Excuse
In “Excuse me” trekt “Excuse” beleefd de aandacht van iemand aan. Deze vorm gebruik je bijvoorbeeld wanneer je een medewerker iets wilt vragen.
me
In “Excuse me” verwijst “me” naar de spreker die om aandacht vraagt. De volledige uitdrukking is bruikbaar om beleefd een vraag te beginnen.
where
“Where” vraagt hier naar de plaats van het sap. Je gebruikt het voor een vraag over waar iets is, zoals in “where is the juice?”.
is
“Is” verbindt het sap hier met zijn locatie. In een vraag naar een plaats staat het samen met “where”, zoals in “where is the juice?”.
the
“The” verwijst naar specifiek sap dat in deze winkel wordt gezocht. Je gebruikt het wanneer de gesprekspartners weten over welk ding of product het gaat.
juice
“Juice” betekent hier het sap dat de klant zoekt en later kiest. Het woord is bruikbaar wanneer je in een winkel naar deze drank vraagt.
It's
“It's” zegt hier waar iets zich bevindt en is de verkorte vorm van “it is”. Je gebruikt het als antwoord wanneer de plaats van een al genoemd product wordt aangegeven.
in
“In” geeft hier aan dat het sap zich binnen een bepaald winkelgedeelte bevindt. Het staat voor een plaatsaanduiding, zoals in “in this section”.
this
“This” wijst naar het gedeelte dat de medewerker aanwijst als dichtbij of relevant. Het kan ook een product aanduiden dat de spreker op dat moment aanwijst, zoals in “This juice”.
section
“Section” betekent hier een bepaald gedeelte van de winkel. Je kunt het gebruiken na “in” om te zeggen in welk winkelgedeelte iets staat.
next
In “next to” geeft “next” samen met “to” aan dat iets er direct naast staat. Deze uitdrukking is nuttig om de plaats van een product ten opzichte van iets anders te beschrijven.
to
In “next to” maakt “to” samen met “next” de locatie-uitdrukking voor “naast”. Gebruik de volledige combinatie met het ding of de plaats waar iets naast staat, zoals “next to the cold drinks”.
cold
“Cold” beschrijft hier dranken die koud zijn. Je kunt het vóór een woord voor een drank gebruiken wanneer je naar de koude variant of afdeling verwijst.
drinks
“Drinks” verwijst hier naar de dranken in de winkel. Het woord gebruik je wanneer je naar drankproducten of een groep dranken verwijst.
What
“What” vraagt hier welke keuze of welk product de medewerker aanbeveelt. Je gebruikt het aan het begin van een vraag naar een ding, zoals in “What do you recommend?”.
do
“Do” helpt hier om de vraag “What do you recommend?” te vormen. In deze vraag staat het vóór “you” en vóór de handeling waarnaar wordt gevraagd.
you
“You” verwijst naar de medewerker aan wie de vraag wordt gesteld. Je gebruikt het voor de persoon of personen die je rechtstreeks aanspreekt.
recommend
“Recommend” betekent hier iets als een goede keuze voorstellen. In een winkel kun je het gebruiken om iemand naar een geschikt product te vragen, zoals in “What do you recommend?”.
has
“Has” zegt hier dat het sap een bepaalde eigenschap heeft, namelijk een frisse smaak. Je gebruikt het vóór een kenmerk of iets dat bij een product hoort, zoals “has a fresh taste”.
a
“A” introduceert hier één niet nader bepaald kenmerk: een frisse smaak. Het staat vóór een enkelvoudig telbaar woord, zoals “a taste”.
fresh
“Fresh” beschrijft hier de smaak van het sap als fris of verfrissend. Je kunt het vóór woorden voor smaak of andere eigenschappen gebruiken wanneer je een product positief beschrijft.
taste
“Taste” betekent hier de smaak van het sap. Je gebruikt het in “a fresh taste” om te beschrijven hoe een drank smaakt.
and
“And” verbindt hier twee eigenschappen van het sap: de frisse smaak en het gemakkelijk kunnen drinken. Je gebruikt het om gelijkwaardige informatie in één zin samen te voegen.
easy
“Easy” betekent hier dat iets weinig moeite kost. In “easy to drink” beschrijft het hoe eenvoudig de drank te drinken is; dezelfde constructie kan ook een andere gemakkelijke handeling beschrijven.
drink
In “easy to drink” verwijst “drink” naar het drinken van het sap. Het staat na “to” om de handeling te noemen die gemakkelijk is.
Then
“Then” geeft hier aan dat de beslissing volgt op de aanbeveling. Je gebruikt het om een volgende stap of reactie in een gesprek aan te kondigen.
I'll
“I'll” zegt dat de spreker iets zal doen en is de verkorte vorm van “I will”. Hier kondigt de klant ermee aan dat die de fles kiest.
get
“Get” betekent hier de fles nemen of kopen. In een winkelsituatie kun je het vóór het gekozen product gebruiken, zoals in “I'll get that bottle”.
that
“That” wijst hier naar een specifieke fles die al is aangewezen of besproken. Je gebruikt het om één bepaald voorwerp aan te duiden, zoals in “that bottle”.
bottle
“Bottle” betekent hier de fles met sap die de klant kiest. Je gebruikt het om de verpakking van een drank te benoemen, zoals in “that bottle”.