Een argument aanscherpen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In an academic tutoring session, a student and tutor narrow an essay argument so the evidence supports one clear claim..

NL → DE / Niveau: B2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een argument aanscherpen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Mein Essay stützt sich auf Forschung, aber das zentrale Argument bleibt unklar.

Main esseej sjtutst zich auf forsjong, aaber das tsentrale argoement blaibt oenklaar. Mijn essay is gebaseerd op onderzoek, maar het centrale argument blijft onduidelijk.
B

Die Belege sind relevant, doch die These braucht klarere Grenzen.

Die beleege zint relefant, dog die teeze braucht klaareere grenssen. Het bewijs is relevant, maar de stelling heeft scherpere grenzen nodig.
A

Ich glaube, ich versuche, zu viele Fragen zu beantworten.

Isj glaube, isj ferzoege, tsoe fiele fraagen tsoe beantvorten. Ik denk dat ik te veel vragen probeer te beantwoorden.
B

Das passiert oft, wenn das Thema interessant, aber weit gefasst ist.

Das pasiért oft, ven das teema interessant, aaber vait gefast ist. Dat gebeurt vaak als het onderwerp interessant maar breed is.
A

Wie kann ich das Thema eingrenzen, ohne es zu vereinfachen?

Wie kan isj das teema aingrentsen, oone es tsoe ferainfaggen? Hoe kan ik het onderwerp afbakenen zonder het te simplistisch te maken?
B

Wähle ein Spannungsverhältnis, das in mehreren Quellen vorkommt.

Veele ain sjpannoengsferheltnis, das in meereren kveelen foorkomt. Kies één spanningsveld dat in meerdere bronnen naar voren komt.
A

Dann kann ich Perspektiven vergleichen, ohne den Hauptpunkt aus den Augen zu verlieren.

Dan kan isj perspektieven ferglaichen, oone deen hauptpoenkt aus deen aagen tsoe ferlieren. Dan kan ik perspectieven vergelijken zonder het hoofdpunt uit het oog te verliezen.
B

Dieser Fokus sorgt dafür, dass jeder Absatz dieselbe These stützt.

Diezer foekoes zorgt dafuur, das jeeder aptzats diezelbe teeze sjtutst. Door die focus ondersteunt elke alinea dezelfde stelling.

Uitleg van de zinnen

  1. Mein Essay stützt sich auf Forschung, aber das zentrale Argument bleibt unklar.

    Mijn essay is gebaseerd op onderzoek, maar het centrale argument blijft onduidelijk.

    Essay
    essay
    stützt sich auf
    steunt op; is gebaseerd op
    Forschung
    onderzoek
    zentrale
    centrale
    Argument
    argument
    bleibt
    blijft
    unklar
    onduidelijk
    Uitgebreide uitleg

    Essay betekent hier een essay. Het Duitse zelfstandig naamwoord is der Essay; in Mein Essay staat het in het enkelvoud als onderwerp. Het bezittelijke woord mein krijgt in deze vorm geen zichtbare uitgang: mein Essay, maar bijvoorbeeld meine Arbeit bij een vrouwelijk woord. stützt sich auf is een vaste wederkerende constructie met sich auf + Akkusativ stützen: zich baseren op, steunen op. In deze zin beschrijft ze waarop het essay gebaseerd is. De wederkerende vorm hoort bij het onderwerp: Der Bericht stützt sich auf Daten = Het verslag is gebaseerd op gegevens. De vorm stützt is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud, van sich stützen; de stamvorm is stützen. Forschung betekent hier onderzoek. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Forschung. Na auf in deze constructie staat het bedoelde steunpunt in de accusatief; bij Forschung is de vorm in het enkelvoud echter zichtbaar hetzelfde als in andere naamvalsvormen. Een bruikbaar voorbeeld is Die Studie stützt sich auf Forschung = De studie is gebaseerd op onderzoek. zentrale komt van het bijvoeglijk naamwoord zentral en betekent hier centrale. De uitgang -e staat omdat het bijvoeglijk naamwoord vóór Argument staat, na het bepaalde lidwoord das: das zentrale Argument. Het woord dat de vorm draagt is dus zentrale, niet Argument. Vergelijk: ein zentrales Argument. Argument betekent argument. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Argument. In das zentrale Argument staat het als onderwerp van bleibt, in het enkelvoud. Het bijvoeglijk naamwoord beschrijft dit argument; het betekent hier niet noodzakelijk dat het het enige argument is. bleibt is de derde persoon enkelvoud van bleiben, blijven. Hier verbindt het werkwoord het onderwerp met een blijvende toestand: Das Problem bleibt offen = Het probleem blijft open. Het is dus niet alleen een momentane toestand, maar geeft aan dat die toestand voortduurt. unklar betekent onduidelijk. Hier staat het na bleibt als naamwoordelijk deel van het gezegde. In die positie krijgt het geen uitgang: Das Argument bleibt unklar. Voor een bijvoeglijk naamwoord vóór een zelfstandig naamwoord verschijnt wel een uitgang, zoals in ein unklares Argument. Samen vormen de delen: Mein Essay stützt sich auf Forschung — mijn essay is gebaseerd op onderzoek — en aber das zentrale Argument bleibt unklar — maar het centrale argument blijft onduidelijk. Aber verbindt de twee hoofdzinnen en markeert het contrast. De volledige betekenis is daarom: Mijn essay is gebaseerd op onderzoek, maar het centrale argument blijft onduidelijk.

  2. Die Belege sind relevant, doch die These braucht klarere Grenzen.

    Het bewijs is relevant, maar de stelling heeft scherpere grenzen nodig.

    Belege
    bewijs
    sind
    zijn
    relevant
    relevant
    doch
    maar
    These
    stelling
    braucht
    heeft nodig
    klarere
    scherpere
    Grenzen
    grenzen
    Uitgebreide uitleg

    Belege betekent hier bewijsstukken of onderbouwing. De vorm is het meervoud van Beleg; het enkelvoud is Beleg. In de vaste vertaling wordt dit als het onstoffelijke Nederlandse bewijs weergegeven, maar de Duitse vorm zelf is meervoud. sind is de tegenwoordige tijd van sein bij sie in het meervoud: sie sind = “zij zijn”. Het onderwerp hier is Die Belege, dus het werkwoord staat in het meervoud. Vergelijk: Der Beleg ist relevant = “Het bewijsstuk is relevant.” relevant is een bijvoeglijk naamwoord en betekent “relevant” of “van belang”. Na sein beschrijft het naamwoordelijk deel het onderwerp: de bewijsstukken zijn relevant. Het bijvoeglijk naamwoord krijgt in deze positie geen uitgang. doch verbindt twee delen met een tegenstelling. Hier komt na de vaststelling dat de bewijsstukken relevant zijn een tegengestelde vaststelling over de these. Een bruikbaar contrast is und (“en”) tegenover doch (“maar/toch”); und drukt op zichzelf geen tegenstelling uit. These betekent “stelling” of “these”. die These is hier een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud; het bepaalde lidwoord is daarom die. Het meervoud is die Thesen. In deze zin verwijst de vorm volgens de vaste vertaling naar de stelling die scherpere grenzen nodig heeft. braucht is de derde persoon enkelvoud van brauchen in de tegenwoordige tijd. brauchen betekent “nodig hebben”. Het onderwerp is die These, en daarom staat de vorm in het enkelvoud: Die These braucht .... Het lijdend voorwerp volgt hier zonder apart voorzetsel: iets brauchen = iets nodig hebben. klarere betekent “scherpere” of letterlijk “duidelijkere”. Het is de vergrotende trap van klar: klar → klarer → am klarsten. In klarere Grenzen krijgt de vergrotende vorm de uitgang -e; die vorm hoort bij het bijvoeglijk naamwoord klarer, niet bij Grenzen. De zin gebruikt hier de vergelijking met grenzen die minder scherp of duidelijk zijn, zonder expliciet te zeggen waarmee ze worden vergeleken. Grenzen betekent “grenzen” of “afgrenzingen”. Het is het meervoud van Grenze; het enkelvoud is die Grenze. Na brauchen is het meervoudige Grenzen het lijdend voorwerp. De vorm ziet er in het Duits hetzelfde uit in nominatief en accusatief meervoud; de functie blijkt hier uit de constructie braucht .... Samen vormen de eerste woorden Die Belege sind relevant: “Het bewijs is relevant.” Daarna zet doch een tegenstelling in. Die These braucht klarere Grenzen betekent “de stelling heeft scherpere grenzen nodig”. De volledige betekenis is dus: het bewijs is relevant, maar de stelling heeft scherpere grenzen nodig. De formulering is zakelijk en geschikt voor een bespreking van een essay of argumentatie.

  3. Ich glaube, ich versuche, zu viele Fragen zu beantworten.

    Ik denk dat ik te veel vragen probeer te beantwoorden.

    Ich glaube
    ik denk
    versuche
    probeer
    zu viele
    te veel
    Fragen
    vragen
    zu beantworten
    te beantwoorden
    Uitgebreide uitleg

    Ich glaube betekent hier “ik denk”. glaube is de vorm van glauben in de eerste persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd: ich glaube. De constructie Ich glaube, ... wordt vaak gebruikt om een mening of inschatting in te leiden. Voorbeeld: Ich glaube, das ist richtig. — “Ik denk dat dat juist is.” versuche betekent hier “probeer”. Het is de eerste persoon enkelvoud van versuchen; de basisvorm en infinitief zijn versuchen. Met een tweede werkwoord gebruikt Duits vaak versuchen, ... zu plus de infinitief: Ich versuche, Deutsch zu lernen. — “Ik probeer Duits te leren.” Het onderwerp van versuche is hier nog steeds ich. zu viele betekent “te veel” bij een telbaar meervoud. viele is de meervoudsvorm die bij viel hoort en geeft een grote hoeveelheid aan; zu viele betekent dat die hoeveelheid boven een passende of bedoelde grens ligt. De vorm viele past hier bij het meervoudige zelfstandig naamwoord Fragen. Voorbeeld: Das sind zu viele Aufgaben. — “Dat zijn te veel opdrachten.” Fragen betekent hier “vragen”. Het is het meervoud van die Frage — “de vraag”. Het meervoud verschijnt hier zonder onbepaald lidwoord, omdat zu viele de hoeveelheid al bepaalt. Voorbeeld: Ich habe zwei Fragen. — “Ik heb twee vragen.” zu beantworten betekent “te beantwoorden”. beantworten is de infinitief en de waargenomen vorm staat met zu in de infinitiefconstructie zu beantworten. Het onderwerp van dit werkwoord wordt niet opnieuw genoemd: het blijft ich uit Ich ... versuche. beantworten betekent een vraag van een antwoord voorzien; het is niet hetzelfde als alleen antworten, dat meestal zonder rechtstreeks object wordt gebruikt. Voorbeeld: Ich versuche, die Frage zu beantworten. — “Ik probeer de vraag te beantwoorden.” Samen bestaat de zin uit de inleidende hoofdzin Ich glaube en de inhoud daarna: ich versuche, zu viele Fragen zu beantworten. De eerste ich is het onderwerp van glaube; het tweede ich is het uitgedrukte onderwerp van versuche, en datzelfde onderwerp wordt bij zu beantworten meegedacht. De volledige betekenis is daarom: “Ik denk dat ik te veel vragen probeer te beantwoorden.”

  4. Das passiert oft, wenn das Thema interessant, aber weit gefasst ist.

    Dat gebeurt vaak als het onderwerp interessant maar breed is.

    Das
    dat
    passiert
    gebeurt
    oft
    vaak
    wenn
    als / wanneer
    Thema
    onderwerp
    interessant
    interessant
    aber
    maar
    weit gefasst
    breed opgevat
    ist
    is
    Uitgebreide uitleg

    Das betekent hier “dat” en staat als onderwerp voor de situatie die in de zin wordt beschreven. Als zelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord heeft het deze onzijdige enkelvoudsvorm; het verwijst hier niet naar een expliciet genoemd zelfstandig naamwoord. passiert is de tegenwoordige tijd van passieren (“gebeuren”). De vorm past bij een onderwerp in de derde persoon enkelvoud: Das passiert. Voorbeeld: Das passiert manchmal. = “Dat gebeurt soms.” oft betekent “vaak” en zegt dat iets regelmatig gebeurt, zonder dat er een exact aantal wordt genoemd. wenn leidt hier een bijzin in met de betekenis “als” of “wanneer”. In een Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans aan het einde. Patroon: wenn ... ist = “als ... is”. Thema betekent “onderwerp” of “thema”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Thema; het meervoud is die Themen. In deze zin is Thema het onderwerp van ist binnen de wenn-bijzin. interessant betekent “interessant”. Hier staat het na een koppelwerkwoord en beschrijft het das Thema, waardoor het geen uitgang krijgt: Das Thema ist interessant. = “Het onderwerp is interessant.” aber betekent “maar” en verbindt hier twee eigenschappen van hetzelfde onderwerp: het onderwerp is interessant, maar het is ook breed opgevat. weit gefasst betekent hier “breed opgevat” of “ruim afgebakend”. weit betekent in deze combinatie “breed/ruim”; gefasst is het voltooid deelwoord van fassen (“vatten”, “formuleren”) en maakt deel uit van de vaste beschrijving van de reikwijdte van een onderwerp. Voorbeeld: Die Frage ist weit gefasst. = “De vraag is breed opgevat.” ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”). In de bijzin staat deze vorm aan het einde: wenn das Thema interessant, aber weit gefasst ist. Samen betekent Das passiert oft “Dat gebeurt vaak”. De bijzin wenn das Thema interessant, aber weit gefasst ist geeft de voorwaarde: “als het onderwerp interessant maar breed opgevat is”. De volledige zin betekent dus: “Dat gebeurt vaak als het onderwerp interessant maar breed is.”

  5. Wie kann ich das Thema eingrenzen, ohne es zu vereinfachen?

    Hoe kan ik het onderwerp afbakenen zonder het te simplistisch te maken?

    Wie kann ich
    hoe kan ik
    Thema
    onderwerp
    eingrenzen
    afbakenen
    ohne
    zonder
    es
    het
    vereinfachen
    vereenvoudigen
    Uitgebreide uitleg

    Wie kann ich vormt hier een vraag naar een mogelijke manier: wie betekent “op welke manier”, kann is de vorm van können bij ich, en ich is de handelende persoon. Na een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde van de hoofdzin. Het patroon is dus Wie kann ich ...? — “Hoe kan ik ...?” Voorbeeld: Wie kann ich das erklären? — “Hoe kan ik dat uitleggen?” Thema is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Thema. In deze zin staat het als lijdend voorwerp bij eingrenzen; het onderwerp zelf is ich. Het meervoud is Themen, bijvoorbeeld: Die Themen sind klar. — “De onderwerpen zijn duidelijk.” eingrenzen betekent iets begrenzen of afbakenen. Het is een scheidbaar werkwoord met de basisvorm eingrenzen; in een vervoegde hoofdzin wordt het voorvoegsel gescheiden: Ich grenze das Thema ein. — “Ik baken het onderwerp af.” Na kann blijft de infinitief als één woord aan het einde staan: Ich kann das Thema eingrenzen. ohne leidt hier een constructie in die aangeeft dat iets niet gebeurt: ohne ... zu + infinitief, “zonder ... te ...”. In deze zin staat ohne vóór de infinitiefgroep, niet bij een zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Sie lernt, ohne zu übersetzen. — “Ze leert zonder te vertalen.” es is hier een onzijdig persoonlijk voornaamwoord in de accusatief en verwijst in deze zin naar das Thema, zoals ook uit de vaste vertaling blijkt. Het vervangt dus het al genoemde lijdend voorwerp: das Thema → es. Het verwijst niet automatisch naar het dichtstbijzijnde zelfstandig naamwoord; het concrete antecedent moet door de context worden ondersteund. vereinfachen betekent iets eenvoudiger maken. In ohne es zu vereinfachen is het onderwerp van de infinitiefgroep nog steeds ich, terwijl es het voorwerp is: “zonder het eenvoudiger te maken”. De vaste vertaling “zonder het te simplistisch te maken” maakt duidelijk dat hier niet elke vorm van vereenvoudiging wordt bedoeld, maar een te sterke of onwenselijke vereenvoudiging van het onderwerp. Het patroon etwas vereinfachen betekent “iets vereenvoudigen”; zu vereinfachen is de zu-infinitief. Samen vormen de delen: Wie kann ich das Thema eingrenzen = “Hoe kan ik het onderwerp afbakenen”, en ohne es zu vereinfachen = “zonder het te simplistisch te maken”. De volledige vraag zoekt dus naar een manier om het onderwerp kleiner en hanteerbaarder te maken zonder de inhoud onwenselijk te versimpelen.

  6. Wähle ein Spannungsverhältnis, das in mehreren Quellen vorkommt.

    Kies één spanningsveld dat in meerdere bronnen naar voren komt.

    Wähle
    kies
    Spannungsverhältnis
    spanningsveld
    mehreren
    meerdere
    Quellen
    bronnen
    vorkommt
    voorkomt
    Uitgebreide uitleg

    Wähle betekent hier “kies” en is de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon van wählen (“kiezen”). Het is dus een directe opdracht. Voorbeeld: Wähle ein Beispiel. — “Kies een voorbeeld.” ein Spannungsverhältnis betekent “een spanningsveld”. ein is hier een onbepaald lidwoord; het drukt op zichzelf geen expliciete numerieke telling uit. Spannungsverhältnis is een onzijdig zelfstandig naamwoord. Het meervoud is Spannungsverhältnisse. das is hier een betrekkelijk voornaamwoord. Het verwijst naar Spannungsverhältnis, neemt daarvan het onzijdige enkelvoud over en is in de bijzin het onderwerp van vorkommt. mehreren betekent “meerdere”. In in mehreren Quellen staat het in de datief meervoud. Vergelijk mehrere Quellen — “meerdere bronnen” als onderwerp of lijdend voorwerp — met in mehreren Quellen — “in meerdere bronnen”. Quellen betekent “bronnen”. Het is het meervoud van Quelle (“bron”). De voorzetselgroep in mehreren Quellen gebruikt hier de datief, omdat in een plaats aangeeft waar iets voorkomt: in einer Quelle — “in één bron”; in mehreren Quellen — “in meerdere bronnen”. vorkommt betekent hier “voorkomt” of “naar voren komt”. Het is de derde persoon enkelvoud van het scheidbare werkwoord vorkommen (“voorkomen”). In een bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan en verschijnt het scheidbare werkwoord hier als één vorm: das ... vorkommt. In een hoofdzin worden de delen gescheiden: Das Wort kommt im Text vor. — “Het woord komt in de tekst voor.” Samen vormen das in mehreren Quellen vorkommt de bijzin “dat in meerdere bronnen voorkomt”. De volledige opdracht is: “Kies een spanningsveld dat in meerdere bronnen naar voren komt.”

  7. Dann kann ich Perspektiven vergleichen, ohne den Hauptpunkt aus den Augen zu verlieren.

    Dan kan ik perspectieven vergelijken zonder het hoofdpunt uit het oog te verliezen.

    Dann
    dan
    kann ich
    kan ik
    Perspektiven
    perspectieven
    vergleichen
    vergelijken
    Hauptpunkt
    hoofdpunt
    aus den Augen zu verlieren
    uit het oog te verliezen
    Uitgebreide uitleg

    Dann betekent hier “dan” en verbindt deze stap met wat eerder is gezegd. Het kan ook naar een tijdstip verwijzen, bijvoorbeeld: Dann beginnen wir. — “Dan beginnen we.” kann ich combineert het modale werkwoord können met het onderwerp ich. können drukt hier uit dat de spreker iets kan of in staat is te doen. In een hoofdzin staat het vervoegde modale werkwoord op de tweede positie en komt het andere werkwoord meestal als infinitief aan het einde: Ich kann warten. — “Ik kan wachten.” Het modale werkwoord neemt hier de vorm kann voor ich; het is dus niet können ich. Perspektiven is het meervoud van die Perspektive: “perspectief” of “gezichtspunt”. Het woord kan zowel een manier van kijken naar een onderwerp als het standpunt van een persoon of groep aanduiden. Het meervoud laat hier meerdere gezichtspunten zien. vergleichen betekent “vergelijken”: twee of meer zaken naast elkaar leggen om overeenkomsten en verschillen te bekijken. Het is de infinitief die bij kann hoort. De tegenwoordige vormen zijn bijvoorbeeld ich vergleiche en sie vergleichen. Voorbeeld: Wir vergleichen zwei Quellen. — “We vergelijken twee bronnen.” Hauptpunkt betekent “hoofdpunt” of “belangrijkste punt”. Het is een samenstelling van Haupt- (“hoofd-”, “belangrijkste”) en Punkt (“punt”), maar het wordt als één zelfstandig naamwoord gebruikt. In den Hauptpunkt staat het mannelijke zelfstandig naamwoord in de accusatief: der Hauptpunkt wordt den Hauptpunkt wanneer het de directe aanvulling is. Voorbeeld: Sie erklärt den Hauptpunkt. — “Zij legt het hoofdpunt uit.” aus den Augen zu verlieren is een vaste uitdrukking met de betekenis “uit het oog verliezen” of “niet meer in gedachten houden”. Het basiswerkwoord is verlieren (“verliezen”); zu verlieren is de infinitief met zu. In de uitdrukking verwijst den Augen letterlijk naar “de ogen”, maar de totale betekenis is figuurlijk. Voorbeeld: Verliere das Ziel nicht aus den Augen. — “Verlies het doel niet uit het oog.” Samen vormt Dann kann ich Perspektiven vergleichen de hoofdzin: “Dan kan ik perspectieven vergelijken.” ohne ... zu verlieren voegt daaraan toe dat dit gebeurt zonder iets kwijt te raken of uit het oog te verliezen. den Hauptpunkt aus den Augen zu verlieren betekent hier “het hoofdpunt uit het oog te verliezen”. De volledige zin betekent dus: “Dan kan ik perspectieven vergelijken zonder het hoofdpunt uit het oog te verliezen.”

  8. Dieser Fokus sorgt dafür, dass jeder Absatz dieselbe These stützt.

    Door die focus ondersteunt elke alinea dezelfde stelling.

    Dieser
    deze
    Fokus
    focus
    sorgt dafür
    zorgt ervoor
    jeder
    elke
    Absatz
    alinea
    dieselbe
    dezelfde
    These
    stelling
    stützt
    ondersteunt
    Uitgebreide uitleg

    Dieser betekent hier ‘deze’ en verwijst naar een mannelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. Het is de vorm van het aanwijzend voornaamwoord bij een mannelijk woord in deze naamvalspositie; de vorm verandert dus volgens geslacht, getal en naamval van het woord waarnaar het verwijst. Vergelijk bijvoorbeeld dieser Plan (‘dit plan’) met diese Idee (‘dit idee’). Fokus is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Fokus, meervoud die Fokusse of, afhankelijk van gebruik, die Foki. In deze zin is het de inhoudelijke focus die het verdere effect veroorzaakt. Het Nederlandse leenwoord ‘focus’ heeft dezelfde kernbetekenis. sorgt dafür is een vaste, goed herbruikbare combinatie van sorgen (‘zorgen’) met dafür (‘daarvoor’/‘ervoor’). Hier betekent de combinatie dat iets een bepaald gevolg bewerkstelligt. Het werkwoord sorgen staat in de derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd: er/sie/es sorgt. Voorbeeld: Das sorgt für Klarheit. — ‘Dat zorgt voor duidelijkheid.’ Na dafür volgt met dass de inhoud van het gevolg: dafür, dass .... In de dass-bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. De constructie etwas sorgt dafür, dass ... kan dus opnieuw worden gebruikt voor ‘iets zorgt ervoor dat ...’. jeder betekent hier ‘elke’ en staat bij een mannelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud: jeder Absatz. Het drukt een algemene verwijzing naar elk afzonderlijk exemplaar uit; het is niet hetzelfde als ‘alle’ in het meervoud. Bijvoorbeeld: Jeder Satz ist wichtig. — ‘Elke zin is belangrijk.’ Absatz betekent ‘alinea’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Absatz, meervoud die Absätze. De vorm Absatz na jeder is enkelvoud; de precieze naamvalsuitgang wordt in deze vorm niet zichtbaar. dieselbe betekent ‘dezelfde’ en verwijst hier naar een vrouwelijke enkelvoudige These: dieselbe These. Het woord zegt dat het om één en dezelfde stelling gaat, niet slechts om een vergelijkbare stelling. De vorm hoort bij het geslacht, getal en de naamval van These; bijvoorbeeld derselbe Punkt (‘hetzelfde punt’) en dasselbe Thema (‘hetzelfde thema’) hebben andere vormen. These betekent ‘stelling’ of ‘these’. Het is vrouwelijk: die These, meervoud die Thesen. In deze zin is het de inhoud die door iedere alinea wordt ondersteund. stützt is de derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stützen, ‘ondersteunen’. De stam verandert hier niet van betekenis: er/sie/es stützt; de uitgang -t markeert deze vorm. Voorbeeld: Das Argument stützt die These. — ‘Het argument ondersteunt de stelling.’ Samen vormen de delen: Dieser Fokus (‘deze focus’) is het onderwerp, sorgt dafür geeft het veroorzaakte gevolg aan, en dass jeder Absatz dieselbe These stützt benoemt dat gevolg. In de betekenis van de vaste vertaling: deze focus zorgt ervoor dat elke alinea dezelfde stelling ondersteunt.

Grammatica

sich auf etwas stützen

Die These stützt sich auf Forschung.

Die teeze sjtutst zich auf forsjong.

De these baseert zich op onderzoek.

Het werkwoord is wederkerend: sich stützen. Na auf staat hier een zelfstandig naamwoord als basis van de these.

Duits woordenschat

Argument zelfstandig naamwoord
argoement argument

Das zentrale Argument bleibt unklar.

beantworten werkwoord
beantvorten beantwoorden

Ich versuche, zu viele Fragen zu beantworten.

Beleg zelfstandig naamwoord
beleek bewijs, onderbouwing Belege

Die Belege sind relevant.

Forschung zelfstandig naamwoord
forsjoeng onderzoek

Mein Essay stützt sich auf Forschung.

glauben werkwoord
glauben geloven, denken glaube

Ich glaube, ich versuche, zu viele Fragen zu beantworten.

Grenze zelfstandig naamwoord
grentse grens Grenzen

Die These braucht klarere Grenzen.

sich auf etwas stützen werkwoord
zich auf etvas sjtutsen zich baseren op iets stützt sich auf

Mein Essay stützt sich auf Forschung.

Thema zelfstandig naamwoord
teema onderwerp, thema

Das Thema ist interessant, aber weit gefasst.

These zelfstandig naamwoord
teeze stelling, these

Die These braucht klarere Grenzen.

unklar bijvoeglijk naamwoord
oenklaar onduidelijk

Das zentrale Argument bleibt unklar.

versuchen werkwoord
ferzoechen proberen versuche

Ich glaube, ich versuche, zu viele Fragen zu beantworten.

weit gefasst bijvoeglijk naamwoord
vait gefast breed opgevat, ruim afgebakend

Das Thema ist interessant, aber weit gefasst.

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

proberen

Antwoord tonenversuche

argument

Antwoord tonenArgument

bewijs, onderbouwing

Antwoord tonenBelege

geloven, denken

Antwoord tonenglaube