Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een plek kiezen in de klas oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.
Dialoog
Do you always sit here?
Doe joe olweez sit hier? Zit je altijd hier?I like sitting at the front.
Ai laik sitting et ze frunt. Ik zit graag vooraan.I can hear the teacher well.
Ai ken hier ze tietjer wel. Ik kan de leraar goed horen.It is easy to ask questions here.
It iz iezie tuh aask kwestsjənz hier. Het is hier makkelijk om vragen te stellen.Let's sit together next time.
Lets sit tuhgedder nekst taaim. Laten we de volgende keer samen zitten.I would like that.
Ai wud laik det. Dat zou ik graag willen.Sitting at the front helps me focus.
Sitting et ze frunt helps mie fookəs. Vooraan zitten helpt me om me te concentreren.Uitleg van de zinnen
Do you always sit here?
Zit je altijd hier?
- Do you
- vraagpatroon: jij ...?
- always
- altijd
- sit
- zitten
- here
- hier
Uitgebreide uitleg
Do you vormt hier een ja-neevraag in de tegenwoordige tijd: do is het hulpwerkwoord en you is het onderwerp. Na do blijft het hoofdwerkwoord in de basisvorm: Do you sit ...? Vergelijk: Do they sit here? — “Zitten zij hier?” Bij een derde persoon enkelvoud wordt het Does he sit here?; ook dan blijft sit na does onveranderd. always betekent “altijd” en geeft aan dat iets bij elke relevante gelegenheid gebeurt. Het staat hier vóór het hoofdwerkwoord: Do you always sit ...? Een voorbeeld: Do you always work here? — “Werk je altijd hier?” sit betekent hier “zitten”, dus zich in een zittende positie bevinden. De vorm is de basisvorm, omdat hij na het hulpwerkwoord do staat. De belangrijkste vormen zijn sit (tegenwoordige basisvorm), sits (bij he/she/it in een gewone bevestigende zin) en sat (verleden tijd). Voorbeeld: I sit here every day. — “Ik zit hier elke dag.” here verwijst naar de plaats die in de situatie als “hier” geldt. Het woord verandert niet voor persoon of aantal. Vergelijk here met there: I sit here, and you sit there. — “Ik zit hier en jij zit daar.” De precieze plaats wordt in deze zin niet verder benoemd. Samen vormen de delen de vraag Do you always sit here?: “Zit je altijd hier?” De vraag gebruikt do om een vraag over een gewoonte of terugkerende situatie te vormen; always zegt dat dit volgens de vraagsteller telkens zo is, sit benoemt de handeling en here de plaats.
I like sitting at the front.
Ik zit graag vooraan.
- I
- ik
- like
- graag vinden; houden van
- sitting
- zitten
- at the front
- vooraan
Uitgebreide uitleg
I is het persoonlijke voornaamwoord voor de spreker. Het blijft in het Engels altijd I, ook wanneer de spreker vrouwelijk of mannelijk is; de vorm verandert dus niet volgens grammaticaal geslacht. Voorbeeld: I am ready. = “Ik ben klaar.” like betekent hier dat de spreker iets prettig vindt of er de voorkeur aan geeft. De vorm like is de basisvorm; bij he, she en it krijgt de tegenwoordige tijd meestal likes: I like music, maar She likes music. Na like kan een activiteit als -ing-vorm volgen, zoals in like sitting; ook like to sit is een mogelijke Engelse constructie met een vergelijkbare betekenis. sitting is hier de -ing-vorm van sit en benoemt de activiteit “zitten”. De dubbele medeklinker in sitting hoort bij de spelling van deze vorm. sit is de basisvorm, sat de verleden tijd en sitting de vorm die hier na like de activiteit uitdrukt. Voorbeeld: I enjoy sitting here. = “Ik zit hier graag.” at the front geeft de plaats aan: vooraan, aan de voorkant. front is het zelfstandig naamwoord voor de voorkant of voorzijde; the maakt daar een bepaalde plaatsaanduiding van. In deze zin hoort de hele woordgroep bij de activiteit sitting: de spreker zit graag op een plaats vooraan. Voorbeeld: They are sitting at the front. = “Ze zitten vooraan.” Samen vormt I like sitting at the front de structuur I like + -ing-activiteit + plaats. De spreker zegt dat diegene het prettig vindt om vooraan te zitten. De vaste Nederlandse vertaling geeft dit natuurlijk weer met graag: “Ik zit graag vooraan.”
I can hear the teacher well.
Ik kan de leraar goed horen.
- I can
- ik kan
- hear
- horen
- teacher
- leraar
- well
- goed
Uitgebreide uitleg
I can drukt hier uit dat de spreker in staat is om iets te doen: “ik kan”. I is de eerste persoon enkelvoud. Na het modale werkwoord can komt het volgende werkwoord in de basisvorm, zonder to: I can hear. Can verandert niet mee met de persoon: I can, she can, they can. hear betekent hier dat de spreker het geluid van iets of iemand waarneemt: “horen”. De basisvorm is hear; de verleden tijd en het voltooid deelwoord zijn heard. Voorbeelden: I hear music. — “Ik hoor muziek.” I can hear you. — “Ik kan je horen.” teacher betekent hier “leraar”. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord. the teacher verwijst naar de specifieke leraar die in deze situatie bedoeld is; a teacher betekent een leraar, zonder diezelfde bepaaldheid. Het meervoud is teachers. well is hier een bijwoord dat aangeeft hoe goed het horen lukt: “goed”. Het beschrijft dus het werkwoord hear, niet de leraar. Vergelijk I can hear clearly. — “Ik kan duidelijk horen.” Samen vormen de delen: I can + hear + the teacher + well. De spreker zegt dat die de leraar goed kan horen: “Ik kan de leraar goed horen.”
It is easy to ask questions here.
Het is hier makkelijk om vragen te stellen.
- It
- het
- is
- is
- easy
- makkelijk
- to ask
- vragen
- questions
- vragen
- here
- hier
Uitgebreide uitleg
It is hier een formeel onderwerp: het verwijst niet naar een bepaalde persoon of zaak. In de Engelse constructie It is easy to ... staat de handeling na to centraal: “Het is makkelijk om ...”. Het formele onderwerp blijft enkelvoudig, daarom staat hier is. is is de vorm van be voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. De volledige reeks is be (basisvorm), am (ik), is (hij/zij/het) en are (jij/wij/jullie/zij). Hier verbindt is het formele onderwerp It met de beschrijving easy. easy betekent hier dat de handeling weinig moeite kost. De basisvorm is easy; de vergrotende trap is easier en de overtreffende trap easiest. Voorbeeld: This exercise is easier. — “Deze oefening is makkelijker.” to ask gebruikt de basisvorm van het werkwoord na to; samen vormt dit een infinitief. ask betekent “vragen” wanneer iemand informatie probeert te krijgen. Hetzelfde werkwoord kan ook “iemand iets vragen” betekenen: Ask the teacher. — “Vraag het aan de leraar.” In deze zin benoemt to ask questions de handeling die makkelijk is. questions is het meervoud van het zelfstandig naamwoord question, “vraag”. Het gaat hier om vragen stellen in het algemeen, niet om één specifieke vraag. Het meervoud krijgt de uitgang -s: one question, two questions. here betekent “hier” en geeft de plaats aan. Het is een bijwoord; het verandert niet mee naar enkelvoud of meervoud. De plaatsaanduiding staat in deze zin na de rest van de hoofdinhoud. Samen vormen de delen It is easy + to ask questions + here: “Het is hier makkelijk om vragen te stellen.” De Engelse zin gebruikt dus een formeel It voor de beoordeling easy, gevolgd door de infinitief die zegt welke handeling makkelijk is; here beperkt die beoordeling tot deze plaats.
Let's sit together next time.
Laten we de volgende keer samen zitten.
- Let's
- laten we
- sit
- zitten
- together
- samen
- next
- volgende
- time
- keer
Uitgebreide uitleg
Let's is de verkorte vorm van let us. In deze zin vormt het een voorstel in de eerste persoon meervoud: “laten we …”. Het is hier dus geen verzoek aan één andere persoon om iets toe te staan. Een bruikbaar patroon is Let's + werkwoord: Let's start. = “Laten we beginnen.” sit betekent hier “zitten”. Na Let's staat het werkwoord in de basisvorm: Let's sit, niet een vervoegde vorm zoals Let's sits. Dezelfde basisvorm verschijnt bijvoorbeeld in Let's wait. = “Laten we wachten.” together betekent “samen”. Het verduidelijkt dat de betrokken personen gezamenlijk zitten. Het is een bijwoord en verandert niet mee met persoon of aantal: We work together. = “We werken samen.” next betekent hier “volgende” en beschrijft time. Het is niet de vergelijkende vorm van near; leer het in deze uitdrukking als het woord voor de daaropvolgende gelegenheid of keer. Een herbruikbaar patroon is next + tijdsaanduiding, bijvoorbeeld next week = “volgende week”. time betekent hier “keer”: een gelegenheid waarop iets gebeurt. In next time vormt het samen met next de tijdsaanduiding “de volgende keer”. In een andere context kan time wel “tijd” betekenen, zoals in I have time. = “Ik heb tijd.” Samen betekent Let's sit together next time.: “Laten we de volgende keer samen zitten.” De opbouw is: voorstel (Let's) + handeling (sit) + gezamenlijke uitvoering (together) + tijdsaanduiding (next time).
I would like that.
Dat zou ik graag willen.
- I
- ik
- would like
- graag willen
- that
- dat
Uitgebreide uitleg
I betekent hier de spreker: “ik”. In het Engels is I de eerste persoon enkelvoud. Het blijft I als onderwerp, ongeacht of de spreker mannelijk of vrouwelijk is. Vergelijk: I would like tea. — “Ik zou graag thee willen.” would like is een beleefde manier om een wens of voorkeur uit te drukken: “graag willen” of “zou graag willen”. De vorm would like wordt gevolgd door een zelfstandig naamwoord, zoals in I would like tea, of door to plus een werkwoord, zoals in I would like to sit — “Ik zou graag willen zitten.” Dit is niet hetzelfde als like zonder would: I like tea betekent “Ik houd van thee” of “Ik vind thee lekker”, dus een algemene voorkeur. that verwijst hier volgens de vaste vertaling naar “dat”: een eerder genoemde of aangewezen zaak, handeling of optie. Als aanwijzend woord staat that vaak tegenover this; this verwijst doorgaans naar iets dat als dichterbij wordt voorgesteld en that naar iets dat als verder weg of al eerder genoemd wordt. In deze zin is that het gewenste object van would like. Samen vormen I would like that de beleefde wens “Dat zou ik graag willen.” De volgorde is onderwerp (I) + de beleefde wensvorm (would like) + het gewenste object (that). De zin gebruikt dus niet een gewone tegenwoordige voorkeur, maar drukt uit dat de spreker iets graag zou willen.
Sitting at the front helps me focus.
Vooraan zitten helpt me om me te concentreren.
- Sitting
- zitten
- at the front
- vooraan
- helps
- helpt
- me
- me
- focus
- concentreren
Uitgebreide uitleg
Sitting betekent hier ‘zitten’ en is de -ing-vorm van sit. Aan het begin van deze zin functioneert Sitting at the front als één activiteit en als onderwerp: ‘vooraan zitten’. Een -ing-vorm kan zo een activiteit als onderwerp voorstellen. at the front betekent ‘vooraan’. Het is een vaste voorzetselgroep voor een positie aan de voorkant van bijvoorbeeld een ruimte of rij. In deze zin beschrijft de groep waar het zitten plaatsvindt. helps komt van help en betekent hier ‘helpt’. Omdat het onderwerp de activiteit Sitting at the front is, staat het werkwoord in de derde persoon enkelvoud: help → helps. Vergelijk: I help maar It helps. me betekent ‘mij’ en is hier het object van helps: de hulp is gericht op de spreker. In help me focus staat me dus niet als onderwerp, maar als degene die de volgende activiteit uitvoert. focus betekent hier ‘me concentreren’. Na help kan Engels een object met een werkwoord zonder to gebruiken: help me focus. Ook help me to focus is mogelijk. Het werkwoord blijft na me in de basisvorm focus; het wordt niet focuses. Samen vormen Sitting at the front het onderwerp, helps het hoofdwerkwoord, en me focus de constructie die aangeeft waarmee de spreker geholpen wordt. De hele zin betekent daarom: ‘Vooraan zitten helpt me om me te concentreren.’ De structuur is herbruikbaar als V-ing ... helps me + werkwoord, bijvoorbeeld: Reading helps me relax. — ‘Lezen helpt me ontspannen.’
Grammatica
like + verb-ing
I like sitting at the front.
Ai laik sitting et ze frunt.Ik vind het leuk om vooraan te zitten.
Na like gebruik je vaak een werkwoord op -ing: like sitting.
always vóór het hoofdwerkwoord
I always sit here.
Ai olweez sit hier.Ik zit hier altijd.
Always staat meestal vóór het gewone werkwoord, zoals in always sit.
Engels woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Zit je altijd hier?
Antwoord tonen
Do you always sit here?Ik zit graag vooraan.
Antwoord tonen
I like sitting at the front.Ik kan de leraar goed horen.
Antwoord tonen
I can hear the teacher well.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
leuk vinden
Antwoord tonen
likehier
Antwoord tonen
herealtijd
Antwoord tonen
alwaysleraar