Vertraging bevestigen en op informatie wachten | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: During a travel delay, two travelers discuss an unclear announcement and decide where to wait for updated boarding information..

NL → DE / Niveau: B2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Vertraging bevestigen en op informatie wachten oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Die Durchsage sagt, dass es eine Verspätung gibt, aber nicht, warum.

Die doerch-zaa-guh zaakt, dass es ai-nuh fer-sjpee-toeng gipt, aa-ber nikht, va-roem. De aankondiging zegt dat er vertraging is, maar niet waarom.
B

Ich glaube, sie überprüfen den Zug, bevor sie die Fahrgäste einsteigen lassen.

Ich glau-buh, zie uu-ber-pruu-fen deen tsoek, be-foor zie die faar-ges-tuh ain-sjtaik-en las-sen. Ik denk dat ze de trein controleren voordat ze de passagiers laten instappen.
A

Sollen wir hier bleiben oder nach einem anderen Bahnsteig suchen?

Zol-len veer heer blai-ben oo-der naakh ai-nem an-de-ren baan-sjtaik zoo-khen? Moeten we hier blijven of een ander perron zoeken?
B

Bleib vorerst in der Nähe. Wenn sich etwas ändert, wird das Personal sagen, wohin wir gehen sollen.

Blai-p fo-erst in deh nee-uh. Ven zikh et-vas en-dert, virt das per-zo-naal zaa-gen, vo-hin veer gee-en zol-len. Blijf voorlopig in de buurt. Als er iets verandert, zal het personeel zeggen waar we heen moeten.
A

Ich habe Gepäck dabei, deshalb möchte ich nicht ständig herumlaufen.

Ich haa-buh guh-pehk da-bai, des-halp meukh-tuh ich nikht sjten-dikh hee-roem-lau-fen. Ik heb bagage bij me, dus ik wil niet steeds rond blijven lopen.
B

Ich werde fragen, ob sie uns helfen können, falls wir den Bahnsteig wechseln müssen.

Ich veer-duh fraa-gen, op zie oens hel-fen keu-nen, falls veer deen baan-sjtaik veks-len mu-sen. Ik zal vragen of ze kunnen helpen als we van perron moeten wisselen.
A

Das würde helfen, wenn die Änderung erst in letzter Minute kommt.

Das vur-duh hel-fen, ven die en-de-roeng erst in lets-ter mee-noo-tuh komt. Dat zou helpen als de verandering pas op het laatste moment komt.
B

Sobald sie die Anzeigetafel aktualisieren, können wir weitergehen, ohne raten zu müssen.

Zo-balt zie die an-tsai-guh-taa-fel ak-toe-a-li-zie-ren, keu-nen veer vai-ter-gee-en, oo-nuh raa-ten, tsoe mu-sen. Zodra ze het bord bijwerken, kunnen we verdergaan zonder te hoeven gokken.

Uitleg van de zinnen

  1. Die Durchsage sagt, dass es eine Verspätung gibt, aber nicht, warum.

    De aankondiging zegt dat er vertraging is, maar niet waarom.

    Durchsage
    aankondiging
    sagt
    zegt
    Verspätung
    vertraging
    es … gibt
    er is / er zijn
    aber nicht
    maar niet
    warum
    waarom
    Uitgebreide uitleg

    Durchsage betekent hier “aankondiging”, specifiek een mededeling die wordt omgeroepen of afgespeeld. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Durchsage; het meervoud is Durchsagen. Voorbeeld: Die Durchsage ist kurz. = “De aankondiging is kort.” sagt is de tegenwoordige tijd van sagen (“zeggen”) bij de derde persoon enkelvoud: er/sie/es sagt. In deze zin is de aankondiging het onderwerp: zij deelt informatie mee. Voorbeeld: Der Fahrer sagt die Wahrheit. = “De bestuurder zegt de waarheid.” Verspätung betekent hier “vertraging”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Verspätung; het meervoud is Verspätungen. Het verwante bijvoeglijk naamwoord is verspätet (“vertraagd” of “te laat”), maar dat is niet de vorm in de vaste zin. Voorbeeld: Der Zug hat Verspätung. = “De trein heeft vertraging.” es gibt is een vaste constructie voor “er is” of “er zijn”. De vorm gibt is de derde persoon enkelvoud van geben, maar in deze constructie vertaal je niet woord voor woord. Het genoemde bestaan volgt na es gibt, bijvoorbeeld Es gibt ein Problem. = “Er is een probleem.” aber nicht betekent “maar niet”. aber brengt een tegenstelling aan en nicht ontkent wat erop volgt of wat uit de context wordt aangevuld. Hier wordt niet de vertraging ontkend; ontkend wordt dat de aankondiging de reden noemt. warum is het vraagwoord “waarom” en vraagt naar een reden of oorzaak. In aber nicht, warum staat het in een ingekorte bijzin: de rest kan uit het voorafgaande worden aangevuld als warum es eine Verspätung gibt (“waarom er vertraging is”). Samen betekent Die Durchsage sagt, dass ... dat de aankondiging meedeelt dat iets het geval is. dass leidt de inhoudszin in; in die bijzin staat het vervoegde werkwoord gibt achteraan. dass es eine Verspätung gibt betekent “dat er vertraging is”. Daarna contrasteert aber nicht, warum dit met de ontbrekende reden: de aankondiging meldt dát er vertraging is, maar niet waarom.

  2. Ich glaube, sie überprüfen den Zug, bevor sie die Fahrgäste einsteigen lassen.

    Ik denk dat ze de trein controleren voordat ze de passagiers laten instappen.

    Ich glaube
    ik denk
    überprüfen
    controleren
    Zug
    trein
    bevor
    voordat
    Fahrgäste
    passagiers
    einsteigen lassen
    laten instappen
    Uitgebreide uitleg

    Ich glaube betekent hier “ik denk”. Het werkwoord is glauben; in de ik-vorm staat glaube, terwijl bijvoorbeeld du glaubst en er/sie glaubt andere persoonsuitgangen hebben. In het Duits kan na Ich glaube, direct een mededelende bijzin volgen, zoals hier; dass is ook mogelijk: Ich glaube, dass sie den Zug überprüfen. Voorbeeld: Ich glaube, er kommt später. — “Ik denk dat hij later komt.” überprüfen betekent hier dat men de trein controleert of nakijkt. Het is een regelmatig werkwoord: überprüfen – überprüfte – hat überprüft. Het werkwoord is niet-scheidbaar; het voorvoegsel über- blijft dus bij prüfen. Voorbeeld: Wir überprüfen die Liste. — “Wij controleren de lijst.” Zug betekent “trein”. Het is het zelfstandig naamwoord der Zug; in deze zin staat de accusatiefvorm den Zug, omdat de trein het gecontroleerde object is. Het meervoud is die Züge. Voorbeeld: Der Zug kommt. — “De trein komt.” bevor betekent “voordat” en leidt een bijzin met een tijdsrelatie in. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans aan het einde. Hier staat daarom lassen achter einsteigen: bevor sie die Fahrgäste einsteigen lassen. De handeling in de hoofdzin, het controleren van de trein, gebeurt vóór de handeling in deze bijzin, het laten instappen. Fahrgäste betekent “passagiers”, in deze context reizigers die met de trein meegaan. Het is het meervoud van der Fahrgast; het meervoud heeft hier de vorm die Fahrgäste. Voorbeeld: Die Fahrgäste warten. — “De passagiers wachten.” einsteigen lassen betekent “laten instappen”. einsteigen betekent zelfstandig “instappen”; lassen krijgt hier de betekenis “iemand iets laten doen” en staat als vervoegd werkwoord in de vorm lassen. De structuur is: iemand + lassen + infinitief, dus die Fahrgäste einsteigen lassen. Voorbeeld: Sie lässt die Kinder einsteigen. — “Zij laat de kinderen instappen.” In de gegeven bijzin staat lassen aan het einde omdat het een vervoegd werkwoord in een bijzin is. Samen vormt de zin: Ich glaube geeft de mening van de spreker aan; sie überprüfen den Zug zegt wat volgens de spreker gebeurt; bevor sie die Fahrgäste einsteigen lassen plaatst het laten instappen ná het controleren. De volledige betekenis is dus: “Ik denk dat ze de trein controleren voordat ze de passagiers laten instappen.”

  3. Sollen wir hier bleiben oder nach einem anderen Bahnsteig suchen?

    Moeten we hier blijven of een ander perron zoeken?

    Sollen wir
    moeten we
    hier
    hier
    bleiben
    blijven
    oder
    of
    nach
    naar
    anderen
    andere
    Bahnsteig
    perron
    suchen
    zoeken
    Uitgebreide uitleg

    Sollen wir is een gebruikelijke vraagvorm om samen een mogelijkheid of voorstel te bespreken: “zullen/moeten we …?” Het onderwerp wir staat na het werkwoord, zoals vaak in een ja-neevraag. sollen is hier de tegenwoordige tijd, eerste persoon meervoud, van het modale werkwoord sollen; vergelijk ich soll en du sollst. Hier drukt het geen bevel van een genoemde andere persoon uit, maar een vraag naar wat wij het beste kunnen doen. hier betekent “op deze plaats”. Het is een plaatsbijwoord en verandert niet naar persoon of aantal. Bijvoorbeeld: Wir bleiben hier. = “We blijven hier.” bleiben betekent dat iemand op een plaats blijft en niet weggaat. De vorm hier is de infinitief, omdat hij volgt op het modale werkwoord sollen; vergelijk Wir sollen warten. = “We moeten wachten.” De vervoegde vorm zonder modaal is bijvoorbeeld Wir bleiben hier. oder verbindt twee mogelijkheden: “of”. Hier verbindt het blijven op de huidige plaats met een tweede mogelijke handeling. nach betekent hier, samen met suchen, “naar”. In de constructie nach etwas suchen staat het gezochte met datief: “naar iets zoeken”. Het gaat hier dus niet om de betekenis van nach voor een bestemming. anderen betekent hier “ander”. Het bijvoeglijk naamwoord hoort bij Bahnsteig en staat in de datief enkelvoud mannelijk na het onbepaalde lidwoord einem. De basisvorm is ander; in bijvoorbeeld ein anderer Bahnsteig staat dezelfde combinatie in een andere naamval. De vorm anderen is dus de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord, niet van het zelfstandig naamwoord. Bahnsteig betekent “perron”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Bahnsteig; in deze datiefconstructie staat het na einem anderen. Een bruikbaar voorbeeld is Wir suchen nach dem Bahnsteig. = “We zoeken naar het perron.” suchen betekent “zoeken”. Hier staat het als infinitief na sollen en vormt het samen met nach einem anderen Bahnsteig de tweede mogelijkheid. De constructie nach etwas suchen kan opnieuw worden gebruikt, bijvoorbeeld: Sie sucht nach ihrem Schlüssel. = “Ze zoekt haar sleutel.” De hele vraag bestaat uit twee door oder verbonden opties: Sollen wir hier bleiben (“Moeten/zullen we hier blijven?”) of nach einem anderen Bahnsteig suchen (“naar een ander perron zoeken?”). Samen betekent de zin: “Moeten we hier blijven of naar een ander perron zoeken?” De formulering is geschikt voor een praktische vraag waarin de spreker samen met anderen tussen twee handelingen wil kiezen.

  4. Bleib vorerst in der Nähe. Wenn sich etwas ändert, wird das Personal sagen, wohin wir gehen sollen.

    Blijf voorlopig in de buurt. Als er iets verandert, zal het personeel zeggen waar we heen moeten.

    Bleib
    blijf
    vorerst
    voorlopig
    in der Nähe
    in de buurt
    etwas
    iets
    ändert
    verandert
    das Personal
    het personeel
    sagen
    zeggen
    wohin
    waarheen
    gehen
    gaan
    sollen
    moeten
    Uitgebreide uitleg

    Bleib is de gebiedende wijs van bleiben voor één informeel aangesproken persoon. De basisreeks is bleiben — blijven, bleib! — blijf. In deze zin is het een direct verzoek of instructie om op dezelfde plaats te blijven. Voor meerdere personen of een beleefde aanspreekvorm gebruikt het Duits andere vormen, zoals bleibt! of bleiben Sie!. vorerst betekent hier “voorlopig” of “voor nu”. Het beperkt de duur van de instructie: blijven geldt op dit moment, zonder te zeggen hoe lang precies. in der Nähe is een vaste plaatsaanduiding: “in de buurt”. Nähe is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; na in staat hier de datief omdat het om een locatie gaat, niet om een beweging ernaartoe. De vorm der hoort dus bij Nähe in deze naamval. Een bruikbaar patroon is in der Nähe bleiben — in de buurt blijven. etwas betekent “iets”. Hier is het het onderwerp van ändert: iets verandert. Het woord kan ook als onbepaald voornaamwoord naar een niet nader genoemd ding of gebeuren verwijzen; de zin specificeert niet wat dat precies is. ändert is de derde persoon enkelvoud van ändern — veranderen. In sich ändern betekent het dat iets verandert. Het wederkerende woord sich hoort bij die constructie: etwas ändert sich — iets verandert. Vergelijk als patroon Die Lage ändert sich — de situatie verandert. das Personal betekent “het personeel”. Personal is een onzijdig zelfstandig naamwoord en staat hier met het bepaalde lidwoord das. In deze zin behandelt het Duits das Personal grammaticaal als enkelvoud; daarom staat later wird, niet een meervoudsvorm. Het woord verwijst hier naar het personeel als groep, zonder afzonderlijke personen te benoemen. sagen betekent “zeggen”. Hier is het de infinitief na wird: wird ... sagen vormt een toekomstige mededeling. Een eenvoudig voorbeeld is Sie wird die Antwort sagen — zij zal het antwoord zeggen. wohin vraagt naar een richting of bestemming: “waarheen” of natuurlijker “waar naartoe”. Het verschilt van wo, dat naar een plaats zonder bewegingsrichting vraagt: Wo bist du? — Waar ben je? tegenover Wohin gehst du? — Waar ga je naartoe? gehen betekent “gaan”. In wohin wir gehen gaat het om de bestemming waarheen de groep gaat. Het blijft hier de infinitief, omdat het samen met het modale werkwoord sollen aan het einde van de bijzin staat. sollen betekent hier “moeten” in de zin van wat men volgens een instructie of verwachting hoort te doen. De vorm is de eerste persoon meervoud: wir sollen — wij moeten. In de bijzin staat de infinitief gehen vóór sollen: wohin wir gehen sollen — waar we heen moeten. Dat is iets anders dan een eigen wens; voor “willen” gebruikt het Duits bijvoorbeeld wollen. De eerste zin combineert de opdracht Bleib met de tijdsbeperking vorerst en de plaatsaanduiding in der Nähe: “Blijf voorlopig in de buurt.” De tweede zin begint met Wenn, “als/wanneer”, en geeft een voorwaarde. Wenn sich etwas ändert betekent “als er iets verandert”. Daarna geeft wird das Personal sagen aan dat het personeel het zal zeggen. wohin wir gehen sollen specificeert wat er gezegd zal worden: waarheen wij moeten gaan. Samen betekent de volledige uiting: “Blijf voorlopig in de buurt. Als er iets verandert, zal het personeel zeggen waar we heen moeten.”

  5. Ich habe Gepäck dabei, deshalb möchte ich nicht ständig herumlaufen.

    Ik heb bagage bij me, dus ik wil niet steeds rond blijven lopen.

    habe
    heb
    Gepäck
    bagage
    dabei
    bij zich; mee
    deshalb
    daarom; dus
    möchte
    zou willen
    nicht
    niet
    ständig
    steeds; voortdurend
    herumlaufen
    rondlopen
    Uitgebreide uitleg

    habe is hier de vorm van haben bij ich: ich habe = “ik heb”. Andere tegenwoordige vormen zijn bijvoorbeeld du hast, er/sie/es hat en wir haben. Samen met Gepäck en dabei betekent het hier dat de spreker bagage bij zich heeft. Gepäck betekent hier “bagage”. Het is in deze betekenis normaal een niet-telbaar zelfstandig naamwoord; een hoeveelheid wordt dus niet gewoon met een meervoudsvorm uitgedrukt. Voorbeeld: Das Gepäck ist schwer. — “De bagage is zwaar.” dabei betekent hier “bij zich” of “mee”. De herbruikbare combinatie etwas dabei haben betekent “iets bij zich hebben”. Voorbeeld: Ich habe meinen Ausweis dabei. — “Ik heb mijn identiteitsbewijs bij me.” deshalb betekent “daarom” of “dus” en verbindt hier een reden met een gevolg. Als deshalb vooraan staat, volgt in deze hoofdzin het vervoegde werkwoord: Deshalb möchte ich .... Dat is de tweede zinspositie; het onderwerp ich komt daarna. deswegen kan in veel vergelijkbare gevallen ongeveer dezelfde verbindende functie hebben, maar de bron gebruikt deshalb. möchte is hier de vorm bij ich van het als wensvorm gebruikte möchten; historisch is deze vorm de Konjunktiv-II-vorm van mögen. In deze zin betekent hij “zou willen” en drukt hij een wens uit, zachter dan een directe formulering met wollen. Voorbeeld: Ich möchte sitzen. — “Ik zou willen zitten.” In möchte ich staat het vervoegde werkwoord vóór het onderwerp omdat deshalb de eerste zinspositie inneemt. nicht ontkent hier de daaropvolgende infinitiefgroep ständig herumlaufen: de spreker wil dat gedrag niet. Het staat vóór de bijwoordelijke bepaling ständig en vóór de infinitief herumlaufen. Voorbeeld: Ich möchte nicht warten. — “Ik wil niet wachten.” ständig betekent hier “steeds”, “voortdurend” of “constant”. Het beschrijft hoe aanhoudend het rondlopen zou zijn. Als bijwoord verandert het niet mee met een zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Sie telefoniert ständig. — “Zij telefoneert voortdurend.” herumlaufen betekent “rondlopen”. Het is een scheidbaar samengesteld werkwoord; zonder modaal werkwoord kan het bijvoorbeeld verschijnen als Sie läuft herum — “Zij loopt rond.” Na het modale möchte staat het echter als volledige infinitief aan het einde: Ich möchte ... herumlaufen. Het voorvoegsel herum- draagt hier het idee van rond of zonder vast traject bewegen. De eerste hoofdzin Ich habe Gepäck dabei betekent “Ik heb bagage bij me”. deshalb leidt het gevolg in, met de omgekeerde volgorde möchte ich: “daarom wil ik”. De ontkende infinitiefgroep nicht ständig herumlaufen betekent “niet steeds rondlopen”. Samen betekent de volledige uiting: “Ik heb bagage bij me, dus ik wil niet steeds rond blijven lopen.”

  6. Ich werde fragen, ob sie uns helfen können, falls wir den Bahnsteig wechseln müssen.

    Ik zal vragen of ze kunnen helpen als we van perron moeten wisselen.

    Ich werde
    ik zal
    fragen
    vragen
    ob
    of
    sie
    ze
    uns
    ons
    helfen
    helpen
    können
    kunnen
    falls
    als / in het geval dat
    wir
    we
    Bahnsteig
    perron
    wechseln
    wisselen
    müssen
    moeten
    Uitgebreide uitleg

    Ich werde bestaat uit ich en de vorm werde van werden. Hier vormt werden samen met het infinitief fragen de toekomende tijd: “ik zal vragen”. Het onderwerp is de spreker; werde is de eerste persoon enkelvoud. Voorbeeld: Ich werde morgen anrufen. — “Ik zal morgen bellen.” fragen betekent hier “vragen”. Het is het infinitief en staat na werde; in deze hoofdzin staat het infinitief aan het einde van de werkwoordelijke groep. In een vraagzin met een indirecte vraag kan fragen, ob ... betekenen: vragen of ... Voorbeeld: Ich frage den Mitarbeiter. — “Ik vraag het aan de medewerker.” ob leidt hier een indirecte ja-neevraag in: “of”. Het gaat niet om een voorwaarde, maar om de inhoud die de spreker zal navragen. Voorbeeld: Sie fragt, ob der Zug pünktlich ist. — “Ze vraagt of de trein op tijd is.” In deze bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan. sie betekent in deze zin “ze” en is het onderwerp van helfen können. De vorm kan in andere contexten ook andere grammaticale functies of verwijzingen hebben; hier ondersteunt de vaste vertaling de betekenis “ze”. In deze bijzin staat sie vóór de andere werkwoorden. uns betekent hier “ons”. Het is de meervoudsvorm van het persoonlijke voornaamwoord in de vorm die bij helfen hoort. Duits helfen gebruikt voor degene die hulp krijgt de datief: Sie helfen uns. — “Ze helpen ons.” helfen betekent “helpen”. De vorm is het infinitief na het modale werkwoord können. Het onderwerp van dit werkwoord is sie, terwijl uns degene aanduidt die hulp krijgt. Voorbeeld: Kannst du mir helfen? — “Kun je me helpen?” können betekent hier “kunnen” en drukt mogelijkheid of bekwaamheid uit. Het is een modaal werkwoord. In deze bijzin staat het vervoegde modale werkwoord aan het einde; het gekoppelde infinitief helfen staat er direct vóór: sie uns helfen können. De vorm können is hier meervoud bij sie; het infinitief blijft helfen. falls betekent “als” of “in het geval dat” en leidt een voorwaardelijke bijzin in. Het maakt een voorwaarde uitdrukkelijk: Falls es regnet, bleiben wir hier. — “Als het regent, blijven we hier.” wir betekent “we” en is het onderwerp van de voorwaardelijke bijzin. Het verwijst grammaticaal naar de eerste persoon meervoud; de vaste vertaling ondersteunt hier “we”. In de bijzin staat het vóór het lijdend voorwerp en de werkwoorden. Bahnsteig betekent “perron”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; met het bepaalde lidwoord in de accusatief verschijnt daarom den Bahnsteig. In den Bahnsteig wechseln betekent het geheel dat men van perron wisselt. Voorbeeld: Der Bahnsteig ist voll. — “Het perron is vol.” wechseln betekent “wisselen” of “veranderen”. Hier gaat het om van perron wisselen; den Bahnsteig is het lijdend voorwerp. Het is een infinitief dat samen met müssen aan het einde van de voorwaardelijke bijzin staat. Voorbeeld: Wir wechseln den Platz. — “We wisselen van plaats.” müssen betekent “moeten” en drukt noodzaak uit. Het is hier een modaal werkwoord bij wechseln; in een bijzin staat müssen na het andere infinitief: wechseln müssen. Het onderwerp is wir, dus de vorm is meervoud. Voorbeeld: Wir müssen gehen. — “We moeten gaan.” De zin bouwt zich op als Ich werde fragen — “ik zal vragen” — gevolgd door de indirecte vraag ob sie uns helfen können — “of ze ons kunnen helpen”. De voorwaarde is falls wir den Bahnsteig wechseln müssen — “als we van perron moeten wisselen”. Samen betekent de uiting: “Ik zal vragen of ze kunnen helpen als we van perron moeten wisselen.”

  7. Das würde helfen, wenn die Änderung erst in letzter Minute kommt.

    Dat zou helpen als de verandering pas op het laatste moment komt.

    Das
    dat
    würde
    zou
    helfen
    helpen
    wenn
    als
    Änderung
    verandering
    erst
    pas
    in letzter Minute
    op het laatste moment
    kommt
    komt
    Uitgebreide uitleg

    Das betekent hier “dat”. Het is een aanwijzend voornaamwoord; de zin en de vaste vertaling leggen niet vast waarnaar het precies verwijst. Het kan in het Duits ook naar een concreet onzijdig zelfstandig naamwoord verwijzen, maar zo’n specifiek referent is hier niet gegeven. würde is de vorm van werden in de Konjunktiv II. Samen met een infinitief drukt die vaak een voorwaardelijke of hypothetische betekenis uit: würde + infinitief = “zou …”. Hier is helfen de bijbehorende infinitief: Das würde helfen = “Dat zou helpen”. helfen is de infinitief van helfen (“helpen”). Na würde blijft het hoofdwerkwoord in de infinitief staan. Voorbeeld: Das würde funktionieren. — “Dat zou werken.” wenn leidt hier een voorwaardelijke bijzin in en betekent “als”. In een Duitse bijzin staat de persoonsvorm doorgaans aan het einde. Het patroon is wenn + voorwaarde; de hoofdzin kan vóór of na deze bijzin staan. In deze zin staat Das würde helfen vóór de wenn-bijzin. Änderung betekent “verandering”. In die Änderung is het zelfstandig naamwoord vrouwelijk; daarom staat het lidwoord die. Het meervoud is Änderungen. erst betekent hier “pas” en beperkt het tijdstip: de verandering komt niet eerder dan het genoemde moment. In een andere context kan erst ook “eerst” betekenen, maar die betekenis past hier niet bij de vaste vertaling. in letzter Minute is een vaste tijdsaanduiding met de betekenis “op het laatste moment”. Minute is vrouwelijk (die Minute). In deze tijdsaanduiding staat in met de datief: letzter is de verbogen vorm van letzt (“laatste”) bij het vrouwelijke datief-zelfstandig naamwoord. kommt is de derde persoon enkelvoud van kommen (“komen”): kommen → er/sie/es kommt. De vorm is de tegenwoordige tijd; door de voorwaardelijke context verwijst zij hier naar het moment waarop de verandering eventueel komt. Het is niet op zichzelf een aparte toekomende tijd. Samen betekent wenn die Änderung erst in letzter Minute kommt: “als de verandering pas op het laatste moment komt”. Die bijzin geeft de voorwaarde. Das würde helfen betekent “Dat zou helpen”, zodat de volledige zin luidt: “Dat zou helpen als de verandering pas op het laatste moment komt.”

  8. Sobald sie die Anzeigetafel aktualisieren, können wir weitergehen, ohne raten zu müssen.

    Zodra ze het bord bijwerken, kunnen we verdergaan zonder te hoeven gokken.

    Sobald
    zodra
    die Anzeigetafel
    het informatiebord
    aktualisieren
    bijwerken
    können wir
    wij kunnen
    weitergehen
    verdergaan
    ohne … zu müssen
    zonder te hoeven
    raten
    gokken
    Uitgebreide uitleg

    Sobald betekent hier “zodra” en leidt een tijdsbepalende bijzin in: de handeling in die bijzin is het moment waarop de hoofdzin van toepassing wordt. In een Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Vergelijk: Sobald du kommst, beginnen wir. — “Zodra je komt, beginnen we.” die Anzeigetafel is hier het bord waarop de relevante informatie staat. Het zelfstandig naamwoord Anzeigetafel is vrouwelijk; die is in deze zin de vorm die zowel bij het vrouwelijk enkelvoud als bij de accusatief kan verschijnen. Het meervoud is ook die Anzeigetafeln, maar dat is een andere vorm van het zelfstandig naamwoord. aktualisieren betekent “bijwerken” of “actualiseren”. Dit is de infinitief, maar in de bijzin is hij de werkwoordsvorm die bij sie hoort: sie aktualisieren. De vorm is bij deze persoon en dit getal gelijk aan de infinitief. Het onderwerp sie wordt door de vaste vertaling als “ze” weergegeven; de zin zegt dus dat zij het bord bijwerken. können wir drukt uit dat “wij” iets kunnen of in staat zijn iets te doen. können is de vervoegde vorm van können; bij wir blijft de infinitief van het daaropvolgende werkwoord aan het einde van de hoofdzin staan. Bijvoorbeeld: Wir können warten. — “Wij kunnen wachten.” weitergehen betekent “verdergaan”. Het is een samengesteld werkwoord met de betekenis verder gaan, niet simpelweg een willekeurige combinatie van “verder” en “gaan”. In deze hoofdzin staat het als infinitief na het modale werkwoord können: Wir können weitergehen. — “Wij kunnen verdergaan.” ohne ... zu müssen is een constructie met de betekenis “zonder te hoeven ...”. Het eerste deel ohne staat hier vóór de infinitiefgroep; zu müssen geeft aan dat een verplichting ontbreekt. De werkelijke handeling die men niet hoeft te verrichten staat tussen beide delen: ohne raten zu müssen. Bijvoorbeeld: Sie ging, ohne sich zu verabschieden. — “Ze ging weg zonder afscheid te nemen.” raten betekent hier “gokken” of “raden” in de zin van iets proberen te bepalen zonder voldoende zekerheid. Het is de infinitief na zu müssen. In deze zin wordt niet beweerd dat iemand daadwerkelijk gokt; de constructie zegt dat men verder kan gaan zonder dat dit nodig is. Samen betekent Sobald sie die Anzeigetafel aktualisieren “zodra ze het bord bijwerken”. Daarna geeft können wir weitergehen aan dat wij verder kunnen gaan. ohne raten zu müssen voegt toe dat dit kan zonder te hoeven gokken. De volledige betekenis is daarom: “Zodra ze het bord bijwerken, kunnen we verdergaan zonder te hoeven gokken.”

Grammatica

bevor + Nebensatz: Verb am Ende

Bevor die Fahrgäste einsteigen, überprüfen sie den Zug.

Be-foor die faar-ges-tuh ain-sjtaik-en, uu-ber-pruu-fen zie deen tsoek.

Voordat de passagiers instappen, controleren ze de trein.

Na bevor staat het werkwoord in de bijzin achteraan: einsteigen.

ohne + Akkusativ

ohne das Gepäck

Oo-nuh das guh-pehk

zonder de bagage

Na ohne volgt de vierde naamval (Akkusativ). Bij das Gepäck is de vorm hier hetzelfde.

Duits woordenschat

bevor voegwoord
be-foor voordat

Bevor sie die Fahrgäste einsteigen lassen.

bleiben werkwoord
blai-ben blijven

Sollen wir hier bleiben?

der Bahnsteig zelfstandig naamwoord
deer baan-sjtaik het perron einem anderen Bahnsteig

Nach einem anderen Bahnsteig suchen.

der Fahrgast zelfstandig naamwoord
deer faar-gast de passagier die Fahrgäste

Sie lassen die Fahrgäste einsteigen.

der Zug zelfstandig naamwoord
deer tsoek de trein den Zug

Sie überprüfen den Zug.

die Durchsage zelfstandig naamwoord
die doerch-zaa-guh de omroep Die Durchsage

Die Durchsage sagt, dass es eine Verspätung gibt.

die Verspätung zelfstandig naamwoord
die fer-sjpee-toeng de vertraging eine Verspätung

Die Durchsage sagt, dass es eine Verspätung gibt.

einsteigen werkwoord
ain-sjtaik-en instappen

Die Fahrgäste einsteigen lassen.

glauben werkwoord
glau-ben geloven glaube

Ich glaube, sie überprüfen den Zug.

suchen werkwoord
zoo-khen zoeken

Nach einem anderen Bahnsteig suchen.

überprüfen werkwoord
uu-ber-pruu-fen controleren

Sie überprüfen den Zug.

warum bijwoord
va-roem waarom

Aber nicht, warum.

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

waarom

Antwoord tonenwarum

geloven

Antwoord tonenglaube

instappen

Antwoord toneneinsteigen

voordat

Antwoord tonenbevor