Basisuitdrukkingen over gevoelens, voorbereiding en tijd | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: A beginner practices six useful English phrases about basic states, preparation, and time..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Basisuitdrukkingen over gevoelens, voorbereiding en tijd oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I am feeling better.

ai um fie-ling bè-ter Ik voel me beter.
B

I am very busy.

ai um verrie bizz-ie Ik heb het erg druk.
A

I am ready now.

ai um red-ie nau Ik ben nu klaar.
B

I am not ready.

ai um not red-ie Ik ben nog niet klaar.
A

I need more time.

ai nied mor taim Ik heb meer tijd nodig.
B

Do you have time?

də joe hèv taim Heb je tijd?

Uitleg van de zinnen

  1. I am feeling better.

    Ik voel me beter.

    I
    ik
    am feeling
    voel me
    better
    beter
    Uitgebreide uitleg

    I is het Engelse persoonlijk voornaamwoord voor de spreker. Het heeft in het Engels altijd een hoofdletter, ook midden in een zin. In I am ... hoort am bij I; bij andere personen verandert de vorm: you are, he is. am feeling bestaat uit am plus de -ing-vorm feeling van feel. Samen vormt dit hier de present continuous: de spreker beschrijft hoe hij of zij zich nu voelt. feel kan ook in de eenvoudige tegenwoordige tijd staan: I feel better. Dat is een gewone, neutrale manier om dezelfde verbetering uit te drukken; I am feeling better legt iets meer nadruk op de huidige ontwikkeling of toestand. In deze zin betekent feel ‘zich voelen’, niet ‘aanraken’. Voorbeeld: I am feeling tired. — Ik voel me moe. better is de vergrotende trap van good: good — better — best. Hier betekent het dat de toestand van de spreker verbeterd is ten opzichte van een eerder moment of een eerdere toestand. Het woord zegt niet waardoor die verbetering kwam. Bij het werkwoord feel kan better ook de betekenis ‘zich beter voelen’ krijgen, zoals hier. Voorbeeld: She feels better today. — Zij voelt zich vandaag beter. Samen betekent I am feeling better.: Ik voel me beter. De spreker gebruikt I als onderwerp, am feeling om de huidige ervaring uit te drukken, en better om die ervaring met een eerdere toestand te vergelijken.

  2. I am very busy.

    Ik heb het erg druk.

    I am
    ik ben
    very
    erg, heel
    busy
    druk
    Uitgebreide uitleg

    I am bestaat uit het persoonlijk voornaamwoord I en de vorm am van het werkwoord be. In deze zin betekent het geheel “ik ben”. Am hoort bij I; vergelijk: I am ready. = “Ik ben klaar.” Bij een ander onderwerp verandert de vorm: you are, he is. In de eerdere en volgende voorbeeldzin staat dezelfde combinatie met een andere aanvulling: I am feeling better. = “Ik voel me beter” en I am ready now. = “Ik ben nu klaar”. very versterkt het daaropvolgende bijvoeglijke naamwoord. Hier maakt het busy sterker: “erg druk” of “heel druk”. Een vergelijkbare versterker is really, bijvoorbeeld: I am really busy. = “Ik heb het echt druk.” busy is hier een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “druk”, dus iemand heeft veel te doen of weinig vrije tijd. Het kan ook in andere contexten iets of iemand beschrijven die bezet is, maar in deze zin gaat het om de toestand van de spreker. De vergrotende trap is busier en de overtreffende trap the busiest: Today I am busier. = “Vandaag ben ik drukker.” Samen vormen I am very busy. een mededeling over de huidige toestand van de spreker: I am + very + busy betekent “Ik heb het erg druk.” In het Nederlands wordt deze betekenis natuurlijk weergegeven met hebben, terwijl het Engels hier be gebruikt.

  3. I am ready now.

    Ik ben nu klaar.

    I am
    ik ben
    ready
    klaar
    now
    nu
    Uitgebreide uitleg

    I am betekent hier dat de spreker een toestand beschrijft. I is het persoonlijk voornaamwoord voor de spreker; bij I hoort in de tegenwoordige tijd de vorm am van het werkwoord be. Vergelijk: You are ready. — Jij bent klaar. De vorm are hoort daar bij you, niet bij I. ready beschrijft de toestand van voorbereid of beschikbaar zijn. Het is een bijvoeglijk naamwoord en verandert hier niet omdat het onderwerp I is. Een bruikbaar patroon is be + ready: She is ready. — Zij is klaar. Het tegenovergestelde is not ready, zoals in de volgende contextzin. now betekent nu en plaatst de toestand in het huidige moment. Het kan ook aan het begin van de zin staan: Now I am ready. — Nu ben ik klaar. Samen vormen de delen I am ready now.: de spreker zegt dat die persoon op dit moment klaar of voorbereid is. De natuurlijke Nederlandse vertaling is daarom Ik ben nu klaar.

  4. I am not ready.

    Ik ben nog niet klaar.

    I am
    ik ben
    not
    niet
    ready
    klaar
    Uitgebreide uitleg

    I am bestaat uit het persoonlijk voornaamwoord I en de vorm am van het werkwoord be. I verwijst hier naar de spreker. Bij I hoort in de tegenwoordige tijd de vorm am: I am, niet I is of I are. Voorbeeld: I am tired. — Ik ben moe. not maakt de uitspraak ontkennend. Het staat hier na am en vóór de eigenschap die wordt ontkend. Het patroon is subject + be + not + adjective: I am not tired. — Ik ben niet moe. not betekent op zichzelf niet dat de toestand nooit zal veranderen. ready is een bijvoeglijk naamwoord en betekent hier dat iemand voorbereid is of kan beginnen. Het blijft bij I onveranderd; het krijgt hier geen meervouds- of persoonsuitgang. De tegenstelling is not ready: niet klaar. Voorbeeld: They are ready. — Zij zijn klaar. Samen vormen de delen I am not ready.: de spreker zegt dat die op dit moment niet klaar of niet voorbereid is. De vaste Nederlandse vertaling maakt dit weer als Ik ben nog niet klaar.; nog geeft daarbij een voortdurende verwachting weer, terwijl het Engelse not ready zelf letterlijk de ontkenning van ready uitdrukt.

  5. I need more time.

    Ik heb meer tijd nodig.

    need
    nodig hebben
    more
    meer
    time
    tijd
    Uitgebreide uitleg

    need betekent hier dat iets noodzakelijk is voor de spreker. Het is een zelfstandig werkwoord: need (basisvorm), needs bij he/she/it in de tegenwoordige tijd, en needed als verleden tijd of voltooid deelwoord. Voorbeeld: She needs help. — “Zij heeft hulp nodig.” more geeft een grotere hoeveelheid aan dan eerder of dan een bedoelde hoeveelheid. Het staat hier vóór time en betekent “meer”. Bij telbare zelfstandige naamwoorden gebruik je vaak more voor een groter aantal, bijvoorbeeld more books; bij niet-telbare hoeveelheden kan het ook, zoals in more water. time betekent hier beschikbare tijd of duur en is in deze betekenis meestal niet-telbaar: some time, more time, enough time. Het meervoud times heeft vaak een andere betekenis, zoals “keren” in three times. Samen vormen I need en more time de structuur subject + need + noun phrase: de spreker heeft een grotere hoeveelheid tijd nodig. De volledige betekenis is daarom: “Ik heb meer tijd nodig.” De tegenwoordige vorm need past bij het onderwerp I; bij he, she of it wordt dat needs.

  6. Do you have time?

    Heb je tijd?

    Do you
    vraagbegin met je
    have
    hebben
    time
    tijd
    Uitgebreide uitleg

    Do you vormt hier het begin van een vraag in de tegenwoordige tijd. In dit patroon staat do als hulpwerkwoord vóór het onderwerp you; you verwijst naar de aangesprokene. Het hulpwerkwoord draagt de vraagvorm, terwijl het daaropvolgende werkwoord in de basisvorm blijft: Do you work? = Werk je? Bij he, she of it wordt dat bijvoorbeeld Does she work?. have betekent hier ‘hebben’ en staat na Do you in de basisvorm. De tegenwoordige vormen zijn I/you/we/they have en he/she/it has. In deze zin gaat het om het hebben of beschikbaar hebben van tijd, niet om een handeling die met tijd wordt uitgevoerd. Voorbeeld: I have time. = Ik heb tijd. time betekent hier ‘tijd’. Het woord is in deze betekenis meestal een ontelbaar zelfstandig naamwoord: I have time en I need more time, niet doorgaans I have a time wanneer je bedoelt dat je beschikbaarheid hebt. More time betekent ‘meer tijd’. Samen vormen de delen Do you have time?: Do you maakt een vraag, have geeft het bezit of de beschikbaarheid aan, en time benoemt wat iemand heeft. De volledige betekenis is: Heb je tijd?.

Grammatica

be + adjective

You are very busy now.

joe ar verrie bizz-ie nau

Je bent nu erg druk.

In het Engels staat be vóór een bijvoeglijk naamwoord, zoals busy of ready.

need + more + noun

You need more time now.

joe nied mor taim nau

Je hebt nu meer tijd nodig.

Na need komt hier more + een zelfstandig naamwoord: more time.

Engels woordenschat

better bijvoeglijk naamwoord
bè-ter beter

I am feeling better.

busy bijvoeglijk naamwoord
bizz-ie druk

I am very busy.

feeling werkwoord
fie-ling voelen

I am feeling better.

have werkwoord
hèv hebben

Do you have time?

more bepaler
mor meer

I need more time.

need werkwoord
nied nodig hebben

I need more time.

not bijwoord
not niet

I am not ready.

now bijwoord
nau nu

I am ready now.

ready bijvoeglijk naamwoord
red-ie klaar

I am ready now.

time zelfstandig naamwoord
taim tijd

I need more time.

very bijwoord
verrie erg

I am very busy.

you voornaamwoord
joe je

Do you have time?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik voel me beter.

Antwoord tonenI am feeling better.

Ik heb het erg druk.

Antwoord tonenI am very busy.

Ik ben nu klaar.

Antwoord tonenI am ready now.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

nodig hebben

Antwoord tonenneed

klaar

Antwoord tonenready

beter

Antwoord tonenbetter

meer

Antwoord tonenmore