Einige
“Einige” betekent hier “enkele” en verwijst naar een deel van de deelnemers. Het staat vóór het meervoudige “Teilnehmende” en wordt gebruikt om geen volledige groep aan te duiden.
Teilnehmende
“Teilnehmende” verwijst hier naar mensen die aan de workshop deelnemen. Het is een zelfstandig gebruikt woord voor deelnemers en staat in “Einige Teilnehmende”. Je gebruikt het bijvoorbeeld voor deelnemers aan een vergadering, cursus of evenement.
könnten
“könnten” drukt hier uit dat sommige deelnemers mogelijk weerstand zullen bieden: “zouden kunnen”. Het is de vorm die de mogelijkheid voorzichtig formuleert in “Einige Teilnehmende könnten sich widersetzen”. In de vraag “Könnten wir Beispiele einbeziehen?” maakt dezelfde vorm een beleefd voorstel.
sich
“sich” verwijst hier terug naar de deelnemers en hoort bij de wederkerige uitdrukking “sich widersetzen”. Het laat zien dat de deelnemers zelf degene zijn die weerstand bieden. Je gebruikt dit voornaamwoord samen met het werkwoord, niet als zelfstandig Nederlands “zich” zonder werkwoord.
widersetzen
“widersetzen” betekent hier “zich verzetten tegen” en staat in de uitdrukking “sich widersetzen”. De combinatie beschrijft weerstand tegen een onderwerp, plan of verandering. Het werkwoord wordt hier als infinitief gebruikt na “könnten”.
weil
“weil” betekent hier “omdat” en introduceert de reden voor mogelijke weerstand. In de bijzin “weil das Thema bestehende Gewohnheiten infrage stellt” staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Je gebruikt “weil” om een oorzaak of verklaring te geven.
das
“das” is hier het lidwoord bij “Thema” in “das Thema”. In “Das verringert die Abwehrhaltung” verwijst “Das” juist als aanwijzend woord naar de vooraf besproken aanpak. De betekenis hangt dus af van de exacte plaats in de zin.
Thema
“Thema” betekent hier “onderwerp”, namelijk het onderwerp van de workshop. Het staat met het lidwoord “das” in “das Thema”. Je kunt het gebruiken voor het onderwerp van een gesprek, bijeenkomst of discussie.
bestehende
“bestehende” betekent hier “bestaande” en beschrijft gewoonten die al aanwezig zijn. Het staat vóór “Gewohnheiten” in “bestehende Gewohnheiten”. Je gebruikt deze vorm om iets te beschrijven dat al bestaat of van kracht is.
Gewohnheiten
“Gewohnheiten” betekent hier “gewoonten”, specifiek bestaande manieren van handelen. Het woord is het object van “infrage stellt” in “bestehende Gewohnheiten infrage stellt”. Je gebruikt het voor terugkerende persoonlijke of organisatorische patronen.
infrage stellt
“infrage stellt” betekent hier “ter discussie stelt” of “in twijfel trekt”. De uitdrukking bestaat uit “infrage” en de vervoegde vorm “stellt” van “infrage stellen”; samen beschrijven ze dat het onderwerp bestaande gewoonten uitdaagt. De uitdrukking kan een gewoonte, aanname of beslissing als onderwerp van onderzoek maken.
Widerstand
“Widerstand” betekent hier “weerstand” tegen een onderwerp of aanpak. Het woord is het onderwerp van “ist wahrscheinlich” in “Widerstand ist wahrscheinlich”. Je gebruikt het voor tegenstand tegen verandering, voorstellen of beslissingen.
ist
“ist” betekent hier “is” en koppelt “Widerstand” aan de beoordeling “wahrscheinlich”. Het is de vorm van “sein” die in deze zin een toestand of inschatting beschrijft. Je gebruikt deze vorm om iets te beoordelen of te identificeren.
wahrscheinlich
“wahrscheinlich” betekent hier “waarschijnlijk” en geeft aan dat weerstand verwacht kan worden, maar niet zeker is. Het staat na “ist” in “Widerstand ist wahrscheinlich”. Je gebruikt het om een inschatting met een hoge maar niet volledige zekerheid uit te drukken.
wenn
“wenn” betekent hier “als” en introduceert de voorwaarde waaronder weerstand waarschijnlijk is. In “wenn sie sich für frühere Entscheidungen verantwortlich gemacht fühlen” staat het werkwoord aan het einde van de bijzin. Je gebruikt “wenn” voor een voorwaarde of een situatie die zich kan voordoen.
sie
“sie” verwijst hier naar de deelnemers uit de vorige zin. In “wenn sie sich ... fühlen” zijn zij degenen die zich op een bepaalde manier voelen. Je gebruikt “sie” hier als verwijzing naar meerdere eerder genoemde personen.
für
“für” betekent hier “voor” in de vaste combinatie “sich für frühere Entscheidungen verantwortlich fühlen”. Het verbindt het gevoel van verantwoordelijkheid met de beslissingen waarvoor iemand verantwoordelijk wordt gehouden. Je gebruikt “für” om aan te geven waarop een verantwoordelijkheid of beoordeling betrekking heeft.
frühere
“frühere” betekent hier “vroegere” en beschrijft beslissingen uit het verleden. Het staat vóór “Entscheidungen” in “frühere Entscheidungen”. Je gebruikt het om eerdere gebeurtenissen, keuzes of periodes van het heden te onderscheiden.
Entscheidungen
“Entscheidungen” betekent hier “beslissingen” en verwijst naar keuzes die in het verleden zijn genomen. Het staat in de groep “für frühere Entscheidungen”. Je gebruikt het voor keuzes van personen, teams of organisaties.
verantwortlich
“verantwortlich” betekent hier “verantwoordelijk” binnen “sich für frühere Entscheidungen verantwortlich gemacht fühlen”. Het beschrijft de rol of schuld die aan iemand wordt toegeschreven. Met “für” wordt aangegeven waarvoor iemand verantwoordelijk wordt gehouden.
gemacht
“gemacht” betekent hier letterlijk “gemaakt”, maar draagt in “verantwortlich gemacht fühlen” bij aan de betekenis “verantwoordelijk gehouden worden”. Het is de vorm die de toeschrijving van verantwoordelijkheid uitdrukt binnen deze constructie. Je gebruikt het hier samen met “verantwortlich” en “fühlen”, niet als losstaand “maken”.
fühlen
“fühlen” betekent hier “voelen” en beschrijft hoe de deelnemers hun eigen situatie ervaren. In “sich ... verantwortlich gemacht fühlen” gaat het om het gevoel dat anderen hen verantwoordelijk houden. Je gebruikt het als infinitief na “gemacht” in deze constructie.
Wir
“Wir” betekent hier “wij” en verwijst naar de twee collega’s die samen de workshop plannen. Het is het onderwerp van “sollten ... ausrichten”. Je gebruikt het om de spreker samen met andere betrokkenen aan te duiden.
sollten
“sollten” drukt hier een aanbeveling uit: “zouden moeten”. De vorm geeft aan wat de collega’s volgens de spreker het beste kunnen doen met de sessie. Je gebruikt het voor een advies of gewenste aanpak, gevolgd door een infinitief zoals “ausrichten”.
die
“die” is hier het lidwoord bij “Einheit” in “die Einheit”. Het verwijst naar de specifieke workshoponderdeel dat de collega’s willen plannen. Je gebruikt dit lidwoord vóór het vrouwelijke zelfstandig naamwoord “Einheit”.
Einheit
“Einheit” betekent hier “sessie” of een afzonderlijk onderdeel van de workshop. In “die Einheit auf Systeme ... ausrichten” is het datgene wat een bepaalde focus krijgt. Je kunt het gebruiken voor een les-, trainings- of workshoponderdeel.
auf
“auf” geeft hier de focus aan in “die Einheit auf Systeme ... ausrichten”. Het laat zien waarop de sessie wordt gericht. Je gebruikt deze combinatie om de inhoudelijke oriëntatie van een aanpak of activiteit te beschrijven.
Systeme
“Systeme” betekent hier “systemen” en vormt de gewenste focus van de sessie. Het staat na “auf” in “auf Systeme ... ausrichten”. Je gebruikt het voor samenhangende structuren, processen of manieren waarop iets georganiseerd is.
statt
“statt” betekent hier “in plaats van” en contrasteert systemen met individuen. In “statt auf Einzelpersonen” geeft het aan welke focus niet gekozen wordt. Je gebruikt “statt” om een alternatief tegenover iets anders te plaatsen.
Einzelpersonen
“Einzelpersonen” betekent hier “individuen” of afzonderlijke personen. Het staat na “statt” als alternatief voor “Systeme” in de gekozen aanpak. Je gebruikt het wanneer je personen als afzonderlijke actoren tegenover een groter systeem plaatst.
ausrichten
“ausrichten” betekent hier “richten” of “afstemmen” en beschrijft dat de sessie een bepaalde focus krijgt. In “die Einheit auf Systeme ... ausrichten” staat het als infinitief na “sollten”. Een bruikbaar patroon is iets op een bepaald onderwerp of doel afstemmen.
verringert
“verringert” betekent hier “vermindert” en beschrijft het effect van de systeemgerichte aanpak op de defensieve houding. Het staat in “Das verringert die Abwehrhaltung”. Je gebruikt het voor een aanpak of maatregel die de intensiteit, hoeveelheid of kans van iets kleiner maakt.
Abwehrhaltung
“Abwehrhaltung” betekent hier “defensieve houding”, dus een houding waarin iemand zich beschermt tegen kritiek of beschuldiging. Het is datgene wat door de aanpak wordt verminderd. Je gebruikt het voor terughoudend of afwerend gedrag in een gesprek of conflict.
und
“und” betekent hier “en” en verbindt twee gevolgen van dezelfde aanpak: minder defensiviteit en een opener gesprek. Het verbindt “verringert” met “lädt ... ein”. Je gebruikt het om gelijkwaardige woorden, zinsdelen of zinnen te verbinden.
lädt
“lädt” is hier het eerste deel van de uitdrukking “lädt zu einer offeneren Diskussion ein”, die betekent dat iets uitnodigt tot een opener discussie. Het werkwoordelijke deel staat vooraan en het deel “ein” staat later in de hoofdzin. Je gebruikt deze scheidbare constructie om aan te geven waartoe een aanpak of situatie aanmoedigt.
zu
“zu” betekent hier “tot” of “voor” en introduceert datgene waartoe de aanpak uitnodigt: “zu einer offeneren Diskussion”. Het hoort bij “lädt ... ein”. Je gebruikt “zu” in deze constructie vóór het doel of de activiteit waartoe iemand wordt uitgenodigd.
einer
“einer” is hier de vorm van het onbepaalde lidwoord vóór “Diskussion” in “zu einer offeneren Diskussion”. Het staat na “zu” en leidt het doel van de uitnodiging in. Je gebruikt deze vorm vóór het vrouwelijke woord “Diskussion” in deze combinatie.
offeneren
“offeneren” betekent hier “opener” en beschrijft een discussie waarin meer ruimte is voor eerlijke uitwisseling. Het staat vóór “Diskussion” in “einer offeneren Diskussion”. De vorm is de vergrotende vorm van “offen” en past zich aan het daaropvolgende zelfstandig naamwoord aan.
Diskussion
“Diskussion” betekent hier “discussie” en is het gesprek waartoe de aanpak uitnodigt. Het staat in “zu einer offeneren Diskussion”. Je gebruikt het voor een gesprek waarin mensen ideeën, argumenten of standpunten uitwisselen.
ein
“ein” is hier geen zelfstandig lidwoord, maar het afgescheiden voorvoegsel van “einladen” in “lädt ... ein”. Samen met “lädt” betekent de uitdrukking “uitnodigen”. In een hoofdzin staat dit deel achteraan, terwijl “lädt” bij het onderwerp blijft.
Beispiele
“Beispiele” betekent hier “voorbeelden” die laten zien dat redelijke mensen van mening kunnen verschillen. Het is het object van “einbeziehen” in “Beispiele einbeziehen”. Je gebruikt het voor concrete gevallen die een idee of uitleg verduidelijken.
einbeziehen
“einbeziehen” betekent hier “opnemen” of “erbij betrekken”, namelijk voorbeelden in de workshop opnemen. Het staat als infinitief na “Könnten wir”. Je gebruikt het met datgene wat je in een plan, bespreking of beslissing wilt betrekken.
bei
“bei” betekent hier “bij” en vormt samen met “denen” de verwijzing “bei denen”, hier vertaald als “waarin”. Het introduceert de situaties die door de voorbeelden worden beschreven. Je gebruikt deze combinatie om naar omstandigheden of gevallen te verwijzen.
denen
“denen” verwijst hier terug naar “Beispiele” en betekent in “bei denen” ongeveer “waarin”. Het staat na “bei” en leidt de bijzin over de mensen in die voorbeelden in. Je gebruikt het om terug te verwijzen naar eerder genoemde meervoudige gevallen of zaken.
vernünftige
“vernünftige” betekent hier “redelijke” en beschrijft mensen die op een verstandige manier kunnen handelen of oordelen. Het staat vóór “Menschen” in “vernünftige Menschen”. Je gebruikt het om personen te typeren als redelijk binnen de besproken situatie.
Menschen
“Menschen” betekent hier “mensen”, namelijk de personen die in de voorbeelden verschillende opvattingen hebben. Het staat in “vernünftige Menschen”. Je gebruikt het voor personen in het algemeen, zonder hun specifieke rol verder te benoemen.
unterschiedlicher
“unterschiedlicher” betekent hier “verschillend” in de uitdrukking “unterschiedlicher Meinung sein”. Samen met “Meinung” beschrijft het dat mensen niet hetzelfde standpunt hebben. Je gebruikt deze combinatie om verschil van mening uit te drukken.
Meinung
“Meinung” betekent hier “mening” of standpunt. In “unterschiedlicher Meinung waren” geeft het aan waarop de verschillen tussen de mensen betrekking hadden. Je gebruikt het bijvoorbeeld om een persoonlijk of professioneel standpunt te benoemen.
waren
“waren” betekent hier “waren” en beschrijft dat de mensen in de voorbeelden verschillende meningen hadden. Het is de verleden vorm van “sein” in “unterschiedlicher Meinung waren”. Je gebruikt het om een toestand of beoordeling in het verleden te beschrijven.
Diese
“Diese” betekent hier “deze” en verwijst terug naar de zojuist genoemde voorbeelden. Het staat vóór “Beispiele” in “Diese Beispiele würden ...”. Je gebruikt het om iets aan te wijzen dat net genoemd is of duidelijk in de context aanwezig is.
würden
“würden” betekent hier “zouden” en beschrijft het verwachte of voorgestelde effect van de voorbeelden. In “Diese Beispiele würden die Komplexität zeigen” formuleert het een mogelijke uitkomst. Je gebruikt het om een hypothetisch gevolg of een voorzichtige verwachting uit te drukken.
Komplexität
“Komplexität” betekent hier “complexiteit”, dus het feit dat de situatie meerdere kanten heeft. Het is datgene wat de voorbeelden zouden laten zien. Je gebruikt het voor onderwerpen die niet eenvoudig tot één oorzaak, schuldige of oplossing kunnen worden gereduceerd.
zeigen
“zeigen” betekent hier “laten zien” en verwijst naar wat de voorbeelden duidelijk kunnen maken. Het staat als infinitief na “würden” in “würden die Komplexität zeigen”. Je gebruikt het met informatie, voorbeelden of resultaten die iets verduidelijken.
ohne
“ohne” betekent hier “zonder” en introduceert iets wat niet gebeurt: iemand tot schuldige maken. In “ohne jemanden zum Schuldigen zu machen” wordt het gevolgd door een infinitiefconstructie. Je gebruikt “ohne” om een ontbrekende handeling of voorwaarde aan te geven.
jemanden
“jemanden” betekent hier “iemand” en verwijst naar een persoon die niet als schuldige wordt aangewezen. Het is het persoonsobject in “jemanden zum Schuldigen machen”. Je gebruikt het wanneer de betreffende persoon niet nader wordt gespecificeerd.
zum
“zum” is de samengevoegde vorm van “zu dem” en staat hier in “zum Schuldigen machen”. In de volledige constructie geeft het de rol aan waarin iemand wordt geplaatst: als schuldige. Je gebruikt deze vorm vóór een mannelijk zelfstandig gebruikt woord na “zu”.
Schuldigen
“Schuldigen” betekent hier “schuldige” of de persoon die de schuld krijgt. Het staat als zelfstandig gebruikt woord in “jemanden zum Schuldigen machen”. De hoofdletter laat zien dat het hier als zelfstandig naamwoord wordt gebruikt.
machen
“machen” betekent hier “maken” binnen de constructie “jemanden zum Schuldigen machen”: iemand als schuldige voorstellen of behandelen. Het staat als infinitief na “ohne”. Je gebruikt deze constructie om te beschrijven dat iemand een bepaalde rol of beoordeling krijgt.
Ich
“Ich” betekent hier “ik” en verwijst naar de spreker die een doel voor de deelnemers formuleert. Het is het onderwerp van “möchte”. Je gebruikt het om naar jezelf als spreker te verwijzen.
möchte
“möchte” drukt hier een wens of bedoeling uit: de spreker wil dat de deelnemers iets oefenen. Het leidt de bijzin “dass die Teilnehmenden üben ...” in. Je gebruikt het om een wens beleefd en minder direct te formuleren.
dass
“dass” betekent hier “dat” en introduceert wat de spreker wil. In de bijzin “dass die Teilnehmenden üben” staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de volledige bijzin. Je gebruikt “dass” om een inhoudelijke bijzin na een wens, mening of uitspraak te beginnen.
Teilnehmenden
“Teilnehmenden” verwijst hier naar de deelnemers die de oefening moeten doen. Het staat als onderwerp in “dass die Teilnehmenden üben”. Het woord is dezelfde benaming voor deelnemers als “Teilnehmende”, hier in een andere vorm binnen de zin.
üben
“üben” betekent hier “oefenen” en verwijst naar het trainen van een bepaalde manier van reageren. Het krijgt de activiteit “konstruktiv zu widersprechen” als inhoud. Je gebruikt het voor vaardigheden, handelingen of taal die iemand herhaaldelijk wil trainen.
konstruktiv
“konstruktiv” beschrijft hier de manier waarop deelnemers moeten tegenspreken: opbouwend en gericht op een nuttige discussie. Het staat bij “zu widersprechen” in “konstruktiv zu widersprechen”. Je gebruikt het om een manier van samenwerken, reageren of discussiëren te typeren.
widersprechen
“widersprechen” betekent hier “tegenspreken” of “van mening verschillen”. In “konstruktiv zu widersprechen” gaat het om verschil van mening uiten binnen een constructieve discussie. Het staat als infinitief met “zu” na “üben”.
Dann
“Dann” betekent hier “dan” en leidt een gevolgtrekking in: als deelnemers constructief moeten tegenspreken, zijn duidelijke regels nodig. Het staat vooraan in “Dann brauchen wir ...”. Je gebruikt het om een gevolg of volgende stap aan te kondigen.
brauchen
“brauchen” betekent hier “nodig hebben”. De collega’s hebben “klare Regeln” nodig om de gewenste oefening te ondersteunen. Je gebruikt het met het concrete ding of de voorwaarden die nodig zijn.
klare
“klare” betekent hier “duidelijke” en beschrijft regels die voor iedereen begrijpelijk en bruikbaar zijn. Het staat vóór “Regeln” in “klare Regeln”. Je gebruikt het om aan te geven dat iets niet dubbelzinnig of onduidelijk is.
Regeln
“Regeln” betekent hier “regels” voor de manier waarop deelnemers met bewijs en toon omgaan. Het is het object van “brauchen” in “brauchen klare Regeln”. Je gebruikt het voor afspraken die gedrag of een werkwijze sturen.
Belege
“Belege” betekent hier “bewijzen” of “onderbouwing” voor uitspraken in de discussie. Het staat in “Regeln für Belege und den Ton” als een onderwerp waarvoor regels nodig zijn. Je gebruikt het voor concrete informatie die een bewering ondersteunt.
den
“den” is hier het lidwoord bij “Ton” in “den Ton”. Het verwijst naar de manier waarop deelnemers zich verbaal uitdrukken. Je gebruikt dit lidwoord vóór het mannelijke zelfstandig naamwoord “Ton” in deze zinspositie.
Ton
“Ton” betekent hier “toon”, dus de manier waarop iets gezegd wordt. In “Regeln für Belege und den Ton” gaat het om afspraken over een respectvolle manier van spreken. Je gebruikt het voor de houding of stijl die uit iemands woorden klinkt.