Aanwijzen en van wie iets is | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: A beginner practices six useful English phrases about basic pointing and belonging..

NL → EN / Niveau: A1

Over deze les

Met Aanwijzen en van wie iets is oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

What is this?

Wot iz dhis? Wat is dit?
B

What is that?

Wot iz dhet? Wat is dat?
A

Who is that?

Hoe iz dhet? Wie is dat?
B

Which one is yours?

Witsj wan iz jorz? Welke is van jou?
A

This one is mine.

Dhis wan iz main. Deze is van mij.
B

That one is yours.

Dhet wan iz jorz. Die is van jou.

Woord voor woord

What What vraagt in What is this? en What is that? wat iets is of hoe iets heet. Het staat hier aan het begin van een vraag naar de identiteit of aard van een ding. Gebruik What is ...? wanneer je naar een ding vraagt.
is is verbindt in What is this?, What is that? en Who is that? het onderwerp met zijn identiteit. is is hier een vorm van be, gebruikt bij this, that en who. Gebruik het patroon What is ...? of Who is ...? om naar iets of iemand te vragen.
this this verwijst in What is this? naar iets dat dichtbij is of wordt aangewezen. Het staat na is in een vraag over een nabij ding. Gebruik What is this? wanneer je naar iets bij jou vraagt.
that that verwijst in What is that? en Who is that? naar iets of iemand die verder weg is of wordt aangewezen. In What is that? gaat het om een ding; in Who is that? om een persoon. Gebruik that om naar iets of iemand op enige afstand te verwijzen.
Who Who vraagt in Who is that? naar de identiteit van een persoon. Het staat aan het begin van een vraag en wordt gevolgd door is. Gebruik Who is ...? wanneer je wilt weten wie iemand is.
Which Which vraagt in Which one is yours? welk item uit een groep bedoeld wordt. Het staat vóór one en helpt één keuze aan te wijzen. Gebruik Which one ...? wanneer je tussen meerdere items vraagt welke bedoeld wordt.
one one verwijst in Which one is yours?, This one is mine. en That one is yours. naar één item uit een groep. Het staat hier zelfstandig en neemt de plaats van het bedoelde item in. Gebruik Which one ...? om naar één item te vragen en This one of That one om het aan te wijzen.
yours yours betekent in Which one is yours? en That one is yours. dat iets van de aangesprokene is. Het staat zelfstandig na is en verwijst naar het item dat bij die persoon hoort. Gebruik Which one is yours? om te vragen welk item van iemand is.
mine mine betekent in This one is mine. dat This one bij de spreker hoort. Het staat zelfstandig na is en benoemt de eigenaar zonder het item opnieuw te noemen. Gebruik This one is mine. om aan te geven dat een aangewezen item van jou is.

Grammatica

What/Who/Which one + is + ...?

What is this?

Wot iz dhis?

Wat is dit?

In Engelse vragen staat is vóór het onderwerp: What is this? Het werkwoord komt dus vóór this.

mine / yours

Which one is yours?

Witsj wan iz jorz?

Welke is van jou?

mine en yours zijn bezittelijke voornaamwoorden. Ze staan zelfstandig en betekenen ‘van mij’ en ‘van jou’.

Engels woordenschat

is werkwoord
iz is
mine voornaamwoord
main van mij
one voornaamwoord
wan één; exemplaar
that voornaamwoord
dhet dat
this voornaamwoord
dhis dit
what voornaamwoord
wot wat
which one uitdrukking
witsj wan welke
who voornaamwoord
hoe wie
yours voornaamwoord
jorz van jou

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wat is dit?

Antwoord tonenWhat is this?

Wat is dat?

Antwoord tonenWhat is that?

Wie is dat?

Antwoord tonenWho is that?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

dit

Antwoord tonenthis

wat

Antwoord tonenwhat

dat

Antwoord tonenthat

van mij

Antwoord tonenmine