Boodschappen voor het ontbijt | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a grocery shop, two adults decide which breakfast items to buy for tomorrow..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Boodschappen voor het ontbijt oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

What should we buy today?

wot sjəd wie bai tə-dee? Wat zullen we vandaag kopen?
B

We need things for tomorrow's breakfast.

wie niid thingz fər tə-morouz brekfəst. We hebben dingen nodig voor het ontbijt van morgen.
A

Then we need bread and butter.

dhen wie niid bred ən batter. Dan hebben we brood en boter nodig.
B

Do we need yogurt too?

doe wie niid jogərt toe? Hebben we ook yoghurt nodig?
A

I want to eat it with strawberry jam.

ai wont tə iet it widh stroberi djem. Ik wil het met aardbeienjam eten.
B

Then let's get yogurt and jam.

dhen lets get jogərt ən djem. Dan nemen we yoghurt en jam.

Uitleg van de zinnen

  1. What should we buy today?

    Wat zullen we vandaag kopen?

    What
    wat
    should we
    zullen we?
    buy
    kopen
    today
    vandaag
    Uitgebreide uitleg

    What vraagt naar het ding of de dingen die men wil kopen. In deze vraag staat het aan het begin, omdat het het gevraagde object is: What should we buy? = ‘Wat zullen we kopen?’ Vergelijk Who should we invite? = ‘Wie zullen we uitnodigen?’; what vraagt naar een zaak, who naar een persoon. should we vormt hier een vraag met should, het onderwerp we en daarna de basisvorm van het werkwoord. In deze context gaat should over een voorstel of keuze: ‘wat zullen we …?’ Het betekent hier dus niet simpelweg een verplichting. In een gewone mededelende zin staat het onderwerp vóór should: We should buy bread. = ‘We zouden brood moeten kopen.’ buy is de basisvorm ‘kopen’. Na should blijft het werkwoord in de basisvorm: should buy, niet should buys of should bought. De verleden tijd en het voltooid deelwoord zijn allebei bought: We bought bread. = ‘We kochten brood.’ today betekent ‘vandaag’ en geeft aan wanneer de handeling plaatsvindt. Het kan ook op een andere plaats in de zin staan: We should buy it today. = ‘We zouden het vandaag moeten kopen.’ Samen bestaat de vraag uit het vraagwoord What, de modale vorm should met het onderwerp we, de basisvorm buy en de tijdsbepaling today: What should we buy today? betekent ‘Wat zullen we vandaag kopen?’ De vraag vraagt om een keuze van zaken die de spreker en de aangesprokene vandaag willen kopen.

  2. We need things for tomorrow's breakfast.

    We hebben dingen nodig voor het ontbijt van morgen.

    need
    nodig hebben
    things
    dingen
    tomorrow's
    van morgen
    breakfast
    ontbijt
    Uitgebreide uitleg

    need betekent hier ‘nodig hebben’: iets is vereist of gewenst. Het is een zelfstandig werkwoord; de basisvorm is need, en in de tegenwoordige tijd blijft de vorm bij we need (bij he/she/it wordt dat needs). Voorbeeld: We need water. — ‘We hebben water nodig.’ things betekent hier ‘dingen’ en is het meervoud van thing (‘ding’). Het meervoud wordt gevormd met -s. Het woord is algemeen: het benoemt niet precies welke voorwerpen of benodigdheden bedoeld zijn. Voorbeeld: I need three things. — ‘Ik heb drie dingen nodig.’ tomorrow's betekent ‘van morgen’ en geeft aan dat iets bij morgen hoort of voor morgen bedoeld is. De apostrof-s is hier een bezitsvorm bij de tijdsaanduiding tomorrow; het betekent niet dat tomorrow een persoon is. Voorbeeld: tomorrow's meeting — ‘de vergadering van morgen’. breakfast betekent ‘ontbijt’. Het is hier een zelfstandig naamwoord voor de maaltijd. In het Engels wordt breakfast vaak zonder lidwoord gebruikt wanneer men over de maaltijd in het algemeen spreekt, maar andere contexten kunnen wel een lidwoord hebben. Voorbeeld: Breakfast starts at eight. — ‘Het ontbijt begint om acht uur.’ Samen vormen need things de betekenis ‘dingen nodig hebben’. for tomorrow's breakfast betekent ‘voor het ontbijt van morgen’: for geeft het doel of de gelegenheid aan, en tomorrow's breakfast is het ontbijt dat bij morgen hoort. De volledige zin betekent daarom: ‘We hebben dingen nodig voor het ontbijt van morgen.’

  3. Then we need bread and butter.

    Dan hebben we brood en boter nodig.

    Then
    dan
    we
    wij
    need
    nodig hebben
    bread
    brood
    butter
    boter
    Uitgebreide uitleg

    Then betekent hier dan en sluit aan bij wat eerder is genoemd: vervolgens hebben we deze dingen nodig. Het is een bijwoord; het bepaalt de overgang of volgorde, niet het brood zelf. we is het onderwerp en betekent wij of, in natuurlijk Nederlands, we. Het verwijst hier naar de groep die samen de benodigdheden voor het ontbijt bespreekt. In het Engels blijft deze vorm gelijk als onderwerp bij meerdere werkwoorden: we need, we have, we want. need is de basisvorm van het werkwoord to need, ‘nodig hebben’. In de tegenwoordige tijd staat na we, you en they deze vorm; bij he, she of it krijgt het werkwoord meestal -s: we need, maar she needs. Voorbeeld: They need water. — Ze hebben water nodig. bread betekent hier ‘brood’. Het is in deze zin een stofnaam voor brood in het algemeen of een niet nader bepaalde hoeveelheid. Daarom staat er geen meervoudsuitgang of lidwoord voor. Voor een afzonderlijk stuk kan Engels bijvoorbeeld a piece of bread gebruiken. butter betekent hier ‘boter’. Ook dit is een stofnaam voor een niet nader bepaalde hoeveelheid en staat daarom zonder lidwoord. Voorbeeld: We need butter. — We hebben boter nodig. De combinatie we need vormt ‘we hebben nodig’. Daarna noemt bread and butter de twee benodigdheden die nodig zijn; and verbindt de twee zelfstandige naamwoorden. Samen betekent de hele zin: ‘Dan hebben we brood en boter nodig.’

  4. Do we need yogurt too?

    Hebben we ook yoghurt nodig?

    Do we
    begin van een ja/nee-vraag met we
    need
    nodig hebben
    yogurt
    yoghurt
    too
    ook
    Uitgebreide uitleg

    Do we opent hier een ja/nee-vraag in de tegenwoordige tijd. In een Engelse vraag staat het hulpwerkwoord do vóór het onderwerp we; we verwijst naar de spreker en minstens één andere persoon. Do betekent hier niet zelfstandig “doen” en wordt in de Nederlandse vertaling niet als een apart woord weergegeven. Vergelijk: Do they need help? = “Hebben zij hulp nodig?” Bij he, she of it wordt dit does: Does she need help? need is het werkwoord in de basisvorm: “nodig hebben”. Na do of does blijft het hoofdwerkwoord in de basisvorm: Do we need …?, maar She needs … in een gewone mededelende zin. In deze zin gaat het om iets nodig hebben, niet alleen om iets willen. yogurt is het zelfstandig naamwoord voor “yoghurt”. Het kan hier zonder lidwoord staan, omdat het over yoghurt als stof of voedingsmiddel gaat. Een hoeveelheid kan bijvoorbeeld met een bepaler worden genoemd: I need some yogurt. = “Ik heb wat yoghurt nodig.” too betekent hier “ook” en staat aan het einde van de vraag. Het voegt yoghurt toe aan iets anders dat nodig is. In de gegeven context past dat bij brood en boter. Vergelijk: Do we need milk too? = “Hebben we ook melk nodig?” Samen vormen de delen de vraag Do we need yogurt too?: “Hebben we ook yoghurt nodig?” De Engelse vraag gebruikt do vóór we om van we need yogurt een ja/nee-vraag te maken; too geeft aan dat yoghurt naast het al genoemde andere voedsel wordt toegevoegd.

  5. I want to eat it with strawberry jam.

    Ik wil het met aardbeienjam eten.

    I want
    ik wil
    eat
    eten
    it
    het
    with
    met
    strawberry jam
    aardbeienjam
    Uitgebreide uitleg

    I want drukt hier een wens uit: “ik wil”. want is de basisvorm; bij he/she/it wordt dat wants, en in het verleden wanted. Na want volgt vaak to + een werkwoord: I want to rest = “Ik wil rusten.” In deze zin bepaalt dus niet want alleen de handeling, maar de combinatie want to eat. eat betekent hier “eten”. Het is de basisvorm na to: to eat. De vormen zijn onder andere eat (basis/tegenwoordige vorm), eats (bij he/she/it) en ate (verleden tijd). Bijvoorbeeld: They want to eat = “Zij willen eten.” it is het Engelse persoonlijke voornaamwoord voor één ding of dier wanneer dat in de context als niet-persoonlijk wordt behandeld. In deze vaste vertaling wordt het weergegeven met het. De zin noemt niet zelfstandig welk ding it aanduidt; het voornaamwoord verwijst naar iets dat al bekend is of uit de situatie blijkt. Vergelijk: I see it = “Ik zie het.” with is een voorzetsel met de betekenis “met”. Het verbindt hier de handeling met wat erbij wordt gebruikt: eat it with ... = “het met ... eten”. Het kan ook gezelschap aangeven, bijvoorbeeld I eat with my friend = “Ik eet met mijn vriend.” strawberry jam is een zelfstandig naamwoordelijk geheel: strawberry specificeert het soort en jam is het hoofdwoord. Samen betekent het “aardbeienjam”. Jam wordt in deze betekenis vaak als stofnaam gebruikt: I like jam = “Ik houd van jam.” De delen worden samengevoegd als I want to eat it with strawberry jam: eerst zegt de spreker dat die persoon iets wil, daarna volgt de gewenste handeling to eat it, en with strawberry jam geeft aan waarmee het gegeten moet worden. De volledige betekenis is daarom: “Ik wil het met aardbeienjam eten.”

  6. Then let's get yogurt and jam.

    Dan nemen we yoghurt en jam.

    Then
    dan
    let's
    laten we
    get
    nemen
    yogurt
    yoghurt
    jam
    jam
    Uitgebreide uitleg

    Then betekent hier “dan” en verbindt dit voorstel met wat eraan voorafgaat. Het verwijst naar de volgende stap in het gesprek; het is hier geen aanwijzing voor een specifieke tijd in het verleden. Voorbeeld: “First we choose the bread. Then we choose the cheese.” = “Eerst kiezen we het brood. Dan kiezen we de kaas.” let's is de verkorte vorm van let us. In deze combinatie is het een voorstel met we als onderwerp: de spreker stelt voor dat de betrokkenen samen iets doen. Het is dus niet hetzelfde als een bevel aan alleen de luisteraar. Voorbeeld: “Let’s start.” = “Laten we beginnen.” get is hier de zelfstandige werkwoordsvorm na let’s; de vaste vorm is dus niet vervoegd voor we. In deze context betekent het “nemen” in de zin van yoghurt en jam gaan halen of kiezen. In andere contexten kan get bijvoorbeeld “krijgen” of “worden” betekenen, maar die betekenissen passen niet bij deze zin. Voorbeeld: “Let’s get some bread.” = “Laten we brood nemen.” yogurt is het zelfstandig naamwoord voor yoghurt. Na get noemt het wat men wil nemen. Het woord kan ook zonder lidwoord in een algemene of onbepaalde hoeveelheid worden gebruikt, zoals hier; de zin stelt geen exact aantal vast. Voorbeeld: “We need yogurt.” = “We hebben yoghurt nodig.” jam is het zelfstandig naamwoord voor jam. Het staat naast yogurt als een tweede zaak die men wil nemen. De combinatie yogurt and jam gebruikt and om beide zelfstandige naamwoorden gelijkwaardig te verbinden. Voorbeeld: “I like toast and jam.” = “Ik houd van toast en jam.” Samen vormen de delen: Then (“dan”) + let’s get (“laten we nemen”) + yogurt and jam (“yoghurt en jam”). De volledige betekenis is: “Dan nemen we yoghurt en jam.” De zin is een voorstel om vervolgens die twee dingen te nemen; hij vermeldt geen exacte hoeveelheid.

Grammatica

tomorrow's + noun

tomorrow's breakfast

tə-morouz brekfəst

het ontbijt van morgen

In het Engels toont 's bezit of een relatie aan: tomorrow's breakfast betekent het ontbijt van morgen.

Let's + verb

Let's get bread.

lets get bred

Laten we brood halen.

'Let's' is een verkorte vorm van 'let us' en wordt gebruikt om samen iets voor te stellen.

Engels woordenschat

bread zelfstandig naamwoord
bred brood
breakfast zelfstandig naamwoord
brekfəst ontbijt
butter zelfstandig naamwoord
batter boter
buy werkwoord
bai kopen
need werkwoord
niid nodig hebben
then bijwoord
dhen dan
things zelfstandig naamwoord
thingz dingen
today bijwoord
tə-dee vandaag
tomorrow's bepaler
tə-morouz van morgen
too bijwoord
toe ook
want werkwoord
wont willen
yogurt zelfstandig naamwoord
jogərt yoghurt

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wat zullen we vandaag kopen?

Antwoord tonenWhat should we buy today?

We hebben dingen nodig voor het ontbijt van morgen.

Antwoord tonenWe need things for tomorrow's breakfast.

Dan hebben we brood en boter nodig.

Antwoord tonenThen we need bread and butter.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

dan

Antwoord tonenthen

boter

Antwoord tonenbutter

nodig hebben

Antwoord tonenneed

vandaag

Antwoord tonentoday