Basisroutines en familie | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: A beginner practices six useful English phrases about basic routines and family..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Basisroutines en familie oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I am going to bed.

Ai em gou-ing te bed. Ik ga naar bed.
B

I wake up early.

Ai weik up urli. Ik word vroeg wakker.
A

I go to work.

Ai gou te wurk. Ik ga naar mijn werk.
B

I go to school.

Ai gou te skoel. Ik ga naar school.
A

I am with my family.

Ai em widh mai femelie. Ik ben met mijn familie.
B

This is my friend.

Dhis iz mai frend. Dit is mijn vriend.

Uitleg van de zinnen

  1. I am going to bed.

    Ik ga naar bed.

    I
    ik
    going
    gaan
    bed
    bed
    Uitgebreide uitleg

    I is het Engelse persoonlijke voornaamwoord voor de spreker. Het is de onderwerpvorm en wordt altijd met een hoofdletter geschreven. Andere vormen zijn bijvoorbeeld you voor de aangesprokene en he, she of they voor andere referenten. going is hier de -ing-vorm van go en betekent in deze context ‘gaan’. Met am vormt het de tegenwoordige duurvorm: I am going kan een handeling beschrijven die nu bezig is of een nabije voorgenomen handeling. In deze zin gaat het niet om de afzonderlijke toekomstconstructie be going to gevolgd door een werkwoord; going is hier het eigenlijke werkwoord ‘gaan’ en to bed geeft de bestemming aan. bed is het zelfstandig naamwoord ‘bed’. In de vaste combinatie go to bed verwijst het doorgaans naar naar bed gaan om te slapen, zonder lidwoord. Bij een concreet meubelstuk kan bijvoorbeeld I am going to the bed. betekenen: ‘Ik ga naar het bed.’ Samen vormen I + am going + to bed de mededeling ‘Ik ga naar bed.’ De combinatie to bed maakt de bestemming en de gebruikelijke slaapbetekenis duidelijk; de vorm am going presenteert het gaan als nu gaande of op korte termijn gepland.

  2. I wake up early.

    Ik word vroeg wakker.

    wake up
    wakker worden
    early
    vroeg
    Uitgebreide uitleg

    wake up betekent hier ‘wakker worden’. Het is een vaste werkwoordcombinatie: wake + up. In de tegenwoordige tijd is wake de vorm bij I, you en we; bij he, she en it wordt dat wakes up. Voorbeelden: I wake up at seven. — ‘Ik word om zeven uur wakker.’ She wakes up late. — ‘Zij wordt laat wakker.’ early betekent hier ‘vroeg’ en geeft aan wanneer het wakker worden plaatsvindt. In deze zin is het een bijwoord: het bepaalt het werkwoord wake up. De vergelijkingsvormen zijn earlier (‘vroeger’) en earliest (‘het vroegst’). Voorbeeld: I wake up earlier on Mondays. — ‘Op maandag word ik vroeger wakker.’ Samen vormen I wake up early en early de betekenis ‘Ik word vroeg wakker.’ I is het onderwerp, wake up is het werkwoord in de tegenwoordige tijd en early beschrijft het tijdstip van dat wakker worden. De tegenwoordige tijd kan hier een gewoonte of regelmatig patroon uitdrukken.

  3. I go to work.

    Ik ga naar mijn werk.

    I
    ik
    go
    gaan
    work
    werk
    Uitgebreide uitleg

    I is het Engelse persoonlijk voornaamwoord voor de spreker. Het wordt altijd met een hoofdletter geschreven, ook midden in een zin. De vorm verandert niet voor grammaticaal geslacht; voor meerdere personen gebruik je we. go betekent hier dat de spreker zich naar een plaats of bestemming verplaatst. De basisvorm is go; bij he, she en it wordt dat in de tegenwoordige tijd goes, terwijl I, you, we en they go gebruiken. Voorbeeld: They go home. — Zij gaan naar huis. work betekent hier werk als bestemming of werkplek. Als zelfstandig naamwoord is het doorgaans ontelbaar: I have work. — Ik heb werk. In de vaste combinatie go to work betekent het geheel naar het werk gaan; to verbindt go met de bestemming. Samen vormen I, go, to en work de zin I go to work. De spreker gaat naar het werk; de vaste Nederlandse vertaling maakt daarbij duidelijk dat het om het werk van de spreker gaat. De tegenwoordige tijd kan hier een gewone routine of een huidige handeling uitdrukken. I go to school. gebruikt hetzelfde patroon, maar met een andere bestemming.

  4. I go to school.

    Ik ga naar school.

    I
    ik
    go
    ga
    school
    school
    Uitgebreide uitleg

    I betekent hier dat de spreker zelf de handelende persoon is. Het is de eerste persoon enkelvoud; de vorm verandert in het Engels niet met het geslacht van de spreker. Vergelijk: I go = ik ga en you go = jij/u gaat. go is de basisvorm van het werkwoord. In I go staat het in de simple present: bij I, you, we en they blijft de vorm go; bij he, she en it wordt het goes. Verleden tijd: went. Voorbeeld: I go home every day. — Ik ga elke dag naar huis. school is het zelfstandig naamwoord voor school. In deze zin staat het zonder lidwoord. go to school is een vaste, veelgebruikte combinatie voor naar school gaan, vaak met de nadruk op school bezoeken of er als leerling naartoe gaan. Het voorzetsel to geeft de bestemming aan. Samen vormen I go to school en de vaste vertaling de betekenis: Ik ga naar school. De spreker is de persoon die gaat, to school noemt de bestemming, en de simple present presenteert dit als een huidige of gebruikelijke handeling; de zin zegt op zichzelf niet wanneer precies of hoe vaak.

  5. I am with my family.

    Ik ben met mijn familie.

    I am
    ik ben
    with
    met
    my
    mijn
    family
    familie
    Uitgebreide uitleg

    I am betekent hier dat de spreker zichzelf als onderwerp noemt en een toestand of relatie in de tegenwoordige tijd beschrijft. am is de vorm van be bij I: I am, maar you/we/they are en he/she/it is. Voorbeeld: I am ready. = “Ik ben klaar.” with drukt hier aanwezigheid of gezelschap uit: de spreker is samen met iemand. Het kan ook andere relaties uitdrukken, maar in deze zin past de betekenis “met”. Voorbeeld: She is with her brother. = “Zij is met haar broer.” my is een bezittelijk woord bij een zelfstandig naamwoord. Het geeft aan dat family bij de spreker hoort of naar de familie van de spreker verwijst. my verandert niet naar het grammaticale geslacht of getal van het daaropvolgende zelfstandig naamwoord. Als het zelfstandig naamwoord wordt weggelaten, gebruik je vaak mine, bijvoorbeeld: This book is mine. = “Dit boek is van mij.” family is een zelfstandig naamwoord voor de familie als groep. In deze zin staat het in het enkelvoud: my family. Het meervoud is families; dat is niet dezelfde vorm als family. Samen vormen de delen I am + with + my family de betekenis: de spreker is met zijn of haar familie. De volledige Nederlandse betekenis is: “Ik ben met mijn familie.”

  6. This is my friend.

    Dit is mijn vriend.

    This
    dit
    is
    is
    my
    mijn
    friend
    vriend
    Uitgebreide uitleg

    This verwijst hier naar de persoon die als vriend wordt voorgesteld. Het is een aanwijzend voornaamwoord; deze vorm verandert in het Engels niet voor mannelijk of vrouwelijk. Voorbeeld: This is my friend. = “Dit is mijn vriend.” is is de tegenwoordige tijd van het werkwoord be bij een enkelvoudig onderwerp in de derde persoon. De volledige reeks is be → am bij I, are bij you/we/they, en is bij he/she/it en bij een enkelvoudig onderwerp. Voorbeeld: She is my friend. = “Zij is mijn vriendin.” my is een bezittelijk bepalend woord vóór een zelfstandig naamwoord. Het geeft aan dat de vriend een relatie met de spreker heeft. my blijft dezelfde vorm bij enkelvoud en meervoud: my friend en my friends. Het is iets anders dan mine, dat zelfstandig kan staan: This friend is mine. = “Deze vriend is van mij.” friend is hier een enkelvoudig zelfstandig naamwoord en betekent, volgens de vaste vertaling, “vriend”. Het Engelse woord zelf markeert het geslacht niet. Het meervoud is friends: They are my friends. = “Zij zijn mijn vrienden.” Samen vormt This is my friend. de patroonzin This is + bezittelijk woord + zelfstandig naamwoord: “Dit is mijn vriend.” This introduceert de persoon, is verbindt die persoon met my friend, en my friend identificeert de persoon als de vriend van de spreker.

Grammatica

be going to + place

I am going to bed.

Ai em gou-ing te bed.

Ik ga naar bed.

In het Engels staat am/is/are vóór going. Daarna volgt to + de plaats of bestemming.

with + noun

I go to school with a friend.

Ai gou te skoel widh uh frend.

Ik ga met een vriend naar school.

With betekent ‘met’ en staat vóór een persoon of groep waarmee je iets doet.

Engels woordenschat

early bijwoord
urli vroeg
family zelfstandig naamwoord
femelie familie
friend zelfstandig naamwoord
frend vriend
go to school uitdrukking
gou te skoel naar school gaan
go to work uitdrukking
gou te wurk naar het werk gaan
I am going to bed uitdrukking
Ai em gou-ing te bed Ik ga naar bed
this bepaler
dhis dit
wake up werkwoord
weik up wakker worden
with voorzetsel
widh met

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik ga naar bed.

Antwoord tonenI am going to bed.

Ik word vroeg wakker.

Antwoord tonenI wake up early.

Ik ga naar mijn werk.

Antwoord tonenI go to work.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

familie

Antwoord tonenfamily

vroeg

Antwoord tonenearly

met

Antwoord tonenwith

vriend

Antwoord tonenfriend