Bewegen in en rond het huis | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: A beginner practices six useful English phrases about basic movement, home, and neighborhood..

NL → EN / Niveau: A1

Over deze les

Met Bewegen in en rond het huis oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I am coming now.

ai em kam-ing nau Ik kom nu.
B

I am going home.

ai em gou-ing hoom Ik ga naar huis.
A

I am at home.

ai em et hoom Ik ben thuis.
B

I am outside now.

ai em aut-said nau Ik ben nu buiten.
A

I will be back.

ai wul bie bek Ik kom terug.
B

I live near here.

ai liv nier hir Ik woon hier in de buurt.

Woord voor woord

I “I” verwijst hier naar de persoon die spreekt: de spreker zelf. Het staat vooraan in zinnen zoals “I am coming now.” en “I live near here.” Gebruik “I” wanneer je iets over jezelf zegt.
am “am” is hier de vorm van “be” die met “I” wordt gebruikt, bijvoorbeeld in “I am coming now.” en “I am at home.” In deze zinnen helpt “am” om de toestand, plaats of handeling van de spreker uit te drukken. Een vast patroon is “I am” gevolgd door een verdere beschrijving.
coming “coming” betekent hier dat de spreker naar de gesprekspartner of de bedoelde plaats beweegt. In “I am coming now.” staat het na “I am” in de constructie “I am coming”. Gebruik dit bijvoorbeeld wanneer iemand wacht en je zegt dat je onderweg bent.
now “now” betekent hier “op dit moment” en maakt duidelijk dat de beweging onmiddellijk plaatsvindt. In “I am coming now.” staat het aan het einde van de zin. Je kunt “now” vaak gebruiken om het tijdstip van een handeling te benadrukken.
going “going” betekent hier dat de spreker zich naar een andere plaats beweegt, namelijk thuis in “I am going home.” Het staat na “I am” in de constructie “I am going”. Gebruik deze vorm wanneer je vertelt waar je op dit moment naartoe gaat.
home “home” verwijst hier naar de eigen woning van de spreker in “I am going home.” Na “going” wordt de bestemming hier zonder “to” uitgedrukt: “going home”. Je kunt “home” ook gebruiken om de plaats aan te duiden waar je bent, zoals in “I am at home.”
at “at” geeft hier een plaats aan in “I am at home.” Het laat zien waar de spreker zich bevindt. Een bruikbaar patroon is “be at” gevolgd door een plaats, zoals “at home”.
outside “outside” betekent hier dat de spreker niet binnen is, in “I am outside now.” Het staat na “am” en beschrijft de plaats of toestand van de spreker. Gebruik “be outside” wanneer je zegt dat je buiten bent.
will “will” markeert in “I will be back.” dat de genoemde toestand in de toekomst geldt. Het staat vóór “be” in de constructie “will be”. Gebruik “will” gevolgd door een werkwoord wanneer je een toekomstige handeling of toestand uitdrukt.
be “be” geeft in “I will be back.” de toekomstige toestand van de spreker aan: de spreker zal terug zijn. Na “will” blijft deze vorm “be” onveranderd. Een bruikbaar patroon uit deze zin is “will be” gevolgd door een verdere beschrijving.
back “back” betekent hier dat de spreker terug zal zijn op de eerdere of verwachte plaats. In “I will be back.” vormt het samen met “be” de uitdrukking “be back”. Gebruik “I will be back.” bijvoorbeeld wanneer je tijdelijk weggaat en terugkomt.
live “live” betekent hier dat de spreker ergens woont, in “I live near here.” Het beschrijft een vaste woonplaats, niet alleen een beweging op dit moment. Een bruikbaar patroon is “I live” gevolgd door een plaats, zoals “near here”.
near “near” betekent hier “dicht bij” en geeft in “I live near here.” de nabijheid van de woonplaats aan. Het staat vóór de plaatsaanduiding “here” in de combinatie “near here”. Gebruik “near” vóór een plaats of ander punt dat als referentie dient.
here “here” verwijst in “I live near here.” naar de plaats die de spreker als uitgangspunt aanwijst: deze plek of de omgeving ervan. Samen met “near” vormt het de uitdrukking “near here”, “dicht bij hier”. Gebruik “here” wanneer je naar de plaats van de spreker of de gesprekssituatie verwijst.

Grammatica

go home

going home

gou-ing hoom

naar huis gaan

In het Engels gebruik je bij deze vaste uitdrukking geen to: go home, niet go to home.

verb + -ing

coming

kam-ing

komen / aan het komen

De vorm op -ing kan aangeven dat een handeling bezig is; hier is coming de -ing-vorm van come.

Engels woordenschat

at home uitdrukking
et hoom thuis

I am at home.

back bijwoord
bek terug

I will be back.

come werkwoord
kam komen coming

I am coming now.

go home uitdrukking
gou hoom naar huis gaan going home

I am going home.

live werkwoord
liv wonen

I live near here.

near here uitdrukking
nier hir hier in de buurt

I live near here.

now bijwoord
nau nu

I am coming now.

outside bijwoord
aut-said buiten

I am outside now.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik kom nu.

Antwoord tonenI am coming now.

Ik ga naar huis.

Antwoord tonenI am going home.

Ik ben thuis.

Antwoord tonenI am at home.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

buiten

Antwoord tonenoutside

terug

Antwoord tonenback

komen

Antwoord tonencoming

wonen

Antwoord tonenlive