Dagelijkse handelingen | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: A beginner practices six useful English phrases about basic actions happening now..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Dagelijkse handelingen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

What are you doing?

Wot er joe doe-ing? Wat ben je aan het doen?
B

I am eating now.

Ai em ieting nau. Ik eet nu.
A

I am drinking water.

Ai em drinking wóter. Ik drink water.
B

I am making dinner.

Ai em meejking dinner. Ik maak het avondeten.
A

I am cleaning my room.

Ai em kliening mai roem. Ik maak mijn kamer schoon.
B

I am taking a shower.

Ai em teejking uh sjauwer. Ik neem een douche.

Uitleg van de zinnen

  1. What are you doing?

    Wat ben je aan het doen?

    What
    wat
    are you
    ben je
    doing
    doen
    Uitgebreide uitleg

    What vraagt hier naar de activiteit die iemand uitvoert: “wat”. Als vraagwoord staat het vooraan in de vraag. Vergelijk: What do you want? — “Wat wil je?” are you vormt hier samen het vragende deel van de tegenwoordige vorm van be: you are wordt in een vraag are you. Bij you is are zowel voor enkelvoud als meervoud hetzelfde; de vorm zegt op zichzelf dus niet hoeveel personen worden aangesproken. Voorbeeld: Are you ready? — “Ben je klaar?” doing is de vorm op -ing van het werkwoord do. Met are vormt die de present progressive: are doing, voor iets dat op dit moment bezig is. Het basiswerkwoord is do, niet doing. Voorbeeld: What are they doing? — “Wat zijn ze aan het doen?” Samen is de volgorde What + are + you + doing?: het vraagwoord vraagt naar de activiteit, are staat vóór het onderwerp you, en doing benoemt de handeling die nu bezig is. De volledige betekenis is: “Wat ben je aan het doen?”

  2. I am eating now.

    Ik eet nu.

    I am
    ik ben
    eating
    eten
    now
    nu
    Uitgebreide uitleg

    I am bestaat uit het onderwerp I (de spreker) en de vorm am van be. Samen is dit hier de hulpwerkwoordconstructie voor de Engelse vorm be + werkwoord op -ing: die geeft aan dat de handeling op dit moment bezig is. Bij andere onderwerpen verandert be, bijvoorbeeld You are eating = “Je bent aan het eten” en He is eating = “Hij is aan het eten”. eating is de -ing-vorm van het werkwoord eat (“eten”). In deze zin verwijst die vorm naar de handeling die nu bezig is. Het werkwoord eat heeft in de tegenwoordige tijd bij I, you, we en they de vorm eat; bij he, she en it wordt dat eats. Voorbeeld: She is eating = “Zij is aan het eten.” now betekent “nu” en bepaalt wanneer het eten plaatsvindt. Het kan ook in andere posities staan: Now I am eating betekent eveneens “Nu ben ik aan het eten.” De delen vormen samen I am eating now: “Ik eet nu.” In natuurlijk Nederlands kan dit ook worden opgevat als “Ik ben nu aan het eten”; de Engelse vorm maakt expliciet dat het eten op dit moment bezig is.

  3. I am drinking water.

    Ik drink water.

    I
    ik
    am
    ben
    drinking
    drinken
    water
    water
    Uitgebreide uitleg

    I betekent hier de spreker zelf: de eerste persoon enkelvoud. In het Engels blijft deze vorm gelijk als onderwerp; vergelijk I met you voor de aangesprokene. Voorbeeld: I am ready. — Ik ben klaar. am is de vorm van be die bij I hoort. Samen met een vorm op -ing vormt am drinking de present continuous: die beschrijft een handeling die nu bezig is. De vormen van be verschillen per onderwerp: I am, maar you are en he/she is. drinking komt van het werkwoord drink. De vorm op -ing laat hier zien dat het drinken op dit moment plaatsvindt. Voorbeeld: She is drinking tea. — Zij is thee aan het drinken. water is een ontelbaar zelfstandig naamwoord voor water als stof of vloeistof. Het krijgt in deze algemene betekenis geen meervoudsuitgang: water, niet gewoonlijk waters. Voor een afgebakende hoeveelheid kun je bijvoorbeeld a glass of water zeggen — een glas water. Samen betekent I am drinking water.: I benoemt de spreker, am drinking beschrijft een handeling die nu bezig is, en water benoemt wat er wordt gedronken. De volledige betekenis is: Ik drink water.

  4. I am making dinner.

    Ik maak het avondeten.

    I am
    ik ben
    making
    maken, bereiden
    dinner
    avondeten
    Uitgebreide uitleg

    I am betekent op zichzelf “ik ben”. Hier vormt het met het volgende werkwoord een Engelse constructie voor een handeling die nu bezig is. am is de vorm van be bij I. Vergelijk: I am reading. — “Ik ben aan het lezen.” making komt van het werkwoord make. De vorm op -ing staat hier na am en maakt deel uit van de constructie voor een handeling die op dit moment plaatsvindt. In deze zin betekent making concreet “bereiden” in verband met eten. De vormketen is: make — making. Voorbeeld: She is making soup. — “Zij maakt soep.” dinner is een zelfstandig naamwoord voor de maaltijd die hier wordt bereid; met de vaste vertaling is dat “het avondeten”. Voorbeeld: Dinner is ready. — “Het avondeten is klaar.” Samen vormen I am + making + dinner de Engelse progressieve tegenwoordige tijd: de spreker zegt dat hij of zij nu het avondeten aan het bereiden is. De volledige betekenis is: “Ik maak het avondeten.”

  5. I am cleaning my room.

    Ik maak mijn kamer schoon.

    I am
    ik ben
    cleaning
    schoonmaken
    room
    kamer
    Uitgebreide uitleg

    I am geeft hier het onderwerp in de eerste persoon enkelvoud aan: de spreker, met de tegenwoordige vorm am van be. Samen met een werkwoord op -ing vormt dit de Engelse present continuous: I am working = “ik ben aan het werk” of “ik ben bezig met werken”. Bij andere onderwerpen verandert am: you are, he/she is. cleaning komt van het werkwoord clean. De vorm op -ing laat hier zien dat de handeling op dit moment bezig is. Vergelijk: I clean my room beschrijft een gewoonte of een algemene handeling; I am cleaning my room beschrijft wat nu gaande is. In cleaning wordt de eindmedeklinker niet verdubbeld: clean → cleaning. my is een bezittelijk bepalend woord: het verwijst naar iets dat bij de spreker hoort. Het verandert niet met het aantal van het bezit: my room en my rooms. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord. Mine is een andere vorm, die zelfstandig kan staan, bijvoorbeeld: This room is mine. = “Deze kamer is van mij.” room betekent hier “kamer”. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord: a room, one room, two rooms. Het meervoud wordt gevormd met -s: room → rooms. In deze zin wordt het voorafgegaan door my, waardoor er geen lidwoord voor nodig is. De delen worden als volgt samengevoegd: I am + cleaning vormt “ik ben aan het schoonmaken”; my room betekent “mijn kamer”. De volledige zin betekent daarom: “Ik maak mijn kamer schoon” of, met nadruk op de lopende handeling, “Ik ben mijn kamer aan het schoonmaken.”

  6. I am taking a shower.

    Ik neem een douche.

    I
    ik
    am
    ben
    taking
    nemen
    a
    een
    shower
    douche
    Uitgebreide uitleg

    I is het Engelse persoonlijk voornaamwoord voor de spreker: “ik”. Het heeft in het Engels dezelfde vorm als onderwerp in de tegenwoordige tijd, ongeacht het geslacht van de spreker. Het wordt altijd met een hoofdletter geschreven. am is de vorm van het werkwoord be die bij I hoort. In combinatie met een werkwoord op -ing vormt het de progressive: iets is op dit moment bezig. Vergelijk: I am working. = “Ik ben aan het werk.” taking is hier de -ing-vorm van take. In de vaste combinatie take a shower betekent die combinatie “douchen”; taking betekent hier dus niet letterlijk alleen “nemen”. De vormen zijn take (basisvorm), takes (bij he/she/it in de eenvoudige tegenwoordige tijd), took (verleden tijd) en taken (voltooid deelwoord). In deze zin staat taking na am om de huidige handeling uit te drukken. a is het onbepaalde Engelse lidwoord vóór een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord. Het markeert hier shower als een niet nader bepaalde douche, maar betekent niet op zichzelf “één” als expliciete telling. shower is het zelfstandig naamwoord “douche”. Het kan ook als werkwoord voorkomen: I shower every morning. = “Ik douche elke ochtend.” In take a shower vormt het samen met take een zeer gebruikelijke uitdrukking voor douchen. Samen vormen I am taking het patroon voor “ik ben op dit moment bezig met ...”. Daarna geeft a shower de handeling aan. De volledige zin betekent daarom: “Ik neem een douche” of natuurlijker in het Nederlands: “Ik ben aan het douchen.”

Grammatica

be + verb-ing

What are you doing now?

Wot ar joe doe-ing nau?

Wat ben je nu aan het doen?

Gebruik am/is/are met een werkwoord op -ing voor iets dat nu gebeurt.

my + noun

my room

mai roem

mijn kamer

my staat vóór het zelfstandig naamwoord en drukt bezit uit; er komt geen extra lidwoord bij.

Engels woordenschat

cleaning werkwoord
kliening schoonmaken
dinner zelfstandig naamwoord
dinner avondeten
doing werkwoord
doe-ing doen
drinking werkwoord
drinking drinken
eating werkwoord
ieting eten
making werkwoord
meejking maken
my bepaler
mai mijn
now bijwoord
nau nu
room zelfstandig naamwoord
roem kamer
taking werkwoord
teejking nemen
water zelfstandig naamwoord
wóter water
What are you doing? uitdrukking
Wot er joe doe-ing? Wat ben je aan het doen?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wat ben je aan het doen?

Antwoord tonenWhat are you doing?

Ik eet nu.

Antwoord tonenI am eating now.

Ik drink water.

Antwoord tonenI am drinking water.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

avondeten

Antwoord tonendinner

drinken

Antwoord tonendrinking

eten

Antwoord toneneating

maken

Antwoord tonenmaking