Schoenen passen | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a shoe shop, a customer tries on shoes and asks for a larger pair when they feel small..

NL → EN / Niveau: A1

Over deze les

Met Schoenen passen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

These shoes look comfortable.

Dhie-z sjoe-z loek kamf-ter-bul. Deze schoenen zien er comfortabel uit.
B

They are made for long walks.

Dheej ar meed fer long woks. Ze zijn gemaakt voor lange wandelingen.
A

Can I try them on here?

Kən aj traj dhem on hier? Kan ik ze hier passen?
B

Use this bench while you put them on.

Joez dhis bentsj wail joe poet dhem on. Gebruik deze bank terwijl u ze aantrekt.
A

They feel a little small.

Dheej fiel uh littel smol. Ze voelen een beetje klein aan.
B

Try this larger pair.

Traj dhis lardzjer per. Probeer dit grotere paar.
A

This pair feels better.

Dhis per fielz bet-ter. Dit paar voelt beter aan.
B

That size looks right on you.

Dhet saiz loeks rait on joe. Die maat staat u goed.

Woord voor woord

These “These” verwijst hier naar de schoenen die op dat moment worden bekeken. Het staat vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord, zoals in “These shoes”. Gebruik “these” voor dingen die dichtbij zijn of waar je nu naar wijst.
shoes “Shoes” betekent hier schoenen, het schoeisel dat de klant bekijkt en past. In “These shoes” verwijst het naar twee of meer schoenen als paar of als groep. Een natuurlijk patroon is “comfortable shoes” voor schoenen die prettig zitten.
look “Look” betekent hier eruitzien of de indruk geven, niet letterlijk kijken. In “look comfortable” beschrijft het hoe de schoenen lijken te zitten. Gebruik het patroon “look + bijvoeglijk naamwoord”, zoals in “look good”.
comfortable “Comfortable” betekent hier comfortabel en prettig om te dragen, zonder pijn of ongemak. In “These shoes look comfortable” gaat het om de indruk die de schoenen geven. Je kunt het ook gebruiken voor kleding, stoelen of andere dingen die prettig aanvoelen.
They “They” verwijst hier terug naar de schoenen. Het onderwerp van “They are made for long walks” is dus meervoud. Gebruik “they” om eerder genoemde mensen, dieren of dingen opnieuw te noemen.
are “Are” verbindt “They” met informatie over de schoenen. In “They are made for long walks” helpt het om te zeggen waarvoor de schoenen bedoeld zijn. Gebruik “are” ook in zinnen met een meervoudig onderwerp, zoals “They are comfortable”.
made “Made” betekent hier gemaakt of ontworpen. In “They are made for long walks” geeft het samen met “are” aan dat de schoenen bedoeld zijn voor lange wandelingen. Een bruikbaar patroon is “made for + zelfstandig naamwoord”, zoals “made for children”.
for “For” geeft hier het doel of de geschiktheid aan: de schoenen zijn bedoeld voor lange wandelingen. Het staat in de constructie “made for long walks”. Gebruik “for” ook vóór een persoon of doel, zoals in “a gift for you”.
long “Long” betekent hier lang in duur of afstand. In “long walks” beschrijft het wandelingen die veel tijd of afstand kunnen kosten. Je kunt “long” vóór andere tijds- of afstandsaanduidingen gebruiken, zoals “a long trip”.
walks “Walks” betekent hier wandelingen, dus tochten te voet. In “long walks” is het de activiteit waarvoor de schoenen geschikt zijn. De vorm “walks” wordt gebruikt voor meer dan één wandeling; een nieuw voorbeeld is “I enjoy long walks”.
Can “Can” wordt hier gebruikt om beleefd toestemming te vragen: of de spreker de schoenen mag passen. In “Can I try them on here?” staat “Can” voor het onderwerp “I”. Een bruikbaar patroon is “Can I + werkwoord?” voor een verzoek.
I “I” verwijst hier naar de persoon die de vraag stelt. In “Can I try them on here?” is die persoon degene die de schoenen wil passen. Gebruik “I” wanneer je over jezelf spreekt.
try “Try” betekent hier uitproberen door de schoenen te passen en te voelen hoe ze zitten. In “try them on” vormt het samen met “on” de uitdrukking voor kleding of schoenen aantrekken om ze te testen. Een nieuw voorbeeld is “Try this jacket on”.
them “Them” verwijst hier naar de schoenen die eerder zijn genoemd. In “try them on” zijn de schoenen datgene wat de spreker wil passen. Gebruik “them” voor eerder genoemde meervoudige personen of dingen na een werkwoord.
on “On” maakt hier samen met “try them” de uitdrukking “try them on”: schoenen of kleding aantrekken om te testen. Het verwijst dus naar het dragen van de schoenen, niet naar een plaats. Een nieuw voorbeeld is “Put the shoes on”.
here “Here” betekent hier op deze plaats, namelijk in de schoenenwinkel. In “Can I try them on here?” vraagt de klant of het passen op deze plek mag. Gebruik “here” om naar de plaats van de spreker of gesprekspartner te verwijzen.
Use “Use” is hier een directe instructie om de bank te gebruiken. In “Use this bench” vraagt de verkoper de klant erop te gaan zitten tijdens het aantrekken. Gebruik dezelfde vorm ook in korte aanwijzingen, zoals “Use this chair”.
this “This” verwijst hier naar de bank die dichtbij is of wordt aangewezen. In “this bench” bepaalt het welk zitmeubel de klant moet gebruiken. Gebruik “this” vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord voor iets dat dichtbij is.
bench “Bench” betekent hier een lange zitbank waarop de klant kan zitten bij het aantrekken van de schoenen. In “Use this bench” is het de plaats waar de handeling gebeurt. Een nieuw voorbeeld is “Sit on the bench”.
while “While” betekent hier gedurende de tijd dat iets anders gebeurt. In “while you put them on” verbindt het het gebruik van de bank met het aantrekken van de schoenen. Gebruik “while” om twee gelijktijdige handelingen te verbinden.
you “You” verwijst hier naar de klant die de schoenen past. In “while you put them on” is de klant degene die de schoenen aantrekt. Gebruik “you” voor één of meer gesprekspartners.
put “Put” betekent hier aantrekken wanneer het samen met “them on” wordt gebruikt. In “put them on” gaat het om de schoenen aan de voeten doen. Een bruikbaar patroon is “put + voornaamwoord of zelfstandig naamwoord + on”, zoals “put your shoes on”.
feel “Feel” betekent hier aanvoelen: de schoenen geven de klant een lichamelijke indruk. In “They feel a little small” beschrijft het hoe de schoenen zitten. Gebruik “feel + bijvoeglijk naamwoord” voor een lichamelijke of algemene indruk, zoals “feel comfortable”.
a “A” maakt deel uit van “a little” en helpt daar een kleine hoeveelheid of mate aan te geven. In “a little small” verzacht het de uitspraak dat de schoenen klein zijn. Een nieuw voorbeeld is “a little tired”.
little “Little” betekent hier een beetje of in geringe mate. In “a little small” zegt de klant dat de schoenen enigszins klein aanvoelen, niet noodzakelijk veel te klein. Gebruik “a little” vóór een bijvoeglijk naamwoord om een kleine mate aan te geven.
small “Small” betekent hier klein in maat en daardoor mogelijk te krap voor de klant. In “feel a little small” beschrijft het de pasvorm van de schoenen. Gebruik “small” ook voor kleding, kamers of andere dingen met een beperkte afmeting.
larger “Larger” betekent hier groter dan de schoenen die eerder te klein aanvoelden. In “this larger pair” stelt de verkoper een paar met een grotere maat voor. Gebruik “larger” om twee maten of afmetingen met elkaar te vergelijken.
pair “Pair” betekent hier een bij elkaar horend paar schoenen. In “this larger pair” verwijst het naar het nieuwe paar dat de klant kan proberen. Gebruik “a pair of” vóór voorwerpen die als twee bij elkaar horen worden beschouwd, zoals “a pair of shoes”.
feels “Feels” betekent hier aanvoelen en beschrijft de ervaring met het paar schoenen. In “This pair feels better” staat de vorm “feels” bij het enkelvoudige onderwerp “This pair”. Gebruik “feel” of “feels” vóór een bijvoeglijk naamwoord om een indruk te beschrijven.
better “Better” betekent hier beter passend of comfortabeler dan het vorige paar. In “This pair feels better” vergelijkt de klant de twee paren schoenen. Gebruik “better” wanneer iets gunstiger of prettiger is dan iets anders.
That “That” verwijst hier naar de maat die de klant draagt of heeft gekozen. In “That size looks right on you” wijst de verkoper die maat als passende optie aan. Gebruik “that” voor iets dat niet direct als dichtbij wordt aangewezen of waar al naar verwezen is.
size “Size” betekent hier de schoenmaat of afmeting die bepaalt hoe de schoenen passen. In “That size looks right on you” beoordeelt de verkoper of die maat geschikt is voor de klant. Een nieuw voorbeeld is “What size do you need?”.
right “Right” betekent hier juist of passend. In “looks right on you” zegt de verkoper dat de maat goed bij de klant lijkt te passen. Gebruik “look right” ook voor iets dat er correct of geschikt uitziet.

Grammatica

try on + object

Try on the shoes.

Traj on dhuh sjoez.

Pas de schoenen.

‘Try on’ is a vaste combinatie voor kleding of schoenen passen. Het lijdend voorwerp volgt meestal direct.

a little + adjective

The shoes feel a little small.

Dhuh sjoe-z fiel uh littel smol.

De schoenen voelen een beetje klein aan.

‘A little’ staat vóór een bijvoeglijk naamwoord en maakt de beschrijving zachter: een beetje klein.

Engels woordenschat

bench zelfstandig naamwoord
bentsj bank

Use this bench while you put them on.

comfortable bijvoeglijk naamwoord
kamf-ter-bul comfortabel

These shoes look comfortable.

feel werkwoord
fiel voelen

They feel a little small.

here bijwoord
hier hier

Can I try them on here?

long bijvoeglijk naamwoord
long lang

They are made for long walks.

make werkwoord
meek maken made

They are made for long walks.

put on uitdrukking
poet on aantrekken

Use this bench while you put them on.

shoe zelfstandig naamwoord
sjoe schoen shoes

These shoes look comfortable.

try on uitdrukking
traj on passen

Can I try them on here?

use werkwoord
joez gebruiken

Use this bench while you put them on.

walk zelfstandig naamwoord
wok wandeling walks

They are made for long walks.

while voegwoord
wail terwijl

Use this bench while you put them on.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Deze schoenen zien er comfortabel uit.

Antwoord tonenThese shoes look comfortable.

Ze zijn gemaakt voor lange wandelingen.

Antwoord tonenThey are made for long walks.

Kan ik ze hier passen?

Antwoord tonenCan I try them on here?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

bank

Antwoord tonenbench

maken

Antwoord tonenmade

hier

Antwoord tonenhere

wandeling

Antwoord tonenwalks