Basisbegrip en kennis | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: A beginner practices six useful English phrases about basic understanding and knowledge..

NL → EN / Niveau: A1

Over deze les

Met Basisbegrip en kennis oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I understand now.

ai anderstènd nau Ik begrijp het nu.
B

I do not understand.

ai doe not anderstènd Ik begrijp het niet.
A

I do not know.

ai doe not nou Ik weet het niet.
B

What do you mean?

wot doe joe mien Wat bedoel je?
A

Do you understand me?

djoe anderstènd mie Begrijp je me?
B

Do you know him?

djoe nou him Ken je hem?

Uitleg van de zinnen

  1. I understand now.

    Ik begrijp het nu.

    I
    ik
    understand
    begrijp
    now
    nu
    Uitgebreide uitleg

    I is de Engelse onderwerpsvorm voor de spreker: “ik”. Het wordt altijd met een hoofdletter geschreven. In deze zin is I het onderwerp van understand. understand betekent hier “begrijpen”. Na I staat in de tegenwoordige tijd de vorm understand, die hier gelijk is aan de basisvorm. Bij he/she/it staat understands. Het werkwoord is onregelmatig in andere belangrijke vormen: de verleden tijd is understood. In de contextzin blijft het hoofdwerkwoord na do not in de basisvorm: I do not understand betekent “Ik begrijp het niet”. now is een bijwoord van tijd en betekent “nu”. Het plaatst het begrijpen op het huidige moment. Voorbeeld: I understand now. — “Ik begrijp het nu.” Samen vormen de woorden I understand now. de mededeling “Ik begrijp het nu.” Het onderwerp is I, het werkwoord understand geeft het begrijpen aan, en now bepaalt wanneer dat gebeurt.

  2. I do not understand.

    Ik begrijp het niet.

    I do not
    ik ... niet
    understand
    begrijpen
    Uitgebreide uitleg

    I do not betekent hier dat de spreker zelf iets ontkent: “ik ... niet”. I is het persoonlijke voornaamwoord voor de spreker. Bij I blijft de vorm do in de tegenwoordige tijd do; de ontkenning wordt gevormd met do not. In alledaagse taal komt ook de samentrekking I don't voor. Vergelijk: I do not know. — “Ik weet het niet.” understand is het werkwoord “begrijpen”. Na do not staat het hoofdwerkwoord in de basisvorm: do not understand, niet een vervoegde vorm zoals does not understand. De tegenwoordige vorm is bijvoorbeeld I understand — “Ik begrijp het”; de ontkennende vorm is I do not understand — “Ik begrijp het niet.” Samen vormen de delen I do not understand. de ontkenning van begrip door de spreker: “Ik begrijp het niet.” De punt sluit de mededeling af.

  3. I do not know.

    Ik weet het niet.

    I
    ik
    do not
    maakt een ontkenning
    know
    weten
    Uitgebreide uitleg

    I betekent hier dat de spreker zelf de persoon is die iets niet weet. Het is de onderwerpsvorm van het persoonlijk voornaamwoord; vergelijk you voor de aangesprokene en he/she voor één andere persoon. do not maakt in deze zin een ontkenning in de tegenwoordige tijd. do is hier een hulpwerkwoord en betekent niet zelfstandig ‘doen’; not ontkent het daaropvolgende werkwoord. De verkorte vorm is don't: I don't know. Bij he, she en it wordt dit does not of doesn't, bijvoorbeeld: She doesn't know. know is het hoofdwerkwoord en betekent hier ‘weten’ of ‘kennis hebben van’. De basisvorm is know; na he, she of it krijgt de tegenwoordige tijd de vorm knows: He knows the answer. — ‘Hij weet het antwoord.’ Na do not blijft het hoofdwerkwoord in de basisvorm: I do not know, niet een vorm met -s. Samen vormen de delen I + do not + know: de spreker zegt dat die persoon iets niet weet. De volledige betekenis is: ‘Ik weet het niet.’ De zin is neutraal en kan zelfstandig worden gebruikt als antwoord wanneer de spreker de gevraagde informatie niet kent.

  4. What do you mean?

    Wat bedoel je?

    What
    wat
    do you
    doe je ...?
    mean
    bedoelen
    Uitgebreide uitleg

    What vraagt hier naar de inhoud of betekenis van wat iemand zegt: “wat bedoel je?” Als vraagwoord staat het aan het begin van de Engelse vraag. Vergelijk bijvoorbeeld: “What do you want?” = “Wat wil je?” do you vormt samen het vraagpatroon met you als onderwerp. In deze tegenwoordige-tijdvraag draagt do de vraagvorm; you blijft de onveranderde vorm van het persoonlijk voornaamwoord. Do betekent hier dus niet zelfstandig “doen” en wordt niet afzonderlijk als “doe” vertaald. Bij een derde persoon enkelvoud verschijnt in vergelijkbare vragen does: “What does she mean?” = “Wat bedoelt zij?” mean is hier de tegenwoordige vorm van het werkwoord mean, met de betekenis “bedoelen”. Na do blijft het hoofdwerkwoord in de basisvorm: do you mean, niet do you meant. De verleden tijd is meant: “What did you mean?” = “Wat bedoelde je?” Samen vormen de delen de vraag What do you mean?: het vraagwoord what staat vooraan, do markeert de vraag, you is degene die iets bedoelt en mean benoemt die bedoeling. De vaste vertaling is daarom: “Wat bedoel je?”

  5. Do you understand me?

    Begrijp je me?

    Do you
    gebruik je ...?
    understand
    begrijpen
    me
    mij
    Uitgebreide uitleg

    Do you vormt hier het begin van een Engelse ja/nee-vraag. you is het onderwerp: de aangesproken persoon. do is in deze vraag een hulpwerkwoord; het betekent hier niet zelfstandig ‘doen’. Bij een gewone vraag in de tegenwoordige tijd staat het patroon do/does + onderwerp + werkwoord in de basisvorm. understand betekent hier ‘begrijpen’. Na het hulpwerkwoord do blijft het werkwoord in de basisvorm: Do you understand ...? Niet Do you understands ...? In een bevestigende zin zonder do krijgt de derde persoon enkelvoud wel vaak -s, bijvoorbeeld: She understands me. — ‘Zij begrijpt me.’ me is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud wanneer die persoon het object is: ‘mij’. In deze zin verwijst het naar de spreker. Vergelijk: I understand you. — ‘Ik begrijp jou.’ Hier is I het onderwerp en you het object; de vormkeuze hangt dus af van de rol in de zin. Samen vormen de delen de vraag Do you understand me?: de spreker vraagt aan de aangesproken persoon of die de spreker begrijpt. De vraagvorm maakt er een ja/nee-vraag van. In standaardgeschreven Engels hoort aan het einde een vraagteken.

  6. Do you know him?

    Ken je hem?

    Do you
    vraagvorm voor je ...?
    know
    kennen
    him
    hem
    Uitgebreide uitleg

    Do you vormt hier samen het begin van een Engelse ja/nee-vraag. Do is een hulpwerkwoord voor de tegenwoordige tijd; bij you blijft het do, niet does. Het persoonlijke voornaamwoord you kan zowel enkelvoud als meervoud zijn. Vergelijk: Do you understand me? = Begrijp je me?. know betekent hier iemand kennen. Het is de basisvorm van het werkwoord; na do blijft het hoofdwerkwoord in de basisvorm: Do you know ...? Niet Do you knows ...? In een bevestigende zin zonder do krijgt de derde persoon enkelvoud wel knows: She knows him. = `Zij kent hem. him is de objectvorm van he: he gebruik je als onderwerp en him als object. Hier is him dus de persoon die gekend wordt. Het Nederlandse hem geeft die functie en het bedoelde geslacht weer. Samen vormen de delen Do you know him?: Ken je hem? De Engelse vraag gebruikt do vóór het onderwerp you, daarna de basisvorm know, en ten slotte het object him.

Grammatica

Do + subject + verb ...?

Do you understand me?

djoe anderstènd mie

Begrijp je me?

In Engelse vragen gebruik je do vóór het onderwerp. Het hoofdwerkwoord blijft in de basisvorm: understand.

subject + do not + verb

I do not understand.

ai doe not anderstènd

Ik begrijp het niet.

Voor een ontkenning gebruik je do not vóór het werkwoord. Het hoofdwerkwoord blijft in de basisvorm: understand.

Engels woordenschat

him voornaamwoord
him hem
I voornaamwoord
ai ik
I do not understand. uitdrukking
ai doe not anderstènd Ik begrijp het niet.
I understand now. uitdrukking
ai anderstènd nau Ik begrijp het nu.
know werkwoord
nou weten; kennen
me voornaamwoord
mie mij; me
mean werkwoord
mien bedoelen
not bijwoord
not niet
now bijwoord
nau nu
understand werkwoord
anderstènd begrijpen
what voornaamwoord
wot wat
you voornaamwoord
joe je; jij

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik begrijp het nu.

Antwoord tonenI understand now.

Ik begrijp het niet.

Antwoord tonenI do not understand.

Ik weet het niet.

Antwoord tonenI do not know.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

weten; kennen

Antwoord tonenknow

wat

Antwoord tonenwhat

bedoelen

Antwoord tonenmean

begrijpen

Antwoord tonenunderstand