Een verkeerd bezorgd pakket netjes ophalen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a shared building, one neighbor checks on a misdelivered package and arranges to pick it up from another neighbor's door..

NL → DE / Niveau: B2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een verkeerd bezorgd pakket netjes ophalen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ein Paket für meine Wohnung wurde vor deiner Tür abgestellt.

Ain pakéét fuur maine vóón-oeng voor daine tuur ap-ge-sjtelt. Er is een pakket voor mijn appartement buiten jouw deur neergezet.
B

Ich habe es bemerkt und für dich neben der Tür stehen lassen.

Iesj haabe es be-MERKT oent fuur diesj néében dea tuur sjtee-en lasən. Ik merkte het op en heb het voor je bij de deur bewaard.
A

Ich hatte gehofft, dass es nicht verloren gegangen war.

Iesj hatte ge-hoopt, das es nisjt ferlóóren ge-gangən vaar. Ik hoopte dat het niet was zoekgeraakt.
B

Es war wahrscheinlich einfach eine Verwechslung der Etiketten.

Es vaar vaar-SJAIN-lik ainfag, ainə fer-VEKS-loeng dea eti-KET-n. Het was waarschijnlijk gewoon een verwisseling van de labels.
A

Ich kann in ein paar Minuten vorbeikommen, um es abzuholen.

Iesj kan in ain paar mie-NOO-tən foar-bai-komən, om es ap-tsoe-hoo-lən. Ik kan over een paar minuten langskomen om het op te halen.
B

Ich kann es zu dir bringen, wenn das für dich einfacher ist.

Iesj kan es tsoe diea brengen, ven das fuur diesj ain-fakher is. Ik kan het naar je toe brengen als dat makkelijker voor je is.
A

Das weiß ich zu schätzen, aber ich bin schon ganz in der Nähe.

Das vais iesj tsoe SJET-sən, aa-ber iesj bin sjóón gants in dea Née-ə. Dat waardeer ik, maar ik ben al vlakbij.
B

Ich lasse es vor meiner Tür stehen, bis du hier bist.

Iesj lasə es foor maine-a tuur sjtee-en, bis doe hiea bist. Ik laat het bij mijn deur staan totdat je hier bent.

Uitleg van de zinnen

  1. Ein Paket für meine Wohnung wurde vor deiner Tür abgestellt.

    Er is een pakket voor mijn appartement buiten jouw deur neergezet.

    Paket
    pakket
    für
    voor
    Wohnung
    appartement; woning
    wurde
    werd
    vor
    voor; vóór
    Tür
    deur
    abgestellt
    neergezet; geplaatst
    Uitgebreide uitleg

    Paket betekent hier “pakket”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Paket, meervoud die Pakete. In deze zin is Paket het onderwerp van de passieve zin; daarom staat het in de basisvorm met ein: Ein Paket .... für leidt een bepaling in met de vierde naamval (accusatief). In für meine Wohnung betekent het “voor mijn appartement/woning”. Wohnung is vrouwelijk: die Wohnung, meervoud die Wohnungen. Het bezittelijk woord meine heeft hier dezelfde vorm in de nominatief en accusatief vrouwelijk enkelvoud. Het zegt alleen wie bij de woning hoort; für bepaalt de naamval. wurde is de verleden tijd van werden en werkt hier als hulpwerkwoord van het passief. De betekenis “werd neergezet” ontstaat uit wurde samen met het voltooid deelwoord abgestellt, niet uit wurde alleen. Een vergelijkbaar patroon is Das Paket wurde geöffnet — “Het pakket werd geopend.” vor betekent hier “voor” of “vóór”, in de ruimtelijke betekenis “in de buurt van de voorkant van”. Dit voorzetsel kan in het Duits zowel de derde naamval als de vierde naamval inleiden. Bij een vaste plaats, zoals hier, staat de derde naamval: vor deiner Tür. Bij beweging naar die plaats staat vaak de vierde naamval, bijvoorbeeld Ich stelle es vor die Tür — “Ik zet het voor de deur.” Tür betekent “deur”. Het woord is vrouwelijk: die Tür. In deiner Tür staat het in de derde naamval na het plaatsaanduidende vor; deiner is de datiefvorm van het bezittelijk woord dein bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. abgestellt is het voltooid deelwoord van abstellen, “neerzetten” of “plaatsen”. Het werkwoord is scheidbaar: in een hoofdzin kan het voorkomen als stellt ... ab; in het passief staat het deelwoord aan het einde: wurde ... abgestellt. In deze zin gaat het om iets op een bepaalde plaats neerzetten, niet om het uitschakelen van een apparaat, een andere mogelijke betekenis van abstellen. De onderdelen bouwen samen de passieve mededeling op: Ein Paket is wat ergens is neergezet, für meine Wohnung geeft aan waarvoor het bestemd is, vor deiner Tür geeft de plaats aan, en wurde ... abgestellt maakt duidelijk dat het neerzetten in het verleden gebeurde. De volledige betekenis is dus: “Er is een pakket voor mijn appartement buiten jouw deur neergezet.”

  2. Ich habe es bemerkt und für dich neben der Tür stehen lassen.

    Ik merkte het op en heb het voor je bij de deur bewaard.

    Ich habe
    ik heb
    bemerkt
    opgemerkt
    für dich
    voor jou
    neben
    naast
    Tür
    deur
    stehen lassen
    laten staan
    Uitgebreide uitleg

    Ich habe vormt hier het begin van de voltooide tijd. habe is de vorm van haben voor de eerste persoon enkelvoud en fungeert hier als hulpwerkwoord bij ich; het draagt de persoonsinformatie. In een hoofdzin staat het vervoegde hulpwerkwoord op de tweede positie, terwijl het andere werkwoordselement verderop staat. Voorbeeld: Ich habe es gesehen. = “Ik heb het gezien.” bemerkt komt van bemerken en is het voltooid deelwoord. Hier betekent het “opgemerkt”. Samen met habe vormt het de voltooide tijd: habe bemerkt. Voorbeeld: Sie hat den Fehler bemerkt. = “Zij heeft de fout opgemerkt.” für dich betekent “voor jou”. dich is de accusatiefvorm van du, het persoonlijke voornaamwoord voor één informeel aangesproken persoon. du gebruik je als onderwerp en dich onder andere na für. Voorbeeld: Das ist für dich. = “Dat is voor jou.” neben betekent hier “naast” en geeft samen met der Tür een vaste plaats aan. Als neben een plaats zonder beweging beschrijft, staat het volgende naamwoord in de datief. Bij een richting naar die plaats staat vaak de accusatief: Ich stelle es neben die Tür. = “Ik zet het naast de deur.” Tür betekent “deur”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Tür; in deze vaste-plaatsbepaling staat het met het datiefartikel der: neben der Tür. Voorbeeld: Die Tasche steht neben der Tür. = “De tas staat naast de deur.” stehen lassen is een constructie met lassen plus het infinitief stehen. Hier betekent zij dat iets op een plaats wordt achtergelaten, ongeveer “laten staan”. In de voltooide tijd blijven stehen en lassen als infinitieven aan het einde: habe ... stehen lassen, niet habe ... gelassen. Voorbeeld: Ich habe das Fahrrad draußen stehen lassen. = “Ik heb de fiets buiten laten staan.” Samen zegt de spreker: Ich habe es bemerkt und für dich neben der Tür stehen lassen. Het onderwerp ich geldt voor beide delen. habe bemerkt geeft aan dat de spreker het heeft opgemerkt; für dich geeft aan voor wie hij het daar heeft gelaten; en neben der Tür stehen lassen geeft de plaats en de handeling weer. In de gegeven context verwijst es naar het pakket dat eerder wordt genoemd. De vaste vertaling geeft dit weer als: “Ik merkte het op en heb het voor je bij de deur bewaard.”

  3. Ich hatte gehofft, dass es nicht verloren gegangen war.

    Ik hoopte dat het niet was zoekgeraakt.

    Ich
    ik
    hatte gehofft
    had gehoopt
    dass
    dat
    es
    het
    nicht
    niet
    verloren gegangen
    zoekgeraakt
    war
    was
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier “ik”. Het is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud als onderwerp. In een andere naamvalspositie kan het voornaamwoord veranderen, bijvoorbeeld mich voor “mij” als lijdend voorwerp. hatte gehofft komt van hoffen (“hopen”) en is het Plusquamperfekt: hatte is de verleden tijd van haben, en gehofft is het voltooid deelwoord. Deze vorm plaatst het hopen vóór een ander verleden referentiepunt. Het letterlijke Nederlandse equivalent is “had gehoopt”; de vaste vertaling gebruikt hier natuurlijk “hoopte”. Voorbeeld: Ich hatte gewartet. — “Ik had gewacht.” dass leidt een bijzin in met de betekenis “dat”. In een Duitse dass-bijzin staat de persoonsvorm doorgaans aan het einde. Een herbruikbaar patroon is Ich hoffe, dass ... — “Ik hoop dat ...”. es is een persoonlijk voornaamwoord met de vorm “het”. Hier is het het onderwerp van de bijzin. De concrete zaak waarnaar het verwijst is in de vaste zin niet als zelfstandig naamwoord benoemd; de vorm zelf geeft alleen de grammaticale rol en het geslacht/nummer van het voornaamwoord aan. nicht ontkent hier de gebeurtenis verloren gegangen war: het bedoelde is volgens de zin niet zoekgeraakt. De precieze reikwijdte van de ontkenning ontstaat samen met de omliggende woorden; nicht betekent hier eenvoudig “niet”. verloren gegangen hoort bij de uitdrukking verloren gehen, hier “zoekraken” of “verloren gaan”. In deze vorm staat de uitdrukking in het voltooid deelwoord binnen een samengestelde verleden tijd. Met sein krijg je bijvoorbeeld ist verloren gegangen — “is zoekgeraakt” — en war verloren gegangen — “was zoekgeraakt”. Dit is niet dezelfde constructie als verlieren (“verliezen”), dat bijvoorbeeld hat verloren vormt. war is hier de verleden tijd van sein bij een onderwerp in de derde persoon enkelvoud: es war betekent “het was”. In verloren gegangen war is het de persoonsvorm van de voltooid verleden tijd. Omdat de hele bijzin met dass wordt ingeleid, staat deze persoonsvorm aan het einde. Samen betekent Ich hatte gehofft letterlijk “ik had gehoopt”; in de vaste Nederlandse vertaling wordt dat weergegeven als “ik hoopte”. dass es nicht verloren gegangen war betekent “dat het niet was zoekgeraakt”. De volledige zin is dus: “Ik hoopte dat het niet was zoekgeraakt.”

  4. Es war wahrscheinlich einfach eine Verwechslung der Etiketten.

    Het was waarschijnlijk gewoon een verwisseling van de labels.

    Es war
    Het was
    wahrscheinlich
    waarschijnlijk
    einfach
    gewoon
    Verwechslung
    verwisseling
    Etiketten
    labels
    Uitgebreide uitleg

    Es war betekent hier «het was». war is de verleden tijd van sein («zijn») voor ich, er, sie en es; het onderwerp is hier het onpersoonlijke es. In een andere tijd krijg je bijvoorbeeld Es ist ... («Het is ...»). Voorbeeld: Es war ein Fehler. — «Het was een fout.» wahrscheinlich betekent hier «waarschijnlijk» en drukt een inschatting uit, geen zekerheid. Het is een bijwoord en verandert niet naar geslacht of getal. Voorbeeld: Sie kommt wahrscheinlich morgen. — «Ze komt waarschijnlijk morgen.» einfach betekent hier «gewoon», in de zin van «simpelweg». Het kan ook letterlijk «eenvoudig» betekenen; in deze zin beschrijft het niet de moeilijkheidsgraad van een voorwerp, maar verzwakt het de uitleg tot «gewoon». Voorbeeld: Das ist einfach ein Missverständnis. — «Dat is gewoon een misverstand.» Verwechslung is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent «verwisseling» of «verwarring waarbij dingen of labels met elkaar worden verwisseld». De basisvorm is die Verwechslung; het meervoud is die Verwechslungen. Het hangt samen met het werkwoord verwechseln («verwisselen»), maar dat is een apart werkwoord. Voorbeeld: Das war eine Verwechslung. — «Dat was een verwisseling.» Etiketten betekent hier «labels». Dit is het meervoud van das Etikett («het label»), dus de vorm verwijst naar meer dan één label; het zelfstandig naamwoord is onzijdig in het enkelvoud. Voorbeeld: Die Etiketten sind falsch. — «De labels zijn verkeerd.» Samen vormen de woorden: Es war («Het was») + wahrscheinlich («waarschijnlijk») + einfach («gewoon») + eine Verwechslung der Etiketten («een verwisseling van de labels»). eine hoort bij het vrouwelijke enkelvoud van Verwechslung; der Etiketten specificeert waarvan er sprake was: de verwisseling betrof de labels. De volledige betekenis is dus: «Het was waarschijnlijk gewoon een verwisseling van de labels.»

  5. Ich kann in ein paar Minuten vorbeikommen, um es abzuholen.

    Ik kan over een paar minuten langskomen om het op te halen.

    Ich kann
    ik kan
    in ein paar Minuten
    over een paar minuten
    vorbeikommen
    langskomen
    um es abzuholen
    om het op te halen
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann betekent hier “ik kan” en drukt samen met het volgende werkwoord een mogelijkheid of bereidheid uit. kann is de tegenwoordige tijd van können bij ich; de infinitief blijft verderop in de hoofdzin staan. Voorbeelden: Ich kann warten. = “Ik kan wachten.” Wir können kommen. = “Wij kunnen komen.” in ein paar Minuten geeft aan wanneer iets gebeurt: “over een paar minuten”. In deze tijdsaanduiding staat in hier met de datief. Bij het meervoud is de vorm van Minuten echter hetzelfde in de datief en de accusatief, waardoor de naamval aan het zelfstandig naamwoord niet zichtbaar is. ein paar betekent “een paar/enkele” en noemt geen exact aantal. Voorbeeld: Wir sind in zehn Minuten da. = “We zijn er over tien minuten.” vorbeikommen betekent “langskomen” of “even komen”. Het is een scheidbaar samengesteld werkwoord met vorbei en kommen. In een hoofdzin met können staat de infinitief aan het einde: Ich kann vorbeikommen. = “Ik kan langskomen.” In een gewone vervoegde hoofdzin kan het werkwoord gescheiden worden: Ich komme morgen vorbei. = “Ik kom morgen even langs.” um es abzuholen geeft het doel aan: “om het op te halen”. abholen betekent “ophalen”; in de um ... zu-constructie wordt bij dit scheidbare werkwoord zu tussen de delen geplaatst: abzuholen. es is hier het onzijdige lijdend voornaamwoord “het”, overeenkomstig het bedoelde object in de vaste vertaling. Voorbeeld: Ich fahre los, um das Paket abzuholen. = “Ik vertrek om het pakket op te halen.” Samen vormt de zin: Ich kann + in ein paar Minuten + vorbeikommen, met daarna het doel um es abzuholen: “Ik kan over een paar minuten langskomen om het op te halen.”

  6. Ich kann es zu dir bringen, wenn das für dich einfacher ist.

    Ik kan het naar je toe brengen als dat makkelijker voor je is.

    Ich kann
    ik kan
    es
    het
    zu dir
    naar jou toe
    bringen
    brengen
    das
    dat
    für dich
    voor jou
    einfacher
    makkelijker
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann: können betekent “kunnen” en drukt hier de mogelijkheid of bereidheid van de spreker uit. In de ik-vorm is de vorm kann; bij een modaal werkwoord staat de andere werkwoordsvorm aan het einde in de infinitief. Vergelijk: Ich kann warten. — “Ik kan wachten.” es: Dit is het persoonlijk voornaamwoord voor het lijdend voorwerp: “het”. De vorm is hier accusatief en verwijst in deze zin naar wat gebracht wordt; de precieze zaak wordt niet benoemd. es kan ook in andere zinnen een andere functie hebben, dus de vorm alleen identificeert de referent niet. zu dir: zu combineert met de datief en geeft hier de richting naar de aangesprokene aan: “naar jou toe”. dir is de informele tweede-persoonsvorm in de datief; de bijbehorende vorm voor het lijdend voorwerp is dich, zoals in Ich sehe dich — “Ik zie je.” bringen: bringen is de infinitief van “brengen”. Na kann blijft het in de infinitief: Ich kann es bringen — “Ik kan het brengen.” Met zu dir wordt de bestemming “naar jou toe” toegevoegd. das: In het tweede deel is das een aanwijzend voornaamwoord met de betekenis “dat”. Het staat als onderwerp van ist en verwijst hier naar de voorgestelde handeling of mogelijkheid als geheel, niet noodzakelijk naar een afzonderlijk zelfstandig naamwoord. Het verschilt van het voegwoord dass, dat een bijzin inleidt. für dich: für krijgt de accusatief; dich is daarom de informele tweede-persoonsvorm in de accusatief. Samen betekent dit hier “voor jou” en het geeft aan voor wie iets gemakkelijker is. Vergelijk: Das ist für dich. — “Dat is voor jou.” einfacher: einfacher is de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord einfach (“gemakkelijk/eenvoudig”): einfach → einfacher → am einfachsten. Hier staat het als naamwoordelijk deel bij ist, dus het beschrijft dat iets gemakkelijker is; het past zich in deze positie niet aan een zelfstandig naamwoord aan. Das ist einfacher. — “Dat is gemakkelijker.” De voorwaardelijke bijzin begint met wenn (“als/wanneer”): wenn das für dich einfacher ist betekent “als dat voor jou gemakkelijker is”. Omdat wenn een bijzin inleidt, staat het vervoegde werkwoord ist aan het einde van die bijzin. Het hoofddeel Ich kann es zu dir bringen zegt wat de spreker kan doen. Samen betekent de hele uiting: “Ik kan het naar je toe brengen als dat voor jou gemakkelijker is.”

  7. Das weiß ich zu schätzen, aber ich bin schon ganz in der Nähe.

    Dat waardeer ik, maar ik ben al vlakbij.

    Das weiß ich zu schätzen
    dat waardeer ik
    aber
    maar
    bin
    ben
    schon
    al
    ganz
    helemaal
    in der Nähe
    vlakbij
    Uitgebreide uitleg

    Das weiß ich zu schätzen is een vaste Duitse constructie met de betekenis “dat waardeer ik”. Letterlijk bevat ze weiß (de ik-vorm van wissen, “weten”) en schätzen (“waarderen”); samen drukken ze hier waardering uit, niet alleen kennis. De volgorde is bruikbaar als patroon: Das weiß ich zu schätzen. — “Dat waardeer ik.” Het voornaamwoord Das verwijst in deze zin naar iets dat al uit de context bekend is; de precieze zaak wordt hier niet zelfstandig benoemd. aber verbindt twee tegengestelde of nuancerende mededelingen en betekent “maar”. Het verandert de betekenis van de eerste mededeling niet; daarna volgt de informatie over waar de spreker is. bin is de eerste persoon enkelvoud van sein in de tegenwoordige tijd: ich bin — “ik ben”. De vorm hoort dus bij het onderwerp ich; andere personen hebben andere vormen, bijvoorbeeld du bist — “jij bent”. schon betekent hier “al”: de genoemde toestand geldt op dat moment reeds. In een andere context kan schon ook andere functies hebben, maar hier geeft het geen nadruk op “zeker” of “toch” weer. ganz versterkt hier de nabijheid: ganz in der Nähe betekent “heel dichtbij” of natuurlijk “vlakbij”. Het is geen zelfstandig naamwoord en verandert niet mee met ich. in der Nähe is een vaste plaatsaanduiding voor “in de buurt” of “vlakbij”. Nähe is het zelfstandig naamwoord “nabijheid”; na in staat hier de vorm der bij dit vrouwelijke zelfstandig naamwoord. De uitdrukking benoemt nabijheid, zonder zelf te zeggen waar de spreker precies is. Samen vormen de delen: Das weiß ich zu schätzen + aber + ich bin schon ganz in der Nähe. De volledige betekenis is: “Dat waardeer ik, maar ik ben al vlakbij.” De tweede mededeling maakt duidelijk dat de spreker zich reeds dichtbij bevindt.

  8. Ich lasse es vor meiner Tür stehen, bis du hier bist.

    Ik laat het bij mijn deur staan totdat je hier bent.

    Ich
    ik
    lasse
    laat
    es
    het
    vor
    bij; voor
    meiner
    mijn
    Tür
    deur
    stehen
    staan
    bis
    totdat
    du
    je
    hier
    hier
    bist
    bent
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier “ik”. Het is de eerste persoon enkelvoud; de bijbehorende werkwoordsvorm staat in deze zin bij lasse. lasse is de vorm van lassen bij ich in de tegenwoordige tijd. In etwas stehen lassen betekent lassen dat je iets ergens laat staan of laat liggen: Ich lasse die Tasche hier stehen. = “Ik laat de tas hier staan.” De infinitief stehen blijft aan het einde van deze werkwoordgroep staan. es betekent hier “het” en is het lijdend voorwerp van lasse. De vorm is het onzijdige enkelvoudige persoonlijke voornaamwoord; uit deze zin blijkt niet welk concreet voorwerp ermee wordt bedoeld. vor geeft hier een plaats vóór of bij iets aan. Bij een vaste plaats gebruikt het een datiefgroep: vor meiner Tür = “voor/bij mijn deur”. In andere contexten kan vor ook een beweging naar een plaats vóór iets aanduiden; dan staat er een accusatiefgroep. meiner komt van het bezittelijk woord mein (“mijn”). Hier is het de datiefvorm voor vrouwelijk enkelvoud, omdat Tür vrouwelijk is en vor hier een vaste plaats uitdrukt. Vergelijk: meine Tür als onderwerp of lijdend voorwerp, maar vor meiner Tür bij een plaatsbepaling. Tür betekent “deur”. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Tür; het meervoud is die Türen. stehen betekent “staan”. Hier beschrijft het de positie van het voorwerp in es stehen lassen. Het is de infinitief na lasse, niet de vervoegde vorm. Voor een persoon of ding dat in een andere houding ligt, kan Duits bijvoorbeeld liegen gebruiken: Ich lasse das Buch hier liegen. = “Ik laat het boek hier liggen.” bis betekent “totdat” en leidt hier een tijdsbepalende bijzin in. Het geeft aan tot welk moment de handeling van stehen lassen voortduurt. du betekent “je/jij” als onderwerp in de tweede persoon enkelvoud. De bijbehorende vorm van sein is bist. hier betekent “hier” en verwijst naar de plaats die in de situatie als hier geldt. Het is een bijwoord en verandert niet mee voor persoon of getal. bist is de tweede persoon enkelvoud van sein in de tegenwoordige tijd: du bist = “je bent”. In de bijzin na bis staat deze vervoegde vorm achteraan: bis du hier bist. Samen vormt Ich lasse es vor meiner Tür stehen de betekenis “Ik laat het voor/bij mijn deur staan”. bis du hier bist bepaalt het eindmoment: dat blijft zo totdat jij hier bent. De hele zin betekent dus: “Ik laat het bij mijn deur staan totdat je hier bent.”

Grammatica

abholen → ich hole ... ab

Ich hole das Paket ab.

Iesj hóó-lə das pakéét ap.

Ik haal het pakket op.

Bij een scheidbaar werkwoord staat het voorvoegsel aan het einde van de hoofdzin: abholen → hole ... ab.

ab + zu + holen → abzuholen

Es ist einfach, das Paket abzuholen.

Es is ainfag, das pakéét ap-tsoe-hoo-lən.

Het is eenvoudig om het pakket op te halen.

Bij een scheidbaar werkwoord komt zu tussen het voorvoegsel en het werkwoord: ab + zu + holen → abzuholen.

Duits woordenschat

abholen werkwoord
ap-tsoe-hoo-lən ophalen abzuholen
abstellen werkwoord
ap-sjtellen neerzetten; achterlaten abgestellt
bemerken werkwoord
be-MERK-en opmerken; merken bemerkt
Etikett zelfstandig naamwoord
eti-KET label; etiket Etiketten
hoffen werkwoord
hofən hopen gehofft
Paket zelfstandig naamwoord
pakéét pakket
stehen lassen uitdrukking
sjtee-en lasən laten staan
Tür zelfstandig naamwoord
tuur deur
verloren gehen uitdrukking
ferlóóren géé-en zoekraken; verloren gaan verloren gegangen
Verwechslung zelfstandig naamwoord
fer-VEKS-loeng verwisseling; vergissing
vorbeikommen werkwoord
foar-bai-komən langskomen
Wohnung zelfstandig naamwoord
vóón-oeng appartement; woning

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

opmerken; merken

Antwoord tonenbemerkt

hopen

Antwoord tonengehofft

appartement; woning

Antwoord tonenWohnung

verwisseling; vergissing

Antwoord tonenVerwechslung