Nieuwe woorden opschrijven | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a language classroom, one person forgets a notebook, uses paper, writes new words, and checks them after class..

NL → EN / Niveau: A1

Over deze les

Met Nieuwe woorden opschrijven oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I forgot to bring my notebook.

ai fer-GOT tuh bring mai NOOT-boek Ik ben vergeten mijn notitieboek mee te nemen.
B

You can use this paper.

joe ken joez dhis pee-per Je kunt dit papier gebruiken.
A

Thank you. I want to write the new words.

thenk joe. ai wont tuh rait dhuh njoe werdz Dank je. Ik wil de nieuwe woorden opschrijven.
B

Good idea. I will write them too.

goed ai-DIE-uh. ai wil rait dhem toe Goed idee. Ik zal ze ook opschrijven.
A

Can we check them after class?

ken wie chek dhem ef-ter klas? Kunnen we ze na de les nakijken?
B

We can read them together.

wie ken riid dhem tuh-GEDH-er We kunnen ze samen lezen.

Woord voor woord

I In "I forgot to bring my notebook." betekent "I" dat de spreker naar zichzelf verwijst: ik. Het staat als onderwerp vóór het werkwoord. Je gebruikt "I" wanneer je over jezelf spreekt.
forgot In "I forgot to bring my notebook." betekent "forgot" dat de spreker vergat iets te doen. "Forgot" is de verleden vorm van "forget". De combinatie "forgot to bring" wordt gebruikt voor een vergeten handeling, bijvoorbeeld wanneer je iets niet hebt meegenomen.
to In "I forgot to bring my notebook." markeert "to" het werkwoord "bring" als de handeling die vergeten werd. Het staat hier direct vóór "bring". Een veelgebruikt patroon is "to" plus een werkwoord, zoals in "want to write".
bring In "I forgot to bring my notebook." betekent "bring" dat je iets meeneemt naar een plaats of situatie. Het voorwerp staat erachter: "bring my notebook". Je gebruikt dit wanneer je zegt dat iemand iets moet meenemen.
my In "my notebook" geeft "my" aan dat het notitieboek van de spreker is: mijn. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord "notebook". Je gebruikt "my" om bezit of verbondenheid met jezelf aan te geven.
notebook In "my notebook" betekent "notebook" een notitieboek waarin de spreker kan schrijven. Het volgt op "my". Je gebruikt dit woord voor een boekje om aantekeningen te maken.
You In "You can use this paper." verwijst "You" naar de persoon tegen wie gesproken wordt: jij of u. Het staat als onderwerp vóór "can". Je gebruikt "You" wanneer je de aangesproken persoon bedoelt.
can In "You can use this paper." geeft "can" aan dat iets mogelijk of toegestaan is. Het staat vóór het werkwoord in de basisvorm "use". Je gebruikt het bijvoorbeeld om iemand toestemming te geven iets te gebruiken.
use In "You can use this paper." betekent "use" dat je het papier gebruikt voor een doel. Het voorwerp staat erachter: "use this paper". Je gebruikt "use" wanneer iemand een voorwerp of hulpmiddel inzet.
this In "this paper" verwijst "this" naar één concreet stuk papier dat dichtbij of aangewezen is: dit. Het staat vóór "paper". Je gebruikt "this" om iets specifieks aan te wijzen.
paper In "this paper" betekent "paper" het papier dat in de klas gebruikt kan worden. Het staat na "this". Je gebruikt dit woord voor het materiaal of een vel waarop je kunt schrijven.
Thank you "Thank you" is een beleefde uitdrukking om iemand te bedanken: bedankt. In deze uitdrukking geeft "Thank" het bedanken aan en verwijst "you" naar de persoon die bedankt wordt. Je gebruikt "Thank you" bijvoorbeeld nadat iemand je iets geeft of helpt.
want In "I want to write the new words." betekent "want" dat de spreker iets wil doen. Het staat in het patroon "want to write", waarbij de gewenste handeling volgt. Je gebruikt "want to" om een wens of bedoeling uit te drukken.
write In "I want to write the new words." betekent "write" dat je woorden op papier zet. Het voorwerp staat erachter: "write the new words". Je gebruikt dit werkwoord voor het maken van geschreven tekst.
the In "the new words" maakt "the" duidelijk dat het om specifieke nieuwe woorden gaat die in deze les bedoeld zijn. Het staat vóór "new words". Je gebruikt "the" wanneer de luisteraar kan weten over welke zaak of zaken je spreekt.
new In "the new words" beschrijft "new" de woorden als nieuw voor de lerenden. Het staat vóór "words". Je gebruikt "new" om aan te geven dat iets pas geïntroduceerd of nog niet bekend is.
words In "the new words" verwijst "words" naar de woordenschat die in de les wordt geleerd. Het staat na "new". Je gebruikt "words" wanneer je naar meerdere afzonderlijke woorden verwijst.
Good In "Good idea." drukt "Good" een positieve beoordeling uit van het voorstel: goed. Het staat vóór "idea". Een gebruikelijk patroon is een beschrijvend woord vóór een zelfstandig naamwoord, zoals "Good idea".
idea In "Good idea." betekent "idea" een voorstel of gedachte die iemand naar voren brengt. "Good" beoordeelt die gedachte positief. Je gebruikt "idea" wanneer je over een plan, voorstel of gedachte spreekt.
will In "I will write them too." geeft "will" aan dat de spreker van plan is de handeling te doen. Het staat vóór de basisvorm "write". Je gebruikt "will" bijvoorbeeld om een toezegging of toekomstige handeling uit te drukken.
them In "I will write them too." verwijst "them" naar de nieuwe woorden die eerder genoemd zijn: ze. Het staat als voorwerp na "write". Je gebruikt "them" om naar meerdere al bekende personen of zaken te verwijzen.
too In "I will write them too." betekent "too" dat de spreker hetzelfde ook zal doen: ook. Het staat hier aan het einde van de zin. Je gebruikt "too" om extra deelname of overeenkomst aan te geven.
we In "We can read them together." verwijst "we" naar de spreker en ten minste één andere persoon: we. Het staat als onderwerp vóór "can". Je gebruikt "we" wanneer je jezelf samen met anderen bedoelt.
check In "Can we check them after class?" betekent "check" dat de woorden worden nagekeken of gecontroleerd. Het voorwerp staat erachter: "check them". Je gebruikt dit wanneer je wilt nagaan of iets correct of duidelijk is.
after In "after class" geeft "after" aan dat iets later gebeurt dan de les. Het staat vóór "class". Je gebruikt "after" om een tijdsvolgorde aan te geven, bijvoorbeeld na een activiteit.
class In "after class" verwijst "class" naar de les waarin de mensen nieuwe woorden leren. Samen betekent "after class" na de les. Je gebruikt "class" hier voor een onderwijsbijeenkomst.
read In "We can read them together." betekent "read" dat de mensen de woorden bekijken en hun betekenis of tekst opnemen. Het staat na "can" en krijgt het voorwerp "them". Je gebruikt dit werkwoord voor het lezen van woorden, zinnen of teksten.
together In "We can read them together." betekent "together" dat de mensen dit gezamenlijk doen: samen. Het staat na de werkwoordsgroep en beschrijft hoe de handeling gebeurt. Je gebruikt "together" wanneer twee of meer mensen iets gezamenlijk doen.

Grammatica

want to + verb

I want to write new words.

ai wont tuh rait njoe werdz

Ik wil nieuwe woorden schrijven.

Na want gebruik je to vóór het volgende werkwoord: want to write.

verb + object pronoun

Check them after class.

chek dhem ef-ter klas

Kijk ze na na de les.

Them staat na het werkwoord als lijdend voorwerp: check them.

Engels woordenschat

bring werkwoord
bring meenemen
forgot werkwoord
fer-GOT vergat
Good idea uitdrukking
goed ai-DIE-uh Goed idee
new bijvoeglijk naamwoord
njoe nieuw
notebook zelfstandig naamwoord
NOOT-boek notitieboek
paper zelfstandig naamwoord
pee-per papier
Thank you uitdrukking
thenk joe Dank je
them voornaamwoord
dhem ze
use werkwoord
joez gebruiken
want werkwoord
wont willen
words zelfstandig naamwoord
werdz woorden
write werkwoord
rait schrijven

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik ben vergeten mijn notitieboek mee te nemen.

Antwoord tonenI forgot to bring my notebook.

Je kunt dit papier gebruiken.

Antwoord tonenYou can use this paper.

Kunnen we ze na de les nakijken?

Antwoord tonenCan we check them after class?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

vergat

Antwoord tonenforgot

schrijven

Antwoord tonenwrite

notitieboek

Antwoord tonennotebook

willen

Antwoord tonenwant