Een te lage stoel hoger zetten | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a language classroom, two adults talk about a chair that is too low and how to change its height..

NL → EN / Niveau: A1

Over deze les

Met Een te lage stoel hoger zetten oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

This chair is too low.

Dhis tsjeer iz toe loo. Deze stoel is te laag.
B

You can change the height.

Joe ken tsjeendzj dhuh haait. Je kunt de hoogte aanpassen.
A

How do I do that?

Hau doe ai doe dhet? Hoe doe ik dat?
B

Press the button under the seat.

Pres dhuh butn under dhuh siit. Druk op de knop onder de zitting.
A

That is better. Thank you.

Dhet iz bèter. Thenk joe. Dat is beter. Bedankt.
B

Tell me if it is still not right.

Tel mie if it iz stil not rait. Laat het me weten als het nog steeds niet goed is.

Woord voor woord

This “This” verwijst hier naar de stoel die dichtbij of in de huidige situatie aanwezig is: “This chair”. Het staat vóór een zelfstandig naamwoord. Je gebruikt “This” bijvoorbeeld om één concreet voorwerp aan te wijzen of te benoemen.
chair “Chair” betekent hier “stoel”, het meubel waarop iemand zit. In “This chair” volgt het op “This” om naar één specifieke stoel te verwijzen. Je gebruikt “chair” bijvoorbeeld in een klaslokaal, kantoor of eetkamer.
is “Is” geeft hier aan welke eigenschap de stoel heeft: “This chair is too low”. Het is de vorm van “be” die in deze zin bij “This chair” hoort. Je gebruikt “is” om iets of iemand te beschrijven, bijvoorbeeld met een kleur, toestand of plaats.
too “Too” betekent hier “te” en geeft aan dat de stoel in een ongewenste mate laag is: “too low”. Het versterkt “low” en laat zien dat de hoogte een probleem vormt. Je gebruikt “too” vóór een bijvoeglijk naamwoord wanneer iets meer of minder is dan gewenst, zoals in “too expensive”.
low “Low” beschrijft hier dat de stoel weinig hoogte heeft: “This chair is too low”. Het staat na “is” om de toestand van de stoel te beschrijven. Je gebruikt “low” bijvoorbeeld voor de hoogte van een stoel, tafel of plank.
You “You” verwijst hier naar de persoon tegen wie de spreker praat: “You can change the height”. Het is degene die de handeling kan uitvoeren. Je gebruikt “You” om rechtstreeks tegen één of meer mensen te spreken.
can “Can” geeft hier de mogelijkheid aan om iets te doen: “You can change the height”. Na “can” komt het werkwoord “change” in deze vorm. Je gebruikt “can” bijvoorbeeld om een mogelijkheid, vaardigheid of toestemming uit te drukken.
change “Change” betekent hier “aanpassen” of veranderen, namelijk de hoogte van de stoel: “change the height”. Het staat na “can” en krijgt daarna het object “the height”. Je gebruikt “change” vaak met iets dat je anders wilt maken, zoals “change the settings”.
the “The” verwijst hier naar een specifieke hoogte die bij de stoel hoort: “the height”. Het staat vóór “height” als bepaald lidwoord. Je gebruikt “the” wanneer de luisteraar weet over welk specifiek ding je spreekt.
height “Height” betekent hier de verticale maat of stand van de stoel: “change the height”. Het is datgene wat hoger of lager kan worden gezet. Je gebruikt “height” bijvoorbeeld bij meubels, personen of gebouwen.
How “How” vraagt hier naar de manier waarop iemand iets moet doen: “How do I do that?”. Het opent een vraag over een handeling of procedure. Je gebruikt “How” bijvoorbeeld wanneer je wilt weten hoe je een apparaat bedient.
do In “How do I do that?” helpt het eerste “do” om de vraag te vormen; het tweede “do” betekent “doen”. Samen vraagt de zin hoe de genoemde handeling uitgevoerd moet worden. Je gebruikt “How do I do ...?” om naar de werkwijze te vragen.
I “I” verwijst hier naar de persoon die vraagt hoe hij of zij de handeling moet uitvoeren: “How do I do that?”. Het is degene die de actie zal doen. Je gebruikt “I” wanneer je over jezelf spreekt.
that “That” verwijst in “How do I do that?” naar de handeling waarover de ander zojuist sprak. In “That is better” verwijst “That” naar het resultaat of de nieuwe instelling van de stoel. Je gebruikt “that” om naar iets eerder genoemds of iets herkenbaars te verwijzen.
Press “Press” betekent hier dat je de knop moet indrukken: “Press the button under the seat”. Het staat aan het begin van een directe instructie. Je gebruikt “Press” bijvoorbeeld wanneer je uitlegt welke knop iemand op een apparaat moet bedienen.
button “Button” betekent hier “knop”, het onderdeel dat je moet indrukken: “Press the button under the seat”. Het volgt op “the” omdat het om een specifieke knop gaat. Je gebruikt “button” bijvoorbeeld voor een knop op een stoel, telefoon of apparaat.
under “Under” geeft hier de plaats aan van de knop: de knop bevindt zich onder de zitting in “the button under the seat”. Het verbindt de knop met de plaats waar je hem kunt vinden. Je gebruikt “under” om iets aan te wijzen dat lager is dan of onder iets anders ligt.
seat “Seat” betekent hier de zitting van de stoel, het deel waarop je zit: “under the seat”. Het staat na “the” in de plaatsaanduiding. Je gebruikt “seat” bijvoorbeeld voor de zitplaats van een stoel, auto of bus.
better “Better” betekent hier dat de nieuwe stand van de stoel verbeterd is ten opzichte van de vorige toestand: “That is better”. Het beschrijft een gunstiger resultaat. Je gebruikt “better” wanneer je een huidige toestand vergelijkt met een eerdere of minder goede toestand.
Thank you “Thank you” is hier een beleefde uitdrukking om iemand te bedanken na de gegeven hulp of uitleg. Binnen deze uitdrukking betekent “Thank” danken en verwijst “you” naar de persoon die bedankt wordt. Je gebruikt “Thank you” bijvoorbeeld nadat iemand je een instructie geeft of iets voor je doet.
Tell “Tell” betekent hier dat de ander iets aan de spreker moet laten weten: “Tell me if it is still not right”. Het staat aan het begin van een directe instructie en wordt gevolgd door “me”. Je gebruikt “Tell” wanneer je iemand vraagt informatie of een mededeling aan jou door te geven.
me “Me” verwijst hier naar de persoon die de informatie moet ontvangen in “Tell me”. Het is de persoon aan wie iets verteld moet worden. Je gebruikt “tell me” vaak om iemand te vragen jou iets te laten weten of uit te leggen.
if “If” betekent hier “als” en introduceert de voorwaarde waaronder de ander iets moet laten weten: “if it is still not right”. De zin gaat dus over de situatie waarin de stoel nog steeds niet goed staat. Je gebruikt “if” om een voorwaarde of mogelijke situatie aan te geven.
still “Still” betekent hier “nog steeds” en laat zien dat een toestand blijft voortduren: “still not right”. De stoel kan na het aanpassen mogelijk nog altijd niet goed staan. Je gebruikt “still” wanneer iets ondanks een verandering of verstreken tijd voortduurt.
not “Not” maakt “right” hier negatief in “not right”: de toestand is niet goed of niet juist. Het geeft de ontkenning aan. Je gebruikt “not” om een werkwoord, bijvoeglijk naamwoord of andere omschrijving te ontkennen.
right “Right” betekent hier “goed” of “juist” in “not right”; het gaat erom of de stoel goed staat ingesteld. Het beschrijft dus de geschiktheid van de huidige toestand, niet een richting. Je gebruikt “right” bijvoorbeeld om te zeggen dat iets correct, geschikt of in orde is.

Grammatica

How do I + verb ...?

How do I change the height?

Hau doe ai tsjeendzj dhuh haait?

Hoe verander ik de hoogte?

In een Engelse vraag staat do vóór het onderwerp: How do I ...?

If ..., imperative

If the seat is still low, press the button under the chair.

If dhuh siit iz stil loo, pres dhuh butn under dhuh tsjeer.

Als de zitting nog steeds laag is, druk dan op de knop onder de stoel.

Na if volgt een voorwaarde; daarna kan een opdracht in de gebiedende wijs komen.

Engels woordenschat

better bijvoeglijk naamwoord
bèter beter

That is better.

button zelfstandig naamwoord
butn knop

Press the button under the seat.

chair zelfstandig naamwoord
tsjeer stoel

This chair is too low.

change werkwoord
tsjeendzj veranderen

You can change the height.

do werkwoord
doe doen

How do I do that?

height zelfstandig naamwoord
haait hoogte

You can change the height.

how bijwoord
hau hoe

How do I do that?

low bijvoeglijk naamwoord
loo laag

This chair is too low.

press werkwoord
pres drukken

Press the button under the seat.

seat zelfstandig naamwoord
siit zitting

Press the button under the seat.

thank you uitdrukking
thenk joe bedankt

Thank you.

under voorzetsel
under onder

Press the button under the seat.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Deze stoel is te laag.

Antwoord tonenThis chair is too low.

Je kunt de hoogte aanpassen.

Antwoord tonenYou can change the height.

Hoe doe ik dat?

Antwoord tonenHow do I do that?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

onder

Antwoord tonenunder

stoel

Antwoord tonenchair

drukken

Antwoord tonenpress

veranderen

Antwoord tonenchange