Do
“Do” is hier het hulpwerkwoord waarmee de vraag “Do we need anything else?” wordt gevormd. In een nieuwe vraag staat het vaak vóór het onderwerp, bijvoorbeeld: “Do you need help?”
we
“we” betekent hier “wij” en verwijst naar de twee personen die samen boodschappen doen. Het staat als onderwerp vóór “need” in “Do we need anything else?”
need
“need” betekent hier iets nodig hebben. In “need anything else” volgt het ding dat nodig kan zijn; bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “I need water.”
anything
“anything” betekent hier “iets” of “wat dan ook” in de vraag “Do we need anything else?”. Samen met “else” vraagt de spreker of er nog iets extra’s nodig is.
else
“else” betekent hier “anders” of “nog” en voegt in “anything else” de betekenis van iets extra’s toe. De combinatie “anything else” is bruikbaar wanneer je vraagt of er nog iets bijkomt.
I
“I” betekent hier “ik” en is het onderwerp van “I think that's everything.”. In het Engels krijgt “I” altijd een hoofdletter.
think
“think” betekent hier “denken” of “menen”: de spreker geeft zijn inschatting met “I think”. Een veelgebruikt patroon is “I think + een mededeling”, zoals in een nieuw voorbeeld: “I think it is ready.”
that's
“that's” betekent hier “dat is” en is de verkorte vorm van “that is”. In “that's everything” verwijst “that” naar wat er tot nu toe is verzameld of geregeld.
everything
“everything” betekent hier “alles”, dus alle spullen die nodig zijn. In “that's everything” gebruikt de spreker het om aan te geven dat er niets meer ontbreekt.
Then
“Then” betekent hier “dan” en verbindt de conclusie met de volgende stap: als alles compleet is, gaan ze naar de kassa. Het kan ook een volgende handeling in een reeks aangeven.
let's
“let's” betekent hier “laten we” en is de verkorte vorm van “let us”. “Let's go” is een voorstel om samen te vertrekken; in een nieuw voorbeeld kun je ook zeggen: “Let's start.”
go
“go” betekent hier “gaan” in het voorstel “let's go to the checkout”. Na “let's” staat de werkwoordsvorm “go” zonder extra uitgang.
to
“to” geeft hier de richting aan na “go”: ze gaan naar de kassa. Een bruikbaar patroon is “go to + plaats”, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “go to the station.”
the
“the” verwijst hier naar een specifieke kassa, namelijk de kassa waar ze naartoe willen. Het staat vóór “checkout” in “the checkout”.
checkout
“checkout” betekent hier “kassa”, de plaats in de winkel waar je betaalt. In “go to the checkout” is het de bestemming van de beweging.
line
“line” betekent hier “rij”, de rij wachtende klanten bij de kassa. In “The line is long” en “a shorter line” gaat het om zo’n wachtrij.
is
“is” betekent hier “is” en verbindt “The line” met de beschrijving “long”. In de zin “The line is long” beschrijft het de toestand van de rij.
long
“long” betekent hier “lang” en beschrijft de lengte van de rij. In “The line is long” gaat het om een rij waarvoor je waarschijnlijk langer moet wachten.
register
“register” betekent hier “kassa”, de kassa die verderop wordt aangewezen. In “The register over there” is het de plaats waar de betaling wordt verwerkt.
over
“over” draagt samen met “there” de betekenis van een plek verderop in “over there”. De vaste combinatie “over there” gebruik je om naar een zichtbare plaats aan te wijzen.
there
“there” betekent hier “daar” en wijst de plaats aan waar de andere kassa en de kortere rij zijn. In “Let's line up there” verwijst het opnieuw naar diezelfde plek.
has
“has” betekent hier “heeft”: “The register over there has a shorter line” zegt dat bij die kassa een kortere rij hoort. Het staat bij het onderwerp “The register”.
a
“a” staat hier vóór “shorter line” en verwijst naar één niet eerder genoemde rij. Het wordt gebruikt wanneer de rij als een nieuw onderdeel van de situatie wordt genoemd.
shorter
“shorter” betekent hier “korter” en vergelijkt deze rij met de eerder genoemde lange rij. Het beschrijft in “a shorter line” dat de nieuwe rij minder lang is.
up
“up” hoort samen met “line” bij de uitdrukking “line up”, die hier “in de rij gaan staan” betekent. In “Let's line up there” is het onderdeel van het voorstel om op die plek in de rij te gaan staan.