Aanwijzen en van wie iets is | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: A beginner practices six useful English phrases about basic pointing and belonging..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Aanwijzen en van wie iets is oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

What is this?

Wot iz dhis? Wat is dit?
B

What is that?

Wot iz dhet? Wat is dat?
A

Who is that?

Hoe iz dhet? Wie is dat?
B

Which one is yours?

Witsj wan iz jorz? Welke is van jou?
A

This one is mine.

Dhis wan iz main. Deze is van mij.
B

That one is yours.

Dhet wan iz jorz. Die is van jou.

Uitleg van de zinnen

  1. What is this?

    Wat is dit?

    What
    wat
    is
    is
    this
    dit
    Uitgebreide uitleg

    What vraagt naar de identiteit of aard van iets: “wat?”. In deze vraag staat het aan het begin. Het is een vraagwoord; vergelijk bijvoorbeeld What is that? — “Wat is dat?” — waarbij what nog steeds naar de identiteit of aard vraagt. is is de vorm van be voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. Hier vormt het samen met this de vraag over één aangewezen ding. In een mededeling staat de volgorde bijvoorbeeld This is ...; in deze vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: What is ...?. this betekent hier “dit” en wijst naar één ding dat als nabij of direct aangewezen wordt behandeld. Het woord zelf geeft geen naam of soort van dat ding. Het contrast in de aansluitende zin is that, “dat”, voor één ding dat als verder weg of minder nabij wordt aangewezen. This en that veranderen in deze vorm niet naar mannelijk of vrouwelijk. Samen vormen de delen What is this?: “Wat is dit?”. What vraagt welke identiteit of aard het aangewezen ding heeft, is verbindt de vraag met het onderwerp, en this verwijst naar dat ene nabij aangewezen ding. De vaste vertaling bevestigt deze betekenis. De vraag is een gewone, neutrale manier om naar iets te vragen dat de spreker aanwijst of als nabij beschouwt.

  2. What is that?

    Wat is dat?

    What
    wat
    is
    is
    that
    dat
    Uitgebreide uitleg

    What vraagt hier naar de identiteit of aard van iets: “wat?”. Het is een vraagwoord en staat in deze vraag aan het begin. Vergelijk het functioneel met Who, dat naar een persoon vraagt: Who is that? = “Wie is dat?” is is een vorm van be in de tegenwoordige tijd. In What is that? staat deze vorm bij het enkelvoudige onderwerp that; de vraagvolgorde zet is vóór het onderwerp. Andere belangrijke vormen zijn am bij I en are bij you en meervoud. Voorbeeld: What is this? = “Wat is dit?” that betekent hier “dat” en is een zelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord: het staat niet vóór een zelfstandig naamwoord om dat te bepalen. In deze betekenis staat that doorgaans tegenover this = “dit”; What is this? vraagt naar iets dat als dichtbij wordt aangewezen, terwijl What is that? naar iets verwijst dat als verder weg of niet-dichtbij wordt aangewezen. That verandert niet naar grammaticaal geslacht; voor het meervoud is de vorm those. Samen vormen de woorden de vraag What is that?: What vraagt welke identiteit of aard het aangewezen ding heeft, is verbindt de vraag met het onderwerp that, en that duidt het aangewezen ding aan. De vaste Nederlandse betekenis is daarom: “Wat is dat?”

  3. Who is that?

    Wie is dat?

    Who
    wie
    is
    is
    that
    dat
    Uitgebreide uitleg

    Who vraagt hier naar de identiteit van een persoon: de spreker wil weten welke persoon met that wordt aangewezen. Als vraagwoord staat who voor een persoon; vergelijk what in What is that?, waar naar een ding of zaak wordt gevraagd. Voorbeeld: Who is she? — “Wie is zij?” is is de tegenwoordige vorm van het werkwoord be bij een enkelvoudig onderwerp in de derde persoon. In deze zin verbindt het de vraag naar de identiteit met de aangewezen persoon. De vormen van hetzelfde werkwoord zijn bijvoorbeeld I am, you are en he/she/it is; is hoort dus niet bij that als zelfstandig betekenisdragend woord. that is hier een enkelvoudig aanwijzend woord voor de persoon die de spreker aanwijst. In combinatie met who vraagt het niet wat die persoon doet of waar die is, maar wie die persoon is. This is een mogelijk contrast voor iets of iemand dat als dichterbij wordt aangewezen, maar that is de vorm die in deze uiting staat. Samen vormt de zin het herbruikbare patroon Who is + aangewezen persoon of persoon-aanduiding? De onderdelen betekenen letterlijk: welk persoon is de aangewezen persoon? De natuurlijke Nederlandse betekenis is daarom “Wie is dat?”

  4. Which one is yours?

    Welke is van jou?

    Which one
    Welke?
    yours
    van jou
    Uitgebreide uitleg

    Which one vraagt om één keuze uit meerdere mogelijkheden. Which betekent hier “welke” en one staat zelfstandig voor een niet nader genoemd ding of persoon; samen vormen ze dus een vraagwoordgroep. Vergelijk: “Which book?” = “Welk boek?” en “Which one?” = “Welke?” of “Welke ervan?” Het zelfstandig gebruik van one voorkomt dat hetzelfde zelfstandig naamwoord opnieuw genoemd moet worden. yours is een zelfstandig bezittelijk voornaamwoord: het betekent hier “van jou” en verwijst naar iets dat aan de aangesprokene toebehoort. Het staat zelfstandig, zonder zelfstandig naamwoord erna. Vergelijk your book (“jouw boek”) met The book is yours (“Het boek is van jou”). Yours verandert in deze betekenis niet naar mannelijk of vrouwelijk; het verwijst naar het bedoelde voorwerp of de bedoelde persoon uit de situatie. De vorm voor meerdere aangesproken personen is ook yours; het onderscheid zit dan in de context, niet in deze vorm. Samen vormt Which one is yours? de vraag “Welke is van jou?” De volgorde is: eerst de keuzevraag Which one, daarna is, en vervolgens yours, dat aangeeft aan wie de gekozen mogelijkheid toebehoort. De vraag vraagt dus niet wie iets is, maar welke mogelijkheid de eigendomrelatie met de aangesprokene heeft.

  5. This one is mine.

    Deze is van mij.

    This one
    deze
    mine
    van mij
    Uitgebreide uitleg

    This one betekent hier “deze”. this wijst naar één zaak of persoon die als relatief dichtbij wordt voorgesteld; one staat zelfstandig voor het bedoelde item, zodat het zelfstandig naamwoord niet herhaald hoeft te worden. In een andere situatie kan that one verwijzen naar een verder weg gelegen item: “That one is yours.” = “Die is van jou.” mine betekent hier “van mij” en is een zelfstandig gebruikt bezittelijk voornaamwoord. Het verwijst naar iets dat aan de spreker toebehoort. Vergelijk my book (“mijn boek”), waar my vóór een zelfstandig naamwoord staat, met The book is mine (“Het boek is van mij”), waar mine zelfstandig staat. Mine verandert in het Engels niet naar geslacht of meervoud. Samen vormen de delen This one is mine.: “Deze is van mij.” This one is het aangewezen item, is verbindt dat item met de bezitsrelatie, en mine geeft aan dat het aan de spreker toebehoort.

  6. That one is yours.

    Die is van jou.

    That one
    die daar
    yours
    van jou
    Uitgebreide uitleg

    That one betekent hier “die”. Het wijst één aangewezen entiteit aan; that kan daarbij fysieke afstand aangeven, maar ook verwijzen naar iets dat in de gesprekssituatie als minder nabij of al eerder genoemd wordt. De vorm zegt dus niet op zichzelf welk concreet object of welke persoon bedoeld is. In That one staat one zelfstandig en neemt het de plaats in van een niet-herhaald zelfstandig naamwoord. Vergelijk that book, waarin that vóór het zelfstandig naamwoord staat. This one verwijst doorgaans naar iets dat als nabij wordt voorgesteld, terwijl that one iets als minder nabij voorstelt; die tegenstelling hangt af van de context. yours betekent hier “van jou”. Het is een zelfstandig gebruikt bezittelijk voornaamwoord en staat zonder zelfstandig naamwoord. Your staat juist vóór een zelfstandig naamwoord, zoals in your book (“jouw boek”). In de vorige zin staat mine (“van mij”); mine en yours benoemen zo verschillende bezitters. De hele zin That one is yours betekent “Die is van jou.” That one is wat wordt aangewezen, is verbindt het met de bezitsrelatie, en yours geeft aan dat het aan de aangesprokene toebehoort. De context identificeert niet welke concrete entiteit met that one wordt bedoeld.

Grammatica

What/Who/Which one + is + ...?

What is this?

Wot iz dhis?

Wat is dit?

In Engelse vragen staat is vóór het onderwerp: What is this? Het werkwoord komt dus vóór this.

mine / yours

Which one is yours?

Witsj wan iz jorz?

Welke is van jou?

mine en yours zijn bezittelijke voornaamwoorden. Ze staan zelfstandig en betekenen ‘van mij’ en ‘van jou’.

Engels woordenschat

is werkwoord
iz is
mine voornaamwoord
main van mij
one voornaamwoord
wan één; exemplaar
that voornaamwoord
dhet dat
this voornaamwoord
dhis dit
what voornaamwoord
wot wat
which one uitdrukking
witsj wan welke
who voornaamwoord
hoe wie
yours voornaamwoord
jorz van jou

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wat is dit?

Antwoord tonenWhat is this?

Wat is dat?

Antwoord tonenWhat is that?

Wie is dat?

Antwoord tonenWho is that?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

dit

Antwoord tonenthis

wat

Antwoord tonenwhat

dat

Antwoord tonenthat

van mij

Antwoord tonenmine