Een shirt passen | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a clothing shop, a customer asks about a shirt, tries it on, and checks the fit..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een shirt passen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I need a new shirt.

ai nied uh njoe sjurt. Ik heb een nieuw shirt nodig.
B

What color are you looking for?

wut kalur ur joe loeking for? Welke kleur zoekt u?
A

Something blue, if you have it.

samthing bloew, if joe hev it. Iets blauws, als u dat heeft.
B

Here is one in your size.

hir iz wan in jur saiz. Hier is er een in uw maat.
A

Can I try it on?

ken ai trai it an? Kan ik het passen?
B

The changing room is just over here.

dhuh tsjeendjing roem iz djast oovur hir. De paskamer is hier vlakbij.
A

It fits really well.

it fits rili wel. Het past echt goed.
B

It looks nice on you.

it loeks nais an joe. Het staat u mooi.

Uitleg van de zinnen

  1. I need a new shirt.

    Ik heb een nieuw shirt nodig.

    I need
    ik heb nodig
    new
    nieuw
    shirt
    shirt
    Uitgebreide uitleg

    I need drukt hier uit dat de spreker iets nodig heeft: “ik heb … nodig”. In het Engels staat need in de tegenwoordige tijd. Het werkwoord blijft bij I in de basisvorm need; bij he, she of it wordt dat needs. Voorbeeld: She needs a new shirt. = “Zij heeft een nieuw shirt nodig.” new betekent hier “nieuw” en beschrijft shirt. Het is de basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord; de vorm verandert in deze zin niet door het enkelvoudige zelfstandig naamwoord. De vergelijkingsvormen zijn newer (“nieuwer”) en the newest (“het nieuwste”). Voorbeeld: This shirt is newer. = “Dit shirt is nieuwer.” shirt betekent “shirt” en is een zelfstandig naamwoord. De enkelvoudige vorm staat hier na a: a new shirt betekent “een nieuw shirt”. Het meervoud is shirts: I need new shirts. = “Ik heb nieuwe shirts nodig.” In het Engels krijgt het bijvoeglijk naamwoord in het meervoud geen aparte uitgang: new shirts. Samen vormen de delen I need a new shirt: I is de spreker, need geeft de behoefte aan, en a new shirt benoemt wat nodig is. De volledige betekenis is daarom: “Ik heb een nieuw shirt nodig.”

  2. What color are you looking for?

    Welke kleur zoekt u?

    What color
    welke kleur
    are you
    bent u
    looking for
    zoeken naar
    Uitgebreide uitleg

    What color vraagt naar de kleur die de gesprekspartner zoekt. What bepaalt hier samen met color welke kleur nog onbekend is; color is het zelfstandig naamwoord. In het Engels staat het zelfstandig naamwoord in zo’n vraag direct na what: What size do you need? — Welke maat heeft u nodig? are you vormt hier samen met het volgende werkwoord een vraag over wat de aangesprokene op dit moment doet. Are is de vorm van be bij you; you kan in het Engels zowel één persoon als meerdere personen aanduiden en geeft op zichzelf geen formeelheidsverschil aan. In de Nederlandse vertaling past u bij de beleefde aanspreekvorm. De vraagvolgorde is What ... are you ...?, met are vóór you. looking for betekent hier ‘zoeken naar’ of ‘op zoek zijn naar’. Het is een combinatie van look met het voorzetsel for; look zonder for betekent niet automatisch ‘zoeken naar’ een gewenst voorwerp. Looking is de vorm op -ing van look en staat na are in de Engelse progressieve constructie: are looking. Voorbeeld: I am looking for a larger shirt. — Ik ben op zoek naar een groter shirt. Het voorzetsel for hoort bij het gezochte voorwerp. Samen is What color are you looking for? een vraag naar de kleur die de aangesprokene zoekt: ‘Welke kleur zoekt u?’

  3. Something blue, if you have it.

    Iets blauws, als u dat heeft.

    Something
    iets
    blue
    blauw
    have
    hebben
    it
    dat
    Uitgebreide uitleg

    Something is een onbepaald voornaamwoord: het verwijst hier naar iets dat niet nader wordt genoemd. Het kan zelfstandig staan, zonder dat er een zelfstandig naamwoord achter hoeft te komen. Vergelijk: something useful = “iets nuttigs” en nothing = “niets”. blue betekent hier “blauw” en beschrijft something. Na something kan een bijvoeglijk naamwoord de eigenschap of het soort van het bedoelde ding aangeven: something small = “iets kleins”. De combinatie something blue betekent dus “iets blauws”. have is de basisvorm van het werkwoord. In you have is dit de tegenwoordige vorm bij you; bij you is die vorm gelijk aan de basisvorm. Hier betekent have iets bezitten of beschikbaar hebben. has staat bijvoorbeeld bij he, she of it, en had is de verleden vorm. Voorbeeld: Do you have a smaller one? = “Hebt u een kleinere?” it is hier een persoonlijk voornaamwoord voor een niet-persoonlijk enkelvoudig ding. Het verwijst naar het bedoelde ding waarnaar met something blue wordt gevraagd, zonder dat de zin het concrete ding benoemt. In you have it is it dus dat bedoelde ding. Voor meervoud staat bijvoorbeeld them: They have them = “Ze hebben ze.” if leidt de voorwaardelijke bijzin in: if you have it betekent “als u dat heeft”. you is het onderwerp en have het werkwoord. Engels maakt in you zelf geen onderscheid tussen informeel en formeel; de Nederlandse vertaling gebruikt hier, passend bij de context, u. De hoofdgroep something blue noemt wat de spreker vraagt; if you have it beperkt dat verzoek tot het geval waarin het bedoelde ding beschikbaar is. Samen betekent Something blue, if you have it.: “Iets blauws, als u dat heeft.” De korte hoofdgroep zonder volledig werkwoord is een elliptisch verzoek: de spreker vraagt om een blauw exemplaar, als er zo’n exemplaar beschikbaar is.

  4. Here is one in your size.

    Hier is er een in uw maat.

    Here is
    hier is
    one
    één exemplaar
    your
    uw
    size
    maat
    Uitgebreide uitleg

    Here is presenteert iets dat nu beschikbaar is: ongeveer “hier is”. Here verwijst hier naar de plaats of het moment waarop de spreker het bedoelde item toont of aanbiedt, en is is de tegenwoordige vorm van be. Een vergelijkbaar patroon is Here is the book. — “Hier is het boek.” In alledaagse spraak komt ook de verkorte vorm Here’s voor. one verwijst hier naar één niet nader genoemd item van het eerder bedoelde soort. Het is een zelfstandig gebruikt voornaamwoord dat een begrepen zelfstandig naamwoord vervangt. Vergelijk I need a shirt. Here is one. — “Ik heb een shirt nodig. Hier is er een.” your is de bezittelijke vorm bij you: “van jou” of “van u”. Het Engelse your verandert niet naar geslacht en onderscheidt in zijn vorm geen enkelvoud en meervoud; de vaste Nederlandse vertaling kiest hier voor de beleefde vorm uw. Your size betekent “jouw/uw maat”, niet “jij bent de maat”. size betekent hier de maat van het item. Het is een zelfstandig naamwoord. Een bruikbaar contrast is size tegenover color: What size is it? — “Welke maat heeft het?”; What color is it? — “Welke kleur heeft het?” Samen betekent Here is one in your size.: “Hier is er een in uw maat.” De constructie presenteert eerst het beschikbare item (Here is one) en voegt daarna met in your size toe dat het item de maat van de aangesprokene heeft. De formulering is geschikt wanneer iemand een item toont of aanbiedt in de maat van de aangesprokene.

  5. Can I try it on?

    Kan ik het passen?

    Can I
    Mag ik …?
    try it on
    het passen
    Uitgebreide uitleg

    Can I is een veelgebruikte Engelse vraagconstructie om toestemming te vragen. can staat vóór het onderwerp I; daarna volgt het werkwoord in de basisvorm. In deze zin betekent het “Mag ik …?” en niet alleen “Ben ik in staat om …?”. Voorbeeld: Can I sit here? — “Mag ik hier zitten?” try it on betekent hier “het passen”: kleding aantrekken om te controleren hoe die zit. try is de basisvorm en blijft na can onveranderd. try on is een werkwoordelijke combinatie voor kleding passen; het voornaamwoord kan ertussen staan: try it on. it verwijst hier naar het aangeboden kledingstuk, zonder dat de precieze soort kleding wordt genoemd. Bij een meervoudige kledingnaam kan bijvoorbeeld these shoes staan: Can I try these shoes on? — “Mag ik deze schoenen passen?” these shoes is daar een naamwoordgroep, geen enkelvoudig voornaamwoord. Samen vormen de delen de directe vraag Can I try it on?: “Kan ik het passen?” of, als verzoek om toestemming, natuurlijker: “Mag ik het passen?” De vraag betreft het aangeboden kledingstuk. Deze constructie is ook bruikbaar voor andere toestemmingsvragen door het werkwoord of de rest van de zin te vervangen.

  6. The changing room is just over here.

    De paskamer is hier vlakbij.

    changing room
    paskamer
    is
    is
    just over here
    hier vlakbij
    Uitgebreide uitleg

    changing room betekent hier ‘paskamer’: een ruimte waar je kleding kunt passen. Het is een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud; het meervoud is changing rooms. Voorbeeld: Where are the changing rooms? = ‘Waar zijn de paskamers?’ is is de vorm van be voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. De reeks is I am, you are, he/she/it is. Hier verbindt is het onderwerp The changing room met de plaatsaanduiding. just over here betekent hier ‘hier vlakbij’. over here wijst naar een plek hier in de buurt; just benadrukt in deze context de nabijheid of de precieze plek. Voorbeeld: The entrance is just over here. = ‘De ingang is hier vlakbij.’ Samen vormen The changing room, is en just over here de zin ‘De paskamer is hier vlakbij.’ De zin wijst de locatie van de paskamer aan en gebruikt de tegenwoordige tijd.

  7. It fits really well.

    Het past echt goed.

    It
    het
    fits
    past
    really well
    echt goed
    Uitgebreide uitleg

    It is een persoonlijk voornaamwoord voor een enkelvoudig onderwerp. De precieze referent wordt hier niet benoemd; de context maakt duidelijk dat het gaat om iets waarover wordt gezegd dat het past. In andere zinnen kan it naar een ander enkelvoudig ding of onderwerp verwijzen. Voor personen gebruikt het Engels doorgaans he of she, wanneer dat relevant is. fits is de vorm van het werkwoord fit in de derde persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd. Het betekent hier dat iets de juiste maat of pasvorm heeft. De vorm fit blijft in de tegenwoordige tijd gelijk bij I, you, we en they, maar krijgt bij he, she en it de vorm fits: It fits. — Het past. In een andere betekenis kan fit ook betekenen dat iets ergens fysiek in past; de context bepaalt de precieze toepassing. really well versterkt en beoordeelt de manier waarop iets past: really betekent hier echt of heel, en well betekent goed. Well beschrijft hier de kwaliteit van het passen; het is de bijwoordelijke vorm die bij het werkwoord fits hoort. Vergelijk: It fits badly. — Het past slecht. Samen vormen de delen: It + fits + really well = Het past echt goed. De zin zegt dat het bedoelde enkelvoudige onderwerp een zeer goede pasvorm heeft. De tegenwoordige tijd presenteert dit als een huidige beoordeling.

  8. It looks nice on you.

    Het staat u mooi.

    looks
    ziet eruit
    nice
    mooi
    on you
    bij u
    Uitgebreide uitleg

    looks is de vorm van het werkwoord look in de tegenwoordige tijd bij it: I/you/we/they look, maar he/she/it looks. Hier betekent look niet “kijken”, maar “eruitzien” of “een bepaalde indruk maken”. Voorbeeld: The room looks clean. = “De kamer ziet er schoon uit.” nice is hier een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “mooi” of “aantrekkelijk”. Het beschrijft hoe het onderwerp eruitziet; het verandert in het Engels niet vanwege enkelvoud of meervoud. Voorbeeld: Those shoes look nice. = “Die schoenen zien er mooi uit.” on you bestaat uit het voorzetsel on en het voorwerpsvoornaamwoord you. In deze combinatie gaat het om hoe iets eruitziet wanneer jij het draagt of bij je gebruikt wordt: “bij jou” of natuurlijker in het Nederlands “jou staat het”. You heeft in het Engels dezelfde vorm als onderwerp en voorwerp; het kan bovendien zowel informeel als formeel worden gebruikt. De Nederlandse vertaling gebruikt hier u, maar het Engelse you markeert die beleefdheid niet zelf. Samen vormt It looks nice on you. een vaste, goed herbruikbare manier om te zeggen dat iets de persoon goed staat: It is het onderwerp, looks nice beschrijft het uiterlijk en on you geeft aan bij wie dat uiterlijk wordt beoordeeld. Het specifieke waarnaar it verwijst, wordt in deze zin niet genoemd. De hele betekenis is daarom: “Het staat u mooi.”

Grammatica

try + pronoun + on

Try it on.

trai it an.

Pas het.

Bij try on staat het voornaamwoord it tussen try en on: try it on.

fit + adverb

It fits really well.

it fits rili wel.

Het past echt goed.

Really en well zijn bijwoorden. Well beschrijft hoe iets past en staat na fits.

Engels woordenschat

blue bijvoeglijk naamwoord
bloew blauw
changing room zelfstandig naamwoord
tsjeendjing roem paskamer
color zelfstandig naamwoord
kalur kleur
fits werkwoord
fits passen
just over here uitdrukking
djast oovur hir hier vlakbij
looking for werkwoord
loeking for zoeken naar
need werkwoord
nied nodig hebben
new bijvoeglijk naamwoord
njoe nieuw
shirt zelfstandig naamwoord
sjurt shirt
size zelfstandig naamwoord
saiz maat
something voornaamwoord
samthing iets
try it on uitdrukking
trai it an het passen

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb een nieuw shirt nodig.

Antwoord tonenI need a new shirt.

Welke kleur zoekt u?

Antwoord tonenWhat color are you looking for?

Iets blauws, als u dat heeft.

Antwoord tonenSomething blue, if you have it.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

kleur

Antwoord tonencolor

shirt

Antwoord tonenshirt

nodig hebben

Antwoord tonenneed

blauw

Antwoord tonenblue