Basisbehoeften en voorkeuren | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: A beginner practices six useful English phrases about basic needs, wishes, and preferences..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Basisbehoeften en voorkeuren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I need some help.

ai nied sum help. Ik heb wat hulp nodig.
B

I need some water.

ai nied sum woter. Ik heb wat water nodig.
A

I want this one.

ai wont dhis wan. Ik wil deze.
B

I want that one.

ai wont dhet wan. Ik wil die.
A

I like this one.

ai laik dhis wan. Ik vind deze leuk.
B

I do not like it.

ai doe not laik it. Ik vind het niet leuk.

Uitleg van de zinnen

  1. I need some help.

    Ik heb wat hulp nodig.

    I
    ik
    need
    nodig hebben
    some
    wat
    help
    hulp
    Uitgebreide uitleg

    I betekent hier ik: de spreker verwijst naar zichzelf. Het is de eerste persoon enkelvoud. In de onderwerpvorm staat I; vergelijk in een andere functie me, bijvoorbeeld in She helps me. — Zij helpt mij. need is hier het werkwoord nodig hebben en staat in de tegenwoordige tijd. Bij I blijft de vorm need; bij he, she of it krijgt dit werkwoord in de tegenwoordige tijd needs, bijvoorbeeld She needs help. — Zij heeft hulp nodig. some geeft hier een niet nader bepaalde hoeveelheid aan: wat. Het stelt geen exact aantal vast. Het kan bijvoorbeeld ook in I need some water. staan — Ik heb wat water nodig. help is hier het zelfstandig naamwoord hulp, niet het werkwoord helpen. Het verwijst naar de hulp die de spreker nodig heeft. Als werkwoord heeft help een andere functie, bijvoorbeeld They help me. — Zij helpen mij. Samen vormen I need some help en de afsluitende punt de volledige mededeling Ik heb wat hulp nodig. De Engelse volgorde is onderwerp (I) + werkwoord (need) + hoeveelheid (some) + zelfstandig naamwoord (help). In deze zin betekent need samen met help dus dat de spreker hulp nodig heeft.

  2. I need some water.

    Ik heb wat water nodig.

    I
    ik
    need
    nodig hebben
    some
    wat
    water
    water
    Uitgebreide uitleg

    I betekent hier dat de spreker zichzelf bedoelt. Het is de eerste persoon enkelvoud en staat als onderwerp vóór het werkwoord. Als onderwerp blijft I dezelfde vorm; als object gebruik je me, bijvoorbeeld: “She helps me.” — “Zij helpt mij.” need is hier de tegenwoordige vorm van het werkwoord need: iets is noodzakelijk of gewenst omdat het ontbreekt. In de tegenwoordige tijd krijgt het bij he, she of it de vorm needs; bij I, you, we en they blijft het need. Bijvoorbeeld: “They need water.” — “Zij hebben water nodig.” some geeft hier een niet nader bepaalde hoeveelheid aan. Het zegt niet hoeveel water het precies is. Voor een niet-telbare stof zoals water staat some vóór het zelfstandig naamwoord. Bijvoorbeeld: “I need some rice.” — “Ik heb wat rijst nodig.” water is het zelfstandig naamwoord voor water, een niet-telbare stof in deze betekenis. Daarom gebruik je hier niet gewoon een meervoudsvorm om een hoeveelheid aan te geven. Een telbare hoeveelheid kan wel met een maat worden uitgedrukt, bijvoorbeeld: “I need a glass of water.” — “Ik heb een glas water nodig.” Samen vormen I need some water een mededelende zin: de spreker zegt dat er een niet nader bepaalde hoeveelheid water nodig is. De Engelse volgorde is onderwerp + werkwoord + hoeveelheid + zelfstandig naamwoord. De vaste vertaling geeft dit weer als “Ik heb wat water nodig.”

  3. I want this one.

    Ik wil deze.

    I
    ik
    want
    willen
    this
    deze
    one
    één exemplaar
    Uitgebreide uitleg

    I is de Engelse persoonlijke voornaamwoordsvorm voor de spreker. Het blijft I, ongeacht het geslacht of aantal van de aangesprokene; als onderwerp staat het vóór het werkwoord. Voorbeeld: I need water. = “Ik heb water nodig.” want betekent hier “willen” en staat in de tegenwoordige tijd. De vorm is hetzelfde bij I, you, we en they; bij he, she en it wordt het wants: She wants this one. = “Zij wil deze.” Let op het verschil tussen want en need: want drukt een wens of voorkeur uit, terwijl need een behoefte uitdrukt. this verwijst naar iets dat de spreker als dichtbij of als het aangewezen exemplaar presenteert. Het is een aanwijzend woord. De bijbehorende vorm voor een verder weg gepresenteerd enkelvoudig exemplaar is that, zoals in I want that one. = “Ik wil die.” one verwijst hier naar één exemplaar of keuze binnen een al bekende groep. Het is niet noodzakelijk een losse telling van het getal één. In this one neemt one de plaats in van een niet-herhaald zelfstandig naamwoord; het specifieke referent wordt door de situatie aangewezen. I want the red one. = “Ik wil het rode exemplaar.” Samen vormen I want en this one de betekenis: de spreker drukt een wens uit en kiest het dichtbij gepresenteerde exemplaar. De volledige zin I want this one. betekent daarom: “Ik wil deze.”

  4. I want that one.

    Ik wil die.

    I
    ik
    want
    wil
    that one
    die
    Uitgebreide uitleg

    I betekent hier ik: de spreker verwijst naar zichzelf als onderwerp. Het is de eerste persoon enkelvoud; voor een groep gebruikt het Engels we. Voorbeeld: I agree. = Ik ben het ermee eens. want betekent hier willen. De basisvorm is want; bij I krijgt de tegenwoordige tijd geen extra uitgang: I want. Bij he, she en it is de vorm wants, zoals in She wants tea. = Zij wil thee. Dit is een werkwoord van verlangen of voorkeur, niet het hulpwerkwoord will voor een toekomstige gebeurtenis. that one betekent die: that wijst naar iets op afstand of naar iets dat als niet-nabij wordt aangewezen, en one staat zelfstandig voor één niet nader genoemd exemplaar van een eerder relevante soort. Het Engelse one drukt hier niet noodzakelijk het getal één uit als tegenstelling tot meerdere exemplaren; het voorkomt vooral herhaling van het bedoelde zelfstandig naamwoord. In de gegeven context contrasteert that one met this one, maar de specifieke referent van that one wordt niet verder benoemd. Samen vormt I want that one. een eenvoudige structuur: onderwerp + werkwoord van willen + aanwijzende nominale woordgroep. De natuurlijke betekenis is: Ik wil die. De zin zegt dat de spreker die aangewezen optie wil; hij specificeert niet welk zelfstandig naamwoord achter one wordt weggelaten.

  5. I like this one.

    Ik vind deze leuk.

    like
    leuk vinden
    this one
    deze
    Uitgebreide uitleg

    I is het Engelse persoonlijke voornaamwoord voor de spreker. Het staat hier als onderwerp. In de tegenwoordige tijd blijft het werkwoord na I in de basisvorm: I like, niet I likes. this one verwijst naar één niet nader genoemde zaak die als dichtbij of als de hier bedoelde keuze wordt aangewezen. this staat voor iets dichtbij; that wijst doorgaans iets verder weg of eerder aangewezen aan. one neemt hier de plaats in van een eerder begrepen zelfstandig naamwoord, zodat dat niet opnieuw gezegd hoeft te worden. De precieze zaak waarnaar this one verwijst, wordt in de vaste zin niet benoemd. like is hier de werkwoordelijke basisvorm met de betekenis ‘leuk vinden’ of ‘waarderen’. Bij I gebruik je in de tegenwoordige tijd like; bij een derde persoon enkelvoud krijgt het werkwoord meestal -s: She likes it. = ‘Zij vindt het leuk.’ De ontkenning gebruikt do not: I do not like it. = ‘Ik vind het niet leuk.’ Samen vormen de delen I + like + this one: de spreker zegt dat die aangewezen keuze hem of haar bevalt. Daarom betekent de hele zin: ‘Ik vind deze leuk.’

  6. I do not like it.

    Ik vind het niet leuk.

    I
    ik
    do not
    ontkenning
    like
    leuk vinden
    it
    het
    Uitgebreide uitleg

    I is het onderwerp en verwijst hier naar de spreker. De vorm I is de eerste persoon enkelvoud; ze verandert niet naar een andere vorm zoals he of they. do not maakt in deze tegenwoordige tijd de ontkenning. Bij een gewoon Engels werkwoord staat in een ontkennende zin vaak do + not, terwijl het betekenisdragende werkwoord daarna in de basisvorm blijft: I do not like, niet I do not likes. In informele stijl wordt do not vaak verkort tot don't. like betekent hier iets prettig vinden of waarderen. De basisvorm is like; na do blijft die vorm onveranderd. In een bevestigende zin met I staat bijvoorbeeld: I like this one. — Ik vind deze leuk. Met een derde persoon enkelvoud krijgt het werkwoord in een bevestigende tegenwoordige zin wel een uitgang: She likes it. — Zij vindt het leuk., maar na does not blijft het like: She does not like it. — Zij vindt het niet leuk. it is het lijdend voorwerp: datgene wat de spreker niet leuk vindt. Het is het Engelse persoonlijke voornaamwoord voor een niet-persoonlijk enkelvoudig referent; de concrete referent wordt in deze ene zin niet benoemd. Als onderwerp heeft dezelfde vorm een andere plaats in de zin: It is useful. — Het is nuttig. Samen vormen de delen I + do not + like + it de Engelse ontkennende tegenwoordige zin I do not like it. De vaste betekenis is: Ik vind het niet leuk.

Grammatica

some + noun

I need some help.

ai nied sum help.

Ik heb wat hulp nodig.

In het Engels staat some vóór het zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld bij niet-telbare woorden zoals help en water.

this/that + one

I want this one.

ai wont dhis wan.

Ik wil dit exemplaar.

This en that wijzen iets aan; one vervangt het zelfstandig naamwoord dat al duidelijk is.

Engels woordenschat

help zelfstandig naamwoord
help hulp
I voornaamwoord
ai ik
it voornaamwoord
it het
like werkwoord
laik leuk vinden
need werkwoord
nied nodig hebben
not bijwoord
not niet
one voornaamwoord
wan één; exemplaar
some bepaler
sum wat
that bepaler
dhet die
this bepaler
dhis deze
want werkwoord
wont willen
water zelfstandig naamwoord
woter water

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb wat hulp nodig.

Antwoord tonenI need some help.

Ik heb wat water nodig.

Antwoord tonenI need some water.

Ik wil deze.

Antwoord tonenI want this one.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

deze

Antwoord tonenthis

water

Antwoord tonenwater

wat

Antwoord tonensome

hulp

Antwoord tonenhelp