Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een afspraak verzetten en het medisch dossier laten inzien oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Ich muss meinen Termin verschieben, weil meine Besprechung länger gedauert hat.
Ich moet mainun tèr-mien fersjiepun, vail mainuh buh-shpreh-choeng leng-er guh-dau-ert hat. Ik moet mijn afspraak verzetten omdat mijn vergadering is uitgelopen.Wir können nach einem anderen Termin suchen, je nachdem, welche Fachkraft frei ist.
Vier keunun nach ainem andurun tèr-mien zoekun, jee nachdeem, velchuh fachkraft fraai ist. We kunnen naar een ander tijdstip zoeken, afhankelijk van welke zorgverlener beschikbaar is.Ich hätte gern möglichst bald einen Termin, wenn das möglich ist.
Ich hèttuh gern meuglikst balt ainen tèr-mien, ven das meuglik ist. Ik heb liever zo snel mogelijk een afspraak, als dat mogelijk is.Der frühestmögliche Termin ist bei einer anderen Fachkraft aus demselben Team.
Deer fruu-uhst-meuglikuh tèr-mien ist bai ainer andurun fachkraft aus dehm-zelbun tiem. De eerst mogelijke afspraak is bij een andere zorgverlener uit hetzelfde team.Das passt, wenn die Person meine Notizen vom letzten Besuch einsehen kann.
Das past, ven die perzoon mainuh nootietsun fom letstun be-zoekh ain-zeen kan. Dat is goed, als die persoon mijn aantekeningen van het vorige bezoek kan inzien.Die Fachkraft kann die Akte einsehen, aber sie stellt vielleicht trotzdem noch ein paar Fragen.
Die fachkraft kan die ak-tuh ain-zeen, aa-ber zie shtellt fee-laicht trots-deem noch ain paar fraa-gun. De zorgverlener kan het dossier inzien, maar kan toch nog een paar vragen stellen.Das ist in Ordnung, solange die Person den Hintergrund kennt.
Das ist in ordnoeng, zo-languh die perzoon deen hin-ter-groent kent. Dat is prima, zolang die persoon de achtergrond kent.Ich kann eine Notiz hinzufügen, in der ich die Person bitte, Ihre Akte vor dem Termin durchzusehen.
Ich kan aine nootiets hin-tsoe-foo-gun, in dehr iech die perzoon bittuh, iere ak-tuh fohr dehm tèr-mien doorch-tsee-un. Ik kan een notitie toevoegen waarin ik vraag of die persoon uw dossier vóór de afspraak wil doornemen.Uitleg van de zinnen
Ich muss meinen Termin verschieben, weil meine Besprechung länger gedauert hat.
Ik moet mijn afspraak verzetten omdat mijn vergadering is uitgelopen.
- Ich muss
- ik moet
- Termin
- afspraak
- verschieben
- verzetten
- Besprechung
- vergadering
- länger
- langer
- gedauert hat
- heeft geduurd
Uitgebreide uitleg
Ich muss betekent hier dat de spreker iets moet doen. muss is de vorm van müssen voor de eerste persoon enkelvoud: ich muss; het infinitief van de daaropvolgende handeling staat in het Duits aan het einde van de hoofdzin. Voorbeeld: Ich muss heute arbeiten. — Ik moet vandaag werken. Termin betekent hier een afspraak of gepland tijdstip. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Termin. In meinen Termin staat het in de accusatief, omdat het de afspraak is die verzet wordt; het bezittelijke woord past zich daaraan aan. Het meervoud is Termine. verschieben betekent een afspraak naar een ander tijdstip verzetten of uitstellen. Het is hier het infinitief na muss. Voorbeeld: Wir müssen den Termin verschieben. — We moeten de afspraak verzetten. verschieben is iets anders dan absagen (‘afzeggen’): verzetten houdt in dat de afspraak blijft bestaan, maar op een ander tijdstip. Besprechung betekent vergadering of bespreking. Het is vrouwelijk: die Besprechung; daarom staat hier het bezittelijke woord als meine bij dit zelfstandig naamwoord. Het meervoud is Besprechungen. länger is de vergrotende trap van lang: lang — länger — am längsten. In deze zin beschrijft het hoe lang de vergadering duurde: ze duurde langer dan gepland of verwacht. Het is hier een bijwoordelijke bepaling bij gedauert, niet een vorm van Termin of Besprechung. gedauert hat komt van dauern, ‘duren’. gedauert is het voltooid deelwoord en hat is de tegenwoordige vorm van haben voor de derde persoon enkelvoud. Samen vormen ze het perfectum: ‘heeft geduurd’. Omdat dit deel na weil een bijzin is, staat het vervoegde werkwoord hat achteraan: weil meine Besprechung länger gedauert hat. Voorbeeld: Der Kurs hat zwei Stunden gedauert. — De cursus heeft twee uur geduurd. De hele zin is opgebouwd als Ich muss meinen Termin verschieben (‘Ik moet mijn afspraak verzetten’) plus de redengevende bijzin weil meine Besprechung länger gedauert hat (‘omdat mijn vergadering is uitgelopen’). Weil leidt de redengevende bijzin in en veroorzaakt daar de werkwoordvolgorde met hat aan het einde. Samen betekent de uiting: ‘Ik moet mijn afspraak verzetten omdat mijn vergadering is uitgelopen.’
Wir können nach einem anderen Termin suchen, je nachdem, welche Fachkraft frei ist.
We kunnen naar een ander tijdstip zoeken, afhankelijk van welke zorgverlener beschikbaar is.
- Wir können
- wij kunnen
- nach
- naar
- anderen
- ander
- Termin
- afspraak; tijdstip
- suchen
- zoeken
- je nachdem
- afhankelijk van
- welche
- welke
- Fachkraft
- zorgverlener
- frei
- beschikbaar
Uitgebreide uitleg
Wir können betekent hier dat de spreker samen met anderen iets kan doen: “wij kunnen”. können is de persoonsvorm voor wir; het daaropvolgende werkwoord blijft in de infinitief. Voorbeeld: Wir können warten. — “Wij kunnen wachten.” nach staat hier bij suchen in de vaste combinatie nach etwas suchen: “naar iets zoeken”. In deze betekenis regeert nach de datief. Het is dus niet de temporele betekenis “na”. anderen betekent hier “ander” in einem anderen Termin. Het bijvoeglijk naamwoord hoort bij Termin en heeft de basisvorm ander; de uitgang -en komt hier door de datiefvorm na einem. Voorbeeld: Wir suchen einen anderen Weg. — “Wij zoeken een andere weg.” Termin betekent hier een afspraak of gepland tijdstip. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Termin, met in de datief einem Termin. In deze zin gaat het volgens de vertaling om een ander tijdstip voor de afspraak. suchen is de infinitief “zoeken”. Met können staat deze infinitief aan het einde van de hoofdzin: Wir können ... suchen. Voorbeeld: Ich suche einen Termin. — “Ik zoek een afspraak.” je nachdem is een vaste uitdrukking met de betekenis “afhankelijk van” of “naargelang”. Ze leidt hier de voorwaardelijke informatie in die bepaalt welke Fachkraft beschikbaar is. De daaropvolgende bijzin heeft het werkwoord aan het einde: ... welche Fachkraft frei ist. welche betekent hier “welke” en hoort bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Fachkraft. In welche Fachkraft frei ist is die woordgroep het onderwerp van de bijzin; daarom staat ist in het enkelvoud. Voorbeeld: Welche Person kommt? — “Welke persoon komt?” Fachkraft betekent hier “zorgverlener” of “vakbekwame professional”, overeenkomstig de vaste vertaling. Het woord is vrouwelijk: die Fachkraft; het meervoud is die Fachkräfte. In deze zin wordt niet gezegd welke specifieke Fachkraft bedoeld is. frei betekent hier “beschikbaar”. Het staat als naamwoordelijk deel bij ist en krijgt daarom geen uitgang: die Fachkraft ist frei. Voorbeeld: Die Ärztin ist frei. — “De arts is beschikbaar.” Samen vormen de delen: Wir können + nach einem anderen Termin suchen = “we kunnen naar een ander tijdstip zoeken”. je nachdem, welche Fachkraft frei ist voegt daaraan toe dat dit afhangt van welke zorgverlener beschikbaar is. De volledige betekenis is: “We kunnen naar een ander tijdstip zoeken, afhankelijk van welke zorgverlener beschikbaar is.”
Ich hätte gern möglichst bald einen Termin, wenn das möglich ist.
Ik heb liever zo snel mogelijk een afspraak, als dat mogelijk is.
- Ich hätte gern
- ik zou graag willen
- möglichst bald
- zo snel mogelijk
- einen Termin
- een afspraak
- möglich
- mogelijk
Uitgebreide uitleg
Ich hätte gern drukt hier een beleefde wens uit: “ik zou graag willen”. hätte is de vorm van haben in de Konjunktiv II; hier verwijst die niet naar een gebeurtenis in het verleden. Het patroon Ich hätte gern + zelfstandig naamwoord is bruikbaar om beleefd te zeggen wat je graag zou willen. Voorbeeld: Ich hätte gern einen Kaffee. — “Ik zou graag een koffie willen.” möglichst bald betekent “zo snel mogelijk”. bald betekent “binnen korte tijd”; möglichst maakt daarvan de maximaal haalbare spoed. Voorbeeld: Bitte antworten Sie möglichst bald. — “Antwoord alstublieft zo snel mogelijk.” einen Termin betekent “een afspraak”. Termin is een mannelijk zelfstandig naamwoord. In deze zin is het de accusatief als voorwerp van hätte gern; daarom wordt het onbepaalde lidwoord ein de vorm einen. Het zelfstandig naamwoord zelf blijft Termin. Voorbeeld: Ich brauche einen Termin. — “Ik heb een afspraak nodig.” möglich betekent “mogelijk” of “haalbaar”. In wenn das möglich ist staat het als predicatief bijvoeglijk naamwoord: das is het onderwerp en möglich beschrijft de toestand ervan; het bijvoeglijk naamwoord krijgt hier geen aparte verbuiging. In een bijzin met wenn staat het vervoegde werkwoord achteraan: wenn das möglich ist. De bijzin maakt de voorafgaande wens voorwaardelijk. De vorm das verwijst hier naar de voorafgaande wens of situatie in brede zin; de zin benoemt geen afzonderlijk zelfstandig naamwoord als precieze referent. Voorbeeld: Wenn es möglich ist, komme ich morgen. — “Als het mogelijk is, kom ik morgen.” Samen betekent Ich hätte gern möglichst bald einen Termin, wenn das möglich ist.: “Ik zou graag zo snel mogelijk een afspraak willen, als dat mogelijk is.” Eerst wordt de beleefde wens genoemd (Ich hätte gern), daarna de gewenste spoed (möglichst bald) en het gevraagde (einen Termin). De voorwaardelijke bijzin wenn das möglich ist beperkt die wens tot het geval waarin dit mogelijk is.
Der frühestmögliche Termin ist bei einer anderen Fachkraft aus demselben Team.
De eerst mogelijke afspraak is bij een andere zorgverlener uit hetzelfde team.
- frühestmögliche
- vroegst mogelijke
- Termin
- afspraak
- ist
- is
- bei
- bij
- anderen
- andere
- Fachkraft
- zorgverlener
- aus
- uit
- demselben
- hetzelfde
- Team
- team
Uitgebreide uitleg
frühestmögliche betekent hier ‘vroegst mogelijke’. Het is een verbogen bijvoeglijk naamwoord bij Termin, dat mannelijk en onderwerp van de zin is. De reeks früh (‘vroeg’), früher (‘eerder’) en am frühesten (‘het vroegst’) helpt de vergelijking te herkennen. In frühestmögliche wordt de hoogste graad gecombineerd met möglich (‘mogelijk’). Voorbeeld: Wir suchen den frühestmöglichen Termin. — ‘We zoeken de vroegst mogelijke afspraak.’ Termin betekent hier ‘afspraak’, vooral een gepland moment voor een bezoek of gesprek. Het meervoud is Termine. Voorbeeld: Der Termin ist am Montag. — ‘De afspraak is op maandag.’ ist is de derde persoon enkelvoud van sein (‘zijn’) in de tegenwoordige tijd. Hier verbindt het onderwerp Der frühestmögliche Termin met de bepaling na bei. bei betekent hier ‘bij’ en krijgt in deze betekenis een datiefgroep: bei einer Fachkraft betekent ‘bij een zorgverlener’. Het kan ook een plaats of organisatie aanduiden. Voorbeeld: Ich bin bei der Ärztin. — ‘Ik ben bij de arts.’ anderen betekent hier ‘andere’. Het is de verbogen vorm van ander- in einer anderen Fachkraft: datief, vrouwelijk, enkelvoud. Fachkraft is vrouwelijk en bei vereist hier de datief. De vorm van het bijvoeglijk naamwoord verandert dus mee met naamval en grammaticaal geslacht. anderen drukt hier geen specifiek aantal uit. Fachkraft betekent een vakkundige professional; in deze context is de natuurlijke betekenis ‘zorgverlener’. Het woord is vrouwelijk: die Fachkraft; het meervoud is die Fachkräfte. De zin specificeert niet welk type zorgverlener het is. aus betekent hier ‘uit’ of ‘vanuit’ en krijgt een datiefgroep. In aus demselben Team geeft het aan dat de andere zorgverlener bij hetzelfde team hoort. demselben betekent ‘hetzelfde’ en staat bij Team: demselben Team. Team is onzijdig (das Team), en na aus staat de groep in de datief; daarom verschijnt deze vorm. Voorbeeld: Sie arbeitet im selben Team. — ‘Zij werkt in hetzelfde team.’ Team betekent ‘team’. Het meervoud is Teams. Hier duidt het op de groep waartoe de andere zorgverlener behoort. Samen betekent Der frühestmögliche Termin ist bei einer anderen Fachkraft aus demselben Team.: ‘De eerst mogelijke afspraak is bij een andere zorgverlener uit hetzelfde team.’ Der frühestmögliche Termin is het onderwerp; ist bei ... geeft aan bij welke zorgverlener de afspraak is, en aus demselben Team specificeert dat deze zorgverlener bij hetzelfde team hoort. De formulering is geschikt voor een neutrale mededeling over een afspraak.
Das passt, wenn die Person meine Notizen vom letzten Besuch einsehen kann.
Dat is goed, als die persoon mijn aantekeningen van het vorige bezoek kan inzien.
- Das passt
- Dat is goed
- wenn
- als
- die Person
- de persoon
- meine Notizen
- mijn aantekeningen
- letzten
- vorige
- Besuch
- bezoek
- einsehen
- inzien
- kann
- kan
Uitgebreide uitleg
Das passt betekent hier dat de voorgestelde situatie aanvaardbaar of geschikt is. passen kan ook letterlijk “passen” betekenen, bijvoorbeeld in Der Schlüssel passt — “De sleutel past.” In deze zin verwijst Das naar de voorafgaande inhoud als geheel; het is een aanwijzend voornaamwoord in het onzijdige enkelvoud. wenn leidt hier een voorwaardelijke bijzin in: “als”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Vergelijk: Wenn sie Zeit hat, kommt sie. — “Als ze tijd heeft, komt ze.” die Person betekent “de persoon”. die en Person vormen hier een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud; het woord Person bepaalt dit grammaticale geslacht, niet een eventueel werkelijk geslacht van de bedoelde persoon. De vorm kan bijvoorbeeld onderwerp zijn in Die Person wartet. — “De persoon wacht.” meine Notizen betekent “mijn aantekeningen”. Notizen is het meervoud van die Notiz. In deze zin is meine de bezittelijke vorm bij het meervoud; het bezit wordt aan de spreker gekoppeld, maar de zin zegt niet hoeveel aantekeningen er zijn. Meine Notizen liegen hier. betekent: “Mijn aantekeningen liggen hier.” letzten beschrijft Besuch als de vorige of laatstgenoemde gelegenheid. Het bijvoeglijk naamwoord heeft hier de vorm letzten: het staat vóór het mannelijke zelfstandig naamwoord Besuch in de naamval die volgt uit vom (von dem). De basisvorm is letzt; vergelijk der letzte Besuch — “het laatste bezoek” — met vom letzten Besuch — “van het vorige bezoek”. Besuch betekent “bezoek”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Besuch. Het kan een bezoek als gebeurtenis aanduiden, zoals in Der Besuch war kurz. — “Het bezoek was kort.” einsehen betekent hier “inzien” in de betekenis van toegang hebben tot en iets kunnen bekijken, zoals aantekeningen of een dossier. Het is een samengesteld werkwoord; de infinitief blijft in deze bijzin als einsehen staan. Bijvoorbeeld: Sie kann die Akte einsehen. — “Zij kan het dossier inzien.” kann is de derde persoon enkelvoud van het modale werkwoord können; de basisvorm is können. Het drukt hier mogelijkheid of bevoegdheid uit. Met een ander onderwerp verandert de vorm: Ich kann betekent “ik kan”, terwijl die Person kann betekent “de persoon kan”. Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord als infinitief aan het einde: Die Person kann die Notizen einsehen. — “De persoon kan de aantekeningen inzien.” Samen bestaat de voorwaardelijke bijzin uit wenn, het onderwerp die Person, het bezit en de beschreven documenten meine Notizen vom letzten Besuch, en de combinatie einsehen kann. De hele zin betekent daarom: “Dat is goed, als de persoon mijn aantekeningen van het vorige bezoek kan inzien.”
Die Fachkraft kann die Akte einsehen, aber sie stellt vielleicht trotzdem noch ein paar Fragen.
De zorgverlener kan het dossier inzien, maar kan toch nog een paar vragen stellen.
- Die Fachkraft
- de zorgverlener
- kann
- kan
- die Akte
- het dossier
- einsehen
- inzien
- aber
- maar
- sie
- ze
- stellt
- stelt
- vielleicht
- misschien
- trotzdem
- toch
- noch
- nog
- ein paar
- een paar
- Fragen
- vragen
Uitgebreide uitleg
Die Fachkraft betekent hier “de zorgverlener”. Fachkraft is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat het bepaald lidwoord in deze naamwoordgroep als die. Het meervoud is Fachkräfte. kann is de vorm van können voor de derde persoon enkelvoud. Met een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief: Die Fachkraft kann ... einsehen = “De zorgverlener kan ... inzien”. die Akte is het lijdend voorwerp van einsehen. Akte is vrouwelijk; in het vrouwelijk enkelvoud hebben nominatief en accusatief hier dezelfde vorm die Akte. einsehen betekent in deze zin “inzien” of “raadplegen”. Het is een scheidbaar samengesteld werkwoord: zonder modaal werkwoord kan men bijvoorbeeld zeggen Sie sieht die Akte ein — “Zij ziet het dossier in”. Na kann blijft de infinitief einsehen aan het einde staan. aber verbindt twee delen met een tegenstelling: “maar”. Het verandert niet de woordvolgorde van het eerste deel; in het tweede hoofdzin-deel staat het vervoegde werkwoord opnieuw op de tweede positie. sie is hier een persoonlijk voornaamwoord in de derde persoon enkelvoud, vrouwelijk, als onderwerp. In de vaste vertaling verwijst het naar de zorgverlener: “zij”. De vorm contrasteert bijvoorbeeld met er voor een mannelijk referent en sie als meervoudige vorm; hier is de enkelvoudige vrouwelijke lezing bedoeld. stellt is de vorm van stellen voor de derde persoon enkelvoud. In de vaste uitdrukking Fragen stellen betekent stellen “vragen stellen”. Voorbeeld: Die Person stellt eine Frage. — “De persoon stelt een vraag.” vielleicht betekent “misschien” en maakt de bewering onzeker. Hier gaat die onzekerheid over het feit dat zij nog vragen zal stellen. trotzdem betekent “toch” of “desondanks”. Het markeert dat het volgende feit blijft gelden ondanks het voorafgaande feit dat de zorgverlener het dossier kan inzien. noch betekent hier “nog” in de zin van iets extra’s of steeds aanvullends: er komen daarnaast nog vragen. Het is niet hetzelfde als nicht mehr, dat “niet meer” betekent. ein paar is een onbepaalde hoeveelheid met de betekenis “een paar” of “enkele”. Het drukt in deze zin geen exact aantal uit. Het bijbehorende zelfstandig naamwoord staat in het meervoud. Fragen is het meervoud van Frage, “vraag”. In Fragen stellen staat het als lijdend voorwerp; het meervoud heeft hier dezelfde vorm in nominatief en accusatief. Voorbeeld: Ich stelle zwei Fragen. — “Ik stel twee vragen.” Samen vormen Die Fachkraft kann die Akte einsehen de eerste hoofdzin: “De zorgverlener kan het dossier inzien.” aber leidt de tegenstelling in. In sie stellt vielleicht trotzdem noch ein paar Fragen is sie opnieuw het onderwerp, stellt het vervoegde werkwoord en ein paar Fragen wat zij mogelijk nog stelt. De volledige betekenis is: “De zorgverlener kan het dossier inzien, maar kan toch nog een paar vragen stellen.”
Das ist in Ordnung, solange die Person den Hintergrund kennt.
Dat is prima, zolang die persoon de achtergrond kent.
- in Ordnung
- prima; in orde
- solange
- zolang
- Person
- persoon
- Hintergrund
- achtergrond
- kennt
- kent
Uitgebreide uitleg
in Ordnung betekent hier dat iets aanvaardbaar of prima is. Het is een vaste, veelgebruikte uitdrukking; Ordnung betekent afzonderlijk onder meer ‘orde’, maar in deze uitdrukking vertaal je het niet letterlijk als ‘in orde’ in elke context. solange leidt hier een voorwaardelijke bijzin in en betekent ‘zolang’ of ‘op voorwaarde dat’. Het geeft aan dat de hoofdzin geldt gedurende de voorwaarde die erop volgt. In het Duits staat het vervoegde werkwoord in zo’n bijzin aan het einde: solange die Person den Hintergrund kennt. Person betekent ‘persoon’. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Person; het meervoud is die Personen. Het grammaticale geslacht verwijst hier niet noodzakelijk naar het werkelijke geslacht van de persoon. Hintergrund betekent hier ‘achtergrond’, dus de relevante voorgeschiedenis of context. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Hintergrund; het meervoud is die Hintergründe. In den Hintergrund staat het woord in de accusatief, omdat het de inhoud is die de persoon kent. kennt is de derde persoon enkelvoud van kennen, ‘kennen’ of ‘bekend zijn met’. De tegenwoordige tijd is: ich kenne, du kennst, er/sie/es kennt. Kennen gebruik je voor vertrouwdheid met een persoon, zaak of informatie; wissen gebruik je eerder voor het weten van een feit. Voorbeeld: Sie kennt den Hintergrund. — ‘Zij kent de achtergrond.’ In Das ist in Ordnung verwijst Das naar iets dat in de context aanvaardbaar wordt gevonden; de specifieke referentie wordt in deze zin niet verder benoemd. ist is de vorm van sein bij das. Daarna beperkt solange die beoordeling: die Person den Hintergrund kennt is de voorwaarde. Samen betekent de zin: ‘Dat is prima, zolang de persoon de achtergrond kent.’
Ich kann eine Notiz hinzufügen, in der ich die Person bitte, Ihre Akte vor dem Termin durchzusehen.
Ik kan een notitie toevoegen waarin ik vraag of die persoon uw dossier vóór de afspraak wil doornemen.
- Ich kann
- ik kan
- Notiz
- notitie
- hinzufügen
- toevoegen
- in der
- waarin
- Person
- persoon
- bitte
- vraag
- Ihre
- uw
- Akte
- dossier
- vor dem
- vóór de
- Termin
- afspraak
- durchzusehen
- door te nemen
Uitgebreide uitleg
Ich kann bestaat uit ich en de vervoegde vorm kann van können. Hier drukt het uit dat de spreker de mogelijkheid of het vermogen heeft om iets te doen. Na een modaal werkwoord staat het andere werkwoord als infinitief aan het einde van de hoofdzin: Ich kann ... hinzufügen betekent dus “Ik kan ... toevoegen”. Notiz betekent hier een korte schriftelijke notitie. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Notiz; in eine Notiz staat het in de accusatief, omdat het de zaak is die wordt toegevoegd. Het onbepaalde lidwoord geeft hier geen expliciete hoeveelheid aan. Voorbeeld: Ich schreibe eine Notiz. — “Ik schrijf een notitie.” hinzufügen betekent “toevoegen” en is een scheidbaar werkwoord: ich füge ... hinzu, hinzufügen. Met kann blijft de infinitief hinzufügen bij elkaar aan het einde staan. Zonder modaal werkwoord staat de persoonsvorm bijvoorbeeld als Ich füge eine Notiz hinzu. — “Ik voeg een notitie toe.” in der leidt een betrekkelijke bijzin in. der is hier de datiefvorm van het betrekkelijk voornaamwoord bij het vrouwelijke antecedent Notiz; de notitie is dus de zaak waarin de extra inhoud staat. De Nederlandse vertaling “waarin” geeft deze relatie natuurlijk weer. Het geslacht en de naamval van dit voornaamwoord worden niet bepaald door het zelfstandig naamwoord dat erna in de bijzin staat. Person betekent “persoon”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Person. In die Person bitte is deze persoon het lijdend voorwerp van bitten, niet het onderwerp van de bijzin. Voorbeeld: Ich bitte die Person zu warten. — “Ik vraag de persoon om te wachten.” bitte is hier de vervoegde vorm van bitten, “vragen”. De vorm is ich bitte; de stamklinker verandert hier dus niet zoals in sommige andere werkwoordsvormen. bitten neemt de gevraagde persoon als accusatief en kan gevolgd worden door zu plus een infinitief: Ich bitte sie, zu warten. — “Ik vraag haar om te wachten.” Ihre betekent in deze zin “uw” en verwijst volgens de vaste vertaling naar de aangesproken bezitter. De hoofdletter hoort bij de formele bezittelijke vorm Ihr-; de uitgang -e past hier bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Akte in deze naamwoordgroep. Deze vorm kan in andere contexten ook bij meervoudige aanspreking horen, maar die alternatieve lezing is hier niet de bedoelde betekenis. Akte betekent hier “dossier” of “dossierstuk”. Het is vrouwelijk: die Akte. In Ihre Akte durchzusehen is het de accusatief van wat men moet doornemen. Voorbeeld: Ich öffne die Akte. — “Ik open het dossier.” vor dem betekent hier “vóór de” in een tijdsaanduiding. Het voorzetsel vor gebruikt bij deze temporele betekenis de datief; daarom staat bij het mannelijke Termin de vorm dem. Het gaat om het tijdstip vóór de afspraak, niet om een plaats vóór iets. Termin betekent “afspraak” of “afgesproken moment”. Het is mannelijk: der Termin; na vor in deze tijdsbetekenis verschijnt de datiefvorm dem Termin. Voorbeeld: Wir sprechen vor dem Termin. — “We spreken vóór de afspraak.” durchzusehen is de infinitief van het scheidbare werkwoord durchsehen, hier met de betekenis “doornemen” of “nakijken”. Bij een scheidbaar werkwoord wordt zu in de infinitief ingevoegd: durchzusehen, niet zu durchsehen. In de constructie jemanden bitten, etwas durchzusehen is de gevraagde handeling dat iemand iets nakijkt. Samen vormt in der ich die Person bitte, Ihre Akte vor dem Termin durchzusehen een betrekkelijke bijzin die uitlegt wat er in de notitie staat: de spreker vraagt die persoon om het dossier vóór de afspraak door te nemen. De hoofdzin Ich kann eine Notiz hinzufügen en deze betrekkelijke bijzin geven samen de betekenis: “Ik kan een notitie toevoegen waarin ik vraag of die persoon uw dossier vóór de afspraak wil doornemen.”
Grammatica
nach + Dativ
nach einem anderen Termin suchen
nach ainem andurun tèr-mien zoekunnaar een andere afspraak zoeken
Het voorzetsel „nach” krijgt hier de datief: „einem anderen Termin”.
derselbe in de datief
mit demselben Termin
mit dehm-zelbun tèr-mienmet dezelfde afspraak
Na „mit” staat de datief; „derselbe” wordt dan „demselben”.
Duits woordenschat
meine Besprechung länger gedauert hat
länger gedauert hat
aus demselben Team
welche Fachkraft frei ist
welche Fachkraft frei ist
Der frühestmögliche Termin
je nachdem, welche Fachkraft frei ist
Ich hätte gern möglichst bald einen Termin
Wir können nach einem anderen Termin suchen
Das passt
meinen Termin verschieben
meinen Termin verschieben
Quiz
Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
verzetten
Antwoord tonen
verschiebenvergadering
Antwoord tonen
Besprechungafspraak
Antwoord tonen
Terminvrij