Prijs, weer en ontdekkingen | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: A beginner practices six useful English phrases about basic price, weather, and discoveries..

NL → EN / Niveau: A1

Over deze les

Met Prijs, weer en ontdekkingen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

How much is this?

hau matsj iz dis? Hoeveel kost dit?
B

Where do you live?

wer duh joe liv? Waar woon je?
A

The weather is nice.

duh wedder iz nais. Het weer is mooi.
B

It is raining now.

it iz reining nau. Het regent nu.
A

I forgot my phone.

ai fer-gat mai foon. Ik ben mijn telefoon vergeten.
B

I found it.

ai faund it. Ik heb hem gevonden.

Woord voor woord

How In «How much is this?» helpt «How» samen met «much» om naar een hoeveelheid te vragen, hier naar de prijs. Je gebruikt deze vraag bijvoorbeeld wanneer je in een winkel de prijs van iets wilt weten.
much In «How much is this?» maakt «much» duidelijk dat de vraag over een hoeveelheid of bedrag gaat. «How much» is een bruikbare uitdrukking om naar een prijs te vragen.
is In «How much is this?» verbindt «is» dit met de gevraagde prijs. In «The weather is nice.» verbindt «is» het onderwerp met de beschrijving «nice»; dit is een vorm van be.
this In «How much is this?» verwijst «this» naar het voorwerp waar de spreker naar kijkt of naar wijst. Je gebruikt het om iets in de buurt aan te duiden, bijvoorbeeld bij een vraag in een winkel.
Where In «Where do you live?» vraagt «Where» naar een plaats. Je gebruikt het aan het begin van een vraag wanneer je wilt weten op welke plek iemand woont of iets gebeurt.
do In «Where do you live?» helpt «do» om de vraag te vormen; «live» geeft de hoofd betekenis. Na «Where» staat «do» vóór «you», wat het vaste vraagpatroon in deze zin laat zien.
you In «Where do you live?» verwijst «you» naar de persoon tegen wie de spreker praat. Je gebruikt het wanneer je iemand rechtstreeks aanspreekt of naar diens situatie vraagt.
live In «Where do you live?» betekent «live» dat je ergens woont. De vorm «live» blijft na «do» staan; je gebruikt het met de plaats waar iemand zijn of haar woning heeft.
The In «The weather is nice.» maakt «The» van «weather» het onderwerp waarover de spreker iets zegt. Het is het bepaalde lidwoord bij dit specifieke onderwerp in de zin.
weather In «The weather is nice.» betekent «weather» de omstandigheden buiten, zoals of het prettig of regenachtig is. Je gebruikt het wanneer je over het weer buiten praat.
nice In «The weather is nice.» beschrijft «nice» het weer als prettig of goed. Je kunt dit woord gebruiken om positief te reageren op de omstandigheden buiten.
It In «It is raining now.» is «It» het onderwerp waarmee naar het weer wordt verwezen. In «I found it.» staat de kleine vorm «it» voor een eerder genoemd voorwerp; de betekenis volgt dus uit de zin.
raining In «It is raining now.» betekent «raining» dat er regen valt. Het staat na «is» in de uitdrukking waarmee je zegt dat het op dit moment regent.
now In «It is raining now.» betekent «now» op dit moment. Je gebruikt het om aan te geven dat iets tijdens het spreken gebeurt.
I In «I forgot my phone.» en «I found it.» verwijst «I» naar de spreker zelf. Je gebruikt het wanneer je over je eigen handeling, ervaring of ontdekking praat.
forgot In «I forgot my phone.» zegt «forgot» dat de spreker zich de telefoon niet herinnerde. «Forgot» is de vorm in deze zin die bij de citation form forget hoort; je gebruikt het wanneer je zegt dat je iets niet hebt onthouden.
my In «I forgot my phone.» laat «my» zien dat de telefoon bij de spreker hoort. Het staat vóór «phone» en wordt gebruikt om iets van de spreker aan te duiden.
phone In «I forgot my phone.» betekent «phone» een mobiele telefoon. Je gebruikt het woord wanneer je over zo’n persoonlijk elektronisch toestel praat.
found In «I found it.» betekent «found» dat de spreker iets heeft gelokaliseerd of ontdekt. «Found» is de vorm in deze zin die bij de citation form find hoort; een herbruikbaar patroon is «I found» gevolgd door het voorwerp dat je hebt gevonden.

Grammatica

How much + ...?

How much?

hau matsj?

Hoeveel?

Gebruik how much om naar een hoeveelheid of prijs te vragen.

It is + verb-ing

It is raining now.

it iz reining nau.

Het regent nu.

Bij weer gebruiken we it als onderwerp; be + -ing beschrijft wat nu gebeurt.

Engels woordenschat

how much uitdrukking
hau matsj hoeveel

How much is this?

I voornaamwoord
ai ik
it voornaamwoord
it het
live werkwoord
liv wonen
nice bijvoeglijk naamwoord
nais mooi
now bijwoord
nau nu
raining werkwoord
reining regenen
the bepaler
duh het

The weather is nice.

this bepaler
dis dit

How much is this?

weather zelfstandig naamwoord
wedder weer
where bijwoord
wer waar

Where do you live?

you voornaamwoord
joe je/jij

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Hoeveel kost dit?

Antwoord tonenHow much is this?

Waar woon je?

Antwoord tonenWhere do you live?

Het weer is mooi.

Antwoord tonenThe weather is nice.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

dit

Antwoord tonenthis

mooi

Antwoord tonennice

weer

Antwoord tonenweather

wonen

Antwoord tonenlive