Please
“Please” maakt van “Please open the door.” een beleefd verzoek. Je gebruikt het vaak aan het begin van een verzoek, bijvoorbeeld in “Please close the window.” In deze dialoog vraagt een spreker iemand thuis om iets te doen.
open
“Open” betekent hier dat je ervoor zorgt dat iets niet meer gesloten is, zoals een deur. In “Please open the door.” staat de exacte vorm “open” na “Please” in een verzoek. Je kunt dezelfde structuur gebruiken met een ander object, bijvoorbeeld in het nieuwe voorbeeld “Please open the window.”
the
“The” verwijst hier naar een specifiek item: de deur die de gesprekspartners kennen. In “the door” staat het vóór het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt “the” ook vóór een ander specifiek object, zoals in “the window.”
door
“Door” betekent hier de deur in huis die geopend moet worden. In “Please open the door.” staat “door” na “the”. Je gebruikt het woord bijvoorbeeld wanneer je iemand vraagt een deur te openen of te sluiten.
close
“Close” betekent hier dat je ervoor zorgt dat een raam niet meer open is. In “Please close the window.” staat de exacte vorm “close” in een beleefd verzoek. Je kunt “close” gebruiken vóór een specifiek object, zoals “the window.”
window
“Window” betekent hier het raam in huis dat gesloten moet worden. In “the window” staat het na “the” als het specifieke object van “close”. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je iemand vraagt een raam dicht te doen.
turn
“Turn” betekent hier de toestand van een apparaat veranderen door het aan of uit te zetten. In “Please turn it on.” en “Please turn it off.” krijgt het samen met “on” of “off” zijn precieze betekenis. Je gebruikt de structuur “turn it on” of “turn it off” wanneer je iemand vraagt een apparaat te bedienen.
it
“It” verwijst hier naar het apparaat of ding waarop de handeling gericht is. In “turn it on” en “turn it off” staat “it” vóór “on” of “off”. Je gebruikt “it” wanneer al duidelijk is over welk ding je spreekt.
on
“On” geeft hier aan dat een apparaat in werking moet zijn. In “Please turn it on.” vormt het samen met “turn” de uitdrukking “turn it on”. Je gebruikt deze combinatie wanneer je iemand vraagt een apparaat aan te zetten.
off
“Off” geeft hier aan dat een apparaat niet in werking moet zijn. In “Please turn it off.” vormt het samen met “turn” de uitdrukking “turn it off”. Je gebruikt deze combinatie wanneer je iemand vraagt een apparaat uit te zetten.
give
“Give” betekent hier iets aan iemand overhandigen. In “Please give me this.” staat de persoon die iets ontvangt in “me” en het aangewezen voorwerp in “this”. Je kunt de structuur “give me” gebruiken wanneer je beleefd om iets vraagt.
me
“Me” verwijst hier naar de spreker als ontvanger van iets. In “give me this” staat “me” direct na “give” en vóór het voorwerp “this”. Je gebruikt deze vorm wanneer iemand iets aan jou moet geven.
this
“This” verwijst hier naar het voorwerp dat dichtbij is of wordt aangewezen. In “Please give me this.” is “this” het ding dat de spreker wil ontvangen. Je gebruikt “this” om naar een concreet, nabij item te verwijzen.
I
“I” verwijst hier naar de spreker. In “I will take this.” staat “I” aan het begin als degene die de handeling uitvoert. Je gebruikt “I” wanneer je over jezelf spreekt.
will
“Will” geeft in “I will take this.” aan dat de spreker van plan is dit te nemen. Het staat vóór de werkwoordsvorm “take”. Je gebruikt de structuur “I will” wanneer je een voornemen of beslissing over een handeling uitdrukt.
take
“Take” betekent hier dat de spreker dit voorwerp zal kiezen of aannemen. In “I will take this.” staat “take” na “will” en vóór “this”. Je kunt de structuur “I will take” gebruiken wanneer je aangeeft wat je zult nemen.