Een zin opnieuw horen en langzaam oefenen | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a language classroom, two adults talk about hearing a sentence again and practicing the difficult part slowly..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een zin opnieuw horen en langzaam oefenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

Can you say that again?

ken joe seej dhet uh-GEN? Kun je dat nog een keer zeggen?
B

I will say it one more time.

ai wil seej it wan mor taim. Ik zeg het nog één keer.
A

Now I understand.

nau ai ander-STEND. Nu begrijp ik het.
B

Let's practice the sentence together.

lets PRAK-tis dhuh SEN-tens tuh-GEDH-er. Laten we de zin samen oefenen.
A

The first part is still hard for me.

dhuh ferst paart iz stil haad fer mie. Het eerste deel is nog steeds moeilijk voor mij.
B

We can practice that part slowly.

wie ken PRAK-tis dhet paart SLOU-lie. We kunnen dat deel langzaam oefenen.

Uitleg van de zinnen

  1. Can you say that again?

    Kun je dat nog een keer zeggen?

    Can you
    kun je …?
    say
    zeggen
    that
    dat
    again
    opnieuw
    Uitgebreide uitleg

    Can you vormt hier een vraag met het hulpwerkwoord can en het onderwerp you. In deze zin vraagt can niet vooral naar algemene vaardigheid, maar maakt het een verzoek: “Kun je …?” Na can staat het hoofdwerkwoord in de basisvorm, dus say, niet een vervoegde vorm. Voorbeeld: Can you help me? — “Kun je me helpen?” Say betekent hier “zeggen” of “uitspreken”. De vorm is de basisvorm, omdat hij na can staat. De gewone tegenwoordige vormen zijn bijvoorbeeld I say en she says; na can blijft het she can say, zonder -s. Say it again. — “Zeg het opnieuw.” That is hier een aanwijzend voornaamwoord dat als lijdend voorwerp bij say fungeert: wat moet de ander opnieuw zeggen? De vaste vertaling geeft de bedoelde betekenis als dat, maar identificeert niet waar that precies naar verwijst. Het woord kan in andere zinnen ook een zelfstandig naamwoord aanwijzen, zoals in that book — “dat boek”. Again is een bijwoord met de betekenis “opnieuw” of “nog een keer”. Het geeft aan dat de handeling eerder al heeft plaatsgevonden en herhaald moet worden. Een vergelijkbare formulering is one more time, dat ook “nog één keer” betekent: Please say it again. — “Zeg het alsjeblieft opnieuw.” Samen vormen de delen Can you + say + that + again een beleefd verzoek om iets nogmaals te zeggen: “Kun je dat nog een keer zeggen?” De vraag veronderstelt dat de bedoelde uitspraak eerder is gezegd, maar specificeert niet wat die uitspraak was.

  2. I will say it one more time.

    Ik zeg het nog één keer.

    I will
    ik zal
    say
    zeggen
    it
    het
    one more time
    nog één keer
    Uitgebreide uitleg

    I will drukt uit dat de spreker iets in de toekomst zal doen. I is de eerste persoon enkelvoud: de spreker zelf. Na will komt het werkwoord in de basisvorm, zonder to: I will say, niet I will says. Voorbeeld: I will help. — Ik zal helpen. say betekent hier iets mondeling uitspreken of herhalen. De basisvorm is say; belangrijke vormen zijn say (basis), says (derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd) en said (verleden tijd en voltooid deelwoord). Na will blijft de vorm say. Voorbeeld: She says it clearly. — Zij zegt het duidelijk. it is een objectvoornaamwoord voor iets dat al uit de context bekend is. Hier verwijst het, in overeenstemming met de vertaling en de voorafgaande vraag, naar wat de spreker opnieuw moet zeggen; het voornaamwoord neemt die inhoud niet opnieuw over. Als object staat it na say: say it. one more time betekent dat de handeling nog één keer wordt uitgevoerd. one geeft hier de expliciet genoemde ene extra keer aan, more voegt die keer toe aan eerdere keren en time benoemt de gelegenheid of herhaling. Deze uitdrukking staat aan het einde en kan ook in andere zinnen worden gebruikt: Please read it one more time. — Lees het alsjeblieft nog één keer. Samen betekent I will say it one more time: de spreker kondigt aan dat hij of zij de bedoelde inhoud nog één keer zal uitspreken. De structuur is onderwerp + will + basisvorm van het werkwoord + object + one more time.

  3. Now I understand.

    Nu begrijp ik het.

    Now
    nu
    understand
    begrijpen
    Uitgebreide uitleg

    Now betekent hier dat de verandering in begrip op dit moment geldt. Het is een tijdsbepaling en kan ook aan het einde staan: “I understand now.” = “Ik begrijp het nu.” In deze zin staat Now vooraan om het huidige moment te markeren. understand is de basisvorm van het werkwoord. In “I understand” krijgt het werkwoord bij I geen uitgang; bij he, she of it is de vorm in de tegenwoordige tijd understands. De verleden tijd en het voltooid deelwoord zijn understood: “I understood the explanation.” = “Ik begreep de uitleg.” De volledige zin bestaat uit de tijdsbepaling Now, het onderwerp I en het werkwoord understand. Samen betekent “Now I understand.”: “Nu begrijp ik het.” De zin drukt uit dat de spreker het op dit moment begrijpt.

  4. Let's practice the sentence together.

    Laten we de zin samen oefenen.

    Let's
    laten we (voorstel)
    practice
    oefenen
    sentence
    zin
    together
    samen
    Uitgebreide uitleg

    Let's is de verkorte vorm van let us. In deze zin vormt het een voorstel in de eerste persoon meervoud: de spreker stelt voor dat spreker en gesprekspartner samen iets doen. Het is dus niet hetzelfde als een bevel aan één andere persoon. Voorbeeld: Let's start. — Laten we beginnen. practice betekent hier ‘oefenen’. Het is de werkwoordsvorm na Let's: Let's practice ... betekent ‘Laten we ... oefenen’. Na let staat in het Engels de onvervoegde basisvorm van het werkwoord, dus practice, niet een vorm met to of een persoonsuitgang. Voorbeeld: Let's practice the words. — Laten we de woorden oefenen. sentence betekent hier ‘zin’, dus een taalkundige eenheid die de leerling oefent. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord; het meervoud is sentences. Voorbeeld: This sentence is short. — Deze zin is kort. together is een bijwoord dat aangeeft dat de handeling gezamenlijk gebeurt. Het hoort bij het geheel practice the sentence together en betekent dat de betrokkenen de zin samen oefenen. Voorbeeld: We read together. — We lezen samen. Samen bestaat de uiting uit een voorstel (Let's), de handeling practice, het object the sentence en de bijwoordelijke toevoeging together. the verwijst hier naar de zin die in de leersituatie bedoeld is. De volledige betekenis is daarom: Laten we de zin samen oefenen.

  5. The first part is still hard for me.

    Het eerste deel is nog steeds moeilijk voor mij.

    first
    eerste
    part
    deel
    still
    nog steeds
    hard
    moeilijk
    for me
    voor mij
    Uitgebreide uitleg

    first betekent hier “eerste” en ordent een onderdeel binnen een reeks. Het is de rangtelwoordvorm bij one: first, second, third. Een nuttig contrast is first tegenover last. part betekent “deel” of “onderdeel”. Het meervoud is parts. In deze zin gaat het om één onderdeel van iets dat wordt geoefend; het woord zegt op zichzelf niet precies waarvan. still betekent hier “nog steeds”. Het laat zien dat de toestand op dit moment voortduurt. Vergelijk: It is still hard. — “Het is nog steeds moeilijk.” Zonder still blijft de betekenis “Het is moeilijk”, maar verdwijnt het idee van voortduring. hard betekent hier “moeilijk”, niet “hard” in de fysieke betekenis. Het is een bijvoeglijk naamwoord na is: The exercise is hard. — “De oefening is moeilijk.” De vergrotende trap is harder en de overtreffende trap the hardest. for me betekent “voor mij”. me is de vorm die na for wordt gebruikt; I is de onderwerpvorm, zoals in I practice. — “Ik oefen.” De woordgroep geeft aan voor wie iets moeilijk is, niet wie het onderwerp van is is. Samen is The first part “het eerste deel”. In The first part is still hard for me is The first part het onderwerp, is koppelt dat onderwerp aan de eigenschap hard, en still zegt dat die moeilijkheid voortduurt. for me beperkt die beoordeling tot de spreker. De volledige betekenis is dus: “Het eerste deel is nog steeds moeilijk voor mij.”

  6. We can practice that part slowly.

    We kunnen dat deel langzaam oefenen.

    We can
    we kunnen
    practice
    oefenen
    that
    dat
    part
    deel
    slowly
    langzaam
    Uitgebreide uitleg

    We can drukt uit dat de spreker en minstens één andere persoon iets kunnen of de mogelijkheid hebben om het te doen. We is het onderwerp voor de spreker plus anderen; can is een modaal hulpwerkwoord. Na can staat het hoofdwerkwoord in de basisvorm: We can practice, niet We can practices of We can to practice. Voorbeeld: We can start now. = We kunnen nu beginnen. practice betekent hier ‘oefenen’. Het is de basisvorm die na can nodig is. Zonder can krijgt de tegenwoordige tijd bij we dezelfde basisvorm: We practice every day. = We oefenen elke dag. Bij he of she krijgt het werkwoord in die tijd meestal -s: She practices every day. = Zij oefent elke dag. that verwijst hier, samen met part, naar een bepaald deel dat in de situatie herkenbaar is. Als aanwijzend woord staat het vóór het zelfstandig naamwoord: that part. Het meervoudige equivalent is those parts: those hoort bij meer dan één ding. part betekent ‘deel’. Het is een zelfstandig naamwoord en kan bijvoorbeeld met een ander zelfstandig naamwoord worden gecombineerd: the first part = het eerste deel. In de voorafgaande zin komt ook part voor; de huidige zin gaat verder met het oefenen van dat deel. slowly betekent ‘langzaam’ en beschrijft hier hoe het oefenen gebeurt. Het is een bijwoord bij practice. Het verwante bijvoeglijke naamwoord is slow: a slow process = een langzaam proces. Voorbeeld: Please speak slowly. = Spreek alstublieft langzaam. Samen betekent We can practice that part slowly.: ‘We kunnen dat deel langzaam oefenen.’ De structuur is onderwerp + can + basisvorm van het werkwoord + aanwijzend woord + zelfstandig naamwoord + bijwoord: We can practice that part slowly. De zin stelt dus voor dat de spreker en anderen dat herkenbare deel oefenen, met een langzaam tempo.

Grammatica

still + adjective

It's still hard.

its stil haad.

Het is nog steeds moeilijk.

still staat vóór het bijvoeglijk naamwoord en betekent dat een toestand voortduurt.

Engels woordenschat

again bijwoord
uh-GEN opnieuw; nog een keer

Can you say that again?

first bepaler
ferst eerste

The first part is still hard for me.

hard bijvoeglijk naamwoord
haad moeilijk

The first part is still hard for me.

one more time uitdrukking
wan mor taim nog één keer

I will say it one more time.

part zelfstandig naamwoord
paart deel

The first part is still hard for me.

practice werkwoord
PRAK-tis oefenen

Let's practice the sentence together.

say werkwoord
seej zeggen

Can you say that again?

sentence zelfstandig naamwoord
SEN-tens zin

Let's practice the sentence together.

slowly bijwoord
SLOU-lie langzaam

We can practice that part slowly.

still bijwoord
stil nog steeds

The first part is still hard for me.

together bijwoord
tuh-GEDH-er samen

Let's practice the sentence together.

understand werkwoord
ander-STEND begrijpen

Now I understand.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Kun je dat nog een keer zeggen?

Antwoord tonenCan you say that again?

Nu begrijp ik het.

Antwoord tonenNow I understand.

Laten we de zin samen oefenen.

Antwoord tonenLet's practice the sentence together.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

opnieuw; nog een keer

Antwoord tonenagain

deel

Antwoord tonenpart

begrijpen

Antwoord tonenunderstand

samen

Antwoord tonentogether