliche Anordnung“ als voorwerp. Je kunt het patroon „etwas erwarten“ gebruiken voor iets waarvan je denkt dat het zal gebeuren of aanwezig zal zijn.
werde
In „Ich werde auch prüfen“ betekent „werde“ „zal“ en kondigt het een handeling van de spreker aan. Het is de vorm van „werden“ die bij „Ich“ hoort en staat samen met de infinitief „prüfen“. Je gebruikt „Ich werde ...“ om een voorgenomen of toekomstige handeling uit te drukken.
auch
„Auch“ betekent „ook“ in „Ich werde auch prüfen“. Het voegt het controleren van persoonlijke spullen toe aan de andere opruimtaken. Je gebruikt „auch“ om extra informatie of een extra handeling toe te voegen.
prüfen
In „Ich werde auch prüfen“ betekent „prüfen“ „controleren“ of „nagaan“. Het staat als infinitief na „werde“ en wordt verder uitgewerkt door „ob jemand ...“. Je kunt het gebruiken wanneer je iets zorgvuldig controleert of nagaat of iets het geval is.
ob
„Ob“ betekent „of“ in de indirecte vraag „ob jemand persönliche Sachen liegen gelassen hat“. Het leidt een ja-neevraag binnen de grotere zin in. Je gebruikt „ob“ wanneer je wilt nagaan of iets wel of niet is gebeurd.
jemand
„Jemand“ betekent hier „iemand“ of „een persoon“ in „ob jemand persönliche Sachen ...“. Het is de mogelijke persoon die spullen heeft achtergelaten. Je gebruikt het wanneer de identiteit van die persoon onbekend of niet belangrijk is.
persönliche
In „persönliche Sachen“ betekent „persönliche“ „persoonlijke“. Het beschrijft spullen die aan individuele mensen toebehoren. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om bezit of privékarakter aan te geven.
Sachen
„Sachen“ betekent „spullen“ of „dingen“, hier voor persoonlijke voorwerpen die in de ruimte kunnen zijn achtergelaten. Het staat in de combinatie „persönliche Sachen“. Je kunt het gebruiken voor alledaagse voorwerpen wanneer je ze niet afzonderlijk benoemt.
liegen
In „liegen gelassen“ draagt „liegen“ het idee bij dat spullen ergens liggen wanneer ze worden achtergelaten. Samen met „gelassen“ betekent de combinatie dat iemand de spullen heeft laten liggen. Je gebruikt deze combinatie wanneer iets op een plaats blijft in plaats van meegenomen te worden.
gelassen
In „liegen gelassen hat“ betekent „gelassen“ hier „gelaten“ of „achtergelaten“. Samen met „liegen“ vormt het de betekenis dat iemand persoonlijke spullen heeft laten liggen. De vorm hoort bij „liegen lassen“ en staat samen met „hat“ in een voltooide handeling.
hat
In „liegen gelassen hat“ betekent „hat“ „heeft“ en helpt het om de afgeronde handeling uit te drukken. In de „ob“-bijzin staat deze vorm aan het einde. Je gebruikt „hat“ samen met een voltooid deelwoord om te zeggen dat iemand iets heeft gedaan.
Ladegeräte
„Ladegeräte“ betekent „opladers“ en noemt in „Ladegeräte und Notizbücher“ voorbeelden van spullen die iemand gemakkelijk kan vergeten. Het is een meervoudsvorm. Je kunt het woord gebruiken voor apparaten waarmee je andere apparaten oplaadt.
Notizbücher
„Notizbücher“ betekent „notitieboeken“ en staat samen met „Ladegeräte“ als voorbeeld van persoonlijke spullen. Het is een meervoudsvorm voor boeken waarin je aantekeningen maakt. Je kunt het woord gebruiken voor notitieboeken die iemand ergens kan laten liggen.
vergisst
In „Ladegeräte und Notizbücher vergisst man leicht“ betekent „vergisst“ „vergeet“. De vorm beschrijft wat mensen gemakkelijk met deze voorwerpen doen. Je gebruikt het met iets dat iemand niet meeneemt of niet meer weet te onthouden.
man
„Man“ betekent hier niet een specifieke persoon, maar „men“ of „mensen in het algemeen“. In „vergisst man leicht“ maakt het de uitspraak algemeen: zulke spullen worden gemakkelijk vergeten. Je gebruikt „man“ voor een algemene ervaring of regel zonder een bepaalde persoon te noemen.
leicht
In „vergisst man leicht“ betekent „leicht“ „gemakkelijk“. Het zegt dat het vergeten van opladers en notitieboeken snel of zonder veel moeite kan gebeuren. Je gebruikt het hier als bijwoord bij „vergisst“ om aan te geven hoe gemakkelijk iets gebeurt.
Raum
„Raum“ betekent „ruimte“ of „kamer“ in „Der Raum ist jetzt bereit“. Het verwijst naar de gemeenschappelijke ruimte die inmiddels is opgeruimd. Je kunt het gebruiken voor een fysieke ruimte die mensen gebruiken.
ist
In „Der Raum ist jetzt bereit“ betekent „ist“ „is“ en verbindt het onderwerp „Der Raum“ met de toestand „bereit“. Het beschrijft de huidige toestand van de ruimte. Je gebruikt deze vorm om te zeggen hoe iets op dit moment is.
jetzt
„Jetzt“ betekent „nu“ in „Der Raum ist jetzt bereit“. Het markeert dat de ruimte op dit moment klaar is, na het opruimen. Je gebruikt het om een huidige tijd of verandering ten opzichte van eerder aan te geven.
bereit
„Bereit“ betekent in „ist jetzt bereit“ „klaar“ of „gereed voor gebruik“. Het beschrijft dat de ruimte opnieuw gebruikt kan worden. Je kunt het gebruiken voor een persoon, plaats of voorwerp dat klaar is voor de volgende stap.
Wenn
„Wenn“ betekent hier „als“ en leidt in „Wenn wir ihn sauber hinterlassen“ een voorwaarde in. De zin beschrijft wat er gebeurt wanneer de ruimte schoon wordt achtergelaten. Je gebruikt „wenn“ om een voorwaarde of mogelijk moment aan te geven.
hinterlassen
In „Wenn wir ihn sauber hinterlassen“ betekent „hinterlassen“ „achterlaten“. Het voorwerp „ihn“ is de ruimte, en „sauber“ beschrijft de toestand waarin die wordt achtergelaten. Je kunt het patroon „etwas sauber hinterlassen“ gebruiken wanneer je een plaats netjes achterlaat.
sollte
In „sollte es leichter sein“ drukt „sollte“ uit dat iets naar verwachting of volgens de bedoeling gemakkelijker zal zijn. De vorm hoort bij „sollen“ en staat hier bij de constructie „es ... sein“. Je gebruikt deze combinatie voor een verwachte of gewenste uitkomst.
es
In „sollte es leichter sein“ verwijst „es“ niet naar een concreet voorwerp, maar maakt het de algemene uitkomst „makkelijker zijn“ tot onderwerp van de zin. De concrete handeling volgt in „ihn wieder zu reservieren“. Je gebruikt dit patroon om te zeggen dat het gemakkelijker of moeilijker is om iets te doen.
leichter
„Leichter“ betekent in „es leichter sein“ „gemakkelijker“. Het vergelijkt de situatie na het schoon achterlaten met een minder gemakkelijke situatie. Je gebruikt deze vorm vóór of naast „sein“ om een verbetering in de moeilijkheidsgraad aan te geven.
sein
In „leichter sein“ betekent „sein“ „zijn“. Het verbindt „es“ met de toestand „leichter“ en staat als infinitief na „sollte“. Je kunt het patroon „leichter sein, etwas zu tun“ gebruiken om aan te geven dat een handeling minder moeilijk is.
zu
In „ihn wieder zu reservieren“ is „zu“ de infinitiefmarkeerder vóór „reservieren“. De hele groep noemt de handeling die gemakkelijker zou worden. Je gebruikt „zu“ in deze constructie vóór een infinitief na een uitdrukking zoals „leichter sein“.
reservieren
In „ihn wieder zu reservieren“ betekent „reservieren“ „reserveren“ of „boeken“. Het staat als infinitief na „zu“ en heeft „ihn“ als voorwerp, namelijk de ruimte opnieuw boeken. Je kunt het patroon „etwas wieder reservieren“ gebruiken wanneer je een ruimte of plaats opnieuw boekt.