Rustig beginnen met de les | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: Before a language lesson, two adults talk about feeling nervous, hearing that the group is friendly, and starting slowly..

NL → EN / Niveau: A1

Over deze les

Met Rustig beginnen met de les oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I feel nervous before class.

ai fiel nörvus bifoor klès. Ik ben zenuwachtig voor de les.
B

That feeling is normal. The group is friendly.

dhet fieling iz nórmul. Dhə groep iz frèndli. Dat gevoel is normaal. De groep is vriendelijk.
A

I am glad to hear that.

ai əm glèd tə hir dhet. Dat hoor ik graag.
B

We take things slowly at first.

wie teik thingz slouli ət feurst. We doen het in het begin rustig aan.
A

That sounds good.

dhet saundz goedd. Dat klinkt goed.
B

The first part is easy.

dhə feurst paart iz iezie. Het eerste deel is makkelijk.

Woord voor woord

I In “I feel nervous before class.” betekent “I” de spreker zelf: ik. Het staat als onderwerp vóór het werkwoord. Je gebruikt “I” wanneer je over jezelf vertelt, bijvoorbeeld in “I am glad to hear that.”
feel In “I feel nervous before class.” betekent “feel” dat de spreker een gevoel ervaart: zich voelen. Hier hoort “feel” bij de beschrijving “nervous”. Je gebruikt dit patroon om een eigen gevoel te beschrijven, bijvoorbeeld in de nieuwe zin “I feel happy today.”
nervous In “I feel nervous before class.” betekent “nervous” dat iemand zich gespannen of onzeker voelt. Het beschrijft hier het gevoel van de spreker vóór de les. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je zegt hoe je je vóór een gesprek, toets of les voelt.
before In “I feel nervous before class.” betekent “before” dat iets plaatsvindt vóór een bepaald moment of evenement. Het verbindt “nervous” met “class”. Je kunt “before” gebruiken vóór een tijdstip of activiteit, bijvoorbeeld in de nieuwe zin “before the meeting”.
class In “I feel nervous before class.” betekent “class” de les of het moment waarop je les krijgt. Het staat na “before” om aan te geven wanneer de spreker zich zenuwachtig voelt. Je gebruikt “class” bijvoorbeeld om over een taalles of andere les te praten.
That In “That feeling is normal.” verwijst “That” naar het gevoel dat zojuist genoemd is. In “That sounds good.” verwijst “That” naar de informatie of het voorstel uit de vorige zin. Je gebruikt “That” om naar iets eerder genoemde te verwijzen.
feeling In “That feeling is normal.” betekent “feeling” een gevoel of emotionele toestand. Het woord benoemt hier het zenuwachtige gevoel waarover de spreker sprak. Je kunt “feeling” gebruiken met woorden die een gevoel beschrijven, bijvoorbeeld in de nieuwe zin “a strange feeling”.
is In “That feeling is normal.” verbindt “is” het onderwerp met de beschrijving “normal”. In “The group is friendly.” doet “is” hetzelfde met “friendly”. Je gebruikt deze vorm om een persoon, groep of zaak met een beschrijving te verbinden.
normal In “That feeling is normal.” betekent “normal” gebruikelijk of te verwachten. Het zegt hier dat dit gevoel niet vreemd is. Je gebruikt “normal” bijvoorbeeld om een normale reactie of situatie te beschrijven.
The In “The group is friendly.” maakt “The” duidelijk dat het om een specifieke groep gaat. Het staat vóór “group”. Je gebruikt “the” wanneer de luisteraar weet welke persoon, groep of zaak je bedoelt.
group In “The group is friendly.” betekent “group” de mensen die samen leren. Het woord wordt hier bepaald door “The”, omdat het om deze specifieke groep gaat. Je gebruikt “group” voor meerdere mensen die samen een activiteit doen.
friendly In “The group is friendly.” betekent “friendly” vriendelijk, aardig en welkom heten. Het beschrijft hier de groep waarmee de spreker les gaat volgen. Je gebruikt “friendly” om een persoon of groep met een warme, aangename houding te beschrijven.
am In “I am glad to hear that.” verbindt “am” het onderwerp “I” met de beschrijving “glad”. Deze vorm hoort bij de spreker zelf. Je gebruikt “I am” wanneer je jezelf beschrijft, bijvoorbeeld in de nieuwe zin “I am ready.”
glad In “I am glad to hear that.” betekent “glad” blij of opgelucht over de genoemde informatie. Het beschrijft de reactie van de spreker op het nieuws over de groep. Je gebruikt “glad” vaak vóór een verbonden actie, zoals in “glad to help” in een nieuwe zin.
to In “I am glad to hear that.” markeert “to” de handeling die met “glad” verbonden is: de spreker is blij om dat te horen. Het staat direct vóór het werkwoord “hear”. Je gebruikt dit patroon als je zegt dat je blij, verrast of bereid bent om iets te doen.
hear In “I am glad to hear that.” betekent “hear” dat de spreker deze informatie verneemt. Samen met “to” vormt het de handeling waarvoor de spreker blij is. Je gebruikt “hear” bijvoorbeeld wanneer iemand je nieuws vertelt en je daarop reageert.
We In “We take things slowly at first.” verwijst “We” naar de spreker en de andere mensen in de groep. Het staat als onderwerp vóór “take”. Je gebruikt “we” wanneer jij samen met anderen iets doet.
take In “We take things slowly at first.” draagt “take” bij aan de betekenis “aanpakken” of “doen”. De volledige betekenis ontstaat samen met “things slowly”: de groep doet de dingen rustig aan. Je gebruikt “take” in vaste patronen waarin je iets doet of aanpakt, zoals in de nieuwe zin “We take a short break.”
things In “We take things slowly at first.” verwijst “things” algemeen naar de activiteiten of onderdelen van de les. Het is hetgene dat de groep rustig aanpakt. Je gebruikt “things” wanneer je naar meerdere zaken verwijst zonder ze allemaal te benoemen.
slowly In “We take things slowly at first.” betekent “slowly” dat iets in een laag tempo gebeurt. Het zegt hoe de groep de activiteiten aanpakt. Je gebruikt “slowly” om aan te geven dat iemand iets niet snel doet, bijvoorbeeld in de nieuwe zin “Please speak slowly.”
at In “We take things slowly at first.” maakt “at” deel uit van de vaste uitdrukking “at first”, die verwijst naar het begin. Hier markeert het dus geen plaats, maar een moment in de tijd. Je gebruikt “at” ook in tijdsaanduidingen zoals “at five o’clock” in een nieuwe zin.
first In “at first” betekent “first” aan het begin of in de eerste fase. Samen met “at” geeft het aan dat de groep in het begin rustig aan doet. Je gebruikt “at first” om het begin van een situatie te beschrijven; later kan de situatie anders worden.
sounds In “That sounds good.” betekent “sounds” dat iets goed lijkt op basis van wat de spreker hoort. Het drukt hier een positieve reactie op het voorstel uit. Je gebruikt “sounds” in het patroon “That sounds + beschrijving”, bijvoorbeeld in de nieuwe zin “That sounds interesting.”
good In “That sounds good.” betekent “good” positief of geschikt. Het beschrijft hier hoe het voorstel over rustig beginnen op de spreker overkomt. Je gebruikt “good” om iets positiefs te beoordelen, bijvoorbeeld in de nieuwe zin “This idea is good.”
part In “The first part is easy.” betekent “part” een gedeelte van iets groters. Het verwijst hier naar het eerste gedeelte van de les. Je gebruikt “part” om een onderdeel van een les, activiteit of geheel aan te wijzen.
easy In “The first part is easy.” betekent “easy” niet moeilijk. Het beschrijft hier het eerste gedeelte van de les. Je gebruikt “easy” om de moeilijkheid van een taak, vraag of onderdeel te beschrijven.

Grammatica

feel + adjective

I feel nervous before class.

ai fiel nörvus bifoor klès.

Ik voel me zenuwachtig voor de les.

Na feel staat een bijvoeglijk naamwoord, zoals nervous, om een gevoel of toestand te beschrijven.

sound + adjective

It sounds good.

it saundz goedd.

Het klinkt goed.

Na sound staat een bijvoeglijk naamwoord, zoals good, niet een bijwoord.

Engels woordenschat

at first uitdrukking
ət feurst in het begin

We take things slowly at first.

before voorzetsel
bifoor voor

I feel nervous before class.

class zelfstandig naamwoord
klès les

I feel nervous before class.

feel werkwoord
fiel voelen

I feel nervous before class.

feeling zelfstandig naamwoord
fieling gevoel

That feeling is normal.

friendly bijvoeglijk naamwoord
frèndli vriendelijk

The group is friendly.

glad bijvoeglijk naamwoord
glèd blij

I am glad to hear that.

group zelfstandig naamwoord
groep groep

The group is friendly.

hear werkwoord
hir horen

I am glad to hear that.

nervous bijvoeglijk naamwoord
nörvus zenuwachtig

I feel nervous before class.

normal bijvoeglijk naamwoord
nórmul normaal

That feeling is normal.

take things slowly uitdrukking
teik thingz slouli het rustig aan doen

We take things slowly at first.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik ben zenuwachtig voor de les.

Antwoord tonenI feel nervous before class.

Dat hoor ik graag.

Antwoord tonenI am glad to hear that.

We doen het in het begin rustig aan.

Antwoord tonenWe take things slowly at first.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

gevoel

Antwoord tonenfeeling

zenuwachtig

Antwoord tonennervous

les

Antwoord tonenclass

groep

Antwoord tonengroup