Basisbezit en vaardigheden | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: A beginner practices six useful English phrases about basic possession and ability..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Basisbezit en vaardigheden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I have this one.

ai hev dhis wan Ik heb deze.
B

I do not have it.

ai doe not hev it Ik heb het niet.
A

I can do it.

ai ken doe it Ik kan het doen.
B

I cannot do it.

ai kenot doe it Ik kan het niet doen.
A

Can you help me?

ken je help mie Kun je me helpen?
B

Can you do this?

ken je doe dhis Kun je dit doen?

Uitleg van de zinnen

  1. I have this one.

    Ik heb deze.

    I have
    ik heb
    this
    deze
    one
    exemplaar
    Uitgebreide uitleg

    I have betekent hier dat de spreker iets heeft of bij zich heeft. have is de tegenwoordige vorm bij I; vergelijk I have met he/she has. Voorbeelden: I have a key. = Ik heb een sleutel. en She has a key. = Zij heeft een sleutel. this verwijst hier naar één ding dat de spreker als dichtbij of als het aangewezen huidige ding presenteert. Het is een aanwijzend woord: this wordt gebruikt voor één ding en these voor meer dan één ding. Het concrete referent van this wordt in de vaste zin niet nader benoemd; de Nederlandse vertaling bevestigt wel de lezing deze. one staat hier voor één exemplaar of ding van een al begrepen soort. Het voorkomt dat dezelfde naam opnieuw wordt gezegd. In I have this one hoeft one dus niet te betekenen dat het getal één wordt beklemtoond; het fungeert hier als vervanger van een zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: I like the blue one. = Ik vind de blauwe mooi. Samen vormen I have en this one de betekenis: de spreker zegt dat het aangewezen exemplaar in diens bezit is: Ik heb deze.

  2. I do not have it.

    Ik heb het niet.

    I
    ik
    do not have
    niet hebben
    it
    het
    Uitgebreide uitleg

    I is het onderwerp: de spreker verwijst naar zichzelf. In het Engels blijft dit voornaamwoord hetzelfde voor de eerste persoon enkelvoud; het werkwoord krijgt hier dus geen aparte persoonsuitgang. do not have drukt hier een ontkenning in de tegenwoordige tijd uit. Bij een gewone ontkenning met I, you, we of they staat do not vóór het werkwoord; daarna blijft have in de basisvorm. De verkorte vorm is don't have. Vergelijk: I have it. = Ik heb het. tegenover I don't have it. = Ik heb het niet. it is het lijdend voorwerp en een derde-persoons enkelvoudig voornaamwoord voor de bedoelde zaak of het bedoelde object. De precieze referent wordt in deze zin niet benoemd; de vertaling bevestigt hier de betekenis het. It kan ook in andere zinnen naar een dier of een eerder genoemde situatie verwijzen, afhankelijk van de context. Samen vormen de delen I + do not have + it de betekenis: Ik heb het niet. De ontkenning hoort bij have: de spreker zegt dat hij of zij het bedoelde object niet bezit of niet beschikbaar heeft. De neutrale vorm is geschikt in gewone gesprekken; I don't have it is de gebruikelijke verkorte spreektaalvariant.

  3. I can do it.

    Ik kan het doen.

    I can
    ik kan
    do
    doen
    it
    het
    Uitgebreide uitleg

    I can drukt uit dat de spreker iets kan of ertoe in staat is. can is een modaal hulpwerkwoord; na can staat het volgende werkwoord in de basisvorm, zonder to: I can do. Bij he, she en it blijft can ook onveranderd: She can help = Zij kan helpen. De ontkenning is cannot of de verkorte vorm can't: I cannot do it = Ik kan het niet doen. do betekent hier ‘doen’ en staat in de basisvorm omdat het na het modale hulpwerkwoord can komt. In andere constructies kan dezelfde basisvorm ook als zelfstandig werkwoord voorkomen, bijvoorbeeld: I do my work = Ik doe mijn werk. De vorm verandert in de tegenwoordige tijd bij he, she en it naar does: She does it = Zij doet het. it is een persoonlijk voornaamwoord voor een derde persoon enkelvoud. Het verwijst hier naar iets dat de spreker kan doen; welk concreet ding of welke concrete handeling dat is, wordt in deze zin niet nader genoemd. De vorm it is zowel onderwerp- als objectvorm in het Engels; hier is het een object van do. In het Nederlands wordt dat in de vaste vertaling weergegeven met het. Samen vormen de delen I can + do + it: de spreker zegt dat die persoon in staat is om het bedoelde, niet nader omschreven iets te doen. De volledige betekenis is dus: Ik kan het doen.

  4. I cannot do it.

    Ik kan het niet doen.

    I cannot
    ik kan niet
    do
    doen
    it
    het
    Uitgebreide uitleg

    I cannot betekent hier dat de spreker niet in staat is om iets te doen. cannot is de ontkennende vorm van can; can drukt mogelijkheid of bekwaamheid uit, terwijl cannot dat ontkent. Na can of cannot staat het werkwoord in de basisvorm: I can do it betekent “ik kan het doen”, en I cannot do it betekent “ik kan het niet doen”. Het onderwerp I verwijst hier naar de spreker. do is hier het zelfstandige werkwoord “doen”. Het staat in de basisvorm omdat het volgt op het modale hulpwerkwoord cannot; een vorm als does of did hoort hier niet. Voorbeeld: She cannot come. — “Zij kan niet komen.” it is een persoonlijk voornaamwoord dat hier naar een niet nader benoemde handeling of zaak verwijst. De Engelse vorm it verandert niet naar mannelijk of vrouwelijk; de precieze referent moet uit de context komen. In deze vaste zin is alleen duidelijk dat dit het object van do is. Samen vormen de delen I cannot + do it: de spreker zegt dat hij of zij die niet nader benoemde handeling of taak niet kan uitvoeren. De volledige betekenis is dus: “Ik kan het niet doen.”

  5. Can you help me?

    Kun je me helpen?

    Can you
    kun je
    help
    helpen
    me
    me
    Uitgebreide uitleg

    Can you staat hier aan het begin van een ja/nee-vraag. can is een modaal hulpwerkwoord met de betekenis “kunnen”; in een vraag komt het vóór het onderwerp: Can you ...? = “Kun je ...?”. Het blijft can bij alle personen: I can, she can, Can they ...?. Voorbeeld: Can you do this? — “Kun je dit doen?” help is de basisvorm van het werkwoord “helpen”. Na het modale hulpwerkwoord can gebruik je de basisvorm, niet bijvoorbeeld een vorm met -s of -ed: can help. Voorbeeld: I can help. — “Ik kan helpen.” me is hier het voorwerpsvoornaamwoord voor de spreker: “mij/me”. Het is de vorm die de handeling ondergaat; als onderwerp hoort daarbij I: I help you — “Ik help jou”, maar You help me — “Jij helpt mij.” Samen vormt Can you help me? de vraag “Kun je me helpen?”. Can you vraagt naar de mogelijkheid of bereidheid, help noemt de handeling en me geeft aan dat de spreker degene is die hulp ontvangt.

  6. Can you do this?

    Kun je dit doen?

    Can you
    Kun je ...?
    do
    doen
    this
    dit
    Uitgebreide uitleg

    Can you vormt hier een vraag naar iemands mogelijkheid of bereidheid: “Kun je ...?” Can is een modaal hulpwerkwoord en blijft in de tegenwoordige tijd hetzelfde bij alle personen: I can, you can, she can. Na can komt het werkwoord in de basisvorm, zonder to en zonder persoonsuitgang: Can you help? = “Kun je helpen?” In de gegeven vraag is you de aangesprokene; Engels maakt in deze vorm geen onderscheid tussen één en meer aangesproken personen. do betekent hier “doen” en staat in de basisvorm omdat het na het modale hulpwerkwoord can komt. Het is het zelfstandige werkwoord met de algemene betekenis “een handeling uitvoeren”. Voorbeeld: I can do it. = “Ik kan het doen.” In een andere constructie kan do ook als hulpwerkwoord voorkomen, bijvoorbeeld in Do you work?; dat is een ander gebruik dan het zelfstandige werkwoord in deze zin. this betekent hier “dit”. Het is een aanwijzend voornaamwoord voor één zaak of handeling die de spreker als nabij of direct aangewezen presenteert. Het vormt geen meervoud: het bijbehorende meervoud is these, zoals in Can you do these? = “Kun je deze dingen doen?” In deze zin verwijst this naar wat er op dat moment wordt aangewezen of bedoeld; de precieze zaak wordt niet verder benoemd. Samen vormt Can you do this? de herbruikbare vraagstructuur Can you + basisvorm van het werkwoord + this?: “Kun je dit [werkwoord]?” De zin vraagt of de aangesprokene dit kan of wil doen, zonder vast te leggen waarom dat mogelijk is of wat het precies aangewezen werk is.

Grammatica

do not + werkwoord

I do not have it.

ai doe not hev it

Ik heb het niet.

In het Engels staat do not voor het werkwoord om een zin ontkennend te maken.

this one

I have this one.

ai hev dhis wan

Ik heb deze.

one vervangt een zelfstandig naamwoord dat al duidelijk is; this one betekent ‘deze’ of ‘dit exemplaar’.

Engels woordenschat

do werkwoord
doe doen
have werkwoord
hev hebben
help werkwoord
help helpen
I voornaamwoord
ai ik
it voornaamwoord
it het
me voornaamwoord
mie mij/me
not bijwoord
not niet
one voornaamwoord
wan één/eentje
this bepaler
dhis dit/deze
you voornaamwoord
joe jij/je

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb deze.

Antwoord tonenI have this one.

Ik heb het niet.

Antwoord tonenI do not have it.

Ik kan het doen.

Antwoord tonenI can do it.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

dit/deze

Antwoord tonenthis

hebben

Antwoord tonenhave

helpen

Antwoord tonenhelp

jij/je

Antwoord tonenyou