Wegen
„Wegen“ geeft hier de reden aan: door deze vertraging. Het staat in de oorzaakconstructie „Wegen dieser Verspätung“; een herbruikbaar patroon is Wegen + oorzaak.
dieser
„dieser“ betekent hier „deze“ en verwijst naar de vertraging die nu speelt. Het staat direct vóór „Verspätung“ en bepaalt dus welk zelfstandig naamwoord bedoeld wordt.
Verspätung
„Verspätung“ betekent hier vertraging en is de oorzaak van het mogelijke probleem met de aansluiting. Het woord wordt gebruikt in de uitdrukking „Wegen dieser Verspätung“ om een reden aan te geven.
verpasse
„verpasse“ zegt hier dat de spreker zijn aansluiting mist. De vorm hoort bij verpassen en krijgt „meinen Anschluss“ als datgene wat gemist wordt.
ich
„ich“ betekent ik en verwijst naar de spreker. Aan het begin van een zin verschijnt dezelfde vorm als „Ich“, met een hoofdletter; als onderwerp staat het bij de handeling van de zin.
vielleicht
„vielleicht“ geeft hier mogelijkheid aan: het is niet zeker dat de spreker de aansluiting mist. Het kan vóór een werkwoord of vóór de rest van de mededeling staan om onzekerheid uit te drukken.
meinen
„meinen“ betekent hier mijn en verwijst naar de aansluiting van de spreker. Het is de vorm van mein die vóór „Anschluss“ staat; een bezittelijke vorm staat zo direct bij het zelfstandig naamwoord.
Anschluss
„Anschluss“ betekent hier aansluiting, dus een trein- of andere reisverbinding waarop de reiziger moet overstappen. Het woord is het object bij „verpasse“ en past bij de reissituatie.
Der
„Der“ en „der“ zijn hier vormen van het bepaald lidwoord en staan vóór „Serviceschalter“ en „Betreiber“. „Der“ heeft aan het begin van de zin een hoofdletter; „der“ staat midden in de zin.
Serviceschalter
„Serviceschalter“ betekent servicebalie of servicepunt waar de reiziger hulp kan krijgen. In deze zin is het de instantie die andere verbindingen kan controleren.
kann
„kann“ drukt hier uit dat de servicebalie iets kan doen, namelijk verbindingen controleren. De vorm hoort bij können; met een modaal werkwoord staat de andere handeling als infinitief aan het einde, zoals in „Verbindungen prüfen“.
andere
„andere“ betekent hier andere en verwijst naar alternatieven voor de oorspronkelijke reisoptie. Het staat vóór „Verbindungen“; een vorm van andere wordt zo gebruikt om alternatieve mogelijkheden aan te duiden.
Verbindungen
„Verbindungen“ betekent hier verbindingen of routes binnen de reis. Het is het meervoud van Verbindung en vormt samen met „andere“ het object van „prüfen“.
prüfen
„prüfen“ betekent hier controleren of nagaan welke andere verbindingen mogelijk zijn. Het staat na „kann“ als infinitief en krijgt „andere Verbindungen“ als object.
sobald
„sobald“ betekent zodra of zodra iets het geval is en geeft aan wanneer de controle kan beginnen. Het leidt de bijzin „sobald die Verspätung bestätigt ist“ in.
die
„die“ staat hier vóór „Verspätung“ als bepaald lidwoord. De hoofdlettervorm „Die“ in „Die setze ich an die erste Stelle“ verwijst later naar de eerder genoemde verbindingen en betekent daar die of die opties.
bestätigt
„bestätigt“ beschrijft hier de toestand waarin de vertraging officieel bevestigd is. De vorm hoort bij bestätigen en staat in de woordgroep „bestätigt ist“.
ist
„ist“ verbindt hier de vertraging met haar toestand: de vertraging is bevestigd. Het is een vorm van sein en staat in de bijzin „die Verspätung bestätigt ist“.
würde
„würde“ helpt hier een voorkeur uit te drukken: de spreker zou nu liever een plan maken. De vorm hoort bij werden en staat samen met „lieber“ en een infinitief, zoals in „würde ... machen“.
lieber
„lieber“ betekent hier liever en maakt duidelijk welke van twee handelingen de voorkeur heeft. Het staat in de constructie „würde lieber ... als ...“.
jetzt
„jetzt“ betekent nu en legt vast dat het plan op dit moment gemaakt moet worden. Het contrasteert in de zin met „später“, dat naar een later moment verwijst.
einen
„einen“ betekent hier een en introduceert één plan. Het is een vorm van ein die vóór „Plan“ staat; een onbepaald lidwoord wordt zo vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt.
Plan
„Plan“ betekent plan, dus een vooraf gekozen aanpak voor de verdere reis. Het staat in de vaste combinatie „einen Plan machen“.
machen
„machen“ betekent hier maken of opstellen, zoals bij het opstellen van een plan. Het is de infinitief na „würde“ in „jetzt einen Plan machen“.
als
„als“ betekent hier dan en verbindt de voorkeursoptie met het alternatief. In „lieber jetzt einen Plan machen, als mich später zu beeilen“ leidt het de minder gewenste handeling in.
mich
„mich“ verwijst hier terug naar de spreker en maakt deel uit van de reflexieve uitdrukking met „beeilen“. Het is een vorm van het persoonlijke voornaamwoord ich die bij de spreker zelf hoort.
später
„später“ betekent later en verwijst naar een moment na nu. Het staat bij „zu beeilen“ en beschrijft wanneer de haast zou ontstaan.
zu
„zu“ is hier geen richtingswoord, maar markeert de infinitief in „zu beeilen“. Het staat direct vóór de werkwoordsvorm en helpt zo een handeling als alternatief te formuleren.
beeilen
„beeilen“ betekent zich haasten; in deze zin gaat het om zich later moeten haasten. Het staat met „mich“ in de exacte woordgroep „mich später zu beeilen“.
Dann
„Dann“ betekent dan en markeert hier de volgende stap in de gezamenlijke aanpak. Het staat aan het begin van een zin om een voorstel of gevolg aan te kondigen.
vergleichen
„vergleichen“ betekent vergelijken: de verschillende reismogelijkheden naast elkaar beoordelen. Het krijgt hier „die Möglichkeiten“ als object.
wir
„wir“ betekent wij en verwijst naar de spreker en de gesprekspartner samen. Het is hier het onderwerp van de gezamenlijke handeling „vergleichen“.
Möglichkeiten
„Möglichkeiten“ betekent hier mogelijkheden of opties voor de verdere reis. Het is het meervoud van Möglichkeit en staat als object bij „vergleichen“.
aber
„aber“ betekent maar en brengt hier een beperking of tegenstelling in: de opties worden vergeleken, maar kunnen later nog wijzigen. Het verbindt twee delen van dezelfde mededeling.
denk
„denk“ is hier een directe opdracht om iets in gedachten te houden. Het is een vorm van denken en staat in de constructie „denk daran, dass ...“.
daran
„daran“ verwijst hier naar het feit dat de mogelijkheden kunnen veranderen. Samen met „denk“ vormt het „denk daran“, waarmee de gesprekspartner aan een belangrijk punt wordt herinnerd.
dass
„dass“ betekent dat en leidt de inhoud in waaraan de gesprekspartner moet denken. Het staat in „denk daran, dass sie sich ändern können“ en leidt een bijzin in.
sie
„sie“ betekent hier zij of ze en verwijst naar „die Möglichkeiten“. Het is het onderwerp van de bijzin waarin wordt gezegd dat de opties kunnen veranderen.
sich
„sich“ maakt hier deel uit van de reflexieve uitdrukking „sich ändern“. Daarmee wordt uitgedrukt dat de mogelijkheden zelf veranderen, zonder dat een andere veroorzaker wordt genoemd.
ändern
„ändern“ betekent hier veranderen, namelijk anders worden dan de huidige opties. Het staat samen met „sich“ in „sich ändern“ en wordt gecombineerd met „können“.
können
„können“ drukt hier mogelijkheid uit: de mogelijkheden kunnen nog veranderen. Het staat met de infinitief „ändern“ en komt in deze bijzin aan het einde.
du
„du“ betekent jij of je en spreekt één persoon informeel aan. In deze scène is het de persoon bij de servicebalie aan wie de reiziger een verzoek richt.
ob
„ob“ betekent of en leidt een indirecte ja-neevraag in. Het staat in de constructie „prüfen, ob ...“ om te vragen of iets mogelijk is.
hier
„hier“ betekent hier en verwijst naar de huidige servicebalie of locatie. Het beperkt de vraag naar de beschikbaarheid van de omboeking tot deze plaats.
eine
„eine“ betekent hier een en introduceert één mogelijke omboeking. Het staat vóór „flexible Umbuchung“ als onbepaald lidwoord.
flexible
„flexible“ betekent flexibel en beschrijft de omboeking als aanpasbaar aan de veranderde reisomstandigheden. Het staat direct vóór „Umbuchung“.
Umbuchung
„Umbuchung“ betekent hier omboeking naar een andere reisverbinding. Het woord staat in „eine flexible Umbuchung“ als de dienst waarnaar de reiziger informeert.
möglich
„möglich“ betekent hier mogelijk of beschikbaar om te regelen. In „eine flexible Umbuchung möglich ist“ beschrijft het of de omboeking op deze plek geregeld kan worden.
fragen
„fragen“ betekent hier vragen of navraag doen bij de bevoegde partij. Het staat als infinitief na „kann“ in „Ich kann fragen“.
Betreiber
„Betreiber“ betekent hier de operator of vervoerder die de omboeking moet goedkeuren. Het zelfstandig naamwoord is het onderwerp van „muss das genehmigen“.
muss
„muss“ drukt hier verplichting uit: de operator moet toestemming geven. De vorm hoort bij müssen en wordt gevolgd door de infinitief „genehmigen“.
das
„das“ betekent hier het of dat en verwijst naar de flexibele omboeking. Het staat als object in de woordgroep „das genehmigen“.
genehmigen
„genehmigen“ betekent hier goedkeuren of toestemming geven voor de omboeking. Het is de infinitief na „muss“ en krijgt „das“ als object.
Bitte
„Bitte“ betekent alstublieft en maakt het verzoek beleefd. Het staat aan het begin van de opdracht „Bitte such nach Verbindungen ...“.
such
„such“ is een directe opdracht aan één persoon om iets te zoeken. De woordenboekvorm is suchen; de vorm staat in „Bitte such nach Verbindungen“.
nach
„nach“ maakt hier deel uit van de vaste combinatie met zoeken en markeert waarnaar gezocht wordt. In „such nach Verbindungen“ staat het zoekdoel na „nach“.
mit
„mit“ betekent hier met en beschrijft welk kenmerk de gewenste verbindingen moeten hebben. Het leidt de woordgroep „mit genügend Zeit“ in.
genügend
„genügend“ betekent genoeg of voldoende en geeft aan dat de beschikbare tijd ruim genoeg moet zijn. Het bepaalt hier „Zeit“ in de woordgroep „genügend Zeit“.
Zeit
„Zeit“ betekent tijd en verwijst hier naar de tijdsbuffer tussen twee overstappen. Het staat in „mit genügend Zeit zwischen den Umstiegen“.
zwischen
„zwischen“ betekent tussen en beschrijft de relatie tussen opeenvolgende overstappen. Het staat vóór „den Umstiegen“ om aan te geven waar de tijd beschikbaar moet zijn.
den
„den“ staat hier als bepaald lidwoord vóór „Umstiegen“ en verwijst naar specifieke overstappen in de reis. Het is een vorm van het lidwoord der.
Umstiegen
„Umstiegen“ verwijst hier naar de overstappen tussen verschillende delen van de reis. De woordenboekvorm is Umstieg; in deze zin gaat het om meerdere overstappen.
setze
„setze“ betekent hier plaats of zet en geeft aan dat de spreker bepaalde verbindingen bovenaan rangschikt. De vorm hoort bij setzen en staat in „Die setze ich an die erste Stelle“.
an
„an“ maakt hier deel uit van de vaste plaatsingsconstructie „an die erste Stelle“. De combinatie geeft aan dat iets op de eerste positie wordt gezet.
erste
„erste“ betekent hier eerste en geeft de hoogste prioriteitspositie aan. Het staat in de woordgroep „an die erste Stelle“.
Stelle
„Stelle“ betekent hier plaats of positie, niet een fysieke locatie. In „an die erste Stelle“ verwijst het naar de eerste positie in de rangschikking.
müssen
„müssen“ drukt hier uit dat iets noodzakelijk is, maar door „nicht“ wordt die noodzaak ontkend. Het wordt gecombineerd met de infinitief „rennen“.
nicht
„nicht“ ontkent hier de noodzaak om naar de volgende trein te rennen. Het staat vóór de richtings- en handelingsgroep „zum nächsten Zug rennen“.
zum
„zum“ betekent hier naar de en geeft de richting naar de volgende trein aan. Het is de samensmelting van zu en dem en staat vóór „nächsten Zug“.
nächsten
„nächsten“ betekent hier volgende en verwijst naar de trein die na de huidige trein komt. Het staat direct vóór „Zug“.
Zug
„Zug“ betekent trein en is hier het vervoermiddel waar de reizigers anders naartoe zouden moeten rennen. Het staat na „zum nächsten“ in de richtingsgroep.
rennen
„rennen“ betekent hier rennen of zich haastend voortbewegen naar de volgende trein. Het is de infinitief na „müssen“ in „müssen wir nicht ... rennen“.