Beoordeling, grootte en moeilijkheid | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: A beginner practices six useful English phrases about basic evaluation, size, and difficulty..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Beoordeling, grootte en moeilijkheid oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

This is very good.

dhis iz verie goet. Dit is heel goed.
B

That is not good.

dhet iz nat goet. Dat is niet goed.
A

This is too big.

dhis iz toe big. Dit is te groot.
B

This is too small.

dhis iz toe smol. Dit is te klein.
A

It is very easy.

it iz verie iezie. Het is heel makkelijk.
B

It is very difficult.

it iz verie difikult. Het is heel moeilijk.

Uitleg van de zinnen

  1. This is very good.

    Dit is heel goed.

    This is
    Dit is
    very
    heel
    good
    goed
    Uitgebreide uitleg

    This is betekent hier “dit is”. This verwijst naar iets dat als dichtbij of als het huidige onderwerp wordt aangewezen; het tegenovergestelde aanwijzende woord in de gegeven context is that (“dat”). Is is de vorm van be in de tegenwoordige tijd bij een enkelvoudig onderwerp, zoals this. Voorbeeld: This is my book. — “Dit is mijn boek.” Very versterkt het bijvoeglijk naamwoord dat erop volgt. Very good betekent daarom “heel goed”, sterker dan alleen good (“goed”). Voorbeeld: The film is very good. — “De film is heel goed.” Good is hier een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “goed”. Het beschrijft de kwaliteit van het aangewezen onderwerp. De vergelijkende vorm is better (“beter”); de overtreffende vorm is the best (“het beste”). Voorbeeld: This book is better. — “Dit boek is beter.” Samen vormen de delen de eenvoudige structuur This is + very + adjective: het aangewezen onderwerp wordt beoordeeld als heel goed. De volledige betekenis is: “Dit is heel goed.”

  2. That is not good.

    Dat is niet goed.

    That
    dat
    is
    is
    not
    niet
    good
    goed
    Uitgebreide uitleg

    That betekent hier dat: een aanwijzend voornaamwoord voor iets dat niet nader wordt benoemd. Het verwijst in deze zin naar een niet-geïdentificeerd onderwerp; de vorm zelf geeft niet aan wat het precies is. Vergelijk in een voorbeeld: That is my book. — Dat is mijn boek. is is de tegenwoordige tijd van be bij een derde persoon enkelvoudig onderwerp, zoals that. De relevante vormreeks is: I am, you are, he/she/it is. In deze zin verbindt is het onderwerp met de beschrijving die erop volgt. not maakt de daaropvolgende beschrijving negatief. Het staat hier bij is in de combinatie is not, vaak verkort tot isn't: That isn't good. — Dat is niet goed. De verkorte vorm is informeel gebruikelijk; de niet-verkorte vorm in de vaste zin is volledig correct. good is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis goed. Het beschrijft hier de toestand of kwaliteit van het onderwerp. Het tegenovergestelde is bad (slecht), maar dat vervangt niet automatisch de hele ontkenning: That is bad. betekent Dat is slecht, terwijl That is not good. letterlijk zegt dat iets niet goed is. Samen vormen de delen That + is not + good de betekenis Dat is niet goed. De zin gebruikt een aanwijzend onderwerp, de tegenwoordige vorm van be en een ontkenning vóór het bijvoeglijk naamwoord. De zin zegt niets specifieks over waarnaar that verwijst; die referent moet uit de situatie blijken.

  3. This is too big.

    Dit is te groot.

    This
    dit
    is
    is
    too
    te
    big
    groot
    Uitgebreide uitleg

    This is een aanwijzend voornaamwoord voor één nabij object, persoon of situatie. In deze zin wordt niet gespecificeerd waarnaar het precies verwijst; de vorm zelf drukt hier enkelvoud en nabijheid uit. Het meervoudige tegenbeeld is these. Voorbeeld: This is new. — Dit is nieuw. is is de tegenwoordige tijd van be bij een onderwerp in de derde persoon enkelvoud. De volledige reeks is be (basisvorm), am bij I, are bij you en meervoud, en is bij he, she, it en enkelvoudige naamwoordgroepen. Voorbeeld: This is ready. — Dit is klaar. too staat hier vóór het bijvoeglijk naamwoord en geeft een overmatige graad aan: groter dan geschikt of gewenst is. Het betekent in deze zin dus niet simpelweg very (“erg”). Vergelijk It is very big. — Het is erg groot, met It is too big. — Het is te groot. big is hier een bijvoeglijk naamwoord dat de grootte beschrijft. De vergelijkingsvormen zijn big, bigger en biggest; in too big staat de gewone vorm na too. Voorbeeld: This box is bigger. — Deze doos is groter. Samen vormt This is too big. het patroon This is too + bijvoeglijk naamwoord: een nabij aangeduid enkelvoudig onderwerp wordt met is beschreven als groter dan passend of gewenst. De vaste betekenis is daarom: “Dit is te groot.”

  4. This is too small.

    Dit is te klein.

    This is
    dit is
    too
    te
    small
    klein
    Uitgebreide uitleg

    This is vormt hier het begin van een aanwijzende zin. This is een aanwijzend voornaamwoord voor iets dat als enkelvoudig wordt behandeld; de precieze referent wordt in deze zin niet benoemd. Is is de vorm van be voor de tegenwoordige tijd bij een enkelvoudig onderwerp. Het patroon is This is + beschrijving. Voorbeeld: This is new. — Dit is nieuw. Hier beschrijft new hetzelfde niet nader benoemde onderwerp. too geeft aan dat een eigenschap een ongewenst of ongeschikt hoge graad heeft: too + bijvoeglijk naamwoord betekent hier te .... Het betekent dus niet simpelweg heel; very small betekent heel klein, terwijl too small betekent te klein. small betekent hier klein en beschrijft het onderwerp. De basisvorm is small; de vergelijkende vorm is smaller (kleiner) en de overtreffende vorm smallest (kleinst). Voorbeeld: The box is too small. — De doos is te klein. In dit nieuwe voorbeeld maakt de combinatie too small duidelijk dat de afmeting niet volstaat voor een bepaalde bedoeling. Samen vormen de delen This is too small.: This is wijst naar iets dat als onderwerp wordt aangewezen, too zegt dat de graad boven de geschikte grens ligt, en small benoemt de eigenschap. De vaste betekenis is daarom: Dit is te klein.

  5. It is very easy.

    Het is heel makkelijk.

    It is
    het is
    very
    heel
    easy
    makkelijk
    Uitgebreide uitleg

    It is gebruikt it als onderwerp zonder dat de zin hier een concreet ding als referent aanwijst. is is de tegenwoordige tijd van be bij it (derde persoon enkelvoud): I am, you are, it is. In een patroon als It is + bijvoeglijk naamwoord geeft Engels een algemene beoordeling, bijvoorbeeld: It is useful. — Het is nuttig. very versterkt het bijvoeglijk naamwoord dat erop volgt. Het betekent hier heel of erg; het is geen zelfstandig onderwerp of werkwoord. Vergelijk: easy — makkelijk; very easy — heel makkelijk. easy is een bijvoeglijk naamwoord en beschrijft hoe iets wordt beoordeeld. De vergelijkingsreeks is easy — easier — the easiest (makkelijk — makkelijker — het makkelijkst). In It is very easy staat de gewone vorm, omdat er geen vergelijking tussen meerdere zaken wordt gemaakt. Een voorbeeld: This exercise is easier. — Deze oefening is makkelijker. Samen vormen de delen het patroon It is + very + bijvoeglijk naamwoord. De zin betekent: iets of een activiteit wordt als heel makkelijk beoordeeld. De vaste vertaling geeft dat weer als Het is heel makkelijk.

  6. It is very difficult.

    Het is heel moeilijk.

    It is
    het is
    very
    heel, erg
    difficult
    moeilijk
    Uitgebreide uitleg

    It is bevat het onderwerp it en de tegenwoordige tijd van be. It is de derde persoon enkelvoud; is is de vorm van be die daarbij hoort. De precieze verwijzing van it wordt in deze zin niet gespecificeerd. Voorbeeld: It is cold. — Het is koud. Dit gebruikt hetzelfde patroon met een andere beschrijving. very versterkt het woord dat erop volgt. Het betekent hier heel of erg en verandert difficult niet in een andere vorm. Het staat vóór het bijvoeglijk naamwoord dat het versterkt. difficult betekent hier moeilijk en beschrijft een hoge moeilijkheidsgraad. De vorm blijft gelijk bij enkelvoud en meervoud: a difficult task — een moeilijke taak; difficult tasks — moeilijke taken. De gebruikelijke tegenstelling is easy — makkelijk; dat woord beschrijft het tegenovergestelde in de vorige zin. Samen geeft It is + very + difficult de betekenis: Het is heel moeilijk. De zin drukt uit dat iets zeer moeilijk is; wat it precies aanduidt, wordt hier niet nader genoemd.

Grammatica

It is + adjective

It is very good.

it iz verie goet.

Het is heel goed.

Gebruik it is vóór een bijvoeglijk naamwoord om iets te beschrijven.

not/too + adjective

It is not too big.

it iz nat toe big.

Het is niet te groot.

not maakt de zin ontkennend; too betekent dat iets meer is dan gewenst.

Engels woordenschat

big bijvoeglijk naamwoord
big groot

This is too big.

difficult bijvoeglijk naamwoord
difikult moeilijk

It is very difficult.

easy bijvoeglijk naamwoord
iezie makkelijk

It is very easy.

good bijvoeglijk naamwoord
goet goed

This is very good.

is werkwoord
iz is

This is very good.

it voornaamwoord
it het

It is very easy.

not bijwoord
nat niet

That is not good.

small bijvoeglijk naamwoord
smol klein

This is too small.

that voornaamwoord
dhet dat

That is not good.

this voornaamwoord
dhis dit

This is very good.

too bijwoord
toe te

This is too big.

very bijwoord
verie heel

This is very good.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Dit is heel goed.

Antwoord tonenThis is very good.

Dat is niet goed.

Antwoord tonenThat is not good.

Dit is te groot.

Antwoord tonenThis is too big.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

heel

Antwoord tonenvery

goed

Antwoord tonengood

dat

Antwoord tonenthat

dit

Antwoord tonenthis