Basiscontrole en vragen naar de status | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: A beginner practices six useful English phrases about basic checking and asking about status..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Basiscontrole en vragen naar de status oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

Is this okay?

Iz dhis oo-kee? Is dit goed?
B

Is this your bag?

Iz dhis jor beg? Is dit jouw tas?
A

Is anyone sitting here?

Iz eniewan sitting hir? Zit hier iemand?
B

Are you busy now?

Ar joe biziň nau? Ben je nu druk?
A

Are you ready now?

Ar joe redi nau? Ben je nu klaar?
B

Do you need help?

Də joe niid help? Heb je hulp nodig?

Uitleg van de zinnen

  1. Is this okay?

    Is dit goed?

    Is this
    Is dit ...?
    okay
    goed; in orde
    Uitgebreide uitleg

    Is this vormt hier de vraagstructuur: is is de tegenwoordige vorm van be bij this, en door is vóór het onderwerp te plaatsen ontstaat een ja/nee-vraag. this is een aanwijzend voornaamwoord voor één nabij of aangewezen ding; in de volgende voorbeeldzin wordt dezelfde structuur gebruikt in Is this your bag?. okay is hier een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis ‘goed’ of ‘in orde’. Het beschrijft de toestand of aanvaardbaarheid van het aangewezen ding. Een bruikbaar contrast is not okay: ‘niet goed’ of ‘niet in orde’. Samen betekent de vaste zin: ‘Is dit goed?’ of natuurlijker: ‘Is dit in orde?’ De herbruikbare patroonvorm is Is this + bijvoeglijk naamwoord?, bijvoorbeeld: Is this ready? — ‘Is dit klaar?’

  2. Is this your bag?

    Is dit jouw tas?

    Is this
    Is dit …?
    your
    jouw
    bag
    tas
    Uitgebreide uitleg

    Is this vormt hier het begin van een ja-neevraag. is is de vorm van be bij this en staat vóór het onderwerp; this verwijst grammaticaal naar één dichtbij aangewezen ding. Het patroon is Is this ...?, bijvoorbeeld: “Is this the key?” — “Is dit de sleutel?” your is een bezittelijk bepalend woord: het geeft aan dat iets bij de aangesprokene hoort. Deze vorm blijft hetzelfde voor één of meer bezitters en voor verschillende zelfstandige naamwoorden. Vergelijk your bag met your bags. Het is niet hetzelfde als you, dat de persoon zelf aanduidt. bag is hier het zelfstandig naamwoord voor een tas. Het enkelvoud is bag, het meervoud is bags. Met een telbaar zelfstandig naamwoord in het enkelvoud staat in een gewone Engelse mededeling vaak een bepaler, zoals in a bag of your bag; hier bepaalt your het zelfstandig naamwoord. Samen vormen de delen de vraag Is this your bag?: “Is dit jouw tas?” De vraag controleert of het aangewezen voorwerp de tas van de aangesprokene is.

  3. Is anyone sitting here?

    Zit hier iemand?

    Is anyone
    is er iemand …?
    sitting
    zitten
    here
    hier
    Uitgebreide uitleg

    Is anyone vormt hier het begin van een ja-neevraag naar de aanwezigheid van een onbekende persoon. Anyone betekent in zo'n vraag “iemand”; het verwijst niet naar een specifiek geïdentificeerd persoon. De volgorde is Is + anyone + …, dus het werkwoord staat vóór het onderwerp. Vergelijk als herbruikbaar patroon: Is anyone there? — “Is daar iemand?” Sitting is de -ing-vorm van sit (“zitten”). Samen met is vormt deze vorm de present progressive: is sitting beschrijft dat iemand op dit moment zit. De vorm sitting zelf draagt hier niet de persoons- of getalsinformatie; die staat in is. Een bruikbaar contrast is sit voor de basisvorm en sitting in is sitting: She is sitting. — “Ze zit.” Here is een bijwoord dat de plaats vanuit het perspectief van de spreker aanduidt: “hier”. Het specificeert de plaats waar het zitten plaatsvindt. Een herbruikbaar voorbeeld is Is anyone sitting there? — “Zit daar iemand?”; there vervangt dan alleen de plaatsaanduiding. Samen betekenen Is anyone sitting here? en de vaste vertaling Zit hier iemand?: de spreker vraagt of er op deze plaats op dit moment iemand zit. De vraag gebruikt dus een onbekende persoon als onderwerp, de vorm is sitting voor de actuele toestand en here voor de plaats.

  4. Are you busy now?

    Ben je nu druk?

    Are you
    ben je
    busy
    druk
    now
    nu
    Uitgebreide uitleg

    Are you bevat de tegenwoordige vorm are van het werkwoord be en het onderwerp you. In een Engelse ja-neevraag staat are vóór you: Are you ...? De vorm are hoort bij you; ze verandert hier niet door enkelvoud of meervoud. Voorbeeld: Are you ready? = Ben je klaar? busy is hier een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis ‘druk’ of ‘bezig’. Na be beschrijft het een toestand van het onderwerp: be busy. De vergelijkingsvormen zijn busy, busier, the busiest; bij busier verandert de spelling van y in i. Voorbeeld: I am busy today. = Ik ben vandaag druk. now is een bijwoord van tijd en plaatst de toestand in het huidige moment. Het kan ook in een mededeling staan, bijvoorbeeld She is busy now. = Zij is nu druk. Samen vormt Are you busy now? de vraag be + onderwerp + toestand + tijdsbepaling: ‘Ben je nu druk?’ De vraag gaat dus over de toestand van you op dit moment.

  5. Are you ready now?

    Ben je nu klaar?

    Are you
    ben je
    ready
    klaar
    now
    nu
    Uitgebreide uitleg

    Are you vormt hier een ja-neevraag in de tegenwoordige tijd: are is de vorm van be bij you, en you kan naar één persoon of naar meerdere personen verwijzen. In een vraag staat de vorm van be vóór het onderwerp: Are you ...? Vergelijk als bruikbaar patroon: Are you busy? = Ben je druk?. ready is hier een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis ‘klaar’ of ‘gereed’. Het beschrijft de toestand van de aangesprokene; are verbindt you met die toestand. De gebruikelijke vergrotende trap is readier en de overtreffende trap readiest, hoewel zulke vormen alleen nodig zijn wanneer er een vergelijking wordt gemaakt. Voorbeeld: I am ready. = Ik ben klaar. now betekent ‘nu’ en plaatst de beschreven toestand in het huidige moment. Het is een bijwoord en verandert niet mee met de persoon of het aantal. Samen vormen de delen Are you + ready + now? de vraag Ben je nu klaar?: de spreker vraagt of de aangesprokene op dit moment klaar is. Het woord now staat aan het einde en benadrukt het huidige moment.

  6. Do you need help?

    Heb je hulp nodig?

    Do you
    heb je …?
    need
    nodig hebben
    help
    hulp
    Uitgebreide uitleg

    Do you vormt hier het begin van een Engelse ja-neevraag: do is het hulpwerkwoord en you is het onderwerp. In de tegenwoordige tijd gebruikt het Engels do bij een vraag met een gewoon werkwoord, behalve wanneer een ander hulpwerkwoord de vraag al vormt. Het onderwerp you heeft hier dezelfde vorm voor enkelvoud en meervoud. Voorbeeld: Do you work? — Werk je? / Werken jullie? need betekent hier ‘nodig hebben’. Het is het gewone werkwoord in de basisvorm, omdat do de vraag draagt: Do you need ...? Bij een bevestigende zin zonder do krijgt het werkwoord bij he, she of it wel de vorm needs: She needs help. — Zij heeft hulp nodig. Bij you is de vorm need: You need help. — Je hebt hulp nodig. help is hier het zelfstandig naamwoord ‘hulp’. In deze betekenis staat het zonder lidwoord: need help betekent ‘hulp nodig hebben’. Het woord kan ook als werkwoord voorkomen, bijvoorbeeld Can you help me? — Kun je me helpen? Dat is een andere grammaticale functie dan het zelfstandig naamwoord in de vaste zin. Samen vormen de delen het herbruikbare patroon Do you need + zelfstandig naamwoord? — ‘Heb je ... nodig?’ De volledige vraag Do you need help? betekent dus: ‘Heb je hulp nodig?’ De vraag stelt alleen vast of de aangesprokene hulp nodig heeft; ze zegt niet hoeveel hulp of welke specifieke hulp.

Grammatica

your + noun

your bag

jor beg

jouw tas

your staat vóór een zelfstandig naamwoord om bezit aan te geven: your bag = jouw tas.

Engels woordenschat

anyone voornaamwoord
eniewan iemand
bag zelfstandig naamwoord
beg tas
busy bijvoeglijk naamwoord
biziň druk
help zelfstandig naamwoord
help hulp
here bijwoord
hir hier
need werkwoord
niid nodig hebben
now bijwoord
nau nu
okay bijvoeglijk naamwoord
oo-kee goed
ready bijvoeglijk naamwoord
redi klaar
sit werkwoord
sit zitten sitting
this bepaler
dhis dit
your bepaler
jor jouw

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Is dit goed?

Antwoord tonenIs this okay?

Is dit jouw tas?

Antwoord tonenIs this your bag?

Zit hier iemand?

Antwoord tonenIs anyone sitting here?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

iemand

Antwoord tonenanyone

goed

Antwoord tonenokay

nodig hebben

Antwoord tonenneed

druk

Antwoord tonenbusy