Brood en sinaasappelsap zoeken | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a grocery shop, two adults choose bread for breakfast and look for orange juice..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Brood en sinaasappelsap zoeken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

How many slices of bread should we buy?

Hau meni slaisis uhv bred sjəd wie baai? Hoeveel sneetjes brood moeten we kopen?
B

Four slices in total.

Foor slaisis in towul. Vier sneetjes in totaal.
B

Two for me and two for you.

Toe fer mie end toe fer joe. Twee voor mij en twee voor jou.
A

That should be enough. We still need orange juice.

Dhet sjəd bie inuf. Wie stil nied orindsj djoes. Dat zou genoeg moeten zijn. We hebben nog sinaasappelsap nodig.
B

Can you find the orange juice?

Ken joe faind dhi orindsj djoes? Kun je het sinaasappelsap vinden?
A

Not yet. Let's check the next shelf.

Not jet. Lets tsjek dhuh nekst sjelf. Nog niet. Laten we het volgende schap bekijken.
B

Let's ask someone who works here.

Lets aask samwan hoe werks hir. Laten we iemand vragen die hier werkt.

Uitleg van de zinnen

  1. How many slices of bread should we buy?

    Hoeveel sneetjes brood moeten we kopen?

    How many
    hoeveel
    slices
    sneetjes
    bread
    brood
    should we
    moeten we
    buy
    kopen
    Uitgebreide uitleg

    How many vraagt naar een aantal bij iets dat telbaar is. Omdat slices meervoud is, gebruik je many, niet much. Vergelijk: How many apples? = “Hoeveel appels?” en How much bread? = “Hoeveel brood?” slices betekent hier afzonderlijke sneetjes. Het enkelvoud is slice, het meervoud slices. Het woord kan ook een plak of een deel van iets betekenen; hier gaat het specifiek om sneetjes brood. bread is hier de stof of het voedsel in het algemeen. In het Engels is dit doorgaans een ontelbaar zelfstandig naamwoord: some bread, niet normaal gesproken three breads wanneer je drie sneetjes bedoelt. Voor afzonderlijke hoeveelheden gebruik je een maat- of eenheidwoord, zoals three slices of bread. should we vormt een vraag met should en het onderwerp we. In deze zin drukt should uit wat volgens de spreker verstandig of nodig is om te doen; het is hier niet simpelweg een beschrijving van de toekomst. In een vraag staat het hulpwerkwoord vóór het onderwerp: Should we leave? = “Zullen/ moeten we vertrekken?” buy is de basisvorm van het werkwoord “kopen”. Na het hulpwerkwoord should blijft het werkwoord in de basisvorm: should buy, niet should buys of should bought. Vergelijk: We buy bread. = “We kopen brood.” en We should buy bread. = “We zouden brood moeten kopen.” Samen vormen How many slices of bread en should we buy een vraag naar het aantal sneetjes brood dat de groep volgens de spreker moet of zou moeten kopen. De volledige betekenis is: “Hoeveel sneetjes brood moeten we kopen?”

  2. Four slices in total.

    Vier sneetjes in totaal.

    Four
    vier
    slices
    sneetjes
    in total
    in totaal
    Uitgebreide uitleg

    Four is het hoofdtelwoord voor het getal 4. Het staat hier vóór een telbaar zelfstandig naamwoord. Na een getal groter dan één gebruik je in het Engels doorgaans het meervoud: four slices, niet four slice. Voorbeeld: four books = vier boeken. Bij slices hoort het enkelvoud slice: één plakje of snee; slices is het meervoud. De vorm krijgt hier een meervoudsuitgang omdat er vier exemplaren worden bedoeld. Voorbeeld: I need two slices. = Ik heb twee sneetjes nodig. in total betekent in totaal en geeft het eindtotaal aan. Het bepaalt niet zelf het aantal; four noemt het aantal, terwijl in total benadrukt dat vier het volledige totaal is. Voorbeeld: There are six pieces in total. = Er zijn in totaal zes stukjes. Samen vormen de delen Four slices in total.: Four slices noemt de hoeveelheid en het soort voorwerp, en in total maakt duidelijk dat het om vier sneetjes alles bij elkaar gaat. Het is een korte, natuurlijke antwoordzin op een vraag naar de gewenste hoeveelheid.

  3. Two for me and two for you.

    Twee voor mij en twee voor jou.

    Two
    twee
    for me
    voor mij
    and
    en
    two
    twee
    for you
    voor jou
    Uitgebreide uitleg

    Two betekent hier een aantal van twee. Het getalwoord verandert niet voor enkelvoud of meervoud. Vergelijk: one = één, two = twee, three = drie. Voorbeeld: Two apples are enough. = Twee appels zijn genoeg. for me geeft de persoon aan voor wie iets bedoeld is of bestemd is; me is de objectsvorm van I. Gebruik I als onderwerp: I have two. = Ik heb er twee. Gebruik me na een voorzetsel zoals for: This one is for me. = Deze is voor mij. and verbindt twee gelijkwaardige delen. Hier verbindt het de eerste hoeveelheid met de tweede hoeveelheid. Voorbeeld: One for Ana and one for Ben. = Eén voor Ana en één voor Ben. two herhaalt dezelfde hoeveelheid, nu voor de andere persoon. De herhaling maakt duidelijk dat het om twee exemplaren of eenheden voor die persoon gaat; het zelfstandig naamwoord waarop two betrekking heeft, wordt niet opnieuw genoemd. for you betekent dat iets voor de aangesprokene bestemd is. You heeft in het Engels dezelfde vorm als onderwerp en als vorm na een voorzetsel: You have two. = Jij hebt er twee; This is for you. = Dit is voor jou. Het Nederlandse onderscheid tussen jou en jij wordt dus niet door twee verschillende Engelse vormen uitgedrukt. Samen vormt de zin het patroon Two for me and two for you: twee exemplaren of eenheden zijn voor de spreker bestemd en twee voor de aangesprokene. In de gegeven context komt dat neer op een verdeling van vier sneetjes: twee voor de spreker en twee voor de aangesprokene.

  4. That should be enough. We still need orange juice.

    Dat zou genoeg moeten zijn. We hebben nog sinaasappelsap nodig.

    That
    dat
    should be enough
    zou genoeg moeten zijn
    still
    nog steeds
    need
    nodig hebben
    orange juice
    sinaasappelsap
    Uitgebreide uitleg

    That betekent hier “dat” en staat zelfstandig als aanwijzend voornaamwoord. Het verwijst naar iets dat in de situatie al duidelijk is, zonder dat het zelfstandig naamwoord opnieuw wordt genoemd. Voor een meervoudig ding of meerdere zaken gebruik je those. should be enough drukt uit dat iets naar verwachting voldoende zal zijn. should is hier een modaal werkwoord voor een verwachting; het betekent niet simpelweg “moeten” als bevel. Het patroon is should + werkwoord in de basisvorm: should be. Enough betekent “voldoende”. Voorbeeld: This should be enough. — “Dit zou voldoende moeten zijn.” still betekent hier “nog” of “nog steeds”: de behoefte bestaat op dit moment nog. Het staat vóór het hoofdwerkwoord need. Voorbeeld: We still have time. — “We hebben nog steeds tijd.” need betekent hier “nodig hebben”. De basisvorm is need; bij he, she en it krijgt de tegenwoordige tijd meestal needs, terwijl we, you en they need gebruiken. Voorbeeld: They need water. — “Ze hebben water nodig.” orange juice is een vaste woordgroep voor “sinaasappelsap”: orange bepaalt welk soort sap het is en juice is het zelfstandig naamwoord. In het Engels wordt juice in deze betekenis meestal als niet-telbare stof gebruikt: some orange juice, niet gewoonlijk two orange juices wanneer je twee hoeveelheden sap bedoelt. Voorbeeld: I need orange juice. — “Ik heb sinaasappelsap nodig.” Samen betekent That should be enough dat de bedoelde hoeveelheid of zaak naar verwachting voldoende is. We still need orange juice zegt vervolgens dat er nog sinaasappelsap nodig is. De volledige vertaling is: “Dat zou genoeg moeten zijn. We hebben nog sinaasappelsap nodig.”

  5. Can you find the orange juice?

    Kun je het sinaasappelsap vinden?

    orange
    sinaasappel-
    Uitgebreide uitleg

    De frase Can you opent een vraag met het modale werkwoord can en het onderwerp you. Hier vraagt de spreker of de aangesprokene iets kan doen; in deze context klinkt het als een beleefd verzoek. Na can staat het volgende werkwoord in de basisvorm, dus find, niet een vervoegde vorm. Can blijft bij verschillende onderwerpen hetzelfde: I can, she can, they can. Voorbeeld: Can you help? — Kun je helpen? find betekent hier iets vinden of lokaliseren. De basisvorm is find; in een gewone bevestigende zin krijgt alleen de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd de vorm finds, bijvoorbeeld She finds the keys. — Zij vindt de sleutels. Na can blijft de vorm find: Can she find the keys? — Kan zij de sleutels vinden? De verleden tijd is found, bijvoorbeeld We found the juice. — We vonden het sap. orange staat hier vóór het zelfstandig naamwoord juice en specificeert welk soort sap bedoeld wordt: sinaasappelsap. In andere contexten kan orange ook de kleur oranje aanduiden. Voorbeeld: I like orange juice. — Ik houd van sinaasappelsap. juice is het zelfstandig naamwoord voor sap. In orange juice vormt het samen met orange een veelgebruikte woordgroep voor sinaasappelsap. Voorbeeld: The juice is cold. — Het sap is koud. the maakt van orange juice de bepaalde woordgroep the orange juice: het gaat om het sinaasappelsap dat in deze situatie als geïdentificeerd wordt behandeld. Het noemt hier geen bepaalde hoeveelheid. Samen vormt Can you de vraagstructuur, find de handeling en the orange juice datgene waarnaar gezocht wordt. De volledige betekenis is daarom: Kun je het sinaasappelsap vinden?

  6. Not yet. Let's check the next shelf.

    Nog niet. Laten we het volgende schap bekijken.

    Not yet
    Nog niet
    Let's
    Laten we
    check
    bekijken
    next
    volgende
    shelf
    schap
    Uitgebreide uitleg

    Not yet betekent hier dat iets op dit moment nog niet is gebeurd of bereikt. yet staat vaak in ontkenningen en vragen voor “nog” of “al”, vooral bij een toestand of gebeurtenis die tot nu toe niet heeft plaatsgevonden. Voorbeeld: I haven't found it yet. — “Ik heb het nog niet gevonden.” Let's is de samentrekking van let us. In deze constructie vormt het met een werkwoord een voorstel om iets samen te doen: Let's + werkwoord betekent “Laten we ...”. Het werkwoord erna staat in de basisvorm, dus Let's check, niet Let's checks. Voorbeeld: Let's wait here. — “Laten we hier wachten.” check betekent hier “bekijken” of “controleren” om iets te vinden of na te gaan. Het is een zelfstandig werkwoord; de basisvorm is check, met bijvoorbeeld checks bij he/she/it in de tegenwoordige tijd en checked als verleden tijd of voltooid deelwoord. Voorbeeld: I’ll check the cupboard. — “Ik zal de kast bekijken.” next betekent hier “volgende”: het beschrijft het schap dat in een reeks of volgorde daarna komt. Het is een beschrijvend woord vóór het zelfstandig naamwoord. Een nuttig contrast is the next shelf — “het volgende schap” tegenover the previous shelf — “het vorige schap”. shelf is het zelfstandig naamwoord voor een plank of schap waarop je dingen kunt zetten. Het meervoud is shelves, met een spellingverandering in plaats van een gewone uitgang -s: one shelf, two shelves. Voorbeeld: The books are on the shelf. — “De boeken staan op het schap.” Samen vormen Let's check en the next shelf het voorstel “Laten we het volgende schap bekijken”. Not yet staat als korte voorafgaande reactie en betekent “Nog niet”; de volledige uiting betekent dus: “Nog niet. Laten we het volgende schap bekijken.”

  7. Let's ask someone who works here.

    Laten we iemand vragen die hier werkt.

    Let's
    laten we
    ask
    vragen
    someone
    iemand
    who
    die
    works
    werkt
    here
    hier
    Uitgebreide uitleg

    Let's is de verkorte vorm van let us. In deze zin vormt het een voorstel: de spreker stelt voor dat de spreker en de anderen samen iets doen. Na let's staat het werkwoord in de basisvorm: Let's ask. Voorbeeld: Let's wait. = Laten we wachten. ask betekent hier iemand om informatie of hulp vragen. De basisvorm is ask; na let's verandert die vorm niet. Voorbeeld: Let's ask the teacher. = Laten we het aan de leraar vragen. someone betekent hier een niet nader genoemde persoon. Het woord verwijst dus niet naar een specifiek genoemde persoon. In het Engels wordt someone grammaticaal als enkelvoud behandeld wanneer het een werkwoord bestuurt: Someone works here. = Iemand werkt hier. who leidt een betrekkelijke bijzin in en verwijst hier terug naar someone. Het is het onderwerp van die bijzin: de persoon werkt hier. Hetzelfde patroon is bijvoorbeeld: I know someone who speaks Dutch. = Ik ken iemand die Nederlands spreekt. works is de tegenwoordige tijd van work in de derde persoon enkelvoud. De uitgang -s hoort bij works, niet bij someone als los woord: I work, maar he/she/someone works. Voorbeeld: She works nearby. = Zij werkt in de buurt. here is een bijwoord van plaats en betekent hier, dus op de plaats waar de spreker zich bevindt of waarnaar de context verwijst. Samen betekent ask someone who works here: een niet nader genoemde persoon vragen, waarbij who works here specificeert om welk soort persoon het gaat. Met Let's ervoor wordt dat een gezamenlijk voorstel: Laten we iemand vragen die hier werkt.

Grammatica

for + object pronoun

enough for me

inuf fer mie

genoeg voor mij

Na for gebruik je een objectvorm zoals me of you: for me, for you.

someone + verb-s

Someone works here.

samwan werks hir.

Iemand werkt hier.

Bij someone krijgt het werkwoord in de tegenwoordige tijd vaak -s: works.

Engels woordenschat

bread zelfstandig naamwoord
bred brood

How many slices of bread should we buy?

buy werkwoord
baai kopen

How many slices of bread should we buy?

enough bijvoeglijk naamwoord
inuf genoeg

That should be enough.

find werkwoord
faind vinden

Can you find the orange juice?

for voorzetsel
fer voor

Two for me and two for you.

in total uitdrukking
in towul in totaal

Four slices in total.

me voornaamwoord
mie mij

Two for me and two for you.

need werkwoord
nied nodig hebben

We still need orange juice.

orange juice zelfstandig naamwoord
orindsj djoes sinaasappelsap

We still need orange juice.

slice zelfstandig naamwoord
slais plakje slices

How many slices of bread should we buy?

still bijwoord
stil nog steeds

We still need orange juice.

you voornaamwoord
joe jou

Two for me and two for you.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Vier sneetjes in totaal.

Antwoord tonenFour slices in total.

Kun je het sinaasappelsap vinden?

Antwoord tonenCan you find the orange juice?

Laten we iemand vragen die hier werkt.

Antwoord tonenLet's ask someone who works here.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

genoeg

Antwoord tonenenough

plakje

Antwoord tonenslices

brood

Antwoord tonenbread

nog steeds

Antwoord tonenstill