Eerlijk en respectvol plannen aanpassen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In daily life, two adults discuss changing shared plans directly because one person overcommitted and needs a simpler option..

NL → DE / Niveau: B2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Eerlijk en respectvol plannen aanpassen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich muss unsere Pläne ändern, und ich wollte es dir direkt sagen.

Ich moes oen-ze-re plee-ne en-dern, oent ich vol-te es dier die-rekt zaa-gen. Ik moet onze plannen aanpassen en ik wilde het je rechtstreeks vertellen.
B

Ich weiß es zu schätzen, dass du es mir direkt sagst, statt eine vage Nachricht zu schicken.

Ich vais es tsoe sjetsen, das doe es mier die-rekt zaakst, sjtat aine vaa-ge naakh-richt tsoe sjikken. Ik waardeer het dat je het me rechtstreeks vertelt in plaats van een vaag bericht te sturen.
A

Ich habe zu viel zugesagt, und ich möchte nicht völlig erschöpft auftauchen.

Ich haa-be tsoe fiel tsoe-ge-zaakt, oent ich meur-te niesjt feu-liesj er-sjeuft auf-tau-ghen. Ik heb te veel toegezegd en ik wil niet uitgeput komen opdagen.
B

Ich bin enttäuscht, aber wenn wir es erzwingen, würde der Tag wahrscheinlich schwieriger werden.

Ich bin ent-toujsjt, aa-ber ven vier es er-tsvingen, vuer-de der taak vaar-sjain-liesj sjvie-rie-ger ver-den. Ik ben teleurgesteld, maar het zou de dag waarschijnlijk moeilijker maken als we het toch zouden doorzetten.
A

Ich hätte einschätzen sollen, wie viel ich schaffen kann, bevor ich zugesagt habe.

Ich het-te ain-sjetsen zol-len, vie fiel ich sjaffen kan, be-foor ich tsoe-ge-zaakt haa-be. Ik had moeten inschatten hoeveel ik aankon voordat ik ermee instemde.
B

Das passiert, besonders wenn alles dringend wirkt.

Das pa-siert, be-zon-ders ven al-les dring-ent virkt. Dat gebeurt, vooral als alles dringend lijkt.
A

Könnten wir stattdessen etwas Einfacheres machen, wenn wir uns treffen?

Keun-ten vier sjtat-des-sen et-vas ain-fa-khe-res maa-ghen, ven vier oens tref-fen? Zouden we in plaats daarvan iets eenvoudigers kunnen doen als we elkaar ontmoeten?
B

Das wäre für uns beide leichter zu bewältigen.

Das vee-re fuu(r) oens bai-de laisj-ter tsoe be-veel-ti-gen. Dat zou voor ons allebei beter te doen zijn.

Uitleg van de zinnen

  1. Ich muss unsere Pläne ändern, und ich wollte es dir direkt sagen.

    Ik moet onze plannen aanpassen en ik wilde het je rechtstreeks vertellen.

    Ich muss
    ik moet
    unsere
    onze
    Pläne
    plannen
    ändern
    aanpassen; veranderen
    wollte
    wilde
    es
    het
    dir
    aan jou; je
    direkt
    rechtstreeks
    sagen
    zeggen; vertellen
    Uitgebreide uitleg

    Ich muss: müssen drukt hier een noodzakelijkheid of verplichting uit. muss is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud; het onderwerp is Ich. Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde van de bijzinachtige woordgroep: Ich muss ... ändern = “ik moet ... aanpassen”. unsere: dit is het bezittelijke woord voor “onze”. Het verwijst naar iets dat bij wir hoort. De vorm past zich in het Duits aan het daaropvolgende zelfstandig naamwoord aan; bij Pläne staat de meervoudsvorm unsere. Pläne: dit is het meervoud van Plan; de umlaut verandert de klinker: der Plan → die Pläne. In deze zin is het een meervoudig zelfstandig naamwoord en is het de zaak die veranderd moet worden. Voorbeeld: Wir besprechen unsere Pläne. = “We bespreken onze plannen.” ändern: de infinitief betekent “veranderen” of, zoals hier door de vertaling verduidelijkt, “aanpassen”. De vorm muss ... ändern gebruikt deze infinitief omdat müssen het modale werkwoord is. Het onderwerp verandert de vorm van ändern niet; de persoonsverandering zit hier in muss. wollte: dit is de vorm van wollen voor de eerste persoon enkelvoud in de verleden tijd (Präteritum). wollen betekent “willen”; Ich wollte ... geeft hier een bedoeling in het verleden weer: “ik wilde ...”. De vorm zegt op zichzelf niet dat de handeling ook uitgevoerd is. Voorbeeld: Ich wollte dich anrufen. = “Ik wilde je bellen.” es: dit is het persoonlijke voornaamwoord in de vierde naamval (accusatief), met de betekenis “het”. In deze zin verwijst het naar datgene wat de spreker rechtstreeks wilde zeggen; de vaste vertaling geeft dit weer als “het”. Het voornaamwoord zelf specificeert niet nader waar “het” inhoudelijk naar verwijst. dir: dit is de datiefvorm van het informele enkelvoudige du. Het duidt de persoon aan aan wie iets gezegd wordt: jemandem etwas sagen = “iets tegen iemand zeggen”. Het is dus niet het onderwerp van sagen, maar de ontvanger van de mededeling. direkt: hier is dit een bijwoord dat de manier van zeggen beschrijft: rechtstreeks, zonder omweg. De vorm verandert hier niet omdat hij een werkwoord nader bepaalt. Voorbeeld: Sie sagt es direkt. = “Zij zegt het rechtstreeks.” sagen: de infinitief betekent “zeggen” en kan met een inhoud in de accusatief en een ontvanger in de datief worden gebruikt: jemandem etwas sagen. In deze zin zijn dat es en dir. Het verwante werkwoord erzählen betekent eerder “vertellen” in de zin van een verhaal of informatie uiteenzetten; sagen is de neutrale keuze voor iets meedelen. Gecombineerd betekent Ich muss unsere Pläne ändern dat de spreker de gezamenlijke plannen moet aanpassen. Daarna geeft und ich wollte es dir direkt sagen aan dat de spreker dit rechtstreeks aan de aangesproken persoon wilde zeggen. De modale constructie met muss drukt noodzaak uit, terwijl wollte een vroegere bedoeling uitdrukt. Samen vormen ze: “Ik moet onze plannen aanpassen en ik wilde het je rechtstreeks vertellen.”

  2. Ich weiß es zu schätzen, dass du es mir direkt sagst, statt eine vage Nachricht zu schicken.

    Ik waardeer het dat je het me rechtstreeks vertelt in plaats van een vaag bericht te sturen.

    weiß es zu schätzen
    waarderen
    direkt
    rechtstreeks
    sagst
    zegt of vertelt
    statt
    in plaats van
    vage
    vaag
    Nachricht
    bericht
    zu schicken
    te sturen
    Uitgebreide uitleg

    weiß es zu schätzen betekent hier “waarderen”. Dit is de vaste constructie etwas zu schätzen wissen: weiß is de vorm van wissen voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd, en zu schätzen is een infinitief. In deze zin verwijst es naar de daaropvolgende inhoud: dat de ander het rechtstreeks vertelt. Bijvoorbeeld: Ich weiß deine Hilfe zu schätzen. — Ik waardeer je hulp. direkt beschrijft hier de manier van vertellen: rechtstreeks, zonder omweg. Het is een bijwoord en verandert daarom niet mee met du of met een zelfstandig naamwoord. sagst komt van sagen en is de tegenwoordige tijd voor du: du sagst. In dass du es mir direkt sagst betekent het “dat je het me rechtstreeks vertelt”. Het voornaamwoord es is het vertelde datgene; mir betekent “aan mij” of “me”. Voorbeelden: Du sagst mir die Wahrheit. — Jij vertelt me de waarheid. Ich sage es dir später. — Ik vertel het je later. statt leidt hier een alternatief in: “in plaats van”. Na statt staat in deze zin een infinitiefconstructie: statt ... zu schicken. De twee handelingen worden tegenover elkaar gezet: rechtstreeks vertellen in plaats van een bericht sturen. vage is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord vage bij eine ... Nachricht. De betekenis is “vaag” of “niet duidelijk”. In eine vage Nachricht staat het adjectief in de accusatief enkelvoud, vrouwelijk, bij het onbepaalde lidwoord eine; daarom krijgt het hier de uitgang -e. Bijvoorbeeld: Das ist eine vage Antwort. — Dat is een vaag antwoord. Nachricht is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Nachricht, “het bericht”. Het meervoud is die Nachrichten. In deze zin staat eine vage Nachricht als het lijdend voorwerp van zu schicken; het gaat om één niet nader bepaald bericht, niet om een expliciete telling als leerpunt van eine. zu schicken komt van schicken, “sturen”. zu schicken is de infinitief met zu; samen met statt betekent het “in plaats van een bericht te sturen”. Bij een scheidbaar werkwoord staat zu in de infinitief tussen het voorvoegsel en de werkwoordstam, bijvoorbeeld anzurufen van anrufen; schicken is hier echter niet scheidbaar en krijgt gewoon zu schicken. De zin begint met Ich weiß es zu schätzen: de spreker zegt dat diegene iets waardeert. dass leidt de inhoud daarvan in, met du ... sagst; in deze bijzin staat het vervoegde werkwoord sagst achteraan. es mir direkt sagst betekent dat de aangesprokene het rechtstreeks aan de spreker vertelt. Daarna contrasteert statt eine vage Nachricht zu schicken dit met het alternatief om een vaag bericht te sturen. Samen betekent de hele zin: “Ik waardeer het dat je het me rechtstreeks vertelt in plaats van een vaag bericht te sturen.”

  3. Ich habe zu viel zugesagt, und ich möchte nicht völlig erschöpft auftauchen.

    Ik heb te veel toegezegd en ik wil niet uitgeput komen opdagen.

    Ich habe
    ik heb
    zu viel
    te veel
    zugesagt
    toegezegd
    ich möchte
    ik wil
    nicht
    niet
    völlig
    helemaal
    erschöpft
    uitgeput
    auftauchen
    komen opdagen
    Uitgebreide uitleg

    Ich habe combineert het onderwerp ich met de eerste-persoonsvorm habe van haben. Samen met zugesagt vormt dit de Duitse voltooide tijd: habe zugesagt betekent “heb toegezegd”. De vorm verandert met het onderwerp, bijvoorbeeld du hast. zu viel betekent hier “te veel”: de spreker heeft meer toegezegd dan wenselijk is. viel is hier een onbepaald hoeveelheidswoord; het drukt geen exact aantal uit en hoeft dus niet specifiek “te veel toezeggingen” te betekenen. zugesagt is het voltooid deelwoord van zusagen, hier met de betekenis “toezeggen”. Voorbeeld: Ich habe meine Hilfe zugesagt. — “Ik heb mijn hulp toegezegd.” ich möchte drukt hier een wens uit: “ik wil”. möchte is een vaste vervoegde vorm die vaak wordt gebruikt om een wens uit te drukken. Na möchte staat het andere werkwoord in de infinitief: Ich möchte morgen kommen. — “Ik wil morgen komen.” nicht maakt het daaropvolgende gewenste gebeuren negatief: de spreker wil niet op de beschreven manier verschijnen. Het ontkent hier niet dat de spreker te veel heeft toegezegd. völlig versterkt het bijvoeglijk naamwoord erschöpft en betekent “helemaal” of “volledig”. erschöpft betekent “uitgeput”. Voorbeeld: Nach der Reise war er völlig erschöpft. — “Na de reis was hij helemaal uitgeput.” auftauchen betekent hier “komen opdagen” of “verschijnen”. Het is een infinitief en staat na möchte aan het einde van de zin. Als scheidbaar werkwoord kan het in andere zinnen worden gesplitst: Er taucht pünktlich auf. — “Hij komt op tijd opdagen.” Samen betekent Ich habe zu viel zugesagt: “Ik heb te veel toegezegd.” In ich möchte nicht völlig erschöpft auftauchen zegt de spreker dat die niet helemaal uitgeput wil komen opdagen. De volledige betekenis is: “Ik heb te veel toegezegd en ik wil niet uitgeput komen opdagen.”

  4. Ich bin enttäuscht, aber wenn wir es erzwingen, würde der Tag wahrscheinlich schwieriger werden.

    Ik ben teleurgesteld, maar het zou de dag waarschijnlijk moeilijker maken als we het toch zouden doorzetten.

    enttäuscht
    teleurgesteld
    wenn
    als
    erzwingen
    forceren; doordrukken
    würde … werden
    zou ... worden
    Tag
    dag
    wahrscheinlich
    waarschijnlijk
    schwieriger
    moeilijker
    Uitgebreide uitleg

    enttäuscht betekent hier “teleurgesteld”. Het is een bijvoeglijk naamwoord na sein: Ich bin enttäuscht = “Ik ben teleurgesteld”. Een bruikbaar contrast is zufrieden (“tevreden”): Ich bin zufrieden = “Ik ben tevreden”. wenn leidt hier de voorwaardelijke bijzin in en betekent “als”. In deze bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan: wenn wir es erzwingen. erzwingen betekent hier “forceren” of “doordrukken”. Hoewel de vorm gelijk is aan het infinitief, is erzwingen in deze zin een vervoegde vorm: wir erzwingen is de tegenwoordige tijd van erzwingen in de eerste persoon meervoud. Het patroon is wir erzwingen es = “wij forceren het”. Het voornaamwoord es heeft hier de rol van lijdend voorwerp; de zin specificeert niet waarnaar het verwijst. würde ... werden vormt hier een constructie met de betekenis “zou ... worden”. würde is de derde-persoons enkelvoudsvorm van de Konjunktiv II van werden; werden is het infinitief dat aan het einde staat. Het patroon Das würde schwieriger werden betekent “Dat zou moeilijker worden”. Tag betekent “dag”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Tag; het meervoud is die Tage. In deze zin is der Tag het onderwerp van “zou moeilijker worden”. Voorbeeld: Der Tag wird lang. = “De dag wordt lang.” wahrscheinlich is een bijwoord met de betekenis “waarschijnlijk”. Het drukt een inschatting uit, geen zekerheid, en verandert niet mee met een zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Es wird wahrscheinlich regnen. = “Het zal waarschijnlijk regenen.” schwieriger betekent “moeilijker”. Het is de vergrotende trap van schwierig (“moeilijk”): schwierig → schwieriger → am schwierigsten (“het moeilijkst”). Hier staat het na werden als naamwoordelijk deel; daarom krijgt het geen uitgang die door der Tag wordt bepaald. De hele structuur is Ich bin enttäuscht, aber (“Ik ben teleurgesteld, maar”) + wenn wir es erzwingen (“als we het forceren”) + würde der Tag wahrscheinlich schwieriger werden (“zou de dag waarschijnlijk moeilijker worden”). Samen betekent de zin: “Ik ben teleurgesteld, maar als we het toch zouden doorzetten, zou de dag waarschijnlijk moeilijker worden.” De voorwaarde wordt uitgedrukt door wenn, terwijl würde ... werden het mogelijke gevolg weergeeft.

  5. Ich hätte einschätzen sollen, wie viel ich schaffen kann, bevor ich zugesagt habe.

    Ik had moeten inschatten hoeveel ik aankon voordat ik ermee instemde.

    hätte … sollen
    had moeten
    einschätzen
    inschatten
    wie viel
    hoeveel
    schaffen
    aankunnen
    kann
    kan
    bevor
    voordat
    zugesagt
    ingestemd
    Uitgebreide uitleg

    hätte ... sollen drukt hier uit dat de spreker achteraf vindt dat iets had moeten gebeuren. hätte is de Konjunktiv-II-vorm van haben en werkt hier als hulpwerkwoord; sollen blijft als infinitief staan. Samen met einschätzen vormt dit de constructie hätte + infinitief + sollen: “had moeten inschatten”. einschätzen betekent hier iemands of iets’ haalbaarheid realistisch beoordelen. Het is een scheidbaar werkwoord: schätzt ... ein in een gewone hoofdzin, maar het infinitief blijft einschätzen na hätte. Voorbeeld: Ich kann die Lage nicht einschätzen. — “Ik kan de situatie niet inschatten.” wie viel leidt de ingebedde vraag naar een hoeveelheid of mate in: “hoeveel”. Het is hier geen zelfstandige vraag, maar maakt deel uit van de bijzin wie viel ich schaffen kann. schaffen betekent in deze zin “aankunnen” of “voor elkaar krijgen”, niet “scheppen”. Het onderwerp is ich, dus de spreker beoordeelt wat die zelf kan volbrengen. Voorbeeld: Ich schaffe die Aufgabe heute. — “Ik krijg de taak vandaag af.” kann is de persoonsvorm van können, hier de eerste persoon enkelvoud: ich kann. In de bijzin staat het werkwoord achteraan. schaffen kann betekent letterlijk dat de spreker iets kan volbrengen; samen met wie viel wordt dat “hoeveel ik aankan”. bevor betekent “voordat” en leidt een bijzin in. De gebeurtenis in die bijzin dient hier als tijdsgrens voor wat eerder had moeten gebeuren. zugesagt is het voltooid deelwoord van zusagen, hier in de betekenis “instemmen” of “toezeggen”. In bevor ich zugesagt habe staat het samen met habe in het voltooide werkwoord; omdat bevor een bijzin inleidt, staat habe aan het einde. De vertaling maakt de bedoelde lezing concreet: “voordat ik ermee instemde”. De delen bouwen samen de zin op: de spreker zegt achteraf dat die eerst had moeten inschatten wie viel ich schaffen kann, en dat die inschatting vóór het instemmen had moeten plaatsvinden. De volledige betekenis is: “Ik had moeten inschatten hoeveel ik aankon voordat ik ermee instemde.”

  6. Das passiert, besonders wenn alles dringend wirkt.

    Dat gebeurt, vooral als alles dringend lijkt.

    Das
    dat; het
    passiert
    gebeurt
    besonders
    vooral
    alles
    alles
    dringend
    dringend
    wirkt
    lijkt; komt over
    Uitgebreide uitleg

    Das betekent hier dat en verwijst naar de bedoelde situatie of gebeurtenis. Als zelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord staat het aan het begin van de zin; het verwijst hier niet naar een afzonderlijk genoemd zelfstandig naamwoord. passiert komt van passieren en is de vorm voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: es passiert = het gebeurt. In deze zin vormt Das passiert samen de mededeling Dat gebeurt. besonders is een bijwoord met de betekenis vooral of in het bijzonder. Het versterkt hier de daaropvolgende voorwaarde: het verschijnsel doet zich vooral in die omstandigheid voor. alles betekent alles en wordt hier zelfstandig gebruikt als onbepaald voornaamwoord. Het verwijst naar alles wat in de relevante situatie dringend kan lijken, zonder dat de zin afzonderlijke zaken opsomt. dringend betekent dringend of urgent. Hier staat het na wirkt als beschrijving van alles; daarom krijgt het geen adjectiefuitgang: alles wirkt dringend. Als voorbeeld: Die Aufgabe wirkt dringend. — De opdracht lijkt dringend. wirkt komt van wirken en is eveneens de vorm voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. In deze context betekent wirken niet werken, maar lijken of een bepaalde indruk maken. De constructie etwas wirkt + bijvoeglijk naamwoord beschrijft hoe iets overkomt, bijvoorbeeld Der Plan wirkt einfach. — Het plan lijkt eenvoudig. Samen vormen besonders wenn alles dringend wirkt en de hoofdzin de betekenis: Dat gebeurt, vooral als alles dringend lijkt. Wenn leidt de voorwaardelijke bijzin in. In die bijzin is alles het onderwerp, wirkt de persoonsvorm en dringend de beschrijving van hoe alles overkomt. De hele uiting zegt dus dat de eerder bedoelde gebeurtenis vooral optreedt onder de voorwaarde dat alles urgent lijkt.

  7. Könnten wir stattdessen etwas Einfacheres machen, wenn wir uns treffen?

    Zouden we in plaats daarvan iets eenvoudigers kunnen doen als we elkaar ontmoeten?

    Könnten wir
    zouden we kunnen
    stattdessen
    in plaats daarvan
    etwas
    iets
    Einfacheres
    iets eenvoudigers
    machen
    doen
    wenn
    als / wanneer
    wir uns treffen
    we elkaar ontmoeten
    Uitgebreide uitleg

    Könnten wir bevat könnten, de Konjunktiv-II-vorm van können voor wir. Samen vormt dit een beleefde vraag of voorstel: “zouden we kunnen …?”. Het is niet alleen een vraag naar vermogen; in deze zin maakt de vorm het voorstel voorzichtig en minder direct. De gewone tegenwoordige vorm is wir können. stattdessen is een bijwoord met de betekenis “in plaats daarvan”. Het verwijst hier naar een alternatief voor iets dat eerder besproken is. Het kan ook op andere plaatsen in de zin staan, bijvoorbeeld: Wir könnten stattdessen zu Hause bleiben. — “We zouden in plaats daarvan thuis kunnen blijven.” etwas betekent hier “iets”. Het is een onbepaald voornaamwoord en stelt geen bepaald aantal vast. In deze zin staat het vóór een bijvoeglijke bepaling: etwas Einfacheres. Einfacheres betekent hier “iets eenvoudigers”. Het is de vergrotende trap van einfach: einfach — einfacher — am einfachsten. Omdat het bijvoeglijk naamwoord zelfstandig wordt gebruikt na etwas, krijgt het een hoofdletter en de uitgang -es: etwas Einfacheres. De vorm beschrijft een niet nader genoemd alternatief en vergelijkt dat met de eerder bedoelde mogelijkheid. Einfacher zonder zelfstandig gebruikt bijvoeglijk naamwoord zie je bijvoorbeeld in ein einfacheres Spiel — “een eenvoudiger spel”; daar staat de naamwoordgroep Spiel er nog bij. machen is de infinitief van het werkwoord machen, “doen” of “maken”. Na het modale werkwoord könnten staat de infinitief aan het einde van het hoofdwerkwoordgedeelte: Wir könnten etwas Einfacheres machen. — “We zouden iets eenvoudigers kunnen doen.” wenn leidt hier een bijzin in met de betekenis “als” of “wanneer”. In een Duitse wenn-bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Wenn kan voorwaarden en situaties in het heden of de toekomst aanduiden; voor een eenmalige situatie in het verleden wordt vaak als gebruikt. wir uns treffen betekent hier “we elkaar ontmoeten”. wir is het onderwerp en treffen is de vervoegde vorm van treffen bij wir; de infinitief is eveneens treffen. uns hoort bij de wederkerige constructie sich treffen: meerdere personen ontmoeten elkaar. Voorbeelden: Wir treffen uns morgen. — “We ontmoeten elkaar morgen.” Ich treffe mich mit Anna. — “Ik spreek met Anna af / Ik ontmoet Anna.” De precieze Nederlandse vertaling van sich treffen hangt dus af van het aantal deelnemers en de context. De bijzin wenn wir uns treffen komt na het voorgestelde handelen. Door de bijzinstructuur staat treffen daar achteraan. Samen ontstaat de volledige betekenis: Könnten wir stattdessen etwas Einfacheres machen, wenn wir uns treffen? — “Zouden we in plaats daarvan iets eenvoudigers kunnen doen als we elkaar ontmoeten?” De spreker stelt dus beleefd een eenvoudiger alternatief voor tijdens een ontmoeting.

  8. Das wäre für uns beide leichter zu bewältigen.

    Dat zou voor ons allebei beter te doen zijn.

    Das
    dat
    wäre
    zou zijn
    für uns beide
    voor ons allebei
    leichter
    gemakkelijker
    zu bewältigen
    te doen; te hanteren
    Uitgebreide uitleg

    Das betekent hier “dat” en verwijst naar de voorgestelde activiteit of aanpak als geheel. Als aanwijzend voornaamwoord kan das zelfstandig naar een situatie, handeling of zaak verwijzen; het is hier niet automatisch een verwijzing naar het dichtstbijzijnde zelfstandig naamwoord. wäre is de vorm van sein in de Konjunktiv II: sein – wäre. In deze zin geeft die vorm een hypothetische of voorwaardelijke beoordeling weer: “zou zijn”. Vergelijk: Das ist leichter. = “Dat is gemakkelijker.” tegenover Das wäre leichter. = “Dat zou gemakkelijker zijn.” für uns beide betekent “voor ons allebei”. uns is de vorm van het persoonlijke voornaamwoord voor “ons”; beide maakt expliciet dat het om de twee bedoelde personen samen gaat. für neemt hier de accusatief: uns heeft in deze vorm dezelfde zichtbare vorm als in sommige andere naamvalfuncties. leichter is de vergrotende trap van leicht (“gemakkelijk”). De reeks is leicht – leichter – am leichtesten: “gemakkelijk” – “gemakkelijker” – “het gemakkelijkst”. Hier vergelijkt leichter de voorgestelde aanpak met de eerder genoemde mogelijkheid, zonder precies te zeggen waarin het verschil zit. zu bewältigen bestaat uit zu plus het infinitief bewältigen, “aankunnen” of “tot een goed einde brengen”. De constructie etwas ist ... zu bewältigen betekent dat iets op een bepaalde manier kan worden aangepakt of uitgevoerd. Voorbeeld: Die Aufgabe ist allein zu bewältigen. = “De taak is alleen te doen.” Samen vormen wäre ... leichter zu bewältigen en für uns beide de betekenis “zou voor ons allebei gemakkelijker te doen zijn”. Het volledige onderwerp Das verwijst naar de voorgestelde activiteit als geheel: “Dat zou voor ons allebei beter te doen zijn.” De formulering is geschikt om een voorstel voorzichtig en niet-absoluut te beoordelen.

Grammatica

statt + zu + Infinitiv

Statt eine vage Nachricht zu schicken, kannst du direkt sagen.

Sjtat aine vaa-ge naakh-richt tsoe sjikken, kanst doe die-rekt zaa-gen.

In plaats van een vaag bericht te sturen, kun je het direct zeggen.

Na statt gebruik je vaak zu + infinitief om een alternatief uit te drukken.

Komparativ: Adjektiv + -er

Ein einfacherer Plan ist leichter zu bewältigen.

Ain ain-fa-khe-rer plaan ist laisj-ter tsoe be-veel-ti-gen.

Een eenvoudiger plan is gemakkelijker aan te kunnen.

De vergrotende trap krijgt meestal -er; bij ein krijgt het bijvoeglijk naamwoord ook een uitgang.

Duits woordenschat

ändern werkwoord
en-dern aanpassen, veranderen
direkt bijwoord
die-rekt rechtstreeks, direct
erschöpft bijvoeglijk naamwoord
er-sjeuft uitgeput
Nachricht zelfstandig naamwoord
naakh-richt bericht
Plan zelfstandig naamwoord
plaan plan Pläne
sagen werkwoord
zaa-gen zeggen, vertellen sagst
schätzen werkwoord
sjetsen waarderen zu schätzen
schicken werkwoord
sjikken sturen
statt voorzetsel
sjtat in plaats van
vage bijvoeglijk naamwoord
vaa-ge vage, onduidelijke
zu viel bijwoord
tsoe fiel te veel
zusagen werkwoord
tsoe-zaa-gen toezeggen, instemmen zugesagt

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

vage, onduidelijke

Antwoord tonenvage

plan

Antwoord tonenPläne

sturen

Antwoord tonenschicken

rechtstreeks, direct

Antwoord tonendirekt