Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Basisvragen over plaats en tijd oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.
Dialoog
Where is it?
wèr iz it? Waar is het?Where are you?
wèr ar joe? Waar ben je?What happened here?
wot hèpend hier? Wat is hier gebeurd?What time is it?
wot taim iz it? Hoe laat is het?When will you come?
wen wil joe kam? Wanneer kom je?Why are you late?
wai ar joe leit? Waarom ben je te laat?Uitleg van de zinnen
Where is it?
Waar is het?
- Where
- waar
- is
- is / bevindt zich
- it
- het
Uitgebreide uitleg
Where vraagt naar een plaats: “waar”. Het kan ook in andere vragen staan, bijvoorbeeld in Where do you live? — “Waar woon je?” is is de vorm van be bij een onderwerp in de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. In deze zin verbindt is het onderwerp met een plaats: het betekent hier “bevindt zich” of eenvoudig “is”. Vergelijk: I am, you are, it is. In een vraag staat is vóór het onderwerp: Is it here? — “Is het hier?” it is een persoonlijk voornaamwoord dat hier naar een niet nader genoemde zaak verwijst. De concrete zaak wordt in deze ene vraag niet genoemd. Omdat it het onderwerp in de derde persoon enkelvoud is, staat het werkwoord hier in de vorm is. Samen vormt Where is it? het vraagpatroon Where + be + onderwerp?: “Waar is het?” De vraag vraagt dus naar de plaats van de bedoelde zaak.
Where are you?
Waar ben je?
- Where
- waar
- are
- bent
- you
- je / jij
Uitgebreide uitleg
Where vraagt naar een plaats: “waar”. Het staat hier aan het begin van de vraag. Vergelijk: Where is it? = “Waar is het?”; where blijft hetzelfde, terwijl de vorm van be verandert met het onderwerp. are is hier de tegenwoordige vorm van het werkwoord be bij you. De basisvorm is be; in de tegenwoordige tijd krijg je onder andere I am, you are, he/she/it is en we/they are. Are kan dus ook bij een meervoudig onderwerp staan, maar in deze zin wordt het door you bepaald. Voorbeeld: You are here. = “Je bent hier.” you is het Engelse persoonlijk voornaamwoord voor “je/jij” of “jullie”. In deze vaste zin is de bedoelde aanspreekvorm enkelvoudig: “je/jij”. De vorm you onderscheidt in het Engels niet zichtbaar tussen enkelvoud en meervoud; de context bepaalt dat. Voorbeeld: Where are you? kan daarom, afhankelijk van de context, ook tegen meerdere personen gericht zijn. Samen vormen Where + are + you de vraag “Waar ben je?”. De Engelse vraagvolgorde zet het vraagwoord vooraan, daarna de vorm van be en vervolgens het onderwerp: Where are you?. De zin vraagt naar de plaats van de aangesprokene en zegt op zichzelf niets over hoe die persoon daar is gekomen of wat er daarna gebeurt.
What happened here?
Wat is hier gebeurd?
- What
- wat
- happened
- gebeurde
- here
- hier
Uitgebreide uitleg
What vraagt naar een onbekende zaak, gebeurtenis of informatie. In deze zin staat het aan het begin van de vraag en betekent het wat. Vergelijk: What happened? = Wat gebeurde er?. happened is de verleden tijd van happen (gebeuren). Het verwijst hier naar een gebeurtenis die al heeft plaatsgevonden. De vorm is hetzelfde voor alle personen in de verleden tijd: I happened, she happened, they happened; het onderwerp en de context bepalen wie of wat erbij betrokken is. Voorbeeld: What happened yesterday? = Wat is er gisteren gebeurd? here is een plaatsbijwoord en betekent hier: de bedoelde plaats is de plaats waar de spreker zich op dat moment op richt. Het verandert niet naar persoon of aantal. Voorbeeld: What happened here? kan, afhankelijk van de situatie, ook gebruikt worden als vraag naar wat er op deze plek is gebeurd. Samen vormen de woorden de vraag What happened here?: What vraagt welke gebeurtenis er was, happened plaatst die gebeurtenis in het verleden, en here beperkt de plaats tot hier. De vaste Nederlandse betekenis is: Wat is hier gebeurd?.
What time is it?
Hoe laat is het?
- What time
- hoe laat
- is
- is
- it
- het
Uitgebreide uitleg
What time vraagt specifiek naar de kloktijd: “hoe laat”. Het is een vaste, zeer gebruikelijke vraagcombinatie. Vergelijk in een ander voorbeeld: “What time does the film start?” — “Hoe laat begint de film?” is is de tegenwoordige vorm van het werkwoord be bij he, she, it en bij enkelvoudige naamwoordgroepen. In deze vraag staat is vóór het onderwerp; dat is de gebruikelijke Engelse woordvolgorde in een ja/nee- of vraagwoordvraag met be. De basisvorm is be; andere tegenwoordige vormen zijn am en are. it is hier het Engelse onpersoonlijke onderwerp in de vaste manier om naar de huidige kloktijd te vragen. Het verwijst in deze zin niet naar een eerder genoemd concreet ding. Hetzelfde soort onpersoonlijk it staat bijvoorbeeld in “It is late.” — “Het is laat.” Samen vormen de delen de vraag “Hoe laat is het?”: What time vraagt naar de tijd, is is de vervoegde vorm van be, en it vult de Engelse onderwerpplaats in. De vraag gaat dus over de huidige kloktijd.
When will you come?
Wanneer kom je?
- When
- wanneer
- will you
- zul je
- come
- komen
Uitgebreide uitleg
When vraagt naar een tijdstip: “wanneer?”. Het staat hier aan het begin van de vraag. Vergelijk What time in de vorige zin: dat vraagt specifieker naar het tijdstip, terwijl When algemener naar het moment vraagt. Voorbeeld: When will they arrive? — “Wanneer zullen ze aankomen?” will you bestaat hier uit will plus het onderwerp you. Samen vormt dit in deze vraag de toekomstige vraag “zul je …?”. will helpt om naar een toekomstige gebeurtenis te vragen; you is de aangesprokene. In een gewone mededeling staat het onderwerp vóór will: You will come. — “Je zult komen.” In de vraag staan will en you omgekeerd: Will you come? — “Zul je komen?” come betekent hier “komen”: bewegen naar de plaats of het perspectief dat in de situatie relevant is. De vorm come is de basisvorm. Na will blijft het werkwoord in de basisvorm: will come, niet een vervoegde vorm. Voorbeeld: I will come tomorrow. — “Ik kom morgen.” Samen vormen de delen When + will you + come de vraag When will you come?: “Wanneer kom je?” De Engelse vraag gebruikt will om naar een toekomstige komst te vragen; de Nederlandse vertaling gebruikt daarvoor hier de tegenwoordige tijd kom je. De zin vraagt alleen naar het moment van de komst.
Why are you late?
Waarom ben je te laat?
- Why
- waarom
- are you
- ben je
- late
- te laat
Uitgebreide uitleg
Why vraagt naar een reden: “waarom”. Het staat hier aan het begin van de vraag. Vergelijk why met when: why vraagt naar de reden, terwijl when naar het tijdstip vraagt. are you bevat de vorm are van het werkwoord be en het onderwerp you. In een Engelse vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Are you ...? In een gewone mededelende zin staat de volgorde omgekeerd: You are .... Are hoort bij you in de tegenwoordige tijd; het is niet de vorm voor he, she of it—daarvoor gebruik je is. late betekent hier dat iemand later is dan verwacht of afgesproken. Het is het bijvoeglijk naamwoord late; de vergelijkende vorm is later, en de overtreffende trap is latest. Voorbeeld: The train is late. — “De trein is te laat.” Samen vormen de delen de vraag Why + are you + late?: de spreker vraagt welke reden ervoor is dat jij te laat bent. De Engelse vraag gebruikt dus vraagwoordvolgorde met are vóór you, terwijl de Nederlandse betekenis natuurlijk wordt weergegeven als “Waarom ben je te laat?”
Grammatica
Wh-word + be + subject + adjective?
Why are you late?
wai ar joe leit?Waarom ben je laat?
In Engelse vragen komt de vorm van be vóór het onderwerp: Why are you...? Het bijvoeglijk naamwoord staat na be.
What + past verb + here?
What happened here?
wot hèpend hier?Wat is hier gebeurd?
Als what het onderwerp van de vraag is, gebruik je geen extra hulpwerkwoord: What happened...?.
Engels woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Waar is het?
Antwoord tonen
Where is it?Waar ben je?
Antwoord tonen
Where are you?Wat is hier gebeurd?
Antwoord tonen
What happened here?Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
hier
Antwoord tonen
herewanneer
Antwoord tonen
whentijd
Antwoord tonen
timewat