Die
Die betekent hier “de” en staat vooraan als het bepaald lidwoord bij Rolle. De hoofdletter komt door de positie aan het begin van de zin. Je gebruikt dit lidwoord vóór een zelfstandig naamwoord dat als bekend of bepaald wordt voorgesteld.
Rolle
Rolle betekent hier “functie” of “rol” binnen een organisatie. Het woord benoemt waar de spreker de omvang van bespreekt. In een sollicitatiegesprek kan Rolle naar een specifieke functie verwijzen.
klingt
Klingt betekent hier “klinkt” of “komt over als”. De woordenboekvorm is klingen; klinkt is de vorm bij de derde persoon enkelvoud in Die Rolle klingt. Je gebruikt het met een indruk of beoordeling, bijvoorbeeld wanneer iets op een bepaalde manier overkomt.
umfassender
Umfassender betekent hier “omvattender” of “breder” en beschrijft de functie als groter in reikwijdte. De vorm is een vergrotende vorm van umfassend en staat na klinkt als onderdeel van de vergelijking. Je gebruikt deze vorm om twee beschrijvingen of omvangniveaus tegenover elkaar te zetten.
als
Als introduceert hier het tweede deel van een vergelijking: de functie klinkt omvattender dan de beschrijving deed vermoeden. In deze zin leidt als een bijzin in die vergelijking in. Je gebruikt als vaak na een vergrotende vorm zoals umfassender.
Beschreibung
Beschreibung betekent hier “beschrijving”, namelijk de eerdere beschrijving van de functie. Het woord is afgeleid van beschreiben en benoemt de tekst of voorstelling waarmee de werkelijke functie wordt vergeleken. Je kunt Beschreibung gebruiken voor een functieomschrijving of andere schriftelijke omschrijving.
vermuten
Vermuten betekent hier “vermoeden” of “doen vermoeden”. In combinatie met ließ draagt het bij aan de betekenis dat de beschrijving een bepaalde omvang deed vermoeden. De woordenboekvorm is ook vermuten; deze infinitief staat hier na ließ.
ließ
Ließ geeft hier weer dat de beschrijving iets “deed vermoeden” of “suggereerde”. De woordenboekvorm is lassen; ließ is de verleden tijd in de constructie met vermuten. De combinatie met een infinitief laat zien welk effect of welke indruk iets veroorzaakte.
Der
Der betekent hier “de” en staat als bepaald lidwoord bij Aufgabenbereich. De hoofdletter komt door de positie aan het begin van de zin; dezelfde vorm verschijnt in de dialoog ook als der in een bijzin. Je gebruikt dit lidwoord vóór een bepaald zelfstandig naamwoord van dit type.
Aufgabenbereich
Aufgabenbereich betekent hier het “takenpakket” of de “reikwijdte van verantwoordelijkheden” van de functie. Het woord combineert Aufgabe en Bereich en verwijst naar het gebied waarvoor iemand verantwoordelijk is. In een sollicitatiegesprek gebruik je het om de inhoud en omvang van een functie te bespreken.
ist
Ist betekent hier “is” en verbindt de functie met de beschrijving van haar grotere omvang. De woordenboekvorm is sein; ist is de vorm bij een enkelvoudig onderwerp zoals Der Aufgabenbereich. Je gebruikt ist om een toestand of eigenschap van een onderwerp uit te drukken.
größer
Größer betekent hier “groter” en beschrijft dat het takenpakket in omvang is toegenomen. De vorm is de vergrotende vorm van groß en staat samen met geworden. Je gebruikt größer voor een vergelijking of voor een verandering naar een grotere omvang.
geworden
Geworden betekent hier “geworden” en maakt duidelijk dat het takenpakket in de loop van de tijd groter is geworden. De woordenboekvorm is werden; geworden is de voltooid deelwoordvorm in ist größer geworden. Je gebruikt deze vorm met sein om een verandering of ontwikkeling te beschrijven.
weil
Weil betekent hier “omdat” en introduceert de reden voor de grotere omvang van het takenpakket. Het leidt een bijzin in waarin de persoonsvorm aan het einde staat, zoals in überarbeitet wird. Je gebruikt weil om een oorzaak of verklaring te geven.
Teamstruktur
Teamstruktur betekent hier “teamstructuur”, dus de manier waarop teams binnen de organisatie zijn ingericht. Het woord verklaart waarom het takenpakket wordt herzien. Je kunt Teamstruktur gebruiken bij gesprekken over organisatie, verantwoordelijkheden en samenwerking.
überarbeitet
Überarbeitet betekent hier “herzien” of “opnieuw bewerkt” en beschrijft wat er met de teamstructuur gebeurt. De woordenboekvorm is überarbeiten; überarbeitet is de deelwoordvorm in de passieve combinatie überarbeitet wird. Je gebruikt het voor plannen, documenten of structuren die opnieuw worden aangepast.
wird
Wird betekent hier “wordt” en vormt samen met überarbeitet de passieve betekenis dat de teamstructuur wordt herzien. De woordenboekvorm is werden; wird is de vorm bij het enkelvoudige onderwerp Teamstruktur. Je gebruikt wird ook om een lopende verandering of passieve handeling uit te drukken.
Ich
Ich betekent “ik” en verwijst naar de kandidaat die over zijn of haar geschiktheid spreekt. De hoofdletter komt doordat het persoonlijk voornaamwoord altijd zo wordt geschreven. Je gebruikt Ich als onderwerp wanneer je je eigen ervaring, mogelijkheden of aanpak beschrijft.
kann
Kann betekent hier “kan” en drukt uit dat de spreker een brede functie op zich kan nemen. De woordenboekvorm is können; kann is de vorm bij Ich. Na kann staat de infinitief übernehmen aan het einde van de hoofdzin.
eine
Eine betekent hier “een” en staat bij Rolle in de uitdrukking voor een bepaalde, maar niet nader bepaalde functie. Het is het onbepaalde lidwoord in deze vorm bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Rolle. Je gebruikt eine vóór een enkelvoudig vrouwelijk zelfstandig naamwoord in deze positie.
breit
Breit betekent hier “breed” en draagt samen met angelegte bij aan de beschrijving van de functie als breed opgezet. Het woord beschrijft dus niet letterlijk de fysieke breedte, maar de reikwijdte van de rol. Je gebruikt breit in zulke combinaties om een ruime inhoud of aanpak te karakteriseren.
angelegte
Angelegte betekent hier dat de rol “opgezet” of “ingericht” is op een brede manier. Het hoort inhoudelijk bij breit en vormt samen de beschrijving breit angelegte Rolle. De woordenboekvorm is anlegen; angelegte is hier een verbogen beschrijvende vorm vóór Rolle.
übernehmen
Übernehmen betekent hier “op zich nemen” of “aanvaarden” en verwijst naar het aannemen van de brede functie. De woordenboekvorm is übernehmen; deze infinitief staat na kann. Je gebruikt het met taken, verantwoordelijkheden of een functie die iemand op zich neemt.
wenn
Wenn betekent hier “als” of “wanneer” en stelt de voorwaarde voor het op zich nemen van de brede functie. Het leidt de bijzin ein waarin de persoonsvorm aan het einde staat, zoals in klar sind. Je gebruikt wenn om een voorwaarde voor een uitspraak of handeling te formuleren.
Prioritäten
Prioritäten betekent hier “prioriteiten”, de zaken die als eerste aandacht krijgen. Het meervoud verwijst naar meerdere punten die duidelijk moeten zijn of geordend moeten worden. In een werkomgeving gebruik je Prioritäten bij planning, besluitvorming en taakverdeling.
klar
Klar betekent hier “duidelijk” en beschrijft de prioriteiten als goed afgebakend en begrijpelijk. Het staat na sind als beschrijving van het onderwerp Prioritäten. Je gebruikt klar voor informatie, afspraken, verwachtingen of prioriteiten die geen onduidelijkheid laten.
sind
Sind betekent hier “zijn” en verbindt Prioritäten met de eigenschap klar. De woordenboekvorm is sein; sind is de meervoudsvorm bij Prioritäten. Je gebruikt sind om een toestand of eigenschap van een meervoudig onderwerp uit te drukken.
erste
Erste betekent hier “eerste” en geeft aan welke prioriteit als beginpunt wordt genoemd. De vorm staat vóór Priorität en ordent die binnen een reeks. Je gebruikt erste om het eerste punt, de eerste stap of de eerste aandacht te benoemen.
Priorität
Priorität betekent hier “prioriteit”, dus een zaak die voorrang krijgt. In Die erste Priorität wordt één specifiek eerste aandachtspunt benoemd. Je gebruikt Priorität bij keuzes over wat eerst moet gebeuren.
wäre
Wäre betekent hier “zou zijn” en presenteert de genoemde verbetering als een voorgesteld of denkbeeldig eerste aandachtspunt. De woordenboekvorm is sein; wäre is een vorm van de Konjunktiv II. Je gebruikt wäre in voorzichtige voorstellen, hypothesen of antwoorden over wat een geschikte aanpak zou zijn.
Verbesserung
Verbesserung betekent hier “verbetering” en benoemt het resultaat of doel van het verbeteren van de interne coördinatie. Het woord is gevormd uit verbessern en maakt van de handeling een zelfstandig naamwoord. Je gebruikt Verbesserung voor een gewenste verandering in een proces, systeem of samenwerking.
internen
Internen betekent hier “interne” en beschrijft de coördinatie binnen de organisatie. De vorm staat vóór Koordination en is aangepast aan de naamwoordgroep der internen Koordination. Je gebruikt intern in werkcontexten voor zaken die binnen een organisatie of team plaatsvinden.
Koordination
Koordination betekent hier “coördinatie”, namelijk het op elkaar afstemmen van interne werkzaamheden. Het is het concrete verbeterpunt dat als eerste prioriteit wordt genoemd. Je gebruikt Koordination bij samenwerking tussen mensen, teams of activiteiten.
Das
Das betekent hier “dat” en verwijst naar de zojuist genoemde eerste prioriteit en de verbetering van de interne coördinatie. Hier is het een zelfstandig aanwijzend voornaamwoord en geen lidwoord bij een zelfstandig naamwoord. Je gebruikt Das om naar een eerdere uitspraak of een voorgesteld punt te verwijzen.
passt
Passt betekent hier “past bij” en geeft aan dat de genoemde prioriteit aansluit bij de ervaring van de spreker. De woordenboekvorm is passen; passt is de vorm bij Das. Het werkwoord wordt hier gebruikt in de vaste verbinding passt zu met datgene waarmee iets overeenkomt.
zu
Zu betekent hier “bij” in de verbinding passt zu meiner Erfahrung. Het voorzetsel verbindt de genoemde aanpak met de ervaring waarmee die overeenkomt. Na zu staat in deze dialoog de datiefvorm meiner Erfahrung.
meiner
Meiner betekent hier “mijn” en bepaalt Erfahrung als de ervaring van de spreker. De vorm staat na zu in de woordgroep zu meiner Erfahrung en past bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Erfahrung. Je gebruikt zulke bezittelijke vormen om aan te geven van wie iets is.
Erfahrung
Erfahrung betekent hier “ervaring”, namelijk de professionele ervaring waarop de kandidaat zich beroept. Het woord verwijst naar opgedane kennis door eerdere werkzaamheden. Je gebruikt Erfahrung vaak met een vakgebied, taak of project waarmee iemand ervaring heeft.
mit
Mit betekent hier “met” en verbindt Erfahrung met de projecten waarop die ervaring betrekking heeft. Het voorzetsel krijgt hier de datief, zichtbaar in bereichsübergreifenden Projekten. Je gebruikt mit om samenwerking of ervaring met personen, zaken of activiteiten aan te geven.
bereichsübergreifenden
Bereichsübergreifenden betekent hier “afdelingsoverschrijdend” of “cross-functioneel” en beschrijft projecten waarbij meerdere organisatiegebieden betrokken zijn. De vorm staat vóór Projekten en is aan die meervoudige datiefgroep aangepast. Je gebruikt dit woord voor samenwerking of projecten over afdelingsgrenzen heen.
Projekten
Projekten betekent hier “projecten” en verwijst naar het soort werk waarmee de spreker ervaring heeft. De vorm staat na mit en is de datiefvorm van het meervoud. Je gebruikt Projekten voor georganiseerde werkzaamheden met een bepaald doel of resultaat.
Wie
Wie betekent hier “hoe” en vraagt naar de manier waarop de kandidaat met moeilijke teamsituaties zou omgaan. Het staat aan het begin van een vraag naar een aanpak. Je gebruikt Wie om naar een methode, werkwijze of manier van handelen te vragen.
würdest
Würdest betekent hier “zou je” en maakt van de vraag een hypothetische vraag over de aanpak van de kandidaat. De woordenboekvorm is werden; würdest is de Konjunktiv-II-vorm bij du en staat samen met de infinitief umgehen. Je gebruikt deze vorm om beleefd of voorwaardelijk naar een mogelijke handeling te vragen.
du
Du betekent “jij” en verwijst naar de kandidaat die in het sollicitatiegesprek wordt aangesproken. Het is het onderwerp van de vraag Wie würdest du ...?. Je gebruikt du in een informele aanspreekvorm; de vorm bepaalt hier ook würdest.
Teams
Teams betekent hier “teams”, dus groepen mensen binnen de organisatie. Het woord is het object van de verbinding mit Teams umgehen en verwijst naar de groepen waarmee de kandidaat moet kunnen werken. Je gebruikt Teams bij samenwerking, verantwoordelijkheden en organisatieproblemen.
umgehen
Umgehen betekent hier “omgaan met” of “behandelen” in de vaste verbinding mit Teams umgehen. De woordenboekvorm is omgaan; de Duitse infinitief staat na würdest. Je gebruikt deze constructie om te vragen of te beschrijven hoe iemand met een persoon, situatie of probleem omgaat.
widersprüchliche
Widersprüchliche betekent hier “tegenstrijdige” en beschrijft verwachtingen die niet met elkaar overeenkomen. De vorm staat vóór Erwartungen en past bij het meervoudige zelfstandig naamwoord. Je gebruikt het voor eisen, standpunten of verwachtingen die elkaar tegenspreken.
Erwartungen
Erwartungen betekent hier “verwachtingen” en verwijst naar wat verschillende teams van elkaar of van de kandidaat verwachten. Het meervoud maakt duidelijk dat er meerdere verwachtingen zijn. Je gebruikt Erwartungen vaak in gesprekken over samenwerking, doelen en verantwoordelijkheden.
haben
Haben betekent hier “hebben” en zegt dat de teams bepaalde tegenstrijdige verwachtingen hebben. De woordenboekvorm is haben; in deze bijzin is het de meervoudsvorm bij die Teams. Je gebruikt haben om bezit, kenmerken of aanwezige verwachtingen aan een onderwerp toe te schrijven.
damit
Damit betekent hier “daarmee” en verwijst naar de voorgestelde eerste stap van de kandidaat. In damit beginnen geeft het aan waarmee de aanpak start. Je gebruikt damit om terug te verwijzen naar een eerder genoemde handeling, zaak of methode.
beginnen
Beginnen betekent hier “beginnen” en introduceert de eerste stap van de voorgestelde aanpak. De woordenboekvorm is beginnen; deze infinitief staat na würde in würde damit beginnen. Je gebruikt het met waarmee of met welke activiteit iemand start, zoals in de verbinding damit beginnen.
Entscheidungen
Entscheidungen betekent hier “beslissingen” en is één van de zaken die de kandidaat eerst in kaart wil brengen. Het meervoud verwijst naar meerdere beslispunten binnen de teams of projecten. Je gebruikt Entscheidungen bij het analyseren van wie wat heeft besloten en welke keuzes nog gelden.
Zuständigen
Zuständigen betekent hier “de verantwoordelijke personen” of “eigenaren” van beslissingen. Het woord is een zelfstandig gebruikt bijvoeglijk naamwoord en verwijst naar de mensen die voor iets bevoegd of verantwoordelijk zijn. Je gebruikt het in een werksituatie wanneer duidelijk moet worden wie een beslissing of taak beheert.
und
Und betekent “en” en verbindt de drie onderdelen die de kandidaat wil vastleggen: beslissingen, verantwoordelijken en onopgeloste aannames. Het geeft een opsomming zonder tegenstelling of oorzaak. Je gebruikt und om gelijkwaardige woorden of woordgroepen aan elkaar te koppelen.
ungeklärten
Ungeklärten betekent hier “onopgeloste” of “nog niet opgehelderde” en beschrijft aannames waarover nog geen duidelijkheid bestaat. De vorm staat vóór Annahmen en is aan die woordgroep aangepast. Je gebruikt het voor kwesties die nog moeten worden onderzocht of bevestigd.
Annahmen
Annahmen betekent hier “aannames”, dus veronderstellingen die in de situatie als uitgangspunt kunnen zijn gebruikt. De kandidaat wil ze vastleggen voordat er actie wordt ondernomen. Je gebruikt Annahmen bij het expliciet maken van wat mensen veronderstellen zonder dat dit al bevestigd is.
Daraus
Daraus betekent hier “daaruit” of “op basis daarvan” en verwijst naar de voorgestelde werkwijze van de kandidaat. Het introduceert de conclusie die de interviewer uit dat antwoord trekt. Je gebruikt daraus wanneer een gevolgtrekking voortkomt uit eerder genoemde informatie.
schließe
Schließe betekent hier “leid ik af” of “concludeer ik”. De woordenboekvorm is schließen; schließe is de vorm bij Ich in Daraus schließe ich. Je gebruikt het met daraus of een dass-bijzin om een gevolgtrekking uit te drukken.
dass
Dass betekent hier “dat” en introduceert de inhoud van de conclusie van de interviewer. In de dass-bijzin staat de persoonsvorm aan het einde, zoals in nehmen würdest. Je gebruikt dass om een volledige inhoudelijke bijzin aan een werkwoord van zeggen, denken of concluderen te koppelen.
dir
Dir betekent hier “jou” of “voor jezelf” en hoort bij de uitdrukking sich Zeit nehmen. Het verwijst naar de kandidaat als degene die tijd voor zichzelf neemt om iets te begrijpen. Je gebruikt dir in datiefconstructies waarbij iemand iets voor zichzelf doet of iets aan zichzelf toeschrijft.
Zeit
Zeit betekent hier “tijd” in sich Zeit nehmen, dus tijd uittrekken voor het begrijpen van het probleem. Het woord is het directe onderdeel van deze vaste uitdrukking en wordt niet letterlijk als een voorwerp opgevat. Je gebruikt Zeit nehmen wanneer iemand bewust ruimte maakt voor een taak of beslissing.
nehmen
Nehmen betekent hier “nemen” binnen die feste uitdrukking sich Zeit nehmen: tijd maken of de nodige tijd uittrekken. De woordenboekvorm is nemen; nehmen staat als infinitief aan het einde van de dass-bijzin samen met würdest. Je gebruikt het in dit patroon wanneer iemand tijd neemt om iets te doen.
Problem
Problem betekent hier “probleem” en is datgene wat de kandidaat eerst wil begrijpen. Het woord staat als object bij verstehen. Je gebruikt Problem voor een concrete moeilijkheid, onduidelijkheid of kwestie die om een oplossing vraagt.
verstehen
Verstehen betekent hier “begrijpen” en beschrijft het doel waarvoor de kandidaat tijd zou nemen. De woordenboekvorm is verstehen; de infinitief staat in de constructie das Problem zu verstehen. Je gebruikt het met een onderwerp, situatie of probleem waarvan je de werking of oorzaak wilt doorgronden.
bevor
Bevor betekent hier “voordat” en ordent twee handelingen: eerst het probleem begrijpen en daarna handelen. Het leidt een bijzin in waarin de persoonsvorm aan het einde staat, zoals in handelst. Je gebruikt bevor om aan te geven dat één actie voorafgaat aan een andere.
handelst
Handelst betekent hier “handelt” of “in actie komt” en verwijst naar optreden nadat het probleem is begrepen. De woordenboekvorm is handeln; handelst is de vorm bij du in de bevor-bijzin. Je gebruikt het voor praktisch optreden of beslissingen nemen in een situatie.