Prijs, weer en ontdekkingen | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: A beginner practices six useful English phrases about basic price, weather, and discoveries..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Prijs, weer en ontdekkingen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

How much is this?

hau matsj iz dis? Hoeveel kost dit?
B

Where do you live?

wer duh joe liv? Waar woon je?
A

The weather is nice.

duh wedder iz nais. Het weer is mooi.
B

It is raining now.

it iz reining nau. Het regent nu.
A

I forgot my phone.

ai fer-gat mai foon. Ik ben mijn telefoon vergeten.
B

I found it.

ai faund it. Ik heb hem gevonden.

Uitleg van de zinnen

  1. How much is this?

    Hoeveel kost dit?

    How much
    hoeveel
    is
    is
    this
    dit
    Uitgebreide uitleg

    How much vraagt naar een hoeveelheid of, zoals hier, naar de prijs. In vragen over de prijs betekent het patroon How much is ...? in natuurlijk Nederlands meestal “Hoeveel kost ...?”. Het is geen vraag naar een aantal afzonderlijke voorwerpen. Voorbeeld: How much is the ticket? — “Hoeveel kost het kaartje?” is is de vorm van be voor een onderwerp in de derde persoon enkelvoud, zoals this. In deze vaste vraag verbindt is het onderwerp met de gevraagde prijs; samen met How much krijgt de uitdrukking de betekenis “kost hoeveel?”. De vorm are hoort bijvoorbeeld bij een meervoudig onderwerp: How much are these tickets? — “Hoeveel kosten deze kaartjes?” this is een aanwijzend voornaamwoord voor één zaak die de spreker als nabij aanduidt. Het staat hier als onderwerp van de vraag. Het Nederlandse dit geeft dezelfde verwijzing weer; het concrete voorwerp wordt in de zin niet benoemd. Voorbeeld: This is expensive. — “Dit is duur.” Voor meerdere zaken gebruik je in het Engels these, bijvoorbeeld How much are these? — “Hoeveel kosten deze?” Samen vormt How much is this? een korte vraag naar de prijs van één aangeduide zaak: “Hoeveel kost dit?”. De Engelse vraagvolgorde plaatst How much vooraan, daarna het werkwoord is en vervolgens het onderwerp this. Deze vorm is alledaags en neutraal.

  2. Where do you live?

    Waar woon je?

    Where
    waar
    do you
    je …?
    live
    wonen
    Uitgebreide uitleg

    Where betekent hier “waar” en vraagt naar een plaats. Het is een vraagwoord; vergelijk When (“wanneer”) voor tijd en Why (“waarom”) voor een reden. do you vormt samen het begin van de Engelse vraagconstructie. do is hier een hulpwerkwoord voor de tegenwoordige tijd; het draagt de vraagvorm, terwijl you het onderwerp is. Het hoofdwerkwoord blijft daarna in de basisvorm: Where do you work? = “Waar werk je?” Bij he, she of it wordt dat does: Where does she live? = “Waar woont zij?” live betekent hier “wonen” of “verblijven”. De vorm is de basisvorm, omdat hij volgt op het hulpwerkwoord do. In een gewone mededeling krijgt het werkwoord bij he, she of it de vorm lives: She lives in Utrecht. = “Zij woont in Utrecht.” Samen vormen de delen Where + do you + live de vraag Where do you live?, letterlijk opgebouwd als “Waar woon je?” De vraag informeert naar de plaats waar de aangesprokene woont.

  3. The weather is nice.

    Het weer is mooi.

    weather
    weer
    nice
    mooi; aangenaam
    Uitgebreide uitleg

    weather betekent hier het weer: de omstandigheden buiten, zoals temperatuur, wind en neerslag. Het is in deze betekenis meestal een ontelbaar zelfstandig naamwoord; daarom zeg je doorgaans weather, niet a weather. Het lidwoord the maakt in deze zin de concrete, bedoelde weersomstandigheden tot onderwerp. Voorbeeld: The weather is cold. — Het weer is koud. nice beschrijft hier het weer als aangenaam of prettig. Het is een bijvoeglijk naamwoord. De vergrotende trap is nicer en de overtreffende trap nicest: Today is nicer than yesterday. — Vandaag is het aangenamer dan gisteren. Nice kan ook andere dingen positief beschrijven, maar hier gaat het specifiek om het weer. In The weather is nice. staat The weather als onderwerp. Is is de vorm van be voor he, she en it, en verbindt het onderwerp met het bijvoeglijk naamwoord nice. Samen betekent de zin: Het weer is mooi.

  4. It is raining now.

    Het regent nu.

    It is raining
    Het regent
    now
    nu
    Uitgebreide uitleg

    It is raining betekent hier dat er op dit moment regen valt. Het Engelse it is in deze weersuitdrukking een onpersoonlijk onderwerp: het verwijst niet naar een genoemd voorwerp of persoon. Het hoort bij de vaste weersconstructie it is raining; vergelijkbare voorbeelden zijn It is snowing = ‘Het sneeuwt’ en It is sunny = ‘Het is zonnig’. Raining komt van het werkwoord rain (‘regenen’). De vorm is raining is de present progressive: is + vorm op -ing, voor iets dat nu aan de gang is. Rain kan ook als zelfstandig naamwoord voorkomen in The rain is heavy (‘De regen is hevig’), maar in de vaste zin is raining het werkwoord. now betekent ‘nu’ en maakt expliciet dat het regenen op het huidige moment plaatsvindt. Het staat hier na de weersuitdrukking; in It is now raining staat dezelfde tijdsaanduiding op een andere plaats. Samen vormen de delen It is raining now: het onpersoonlijke onderwerp it met de vorm is raining, gevolgd door de tijdsaanduiding now. De volledige betekenis is dus: ‘Het regent nu.’

  5. I forgot my phone.

    Ik ben mijn telefoon vergeten.

    I
    ik
    forgot
    vergat / ben vergeten
    my
    mijn
    phone
    telefoon
    Uitgebreide uitleg

    I betekent hier ik: de spreker verwijst naar zichzelf. Dit Engelse persoonlijk voornaamwoord is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud; het verandert niet naar gelang van het geslacht van de spreker. forgot is de verleden tijd van forget — vergeten. De vorm forget gebruik je voor de tegenwoordige tijd, terwijl forgot een afgeronde gebeurtenis in het verleden aanduidt. Voorbeeld: I forgot her name. = Ik ben haar naam vergeten. my betekent mijn en drukt bezit of een persoonlijke relatie uit bij het daaropvolgende zelfstandig naamwoord. Het blijft in het Engels dezelfde vorm bij enkelvoud en meervoud: my phone en my phones. phone betekent telefoon. Het is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is phones. Voorbeeld: My phone is here. = Mijn telefoon is hier. Samen vormen de delen I forgot my phone. de betekenis: Ik ben mijn telefoon vergeten. De Engelse simple past in forgot wordt in deze Nederlandse vertaling weergegeven met ben ... vergeten, een voltooid tegenwoordige tijd. My phone is het ding dat de spreker heeft vergeten.

  6. I found it.

    Ik heb hem gevonden.

    I
    ik
    found
    vond; heb gevonden
    it
    hem
    Uitgebreide uitleg

    I is de eerste persoon enkelvoud: de spreker verwijst naar zichzelf. Deze vorm blijft hetzelfde als onderwerp in de tegenwoordige en verleden tijd: I find = “ik vind”, I found = “ik vond / ik heb gevonden”. found is de verleden tijd én het voltooid deelwoord van find (“vinden”): find – found – found. In deze zin beschrijft de vorm een afgeronde gebeurtenis in het verleden. De Engelse simple past gebruikt hier één vorm; het Nederlands kan dit vertalen met een onvoltooid verleden tijd (vond) of, zoals in de vaste vertaling, met een voltooid tegenwoordige tijd (heb gevonden). it is een Engels persoonlijk voornaamwoord voor een ding, dier of andere niet-persoonlijke referent. In deze vaste betekenis verwijst het naar de gevonden mannelijke referent, zoals de vertaling met hem aangeeft. It verandert in het Engels niet van vorm voor onderwerp of object: vergelijk It found me (“Het vond mij”) met I found it (“Ik vond het/hem”); de grammaticale rol blijkt hier uit de positie. Samen vormt I found it een mededeling met I als degene die de handeling uitvoert, found als de verleden tijd van “vinden” en it als het gevonden object. De volledige betekenis is daarom: “Ik heb hem gevonden.”

Grammatica

How much + ...?

How much?

hau matsj?

Hoeveel?

Gebruik how much om naar een hoeveelheid of prijs te vragen.

It is + verb-ing

It is raining now.

it iz reining nau.

Het regent nu.

Bij weer gebruiken we it als onderwerp; be + -ing beschrijft wat nu gebeurt.

Engels woordenschat

how much uitdrukking
hau matsj hoeveel

How much is this?

I voornaamwoord
ai ik
it voornaamwoord
it het
live werkwoord
liv wonen
nice bijvoeglijk naamwoord
nais mooi
now bijwoord
nau nu
raining werkwoord
reining regenen
the bepaler
duh het

The weather is nice.

this bepaler
dis dit

How much is this?

weather zelfstandig naamwoord
wedder weer
where bijwoord
wer waar

Where do you live?

you voornaamwoord
joe je/jij

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Hoeveel kost dit?

Antwoord tonenHow much is this?

Waar woon je?

Antwoord tonenWhere do you live?

Het weer is mooi.

Antwoord tonenThe weather is nice.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

dit

Antwoord tonenthis

mooi

Antwoord tonennice

weer

Antwoord tonenweather

wonen

Antwoord tonenlive